MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van henrie9. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026

Steven Wilson - The Overview (2025) 4,5

28 maart 2025, 14:56 uur

Een Belgische klassieker. 'Dirk, u kunt mij Filip noemen, want ik denk dat in de ruimte geen protocol is. Kunt u mij zeggen wat u ziet door het venster?', prevelde stuntelig kroonpretendent Filip in 1992 tegen Dirk Frimout. Hij, ervaren astronaut, toertjes trekkend in zijn spaceshuttle, die toen daarop de prins waardig repliceerde: 'Het zicht op de aarde is echt buitengewoon...'.

Intussen kondigt anno 2025 op die aardbol een overgetalenteerde componist, de Brit Steven Wilson zijn rentrée aan met zijn achtste solo-langspeler. Hij, de man die met zijn band Porcupine Tree het muzikale genre voorbeoefend door rocklegendes als King Crimson, Yes, Pink Floyd en anderen op nieuwe hoogten bracht. Met hem gaan we een derde van een eeuw na Frimout toch weer die ruimte in om die geweldige cognitieve en transformatieve ervaring helemaal te zien vastleggen in diepere woorden. Om ze muzikaal uitgesponnen te horen vertalen in kloppende progrock, griezelig avangardistische psychedelica, jazzy zwevende ambient en kunstige pop. In zijn adembenemende album 'The Overview' ondergaan we dat existentiële gevoel van ongerepte schoonheid en verbondenheid met de aarde en de onrustige mens die ze bevolkt. Onze onbeduidendheid zweemt tegenover die enorme uitgestrektheid, tegenover die onvatbaar kille, zwarte plaats van anti-leven. Als doorheen een kluwen van mistige gaswolken weerspiegelt Wilson nietige beelden van het leven op aarde in al zijn goede en kwade dagen. Een onooglijke mens niettemin zo onwetend over de universaliteit van de hemelse wereld.

Wilson's 'The Overview' is muzikale filosofie nu helemaal op maat van progrockers, bovendien met zijn esoterisch verhaal aangenaam verpakt in opnieuw een fantastisch concept. Een aanzuigende soundtrack, net als toen met Mike Oldfield in de seventies, oldskoolgewijs verdeeld in twee aanstekelijke delen. 'Objects Outlive Us' en 'The Overview' elk met een aantal doolhofsecties waar heerlijk op weg te deinen valt. Best dan ook voor in een klein hoekje, knus ineengetrokken daar met verplichte hoofdtelefoon.

Steven Wilson is onze man met ervaring. Hij de clevere muzikale topatleet die ambitieus zijn hele carrière samenvat in dit epos en in schitterende, subtiel gearrangeerde en zuiver uitgevoerde composities.

Hoor die sterke, bij wijlen ijzig snijdende falsetstem en al die met elkaar verweven instrumenten. A capella scanderend koor, pianotoetsen, strijkers, sax, beats, op metaal dansende bassnaren, rechttoe rechtaan verschroeiende gitaarsolo's, nostalgische Yes-parlando's, een triphop-dansje. Alles wentelt even statig om je heen als dat wiel van Stanley Kubrick's ruimteschip in een zee van Strauss. Even dacht je, hé, daar is warempel echt de 'A Space Oddysey's'-HAL-computer en straks begint misschien ook nog Pink Floyd's 'Astronomy Domine'. Ze maken 'The Overview' tot een enig album ademend in een universum van massief elektronisch geluid.

Steven Wilson is de creatieve producer-duizendpoot die, tussen vele remasteringsopdrachten in van 'Pink Floyd at Pompei' tot weer een of andere geliefde oude klassieker van Jethro Tull of voor wie dan ook, in zijn eigen werk zijn eigenwijze draai blijft geven aan wat echt voor transcenderende progrock doorgaat.

Bepaalde albums als deze moet je sowieso eerst laten indalen, al kom je er dan ook iets later na de release mee op de proppen. Maar die luttele bezinning loont, want 'The Overview' is Steven Wilson's nieuwste uniek meesterwerk, met een bijzondere boodschap voor de wereld. Het luistert zo mooi en het vloeit als één langzaam opgebouwde ruimte-opera weg in zijn grootse kosmische geluiden. Een indrukwekkend opus met een moderne toets kortom dat iedere fan wil horen en zelfs onbepaald zal herbeluisteren. Tot weer al de diepste finesses ervan zullen zijn prijsgegeven. En ja, zelfs voor dummies is 'The Overview' daarom alsnog het proberen overwaard.

» details   » naar bericht  » reageer  

Tamino - Every Dawn's a Mountain (2025) 4,0

26 maart 2025, 10:00 uur

Daar is Tamino terug met zijn derdeling ‘Every dawn’s a mountain’. Ooit ontdekt in een Radio 1-sessie van Het Zesde Metaal in 2016, Tamino, de Belgische singer-songwriter met Egyptische roots. Voorstellen hoeft negen jaar later ook bijna niet meer, hij wordt door al zijn collega's geprezen en waar hij ook, steeds meer internationaal, met zijn intense performance langskomt doet hij monden van bewondering openvallen.

Tamino is immers de adonis met het uniek mistroostige stemgeluid ergens verwant aan dat van Thom Yorke of Zach Condon van Beirut, maar dan nog wat uitzonderlijker. Een vaak vrouwelijk aandoende falset die probleemloos fladdert overheen vier octaven, maar die op ‘Every dawn’s a mountain’ des te meer beheerst ook zijn mannelijke, trotse, lage stem ontmoet.

Net als zijn Egyptische grootvader leerde hij zichzelf bovendien de oed, arabische luit te bespelen. Dit geluid borduurt nu als nooit tevoren, als bijna zijn handelsmerk, doorheen het nieuwe album. In tien songs, nauw samen met dit introverte instrument geboren en op het schitterende 'Sanpaku', eenzaam dansend als een Radiohead-mijmering, zelfs het meest prominent aanwezig.

Het is verstilde, teruggetrokken muziek in de grootste intimiteit ontloken in, zoals hij het zelf noemt, het levend organisme van zijn muzestad New York, zijn nieuwe boostlocatie. De aanleiding, relationele gebeurtenissen als de stopzetting van zijn relatie met Pitou, de ontsnapping uit het kabbelende Antwerpen, een jong componist steeds buiten zijn comfortzone zoekend naar zijn eigen normaal. Het mondt vol trillende emotie uit in de wondermooie harmonie van deze in essentie melancholische songs.

Veelzeggend is daarbij de plaattitel 'Every Dawn's a Mountain', hintend naar de bij iedere nieuwe levensstap steeds weer opduikende uitdagingen. Tamino doet om daarmee in het reine te komen een terugblik vanaf zijn 'tegenwoordige stand van zaken'. Al zijn innerlijke roerselen schraapt hij samen in zijn nieuwste creatie als legde hij ze nu in dit momentum op een metafysch altaar met daarop alleen verdriet, verdringing en niet losgelaten verleden.

Die poëtische kwesties van het hart lichten dan ook constant roodgloeiend op tussen de prachtige intimistisch opgetrokken klankensluiers. Neem de vertwijfeling over wat een relatie is in de monumentsong 'Babylon', het woordenspel tussen liefde als heldin (heroine) of eerder verslaving in de ontroerende séancesong 'My Heroine', het sublieme scheidingsduet 'Sanctuary' met tourmaatje/klassebak Mitski of het meer abstracte 'Willow'. Met zijn openhartige teksten over liefde die blakerend uitbarsten, woordenstromen die eruitgulpen en benedenwaarts zoeken naar nieuwe bloei. Hoe breekbaar en teruggetrokken ook de man, des te meer wil hij groeien, herrijzen uit de as van elke voorbije brand.

'Every Dawn's a Mountain' verloopt als Tamino's persoonlijk filmtraject, vertrekt met 'My Heroine' als Antwerpse proloog, vervolgt aansluitend zijn magische zielsreis helemaal tot aan 'Dissolve'. Vanaf de single 'Babylon', waar hij alles uit de kast haalt, tussenin langs het intense 'Raven', zijn hartverscheurende sirenesong.

Landen dan bij 'Dissolve', een en al fragiliteit, waar hij na het proces van afbraak uiteindelijk al de heropbouw wil zien gloren. Daarbij is song tien, 'Amsterdam', een onverwacht sluitstuk, een epiloog en als ultiem afscheid Tamino's terugkeer naar de bron van al die thema's van het album. Het Amsterdam waar hij als kind woonde, waar hij als conservatoriumstudent schoolliep en waar deze teruggetrokken engel ook zijn nood aan ontsnapping ontdekte.

'Every Dawn's a Mountain' levert de intiemst denkbare folk voor je huiskamer. Met subtiele snaren die rustgevend zijn, elk agitatiegevoel vertragen. Sterk zonder meer om mundiaal te kunnen charmeren met een authentieke crossover met klassiek en Arabische erfgoedmuziek met al zijn sierlijke, fragiele arrangementen.

Want daarmee wordt Tamino straks dus heel groot. Overigens - guilty pleasure - ligt zijn Amerika vol 'rocky mountains' als in de albumtitel. Als de volgende van zijn spirituele klimtochten telkens zo'n prachtige verzameling songs opleveren, heeft Tamino nog heel wat moois voor de wereld in petto.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Limiñanas - Faded (2025) 4,5

22 maart 2025, 12:31 uur

Sinds 'De Película', hun regelrechte meesterwerk van 2021 met een even uitmuntende Laurent Garnier, staan de Franse Catalanen van The Limiñanas bij al het nieuwe dat ze doen bij velen, zoals ook je resencent, onmiddellijk weer op de radar. Waren het in de voorbije tijd echter vooral filmsoundtracks voor derden waar ze zich mee inlieten, dan blijkt met hun nieuwe 'Faded' dan toch weer in alle stilte een eigen album te zijn klaargestoomd en opnieuw is het resultaat ervan de muzikale nagel op de kop.

The Limiñanas, dat is basic nog steeds dat iconische duo Marie en Lionel Limiñana, de roodharige drumster en de bebrilde wilde baardmans-gitarist die in het Engelse taalgebied, tot zelfs nog eerst in de VS, minstens even gekend zijn als in hun eigen Franse contreien. Samen sloegen ze daar in hun thuisbasis in de Pyrénées-Orientales, tussen drie filmsountracks door, weer aan het brouwen van een nieuwe, unieke Limiñanas-smeltkroes van donker Frans sixties-chanson, psychedelica, kraut- en garagerock met vooral sterke referenties aan Serge Gainsbourg en The Velvet Underground. Er worden daarbij zowel gedoseerde snuifjes Frans à la Molière als lappen grofgezongen Engels toegevoegd. Meer nog dan 'De Película', doet zeker dit 'Faded' daar dus niks voor onder. In hun albums wordt alles dan samengebracht in meeslepende, mystieke, op en top overweldigende retrotrips, in 'Faded' afgewerkt in voor het oor nu zo mogelijk nog meer filmisch hypnotiserende, repetitieve soundscapes.

Met hun intussen bijeengegaarde faam hebben ze zich voor deze gelegenheid zonder problemen kunnen versterken met een internationale schare rockmusici. Zoals Bobby Gillespie van Primal Scream en The Jesus and Mary Chain, Jon Spencer van The Blues Explosion, de Fransen Betrand Belin - een van de grote sterren al op 'De Película' -, Rover, Anna Jean en Pascal Comelade. Met de aldus bekomen veelheid aan stemgeluid kunnen ze op de plaat de inhoud van de songs des te beter aflijnen als afzonderlijke verhalen, net als met die harmonieuze mix van stijlen en los van de telkens eigen invulling die de medewerkende artiesten er zelf van op afstand aan gaven.

De thematiek van 'Faded' groeide uit in een periode van persoonlijk verlies en melancholie en werd doorgetrokken in de rode lijn van het album. Daarop verwijzen twaalf vervaagde filmgezichten op de cover naar de tragiek van vrouwen, ooit sterren, wiens faam uiteindelijk ook helemaal is weggeveegd, hunkeraars wiens betekenis volledig door de tijd is achterhaald. De oorspronkelijke idee ervoor vonden onze cinefielen terug in de song 'New Age' van The Velvet Underground, die dezelfde tragiek aansneed. Het album ademt aldus het verstrijken van de tijd, het wegvallen van de illusie en het opduiken van de kille realiteit die zich hoe dan ook als een mes doorheen schijnwerelden boort.

Een dubbelplaat. Op de eerste vinyl scharen zich grotendeels de songs met de gastbijdragen. De sfeervolle instrumental 'Spirale' bijt af. Met het tikken van de metronoom ga je regelrecht mee de dreigende spiraal in, de nagalm nog van de verwardheid en de chaos waarin onze protagonisten waren verzeild geraakt.

Dan is het aan Bobby Gillespie van Primal Scream. Met de splijtende door fuzz overstuurde riffsong 'Prisoner of Beauty' maakt hij ieders remmen los, niet in het minst de zijne. Het is zijn introductie op het theater van de wreedheid die beroemdheid is, zijn inleiding op de zieligheid van het verval.

Middenin de oneindige dreinerigheid van 'J'Adore le Monde' komt zalige huisvriend Bertrand Belin weer volop in actie. Trance in een Frans dat alleen maar bekt. Betoverende song met een geweldige groove, met repetitieve drums en synths in de hoofdrol. Helemaal terug de mist in dus van 'De Película', net als wat verder ook in 'Autour de chez Moi'.

Reverbgitaren brengen 'Shout' in het gelid, met een prachtige Rover die krachtige pop met een hoog Bowie/Iggy Pop-gehalte etaleert. Terwijl vervolgens in titelsong 'Faded' het zangeresje Penny rondwaart in pop met een zonnig georkestreerde retrosound met de close-harmony van keurige sixties-meidengroepjes.

Mag ook niet ontbreken, het charmante 'Catherine' dat intiem baadt in een zwoel Gainbourg-/Etienne Daho-sfeertje, hier met Anna Jean als de Jane Birkin van dienst. Sterk nummer en broertje van 'Saudade' wel.

Dan start de tweede meer nostalgische vinylplaat al, met het meer soundtrackgedeelte van het album, meer geestverruimend en melancholisch wegzwevend. Tussenin, naast nu voortdurend The Limiñanas zelf, enkel Jon Spencer aan de micro. Ook deel twee start eerst volledig instrumentaal met het boos ogend 'The Dancer'. Dit trapt af als met de meest krassend losbarstende psychedelica van Iron Butterfly ooit. Met schurende drones en basriffs evolueert de compositie in de donkerste elektriciteitsnevelen.

Dan 'Space Baby' met Jon Spencer zich in New Yorkse razernij op en neer gaand uitlevend in de The Limiñanas-kosmos. Verder zijn even intense 'Degenerate Star' met de uitzinnige cool van Spencer spelend in zijn eigen nostalgieke film. Telkens samen met de Limiñanas-getrouwe Pascal Comelade.

Nu aan de verleidelijke labyrintsong 'Tu Viens Marie?' om de geesten te verplaatsen. In de lyriek wordt het bijna ludiek een pingpongspel tussen 'Marie' en 'Chérie', tussen al die als bergen zo hoog transcenderende gitaren. Samen met 'Autour de chez Moi' opnieuw twee songs dichtbij de Gainsbourg in Lionel en de sensuele Birkin in Marie. 'Autour de chez Moi', ook het langste nummer, is vintage The Limiñanas, een zalige doorprater in een oneindig opklimmend duet.

Gelukkig was 'Louie Louie', de verzoeksong van hun Amerikaanse platenmannen, al Lionel's favoriete covernummer. Hier wordt het sterk slepend, fluisterend gebracht, puur op de wijze van The Limiñanas. Gaandeweg maken ze het in de finale net zo plechtstatig groots en knarsend als in de 'Messe pour le temps présent', soundtrack ooit van het beroemde Maurice Béjart-ballet.

De ontroerende tearjerker 'Où Va la Chance', sixtiescover van Fançoise Hardy, komt als een liefdesverklaring aan dit Franse icoon om 'Faded' af te ronden. In zijn schemerige verlatenheid is het een laatste roep naar de geesten van de vergeten actrices.

In het universum van The Limiñanas, tussen rock, kitsch en electro, wordt het alleen voor dummies nog even wennen. Het blijft een o zo coole band die ondanks onconventionaliteit en weirdness steeds weet vast te pakken. 'Faded' is als een verzameling muziekimpressies evenwichtig tuimelend in een caleidoscoop, steeds verrassend van kleur en structuur verschietend. Een band die daarbij tegelijk zijn Franse origine perfect weet in te schakelen en aan te houden. Even snuiven maar dus. Wat een verslavend plaatje.

Op 17 april in de AB.

Line-up voor de tour:

Lionel Limiñana - zang, gitaar
Marie Limiñana - drums
Keith Streng (Fleshtones) - gitaar
Tom Gorman (Killed The Young) - zang
Clemence Lasme - bas
Alban Barate - keyboards, mellotron, gitaar

» details   » naar bericht  » reageer  

Ernst Jansz - Een Liefdeslied (2024) 4,5

18 maart 2025, 17:07 uur

In de Vlaamse Radio 1 Vox Top 30 is momenteel bijna als vreemd eendje in de bijt 'Als de avond valt' binnengetuimeld. Hetgeen vooral kleinkunstliefhebbers al aangenaam zal zijn opgevallen. Een ontroerend liefdesliedje dan ook van de Nederlander Ernst Jansz en hij zingt het breekbare kleinood pakkend in een wondermooi duet met zijn dochter Luna. De tekst bevat zinnen die nog door zijn vader zijn geschreven in een brief vanuit een Indisch concentratiekamp en gestuurd naar zijn moeder.

Ernst Jansz, inderdaad, de oprichter, toetsenist en zanger van het legendarische Doe Maar, de schitterende band die er ooit omwille van te succesvol is mee opgehouden. Daarnaast was Jansz
ook vele jaren begeleider, bandleider en producer bij Boudewijn de Groot en daarnaast was hij zeer nauw betrokken bij de tournées en albums van de betreurde Bram Vermeulen. Minder geweten is waarschijnlijk dat hij sinds 2000 ook solo is gegaan en hij aldus bij regelmaat én succesvol ingetogen, intimistische Nederlandstalige liedjes maakt. Hij bracht daarbij onder meer een geprezen album vol Bob Dylan-songs uit in het Nederlands. Maar al een aantal platen lang verkent hij nu vooral zijn Indische roots en ze hebben er daardoor in Nederland bovendien een gewaardeerd schrijver bij.

Bij die Indiërreeks past dit album 'Een Liefdeslied'. Want eigenlijk is het tegelijk de soundtrack bij het gelijknamig boek dat eind 2024 al verscheen en waarin hij nu uitweidt over de bijzondere liefdesgeschiedenis van zijn ouders net vóór het uitbreken van de tweede wereldoorlog. Hij een Indische student, zij een arm meisje uit Amsterdam, die samen in het verzet gingen en door internering in een concentratiekamp gescheiden werden. Lang verhaal kort, ze vonden elkaar na de oorlog terug en bleven sindsdien altijd onafscheidelijk en liefdevol samen.

Het aandoenlijke op muzieknoten gezette verhaal van Ernst Jansz past intussen des te meer in het nu, een bewuste aanklacht als het is tegen alle oorlogen. Nog anderen gingen hem daar (even) indrukwekkend in voor: Mikis Theodorakis met 'Mauthausen Trilogy' of dichter bij huis, Bram Vermeulen met zijn 'Oorlog aan den Oorlog'. Jansz schreef het ook zelf: "Liefdesverhalen en liefdesliedjes zijn belangrijk. Zij kunnen ons sterken in onze hoop, in ons hartstochtelijk verlangen dat alles uiteindelijk goedkomt. Zij tonen ons het mooiste dat de mens te bieden heeft: de liefde. Vooral in tijden van duisternis, juist in tijden van duisternis, laat de liefde zich vaak in haar schitterendste gedaantes zien. Liefde is het enige wat deze wereld nog kan redden."

Maar vrijwel de hele muziekpers moet blijkbaar zo goed als glad aan dit album zijn voorbijgegaan. Terwijl 'Als de avond valt' inmiddels al als vierde single van het album getrokken werd en eerder waren daar ook al het grandioze 'Er Is een Lied Geschreven', het swingende 'Die Ene Die' en 'Nu Jij Dan Bent Geboren'.

Het album begint en eindigt schitterend akoestisch instrumentaal, ietwat in de sferen van Jansz' grote voorbeeld Dylan in diens 'Pat Garrett and Billy the Kid'-soundtrack. Van dan af hoor je hem zeer melodisch en gaaf bezig met zijn vertrouwde bandleden Guus Paat op gitaar en Richard Wallenburg op bas. Samen vormen ze een charmante, soepele eenheid die op de aparte, soms folk- en country-manier dat ze het brengen veraf staat van Doe Maar. Of het moeten dan misschien toch de sporadische achtergrondkoortjes zijn. Veeleer zijn de Beatles daar, zoals op en top in het nostalgische 'Dansen Met een Ander', met zijn hoge oh-la-laatjes en het Lennon-mondharmonicaatje dat ook het sierlijke slotakkoord mag blazen. In 'Die Ene Die' waan je je dan weer bij The Beach Boys meedansend en meeklappend in de perfecte samenzang.

Op 'Een Liefdeslied' hoor je vooral Jansz de troubadour en poëet, doorleefd en verstild. Nu eens denk je aan Boudewijn de Groot, dan weer aan Alex Roeka of Lieven Tavernier. Op deze plaat zo sfeervol en gepassioneerd duikt nog meer de gedachte op aan de al genoemde, grote Bram Vermeulen, wiens beste albums door Jansz handen gingen. Jansz' eigen stemtimbre en poëtische frasering schurken overigens ook opmerkelijk aan bij de innemende heesheid van Vermeulen.

Zoals hij het zelf aankondigde wordt - om gezondheidsredenen: Jansz heeft een bindweefselziekte waardoor het moeilijker musiceren wordt - 'Een Liefdeslied' helaas waarschijnlijk ook Ernst Jansz' allerlaatste plaat. Uit de beelden van de studio-opnamen blijkt intussen toch met welk haast kinderlijk spelplezier ook deze 76-jarige toch weer in de weer was. Opnieuw denken aan Bram Vermeulen die in Jansz een absolute meester zag die andermans muzikale dromen kon omzetten, zo heeft hij nu gezwind en blij als een veulen voor het eerst ook zijn eigen droom waargemaakt. De succesvolle producer voor anderen die zich achter de knoppen zet voor een delicaat en intiem album helemaal van hemzelf.

Dit 'Een Liefdeslied' is, naast het boek, een helemaal op zich staande prachtplaat geworden. Met oer-lovesongs zonder weerga als 'We hebben Gedanst'. Een Ernst Jansz die de polariteit van de samenleving wil doorbreken met songs die verbinden. Hij, de man die liefdesliedjes als 'Er is een Lied Geschreven' schrijft als waren het protestsongs. Wat een mooi mens!

Ernst Jansz tourt momenteel nog in Nederland en tekent naar verluidt straks ook present op de Gentse Feesten

» details   » naar bericht  » reageer  

Jethro Tull - Curious Ruminant (2025) 4,0

15 maart 2025, 09:38 uur

Zitten ze nu al aan hun 24ste reguliere album, Jethro Tull, de band van de Schotse voorman Ian Anderson. Ze bestaan intussen ook al 58 jaar en van dan af gezien is de 'last man standing' Anderson intussen nu al de 77 voorbij. In die tijdspanne beroerden ze onafgebroken met hun folkmuziekjes, blues, rock, progrock, jazz en klassiek. Sedert 2022 gingen ze daarmee zelfs, ongelooflijk, alweer met drie reguliere albums in hun discografie verder: 'The Zealot Gene', 'Rökflöte' en nu dus dit 'Curious Ruminant'.

Op 'Curious Ruminant' opnieuw die geliefde mix van stijlen van blues, rock en jazz in elektrische en akoestische instrumentatie, helemaal trouw aan de aloude Jethro Tull-sound. Waar Anderson dan met zijn dwarsfluit parmantig en dartel als een harlekijnvis tussen de anemonen doorheen zwemt. Om het even of ze daarbij ook eindigen in de breder uitzwermende bandarrangementen is er deze keer toch wel een hogere akoestische folkoriëntatie. Een Tull dus vooral eerder zachter, persoonlijker en intiemer dan met het hard gedreven werk. Met een Anderson die daarbij aftrapt met stem, mandoline of kleine tenorgitaar om zich dan pas te laten opjagen door de accordeons, orgels en de hele rest van het bandinstrumentarium. Hij zingt daarbij nog steeds prima - ook nu weer - , al zoekt hij weliswaar al albums lang meer de lagere registers en is het dus - who cares - inderdaad wat minder fel en krachtig dan in de gloriedagen van de seventies.

Opvallend, deze keer is een jonge dertiger, Jack Clark, verantwoordelijk voor de elektriciteit. Hoewel een onmogelijke opdracht om hierbij ook oergitarist Martin Barre's schoenen te vullen, hij mag met toestemming van de boss Anderson dan toch her en der ware schittering aan diens fluitnoten toevoegen.

We krijgen een mooi ingetogen piano-opstart met de uitstekende opener 'Puppet and the Puppet Master´ en dat tot het verwachte moment dat, onhoudbaar, puppet master Anderson zo fluitend als zijn alter ego, 'the minstrel in the gallery', weer de kamer binnenschiet. Een compositie als uit de seventies bijna, met een lichte rocktoets, wisselende zang en solo's tussen die rollende fluit, met als vanouds flitsend opsnijdende gitaar, gekleurd hier met accordeonlijnen vanuit de achtergrond en zowaar ook met dampen van orgelwerk.

Volgt 'Curious Ruminant', die ook de plaattitel levert. 'Curious Ruminant' laat zich vooreerst als 'nieuwsgierige herkauwer' vertalen, net als de voormalige graseter wiens hoorns de cover sieren. Maar Anderson zou Anderson niet zijn als hij het niet eerder dieper bedoelde. 'Curious Ruminant' figuurlijk dus als een 'steeds overdenkend contemplatieve persoon', de nieuwsgierige wijsneus die hij wellicht zelf ook is en altijd is geweest.

Nieuwe topsingle 'Curious Ruminant' is een luimige overpeinzing over lezen en zo elke dag proberen iets nieuws te leren vóór je gaat slapen. Met eenzelfde waardige piano-intro als de opener, gevolgd door dwarsfluit dan als zalige corridor naar het nostalgisch deinend Tull-rockgeluid vol sprankelende details, waarin naast dwarsfluit en keyboards nu ook de schitterende riffs en hoogvliegende solo's van nieuwkomer Jack Clark mogen meevieren.

Daarin ook de woordverwijzing 'Wond'ring Aloud' naar de gelijknamige 'Aqualung'-song opgemerkt in de lyrics? Laat Anderson bij de release bij de toelichting over zijn huidige manier van werken dan ook naar dit Aqualung-album van 1971 hebben verwezen: net als daar nu grotendeels starten met een zelf uitgewerkt vast hoofdkader en je dan met het oog op een goede vlucht en zachte landing laten verrassen door de dynamiek van de band.

In het zalige 'Dunsinane Hill' zit Anderson even in parlando-modus. Een vredig melodisch stukje over wreed politiek gekrakeel als voert hij je doorheen een schouwspel van Shakespeare. Met zijn plechtige hoofse fluitintro en melodisch meetronende accordeon een traag voortslepende folkdans voor fluit en accordeon die finaal uitdraait als op een drumwandeling van een Schots aanroffelende marsband.

Dan een trio van door Anderson alle in dezelfde week geschreven songs. Daarvan de tweede topper, 'The Tipu House', de levendigste folkrocker van het album. Anderson's sfeerbeeld van de achtergestelde omstandigheden waarin sommige mensenkinderen in steden als Barcelona opgroeien. Ook de pastorale ballade 'Savannah of Paddington Green' is vintage de akoestische Tull. Fluit en accordeon en Anderson dan op de proppen met zijn serene klimaatsong. Het meeslepende 'Stygian Hand' huppelt vervolgens als een traditionele tapdance, terwijl Anderson andermaal onvermoeibaar jongleert met zijn fluitstok. Zwierige folkrock dus in progminiatuurformaat waarin het hele Tull-arsenaal de revue passeert.

Dan zweeft het sterke 'Over Jerusalem' binnen. Over de regio met wel 5000 jaren turbulente geschiedenis en onuitroeibare vreselijke daden van intolerantie en vergelding. Fascinerend opgebouwd, met frisse elektrische injecties, weerkerend dramatische rockriffs en passages waar de Tull-turbo helemaal op dreef mag. Anderson dan even bijna spuwend in zijn dwarsfluit. Daarbij ook zeker letten op die fraai de compositie kleurende gitaarsolo, goed halverwege de song.

We hadden ooit al de beroemde mammoetstukken 'Thick as a Brick' en 'Baker Street Muse'. Op plaats drie komt vanaf nu het bijna 17 minuten lange epische, in fracties opgedeelde koninginnestuk 'Drink from the Same Well'. Dé soundtrack hier voor individuele reflectie en tegelijk bijna een Dylaneske beschouwing over veranderende tijden. Hier is de bron waarvan Anderson je gratis laat meedrinken. Aan ons dan ook, werp hij toe, om alles zoals hij het ziet te herkauwen.

Tal van songs op het album hebben al een lange ontstaansgeschiedenis. 'Drink from the Same Well' bestond al embryonaal in 2007 als een vergeten, onuitgevoerde demo, toendertijd geheel Indisch geïnspireerd met het oog op een optreden met toenmalig meesterfluitist Hariprasad Chaurasia in India. Het wordt nu het titanenstuk dat Anderson in de making-of als laatste aanpakt. Met volledige herwerking van de fluitpartijen, toevoeging van bas, drums en handtrommel, elektrische en akoestische gitaren, maar met behoud van de keyboards van de toenmalige toetsenist Andrew Giddings.
Een minutenlange prachtige instrumentale opbouw met als in de lucht wijzigend fluitspel. De eerste passage vertoeft in vrijwel Indisch klassieke sferen, een kenmerkend folky Ian Anderson-variant neemt over en verdwaalt vervolgens in een heerlijk jazzy meetokkelend pianoveld. Ineens dan, tussen het gelaagd fluitspel en de sierlijk afgemeten pianonoten, uitrusten in een muzikaal bedje donkere poëzie. Gracieus gedebiteerd bovendien als zit je weer helemaal bij 'Living in the Past'. Het schitterende epos wordt afgerond in keltische sferen, fluit en accordeon tegen een ronkend uitdeinende achtergrond. Groots.

Gewoon als vanuit de sterren neerdalend tenslotte valt het opbeurend spiritueel gedicht 'Interim Sleep'. Omdat het daarmee ook waardiger en ontroerender binnenkomt, hier welbewust in de vorm van een spoken word-uitgeleide. In Anderson's beeldrijke taal is 'Interim Sleep' een warm aangrijpende troost voor nabestaanden. Laat ons het maar niet teveel op ook Anderson's sterfelijkheid betrekken, al laten ongetwijfeld dergelijke onderwerpen ook hem steeds minder los.

Anderson staat hier als laatste van de grote rockfluitisten zoals steeds kwiek en stevig aan het roer van zijn legendarische band. Met zijn dwarsfluit bepaalt hij er als componist met een onuitputtelijke inspiratie al zolang energiek het woord en de sound. Binnen die lijnen en ondanks de groeiende ik's en mij's die opduiken in de lyrics is evenwel ook dit 'Curious Ruminant' allesbehalve een soloalbum. Het is weer een levende, eigenzinnige groepsplaat geworden van een band die perfect de subtiliteit en de door zijn frontman verwachte nuances aanvoelt, aanneemt en vertolkt.

Deze man zorgt trouwens ook na de opnames liever helemaal zelf voor het afgewerkt product. Mixen en masteren: Anderson doet het en als geschoold kunstenaar en fotograaf werkt hij zelfs het volledige artwork uit tot en met de fotografie en de lyrics van elk albumpakket.

'Curious Ruminant' is daarmee een waar feest voor oor en oog. Jethro Tull bevestigt hier met een album met een heel mooie flow, met muzikale miniatuurtheaterstukjes goed voor lichaam en geest. En ook het touren gaat gewoon door. Alsof ook dat nog steeds niks is.

Line-up:
- Ian Anderson - fluit, zang, akoestische gitaar, tenorgitaar
- John O'hara - piano, keyboards, accordeon
- David Goodier - basgitaar
- Jack Clark - gitaar
- Scott Hammond - drums,

- Andrew Giddings ('Drink from the Same Well') - piano, keyboards, accordeon
- James Duncan - drums, cajón, percussie

» details   » naar bericht  » reageer  

Jason Isbell - Foxes in the Snow (2025) 4,0

12 maart 2025, 13:20 uur

'Foxes In The Snow', een album zwevend in biezondere sferen, getooid in americana van het puurste soort. Verrassend, deze keer moet je daarvoor bij Jason Isbell zijn. Je kent deze gerespecteerde singer-songwriter wellicht nog van onder een van zijn vroegere gedaanten. Voorheen zat hij eerst bij de Amerikaanse southern-rockband Drive-By Truckers. Hij ging daarna onder eigen naam verder, dan wel telkens al tourend versterkt met een begeleidingsband, The 400 Unit.

Met dit nieuwe, tiende studioalbum 'Foxes In The Snow' komt de intussen al met zes Grammy's overladen artiest nu pas voor het eerst ook zonder zijn The 400 Unit voor het voetlicht. Met elf songs dus helemaal solo en met een album in vijf dagen zonder overdubs opgenomen. Alles daarop deed hij nu bewust helemaal zelf en dit dan nog met niet meer dan zijn uitstekende zangstem en die heldere, 85 jaar oude mahoniehouten akoestische gitaar.

Moeten er wel redenen voor zijn geweest, zou je aannemen. Blijkt effectief, want er zat deze keer een op en top persoonlijk verhaal achter, dat bij deze van zijn lever afmoest. Hij reflecteert dus op 'Foxes In The Snow' heel intiem over het leven zo pijnigend als het hem de laatste jaren overkwam. Contradictorisch, precies vanaf het overwinnen van zijn alkoholisme, de liefdesperikelen die dan toch nog opdoken en die leidden tot de gemediatiseerde breuk van een gouden koppel, tot aan zijn zoektocht naar nieuw houvast in een kersverse relatie. Van zo'n voor de buitenwereld misschien alledaags recept maakt hij hier dan toch een universele, tijdloze break-upplaat, een energiek album met alleen hem in het midden en met omwille van de hoeveelheid collateral damage tegelijk een verwoestende schoonheid.

'Bloeddruppels als door vossen achtergelaten in de sneeuw', treffend beeld in de titelsong voor de sporen bij hem van bitterheid, woede en verdriet. Het vat het pak emotionele herinneringen samen aan zijn op de klippen gelopen relatie met violiste Amanda Shires, voormalig lid van zijn tourband. Ze zitten onverholen tot grimmig verwerkt in deze voorraad prachtige liedjes. Zoals duidelijk in 'Eileen' of 'Gravelweed', waarin Isbell een stuk verleden nu een andere betekenis geeft, een nieuwe inhoud als een vergelend document in de tijd. Tegelijk blijkt er dan, in 'Ride to Robert's' of 'Don't Be Tough', ook plaats voor Isbell's nieuwe vlam, de 30-jarige schilderes Anna Weyant, zijn huidige muze.

Dit resulteert samen in talrijke pareltjes, naast de titelsong, zoals de opener 'Bury Me', Nashville-song 'Ride to Robert's', 'Eileen', 'Gravelweed', 'Crimson and Clay' of 'Good While It Lasted'...

Toegegeven, deze nummers zullen zeker ook in een andere setting gedijen. Maar zo wordt vooral weer eens bewezen, grote artiesten als Isbell, een Kristofferson, Springsteen, Richard Thompson of Steve Earle, die maken altijd van zelfs iets 'less' zomaar iets 'more'.

Ook 'Foxes In The Snow' wordt ondanks zijn voor de gelegenheid volledige stripping, ondanks zijn uitsluitend akoestische gitaarsnaren toch een boeiend en gevarieerd gearrangeerd album met nu al classics die helemaal baden in zuiderse Alabama-countrysfeer. Isbell kon al rockend al perfect om met de electriciteit van Drive-By Truckers. Met deze goudeerlijke, emotionele verhalen over de pijn van het zijn etaleert hij hier nu helemaal passend, open en bloot, fragiel en indrukwekkend ook zijn kunde als akoestisch gitaarvirtuoos. Geflankeerd door zijn eigen altijd aantrekkelijke gitaarmelodieën, -akkoorden en solo's levert hij daarmee met 'Foxes In The Snow' zonder meer al de meest gracieuze rootsmuziek van dit jonge jaar. Er zitten dus zeker en vast nóg meer Grammy's in de pipeline.

» details   » naar bericht  » reageer  

De Toegift - Kleine Auto, Grote Hot Wheel (2025) 4,0

Alternatieve titel: Small Car, Big Hot Wheel, 3 maart 2025, 08:13 uur

De laatste tijd ook al die single 'Alsof' van De Toegift gespot op de Vlaamse Radio? Je ook ineens geconcentreerd op dat stemgeluid afsof je ergens een vertrouwde Boudewijn De Groot ontwaarde en bovendien iets dat zo etherisch luisterde alsof zelfs 'Lucky Man' van Emerson, Lake and Palmer opdook? Inderdaad en bovendien een sterk nummer is dit 'Alsof', een aandachtstrekker. Maar dan toch altijd maar een fractie in het grotere betoverende geheel van 'kleine auto, grote hot wheel', het tweede bevallige, excentrieke album van het Nederlandse... De Toegift.

Dat De Toegift bestaat pas sinds 2022. In Vlissingen beslisten hoofdman Maxim Ventulé en zijn vrienden toen al gauw, onder invloed van die prachtige Broeder Dieleman trouwens, om maar beter over te schakelen naar een Nederlandstalig repertoire. Bleek ook een gouden keuze. Hun erg bejubelde titelloze debuut uit 2023 sloeg direct aan, incluis hun begeleidende live-performance-act vol subtiele zacht sferische pop en met toetsen van jazz en folk.

Op dat nieuwe album staat dit 'Alsof' overigens nog stijlvol vastgeklikt aan het superkorte 'II' dat die song meteen sierlijk laat uitdoven in transcenderend meeuwengekwetter van ergens aan het winderig Zeeuwse zandstrand.

Blijken er eerder zelfs nog twee singletjes van 'kleine auto, grote hot wheel' onopgemerkt je recencent te zijn gepasseerd. 'Odysseus', een aardig futuristisch walsje en een poging van Maxim Ventulé om van het verleden los te komen, over een Odysseus die even zijn odyssee vergeet en zich met de vlinders in zijn buik liever bij zijn liefdes in het nu wil ophouden. Daarna ook nog het passende 'Liefde Is Lang', schitterend nummer, een Nederlands The War On Drugs doortikkend op drumcomputer en een met violen en dwarsfluitjes heerlijk fladderend poplied dat zich gezwind op het ritme van een vrolijke kindertrein aantrekt.

Tenslotte werd ook het vreemde eendje in de bijt, 'Ýparxi', vooruitgeschoven. 'Ýparxi', met weer bevallige dwarsfluit, wolken van in het heelal uitdijende electronicanevels en fluitiste Carmela Michailidis die in haar fluisterdroom, jawel, terug bij het prille begin van haar bestaan in Griekenland belandt en daar vervolgens, net als in Ventulé's song 'Odysseus', weet los te laten. Zalig en schemerachtig als een Air-song, maar dan helemaal atypisch in 't Grieks aanschurkend bij het hart van de plaat. De lyrics dus desnoods maar even opzoeken en google-translaten, het helpt.

Maar daarmee zijn de mooie stukjes van de taart nóg verre van uitverdeeld. Het nostalgische 'Saponaria', een volpoëtisch hartsnummer, waarbij op zachte gitaartokkels Ventulé's gedachten Spinvisgewijs van bij het saponaria-bloemetjesdekbed van zijn lief teruggaan naar de dekbedstof met toevallig dezelfde dessin waarvan zijn mama de gordijnen maakte. Of 'Samen Zacht', vol breekbare poëzie, een lange zachte slowsong op een tapijtje van strijkers. Een heel ander, ook welkom kleurtje dan op het palet, het lekker catchy op punkparlando swingende 'Á': áaa, alle hens aan dek daar en spetterende actie!

Mooi, tijd voor een filmisch interludium nu: 'I' komt ertussen met een idyllische dwarsfluitsoundscape en wel een die net zo mooi klassiek gearrangeerd klinkt als in Morricone's 'The Mission'. 'Nieuweweg', een ander juweeltje van synthsgedreven, dromerige artpop, vanzelfsprekend ook over het bestaan. Onmiddellijk daarna 'Dichtbij, Veraf', in zijn fluwelen lounge-sound beladen zang en aangenaam fluit- en gedempt slagwerk.

De trage pracht van ', even', een vlakbij de grond zwevende pianosong sluit af. Opnieuw wordt het als een moderne Boudewijn De Groot filosoferen tot de morgen opkomt. Ook Melanie De Biasio's nevelige succesplaat 'Il Viaggio' is weer even hartverwarmend dichtbij.

Het album 'kleine auto, grote hot wheel' is op die wijze een fris feeëriek project opgevuld met alle gevoeligheden van een bende hevig door art en performance gegrepen kunstacademici (Ventulé) en conservatoriumstudenten (Michailidis en Vervuurt). Zes perfectionistische jongelui bijna die als een hechte vriendengroep coöpereren, elkaar de ruimte geven en hun muzikaal opzet doen uitmonden in een samenhangend geheel waarin de songs de kapstokken zijn waaraan hun individuele levens zijn opgehangen.

Het fraaie, zachte tot iel opgaande stemgeluid van Ventulé drijft boven de fantasierijke, dromerige, intimistische sound. Het is bij wijlen allesbehalve hapklaar, vol als het zit van avontuurlijke contrasten. Maar eenmaal ingedaald ervaar je van die complex fonkelende gevoelsmuziek zoals ook Damien Rice of Patrick Watson die maakten, met de weerhaakjes van Bon Iver, Bonny Prince Billy, Spinvis of Melanie De Biasio.

Een aantrekkelijk album kortom dat baadt in welige klanken vol fluiten en violen maar evengoed drumcomputers, blije bliepjes en andere vreemde electronics. Geluid dat net als het timbre van de titel als een clair-obscuur een evenwichtsoefening maakt tussen hoop en liefde enerzijds en meer zwaarmoedigheid anderzijds. Een waar genot voor de fijnproever dus en een hoogtepunt om helemaal te ontdekken.


Band:
Maxim Ventulé - zang, gitaar, piano e.a.
Tom Gudde - gitaar, piano e.a.
Jorie Slagmolen - bas, gitaar, zang
Hester Julia Voddé - viool, samples
Carmela Michailidis - dwarsfluit, zang
August Vervuurt - drums

» details   » naar bericht  » reageer