Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van henrie9. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026
Valerie and the rain - Your Name (2026) 4,0
12 april, 11:31 uur
De rust van een spaarzaam tokkelende akoestische gitaar trekt je binnen in het debuutalbum Your Name van het Belgische Valerie and the Rain. In River O, die openingssong waar zangeres Valerie Van Roey’s dwarrelende stem een mysterieuze rivier om kalmte vraagt, om een mirakel voor iemand die dringend beter worden moet. En de hele ruimte vult zich jazzy, atmosferisch, vol eindeloos verzonnen stemklanken. Aan dat klaterende water van River O bevestig je het dan spontaan, dit voelt oprecht, eerlijk, rustgevend, organisch. Naar het einde toe komt in de achtergrond ook het streepje ijle elektronica van producer Felix Machtelinckx mooi binnenkruipen. Welkom daarmee in de magische wereld van Valerie and the rain.
Valerie and the rain, passend lyrisch pseudoniem dat Engelse vrienden voor Valerie kozen in de aanloop naar de release van het album. ‘Valerie and the Rain’, dat dan ook gouddicht aansluit bij de diepe gevoelswereld van dit hele Your Name. Ze brengt er loepzuivere singer-songwriterfolk getooid in een sober hedendaags klankenkleed, een fris amalgaam van indie, jazz en klassieke compositie. Ze studeerde af aan de conservatoria van Antwerpen en Gent, werd een geschoolde multi-instrumentaliste en ondernemende stemcoach. Bovendien draait ze al een eind mee in de Antwerpse jazzscene.
We komen na River O met het dromerige Canada al direct bij de sleutelsong van het album. Zo breekbaar, gebracht als vanuit het persoonlijk universum waarin enkel delicate, akoestische klanken thuishoren. Valerie daar dus op haar moeder’s Spaanse gitaar, met haar eigen gelaagde stemmenpracht en met verder enkel een vederlichte elektronische toets. De tijd draait terug naar haar dappere negentienjarige zelf die toen overzee haar innerlijke sterkte vond in het ongerepte, onbekende Canada. Waar ze mooie mensen ontmoette en de songwriter vrij in haar kwam te ontluiken. Met Canada dat daarna de kiem legde voor nog meer songs die als vanzelf volgden. Die haar uiteindelijk pas jaren later deden beslissen om voluit te gaan voor het performen met dat eigen songbook.
Dankbaar word je bijna van een hoog uitvliegende song als Little Soul, die galmend, echoënd wenkt naar het leven, de ongeboren levenskracht, ongetemde levensvreugde. De rust in de opbouw ervan geeft alle ruimte aan die sierlijk boven alles zwevende kopstem van haar. Samen met weer Felix ‘Tin Fingers’ Machtelinckx weeft ze Little Soul uit tot een hoogstandje van intense droomfolk. Zowaar zelfs een pur sang nevelige Sigur Rós-ervaring, die overvalt je, met Valerie als de Jónsi van dienst.
Al die composities ontvouwen zich als kleine kettingstukjes microkosmos. We betreden ruimten vol onverwachte klankkleuren, stembuigingen en de creativiteit ervan verrast met iedere nieuwe song. Hoor je, om maar de titelsong te noemen, nu eens de passie van een in een jazz-textuur gegoten liefdesgedicht, evengoed pakt je elders ineens de melancholie van het oosters natrillende Crazy Hazy. Droefklinkend als een Lisa Gerrard-score, een eigentijds requiem welhaast voor het geknechte Iraanse volk. Een veel te kort kleinood trouwens dat sowieso haar voorliefde voor fijnbesnaarde perzische melodieën bevestigt.
Verderop laat ze vanaf een sterke, melodische Red Carpet Floor haar fragiliteit even helemaal uitwaaien. Weifelend gestart, maar dan zo iel als een Kate Bush sopraant ze zich helemaal tot bij die mooi aangroeiende synths. De stem gaat in het nachtelijke Silent Lover dan weer schalks fluisterend een stuk lager en met haar vocalen neemt ze er en passant ook maar even wat percussie bij. In Winter Is Gone zit nog zo’n knap staaltje van jazzy stemimprovisatie. Geflankeerd door een rits klagende elektronicastriemen zingt ze alle voorbije verwarring van zich af, hunkerend uitziend naar een nakende nieuwe start.
In het slotstukje van die andere dartel meanderende lovesong Meet Me in the Dark brengen haar vocalen je in een flits zelfs bij de magie van de iconische, woordloze zangpartij van Clare Torry in Floyd’s The Great Gig in The Sky. Een eigen Dark Side of the Moon-track dus ook nog eens, voilà.
De wiegende folky mijmering Waiting on a Plane zit vol galopperende Sufjan Stevens-style fingerpicking. Het is haar eigenste ‘home sweet home’-song. Volgt daarop nog het esthetisch miniatuurtje Caution, dat even catchy binnenkomt als fraai.
Welt in een duistere onderstroom dan finaal het broeierige Tricky Thing op. Ook hier valt de hemelse samenzang weer in. Zitten we in het onderbewuste, in een droom, een nachtmerrie? Lynchiaans filmisch, met dank alweer aan Machtelinckx’ elektronische support die in weidsheid gelijke tred zoekt met Valerie’s akoestische gitaar en wegdeemsterende vocalen. Hoe dan ook, perfect mysterieuze sfeerschepping bij het afsluiten van het album. Een indrukwekkende soundscape, met golvende stemmenweelde wervelend als laagscherende zwaluwen vóór de regen. Het ontegensprekelijke hoogtepunt van dit Your Name.
Valerie Van Roey ademt op haar debuut dus ongeforceerd de uitgepuurde muziek uit die ze al bijna een levenlang in haar hart draagt. Zij, volbloedzangeres die indruk maakt met een betoverend veelzijdige stem waarvan ze zich als ware het haar instrument zo natuurlijk en vrij bedient en ook haar storytelling daarbij is even hartverwarmend als onroerend poëtisch.
Your Name werd een heel persoonlijke soundtrack die ooit startte met een jeugdige trip naar Canada. Die liefst een paar decennia op het ritme van haar leven mee moest groeien en afrijpen. Het vertrouwen van haar muzikale omgeving en die enkele intense opnamedagen in 2024 in een minimale setting, in een onbestemd verweerd berghuisje in Zuid-Frankrijk zorgden uiteindelijk voor het ultieme duwtje. Eindelijk een release en dan nog op Nicolas Rombouts’ avontuurlijke Mokuhi Sonorities, zowaar een kwaliteitslabel.
Het resultaat is een ingetogen avondplaat, debuut van een vocaal multitalent dat als vanzelf thuishoort op intieme setlists als die van Ayco Duyster en Eppo Janssen. Meer nog evenwel vraagt Your Name nu om, koptelefoon op, Valerie and the Rain’s muzikale reis vanaf Canada ook maar eens helemaal zelf te verkennen. Weer muziek dus… voor mensen die oren hebben.
Pluim overigens ook voor het stijlvolle artwork van alleskunner Henri Ardui.
Felix Machtelinckx, productie, engineering, mixing,
Nicolas Rombouts, mixing,
D.James Goodwin, mastering.
Huidige live-band: Morgan Val Baker, Martin Jackson, Treve Nicol, Henri Ardui.
Lees deze en ook andere van mijn meningen op Written in Music: Valerie and the Rain - Your Name | Jazz | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Black Crowes - A Pound of Feathers (2026) 4,0
3 april, 11:34 uur
Hoeveel keren hebben de good guys van The Black Crowes hun goodbyes al niet uitgezongen. Daarom hadden wellicht weinigen deze hier, zelfs na het verrassende ‘Happiness Bastards’ van 2024, nog voorspeld. Zowaar bovendien als een regelrechte kruising van The Rolling Stones en Sex Pistols' komen ze er nu na tien opnamedagen roekeloos de studio mee uit. Met hun comeback-album dat heet: 'A Pound of Feathers'.
Op opener 'Profane Profacy' swingen de bluesrockers onmiddellijk op hun hardst alle pannen van het dak, maar met de borst vooruit doen ze dit in die elf intense nieuwe songs gewoon heel verscheiden 'again and again'.
Goeie ouwe krachtige vintage southern rock'n'roll op de wijze van The Black Crowes en gebracht in het gekende bad van elektriciteit, zoals na de opener ook in 'It's Like That', 'Blood Red Regrets' of 'You Call This a Good Time'. Vergeten we ook niet de vuile bluesrock van 'Do The Parasite', die zomaar Black Box Revelation op verse ideeën kan brengen.
Evenzeer past daarbij een akoestisch country-kleinood als 'Queen of the B-Sides' of de splijtende soul en blues van 'Pharmacy Chronicles' of 'Eros Blues', met dat heerlijk Crowes-orgel en wiegende 'Remedy'-achtergrondkoren er weer bij. Temeer is daar ook nog dat lijzig mistige 'Doomsday Doggerel', die galmende afsluiter als vreemd eendje in de bijt die wel van Ozzy Osbourne had kunnen zijn. Hoe dan ook: sterk.
Alle kanten uit dus met de nieuwe The Black Crowes. Het bewijst vooral helemaal hoe alive and kicking ze nog zijn. De vrolijke boel van 'A Pound of Feathers' is bovendien perfect voer voor de nostalgische 'Crowes'-passages straks in de arena's.
Wat zou dus daarbij het zogezegd gebrek aan vernieuwing, ook in dit album. The Crowes zijn nu eenmaal sinds de negentiger jaren een band die gewoon begon met zijn eigen retrosound. Precies dat dan ook wat de doorsnee fan anno 2026 prioritair nog van zijn sierlijke klassieke rockband verwacht.
En god, wat hebben we intussen toch wel weer die magisch meeslepende stem van Chris Robinson, samen met de unieke gitaarsound van zijn broer Rich gemist. Twee nu nog grijzer geworden originals-klassebakken, twee heethoofden die muzikaal als vanouds toch mooi met elkaar vervlochten blijven. Klinken ze hier dan weliswaar wat rauwer en hebben ze er bovendien een rotvaart in gestoken, hun tiende album is een prachtprestatie. De riffs en de solo's slingeren zich weer zo fris van de lever de ruimte in als waren we opnieuw nog helemaal toen. 'A Pound of Feathers' houdt er een handvol nieuwe klassiekers aan over. Met dat oorstrelend pond 'feathers' blijven The Black Crowes volop aan het feest. They still have got soul.
» details » naar bericht » reageer
Pitou - P2 (2026) 4,5
27 maart, 09:28 uur
Velen waren helemaal in de wolken toen in 2023 ineens Pitou daar was met haar debuut 'Big Tear'. De Amsterdamse geschoolde zangeres-muzikante Pitou Nicolaes was al jaren in Antwerpen blijven plakken. Ze maakte er met 'Big Tear' zo'n album waaraan je nu eenmaal vanaf de eerste draaibeurt verknocht raakte en met haar nieuwe 'P2' groet ze je nu zowaar vlotjes met eenzelfde sierlijke boog.
Nochtans is haar nieuwe album van bij aanvang gegroeid uit rusteloosheid en chaos. In het ingetogen 'Pirates' moet ze je ook al vroeg nog iets van het hart. Ze heeft het hier over de tijd na haar zeven jaar durende relatie met Tamino, de net als zij even hemels zingende 'piraat' die evenwel steeds meer weidse zeeën opzocht en zo uit haar leven wegdeemsterde.
Pitou kwam zo ongewild op een nieuw individueel kruispunt te staan, de start van een wild emotionele zoektocht naar nieuwe vrijheden, begin van nieuwsgierig uittesten van haar eigen artistieke flexibiliteit. Ze gooide zich met een pak verse levenslust helemaal in die creatieve poel van experimenteren en samenwerkingen. Artiesten als Jungle By Night, Remi van Kesteren, Naaz en Luwten passeerden, ze componeerde voor koor, voor film. Een duiveltje-doet-al toch wel, die Pitou.
Dit élan was essentieel om zichzelf opnieuw te kunnen inspireren. Het werd gaandeweg één grote stroom waarop ze zich voor het maken van de nieuwe songs gewoon wilde laten meedrijven. Buiten de comfortzone zaadjes planten en dan samen met anderen ideeën zien uitgroeien tot iets heel moois. Neem nu de weldoend geleide chaos van haar gelaagde single 'To Do What'. Een voor haar geheel nieuwe stijl, met een zwartige industrialtoets bijna, oosters kronkelende elektronica en meerstemmigheid vermengd met dansbare triphop en zijzelf, de sirene opgaand in het grote lonkende avontuur.
Bovendien - ze laat het verleden voor wat het is - kan je ook gaan zingen over eender wat, evengoed zelfs over een 'rode jas', suggereerde iemand onderweg aan de twijfelende Pitou. Niet veel later was het ritmische 'Red Coat' al geboren. Op de enthousiaste manier waarop ze het zingt hoor je dat het haar ook daar heel goed zit. Terwijl de repetitieve 'red coat'-mantra bijna dreigend overslaat naar 'code red'.
Verfrissing zit er al in de albumopener, de eerste springerige single 'Too Good To Go' vol maffe geluidjes en met zijn meer dan speelse knipoog naar Zap Mama. Uiteindelijk worden ook die songs net zo fraai en klassiek 'Pitou', je hoort ze verrukkelijk openbloeien in hun subtiele, vaak rijke arrangementen. Ja, 'klassiek Pitou', na twee albums staat ze er al mee garant voor oorstrelende eigenzinnigheid.
De ingetogen tweede single 'Pirate' en ook 'Lilies' en het oudere 'Fish' werden ineens live in de studio ingeblikt. Bij wijlen hoor je de Florence Welch in haar er zo in opwellen en, hoor, ook de eenzame folk van 'Jewelry' is een juweeltje van a capella-songwriting.
Nog een verborgen parel, het prachtige 'Empty Hand', een ver kader van elektronica en samples van uitdijend verkeer. Daarbinnen evenwel alleen verstilde akoestische gitaarsnaren en ontroerende vioolstrepen die Pitou's ijle stemgeluid komen te versterken.
Op een sinister Nine Inch Nails-tempo ontwikkelt zich wat verder dan het nerveuze 'Restlessness', met vervreemdende jazz-sax-slierten en tribale achtergrondgezangen er helemaal bij. Pitou als een Trent Reznor in haar duistere trip, tot de hemel finaal uitklaart. Een song waarin zoals in de visual 'wind tegen' 'wind mee' wordt. Volledig Pitou's evoluerende gemoedstoestand, volledig de positieve spirit van het album.
De onzekere, rusteloze, voor zichzelf te harde Pitou is op 'P2' zachter, liever, milder geworden. Ze bouwde rust in. Zoals in het minimalistisch tedere kleinood 'Morning Star'. Pitou alleen met haar akoestische gitaar temidden van het nachtelijke meer, in haar twinkelend betoverende dagdroom mijmerend over een geheime jeugdliefde.
'P2' produceerde ze zelf, met aanvullende bijdragen van co-producer Youniss Ahamad en die overal uitstekende band.
Met 'P2' heeft de experimenteerdriftige Pitou zichzelf mogen terugvinden en nu staat ze er in haar jonge muzikale carrière nog sterker mee te schitteren . Wild, speels, melancholisch en met presence. Zo een en al stijlvol als ze is en begiftigd met die prachtige kristallijne stem van haar staat ze op het magische 'P2' opnieuw voor die unieke helderheid, zuiverheid en sprankeling. Geen singer-songwriter dus uit het dertien in een dozijn-pak, maar een atypische, charismatische multi-instrumentaliste die elf folkpopsongs voor je klaar heeft die er weer alle toe doen.
» details » naar bericht » reageer
Converge - Love Is Not Enough (2026) 4,5
13 maart, 14:17 uur
"They fear what they can't love / They can't love /
Be your own light when there is none." Fragmentje uit de pakkende lyrics slechts van song 'Amon Amok'. Voor wie alles wil achterhalen op 'Love Is Not Enough' van Converge zijn er tal van in het oor springende regels op die nieuwe, hun eerste volbloed-donderplaat sinds negen jaar.
Over liefde dus. Niet voor het eerst hebben ze het erover in albumtitels. Als een engel uit de hemel bijna daalt Converge nu af, met zijn elfde plaat in de hand. Maar we horen Jacob Bannon evenwel zingen over 'love in pain', allesbehalve romantische boodschappen voor deze tijd komende van kritische Amerikanen, pleidooien voor hechtere banden in de samenleving, verpakt in loeiharde punk, opzwepende metal met niet afnemende brute kracht.
Converge, eerlijke band kortom die waarden nog op handen draagt, die een album maakt dat regelrecht naar de barricaden gaat, dat schuimbekt tegen een wereld op slot. Dat neerkijkt op bewapening en vernietiging, leugenachtigheid, zelfgenoegzaamheid en zoveel duisters meer.
Hun nieuwe composities, verdeeld over 31 gemillimeterde minuten, met indrukwekkende emotionele lyrics die brullen als doorheen een zwartgeblakerde uitlaatklep, ze lopen harmonieus hand in hand met het enorme van hun hete metalsound. Want van Converge neem je die woede aan. Van een rauwe band die tegelijk met hun to-the-point-songs al decennialang legendarisch is en die, naarmate hun nieuwe plaat vordert, in zijn eenheden van gecontroleerde chaos bovendien nog steeds dé grootmeester blijkt van de rekenkundig vernuftigste hardcore.
'Love Is Not Enough' bevat zonder een seconde verveling tien compacte, strak geïnstrumenteerde songs, rechttoe rechtaan, met alleen in het midden het instrumentale rustpunt 'Beyond Repair' dat daar als doodsklokken weids galmt. Wat een ongelooflijke weelde daarrond aan mitraillerende, vol vervormde gitaren, wat een wervelend pak swingende grooves, riffs, blastbeats en bonkende drums. Daarrond des te meer vocale kracht van frontman Bannon, nu eens krijsend, schreeuwend, scanderend, dan weer sterk en overduidelijk in zijn cleane zang.
Converge is zo de creatieve band die in de verdienstelijke stand van zijn al 36 jaren durende carrière nog steeds intense, donkere bouwwerken opzet die bol staan van ideeën. Geen studiotrucs voor deze muzikale grondleggers, ze kiezen voor pure wildernis en ze haten bijkleuring of de gratuite perfectionering.
En toch, zo gevarieerd en spannend sfeervol blijven hun soundscapes uit de boxen schieten. Vers voer voor headbangers en crowdsurfers, aanrollende tsunamis vol agressie, indrukwekkende explosies van woeste energie.
Converge speelt het allemaal volgens de codex van Converge, verheffing van pure emotie en kracht tot muzikale topsport. Hierbij zeker nooit terugkeren, steeds verderop zien, vinger aan de pols en blijven opbouwen, laag op laag.
Een discipline die nooit voor doetjes kan zijn weggelegd. 'We age faster than I care to admit', gilt Bannon in 'Make Me Forget You', om met een onavolgbare roffel toch maar schaamteloos door te zetten als waren zijzelf weer de jongste mathcore-punkrevelatie.
Het blijkt uit dit 'Love Is Not Anough', het is een verrassende killerplaat, een bad vol extreme emotie, Converge's passioneelste symfonie van 'light for the darkness'. Voor de niet-avontuurlijke oortjes, u gelieve zich helemaal te onthouden, dat was ergens al duidelijk.
Komende headline tourshows:
28/6, Kavka Zappa - Antwerpen
30/6, Patronaat - Haarlem
» details » naar bericht » reageer
Mitski - Nothing's About to Happen to Me (2026) 4,0
11 maart, 09:26 uur
Mitski, voluit Mitski Miyawaki, de Amerikaanse songschrijfster met Japanse roots, laten we ze maar veel te onderbekend noemen in de Lage Landen...
Met dat zacht accordeon- en banjospel van het zalige 'In a Lake' opent ze deze keer haar achtste plaat 'Nothing's About To Happen To Me'. Het lijkt folk van de gezapigste Mumford and Sons wel. Maar dan weer zal, net zoals op haar vorige album 'The Land Is Inhospitable And So Are We', de rust plots uitmonden in een roerige finale, in het drukke geroezemoes van de stad, de absolute tegenpool van het vredige dorp dat ze ontvlucht. Zoiets, Mitski ten voeten uit.
'Nothing's About To Happen To Me' vertelt het verhaal van een teruggetrokken vrouw in een onverzorgd huis. Buiten haar huis is ze afwijkend, in haar huis is ze vrij. Ontworteling en tristesse van een gespannen, gekwelde ziel, het zijn de ingrediënten van het nieuwe album én hoe je daar via die melancholische songs leert mee om te gaan. Beschouwingen over roem, onafhankelijkheid, dood, relatiebreuk, eenzaamheid, ze haalt het tegelijk cynisch, met horror, vrolijk en humoristisch, zie de visuals, door de mangel en de katten die er her en der opduiken die zijn er de metaforen van.
Intussen zijn we met haar al veertien jaar verder en zij is in die tijd een van de beroemde zangdiva's van haar generatie geworden. Terecht bovendien, want keer op keer horen we niet alleen fraaie melodische songs, ze zitten ook nog eens verpakt in prachtige, universeel verstaanbare lyrics. Een perfecte kunstenares met een heel divers en bij wijlen hemels stemgeluid dat dan nu eens Aimée Mann, dan weer Lana Del Rey oproept.
De harde contrasten zijn er dus. Miski luistert ingetogen weg en dan ineens wordt het fors uithalen. Mitski en haar muziek, de krolse kat die flirtend rond de benen krult en het daaropvolgende moment klauwend uithaalt. Vaak maakt ze popsongs zo gestript als in die fraaie opener 'In a Lake', dan weer hoor je luie en weelderige rock-arrangementen of versterkt ze zich theatraal met orkest en koor. Neem zo die huppelende hit en een van de hoogtepunten, 'Where’s My Phone?', voorzien van een onuitroeibaar olijke 'pa-pa-pa, pa-pa-pa'-meezingpassage die 'in the end' lekker door woest distortion wordt gewurgd. Ook het dreigende, loom slepende 'If I Leave' of het crescendo in 'Lightning' of 'That White Cat', ze bevatten alle die vurige dosis rock-adrenaline. 'That White Cat', over de buurtkat die binnendringt en probeert te heersen. Ze start ermee als met van diep uit de woestijn groeiende, zwoele reverbgitaren, dan gaat ze zomaar over in een rockséance met tribaal metalen drums, daarbij ook nog met een o zo mooi 'ya-ya-ya'-meedreinend meerstemmig koortje en zijzelf, Mitski, ja, zij is dan weer helemaal ontketend.
Het ijle 'Dead Women' krijg je opgediend met sierlijke pedal steel. Net zo, op wandeltempo, in het angelieke 'Cats', met de reddende katten. Of ook in 'Instead of Here', met zelfs een streepje piano erbovenop. Drie alt-countrysongs waar Nashville en de americana heel dichtbij is.
Een aantal uitstekende einzelgängers op de koop toe. 'I’ll Change for You', schitterende easy-listening-jazz à la Chris Rea. Of 'Charon’s Obol', met zijn huilend achtergrondkoortje en vertederend romantische viool. Niet te vergeten ook het weer prachtig gezongen 'Rules', de hopeloosheid mooi orkestraal opgefleurd met schallende Mexicaanse trompetjes, fladderende klarinetten en volgestouwd met cijfertjes.
Op dit 'Nothing's About To Happen To Me' is Mitski de raadselachtige performer die zoals verwacht constant op eenzame hoogte blijft vliegen, de cameleon die met een pak emoties muzikaal grossiert in alles. Mitski is de kat met de andersgekleurde ogen daar op de albumcover. Zij verenigt met haar fantastische band al haar tegenstellingen van kamerpop tot overstuurde rock, folk, alt-country en americana. Ook album nummer acht is zo weer een op en top esthetisch album geworden waarnaar je ondanks de weerhaakjes vreemd genoeg altijd weer terugkeert. Omdat het dan ook zo goed klinkt en professioneel zo helemaal af is.
Ook te zien straks in AFAS Live, Amsterdam, op 6 en 7 mei 2026 en in Vorst Nationaal, Brussel op 9 mei 2026.
» details » naar bericht » reageer
