Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van henrie9. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026
Floating Points - Cascade (2024) 4,5
27 november 2024, 17:55 uur
Voorjaar 2021, Floating Points bracht zijn 'Promises' uit, een pracht van een jazzy ambientplaat drijvend op negen golvende bewegingen, waar, tussen de strijkers van het London Symphony Orchestra, saxlegende Pharaoh Sanders de hoofdtoon mocht voeren. Rust en schoonheid waren de twee sleutelwoorden op deze crossoverplaat. Wegdromen, vele avonden lang.
Tracht Sam Shepherd, de producer achter Floating Points evenwel nooit voor één gat te vangen. We zijn 2024 en hij gaat opnieuw solo. Weg is de jazz, want onze eclectische man zoekt op zijn derde soloplaat ineens iets totaal anders. Deze keer weer even helemaal alleen zijn tussen zijn synthesizers. Op 'Cascade' terug naar de roots, naar de biotoop waar hij al zijn verbeelding kan loslaten op de elektronische dancemuziek en de technische house. Op weinig alledaagse wijze tovert hij zo een oogverblindend technoalbum te voorschijn, krachtig, minimalistisch, repetitief en meeslepend, waar zowel de beats zich vrij en vrolijk op de danceclubs mogen oriënteren, als waar etherisch verdampende ambientgedeelten de weg openen voor trance, huiselijk zelfbeschouwen en dito loslaten.
Genieten wordt het. Opnieuw negen geweldig klinkende nummers die als watervallen door het album stromen, negen composities op een groovy palet van zich in weelderigheid en gelaagde texturen ontwikkelende soundscapes.
Verslavende synths, synths en nog eens synths, elektronische vibraties en exaltatie, telkens begeleid door adembenemende percussie, indringend knallende beats. De klemtoon ligt deze keer dus duidelijk op een pak caleidoscopische bangers voor de dansvloer, met op kop de opener 'Vocoder [Club Mix]', 'Birth4000' of 'Del Oro'.
Die sprankelende opener 'Vocoder [Club Mix]' dat is alle energie los, raven en opveren op de beats. Een voormalige single nu voor de clubs als booster tot en met dansbaar gemaakt.
Het wervelende kaal over en weer stuiterende 'Key103', scherp en indringend, opgejaagd door die solide pulserende kickdrum. Shepherd keert even terug naar het gelijknamige underground-radiostation uit zijn geboortestad Manchester, de zender die hem zoveel inspiratie leverde.
Uit het waanzinnig intense 'Birth4000' walmt spetterend de herbakken hitsigheid van de gouwe ouwe Moroder- en Donna Summer-sound. Pure opwinding en de klapper van het album. 'Del Oro', een gouden, teugelloos ongebreidelde housetrack op de wilde hartslag van de dansvloer. Net zo in het transcenderende 'Fast Forward' draaien de synths almaar kleuriger en melodieuzer om je heen, klaar om weer een prachtige technoroes af te leveren.
Dan is dat andere hoogtepunt, het ingetogen 'Ocotillo', briljant in zijn gedetailleerdheid. Fraai en ongerept ook met zijn voortschrijdende synths en prikkelende percussie en met o.a. ook die druppelende harp en antieke klavierpiano mee opgenomen in de akoestische outfit. Allemaal vermengingen die voor verbluffende extra-schoonheid zorgen.
Het coole 'Afflecks Palace' is meer dan zes minuten lang langzaam in het duister uitrollende vervoering, naar een extatisch groeiende verkeerschaos van tegen elkaar opbotsende instrumenten, tot op het einde na de digitale beats echte percussie het punt mag zetten achter al die psychedelica, trance en verwarring.
Uit de desolaat echoënde woestenij van 'Tilt Shift' ontluikt knisperend en ritselend de percussie. Constant muterend zoekt die zijn verloop, in ongekende richtingen. Finaal ook nog even vier minuten gelukzalig wegdrijven in een uitzettende atmosfeer, dat wordt de afsluitend heerlijke ambient van 'Ablaze'.
Heel bijzonder toch dat grenzeloze universum, die magisch weidse, almaar vlotjes transformerende microkosmos van intellectueel en laptopman Sam Shepherd. Prachtig gewoon om in al die technische eenvoud weg te deinen, in al die opeenvolgende groots opgeroepen stemmingen.
'Cascade' is de onmiskenbaar leuke ontdekkingstrip van een veelzijdig componist en producer. Na een voor iedereen ellendige coronatijd zonder dansvloer was een uurlange ontlading in de best denkbare ravemuziek voor Shepherd zelf gewoonweg een must. 'Promises' blijft dan wel zijn magnum opus, dit tot in de puntjes vakkundig gemaakte 'Cascade' komt binnen als een live dj-set uit de duizend en voor 2024 ongetwijfeld als de technoplaat van het jaar.
Benieuwd waarmee hij de volgende keer opdaagt.
» details » naar bericht » reageer
Linkin Park - From Zero (2024) 4,0
21 november 2024, 17:15 uur
Op 1 juli 2017 stond hij nog jumpend en blij Rock Werchter aan te vuren. Amper 3 weken later volgde hij zijn vriend Chris Cornell al op in de zelfmoord. Chester Bennington, gevierde brulboei van Linkin Park deed daarmee tegelijk ook helemaal het licht uit voor de flamboyante Amerikaanse nu-metal-, rap- en rockband Linkin Park. En meteen ook voor het pak intrieste fans.
Helemaal? Niet dus. Na de lancering dit jaar van eerst een paar nieuwe singletjes, moet de bevestiging van Linkin Park's comeback met een heus achtste album voor al die miljoenen dan toch wel het onwaarschijnlijkste event van het jaar 2024 zijn geworden. Met als surplussurprise in het pakket de vaststelling dat Chester's lege plaats, daar frontaal aan de microfoon naast Mike Shinoda, door ene blonde Emily Armstrong wordt opgenomen. Linkin Park zowaar verder met een bevallige dame aan hun roer.
Voor een muzikaal rimpelvrije aanname van dit toch niet evidente nieuwsfeit is weliswaar een globale suggestie op zijn plaats. Vergeet alles wat je muzikaal ooit van Linkin Park hebt gehoord, vergeet hun door eenieder afgekraakte laatste album 'One More Light' en de inmiddels opgekleefde etiketten als 'kindermetal', vergeet ook alle ruis die je in aanloop tot deze release toch over hen zou kunnen hebben opgevangen. Pijnlijke uitlatingen bijvoorbeeld van Chester Bennington's moeder en zoon aan het adres van de groep, boude beweringen over mogelijke foute bindingen van het nieuwe zangeresje met bedenkelijke lui en/of sekten, zure oprispingen bovendien over de met zijn half uur lachwekkend veel te korte duur van het nieuwe plaatje. En dergelijke meer. Slik alles mild, geef hen eens vlakweg het voordeel van de twijfel en beoordeel zonder cynisme deze risicovolle doorstart op zijn muzikale verdiensten. Zo zal de eventueel glorieuze opstap naar een hoger schavotje van een band die bij het overlijden van Bennington nog vertwijfeld zoekend was al niet bij voorbaat zijn gefnuikt.
Al heeft ze evenveel power in de longen als Bennington, met haar energieke geluid is die Emily Armstrong zeker al geen klakkeloze copy-cat van haar voorganger. Een elegante sirene is ze, die het recept van Linkin Park als die voor eenieder vriendelijk klinkende nu-metalband voor de stadions perfect naar zich heeft toegetrokken. Ze heeft alle stijlen haar voorgeschoteld gedwee opgenomen, heeft alles opgezogen en uiteindelijk met het nodige respect naar haar hand gezet. Hier staat iemand die een goede chemie heeft gevonden met de hele band en die met hen alle richtingen opgaat, een popdiva die kan performen, een operazangeres met een scala tot en met screamen als een Dead Sara.
'From Zero' start met een tweeëntwintig seconden a capella-intro, wat cryptisch geneuzel tussen Shinoda en Armstrong om de nieuwe Linkin Park te introduceren.
Dan is het de beurt aan de nu al klassieker 'The Emptiness Machine'. Inderdaad de grootste topper van het album, enerzijds een vintage Linkin Park-song, anderzijds een song die binnenroffelt met een kersvers energieke vibe. Vocale clash ook tussen de twee vocalisten Shinoda en Armstrong die door de collega's tot op barre hoogten worden opgestuwd.
De geagiteerd scanderende punker 'Cut the Bridge' trekt op langs een spoorlijn van ongenadig aangemepte drumslagen, een pad met daarop de beide vocalisten heen en weer slingerend tussen de mistnevels.
'Heavy Is the Crown' zweeft aanvankelijk wat symfonisch binnen, tot gezapig Shinoda's rap invalt en ook de warrige elektronica, maar dan wordt het vooral heerlijk samen rocken met een Armstrong die er steeds oorverdovend bovenuit komt.
Even wat zachtheid en melodie inbouwen dan met 'Over Each Other', hoedanook door Armstrong vurig gecroonde elektropop, helemaal dramatisch solo deze keer, tussen wild tekeergaande rockgitaren en drums.
De grootste metalklets op de plaat komt van het van metalcore riffende en bruisende 'Casualty'. Armstrong, hevig oerschreeuwend in het rond, geeft Shinoda zuiver het nakijken en nieuwe drummer Brittain toont met zijn keer op keer hevig aanrollende drumpolka's nogmaals wat ie in zijn mars heeft. Zalig, extreem en met een dierlijke Armstrong volledig in haar sas.
Het fraaie 'Overflow', een hoekige poprocker opstartend in een bad van psychedelische Nine Inch Nails-industrial. Beklijvend verre piano en elektronica en in echo omhulde vocals galmend à la Ghost.
Het extra-knoestige, van scherpe kartelmessen voorziene 'Two Faced' is opnieuw een classic woedende rock-hiphop-potpourri. In staccato rappen, scratchen en helemaal tot aan de climax duivels krijsen in een pittige Rage Against The Machine-modus.
'Stained' is net als 'Overflow' nog zo'n hartstochtelijke Shinoda-Armstrong-interactie gewikkeld in een strak industrial-popkleedje.
Ook in het met vlijmende gitaarriffs razend gemaakte 'IGYEIH' is DJ Joe Hahn goed scratchend op dreef. "I Gave You Everything I Have" debiteert Armstrong terwijl ze weer het diepste van haar keel opzoekt.
Een supersterk 'Good Things Go' is de afsluiter in typische Linkin Park-stijl. Een weemoedig en sierlijk kronkelend duet waarin Armstrong en Shinoda, begeleid door de vol gas vooruit stuwende gitaren, steeds steiler de atmosfeer ingaan.
Linkin heeft met 'From Zero' tegelijk achteruit gekeken én vooruit. Bij leven en welzijn kan deze band - weze het nu echt 'from zero' of een gewoon als een geslaagde nostalgische reprise - nog jaren mee met de stroom des tijds. De huidige upgrade in de rangen blijkt na alles alvast een bijzonder staaltje van veerkracht. De inschuiving van Emily Armstrong daarbij gaat gepaard met een intense explosie van grinta en daarmee komt Linkin Park niet alleen uit op de best mogelijke opvolging voor de betreurde Chester Bennington, maar muzikaal steekt het het Linkin Park versie 2017 zelfs royaal voorbij.
Op dit fascinerende album zijn er immers momenten te over om verrukt achterover te leunen op het machtig opgevoerde geluid. Dan wel geen miljardenstreamers hier à la 'In The End' of 'Numb', maar de nieuwe bevat voldoende absolute toppers om er zonder meer een sterke aanvulling op te zijn. Met 'From Zero' brengen ze dus vooral succesvol hulde aan zichzelf. Met een dergelijke magie kan Linkin Park niet bleekjes maar zonder blozen weer de wereldpodia op.
Line-up:
Mike Shinoda - zang
Emily Armstrong - zang
Brad Delson - gitaar
Dave “Phoenix” Farrell - bas
Joe Hahn - DJ en video
Colin Brittain - drums
» details » naar bericht » reageer
Sylvie Kreusch - Comic Trip (2024) 4,0
14 november 2024, 16:44 uur
"Viens petite fille dans mon comic strip", wenkte Serge Gainbourg nog in '67 en al die jaren later voelt het meisje in Sylvie Kreusch zich nog steeds zuiver door de Parijzenaar aangesproken... "Crip! Crap! Shebam! Pow! Plop! Wiz! Vlam! Splatch! Chtuck! Bomp! Humpf! Pfff!", onomatopeerde hij in zijn sevenmillionstreamer 'Comic Strip'. Met "Paaw! Beng! Kachaaw! Whem! Blem! Boem! Checa! Waaw! Whii! Whoo! Whoo-haa! Whauw!", dient Sylvie Kreusch hem nu in haar eigen 'Comic Trip' stevig stuiterend van repliek, met al de 'big bold emotions' die ze vanuit die magische stripwereld van haar kindertijd ineens weer helemaal voor zich ziet.
Met haar geprezen break-upalbum 'Mombray' had de vurige rode zichzelf, en bij uitbreiding ook haar 'Walk Walk'-stratiertje Kratje, al wereldberoemd gemaakt. Nu acht onze Vlaamse drag queen de tijd gekomen voor iets totaal anders. Waarom geen zuiders aandoende, plezante trip vanuit haar drieëndertigjarige volwassenheid helemaal terug naar die kinderlijke naïviteit en speelse onschuld van toen, naar die fantasievol de ruimte doorschietende superwoman in haar. Want hoe vlug raken volwassenen al die avontuurlijke verbeelding toch wel niet kwijt? In komen dus deze keer vanaf de Franse zuiderzon spontaan sprankelende retropopsongs met frisse songfestivalnamen als 'Ding Dong' en 'Hocus Pocus', met o.a. een fraaie video van titelsong 'Comic Trip' met kinderen prominent in de hoofdrol.
Het weze daarbij duidelijk, La Kreusch, nu even met de blonde coupe voor de gelegenheid, straalt weer. Wat zit ze tegenwoordig inderdaad weer prima in haar latexvel. Hoe kan het ook anders, een nieuw hoofdstuk in haar privéleven is aangesneden, het Antwerpse nomadenleven beëindigd en een mooi nieuw lief dat zorgt voor licht en wolkjes. Dus een heel stuk minder melancholie en bittere zwartigheid om nog eens suf op door te kauwen. Via pastelroze songs als 'Sweet Love (Coconut)', 'Ding Dong', over eeuwige trouw, en het sexy 'Home', over haar Gentse liefdesnestje 'on the highest floor', mogen we dit dan ook allemaal heel aangenaam geweten hebben.
Komt zo het nieuwe album binnen met iets wat van de weeromstuit vooral levendig van toon, kleurrijk en dansbaar is en met die echte drums en al die warme klanken zo bezwerend en repetitief.
Maar geen nood evenwel, ook de etherische arty-Kreusch in extreem vrouwelijke stijl die ook haar 'Montbray'-album zo pakkend en vurig kleurde, de meeslepende songs met het hart op de tong zijn hier niet gelost. Zie haar daar in die dartele 'Hocus Pocus'-video zomaar bezig tegen een achtergrond van Pink Floyd-koeien en kinderstemmetjes. Een flamboyant blonde tovenares, wapperend in zijderood, een en al verleidelijkheid.
Maar in die kindertijd - ook dit weze duidelijk - was het dus blijkbaar ook niet altijd allemaal rozengeur. Neem zo het hoogst persoonlijke 'Daddy's Selling Wine in a Burning House', een fluisterende prachtballade die akoestisch komt opwellen in diepdromerige Amatorski-teneur. Kreusch in een walm van sigarettenmist, in een sublieme video wegrennend in een op oneindig draaiend reuzengroot hamsterrad. Omdat ze op de pijnlijke contouren stootte van de onschuldige opsluiting van haar vader na het afbranden van zijn wijnhandel en op de even dramatische scheiding van haar ouders.
In het serene 'Final Hour' dan weer raakt ze bijna verstrikt in de complexiteit van liefde en verwachtingen. Het innerlijke kind is dan wel volop op ons losgelaten, doorheen dat pak artistiek creatieve onbezonnenheid zwemen in de achtergrond ook de geplande verantwoordelijkheden van volwassenen en de verlangens in haar nieuwe persoonlijke leven. Een pep-popliedje op het einde als 'Can't Get It Done' is er om al het eventueel negatieve in het album mooi mee af te ronden, daar waar ze tegen traumatische pratronen als faalangst tekeergaat met een sixties-onbevangenheid van The Shangri-Las. 'Wir schaffen das', op de wijze van Sylvie Kreusch, 'I can get it done'.
Er hangt bovendien onmiskenbaar ook een broeierig sfeertje van hete woestijnlucht en westernprairies over het album, met prachtig harmonicaspel, saloonpiano, Morricone-drums en weids galmende reverb-gitaren. Zo stapt ze in het filmische 'Ride Away' nogmaals 'Walk Walk'-gewijs van de zaken weg. De lonesome cowgirl, als Nancy Sinatra-stoeipoes hypnotiserend croonend in een ijle Lee Hazlewood-countrysong. Wat een schitterend opgebouwde soundtrack. Ook 'Butterfly', 'Final Hour', 'Home', 'Can't Get It Done' en het fraaie 'Interlude' hanteren dit zalig zwevend instrumentarium met jazzy piano en uitdeinende Toots-harmonica.
Net als in het uitstekende 'Montbray' rijdt Sylvie Kreusch dus ook op 'Comic Trip' een muzikaal foutloos parcours. Zij is als een drag bij uitstek weer in haar rol gekropen en, dit allemaal veruiterlijkend in nieuwe flashy looks, brengt ze zo een regelrecht eresaluut aan de vederlichte pop van de sixties. Haar moeilijke tweede wordt daardoor een heel gestileerd art-album vol vindingrijk gemaakte nummers, expressief, vol kinderlijke verwondering en zoete liefde én met uiteindelijk weer heel wat internationale uitstraling.
Lucky Luke trekt in zijn 'comic strip' steevast de zonsondergang tegemoet, in Sylvie Kreusch' coole westerntrip komt de zon nu pas weer helemaal op.
» details » naar bericht » reageer
Amyl and the Sniffers - Cartoon Darkness (2024) 4,0
7 november 2024, 17:10 uur
Muziek verzacht de zeden. In dat rijtje moet in deze tijden, speciaal voor acute gevallen van verkiezingskater, 'Cartoon Darkness' van Amyl and The Sniffers het perfecte antidotum zijn. Komaan, zet al je pijnen aan de kant voor deze flitsende bende losgelaten Australiërs, een vuige punkrock'n'rollersband die van het van zich afschreeuwen een heel schone kunst heeft gemaakt. Maar pas wel even op, wiens songs je zomaar bij de kladden zullen grijpen en die zo machtig energetisch gloeien dat je je er onoplettend ook hard aan kan schroeien.
Want zeker, zo infectueus zijn ze, van zodra je Amyl and The Sniffers hebt gehoord krijg je hun catchy geluid niet meer uit je hoofd. Omwille van de geniale charmante eenvoud in al die springlevende nummers, een onmiddellijke eigenschap waarvan je dacht dat die enkel voor fris debuterende groepjes als The Sex Pistols, Nirvana of The Strokes was voorbehouden. Maar intussen hebben ze met hun als een komeet gerezen populariteit de weg van doorbraak op de grote festivals al gevonden en konden ze dit album zelfs opnemen in Foo Fighters' 606 Studio's met Nick Launay, producer - alsjeblieft - van Idles en Nick Cave.
De grootste kleppers op het album zijn 'U Should Not Be Doing That', 'Chewing Gum', 'Big Dreams', 'Pigs' en 'Jerkin' '. Maar in al die dertien songs draaiden ze zelfs geen greintje eenheidsworst. Ze lanceren alles in een gevarieerde resem aan stijlen, op en neer, chaotisch, ruig en explosief. Drieëndertig onweerstaanbare minuten die je zo in een razend tempo voorbijschieten.
De felle blondine Amy Taylor is je charismatische Courtney Love van dienst. Rebels scanderend, waar nodig feministisch onpreuts met de borstjes bloot en er met expliciete humor hard en ketterend tegenaan schoppen.
Er moet haar daarbij blijkbaar veel van het hart. Een vat vol maatschappelijke bewogenheid, zo bijvoorbeeld over de grieven van jongeren die de rotte wereld rond hen verguizen en gepassioneerd zelf aan de bak willen of over gedreven vrouwen-issues. Met haar 'Cartoon Darkness', zegt ze, drijft ze frontaal het duistere onbekende tegemoet. Maar ook de breekbare persoonlijke onderwerpen worden niet geschuwd en worden afgehandeld met een punky cool om u tegen te zeggen.
Verwacht van deze gitaarband dus vootal veel bonkend drumwerk, fascinerende riffs en maffe gitaarsolo's, veel van die ritmische hooks op volle speed vooruit. De woedend doorpompende opener 'Jerkin' ' staat daarbij model voor al wat volgt. Zie ze maar eens bezig op die goor fulminerende video ervan, zo helemaal doordrammend dat het helemaal leuk wordt. Luister bovendien naar die meedogenloze headbangers als 'Tiny Bikini', 'Doing In Me Head', 'Do It Do It' of het ultrakorte maar gigantische 'It's Mine'.
Er zitten zowaar ook tragere nummers tussen zoals de introspectieve relatiesong 'Bailing on Me' of het ingetogen 'Big Dreams' (met zijn alternatieve 'Born To Be Wild'-video!). Maar kijk, ook die zijn even briljant.
Prachtig dus toch dit leuke aussiepunkfeestje dat weer van helemaal down under tot bij ons is geraakt. Het viertal deed het zo eerder al tweemaal, met al dat zout, die peper en die pit van hun eerdere albums. Op deze bevrijdende derde doet deze voormalige cultgroep het net zo pretentieloos authentiek en opwindend, met wervelwinden die je rauw uit je sokken blazen. Sterk gewoon in één ruk en van begin tot einde. Dit is kortom één van die onverschrokken pure punkplaten van 2024. Niet te missen, laat ze knallen.
» details » naar bericht » reageer
The Cure - Songs of a Lost World (2024) 4,5
4 november 2024, 15:46 uur
'Songs Of A Lost World', een hoge vlucht over leven en dood, getekend: Robert Smith, The Cure's heuse danse macabre. Als uit de nevelige somberte van de new wave-eighties klimt na jaren eindelijk dan toch die nieuwe, allerhoogst gehypete 'Songs Of A Lost World'. In al zijn meedogenloze zwartheid, droefenis moest dit album symbolisch welhaast de dag na Halloween, op 1 november de kop opsteken, dag waarop velen ook de geliefde doden herdenken. Van het resultaat spat de droeve sfeer van een Ensoriaans eindfeest met prominent vooraan aan de microfoon een eeuwig in het zwart uitgedoste, verwilderde Theodorakis, croonend in zijn gothic gemaquilleerd wit, oogzwart en uitlopend lippenrood. Deze charismatische hoofdman Robert Smith staat er als het manusje-van-alles helemaal aan het roer, alles zelf geschreven en gecomponeerd. Van dit veertiende album trok hij als een eigenwijze perfectionist alles tot en met de productie naar zich toe.
De titels en de lyrics ervan zijn opvallend en spreken voor zich: lost world, fragile, alone, war, drones, goodbye, nothing forever, the end... Zoals ze het ooit zelf aankondigden, dit moest The Cure's meest intense, verdrietigste, meest dramatische, meest emotionele score worden van alle. Een duistere gitaarband met songs niks minder dan requiems, het leven, de liefde, tederheid, broze gevoelens er fijn tussenin verweven, in majestatische, spirituele muzikale hoogmissen om liefst met de ogen dicht zalig op weg te dwalen.
Stuk voor stuk zitten ook de acht struise composities van 'Songs Of A Lost World' vol met die huizenhoge melancholie, grote emotie, doem, bevatten ze slechts een enkele sprankel euforie als remedie. Heel veel donker en een beetje licht. Met dit cement zijn ze evenwel hecht aan elkaar samengeklit en rollen ze overweldigend als een duistere pletwals over de na zestien jaar vergenoegde navolgers heen. Ogenschijnlijk weinig onmiddellijke catchiness ook in het nieuwe recept, maar wat zou het, wat je van The Cure binnenkrijgt het blijft steevast nagalmen en het nestelt zich in al zijn transcendentie sowieso.
Zo de weidse openingsong 'Alone', kletterend en beukend in zijn slependste mineur. Gebaseerd, bij uitbreiding zelfs het hele album, op dat superdroevig gedicht 'Dregs' van ene Ernest Dowson. 'Alone', wat doet het vooreerst hemels goed dat karakteristiek eigenzinnige stemgeluid van Robert Smith als vanouds zo zuiver, vitaal, krachtig te horen snerpen, jammeren. Hoor ook die allereerste verbijsterende, apocalyptische openingszin - "this is the end of every song that we sing" -, song over desolate eenzaamheid waarna Smith ook wist dat hij op zijn treurigste lijn zat, de juiste tristessetoets had gevonden, de juiste beelden had voor die hele rits 'Songs Of A Lost World'.
'And Nothing Is Forever' is in hetzelfde duister een sterfbednummer. Over de niet nagekomen belofte elkaar uiteindelijk die laatste keer ooit samen te komen omarmen. Het is sobere piano, gedistingeerd baswerk en vooral een karrevracht zwaarmoedig rondzwiepende strijkers als meest trieste introductie. De zaken daarmee minutenlang breed gearrangeerd uitzetten dat deed The Cure overigens vroeger ook al en zo zal ook hier Smith's klagende vocale schoonheid zich bijna drie minuten weten in te houden vooraleer alles in al zijn droefenis los te laten en als novemberbladeren te laten uitdwarrelen.
'A Fragile Thing' is een gelaten liefdesgedicht geheel romantisch op de wijze van The Cure. Diep gekwetst worden, verdrietig zijn en zich in eenzaamheid achtergelaten voelen met een gebroken hart. Weer, zoals zo vaak op dit album, eerst de solitaire pianotoetsen en dan door prachtige rockgitaar, schitterende percussie, de hele perfect musicerende band ingehaald worden.
Die hopeloos bittere doomer 'Warsong'. Is het mensdom niet geboren om oorlog te voeren? Van relatiebetrokken kleine tot grote emoties naar een wijde metafoor voor de barre stand van de wereld. Nog zo'n mistroostig hypnotiserend monster, het krijgt weer een instrumentale intrap. Diep aanhoudende orgelnoten, krachtige holle drumslagen in de verte, dissonant gierende gitaren en industriële chaos voor de dreigendste soundtrack, een hoge breedbeeldvlucht boven slachtvelden. 'Warsong', als vanaf blubberige loopgraven in de prent '1917' tot de horror van Oekraïne, anything changed. Een monoliet van een song.
Wordt dan ingeschoven de hoogst intense popsong 'Drone:Nodrone', levendigheid op aloude wijze, vintage The Cure. Het blijft eindeloos zoeken in het zwart naar wat geluk. 'Happiness is a warm gun!', gedachte aan John Lennon die een paar keer opduikt bij de lyrics. Hier wordt een nodig tussentijds energieshot toegediend, vol repetitieve industrial en funk: Cooper's percussie, korzelig doordenderend als op sissend te lassen staalplaten, Gallup's almaar diep doorjumpende basrif, die wolk van O'Donnell's synths, Gabrels snijdende gitaarsolo en Robert Smith, die zich er als een volleerde postpunker mooi noir-rappend doorheen jaagt.
Losbrekend onweer op 'I Can Never Say Goodbye'. Na 'And Nothing Is Forever' nog een hoogst persoonlijk, traag rouwlied voor een geliefde broer en bij uitbreiding voor zijn beide ouders die hem enige tijd ervoor eveneens ontvielen. Het zich welluidend herhalend citaat over het naderend onheil - "Something wickes this way comes" - diepte hij op uit Shakespeare's 'Macbeth'. Smith's poëtisch hoogstandje met muzikaal alle hens aan dek. Opnieuw een heel lange intro, fraaie baslijn met beklemmende synths, die steeds meer klimmende gitaarsolo en doorheen alles die steeds herhalende, allertreurigste piano.
Dan onderneemt Smith op 'All I Ever Am' een bevreemdende introspectieve reis naar zijn eigen identiteit. Rondom hem heel wat strijkers, maar toch een energiebooster met lagen synths, gitaren en niet aflatend aanjagende drumbeats. Onder een mooie spanningsboog en in een alles inpalmende The Cure-sfeer.
Eindigen doet 'Songs Of A Lost World' met het melancholisch orgelpunt voor de arena's, Smith's hoogst deprimerende 'Endsong'. Hij herinnert zich de sterrennacht de dag dat de mens landde op een bloedrode maan. In een vervlogen tijdsgewricht vol positiviteit en mogelijkheden. Tot Smith al vlug stilstand zag opdoemen en de wereld sindsdien alleen maar dieper afgleed. Een monumentaal synthesizerstuk, groots in al zijn wervelende uitgestrektheid, weer met machtige drums en prachtige gitaren en finaal Robert Smith's hypnotiserend stemgeluid. Meesterlijke song die zijn volle tien slotminuten evenredig in eindapplaus waard wordt.
The Cure kwam in 1979 met zijn eersteling 'Three Imaginary Boys' op de proppen en ze stonden en staan tot op heden voor velen als model, evolueerden en overleefden genres en stijlen. Vandaag zitten ze als band gegoten in hun prachtige herfst. Van desintegratie, somberte en vergankelijkheid maakten ze een bedwelmend handelsmerk. In dit 2024 schakelden ze daarmee zelfs naar de hoogste stand.
Hoe ze tristesse ook laten voorkomen, dit is voor de band toch nog niet het eindfeest, de 'Endsong', de zwanenzang. Zie hen puur bezig, zelf genietend van al hun doom en gloom, eerst tijdens die intieme studiosessie 31 oktober op BBC Radio 2 of daar in die Londense Troxy in London de releasedag zelf van hun 'Songs Of A Lost World', waar ze openden met het album, song na song. Deze band schittert en acteert als in zijn hoogdagen op indukwekkende hoogte. Ze hebben naar verluidt zelfs nog veel meer fantastisch materiaal in hun mars, zoniet al in de pipeline. Of en wanneer het er allemaal ook nog wordt uitgelaten hangt weer alleen van The Cure's grootmeester-bedenker Robert Smith af, wiens gemoed al zijn leven lang gefixeerd is op eindigheid. Stelde hij nu The Cure's nieuwe finale punt niet in op 2029, vijftig jaar na hun debuut, zijn zeventigste geboortejaar? Never mind, laten we zolang al minstens even intens met hem meevieren. Dan horen we het wel.
Line-up:
Zang, gitaar, bas - Robert Smith
Gitaar - Reeves Gabrels
Basgitaar - Simon Gallup
Keyboards - Roger O'Donnell
Drums - Jason Cooper
Keyboards, gitaar, bas - Perry Bamonte (live)
» details » naar bericht » reageer
