MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten DirkM als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Aafke Romeijn - CHIN. IND. SPEC. REST. (2013)

poster
4,0
Ik schreef over deze plaat een recensie voor mousique.nl | small talk, great music

Aafke Romeijn, een lerares Nederlands uit Utrecht, heeft het opnieuw voor elkaar gekregen om een dijk van een plaat af te leveren. Met haar eerste worp, het Engelstalige Stella Must Die!, heeft ze al laten horen dat ze met gemak boven het maaiveld van het Nederlandse muzieklandschap uitstijgt. CHIN. IND. SPEC. REST. (ja, zo heet het album echt!) zet die lijn moeiteloos voort.

Ten opzichte van Stella Must Die! heeft Aafke, we noemen elkaar liefkozend bij de voornaam, zich flink getransformeerd. Cello en gitaar zijn ingeruild voor synths en drumsamples. Maar ook met disco-omlijsting blijven het Aafkes stem en piano die de basis vormen. Zo begint openingsnummer Bmd/Ibb prachtig verstild met rustige pianoklanken. De toon is gezet. Maar als na een minuut een vette synth de rust komt verstoren is de toon pas echt gezet: een nieuwe Aafke is geboren!

Een Aafke die nog net zo heftig en pathetisch is als altijd. Want de brok die moordballade Stella X in onze keel achterliet is nog niet weggeslikt of ze vliegt ons opnieuw naar de keel. Wie zich afvraagt waarom het openingsnummer Bmd/Ibb heet, moet eraan geloven. ‘Breng me drank/ik ben bang’ schreeuwt Aafke haast onverstaanbaar uit.

Na Stella Must Die! heeft Aafke zichzelf beloofd om nooit meer een album uit te brengen, tenzij ze alle nummers nodig heeft om één verhaal te vertellen. Een conceptalbum dus. En het is aan ons om te raden wat het overkoepelende verhaal is. CHIN. IND. SPEC. REST. vertelt het verhaal van iemand die weg wil kruipen. Weg van de wereld. Onder de dekens. En dan doen alsof de rest niet bestaat. Vluchten in drank. In literatuur. In fantasie. In de huid van haar leerlingen. Om de pijn een beetje te verzachten. ‘Stilletjes wachten tot het overgaat’. Om het drama dat leven heet draaglijk te maken. En zelfs een beetje dansbaar.

Natuurlijk vertelt Aafke meer dan één verhaal. Er zijn verhalen over drank, familie, leraarschap, fantasie. Over boeken van Bordewijk. Over iemand in een inrichting, op het wat unheimische A2. ‘Maar net als bij Shakespeare speelt het ware verhaal buiten het zicht van het toneel waarop jij staat’. Misschien weet Aafke zelf ook niet precies waar het over gaat en dat maakt ook niet zo uit. Want het klinkt verrekt lekker.

Zoals het sfeervolle Verdwijn, een persoonlijke favoriet. Aafke roept een sterke sfeer op in de beelden die ze schetst. ‘Als de as van je laatste sigaret / als de geur van liefde in je bed / als een foto in de zomerzon / als het broertje dat ik ooit verzon / verdwijn / verdwijn.’

Beelden die vervagen, zoals alles. Ze worden minder sterk, raken in de vergetelheid, komen terecht onder een dikke laag stof. En uiteindelijk verdwijnen ze. Helemaal. Weg. Foetsie. Alsof de enige troost nog is dat we weten dat het ooit verdwijnt. En dat we het in woorden hebben gevat. Woorden objectiveren, leggen vast. Ze beschrijven. Maar ze zijn niet de ervaring van die zonnige zomerochtend. Ze zijn niet je geliefde. Ze zijn niet die perfecte dag. Ze schieten tekort in hun vastlegging. Net als de foto trouwens. We grijpen naar iets dat zich steeds aan onze greep onttrekt. Het eigenlijke, het gebeuren zelf is onbereikbaar. Zelfs de taal die vastlegt ontkomt niet aan de tragiek van het verdwijnen.

Aafke brengt dezelfde grootse gevoelens over als op haar eerste plaat en slaagt daarin met vlag en wimpel. Je moet ervan houden. De dreiging, het pathos, de dramatiek, de tragedie, ze zijn er weer allemaal. En er moet natuurlijk iemand dood. Gelukkig is het ditmaal slechts een verzinsel van Aafkes fantasie die het moet ontgelden. Tenminste, dat denken we. Nog steeds dramatisch natuurlijk. Wie een fantasie doodt, sterft zelf ook een beetje. En blijft misschien wel iets eenzamer achter. Zo eindigt het album dan ook: ‘En toen ik wakker werd droeg ik je kleren en je naam / en ik weet niet waar je bent of zelfs wanneer je bent gegaan.’ Prachtig triest. Verplichte literatuur voor wie de Nederlandstalige muziek een warm hart toedraagt.

Bob Dylan - Blonde on Blonde (1966)

poster
4,0
Bob Dylan. Een troubadour. Rondreizend met zijn harmonica. Zichzelf steeds vernieuwend. Op Blonde On Blonde heeft Dylan een geheel eigen sound. Dit geluid heeft hij daarvoor en daarna nooit meer terug gekregen. Het klinkt alsof het midden in de nacht is opgenomen.

Niet voor niets staat dit album op nummer 9 in de Rolling Stone 500. Blonde On Blonde is de eerste dubbel-LP van een bekende artiest ooit en alleen daarom al een mijlpaal. Het album opent met Rainy Day Women waarop Dylan hartstochtelijk 'everybody must get stoned' zingt. Fantastische tekst, een knaller van een opener. Zijn teksten zijn overigens steeds het beluisteren waard. Waar anderen in de jaren '60 korte popliedjes maakten van 3/4 minuten neemt Dylan rustig de tijd. Met name Visions of Johanna en Sad Eyed Lady Of The Lowlands zijn daar bijzonder mooie voorbeelden van. Maar ook op de kortere liedjes, zoals I Want You, klinkt Dylan goed.

Over het geheel genomen is dit erg goede muziek. De sfeer is fijn en Dylan weet me te raken met zijn stem, harmonica en teksten. 4.5*

Elbow - Asleep in the Back (2001)

poster
4,5
Ook Asleep in the Back mag er zijn. Naar mijn mening heeft dit album een iets urgentere sfeer dan de latere albums van Elbow. Maar voordat ik ga vergelijken; eerst de muziek zelf maar eens de kans geven. Er zit iets ongemakkelijks in dit album, die het zowel aantrekkelijk als moeilijk om te luisteren maakt.

Volgens mij is Asleep in the Back vooral een sfeer-album. De lange uitgesponnen nummers, waarin veel herhalingen zitten, zorgen voor een epische sfeer. Soms denk je dat er een climax komt, maar meestal loopt het nummer anders af dan gedacht. Zoals in Powder Blue, als het eindigt met brekend glas. Er hangt een loomheid en traagheid over die tegelijk de kracht en zwakte van het album is, en zowel rust als onrust veroorzaakt.

Al tijdens de openingstrack ben ik verkocht. Hoewel het nummer ruim 6 minuten duurt, had het van mij zo nog wat langer mogen doorgaan. Guy Garvey die gejaagd zingt met zijn krachtige en bij vlagen breekbare stem, ongekend schoon. Mijn volgende favoriet is Powder Blue, onder andere vanwege de tekst I'm proud to be the one you hold when the shakes begin. Volgens mij gaat het over een stel waarvan de één epilepsie heeft, of waarschijnlijker vanwege alcohol/druggebruik een insult krijgt. De titel gaat niet voor niets over poeder.

Tot en met Newborn zit ik er lekker in en is het niveau hoog. Daarna wordt het mijns inziens wat minder, met name Presuming Ed en Coming Second vind ik niet erg bijzonder. Gelukkig staat er nog een heerlijk toetje te wachten, want ik weet niet of ik zonder Scattered Black and Whites het einde van dit album telkens zou halen. Wat mij betreft een perfecte afsluiter van een erg volwassenen debuutalbum. Petje af!

Elbow - Build a Rocket Boys! (2011)

poster
3,5
Build a rocket boys! begint erg goed, maar na Jesus Is A Rochdale Girl zakt het een beetje in wat mij betreft. The Night Will Always Win en met name High Ideals gaan een beetje langs me heen en, hoewel een mooi nummer, heeft The River nog te weinig karakter, te weinig pit.
Open Arms is dan weer een sterker nummer, maar ik moet zeggen dat Elbow het idee van 'community-singing' eerder beter heeft uitgewerkt in Grace Under Pressure en One Day Like This. De reprise van The Birds klinkt authentiek en bevalt me daarom wel. Tenslotte is het bijzonder mooie Dear Friends precies het soort nummer dat ik verwacht als afsluiter van een album.

De benadering op build a rocket boys! is wat minimalistischer dan op voorgaande albums. Vaak kon ik juist de wat rustigere Elbow-nummers met minder instrumentatie het meest waarderen, maar nu pas merk ik dat die nummers het best uitkomen als ze worden afgewisseld met rock-nummers. Dat mis ik nog een beetje hier, waardoor het bij vlagen wat aan de saaie kant is.
Al met al een prima toevoeging aan de Elbow-discografie. Geen nieuwe Leaders Of The Free World of The Seldom Seen Kid, maar ook hierop blijft de lome, melancholische sfeer die Guy Garvey en Elbow weten te scheppen overeind.

Zoals meestal met Elbow: 'it grows on you'. Voor nu 4*.

Elbow - Leaders of the Free World (2005)

poster
4,5
Elbow, een band die mij het afgelopen halfjaar aardig in zijn greep heeft gekregen. Net als velen begon het voor mij veel te laat met TSSK. Gelukkig mag ik met terugwerkende kracht alsnog Elbows andere albums genieten.

Op dit moment draait Asleep in the Back zijn eerste toeren op mijn computer, en ik verwacht dat Leaders of the Free World ieder moment op de deurmat kan vallen. Voor maar €5 aangeschaft bij cdwow.

Wat ik over LOTFW in ieder geval kan zeggen is dat Elbow zowel goed is in het maken van 'kleine' nummers als An Imagined Affair en The Everthere (2 van mijn favorieten) als in wat vollere nummers als Forget Myself en Mexican Standoff.

Door de nummers heen blijft één ding steeds overeind en dat is die trage, ietwat donkere, melancholische sfeer die Elbow weet te scheppen. Op ieder nummer, ieder album lukt ze dat weer.

Sterker nog, ze worden er steeds beter in. Ik kijk al uit naar de volgende. Misschien doet Elbow niets nieuws, en vernieuwen ze zichzelf niet eens. Toch blijven ze steeds mooie nieuwe nummers maken, en daar blijken ze nogal goed in te zijn. Meer van dit!

Joanna Newsom - Ys (2006)

poster
3,0
Een verhaal apart, Ys genaamd. Een barokke sfeer met een gypsy-achtige zangeres. Je ziet haar (gekleed als op de cover) op een middeleeuws marktplein een show weggeven.

Hoewel we in 2009 leven, maakt dat de muziek nog niet irrelevant. Wel anders, vernieuwend, buiten alle (of tenminste veel) kaders. Dat zorgt er bij mij ook voor dat het geen makkelijk album is.

De sfeer is mooi, haar stem hier en daar iets te schel, maar dat hoort erbij. Er gebeurt veel, maar de muziek heeft geen makkelijke opbouw. Het feit dat ik zo weinig structuur in de nummers kan ontdekken, vind ik het grootste nadeel van Ys.

Het stemgeluid doet me me af en toe denken aan Adele, Duffy, Amy Winehouse etc. Daar hebben we er al genoeg van, maar gelukkig weet Joanna Newsom een hele andere richting op te gaan met haar muziek.

Helaas niet een richting die mij heel erg ligt. Ik schrijf Ys nog niet af, daarvoor heb ik het te weinig tijd gegund, maar ergens weet ik dat dit niet muziek is die mij echt raakt. Ik weet dat ik het op kan zetten uit interesse, of omwille van de kunst, maar niet vanwege de luisterervaring. Alsof ik een schilderij bekijk waarvan ik weet dat het knap geschilderd is, maar niet geniet van het kleurgebruik, onderwerp of geheel.

Concluderend; zeker een werkje om zo nu en dan op te zetten, en aan me voorbij te laten trekken. Niet om er van te genieten, maar om mijn horizon te verbreden, originaliteit te waarderen, en te weten dat er nog geslaagde experimenten komen bovendrijven.

Kurt Vile - Wakin on a Pretty Daze (2013)

poster
4,5
Voor muziekblog http://mousique.nl/ heb ik een recensie geschreven over deze plaat:

Mijn grootste ontdekking van het afgelopen muziekjaar kwam uit onverwachte hoek. Met releases van grote namen als Arcade Fire, The National, Thom Yorke’s Atoms For Peace en Nick Cave en zijn Bad Seeds als concurrentie, leek het niet voor de hand liggend dat een mij nog onbekende artiest bovenaan mijn jaarlijst zou eindigen. Toch heeft Kurt Vile het voor elkaar gekregen, tegen alle verwachtingen in.

Want Vile doet eigenlijk niets nieuws. Hij maakt lo-fi rock in de traditie van Neil Young. Niet erg hip, origineel of vernieuwend. Ook moet hij het niet van zijn briljante stem hebben; zijn zang klinkt zelfs regelmatig nonchalant, op het luie af. In dat opzicht doet Vile soms wat denken aan Lou Reed. Is de productie dan zo goed? De wat gruizige productie past mooi bij de muziek, maar er worden geen nieuwe wegen ingeslagen. Het is ‘gewoon goed’. Al met al geen recept voor een topalbum dus.

Wat maakt Wakin On A Pretty Daze dan zo’n sterke plaat? Kurt Vile beheerst de kunst van de herhaling perfect. De plaat meandert heerlijk en heeft een soort algemene loomheid en traagheid over zich, iets zwoels. Met name het openingsnummer, Wakin On A Pretty Day, waarin Vile een aantal thema’s op telkens nieuwe wijze eindeloos door elkaar weeft, kan ik blijven luisteren. Overtuigd van de kwaliteit van zijn muzikale ideeën durft hij het aan om nummers net even langer door te laten lopen dan we gewend zijn.

Was All Talk bijvoorbeeld, waar volgens de criticus gerust anderhalve minuut vanaf hadden gekund. Maar Vile en zijn Violators dachten daar anders over, en terecht. Wat bereikt Kurt Vile dan met de vele herhalingen en de lange speelduur van zijn nummers? Kurt Vile heeft geen haast en de luisteraar wordt door hem uitgenodigd om 70 minuten lang even in zijn tempo te leven. In een wereld waarin alles snel moet en tijd geld is, is het een verademing je te laten meenemen in de wereld van Vile, waarin je de telefoon zonder zorgen van de plank kan laten rinkelen. De wereld draait ook wel door als je niet opneemt.

In zijn wereld kun je haast achteloos dezelfde teksten blijven herhalen. Over een meisje dat Alex heet. “She and Mark they were happily wed / hey, at least in my head.” Steeds weer zingt Vile “I think about them all the time”, als om het ongeluk te bezweren. We kennen het verhaal van Alex en Mark niet. Vile vertelt het ons ook niet. Maar de suggestie doet zijn werk.

Het knappe is dat Wakin On A Pretty Daze nergens in de valkuil van de eenzijdigheid trapt. Ja, het kabbelt, maar op een goede manier. Zelden heb ik iets zo prachtig horen kabbelen. En de broeierige, zomerse sfeer houdt de plaat fier overeind. Ook in januari.

Radiohead - The King of Limbs (2011)

poster
4,0
The King Of Limbs: een blauwe schimmelkaas

Misschien een wat aparte titel van een recensie, maar het raakt wel aan wat ik over The King Of Limbs wil zeggen. Evenals een blauwe kaas moet je TKOL niet te vaak proeven. Zo nu en dan is het heerlijk, maar het moet er wel de gelegenheid voor zijn. Een schimmelkaas eet je niet bij het ontbijt. Bij welke gelegenheid dan wel?

Het is wat later op de avond en al een tijdje donker. Je zit op de bank met een wijntje of iets anders alcoholisch en hebt alle aandacht voor hetgeen je proeft. Dat verdient dit album ook, dat je er de volle tijd en aandacht voor neemt. Het is geen tussendoortje dat je even hap-slik-weg eet. Daarom zeg ik het nog maar eens: een goede koptelefoon of installatie is voor TKOL essentieel. Dat komt omdat de muziek zeer gelaagd is. Er gebeurt van alles in de muziek en om dat goed op te pikken helpt goede apparatuur een boel. Mensen die stellen dat dit een saai album is, hebben wat mij betreft niet goed genoeg geluisterd. Zelf luister ik vrij aandachtig, en toch hoor ik telkens nieuwe geluiden of instrumenten. Soms valt de bas me op, dan weer een viool, blaasinstrument of een of andere sample.

Bij nader inzien vind ik The King Of Limbs helemaal niet zo'n raar vervolg van In Rainbows als ik eerst wel dacht. Er zijn meer overeenkomsten dan verschillen; ik zou het eerder het zwaardere broertje van In Rainbows willen noemen. Uiteraard horen we meer electronic en is Radiohead weer geïnspireerd door andere invloeden, maar van een echte breuk is geen sprake. Radiohead heeft op In Rainbows zijn perfecte geluid gevonden. Op The King Of Limbs horen we diezelfde perfectie weer, maar nu op een andere manier.

Bloom opent met ontzettend mooie eerste klanken, ik heb er zin in als ik dit hoor. De achtergrondpiano zorgt voor een atmosferisch geluid en de bas is bepalend voor het nummer, zoals vaker op TKOL. Thom Yorke's zang is lekker vaag.
Morning Mr. Magpie is een nummer waarin het drijvende gitaarsample zo lekker duwt. Ook de vogelgeluiden op het eind zijn leuk gevonden. Een nummer als dit, waarin het tempo wat hoger ligt, zou ik nog wel meer willen horen op TKOL.
Gelukkig kan ik door met Little by Little. Het lijkt wel alsof deze al begint voordat het begonnen is. Dat heeft te maken met de inzet van de eerste drumslag waarna alles meteen van start gaat in plaats van rustig op te bouwen. Hier horen we prima gitaarwerk en wat vage geluiden die doen denken aan Tomorrow Never Knows van The Beatles.
Feral dan is het meest electronische en experimentele nummer van het album. Even wennen, maar ook dit is na een paar keer erg tof. Vooral de zware bas bevalt goed.

Met Lotus Flower begint het tweede deel, dat toegankelijker is, maar daardoor ook minder uitdagend. Lotus Flower bouwt goed op. Leuk dat handgeklap. Verder leunt het nummer meer op de zang. De zang staat dan ook meer op de voorgrond, zoals in het hele tweede deel.
Radiohead heeft van alles in huis en met Codex krijgen we weer een piano-nummer a la Pyramid Song. Dit nummer heeft een krachtige, bijna sacrale sfeer. De blazers die halverwege inzetten passen goed in het geheel en zijn vooral erg mooi. Aangekomen bij het eind van het nummer weet ik het zeker: het leven is niet altijd leuk, maar het komt wel goed. Ook hier wederom vogelgeluiden, mooi thema. The King Of Limbs is een boom. En wat is het geluid van een boom, behalve de wind door de takken en blaadjes? Juist: fluitende vogels!
Give Up the Ghost: als je niet van herhaling houdt kan dit nummer een beetje vervelend zijn. Ik heb er geen moeite mee, schoonheid blijft namelijk boeien. Aan het eind verbaas ik me steeds dat ik 5 minuten verder ben.
Ten slotte Separator. De drums klinken een beetje als op In Rainbows, de bas is (weer) erg fijn. Ik vind afsluiters altijd erg belangrijk om een album met een goed gevoel te eindigen. Separator begint wat 'gewoontjes', maar wordt steeds beter : als rond 2.30 de gitaar invalt weet ik dat het goed komt met dit nummer. Separator is dan ook een waardige afsluiter en na het 'wake me up'-deel wil ik nog maar één ding: nog een keer.

Wat dat betreft snap ik de 'er komt nog een tweede deel-hype' wel, want het album vraagt gewoon om meer. Vanwege de korte speelduur ben ik nog niet helemaal voldaan als het afgelopen is. Het album is iets te vluchtig, heeft te weinig body. Dat maakt het echter niet minder goed: The King Of Limbs ligt weer dicht tegen de onderhand zo gewoon lijkende Radiohead-perfectie aan. 4,5*

Sufjan Stevens - Illinois (2005)

Alternatieve titel: Sufjan Stevens Invites You To: Come on Feel the Illinoise

poster
5,0
Ik geloof dat ik nog niet wist van het bombast en de drukte van dit album toen ik het aanschafte en kende indertijd alleen de nummers John Wayne Gacy Jr., Chicago en Casimir Pulaski Day. Ik geloof dat Illinois dan ook een aardige tegenvaller was toen ik het voor het eerst luisterde. Ook daarna kon de muziek nog niet echt landen; te moeilijk, te veel instrumenten, te onrustig.

In de tussentijd heb ik het album meerdere malen een tijdje weggelegd en opnieuw geprobeerd, en langzaam is de muziek gaan landen. Of er echt een omslagpunt was, of dat dit gewoon langzaam gegroeid is weet ik niet meer.

Nu, ongeveer 3 jaar na aanschaf, is het in ieder geval één van mijn favoriete albums. Niet één die ik wekelijks of zelfs tweewekelijks beluister, daarvoor vergt een luisterervaring teveel en ik denk dat ik het dan te snel zat wordt. Maar als ik het luister, dan is het genieten geblazen. Zowel de kleine nummers als de vollere nummers vind ik groots en de overgangen binnen een nummer zijn vaak erg knap.

In Come On! Feel The Illinoise! bijvoorbeeld, als Sufjan na een nerveuzer deel inzet I cried myself to sleep last night, heerlijk moment in de muziek.
Eindoordeel: gewoon een hele mooie mix van instrumentatie, teksten, sfeer en creativiteit!