Hier kun je zien welke berichten De Filosoof als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Ian Dury - New Boots and Panties!! (1977)

4,5
0
geplaatst: 28 juni 2024, 21:19 uur
1977 was een fantastisch popjaar dat mogelijk meer popalbumklassiekers leverde dan welk ander jaar dan ook en welk jaar de cruciale cesuur in de popmuziek markeerde: na de wending van The Beatles' met hun Sgt. Peppers-album was pop volwassen geworden met toenemende complexiteit en even veel pretenties waarop een 'primitivistische' tegenreactie kwam in de vorm van punk. In die storm kan zelfs een klassieker als deze plaat wat ondergesneeuwd raken, temeer nu het niet echt punk is. Maar tegelijk is Ian Dury ultieme punk: de single 'Sex & Drugs & Rock & Roll' werd de ultieme punk anthem terwijl het eigenlijk een nogal soft jazzy nummer is hetgeen kenmerkend is voor de onorthodoxe stijl van Ian Dury die uniek is en subtieler dan punk maar wel de ruige uitstraling van punk heeft.
In retrorspectief doet Ian Dury - en dit is zijn beste album - me wat denken aan Beck en daarmee aan postmodernisme: het is een potpourri van stijlen (ook tekstueel lijkt het vaak een bijeen gooien van woorden) en wordt geleverd met een dikke ironische knipoog maar ondertussen is het geniaal. Daar kom je achter als je de plaat na al die jaren nog eens beluisterd en elk nummer nog steeds blijkt te staan als een huis.
In retrorspectief doet Ian Dury - en dit is zijn beste album - me wat denken aan Beck en daarmee aan postmodernisme: het is een potpourri van stijlen (ook tekstueel lijkt het vaak een bijeen gooien van woorden) en wordt geleverd met een dikke ironische knipoog maar ondertussen is het geniaal. Daar kom je achter als je de plaat na al die jaren nog eens beluisterd en elk nummer nog steeds blijkt te staan als een huis.
Iggy & The Stooges - Raw Power (1973)

4,5
1
geplaatst: 9 februari 2017, 23:06 uur
The Stooges zijn uiteraard razend populair bij iedereen die van alternatieve rock c.q. punk en zo houdt, maar het zijn altijd de eerste albums van The Stooges die dan worden geprezen. Maar ikzelf kan juist niet zo veel met die eerste twee albums maar ben altijd extreem (positief) onder de indruk geweest van dit derde album dat ik altijd heb ervaren als de meest krachtige en agressieve rock 'n' roll aller tijden. Zelfs de latere punk- en metalbands komen eigenlijk niet eens in de buurt van de pure 'raw power' van dit album. Dit is het album bij uitstek om helemaal uit je bol te gaan en het blaast je regelrecht van je stoel af.
Dit derde album is in zekere zin commerciëler dan de eerste twee in de zin dat waar de eerste twee klinken als een leuk garagebandje met een zanger die klinkt als een verkouden Donald Duck, dit album duidelijk het grote publiek probeert te bereiken waartoe David Bowie hielp het album te produceren maar daarin eveneens faalde omdat het zo gruwelijk hard en extreem is (ik herinner me dat de gitarist Williamson eens zei dat hij had gehoopt dat The Stooges met dit album The Amerikaanse Rolling Stones zouden worden). Waar Davd Bowie wel in slaagde is het album te maken dat eigenlijk alle punk dat daarna zou komen al op voorhand overbodig zou maken. Dit is ook het album van de uiterste rock 'n' roll-decadentie die Bowie zelf in de vorm van Ziggy Stardust had uitgebeeld. Dit album is pure rock 'n' roll-waanzin die alleen kan worden gekarakteriseerd als een Death Trip (ook een van mijn lievelingsnummers van het album).
Wat het album voor mij helemaal briljant en onovertroffen maakt is dat Williamson bijna het hele album keihard door alles heen staat te soleren: de rock 'n' roll-songs en de zang van Iggy gaan al tot het uiterste maar om er helemaal de volmaakte bak herrie van te maken staat de gitarist zich ook nog van begin tot eind helemaal uit te leven met het volume op 10, hetgeen dit album gemeen heeft met 'Let There Be Rock' van AC/DC dat ik altijd een beetje het ultieme (proto-)metalbroertje heb gevonden van dit ultieme (proto)punkalbum.
Dit derde album is in zekere zin commerciëler dan de eerste twee in de zin dat waar de eerste twee klinken als een leuk garagebandje met een zanger die klinkt als een verkouden Donald Duck, dit album duidelijk het grote publiek probeert te bereiken waartoe David Bowie hielp het album te produceren maar daarin eveneens faalde omdat het zo gruwelijk hard en extreem is (ik herinner me dat de gitarist Williamson eens zei dat hij had gehoopt dat The Stooges met dit album The Amerikaanse Rolling Stones zouden worden). Waar Davd Bowie wel in slaagde is het album te maken dat eigenlijk alle punk dat daarna zou komen al op voorhand overbodig zou maken. Dit is ook het album van de uiterste rock 'n' roll-decadentie die Bowie zelf in de vorm van Ziggy Stardust had uitgebeeld. Dit album is pure rock 'n' roll-waanzin die alleen kan worden gekarakteriseerd als een Death Trip (ook een van mijn lievelingsnummers van het album).
Wat het album voor mij helemaal briljant en onovertroffen maakt is dat Williamson bijna het hele album keihard door alles heen staat te soleren: de rock 'n' roll-songs en de zang van Iggy gaan al tot het uiterste maar om er helemaal de volmaakte bak herrie van te maken staat de gitarist zich ook nog van begin tot eind helemaal uit te leven met het volume op 10, hetgeen dit album gemeen heeft met 'Let There Be Rock' van AC/DC dat ik altijd een beetje het ultieme (proto-)metalbroertje heb gevonden van dit ultieme (proto)punkalbum.
Igorrr - Savage Sinusoid (2017)

4,0
0
geplaatst: 20 mei 2018, 11:33 uur
In de 20ste eeuw is de elektronische muziek uitgevonden en wat modern-klassieke componisten daarmee deden – bv. Stockhausen in Gesang der Jünglinge uit 1956 en Berio in Laborintus II uit 1965 – heb ik altijd geweldig mooi gevonden. Ik heb mijn hele leven tevergeefs gezocht naar een vergelijkbaar hard elektronisch geluid in de popmuziek…
Sowieso heeft het even geduurd voordat elektronica in de pop gemeengoed werd en toegegeven, de ‘voorlopers’ van de synthesizer zoals het elektrische orgel (bv. The Doors in Light My Fire en Procol Harum in A Whiter Shade of Pale, beide uit 1967) en het semi-elektronische mellotron (bv. Earth and Fire in Storm and Thunder uit 1972 maar ook nog Orchestral Manouvres In The Dark in Joan of Arc (Maid of Orleans) uit 1982) klinken geweldig en vanwege hun rauw en warm geluid heel rock ‘n’ roll. Maar met name in de jaren ’80 ging een nieuw elektronisch instrument de pop overheersen: de synthesizer. Ik heb het geluid van de synthesizer altijd ondraaglijk gevonden (reden waarom ik nooit meer heb kunnen luisteren naar de meeste pop vanaf de jaren ’80): de synthesizer klinkt niet rauw en warm maar klinisch en kil en als anti-rock ‘n’ roll bij uitstek. Dat het instrument zo dominant werd heeft ook te maken met een zelfbewuste anti-rock’n’roll-ideologie sinds de jaren ’80: de gitaar, die werd gezien als fallisch symbool van mannelijk testosteron en dus van rock ‘n’ roll, werd bewust vervangen door de sekseneutrale en seksloze synthesizer. Met de synthesizer werd rock ‘n’ roll effectief gecastreerd. De synthesizer klinkt altijd braaf en nooit agressief: de synthesizer betekende de dood van rock ‘n’ roll.
Toch hadden nota bene de modern-klassieke componisten in de jaren ’50 en ’60 laten zien dat elektronica agressief kan klinken: ijselijk krijsend, dreigend bonkend, hard staccato als een mitrailleur, etc. De gitaar kan worden vervangen door elektronica zonder dat het zijn rock ‘n’ roll-aura verliest: waarom bleef dat gebruik van elektronica in de pop uit? Ik heb dat nooit begrepen. Wel gaf met name het genre drum and bass in de jaren ’80 even hoop, want daarin was soms een flard van agressieve elektronica te horen. En alleen Jon Spencer and the Blues Explosion – een band van pure rock ‘n’roll, van pure sex, opwinding en zweet – leek het wel te begrijpen en paste soms een beetje agressieve elektronica toe zoals in het nummer Full Grown uit 1994.
En toen was daar Igorrr: Eureka! Er blijkt zowaar een popgenre te bestaan dat wel elektronica op harde, agressieve wijze toepast: volgens Wikipedia heet dat genre ‘breakcore’. Het is een zeer marginaal, vrijwel niet populair genre dat je daarom nooit op de radio of elders hoort. Maar ik heb eindelijk mijn elektronische pop gevonden! Daarin is met name Igorrr interessant omdat hij de breakcore mengt met tal van andere genres, zoals metal en drum and bass maar ook opera en Balkan-polka, zodat het een wilde maar prettig gestoorde eclectische luisterervaring oplevert. Wel neigt de muziek sterk naar het gotische en theatrale, hetgeen voor mij niet zo hoeft en de muziek als bizarre act ook wel de ideale kandidaat maakt voor een hit op het Songfestival…
Sowieso heeft het even geduurd voordat elektronica in de pop gemeengoed werd en toegegeven, de ‘voorlopers’ van de synthesizer zoals het elektrische orgel (bv. The Doors in Light My Fire en Procol Harum in A Whiter Shade of Pale, beide uit 1967) en het semi-elektronische mellotron (bv. Earth and Fire in Storm and Thunder uit 1972 maar ook nog Orchestral Manouvres In The Dark in Joan of Arc (Maid of Orleans) uit 1982) klinken geweldig en vanwege hun rauw en warm geluid heel rock ‘n’ roll. Maar met name in de jaren ’80 ging een nieuw elektronisch instrument de pop overheersen: de synthesizer. Ik heb het geluid van de synthesizer altijd ondraaglijk gevonden (reden waarom ik nooit meer heb kunnen luisteren naar de meeste pop vanaf de jaren ’80): de synthesizer klinkt niet rauw en warm maar klinisch en kil en als anti-rock ‘n’ roll bij uitstek. Dat het instrument zo dominant werd heeft ook te maken met een zelfbewuste anti-rock’n’roll-ideologie sinds de jaren ’80: de gitaar, die werd gezien als fallisch symbool van mannelijk testosteron en dus van rock ‘n’ roll, werd bewust vervangen door de sekseneutrale en seksloze synthesizer. Met de synthesizer werd rock ‘n’ roll effectief gecastreerd. De synthesizer klinkt altijd braaf en nooit agressief: de synthesizer betekende de dood van rock ‘n’ roll.
Toch hadden nota bene de modern-klassieke componisten in de jaren ’50 en ’60 laten zien dat elektronica agressief kan klinken: ijselijk krijsend, dreigend bonkend, hard staccato als een mitrailleur, etc. De gitaar kan worden vervangen door elektronica zonder dat het zijn rock ‘n’ roll-aura verliest: waarom bleef dat gebruik van elektronica in de pop uit? Ik heb dat nooit begrepen. Wel gaf met name het genre drum and bass in de jaren ’80 even hoop, want daarin was soms een flard van agressieve elektronica te horen. En alleen Jon Spencer and the Blues Explosion – een band van pure rock ‘n’roll, van pure sex, opwinding en zweet – leek het wel te begrijpen en paste soms een beetje agressieve elektronica toe zoals in het nummer Full Grown uit 1994.
En toen was daar Igorrr: Eureka! Er blijkt zowaar een popgenre te bestaan dat wel elektronica op harde, agressieve wijze toepast: volgens Wikipedia heet dat genre ‘breakcore’. Het is een zeer marginaal, vrijwel niet populair genre dat je daarom nooit op de radio of elders hoort. Maar ik heb eindelijk mijn elektronische pop gevonden! Daarin is met name Igorrr interessant omdat hij de breakcore mengt met tal van andere genres, zoals metal en drum and bass maar ook opera en Balkan-polka, zodat het een wilde maar prettig gestoorde eclectische luisterervaring oplevert. Wel neigt de muziek sterk naar het gotische en theatrale, hetgeen voor mij niet zo hoeft en de muziek als bizarre act ook wel de ideale kandidaat maakt voor een hit op het Songfestival…
