Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van henrie9. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026
Psychedelic Porn Crumpets - Carpe Diem, Moonman (2025) 4,0
23 mei 2025, 07:48 uur
De Australiërs van de Psychedelic Porn Crumpets scoorden verleden jaar uitmuntend op Rock Werchter met de energieke wijze waarop ze stormenderhand het podium van The Slope innamen. Psychedelic Porn Crumpets - met klemtoon op het eerste deel van de naam - , waarvan kwatongen beweerden dat ze elkaar via hun wederzijdse drugdealer leerden kennen.
Psychedelic Porn Crumpets - Rock Werchter 2024
En zie, hier is de cool psychedelische bende van opper-guru Jack McEwan alweer, met een flitsend, mooi gedoseerd nieuw album, 'Carpe Diem, Moonman'.
De vooruitgeschoven singles, het rauwe stonersalvo 'Another Reincarnation', de even intense booster 'March On for Pax Romana' en de superleuke doordrammer, extatische half-parlandosong 'Weird World Awoke' waren al helemaal de bevestiging van hun gekende perfect in de hand gehouden verwarring. Een blitz-start en hop, onmiddellijk de wilde achtbanen op van meedogenloos psychedelische rock aan een verschroeiend mitraillerende snelheid, een en al complexiteit, vol ongebruikelijke ritmes en gitaarlijnen. Nog van dat met de echoënde grunge van 'Incubator (V2000)' of de broeierige knaller 'Out of the Universe Pours', alle passen ze precies in het heel directe rijtje.
Hun wervelende sound vol ideeën is trouwens aangenaam verwant aan hetgeen ook hun landgenoten, de experimenterende genieën van zowel Tame Impala als King Gizzard & The Lizard Wizard presteren, al inspireren de Crumpets zich ook op The Beatles en klassieke rockers als Led Zeppelin en Black Sabbath. Ze schilderen intens vanaf een gevarieerd palet vol kleurige popklodders, met weelderige woeste geluidsmuren, ze strooien hardrock-, stoner-, progrock- en metaltoetsen, tot en met experimentele jazz-elementen van het beste soort.
Er zit niettemin overal voldoende zuurstof in dit avontuurlijke album. 'Carpe Diem, Moonman', aldus McEwan, blaast je dus de ene keer de poort uit, dan weer word je meegenomen voor een ritje en nog een andere keer kom je gewoon op een leuke, boeiende plek terecht.
Onder die laatste ressorteren zeker het verfijnd twinkelende 'Qwik Maff', een staaltje van heel subtiele mathrock of helemaal tussen de rookslierten de rust en ontspanning van het dromerige 'As the Hummingbird Hovers'. En evengoed die andere pakkende psychedelische popsong 'Scapegoat' of de verademende oase 'Winter in Parachutes' dat inderdaad even gezellig sleept als een akoestische Oasis.
Biezonder tenslotte is ook die lange experimentele afronder 'Concrete & Cola'. Weelderig, ruimtelijk, vol aangename effecten als recht uit Pink Floyd's 'Atom Heart Mother' en met fluitende vogeltjes gaan ze de plaat uit.
Met Psychedelic Porn Crumpets heeft Australië er nog een grootse, al te weinig gekende live-band bij. Die staat met zoveel flair garant voor een opwindende mix van snuggere composities voor gitaar en synthesizer. Ze maakten met 'Carpe Diem, Moonman' een geïnspireerd album vol melodie, gelaagde harmonieën, stevige ritmes en verse wervelende transcenderende trips om met z'n allen op te raven. Enthousiasme is verantwoord.
Line-up:
Jack McEwan - zanger-gitarist
Luke Parish - gitarist
Wayan Biliondana - bassist
Chris Young - toetsenist
Danny Caddy - drummer
» details » naar bericht » reageer
Stef Bos - Kaartenhuis (2025) 4,0
20 mei 2025, 15:09 uur
Eerbetoon hier voor de grote Stef Bos. Want hij komt met zijn twintigste plaat en wat zit hij ons weer mooi dicht op de huid. Bos, de man die weet hoe je het nu, het later, de liefde, de leegte, het vuur, het zien, het donker, het licht, de storm, de kern of een papa bezingt.
De Nederlandse Tukker die daarmee ook Vlaanderen en Zuid-Afrika veroverde, die nu de kaap van de zestig al een paar jaar heeft overschreden en juist dan nog zijn leven ingrijpend zag veranderen. Zestig, het jaar dat zijn kinderen het auto-ongeval dertig meter diep van de Zuid-Afrikaanse rotsen hoogst bij wonder overleven, hij als vader het merkwaardigste meest surrealistische niemandsland betrad en na die eindeloze val in de leegte een oerschreeuw slaakte omdat dat allergrootste verdriet aan zijn horizon toch was afgewend.
Dan begrijp je hem als hij in zijn melancholische liedjes onvermijdelijk stilstaat bij het relatieve en het intense van het leven. Herken je het gevoel dat volop ademt in dit 'Kaartenhuis' en in de naam op zich van het nieuwe album. Meer passend kan ook niet voor de filosoof die van verwondering zijn carrière maakte, de milde zelfonderzoeker die al zijn hele leven zichzelf, zijn eigen afgelegde weg en zijn wereld in kaarten legt.
Ook die elf nieuwe ingetogen songs mogen er weer helemaal zijn. De minzame openingssong 'Kaartenhuis' over een break-up. Zelfs als het kaartenhuis instort vermoedt zeker Bos, half in parlandozang, erachter nog een nieuwe weg of een nieuw begin. 'Opeens Staat Alles Stil', die monumentale song en fragmentatiebom van ontroering. Des te meer meegenomen door zijn revaliderende zoon zweeft Bos, omgeven door waardige blazers, overheen de menselijke levensfasen van geboorte tot sterven. 'Eindeloze Stroom Gedachten', een zalige zomermijmering over kunnen loslaten. Als onder de sterren van een warme Afrikaanse nacht vloeit Stef Bos' onvoltooid verleden traag voorbij.
Als in de gewijde stilte van de Grote Sept van
Baelor, op de minimalistische piano van 'Leer Mij' leert Bos je te zien wat zogezegd onbereikbaar is. Zijn en ook onze ruimte is oneindig zolang je er telkens maar je grenzen in verlegt.
Het dagdromende 'Mijn Hoofd Zat in de Weg' bestrijkt het eeuwige gevecht tussen hoofd en hart, met Stef Bos daartussen koortsachtig zoekend naar het onverwachte en de vrijheid. Zoals wat verder ook in het hemelse 'Eindelijk Ben Je Vrij', een onbenoemd in memoriam, over een toestand van eindeloze onthechting.
'Het Verschil' is dan de Stef Bos-parade van de tegenstellingen, een vintage nummer dat in zijn verschillen weer de filosofie van die andere grote song 'Het Midden' oproept. In 'Vertel Mij Wie Ik Vroeger Was' zingt verder de man die aanvoelde dat hij te hard voor zich was uitgelopen, voorbij al die kleine momenten des levens die er ook toe deden. Voor de man Bos die nu eerst weer wil zien voor hij verdergaat, die probeert dus al die voorbije levenslagen er weer af te pellen.
Ook 'Het Leven Moet een Wals Zijn', naar een gezegde van zijn vader, is zo bewust en heerlijk als dat walsje dat zeker geen mars mag zijn. En daarmee Stef Bos' doeltreffendste tegengif wordt voor elke deprimerend kletterende oorlogsretoriek.
'Ik Zing' is een hymne voor het metier dat hem zoveel vrijheid verschafte, wellicht straks in de zalen evenzeer culminerend in deze pakkende samenzang. Bos heeft in een lied zijn publiek weer bij elkaar gebracht en in koor zingt zich dat finaal met hem nu de longen uit het lijf.
Het hemelse instrumentale kleinood 'Tijd Om Stil Te Staan', is een hoogstaand slot, een fragiel neuriënde piano-aftiteling voor de film van ieders leven, als een verstilde, indrukwekkende Arvo Pärt-compositie.
In dit 'Kaartenhuis' is Stef Bos, de grote woordkunstenaar met die uitzonderlijke en uitbundige verbeelding, voor de zoveelste maal opgestaan. Hij brengt zijn poëzie deze keer met ongepolijste stem en met rondom hem enkel spaarzame arrangementen. Met Tom Vanstiphout en Ruben Block, een gitaar, een piano, wat strijkers en blazers en geen bas of drums. Want Stef Bos was eraan toe, hij is op weg met een reis naar binnen, op zoek naar de rust en verstilling tegen de doorrazende tijd van veel teveel lawaai.
Hij wordt er dan toch steeds jonger mee in zijn hoofd. Dit 'Kaartenhuis' is dan wel zijn donkerste en bij wijlen diep ontroerende persoonlijke prentenboek, maar zo voert het hem uiteindelijk ongetwijfeld weer dichter bij zichzelf. Al is er altijd, overpeinst hij, meer wat hij nog niet weet, hij blijft de man die al pratend en zingend tot rust komt en die rust ook overbrengt. Daarom lopen bij Stef Bos de zalen altijd, keer op keer en naar verwachting zeker voor zijn 'Tijd Om Stil Te Staan'-tour ook zo vlug vol. Want dit is nu eenmaal een gouden jubileumplaat.
» details » naar bericht » reageer
Counting Crows - Butter Miracle, the Complete Sweets! (2025) 4,0
17 mei 2025, 22:22 uur
Zanger-songschrijver Adam 'ooit-Dreadlock' Duritz kent al lang geen haast meer. Hij maakt zich nul kopbrekens over de dikte van z'n songbook, maar maakt het dan tóch nog altijd waar(d) naar eender welke Crows-release te doen uitkijken. Zoals toen hij in volle pandemie in 2021 vanuit zijn Engelse isolement enkel het kleine, coole Suitje nr°1 met vier sterke songs loste. Zijn aanhang die Counting Crows toen al zovele jaren miste, was zelfs door een kleinood als dit onmiddellijk ingepakt.
Gevoelige nummers vintage Counting Crows en met wat van Duritz's fijnste poëzie eroverheen. Begonnen met de verrukkelijke rijkdom van 'The Tall Grass'. Alles erop liep suitegewijs van behoorlijk beheerst akoestisch op in intensiteit en virtuositeit. Met een subliem volgend 'Elevator Boots', Duritz aan de piano met zijn flegmatieke kijk op het tourleven. Een spetterend feest in 'Angel of 14th Street' met gospelzang en die uitzonderlijke trompetsolo om het allemaal te onderstrepen. Songs die als warm bloed in elkaar overvloeiden en uitmondden in een suitefinale met het verhalende 'Bobby And The Rat-Kings', waar de elektrische gitaren van de Crows nog eens tekeer gingen als waren het Lou Reed's rock en roll-animals.
Die songs waren in suitevorm al klaar vóór corona toesloeg. Nu verhuizen ze alle opgepimpt en mooi verenigd naar de staart van 'Butter Miracle, the Complete Sweets!', of - zo je het wil - naar de b-kant van je vinylplaat. Enkel de ondertitel 'The Complete Sweets' hint nog heimelijk naar de vervollediging van het suite-idee.
Want er was kort na 'Suite nr°1' een stilte ingevallen en de beloofde, nochtans al geschreven 'Suite nr°2'- de huidige songs 2 tot en met 5 - bleef uit. Met de lockdown was ook Duritz in zijn zwart gat getuimeld, een vertrouwenscrisis die hem minstens twee jaar lang blokkeerde. Een emotionele zoektocht naar z'n plaats in de muziek en die hem intussen ouder wordend deed terugblikken op wat al gerealiseerd was. Precies 'Angel in Real Time', plaat van Australische stadionrockers Gang of Youths waaraan hij toen meewerkte, deed hem voor het eerst in zijn carrière twijfelen aan zichzelf en hem zelfs al zijn klaarliggende muziek herschrijven.
Het resultaat mag er niettemin helemaal wezen. Vooraan, samen met het ruige 'With Love, from A-Z', een als laatst bij 'Suite 2' bijgeschreven openingssong, staan vooral rechttoe rechtaan hooky rocktracks voor de stadions. Zoals een ware Led Zeppelin-riffsong als het pompende 'Boxcars', met een mooi glamrocksausje eroverheen. Counting Crows heeft sedert neem zo maar 'Angels Of The Silences', 'Catapult' of '1492' in jaren niet meer zo driest het rockbeest losgelaten als op dit album. Allemaal Duritz' ontlading in hoogste versnelling na al zijn ellendige lockdownfrustraties.
Ook in de explosieve rockbandsong 'Spaceman in Tulsa' ga je automatisch op en neer met Duritz die als een zelfverklaarde 'motherf***ing rock'n'roll star' zijn piano geselt en met zijn hele gezellige bende samenzingt over de marginalisering in de VS.
Een meer als Pearl Jam groots uitwaaierende pianoballade is dan het heerlijke 'Virginia Through the Rain', dat 'A Long December' oproept. Een juweel van een song hier helemaal op sleeptouw genomen door die prachtig mijmerende soulstem van Duritz. Een net zo verbazend weelderig hoogtepunt is tenslotte de samenspeler 'Under the Aurora', dat met blazers en strijkers naar zijn melodieus hoogtepunt gaat.
En daarmee is Adam Duritz met frisse moed uit zijn dal gekropen en kon het pittige, achtste volwaardig album van Counting Crows uiteindelijk dan toch naar de persen. Een heuse staalkaart van hun intussen al 34 jaar durende vakmanschap. Vanuit de grunge helemaal naar hun unieke, meeslepenste anthem-rock'n'roll. Counting Crows, met een exceptionele frontman die als herboren en verlangend weer zijn verhalen brengt, een band met heel veel gevoel en diepgang. 'Butter Miracle, the Complete Sweets!', het bijeengebrachte album dat er dus zonder enig voorbehoud mag wezen.
» details » naar bericht » reageer
Natalia Lafourcade - Cancionera (2025) 4,0
13 mei 2025, 09:30 uur
Al heeft Natalia Lafourcade zo'n mooi Frans ogende artiestennaam, voluit heet ze María Natalia Lafourcade Silva. Ze is spaanstalig en is al vele jaren een gerespecteerde, gevierde, sociaal betrokken Mexicaanse zangeres, pianiste, gitariste en songwriter. Haar muziek werd omschreven als mix enerzijds van pop, rock en jazz met invloeden van Fiona Apple en Björk en anderzijds van de Mexicaanse en Latijns-Amerikaanse muziekstijlen die ze ook zo graag wil in stand houden. Met succes, want ze blijft de Grammy's en Latin Grammy Awards binnenrijven.
Na de pandemie, in 2022, kwam ze met 'De Todas las Flores' voor het eerst met een album met enkel zelfgeschreven songs. Over de cyclus van leven en dood en de energie van Moeder Aarde. Naar aanleiding van dat etherische succesalbum had men het over 'haar poëtische teksten, teder en kwetsbaar, recht uit het hart, met een stem met de kracht om de oceaan over te steken en door taalbarrières heen harten te raken.'
Net zo wordt ook dit nieuwe album weer een hoogtepunt. Nog meer dan ooit voert de intimiteit van haar stem en haar gitaar die aangename klank van vervlogenheid mee. Een geheel eigen sound versterkt met een volstrekt latijns instrumentarium en daarmee bevindt ze zich ergens tussen Lhasa de Sela en Ry Cooder met Omara Portuondo en Buena Vista Social Club.
Het begint met die prachtige instrumentale ouverture 'Apertura Cancionera'. Piano, fluiten, strijkers en meeneuriënd koor, ze had van een Mexicaanse Morricone kunnen zijn. Alles is dan ook o zo filmisch, alsof je het antieke bioscoopgordijn al ziet openschuiven en je middenin die zuiderse taferelen komt te staan. Ze neemt je qua sound dan ook mee naar de jaren 1930 tot 1950, de jaren dat de Mexicaanse filmindustrie met al zijn symboliek en surrealisme floreerde. Dit zit ook allemaal in haar album, in de thema's van liefdesverdriet, verlies, vrouwelijkheid en viering van het leven. Songs over het leven zoals het is, in Mexico. Met alle kenmerkende, krioelende veelkleurigheid in de teksten en haar muziek verwerkt. Lafourcade, intussen 41 en in een overgangsmoment in haar leven, zag in deze songs van 'Cancionera' haar mystieke alter ego geboren worden.
Weer zitten er songs tussen die helemaal de traditionele muziek van Veracruz, haar geboortestreek ademen. In de son jarocho-stijl, zoals in het feestelijk trompetterende 'Cocos en la Playa'. Of in de regionale evergreen 'La Bruja' (de heks) met zijn gewijzigde tekst. De 'cancioneras', de zangeressen als zijzelf, aldus een raadselachtige Lafourcade, dat zijn nu de moderne 'brujas'.
Spontaniteit is op 'Cancionera' het sleutelwoord en daarmee valt het album in al zijn ruwe schoonheid en dichte aanwezigheid over je heen. Een Lafourcade die blijkbaar pas begint te leven op het podium, haar veilige ruimte om te creëren waar ze de energie kan laten stromen. Zo bracht ze dus ook haar achttien muzikanten samen. Strijkers, riet- en koperblazers en verschillende genodigden als El David Aguilar, Israel Fernandez, Hermanos Gutiérrez en Diego del Morao. Ze nam met hen het hele album op in één sessie, op analoge tape en mixte het direct helemaal live met de Adán Jodorowsky die ook haar vorige album produceerde.
Zonder enige afbreuk te doen aan al die andere voortreffelijke songs, probeer in al zijn verscheidenheid alvast, naast de genoemde opener 'Apertura Cancionera', zeker de nachtelijk zwoel slepende titelsong 'Cancionera', het lieflijke duet met El David Aguilar 'Cómo Quisiera Quererte', 'Mascaritas de Cristal' met die heerlijk vervlechtende cello en contrabas, het vrolijke 'El Palomo y la Negra', zalig à la Buena Vista Social Club naar de tristesse van 'Lágrimas Cancioneras' of de akoestische versie op het einde van het passionele 'Amor Clandestino - Acústica' met flamenco-tenor Israel Fernandez en Diego del Morao.
Al die levende emotie, intensiteit en intimiteit mooi verenigd. Al die nummers met hun eigen vorm en uitstraling. De Mexicaanse cultuur die Natalia Lafourcade hier zo goed als live uitdraagt, wat een aangrijpende Cancionera.
» details » naar bericht » reageer
Car Seat Headrest - The Scholars (2025) 4,5
10 mei 2025, 12:34 uur
De Amerikaanse band Car Seat Headrest timmerde al twaalf albums lang aan de weg toen in 2020 ook voor hen de coronapandemie genadeloos toesloeg, met de aanslepende covid-problemen van frontman-multi-instrumentalist Will Toledo tot gevolg. Maar nu na vijf jaar zijn ze dan toch weer als herboren op het voorplan verschenen.
Hun nieuwste album 'The Scholars' is nu ook het eerste waar ze met z'n allen de schouders onder zetten. Eens alles doen met de energie van hun vieren samen dus, schrijven, zingen, Toledo en zijn gitarist Ethan Ives, bassist Seth Dalby en drummer Andrew Katz. Terwijl ze voordien met soms wisselend succes gewoon volgden wat er eenzaam en tegendraads uit Toledo's koker kwam.
Het huidige meer dan fraaie resultaat is tegelijk even ambitieus als helemaal onthutsend. Een verbazend conceptalbum dat drijft op ontelbaar veel instrumenten en aankledingen, dat bij wijlen wild in het rond stuitert, dat links en rechts wegexplodeert, terwijl het toch altijd blijkbaar onverstoord zijn uitgekiend bochtige weg vervolgt.
Wapen je dus voor deze geweldige, filmische muzikale ervaring, een spannende trip vol theatraliteit. De gedachte aan een oldskool (prog)rockopera is ook allesbehalve ver weg. Integendeel, het album bevat een filosofisch-religieus verbindend verhaal dat zich afspeelt in een imaginaire universiteit met naar hun volwassenheid dolende personages die elk met een eigen stem de nummers als suites aan elkaar rijgen. Leven, ziekte en er weer bovenop raken, maar voor het overige onmogelijk te volgen waarover het precies gaat. Tenzij voor wie zich al grondig in het heuse libretto van 'The Scholars' zou hebben verdiept.
Bovendien wordt het soms ook wel even wennen aan bepaalde van die onverwachte vocalen. Maar luisterbeurt na luisterbeurt dalen ze in en bijten zowel het geheel als de details van dit hele rock-opus zich voorgoed vast.
Car Seat Headrest houdt in dit 'The Scholars' ook des te meer van intrigerend lange rocknummers als de opener 'CCF (I'm Gonna Stay with You)'. Dat start met vervreemdend eenvoudige pianotoetsen, terwijl het dan ineens helemaal wervelend, met veel Pete Towsend-bombast en bizarre samenzang de richting van een uitzinnige tribale song uitgaat.
Naast 'CCF (I'm Gonna Stay with You)' zijn overigens ook al die andere lange nummers regelrechte sterkhouders, de vlaggenschepen van het album. Neem die ongelooflijk sterke eerste single 'Gethsemane', een goddelijke vertelling die muzikaal andermaal met verve The Who achterna gaat. Of het muziekstuk 'Reality' dat weer heel seventies klinkt en heel bewust dicht bij David Bowie aanschurkt. Of het verbluffende 'Planet Desperation' dat het met zijn bijna negentien minuten presteert om toch geen moment uit de toon te vallen en om bij uitstek Car Seat Headrest's langste pièce de résistance ooit te worden. Qua inventiviteit muzikaal een ongeëvenaarde top-lasagne, het harmonisch universum van Car Seat Headrest volgestouwd met onverbiddelijke rockgitaren en aan Radiohead en The Beach Boys schatplichtige schone samenzang.
Want 'The Scholars' is nu eenmaal doordesemd van ingenieus in het album verwerkte invloeden, Toledo was er zelfs heel open over. Naast The Who, Bowie, Radiohead of The Beach Boys maken evengoed The Beatles, Leonard Cohen, The Monkees, R.E.M., Nirvana, Pavement, Kendrick Lamar, Daniel Johnston, Sufjan Stevens, Destroyer, Frank Ocean of They Might Be Giants deel uit van die heerlijke kruidencoctail die de 'The Scholars'-opera heerlijk op smaak heeft gebracht. Om dan nog zeker ook de klassieke Mozart niet te vergeten.
Al de kortere nummers zijn daarom nog absoluut geen vulsel. Luister zo maar naar het riffende 'Devereaux', een melodische knaller die voor de pittigste samenwerking met Green Day had kunnen doorgaan. Of ingetogen naar het verfijnd folky 'Lady Gay Approximately' of naar 'The Catastrophe (Good Luck with That, Man)', een in vele kleuren samengebalde punker die bijna een episch muziekstuk op zich wordt.
Wat een uitermate boeiend album is 'The Scholars' dus geworden. Intelligent, zelfverzekerd, barstensvol muzikalteit en creativiteit, een project de benaming rock-opera helemaal waardig. Zeker na Car Seat Heatrest's vallen en opstaan is het niet alleen een verslavende topaanrader, het is zelfs zonder meer hun gezamenlijke meesterwerk.
Neem als voorgerecht misschien gewoon maar al die uitzonderlijke negentien minuten van 'Planet Desperation'.
» details » naar bericht » reageer
