Het derde album van U2 schreeuwt urgentie. Van de getergde en toen nog geweldige stem van Bono, de titel van het album in fel rood, de meerendeel up-tempo songs, tot de teksten ‘tonight, tomorrow’s too late’, ‘how long must we sing this song’, ‘say goodbye, push the button and pull the plug’, ‘rise up, rise up with wings’, plus de rauwe authentieke no-nonsense productie.
Het is de U2 waar ik destijds zwaar onder de indruk van was. De tijd van War, Under a Blood Red Sky, en Unforgettable Fire. De tijd van foto’s in de sneeuw. En vooral de tijd van een onstopbare stroom van epische rock songs.
Niet iedere song is raak op dit album (Red Light, Two Hearts), maar de plaats die het voor mij heeft in de magische jaren van U2, mijn persoonlijke muziekgeschiedenis, en in all time classics met Sunday Bloody Sunday, New Years Day en “40”, maken het alsnog een dikke 4,5 sterren.
Bij Procol Harum heb ik altijd het gevoel dat er nog zoveel meer potentie voor meesterwerkjes in zat, maar dat het er maar deels is uitgekomen.
Beyond the Pale en Strong as Sampson behoren direct tot mijn favorieten en ik draai ze veel. Idol en Nothing But The Truth zijn prima. En daarmee is de plaat dan ook meteen klaar. De gehele B-kant kan zo de prullenbak in. Bizar!
Daarmee heeft dit album de dubieuze eer dat ik het erg goed vind voor 20 minuten en daarna moet stoppen, ook al had ik zoveel zin in nog meer echte goeie PH muziek. Zonde