MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van henrie9. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026

Ivy Falls - Sense & Nonsense (2024) 4,5

31 maart 2024, 17:40 uur

Ze had het eerder al gladjes geprobeerd met pop, dan weer kleurde de elektronica haar eerste epeetjes. Maar toen keek Fien Deman, de Vlaamse muzikante achter Ivy Falls, zichzelf diep in de ogen en kwam ze te zien wat ze eigenlijk veel liever wilde. Komt ze zo met 'Sense & Nonsense' ineens met een heel andere plaat voor de dag. Een met een ongerepte warme sound van de singer-songwriters uit haar jeugd, behaaglijk geluid vol prachtige eenvoud dat meteen haar hele debuutalbum vult. Een zwenk dus naar bijna puur akoestische indiefolk, in drie jaar gegroeid met vallen, opstaan en weer doorgaan. Met tal van songs die jaren geleden al ontkiemden en pas helemaal op het einde het fiat kregen. Een stap die ze nu uiteindelijk vol zelfvertrouwen durft te zetten, helemaal ondersteund door Bram Vanparys, haar lief sinds vier jaar. Hij, The Bony King of Nowhere, vond met het album 'Everybody Knows' onlangs al met succes zijn eigen stiel heruit. Voor vrouwlief zette hij zich voor het eerst gidsend achter de knoppen, speelde mee en arrangeerde Fien's melancholie haast perfectionistisch alsof het helemaal voor hemzelf was.

'Sense & Nonsense' was bij de bron inderdaad Fien's break-upweemoed en werd bij uitbreiding het volgroeid afsluiten van een stuk verleden, een hectische etappe in een jongmensleven, naar aanleiding waarvan haar gedachten terugkeerden naar haar al voorbije jaren als twintiger. Scheiden van zin en onzin, de plaattitel was geboren. De periode ook waarin ze haar job opzij zette om op eigen houtje in eigen huisstudio gitaar en piano te gaan leren. Hetgeen dan met veel drang en bijna op natuurlijke, intuïtieve wijze leidde tot al die fonkelende juweeltjes van songschrijverschap die hier op 'Sense & Nonsense' hun volle rust en charme mogen uitstralen.

Neem de stersingle 'Golden', die opent met zachtgedempt wegtikkende percussie en even zacht elektrisch gitaargepingel. De frêle stem van Ivy Falls valt er in en heeft het ingetogen over bevrijding, loskomen en het terugvinden van de geluksweg. Over het gewicht ook dat van schouders afvalt waardoor, door de vrijheid van de voortgang, op den duur een afgesloten levensfase toch in een 'gouden' schijn mag oplichten. 'Golden', zoals het hele album door overigens, ingetogen, opgesmukt met piano, fijngevoelig ondersteunende backing vocals en her en der frisse Sufjan Stevensviooltjes. Net als het artwork van het album, een artieste op een ladder, treden hoog balancerend temidden van sprankelende natuur, reikend naar de machtige boom in gevecht met zijn vlierbloesems en klimrozen. Net als haar songversterkende video's badend in zomers groen. Mooie ontspannende sites voor de onthaasting, dat zijn de idyllische plekken waar een artieste als Ivy Falls zich helemaal voelt toe aangetrokken.

Doorheen het slowjazzy 'Water' vloeit wijfelend het water waarvan relatiebreuken helen. Ivy Falls nog engelachtiger dan Adrianne Lenker op haar bebloemde 'Songs'-album. Met hemelse backgroundvocals en pianoaanslagen voor een loungy avond. Helemaal om ontspannen op mee te deinen. Pakkend.

'Sense & Nonsense', een album als oefening in ongekunsteldheid. Zo vanaf de beheerste elektriciteit die Fien's break-upsong 'Time' mag inleiden. Wat volgt kon wel een schitterende Suzanne Vega zijn en het geweldige 'Willing' wordt de statige pianosong waarin Ivy Falls haar gevarieerde stembereik mag etaleren. Of 'Don't Wait', met bijna een betekenisvolle ondertitel in de aanhef: "I did'nt make plans for you and me". Twee minuten sfeer fraai gecondenseerd in een megakorte pianosong.

De intrigerende harmonie van tweede single 'Strange Way' ontroert en weet zich voor je 't weet te nestelen. Sober getokkelde akoestische gitaarakkoorden en verder erachteraan de spaarzaam invallende pianonoten, verzachters van de hardheid van haar introspectie. De hartepijn en stress omwille van het door anderen geleefd te worden. Kleren aan, kleren uit, zie daarvoor haar jachtige video, de symbolische stappenreeksen gerythmeerd als in die oude stomme film.

De derde single is een groots, zwevend gearrangeerd 'Blue', met nederige gitaar, piano en drums. 'Blue', een gevoelige vertaling van een mindere levensfase, het zoeken naar een andere kleur dan blauw. Het opgroeien en zoeken naar een way-out, wegzwemmen uit de stressgevende patronen. Met Fien's etherische stem recht mee de hemelen in.

De in behaaglijke folk gearrangeerde single 'Not Cool' is de eerste track die ze schreef in de periode toen ze zichzelf gitaar aanleerde. Versterkt met achtergrondzang en mooie elektrische gitaar en piano van The Bony King of Nowhere. In de video schiet Fien gericht haar pijlen af. Een sleutelsong over een scharniertijd waarin haar leven, persoonlijk en creatief, volop anders werd.

Ook in 'Lists' is Ivy Falls helemaal 'stuck in the chaos of things'. Haar ijle stem gaat weer solo, waardig omgeven door de keyboards. Een nevelige promenade sierlijk overgenomen door klarinet en die altijd stijlvolle backings.

Afsluiten in volle mysterieuze schoonheid met 'Lemons', zes minuten lang zalig wegchillen tussen transcenderend orgelende keyboards en plechtige piano, traag aanzwellend, weer wegdeemsterend, tussen het verre geroezemoes van wel honderd stemmetjes. Fien staat er weer alleen voor haar spiegel en ze zweert het finaal allemaal af, "the war of my life", "the knife in my heart", "the pin through my brain"... Een heerlijk hoogtepunt, een dromerige slow motion om de plaat passend uitgeleide te doen.

'Sense & Nonsense' is aldus een album geworden vol aangrijpende miniatuurtjes waarmee Ivy Falls met terechte trots haar nieuwe muzikale identiteit aan de buitenwereld mag tonen. Ze komt met een diep, intiem album waar we voor het eerst in haar carrière de stukjes netjes op hun plaats horen vallen en waar de songs als in een ballet van harmonie van de ene naar de andere overglijden.

Er is daarbij vooral dat delicate, feeërieke stemgeluid van haar. Dat prachtige instrument dat dan ook in elke song spontaan de voorgrond neemt. Samen met al die seizoenfrisse harmonieën klinkt 'Sense & Nonsense' als één organisch, evenwichtig geheel.

De volwassen terugblik van Fien Deman is door haar alias Ivy Falls omgezet in een muzikale coming of age. Een innemende vocaliste die zich op lieflijke wijze transformeert tot pure singer-songwriter. Elders zijn er uiteraard ook al de Adrianne Lenkers, Mitski's, boygeniussen of First Aid Kits van deze wereld. Maar eens om de zoveel tijd introduceren ook de Lage Landen hun hoogvliegers met albums als dit 'Sense & Nonsense'. Ivy Falls die met alle zintuigen open de problemen duidt van haar generatie en die weet te ontroeren door het contact dat ze vindt met haar emoties. Haar 'Sense & Nonsense' is de onberispelijke uitstalling van een reeks gestripte, gedempte songs. Gedrenkt in cryptische lyrics die het tijdsbeeld en de kwetsuren en lidtekens van een prille biografie weergeven. Veel indringende, geblesseerde donkerte erin wel, maar daarnaast evenveel licht aan het einde van de tunnel. Ivy Falls beklijft in al haar authenticiteit en oprechtheid. Na een paar draaibeurten wordt 'Sense & Nonsense' als vanzelf een intens, verslavend plaatje.

Dit is zo al het vijfde album waarmee het Vlaamse Unday-label zijn onwaarschijnlijk heftig voorjaar beleeft na de onverdeeld sterke releases van Het Zesde Metaal, The Bony King of Nowhere, Porcelain id en BLUAI. Met deze onbevangen Ivy Falls hebben ze hier daarbovenop nog de eerste zwaluw die echt de lente maakt.

Ivy Falls zijn live:
Fien Deman - vocals, gitaar
Simon Raman (Steiger) - drums
Trui Amerlinck (Tsar B) - bas
Jasper Morel (Black Box Revelation) - gitaar
Anton De Boes (Philemon) - gitaar

» details   » naar bericht  » reageer  

Elbow - Audio Vertigo (2024) 4,0

29 maart 2024, 13:16 uur

Straks een kwarteeuw in de running en intussen alweer trots daar met een tiende album: de Britten van Elbow met hun 'Audio Vertigo'. Blijken ze deze keer bovendien een richting ingeslagen waarbij er eindelijk weer wat pit en punch door hun pipelines stroomt. Edoch, Elbowfans, geen paniek, al is dit speelse album groovy en ongeremd, veel is tegelijk ook knus en hetzelfde gebleven. Niet in het minst het teddybeergehalte van de altijd lieve en joviale frontman Guy Garvey, 50 intussen, die als altijd met zijn présence ook alle radiostudio's van hier tot in Mexico met verve inneemt.

Vanaf de diepe gitaarakkoorden van opener 'Things I've Been Telling Myself for Years' klinkt veel op 'Audio Vertigo' rockend. Maar niet in het minst ook warmer en zuiderser, getuige de opvallende percussie en het energieke blazerscombo op de stuiterende nieuwe Elbowklassiekers 'Lovers' Leap' - over een dubbele zelfmoord! - en het vrolijke synthsgedreven hoogtepunt 'Balu', vanaf zijn indrukwekkende intro helemaal gericht aan de vrienden. Jawel, zo wordt het nu zelfs een keer dansen op Elbow. De ellende in de wereld even vergeten, zei Garvey minzaam, wie had zoiets ooit gedacht.
 
Er zitten drie intermezzo-songs in, '(Where Is It?)', 'Poker Face' en 'Embers of Day', leuke niemendalletjes waarrond alle prijsbeesten netjes gerangschikt liggen. Samen 39 minuutjes toch maar, want ook Elbow werkt tegenwoordig opnieuw op vinyllengte.

Volgt na het ijzersterke openingstrio het sfeervolle funky 'Very Heaven'. Dat klinkt bijna bovenaards met zijn fraaie gitaren en net zo hip is 'Her to the Earth'. Zweverig pompende synths, die uitblinken tussen hypnotiserende ambient en elegante Guy Garvey-pop. Het schuivende 'The Picture' is even pakkend proggy als catchy. 'Knife Fight' dan weer is een groovy swinger met grandioze gitaren, zomaar wrang over een messengevecht in Istambul.

Applaus op alle banken dan voor de op uiteenlopende elektrische snaren drijvende 'Good Blood Mexico City'. Tussen opzwepende rockfestivalriffs een heuse ode aan Mexico City, waar hun fanbasis groot is en tevens tribute aan Taylor Hawkins. Een compositie de Foo Fighters helemaal waardig.

Afsluiten met een tedere Garvey die het in het bijna zes minuten lange 'From the River' nog uitgebreid over zijn zoon heeft. Dromerig met hem wegmeanderen als op een rivier tussen de heuvels.

Er zit dus blijkbaar nog heel veel leven, vreugde en spelplezier in dit Elbow. Ze maakten vanaf de eerste noot weer een hoogstaand album dat als altijd vintage Elbow klinkt. Er is die uitzonderlijke, vaderlijke stem van Garvey die de plaat door schittert als een vertrouwde Peter Gabriel op zijn best. Zijn lyrische mijmeringen zitten vol gevoel, tederheid en Britse flair. Bovendien wordt hij door een band klassebakken-musici perfect gediend en in evenwicht gehouden. Bijzondere rol daarbij voor de jongste Elbower, de altijd creatieve huidige drummer Alex Reeves, die zich met al zijn complexe ritmes intussen volledig in zijn sas voelt in het gezelschap.

'Audio Vertigo' is daarmee even toegankelijk als avontuurlijk geworden. Het zit toch maar weer eens vol geweldige, spannende composities. Globaal zullen ze er wel mooier mee gedijen op het rockpodium dan tegenover de comfortabele schouwburgfauteuils. Maar het blijven immer coole Elbow-melodieën die vastpakken, songs die verfrissen met hun ritmes en subtiele arrangementen. Een resem nieuw materiaal dus vol contrasten en met weer, net als in hun early days, flarden experimentele randjes.

Mooi zo. De kameleons van Elbow zijn nog steeds niet van plan om slaafs te gaan conformeren, dus blijven ze al verkennend plaat na plaat gewoon glansrijk zichzelf. Gegarandeerd in alle geval, straks op de wei of in de arena, die immer glimlachende Guy laat je met de handjes meedeinend in de hoogte ook dit gehele 'Audio Vertigo' helemaal in perfect vierstemmige koren meescanderen. Als volmaakte remedie tegen elke opkomende audio-vertigo-variant.

Elbow is:
Guy Garvey - vocals
Mark Potter - gitaar
Craig Potter - keyboards
Alex Reeves - drums
Pete Turner - bas

» details   » naar bericht  » reageer  

Yard Act - Where's My Utopia? (2024) 4,0

6 maart 2024, 17:19 uur

Ze stonden al vooraan in het selecte rijtje met Idles, Fontaines D.C., Black Country, New Road, Squid, The Murder Capital,... : het Leedse viertal Yard Act. En nu, wat een zalig geregelde chaos toch op die moeilijke tweede van hen. Uitbundigheid erafspattend als van een flashy Cobra-schilderij. Een flitsend Zappaïaans experiment? Ha, olijke Gorillaz-man Remi Kabaka zat mee achter de knoppen. Nam die hen op sleeptouw? Of ook het nieuwe popicoon Raye? Of eerder nog de woelige meesterwerken van Kendrick Lamar en zijn verwoed samplende vrienden? Nu, hier bemerk je toch wel meer vage sporen van hiphop (zo in opener 'An Illusion' of in 'The Undertow'). Maar hoezeer onorthodox ook buiten de lijntjes kleurend, Yard Act is op vandaag evenwel toch meer een swingend dance-punk rockalbum geworden, waarbij ook enthousiast disco wordt aangesleept en dat uitpakt met een trukendoos vol aanstekelijke verrassingen in de achtergrond.

Zo presenteren ze hun 'Where's My Utopia?' als een hoogst maffe totaalsoundtrack, met heel veel branie en tegelijk met een zo dagdagelijks mogelijke naturel. Hun leven zoals het intussen is, niet alleen in het grijze land van Charles en Camilla, maar tussendoor ook songwritend hoppend wereldwijd. Dit alles recht uit de mond van een als altijd zelfspottend reflecterende frontman James Smith. Hij erfde al de nasaliteit van Beck en in Yard Act maakt hij van kletsen met stijl een deugd. 'Where's My Utopia?' met veel schwung een polonaise van authentieke Britse ironie. Hun muzikale gouden eieren als 'We Make Hits', 'Down By The Stream', 'Dream Job', 'Petroleum' of 'When The Laughter Stops' liggen daar dan zomaar tussenin hun luchtige sketcherij te grabbel. Onverkort fantastische nummers van welke je na hun indrukwekkend debuut ook zomaar verwacht had dat ze die in zich hadden.

Deze keer wordt er hier ook echt wel meer gezongen, zelfs met z'n allen. Maar niet getreurd, er zitten nog behoorlijk wat stukken postpunk-spoken word in het pak. Waar ze gelukkig ook nog altijd schitterend mee wegkomen. Niet in het minst omwille van hun zorg voor de erbijgeleverde, mee-evoluerende klankband.

Zo is bijvoorbeeld de meer dan zeven minuten tellende, verbluffende toogbabbel 'Blackpool Illuminations' zelfs de sleutelsong van het album. Op het komische af, een heel stuk minder politiek, chilly, over ditjes en datjes, over z'n 'mam and dad', liefde en het krijgen van een kind, heel belangrijke items op de plaat. Des te meer dus over de James Smith die nu met zoontjelief net als hijzelf vroeger over de strip slentert in Blackpool. Samen terug in de voetstappen van de tijd. Om dan vervolgens filosofisch te constateren dat de toekomst zo op een vergelijkbare manier over het verleden heenstapt. Daarnaast de vaststelling dat hij ooit zelf op zoek was om vanuit persoonlijke diepten toch verder te kunnen groeien, je vastklampend aan utopische internethersenspinsels. Daarmee zitten we al heel dicht bij de titel van de plaat. Echt niet doen, declameert hij nu zelfanalytisch wijs, op inmiddels raphaastig tempo. Doorzetten in het onbekende biedt een stuk meer hoop op een haalbare toekomst. Smith zo bijna euforisch en op de afrobeats gaat zijn promenade naar zijn einde. Nu voelt hij zijn vrijheid als echt, perfect met een gezinnetje en gerealiseerde 'dreamjob. "Waarom me dus afvragen wat een hoop rukkers van 'album twee' zou vinden?". Maar ook dan is hij weer dubbel, want evengoed krijgt hij die op een moment 'alles' heeft bereikt net als voorheen toch nog zijn deel van de 'unhappiness'. 'Depression exists in the hour of succes', zoiets. Of hoe moeilijk het zelfs is om in een Mercury Prize-genomineerde band op te trekken.

De lyrics van 'Where's My Utopia?' liggen aldus bezaaid met van die autobiografisch ogende weetjes. Al zal - net als bij Bowie zaliger - misschien ook Smith nooit helemaal het achterste van zijn tong laten zien.

Klapper 'We Make Hits' is in plaats van een klucht vooral een stuk de geboortestory van Yard Act zelf en liefdebetuiging aan de echt samenhorige band tijdens het hele songschrijversproces van 'Where's My Utopia'. In 'Down by the Stream' zit Smith dan weer met een blik op zijn eikelverleden, want ook hij reed met zijn pestgedrag blijkbaar niet altijd een foutloos parcours. Een song met de drijvende power van House of Pain's 'Jump Around' en met heerlijk scheurende sax van Christopher Duffin.

In 'Petroleum' biecht hij op dat hij als uitgebluste performer mede door drankgebruik ooit eens volledig uit zijn rol viel. Boetvaardige Smith heeft sindsdien om zijn zelfbeheersing op te krikken - en ook om de toekomst van de groep te vrijwaren - effectief de drank afgezworen. 'Petroleum', compositie die naar hiphop ruikt en waaraan zowaar een industrialstaartje kwispelt.

De tol van de roem, die vlag dekt evenzeer de lading van 'Dream Job' en 'The Undertow'. Worden alle worstelingen van 'geslaagden' nu ineens luxeproblemen? Het poppy gezongen 'The Undertow' gaat nóg dieper en filosofeert over ieders gebonden zijn aan zijn eigen individuele wereldje en perspectieven én de quasi onvergelijkbaarheid daardoor met de leefwereld van anderen. Een doordenker.

Het sprankelende 'When the Laughter Stops' krijgt schone assistentie van Katy J Pearson die met haar stemmetje de hook van de song nog versterkt. Alles eindigt als op de creepy wijze van Michael Jackson's Thriller met een sinister belerend stukje proza uit Macbeth.

Met zijn veel meer uitgesproken groove is 'Where's My Utopia?' duidelijk Yard Act's klankbord van de hectische levensstijl van tijdens de recente periode na 'The Overload', het vorige album.
Hier ontvouwt zich een feest van creativiteit en sowieso een verslavende, coole luisterervaring. Verre van zo ernstig als uit de erover gedrapeerde introspectieve lyrics blijkt, is het ook letterlijk een funky feestalbum in de traditie van Talking Heads waar het manische spelplezier van het viertal eruit overstroomt. Hoor ook het gelach maar van de band op 'Grifter's Grief', met zijn sterke Gorrillaz-vibe, tussen de Tom Waits-cameo en de zwalpende sax in. Hier is een uitstekende Britse funband op zijn nonchalantst aan het werk en wel haast zo geschift als Madness.
Er is voor dit Yard Act echt leven na de postpunk.

Yard Act line-up:
James Smith - zang, synths, percussie
Sam Shipstone - gitaar
Ryan Needham - bas
Jay Russell - drums, mellotron, synths, samples

» details   » naar bericht  » reageer