MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van henrie9. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026

Head on Stone - Stony Beds (2025) 4,0

29 november 2025, 16:30 uur

Naast het Vlaamse rockgeweld Peuk waarin zij op haar onstuimigst de taak van vurige frontvrouw waarneemt, heeft Nele Janssen, je gelooft het niet, blijkbaar nog een andere publieke identiteit. Die tweede zelf van haar klimt dezer dagen heel freel de podia op daar waar haar soloproject Head On Stone staat geprogrammeerd en onder dit pseudoniem ontpopt ze zich waarlijk als een wel heel ervaren pianiste. Dan zingt ze verbluffend van die eerlijke, intieme en fragiele verhalen zo natuurlijk, terwijl haar vingers blindelings over de toetsen strelen.

Regina Spektor, Fiona Apple, Kate Bush, Agnes Obel, Joanna Newsom en er zijn er zo uiteraard nog een pak anderen. Sinds het verschijnen van het album 'Stony Beds', in het kader van die Head On Stone-zijsprong, hoort ook zij nu in dit illustere rijtje thuis. De singer-songwriters die zich op indrukwekkende wijze en daar in hun eentje aan een piano van hun zang- en speelkunsten kunnen kwijten.

Waar zij met haar heet doordenderende Peuk wellicht zelfs een roof voor de hel zou doen vertoeft ze met dit kleine Head on Stone dan weer ineens verbijsterend in het warme, hypnotiserende universum van het minimalisme waar ook neoklassieke grootmeesters als Eric Satie, Max Richter, Wim Mertens, Ludovico Einaudi, Nils Frahm, Peter Broderick, Johann Johannsson, Jan Swerts of Ólafur Arnalds aan introspectie doen en hun verstilde ingevingen zien ontluiken.

Neem zo onlangs ook nog de grote Yann Tiersen. Net als Nele Janssen hier koos hij met zijn dubbelalbum 'Rathlin From A Distance/The Liquid Hour' dit eigenste jaar nog voor een soortgelijke tegenstelling. Na of naast zijn geliefde electronics moet ook bij hem op geregelde momenten weer eens recht vanuit het hart de sereniteit van de neoklassieke pianotoetsen komen opklinken.

In Head on Stone, alleen tegenover velen, gezeten onder gedempt licht aan een halfopen galmende piano, hanteert ook zij op haast sacrale wijze die herhalende, toegankelijke motieven die resulteren in meeslepend geluid. Zij heeft bovendien ook nog een verhaal te vertellen, vol diepe emoties, melancholisch, romantisch ook en met die kunstig eroverheen uitgestrooide melodieën zo pakkend.

Die naakte vocale en muzikale eenvoud intrigeert. Alsof dit album in één beweging live is ingeblikt en die elf songs er zo zachtjes zijn in neergelegd als om de fragiliteit, eerlijkheid en intimiteit ervan des te meer tot hun recht te laten komen. Er zitten ook enkele heerlijke promenadestukjes ertussenin, zoals het dartel trippelende instrumentaaltje 'Mr. Flakes' of, ontroerend in al zijn ongekunsteldheid, 'Hiding Place'. Kleine juweeltjes tussen de veel grotere klankschilderijen van haar door muizenissen getroubleerde ziel.

Er blijkt uit alles op dit album dat ook het ogenschijnlijk zachtste vaak een verraderlijk steenharde onderlaag verbergt. Dit licht al op uit de titels van zowel haar alias Head On Stone als uit de 'Stony Beds', tweemaal metaforen van haar en ieders pijn van het zijn. Vanaf de eerste dwarrelende pianonoten al ontvouwt zich de aangrijpende beslotenheid van 'Tower'. Nele Janssen, met haar zachtkorrelige croon tussen Sylvie Kreusch en Amatorski met wisselend succes in gevecht met de tormenterende existentiële twijfels. In het gouden 'Mighty Soul' gaat van intro tot outro een en al schittering uit van die ingetogen piano, het wordt een hartverwarmer in de kleur van regenbogen.

In het even sterke 'Blister' zit ze dan als een tedere Suzanne Vega aan de toetsen. Met een helende stem, een melodische mijmering die in al zijn schoonheid blijft hangen.
We belanden vervolgens nogmaals in van dat helderste repetitief piano-minimalisme. Janssen in de lange beladen slingerbeweging 'Out', een zeven boeiende minuten durende trip van haar 'in' naar haar 'uit' en weer helemaal terug.

Haar vuurdans 'At the Fire' komt op zijn catchyest binnen, een zalige reeks van stemmingen, door eindeloos gevarieerde notenwaaiers aangewakkerd. Het sierlijk trage 'Mountainside' is dan weer haar parabel bijna over een verre emotionele klimtocht richting het verlangen. Onderweg enkel rustplaats op bedden van steen ('Stony Beds'), maar toch gaat het zelfverzekerd verder tot daar helemaal op het einde het vriendelijke licht wenkt.

'Ocean, Pt. 3', net als in Yann Tiersen's vernoemde album wil Head On Stone zich vrij over de zee kunnen bewegen. Beide musici zoeken behoedzaam een eigen weg, hun vingers vaak dansend over het klavier, als om de wisselende stemmingen van het oneindige, wispelturige water weer te geven. Bij een uitgelaten Janssen evolueert deze trip stapsgewijs zelfs naar een lieflijk pianodansje.
'Run High Fall Slow' dagdroomt dan over de complexiteit van relationele verbondenheid. Zelfs als miniatuurtje hier is het een volpoëtisch muzikaal hoogstandje.

In de afsluitende krachtpatser 'Alone Time' heeft ze het over isolatie en de tijd die een mens nodig heeft om alleen te zijn. Een imponerend scanderende Janssen laat het ons in deze acht minuten durende, langste compositie in alle toonaarden weten. Tijdens dit diepe kerven in de ziel klinkt haar hoogoplopende piano gaandeweg dan ook minder hemels. Het wordt een dreigend en bij wijlen zelfs wanhopig uithuilen, ondanks de troostende aanwezigheid van dat pak toch frivole piano-krulletjes.

Geen zitbal dus daar voor Nele Janssen aan haar piano, maar een muzikante op een krukje die op haar album op unieke wijze evenzeer aangrijpt als An Pierlé's 'Mud Stories' toendertijd. Met haar 'Stony Beds' creëerde ze een pianoplaat met een kosmos voor gelijkgestemde zielen, een werkstuk met fraai opgebouwde composities vol sterke melodieën. Onconventionele songs die in hun soberheid stuk voor stuk weten te raken. Een relaas over emoties van pijn en zalving dat zachtjes onder de huid kruipt.

Al is Nele Janssen's gezang lichtjaren verwijderd van haar 'Bokkenpaleis', de alter-egostem die ze in dit Head On Stone etaleert weerklinkt minstens even cool. Samen met haar klavier stuurt ze er haar album hemels hoog mee in de elfensferen. Een topplaat, 'Stony Beds', nog juist op tijd voor de jaarlijstjes.

» details   » naar bericht  » reageer  

Kameel - VARIOMATIC (2025) 4,0

24 november 2025, 20:55 uur

De Belgen van Kameel hebben hun nieuw album 'VARIOMATIC' uit. Op de plaathoes is aan zijn gapende snoetje het historische lichtblauwe Dafke herkenbaar. Hier zie je het voor de gelegenheid op slechts drie wielen, maar met de plaattitel wordt aannemelijk vooral naar zijn legendarische variomatic-versnellingsbak verwezen. De variomatic hier als duidelijke metafoor van Kameel's nieuwe koers, zoals vlug zal blijken.

Kameel is weliswaar nog steeds die even ervaren jazzrock-band die met zijn drie vrije vogels nog altijd ijverig op zoek is naar nieuwe verbindingen tussen groove, noise en melodie. Dat dit vooral gold met betrekking tot hun improvisaties op het terrein van jazz en rock, daarvan waren de fans van hun twee eerdere albums al dankbare getuigen. Maar hun samenwerking verleden jaar met Buscemi in diens tot 'Getting Cosy With Steve' herwerkte 'Who d’You Think You’re Talking To?' verraadde al dat Kameel haast 'automatisch' ook naar de elektronica was doorgegleden.

En ook met het geëexperimenteer met synthesizers, arpeggiators en ander elektronisch moois gaat het hen uitstekend af. Top of the bill wat dat betreft is het gedreven titelnummer en eerste single 'Variomatic'. Een volelektronische soundtrack als geschreven voor een furieuze Pink Floydiaanse kattenparade, die waarlijk ook aldus subliem kon ingeblikt worden in die onwaarschijnlijke dansvideo van Raf Wathion. Kameel daar helemaal vanuit een loods vol druipende auto-onderdelen in een score als met dat moeilijk opstartend Dafje. Dat dan toch de elektronische startblokken uit schiet, als een tollende Underworld een bijna kosmisch aandoende nachtelijke rit tegemoet. Hectische muzikale snelheden daarbij die het wagentje indertijd absoluut niet haalde. Schitterend.

Op 'VARIOMATIC', het album, kregen ze naast de muzikale nu ook vocale ondersteuning en dit van niet de minsten. Zo gaat Tim Vanhamel met weirde lyrics helemaal op zijn Millionaire's op en neer op die koortsachtig psychedelische single 'Tales from a Sinister Farm'. Een ferme industrial-stonerrocksong tout court.

Ook Rudy Trouvé mag zijn gruizige kelderstem tweemaal etaleren. Vooreerst op de geweldige percussie-basdans 'The Floor Eats First', song gaandeweg met een zeker dEUS-gehalte, waarop zelfs een diepe cello-passage niet mag ontbreken. In de donkere jazztrip 'Bleak' dansen dan virtuoos Mullens' bassnaren, galmt lang en traag Steenaerts' ijle gitaar, maar dan nog fluisterzingt Trouvé er zich elegant dieper onderdoor.

We horen verder ook saxofonist Joppe Bestevaar. Heerlijk hoe die 'outside the box' diep van zich afblaast op dat dartele bijna big band-klinkende 'The Big Thing'.

Ook op 'Miss Emma' dat vintage instrumentaal opstart. Er ontvouwt zich daaropvolgend met veel schwung een heus knarsende, rollende rocker op speed. Die bijna dissonant jankende gitaar van Steenaerts in alarmtoestand, Geert Roelofs' drums er roffelend tussenin en vanuit de achtergrond voor het eerst dus die jazzy sax van Joppe Bestevaar, samen als in één zalig broeierige rock-jazz-electronics-moshpit. Alles dik pats dus op 'Variomatic' en zo blijft al vanaf het openingsnummer alles lekker nazinderen.

Er zijn evenwel ook rustpunten op het album, zoals het weidse 'Campo' waar je zalig chillend kunt achteroverleunen. Na de met zijn vervaarlijk vervormde digitale koorstoten filmische start van 'Dead Air Anthem' is het nu vooral de percussie die helemaal loos mag. Machtig. Even magistraal gevolgd door de snaren komen ze zo in een trippy gitaarwereld die van King Buffalo waardig.

Het kluifje 'Muling Gambit' tenslotte is er eentje gevuld met energie en subtiliteit. Tuimelende percussie en noisy elektronica ondergaan volgzaam de uitbarstingen van de diepsnijdende gitaarlijnen. Zo wordt het die laatste zes minuten nog een en al freewheelen en wegdrijven in een vreemdzoemend psychedelisch universum van progressieve jazzrock.

Kameel blijkt op 'VARIOMATIC' in staat om bijna achteloos alleen maar grootse composities uit de mouw te schudden die verbazen. Die met hun energieke flair dan ook nog echt en fris klinken. Ze trekken het album door als een sensationele pletwals die het gehoor vastgrijpt met hun continu onderhoudende sound. Hier levert men kleurrijke rockjazz die soms ook op de heupen mag werken en die in zijn klankpalet met verve nu zelfs tot aan de elektronische avant-garde reikt.

Kameel roept zo een pak fijne herinneringen op aan het elektrogeluid van de Duitse seventies, maar net zo aan actuele sferen als van Dans Dans en evengoed aan de rock-'n-roll-spirit van dat andere jazzrocktrio Unfinished Business uit Antwerpen eerder dit jaar. Een dergelijk album blijft - niet verwonderlijk - achteraf ook heerlijk lang hangen en vraagt daar dan alleen maar spontaan om 'repeat'.
Vergeet dus even de naam van dit straffe toptrio, want 'VARIOMATIC', het album, is geen kameel, het is nu al een volbloed hengst.

Patrick Steenaerts - gitaar en synths
Hans Mullens - bas, double bass, synths en electronics
Geert Roelofs - drums en percussie

» details   » naar bericht  » reageer  

Glitterpaard - Thursday (2025) 4,0

19 november 2025, 17:29 uur

Uit liefde voor de muziek van Mark Linkous maakten ze eerst de naam van diens Sparklehorse tot die van hun tributeband en meteen zag een nieuwe superieure Belgische supergroep het levenslicht. In 2022 verscheen vervolgens hun eerste succesvolle debuutalbum met alleen eigen nummers. Nu drie jaar later komt ineens Glitterpaard afgetraind en stampend van ambitie weer in de race, met het album Thursday.

Dat Glitterpaard wordt inmiddels nog steeds in toom gehouden door Philip Bosschaerts van Mintzkov, verantwoordelijk voor zang, gitaar, toetsen, tapes, loops, programming, Johan Verckist van Wardrobe, ook voor zang, gitaar, toetsen, loops, Damien Vanderhasselt van Millionaire op drums, percussie, programming, Sarah Pepels van Portland op zang en toetsen en Frederik Bastiaensen van Marble Sounds aan de bas.

Thursday werd een spannend album dat ze opnieuw zelf produceerden, met dank deze keer vooral aan drummer Damien Vanderhasselt. Alles gebeurde overwegend tijdens die voor de band bevrijdende Antwerpse donderdagsessies, waar ze ver van de dagdagelijkse beslommeringen als in een staat van muzikale mindfulness ongedwongen hun nieuwe songs konden laten ontluiken, waaraan ze gefocust op een gemeenschappelijk doel boetseerden en deze lieten afrijpen. Tijdens die voor hen therapeutische zenmomenten ontstonden enerzijds heel intieme, kleine, maar Sparklehorse-gewijs evengoed geheel uiteenlopende, weirde, maar tegelijk - hoe kort ook - altijd bij elkaar horende nummers. Die zich en surplus altijd zo wezenlijk mooi gelaagd aandienen als je van een Glitterpaard met die stamboom mag verwachten.

Die rechtuite lovesong vol pijn, het schitterende Lost in Your Gold om op mee te deinen, en die bespiegelende, onwerkelijke droom die Quiet Boys is, dat zijn perfecte openers, warme hoogtepunten met een hoog Mintzkov-Sparklehorse-Grandaddy-gehalte. Twee uitstekende melodieuze songs waarin Philip Bosschaerts nog maar eens opvalt als de man die Tom Barman's stem al jaren zo mooi perfectioneert.

Komt er, als Johan Verckist in het maffe Black Page even de vocals en vooral de gitaren overneemt, ineens ook wat meer leven in de brouwerij. Glitterpaard wordt een vuige rockband met schurende en gemeen bassende gitaren in de kruising van Eagles of Death Metal en het glamoureuze T-Rex of verder zelfs nog The Velvet Underground.
Underdressed duwt met zijn trieste diepe piano-noten dan weer helemaal in de richting van een zalig ingetogen dEUS-sound.

In een wolk van weerkerende, spaarzaam jazzy gitaaraanslagen en frele belletjes is in plaats van lol en plezier deze keer Glitterpaard's Big Fun dan toch veeleer Bosschaerts' koortsdroom over verlangen. Dit alles nu, zoals hij het zelf ergens uitlegt, als in een mix van Sparklehorse met Dr.Dre. Mooie duozang overigens weer hier met ex-Portland's Sarah Pepels.

Het vurig instrumentale tussenstukje gebaseerd op een gitaarriff Days of Jupiter zou in essentie voor niet meer dan een brutaal geintje kunnen doorgaan, een 'petit moment de gloire' voor gewezen EU-Voorzitter Charles Michel, die bijvoorbeeld op zijn sappigst de eer krijgt om het "pivotal" moment van de plaatkantwisseling aan te kondigen. Ware het niet dat ook de band op dat moment op een cruciale stand van zijn geschiedenis staat.

Ook de volgende song, Make Me Mine, met zijn ingehouden stuiterend ritme, fijne melodie, schoon aangekleed, is weer een echte sfeermaker. Sterk. Als een Glitterpaard rimpelloos glijdend overheen zijn zachte weemoedige mijmeringen, als over de weidse wateren van de Summer Sea recht op weg naar Essos.

Het sinistere Mythomania blijkt daarop haast een buitenbeentje. Bosschaerts' 'oudste' song, weerhouden in een geslaagde poging om ook eens buiten de comfortzone te creëren. Tikkend als een tijdbom wordt het hier, met zijn vuile r&b-groove, iets tussen Missy Elliot en Kelis verbonden met Millionaire. Ultrakort weliswaar, maar zo destructief in al zijn rauwe vervorming en repetitief gierend krijsen.

Volgt opnieuw - uitmuntend - End Scene, fraai krullend gezang van Bosschaerts op een bedje van simpele gitaarsnaren en een mysterieus kluwen van als nevels wegdeemsterende elektronica.

Nog een klassenummer is dan I've Been Around, een zachtwiegende sleper boordevol positivieve vibes. Verrukkelijk daarbij ook weer die eenzame vocalen van Jeroen Bosschaerts en Sarah Pepels. Even opgewekt tenslotte gaat daarop Thursday met Lay Me Down de laan uit, onder een galmende slidesound waarbij je je minutenlang precies wel in een heerlijke song van Wilco waant.

Na die van Sparklehorse loopt zo nu dus ook het dynamische Glitterpaard met een eigen sound zijn eigen koers. Een hecht vijftal dat al bestond uit stuk voor stuk gedreven musici met een pak ervaring. Op hun Thursday-se donderdagen investeerden ze die, niet zonder oog voor experiment, in een blender gevuld met melancholie en fragiliteit. Eerlijke, ontroerende, helende composities kwamen er op die voor hen meest creatieve vierde dag beetje bij beetje uit en finaal staan die samen voor weer een robuuste en diepgaande luisterplaat. Niet zonder dat paar essentiële muzikale uitbarstingen die er wegens al die ruwe te verwerken emoties gewoon bijhoren. Al zullen die het zachtgehaakte Glitterpaardje van de hoes dan wel even hevig hebben doen steigeren.

» details   » naar bericht  » reageer  

ROSALÍA - LUX (2025) 4,5

14 november 2025, 09:49 uur

De Catalaanse Rosalía strijkt radicaal tegen de haren in. Met een atypisch album om bijna bang van te zijn, zo erg gaat ze weer tegen alle conventies in. Na het beluisteren van haar vierde album LUX is het hoe dan ook wel heel duidelijk dat zij een van de grootste durvers in muziekland is geworden. Dan nog ligt met haar nieuwe ondansbare album LUX het hele culturele najaar nu al aan haar voeten.

Rosalía, het singer-songwriter-performance-fenomeen dat voor ons aller ogen in 2023 op Rock Werchter toch maar met veel lef en branie horden tieners bijna in katzwijm bracht met haar arty flamenco pop vermengd met verbluffende reggaeton en experimentele elektronica.

In de plaats van Motomami, haar album van toen, krijgen we nu op zijn minst weer een plaat als een donderslag. Want 'LUX' is andermaal een gebeurtenis in die zin dat weer alle monden openvallen. Omwille van dat pak schijnbaar ongeordende, zonder enige catchiness onophoudelijk opeenvolgende impressies. Ver van alle simplistische frames eigen aan de hapklare seriesongs van de pophitfabriekjes. Integendeel zij slijpt veel liever geduldig haar luisterplaat tot een donker juweel vol orkestrale en klassieke crossover. Daarin - de grandeur van rocker Freddie Mercury achterna - wordt met veel liefde nu zelfs opera omarmd. Een unieke rit langsheen aaneengeschakelde liedjes die zich pas na herhaalde aandachtige beluistering helemaal zullen prijsgeven.

Het vlotst lukt dit wellicht nog bij - hoe kort ook - dat groots orkestwerk Berghain, de 'grote hit' ook en sleutelsong van de plaat, met dito clip en met glansrol voor het London Symphony Orchestra onder leiding van Daniel Bjarnason, bovendien versterkt met de vocalen van Björk en Yves Tumor.

Dat Berghain, het overvalt je met zijn wervelstorm aan muzieknoten à la Vivaldi, Wagner en Orff. Zowaar een mini-Queen-opera die straks net zo de tand des tijds zal doorstaan. Met Rosalía als het 'Sneeuwwitje' dat doorheen haar verdriet navigeert terwijl ze worstelt om haar gebroken hart te herstellen. Om uiteindelijk haar troost en genezing te vinden in spiritualiteit.

https://youtu.be/htQBS2Ikz6c?si=nbhT7rcf1DW-p1iT

Onmisbaar voor de uitdieper van dit hele album is een volledig vertalend tekstboekje. Want Rosalía is deze keer ook polyglot geworden. Een massa talen, van Duits over Latijn, Oekraiens, Arabisch, Italiaans, naar overwegend Spaans en Engels tot Japans, deze en nog meer, het buitelt allemaal over elkaar heen.

Rosalía blijft als conservatoriumgeschoolde opvallen met haar muzikale basis, geworteld als ze is in de traditionele wereldmuziek, je moet het daarmee dus maar doen. Haar Latin Music waar ze zo zielsveel van houdt, die blijft ze hier heel vernuftig aanpakken, ontdoen van alle stoffige lagen, om dan uiteindelijk een en ander creatief in een andere context te zetten.

Rosalía is begenadigd met die magnifieke, warme sopraan van het zuiden en ze zingt nu tot in de allerhoogste registers haar verhalen over de vrouwelijke heiligenlevens waaraan ze zich spiegelt. Op zoek als ze is naar het goddelijke is dit album dan ook geheel doortrokken van een intens religieus gevoel.

En toch wordt zelfs dit opnieuw geen commerciële zelfmoord. Neen, ze zal zich met dit met niks vergelijkbare LUX finaal als een komeet nog verder schieten dan heel het gild aan popvernieuwers anno 2025.

Ze arrangeerde met haar fantasierijk klankenpalet al het perfecte huwelijk tussen pop engelse en spaanse stijl. Nu staat ze met deze pop met de sloophamer voor de muren van de Klassieke Muziek met de grote 'K'. Daar verzet ze zo maar even de norm met haar kruisbestuivingen van geluiden uit alle uithoeken van die klassieke wereld. Al bestond zoiets natuurlijk al, nergens klikt die verbinding zo verduiveld goed als hier. Haar futuristisch amalgaam van stijlen vermengt ze in een aangename 'chaos' van vaak haast contradictorisch klinkende experimenten. Rosalía, dus net als in Motomami meesteres van de transformatie en ja, daar gaat toch sowieso iedere liefhebber overrompeld voor overstag.

Tot spijt van de purist die Rosalía omwille van haar radicale aanpak van bijvoorbeeld flamenco of klassieke muziek benijdt en, toegegeven, nummers als Berghain horen misschien inderdaad wel niet direct in een Klassieke Top 100 van een Radio Klara, maar haar expressieve verhaal op het ritme van flamenco of op de tonen van canonische muziek is wel van de puurste dramatische kunst. Die figuurlijke muren sloopte ze overigens in schoonheid en met haar vurigste gevoel. In schril contrast met de muzikale tijdsgeest die tegenwoordig zelfs steeds meer het artificiële blijkt te moeten aanhangen.

LUX, Rosalia's ambitieus oratorium met koor en orkest is in zijn vier bewegingen een uitdagend en weer grensoverschrijdend werkstuk zonder meer. Zonder op de songs ervan stuk voor stuk in te gaan, noem het geheel een hemelse ervaring. Als onder het intense zonlicht dat in verspreide orde door onze herfstbossen straalt.

Even omzien misschien toch nog? Zal opnieuw die hele piepjonge generatie zich net zo enthousiast als toen door haar shows laten opzwepen? Wees gerust, jawel.

» details   » naar bericht  » reageer  

Lucky Came to Town - The River Knows My Name (2025) 4,0

9 november 2025, 20:44 uur

Lucky Came To Town, met debuutplaat The River Knows My Name, een nieuwe naam aan het firmament van de Belgische americana om al direct rekening mee te houden. Maar voortgaande op hun socials waren ze er toch al even. Je stoot dan steevast op die charismatische wat grijsbebaarde frontman Kim Van Weyenbergh. Altijd ontwapenend sympathiek in de weer om zijn levensproject Lucky Came To Town helemaal tot in de schijnwerpers te tillen. God, ademt die man zijn muziek, de americana, uit.

Ronduit aandoenlijk is het daarbij wanneer hij bij kaarslicht samen met tienerdochterlief (!) een verbluffend akoestisch coverduet ten beste geeft van Zach Bryan’s schitterende I Remember Everything. Zach Bryan en Kacey Mushgrave waarlijk even helemaal overtroffen daar in de intimiteit van die Franse zomeravond. Want country, folk, blues of rock, het blijkt het gezinnetje uit Linden-Lubbeek met de paplepel ingegoten. Ergens vind je verder ook nog wel het clipje terug waar hij en partner Annemie Moons in de keuken al als duo schoon samenzingend aan de weg timmeren.

https://www.facebook.com/share/v/1H3bpVSPeh/

En ja, ook vader Van Weyenbergh organiseerde al folkoptredens, met goed volk als Ramblin’ Jack Elliot, Derroll Adams en andere legendes op de affiche. Zoontje Kim beleefde het allemaal vanop de eerste rij en hij zoog alles graag en gretig op, tot en met papa’s wondermooie platen van de grote Springsteen. Met het opgroeien kwamen dan steeds meer ook de eigen idolen als eerst het ‘wilde’ Pearl Jam zich erbij vervoegen. Maar de kiem voor het luisteren naar, het spelen en uiteindelijk het componeren van die americana was voor deze muzikale allesbrander dus al helemaal gelegd.

Betitelen we, nu bekeken, Van Weyenbergh’s beginjaren als muzikant eerlijkheidshalve dan toch maar wat als ploeteren. Met zijn project Rain Dog alleen de boer op, tot zwerven toe in Amerika. Tot hij die solotrips zelf maar wat beu werd en eindelijk in 2015 zijn Lucky Came To Town, de groep, het levenslicht mag zien. Een duidelijke groet overigens toch wel zeker, jongens, die naam, naar Springsteen’s Lucky Town? In alle geval, vanaf dan enkel nog maar een aantal personeelswissels, waaronder de gelukkige toevoeging van een leadgitarist en sinds 2021 valt vooral alles meer in zijn vaste plooi.

Twee gitaren nu, toetsen, bas, drums én harmonie van stemmen. Daarmee rollen ook de eerste epeetjes van de band. Met één van die songs notabene, Ghost of the Mississippi uit 2022, die de zes met hun neuzen meteen al even aan het grotere venster zet. Ze halen er dat jaar de halve finale mee van de americana-sectie van Nashville’s vermaarde International Songwriting Competition.

Maar vooral, geheel organisch raakte nu eindelijk ook dat eerste album The River Knows My Name in de steigers. Met Van Weyenbergh als de aanbrenger van al de primaire teksten én de muziek om er met de band volop mee aan de slag te gaan. Gidsend voor hem daarbij waren de woordkunstenaars als Jason Isbell, Ryan Adams, John Hiatt en bij uitbreiding – vooruit, nog wat namedropping – de hele americana-sound opwellend uit de platen van Steve Earle, John Moreland, Bruce Springsteen, The Jayhawks, John Prine, Townes Van Zandt, The Felice Brothers, Tom Waits, Justin Townes Earle.

In dit album neemt hij je mee, dixit storyteller Van Weyenbergh zelf, naar een wereld van ‘boxcars, murderers, thieves, lovers, all kinds of people’, doorgaans tegen een achtergrond van het land van Uncle Sam. Stuk voor stuk verhalen ook in essentie over overleven, met als constante de mythische Mississippi als de rivier vol stenen verlegd door zovelen ooit op aarde.

The River Knows My Name start zijn zinderende Ain’t No Blues in een waas van zoemend orgel. Het wordt een bluesy countryrocker waar je al onmiddellijk kennismaakt met de heersende karakterstem van Van Weyenbergh. Waar evenwel niet alleen zijn vrouw Annemie Moons maar tussen de schelle honky-tonk-toetsen ook vrijwel de hele band zich in enthousiaste samenzang mogen aansluiten. Mooi al zonder meer en dan moeten al de highlights nog komen.

Zoals ook de topper van al even, die jolige countrysong Come Dance op dit album zeker niet mocht ontbreken. Een perfecte illustratie van de constante samenwerking van zes bedreven muzikanten. Hier wordt de song bovendien nog wat bijgekleurd door de viool van Katrien Bos en de slidegitaar van producer Dirk Lekenne.

Lucky Came to Town plays Even Now Live at Het Groot Ongelijk
Het moordlied letterlijk en figuurlijk Oh, Loretta luistert daarop weg als een regelrechte Steve Earle. Wat schurkt Van Weyenbergh’s stemtimbre hier dan ook schitterend aan bij dat van de gevierde singer-songwriter.

Ook klepper Hands on the Wheel past Lucky Came To Town als gegoten. Wat een groepsprestatie, die toetsen, piano, orgel, die scherende gitaar, in vurig driespan met de schitterende zang. Een bonkende song uit één stuk die zich heimelijk optrekt en openbloeit tot een countryrocker van jewelste. Met Van Weyenbergh die zich met zijn op- en neergaande vocalen hier uitleeft als een plaatsvervangende Eddie Vedder.

Even balladeren dan met het slepende Lone Wolf, de sierlijk inleidende gitaristen, een onkreukbaar volgende band, inclusief die fladderende viool. En Van Weyenbergh, hij is ‘the wolf howling at the moon’.

Grijpt de drinkende zanger op retour zijn kans tot ommekeer nu het nog kan? Hoe ook de lyrics, het zalig wegtikkend Going Back staat sowieso voor een topsong. Heerlijk toch weer daarbij dat hele rijke instrumentarium van die band, die dwarrelende akoestische en elektrische gitaren en die intussen bijna onmisbare viool. Met z’n allen dus samen met het briljante verhaal van Van Weyenbergh meedeinen tot aan het gaatje.

Pure opwinding, dat is ook Soulfire, een geweldige rocker. Een scanderende frontman door de pittige percussie op speed gedreven. Lekker elektrisch ook, met applausje voor het uitmuntende slide-solowerk van de producer.

Dan het hemels catchy Even Now. Even een a capella-intro, waarna alles in gang schiet. Samenzang, gitaren, percussie, gewoon met z’n allen op het elan van een stoomtrein door tot aan die dartele finale piano-nootjes. Met uiteraard Van Weyenbergh in zijn zoveelste glansrol.

In Coal Blues zoekt voor even ver van de Mississippi de zanger letterlijk en figuurlijk zijn zwarte blues diep in die rampzalige mijn van Marcinelles. Traag, piano en orgel in mineur, plechtige samenzang, droefenis die uitgalmt.

Waardige afsluiter wordt New York City Nights, de finale uptempo rocksong over Van Weyenbergh zelf die ooit over de plas zijn New Yorkse dromen najoeg.

Maar ‘Lucky Van Weyenbergh’ heeft nu na jaren geduldig zoeken een vastberaden gezelschap van gelijkgestemde ‘Luckies’ bij elkaar gekregen en de Lucky Came To Town-trein lijkt er in die constellatie goed mee op snelheid te komen. Hijzelf is en blijft naast singer-songwriter ook een topclass americana-crooner met een karakterstem die op Vlaamse bodem nog het meest doet denken aan die van Leander Vandereecken, die andere americana-klasbak van A Murder in Mississippi.

Dus ineens staan ook zijzelf er als groep, met een authentiek album vol doorleefde, nostalgische songs die in hun intensiteit verbazen, het hart raken en zich per luisterbeurt dieper nestelen. Een plaat vol bluesy americana bovendien die in al zijn variatie coherent is en knap gearrangeerd.

Men kan het bijaldien in verband met de band nu al niet meer louter hebben over ‘Lucky Came…’ maar met deze eerste steen in de Mississippi-river evengoed over ‘Lucky Came, Saw and Won‘. Dikke duim bij deze voor een zeer geslaagd debuut dat enkel vraagt om nog veel meer.

En ja, heel misschien zien we daarbij dan ooit, in het backing-koor, ook die jongste Van Weyenbergh als zevende ‘Lucky’ in die ambitieuze band opduiken. Het bloed dat kruipt…?

– Kim Van Weyenbergh – ritmegitaar, vocals,
– Annemie Moons – vocals,
– Wouter Grauwels – leadgitaar, vocals,
– Dimitri Laes – toetsen, vocals,
– Joost Buttiens – basgitaar,
– Bart Steeno – percussie.

Opgenomen in de rootsstudio Fandango in Boutersem met producer Dirk Lekenne.

» details   » naar bericht  » reageer