MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten orchance als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Big Thief - Double Infinity (2025)

poster
2,0
Ik begrijp het enthousiasme rondom Big Thief niet zo goed - het voelt voor mij toch als de dertiende Amerikaanse indieband in een dozijn. Sommige nummers, waaronder Incomprehensible, zijn best wel aardig, maar ook behoorlijk saai. Andere nummers zijn ronduit irritant; de wiebelige piepstem van de zangeres voelt toch vooral als een stoorzender in een dromerig-bedoeld (?) album. Ik ben deze weer gauw vergeten.

Bobbejaan - Allergrootste Songs en Hits (2011)

poster
3,5
Een prima verzamelalbum dat ik niet meteen weer van A tot Z zal luisteren maar waar wel genoeg prachtinge liedjes tussen staan. Eigenlijk word je constant weer verrast van het brede oeuvre van Bobbejaan. De Lichtjes van de Schelde is natuurlijk een klassieker, en hetzelfde geldt voor Café Zonder Bier. Maar er zitten ook een paar verrassingen tussen, zoals de hilarische teksten van Volendam en Koetje Boe. De opvallende niet-Nederlandstalige nummers laten een hele andere, evengoed overtuigende, kant van de Antwerpse volkszanger zien. Vooral Je Me Suis Souvent Demandé en The Last Song zijn benoemenswaardig.

Damiano David - Funny Little Fears (2025)

poster
4,0
De gemengde recensies voor dit album liggen toch vooral in de rancune dat een rockster geen musical-uitstapje mag maken. Ik vind Damiano Davids debuutalbum een ontzettend gewaagde stap van de Gen-Z-rock-and-roll-star richting uiterst zoete popmuziek. Die zoetigheid moet namelijk niet bestempeld worden als inhoudsloos en oppervlakkig. In Born with a Broken Heart gaat Damino de oorlog met zichzelf aan, in Mars met de kapitalistische natte dromen van de Musk-generatie en in Next Summer met zijn jeugd.

De stelling die ik op tafel wil leggen is dat we eigenlijk al veel te lang niet meer gewend zijn aan Italianen in de mainstream-muziekindustrie. In de tijdperken van Frank Sintara, Louis Prima en Umberto Tozzi wisten we dat dit Mediterraans schiereiland mannen leverde die de donkerste gedachten om wisten te zetten in lichtelijk ironische dansmuziek. Damiano Davids Funny Little Fears is daarmee geen verraad op de Rock & Roll - het is precies wat ik verwacht van Italiaanse Rock & Roll.

Het is Louis Prima's dansbare zelfhaat in I'm just a Gigolo. Het is Frank Sinatra's melanchomale I did it my way. En het is Tozzi's onbeschaamde Te amo. We zijn bijna vergeten dat die zoetsappigheid juist uit oprechtigheid voortkomt.

In de generatie van Milennials en Gen-Z'ers wordt weinig meer die plotselinge momenten van intense zelfhaat bezongen en wordt nog minder gezongen over de onvoorwaardelijke liefde die iemand voor een ander kan voelen. De leeftijdsgenoten - de narcistische rappers en de zelfverklaarde girlbosses - zingen liever over hoe ze in iemands leven als een wrecking ball schoten, hoe ze liever Flowers voor zichzelf kopen, hoe ze zichzelf graag als de badguy zien en samen uitroepen dat we are going to live forever. Heel weinig durven nog zichzelf fragiel te presenteren in de liefdesmusical die het Leven heet.

Niet alleen is Davids debuutalbum inhoudelijk, verfrissend en gedurfd voor een verdoofde generatie - het wordt ook nooit saai. Sommigen zullen teleurgesteld zijn dat de rockster indruk heeft willen maken op zijn (letterlijke) Disney-vriendin. Ik denk dat het de popmuziek is die we anno 2025 even nodig hadden.

DeWolff - Muscle Shoals (2024)

poster
2,5
Ik ga misschien wel iets gemeens zeggen. Gemeen, omdat sommige nummers op dit album echt wel van degelijke kwaliteit zijn. In Love is best aanstekelijk en Natural Woman is ronduit goed.

Maar de rest lijkt toch te luisteren als dertien bluesrock-nummers in een dozijn. Tijdens het luisteren denk ik soms: is dit niet gewoon een B-Nummer van The Black Keys? Heeft Alabama Shakes deze niet al eens gezongen? Maar dan hoor ik de iets te geforceerde "look-at-me-singing-blues"-stem van de Limburgse zanger en luister ik naar het toch wat clichématig C1-niveau Engels (d.w.z., een taalniveau dat bijna moedertaalniveau is, maar toch nét niet vloeiend genoeg is om poëtisch te weten zijn).

En op dat moment weet ik weer dat ik naar een Nederlandse band luister die zó graag Amerikaans wil klinken, dat ze er helemaal voor naar Alabama zijn afgereisd. Alabama zelf zal er waarschijnlijk niet heel erg geïnteresseerd in zijn: de zuidelijke staat heeft vast nog twintig andere, Amerikaanse, kroegbandjes rondreizen die dezelfde kwaliteit leveren. Daarnaast rijden er ongetwijfeld ontelbare oude rockbands rond door de Verenigde Staten die veel overtuigender de eigen roots van de Amerikaanse bluesrock weten te vertalen op het podium.

Het album is dus niet slecht, zelfs niet matig - het is een mooie zes komma nul qua luisterbaarheid. Maar de vraag die blijft hangen is: waarom? Waarom zou je als Nederlandse, Limburgse, Laaglandse, West-Europese club witte jochies toch zo graag proberen het geluid na te doen van een wereld die nooit helemaal de jouwe gaat worden, daar vervolgens niks nieuws en eigens aan weet toe te voegen, om dan te hopen dat er iets revolutionairs uit voortkomt? Daar krijg ik geen antwoord op. Muscle Shoals klinkt in alles als een ontzettend goed gelukt decor voor een Amerikaanse Western die, als je goed kijkt, overduidelijk in een Hilversumse studio staat en nooit écht het landschap van Alabama wordt.

Doechii - Alligator Bites Never Heal (2024)

poster
3,0
Hier staan toch een paar ijzersterke nummers op, waarbij Doechii een type vrouwelijke rapper laat zien die ik eigenlijk niet zo vaak heb meegemaakt binnen de Amerikaanse hip-hopindustrie. Nummers als Bullfrog, Death Roll and Slide zijn steengoed en juist in hun korte duur bijzonder krachtig.

Doechii wordt wat minder sterk als ze zoetsappig wordt.

Anxiety, een nummer dat volkomen terecht wordt afgezeken op sociale media, is een ronduit verschrikkelijke cover van Gotye's Somebody That I Used to Know. Het nummer blijft als onaangenaam plakkerige kauwgum aan je oor hangen. Één specifieke meme die boekdelen spreekt is van een meid die vol spanning de intro aanhoort bij het aanzetten van de autoradio en opgelucht adem haalt wanneer ze de stem hoort en het Gotye's origineel blijkt te zijn. Als Anxiety vooral "anxiety" bij ons had willen opwekken, dan heeft het z'n doel ruimschoots gehaald.

Dat gezegd hebbende blijft Doechii's Alligator Bites Never Heal een geweldig sterke mixtape. Had ze de bovenbenoemde bonustrack van haar lijst afgehaald (waarom wij überhaupt nog met bonustracks werken in het Spotify-tijdperk is me sowieso een raadsel), dan had het album een dikker cijfer van me kunnen halen.

Dusty Springfield - A Girl Called Dusty (1964)

poster
4,0
Zou Amy Winehouse kunnen hebben bestaan zonder Dusty Springfield - die als eerste bewees dat niet alle Britten stijf zijn, maar sommigen hun leed kunnen uiten in goede, vettige soul? Hoe dan ook, Dusty levert geweldig werk en wordt toch wat onderschat doordat zij in de late zestiger jaren wel veel werd overschaduwd door landsgenoten die losgeslagen puberrock verkozen boven het verfijnde. Tegelijkertijd is Dusty’s stem - vooral in dit vroeger werk - een gevaarlijke gespannen draad waar je makkelijk van af valt: een paar keer zingt de nog jonge Dusty bijna vals. Bijna - waardoor het precies goed is. Het ene nummer is wat sterker dan het andere, maar over het algemeen is A Girl Called Dusty een goed gesmeerde soultrein die geen rode wijn nodig heeft.

Feu! Chatterton - Labyrinthe (2025)

poster
3,5
Feu! Chatterton blijft gelukkig verrassen - al lijkt de Parijse groep nooit meer zo sterk te worden als in hun vroege jaren. Dat gezegd hebbende boeit Labyrinthe en verveelt de stem van Arthur Teboult nooit.

In de muziekindustrie vind ik dat we ietwat onschuldige cultuurangst mogen toestaan. Zo uit Tha)Sven hierboven een zekere muzikale Francofobie - en die heb ik zelf niet. Maar zelf ben ik dan stiekem inmiddels een voorzichtig Anglofoob geworden; ik vind dat het lange Britse muziektijdperk van The Beatles (mijn eeuwige favoriet - dat dan weer wel) tot aan, pakweg, Arctic Monkeys inmiddels toch wel tot een einde is gekomen, nu de meeste Britse indiebandjes een soort reflectie zijn geworden van dat ironisch, regenachtig eilandvolk waar alle muziek een soort onoriginele parodie van zichzelf is geworden (look at me being British - also, fuck the Queen - but also, not really).

Enfin, Francofoob of Francofiel (de laatste, dat durf ik hier wel toe te geven, ben ik), Sven maakt een goed punt: dit album is Franser dan Frans. En met Franser bedoelen we natuurlijk niet Franser dan stokbrood en wijn. We bedoelen dat dit album Franser is dan brandende auto’s in een Parijse buitenwijk en Franser dan versleten gele hesjes die gedragen worden door gefrustreerde jongeren bij een bushalte van een verpauperd dorp in het Noord-Franse platteland.

Feu! Chatterton is rauw én dramatique, teleurgesteld én hoopvol, liefelijk én revolutionair. Een mooie hedendaagse echo op de grootste Rock & Roll-artiest die Frankrijk (en misschien wel Europa) ooit heeft gehad: Édith Piaf.

Allons voir, La Labyrinthe en Mille Vagues zijn de onbetwistbare parels van dit album, terwijl sommige tracks een beetje rommelig aanhoren. Dat weerhoudt dit album er niet van om een van de bescheiden hoogtepuntjes van 2025 te zijn geworden.

Fuffifufzich - Feel zu Spät (2025)

poster
4,0
Fuffifufzich is volwassen geworden en is inmiddels wel wat meer dan de Berlijnse hipster-ironie die ze in haar eerdere werk doorduwde. Enerzijds weet Fuffifufzich een goede Stromae-balans te vinden. Dat heet: kritisch en zelfreflectief aan de ene kant en dansbaar voor de club aan de andere kant.

Anderzijds weet Fuffifufzich iets neer te zetten dat veel Duitse musici niet kunnen: de muziek is ernstig én humoristisch tegelijkertijd. Terwijl de Duitse indiescene toch snel vervalt in Böhmermann (komedie) versus Paul Sies (zwaarmoedig), weet Fuffifufzich lichtheid en zwaarte op een evenwichtige manier te brengen in een cocktail aan eigentijdse pop versus 2000-nostalgie. De muziek an sich heeft er niets mee te maken, maar qua lyriek doet het in die zin denken aan het bekendere (oude) werk van Peter Fox.

Fuffifufzich is ook een pijnlijke herinnering aan het gegeven dat ik oud ben geworden: dat Gen-Z de jaren rond 2005 al ervaart als een ver-van-je-bed-nostalgie terwijl voor mij dit het jaar was dat ik de allereerste tracks toevoegde aan mijn iTunes-bibliotheek is nog altijd enorm wennen voor me. In 2005 voegde ik als twaalfjarige als eerste nummer in die bibliotheek Push The Button van de Sugababes toe. Voor mij is Sugababes vooral dus nog steeds een band die al een tijdje "uit de mode" is - voor de Fuffifufzich-generatie is het eigenlijk al een stukje popgeschiedenis dat als nieuwe bril fungeert om een eigen plaatsje te claimen in de hedendaage popindustrie.

Hoe dan ook: een dikke aanrader dit, met Feel It, Lack Again en natuurlijk het tranentrekkende Ich Liebe Dich Evtl. Für Immer als hoogtepunten.

James Brown - Live at the Apollo (1963)

poster
3,5
James Brown weet blijkbaar ook zijn vroege concerten op te voeren als een goed gestroomlijnde locomotief die puffend, heigend en soms denderend door een landschap van vroege funk, brute soul en opgehitst publieken heenslingert. Het wordt op momenten frustrerend om geen beeld te hebben van dit optreteden, want waarom horen we zo vaak moeilijk te plaatsen golven aan gegil en geschreeuw uit het publiek komen? Welke ledematen gooit Brown nú in de lucht? Welke blik wierp hij zojuist naar de voorste rij in het publiek? Of, zoals Kos eerder zei:

Kos schreef:
Ik was liever bij dit concert geweest dan bij Woodstock.


Dat had ik graag ook gewild. De wildheid van dit concert is écht ongekend voor het nog erg brave Amerika van 1963. Vijf jaar later was het een doorsnee concert geweest in een zwart-progressieve wijk. Maar of die wildheid ook echt past bij een beeldloze langspeelplaat - zonder beeld = is een open vraag die ik niet goed weet te beantwoorden.

Jerry Lee Lewis - Live at the Star Club, Hamburg (1964)

poster
3,0
Money is een geweldig nummer en buitensporig ruig voor die tijd. Whole Lotta Shakin’ Goin’ On en Great Balls of Fire zijn lang niet zo geniaal, maar wel lekkere Rock & Roll-nummertjes. Verder is Jerry Lee Lewis’ sterkste album toch stiekem een beetje dertien in een dozijn. Zonder daar te zuur woke over te worden, had Lewis toch vooral gewoon zijn huidskleurtje mee (iets dat ik bij hem altijd graag benoem omdat hij - in tegendeel tot blanke tijdgenoten Elvis Presley en Johnny Cash - een overtuigd racist was). Jerry Lee Lewis is daarmee vooral een belangrijk stukje Amerikaanse popgeschiedenis (een van de keerpunten waarbij zwarte muziek salonfähig werd voor witte Amerikanen), maar verder valt hier weinig interessants over te zeggen (behalve dus Money - wat een geweldig nummer).

Lola Young - This Wasn't Meant for You Anyway (2024)

poster
4,0
Dit is een ijzersterk album waarbij Lola Young, wellicht tegen haar eigen verwachtingen in, de stem van een nieuwe popgeneratie weet te verwoorden. Haar kwaliteit komt soms akelig dichtbij de koningin van de huidige popmuziek anno 2025, Billie Eilish. Maar Lola Young weet vooral ook haarzelf te zijn, zonder daarbij te geforceerd authentiek te willen zijn (een vibe die ik helaas veel te veel hoor en zie in de huidige popmuziek).

Melodic Fool schreef:
'Messy' is pop perfectie!


Messy is inderdaad het hoogtepunt van dit album. Maar ook Intrusive Thoughts, Conceited, FUCK, WALK ON BY en Good Books definiëren wat goede popmuziek goed en poppy maakt: de emoties zijn tijdloos, maar het geluid is onmiskenbaar 2025. Ze brengen een vreemde, bijna paniekerige melancholie naar de jaren tachtig en negentig aan de man, toen het leven van een puber veel minder complex leek, en vermengen deze met een donkere maar relativerende ondertoon die onlosmakelijk deel uit maakt van de hedendaagse popmuziek. Een viertal nummers op het album is niet benoemenswaardig en kunnen wat mij betreft overgeslagen worden. Maar dat neemt de kracht amper weg van dit verder ijzersterke popalbum. Lola Young staat en valt niet meer om!

Lucio Corsi - Volevo Essere un Duro (2025)

poster
3,5
Veel van wat aERodynamIC hierboven zegt behoeft geen herhaling te worden in mijn korte recensie. Elton John werd genoemd. Zelf dacht ik aan een Mediterrane David Bowie. Hoe dan ook: Dit is gewoon een erg goed stukje ouderwetse symfonische rock - een genre waar ik trouwens uit de authentieke tijd (de jaren zeventig) weinig Italiaans werk van ken. Dat kan ook aan mijn tekorten liggen. Een aantal hoogtepunten van Lucio Corsi’s Eurovisie-plaat zijn de binnenkomer Tu Sei Il Mattino, het meeslepende Situazione Complicata en natuurlijk de singel waarop hij kandideerde: Volevo Essere un Duro.

Tegelijkertijd wordt het album bij vlagen ook wat carnevalesque. Wat ik daarmee bedoel is: het is één ding om anno 2025 volledig te worden beïnvloed en geïnspireerd door de hoogtijdagen van de symphrock. Maar het lijkt op deze plaat wel dat Lucio Corsi heeft besloten te doen alsof we ook echt in 1975 leven. De teksten - zelfs de clips met oudbollige boze ouders, paniekerige priesters en rockende babyboomkinderen - lijken uit die tijd te stammen. Hierdoor zegt een stemmetje in mij: maar hoe relevant is dit nou vandaag nog? Daardoor vind ik het allemaal soms net iets te theatraal en te fictief aanvoelen - en trouwens ook minder gedurfd. Want het is pas écht interessant als je je jaren 70-nostalgie (welke Europeaan heeft die niet?) toe weet te passen op de tijdsgeest van vandaag. Dan heb je een postmodern stukje popmuziek te pakken. Nu heb je een nostalgisch oeuvre.

Dat mag de sfeer overigens niet bederven. Lucio Corsi’s Songfestival-plaat is geslaagd - en levensvatbaar! Ik zal ‘m zowaar volgend jaar weer eens opzetten! Dat is een unicum tussen de Zwitsers-Bazelse gedrochten van het festival dit jaar.

Solomon Burke - Rock 'n Soul (1964)

poster
4,0
Solomon Burke is een van die artiesten waar ik op mijn 32ste leeftijd met gepaste schaamte van moet toegeven dat ik hen nu pas goed leer kennen. Eigenlijk levert Burke met deze plaat precies de juiste cocktail aan liefde, warmte, verdriet, boosheid, onrecht en hoop die het tot een ideale Soul-ervaring maakt. Solomon zingt op z'n best in de meest fragiele en breekbare liedjes: Can't Nobody Love You, Won't You Give Him (One More Chance), Cry to Me, If You Need Me en You can't love em all zijn memorabel. Maar ook de rest van de plaat luistert heerlijk weg.

Stereolab - Instant Holograms on Metal Film (2025)

poster
2,5
Zoals bij de meeste Stereolab-albums, vind ik een paar sterke pareltjes te midden van een verder troebel vijvertje aan aventgardische experimentjes. De parels (in dit geval vooral Aerial Troubles en Colour Television) gaan meteen in mijn grijsdraaiende afspeellijst, maar het ander werk wekt toch vooral irritatie bij me op na een eerste voorzichtig gevoel van nieuwsgierigheid. De zangeres mag haar onhandige manier van zingen op de sterkste momenten kunnen presenteren als bewuste authenticiteit in een charmant Frans accent, maar op de zwakste moment van Instant Holograms on Metal Film voelt die stem vooral amateuristisch en vervelend. Sorry, Stereolab, in het tijdperk van kunstmatige intelligentie moeten de instant holograms toch met betere kwaliteit komen om nog memorabel werk te kunnen leveren.

Suede - Antidepressants (2025)

poster
3,0
Aardig plaatje! Suede in de vroege jaren vond ik toch een vrij irritant bandje; de muziek poogde een donkere ondertoon te hebben maar de nog wat puberale stem van de zanger maakte dat toch niet zo’n geloofwaardige combinatie. Die volwassenheid zit er inmiddels in. Het album is heel van hetzelfde, maar drie nummers vind ik er wel lekker uit knallen: Dancing with the Europeans, Disintegrate en Trance State gaan direct mijn favorietenlijst op - de rest van Antidepressants is toch wat minder memorabel.

The Rolling Stones - The Rolling Stones (1964)

poster
2,5
The Rolling Stones, en hun gelijknamig debuutalbum, zijn van ongekende waarde voor de Britse en Angelsaksische rockmuziek geweest. Vijf rebelse pubers die, ondanks hun bleke huidskleer, durfden de zwarte bluesmuziek op te pakken en die te delen met een breed publiek. De ironie van de Amerikaanse popcultuur is dat witte Amerikanen Britse blanke jochies nodig hadden om geïntroduceerd te worden tot de zwarte muziek van eigen Amerikaanse bodem. Dit debuutwerk is buitengewoon ongegeneerd. Het klinkt buitenproportioneel rebels voor het jaar 1964, een jaar toen Doris Day nog met haar boterzachte altstem Let It Snow! zong op de Amerikaanse hitlijsten.

Maar dat is de historische waarde van deze langspeelplaat. Kunnen we die historische waarde echt scheiden van de muziekkwaliteit? Nauwelijks, zullen veel muziekliefhebbers beamen. En toch ga ik proberen de balans daar tussen op te zoeken.

Dit album is voor een alledaagse dag (zeg maar: zomer in de achtertuin, rijdend over een regenachtige snelweg, bierdrinkend in een knusse kroeg of PowerPoint-werkend in een kantoor) eigenlijk ronduit verschrikkelijk. Mick Jagger schreeuwt echt, en niet op een charmante manier. In iedere andere schoolband zou Mick de deur zijn gewezen.

De liedjes zelf zijn van ongeloofijk antropologische waarde: het is eigenlijk amper voor te stellen hoe deze Londense pubers de zwart-Amerikaanse bluesmuziek uit de stoffige hoeken van de Britse hoofdstad wisten te vinden! Zónder internet, mét de nodige mediacensuur.

Maar artestiek is het niet om aan te horen. Als ik de jongens hoor blèren over Route 66, krijg ik niet de kicks, totdat ik de originele van Bobby Troup opzet. De I Just Want to Make Love to You-cover zorgt er bij mij vooral voor dat ik de Muddy Waters-origineel wil luisteren. En eigenlijk is de Stones-uitvoering van Mona (I Need You Baby) een verschrikking vergeleken met de 1957-single van Bo Diddley.

Voor de babyboomgeneratie, en wellicht ook nog wel de nasleep van vroege Generatie-X-rockliefhebbers, kan dit album vast en zeker veel nostalgie opleveren. Hoewel ikzelf inmiddels ook de dertig ben gepasseerd, deel ik die generatie, noch die nostalgie; waardoor ik onoverkoombaar anders naar dit album luister.

Het is, vanuit mijn weinig nostalgisch oogpunt, vooral een erg bewonderenswaardige collectie aan hoogtepunten uit de klassieke Amerikaanse R&B-scene van de vijtiger jaren. Des te bewonderenswaardig is het album als je de achtergrond van de Londense jochies kent. Vanuit een bijna-academisch oogpunt (antropologisch, sociologisch, cultureel-historisch) verdient dit album een hoog cijfer. Muzikaal gezien verdient dit album een veel lagere beoordeling.

En dus geef ik het album een 2.5. Omdat de geschiedenis ook gehonereerd moet worden. Ook als die niet geschiedenis niet om aan te horen is.

The Sonics - Here Are the Sonics! (1965)

poster
3,5
Ik ken weinig bands die zo ongegeneerd stoer de wiled zestiger jaren symboliseren als The Sonics. Veel meer nog dan The Rolling Stones laten deze jongens je hart harder kloppen - ook anno 2025 kunnen een paar parels op dit album je nog uit bed schutten, en dat is knap gezien de gigantische veranderingen in het rocklandschap sinds het oprichten van deze band. Vooral het startschot van eht album, The Witch, is gruwelijk goed. Er lijkt bijna een profetische Drum & Bass in het nummer. Andere steengoede nummers zijn Have Love, Will Travel and Strychnine. Toegegeven, na een tijdje vervelen de nummers ook wat. Ze lijken toch veel op elkaar. Al bij al blijft dit een ijzersterk stukje vroege rockmuziek.

Wannes Van de Velde - Het Beste Van (1989)

Alternatieve titel: Master Serie

poster
3,0
Voor de eerste keer Wannes Van de Velde luisteren vergt enige gewenning voor aleer je het echt kan waarderen. Maar ik begin langzaam te wennen! En: Mijn Mansarde. Wat een nummer is dat! Daarvoor was één luisterbeurt genoeg.

Wet Leg - moisturizer (2025)

poster
3,5
Een aantal nummers op dit Wet Leg-album blijven hoogtepuntjes uit het turbulente 2025-jaar. Toch vind ik dat de energie halverwege Moisturizer er een beetje uit gaat. De allersterktste blijvertjes van dit album zitten nagenoeg allemaal aan het begin. Hoogepunt blijft de bijzonder originele aardverschuiver die Catch These Fitsts heet.