MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Bedorvenkebab als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

40 Winks - It's the Trip (2011)

poster
Een echte gooi naar bekendheid heeft het Belgische duo 40 Winks, bestaande uit Weedy en Padmo, nog niet gedaan. Ondanks dat beide heren al drie volwaardige albums hebben uitgebracht, is er nooit echt een grote buzz rond de formatie ontstaan. Ook het vierde album van de groep, It’s the Trip, wordt niet uitbundig gepromoot en zal waarschijnlijk niet eens op cd te verkrijgen zijn. Een bewuste keuze, zo lijkt het, aangezien het label Project: Mooncircle daar financieel absoluut toe in staat is.

Een album dat makkelijk aan je aandacht ontsnapt dus, en dat is jammer aangezien It’s the Trip muzikaal veel heeft te bieden. 40 Winks gaat met ontspannen producties verder op haar eerdere uitgezette lijnen. Weinig nieuws of verrassends dus, echter is het album zo vermakelijk dat het geenszins storend is. Zonder ergens grensverleggend te zijn ademt het gehele album een heerlijk relaxte sfeer uit, en is daarmee soms eerder te vergelijken met triphop. De muziek kabbelt rustig voort, en hoewel er altijd net genoeg gebeurt om je aandacht erbij te houden wordt er nooit echt naar een climax toegewerkt. Een ideale plaat om bij weg te dromen; dat is de sfeer die het duo met It’s the Trip uitademt.

Om te voorkomen dat het album een softe bedoening wordt, treden de drums regelmatig op de voorgrond. Hierdoor zijn gastartiesten overbodig om kracht toe te voegen; de producties zijn sterk genoeg om het album te dragen. 40 Winks schroomt dan ook niet om de beats vol te laten klinken. Een voorbeeld hiervan is Sun Spots, waar lage en lome bassen worden gecombineerd met snelle drums, kort herhalende pianomelodieën en soms zelfs strijkinstrumenten. Het levert een zowel rustgevend als interessant geheel op. Absolute uitschieter is The Day Breaks waar het duo bewijst dat ze met slechts enkele vocale zinnen een gehele beat kan creëren. Ook de tamelijk korte speelduur van de tracks komt de afwisseling van het album ten goede. De beats vullen elkaar goed aan, aangezien de beats los van elkaar een stuk minder indruk zouden maken.

Vijftig minuten lang vrolijke en kwaliteitvolle instrumentaties in een hoog tempo, zo weet 40 Winks je met deze plaat op een aangename trip mee te nemen. Eigenlijk hebben de heren het makkelijker dan andere producers. Waar veel collega’s hun sound regelmatig drastisch moeten omgooien om te kunnen blijven boeien, kunnen Weedy en Padmo voortgaan op het geluid waar ze om bekendstaan. De verwachtingen voor een volgend album zullen dan ook weer even positief zijn.

HHL

Celph Titled & Buckwild - Nineteen Ninety Now (2010)

poster
Tegenwoordig klinken boombapalbums al snel geforceerd en gedateerd. Zelden hoor je producties die echt kunnen teruggrijpen naar het geluid van de zogenaamde Golden Era, en zelden is er een rapper die met slechts brag & boast een heel album interessant blijft. Celph Titled en Buckwild willen met Nineteen Ninety Now het traditionele boombapgeluid terugbrengen, en ze slagen daarin.

Toegegeven, met beats die in de jaren 1994 tot en met 1996 zijn gemaakt is die opgave een stuk makkelijker. Alle beats op Nineteen Ninety Now zijn namelijk onuitgebrachte producties van Buckwild. Waar de producer vandaag de dag nog wel eens tegenvalt door ongeïnspireerde beats aan de man te brengen, stellen deze op Nineteen Ninety Now niet teleur. Ze zijn typerend voor de boombap-era, waarbij scratches niet ontbreken. Het is lastig om het kwalitatief te vergelijken met het vroegere werk van Buckwild. Wel is het duidelijk: Nineteen Ninety Now is één van de sterkere hiphopalbums qua producties. De beats treden daarbij niet vaak naar de voorgrond, en dat laat tevens ruimte voor een rapper om zijn ding te doen.

En daar maakt Celph Titled dankbaar gebruik van. Voor degene die nog niet bekend is met de MC: de rapper is al jaren actief in de undergroundscene. Zijn gehele carrière werkt hij met veel verschillende namen, en hij is vooral bekend geworden door zijn bijdrage aan The Demigodz en Army of the Pharaohs. Kenmerkend is zijn zware en toch droge stem, die bijna prekerig overkomt. Dit, gecombineerd met ijzersterke punchlines en een grote dosis humor, zorgt voor een vermakelijke mix die je bij weinig MC's nog tegenkomt. Bovendien lukt het Celph Titled om een album lang interessant te blijven.

Wie in hiphop alleen serieuze en zelfbewuste lyrics zoekt kan deze plaat misschien beter opzij leggen. Celph Titled is namelijk een brag & boast-rapper en wijkt daar, op een paar uitzonderingen na, het gehele album niet van af. Bij veel rappers slaat de verveling al snel toe als deze beginnen met opscheppen, maar Celph Titled heeft de gave om elke line vol overtuiging te rappen. Lines over geweren, verbale bedreigingen, de vaardigheden van Celph zelf, en vooral teksten waarbij andere rappers het moeten ontgelden; vermakelijk is het allemaal. Je zou alinea's kunnen vullen met de punchlines die te horen zijn op Nineteen Ninety Now, waarbij de quotables nog lange tijd memorabel zullen blijven. Anders is de track I Could Write a Rhyme, waar Celph Titled op een droge manier zijn carrière beschrijft: "Then my phone rang, don't know who it was from//Some guy called himself Apathy, the Alientongue//Heard I had production, and I could rhyme too//He was from the North, and knew some Jedi Mind dudes.”

Verder nodigt de rapper veel collega's uit, in totaal vijftien, en een vlugge blik leert ons dat die ook allemaal in het zelfde straatje als Celph zitten. Veelal zijn dit rappers waar Celph al mee heeft samengewerkt (Apathy en Vinnie Paz), maar ook namen als Chino XL en R.A. the Rugged Man zijn present. Het levert een bonte verzameling op van rappers die een aanvulling op de gastheer zijn, zonder dat ze Celph ergens overtreffen. Vooral Esoteric, R.A. the Rugged Man, Apathy en Treach (laatstgenoemde op het geweldige Out to Lunch) laten zich op een positieve manier horen. Nergens slaat het album qua gastartiesten de plank mis; op There Will Be Blood na dan. Een anthem met veel hiphopveteranen: Sadat X, Grand Puba, O.C., A.G. en Diamond D. Waar dit op papier indrukwekkende namen zijn, stellen ze toch teleur. Het wordt met name bij Sadat X pijnlijk duidelijk dat de veteranen het niveau, vooral qua flow en delivery, niet meer aankunnen en uiteindelijk levert het een matig nummer op.

Een smetje op het album, dat voor de rest verrassend constant blijft. Het kent nergens echt zwakke punten, ondanks dat het tempo wat omlaag wordt gehaald door de vele intro’s en outro's, die daarnaast ook niet echt wat aan het album toevoegen. En dat is jammer, want zo ben je na een aantal keren luisteren toch geneigd om de skipknop in te drukken, zonder dat dat nodig zou zijn geweest.

Celph Titled en Buckwild nemen de luisteraar op Nineteen Ninety Now mee naar het tijdperk waar boombap veruit de populairste vorm van hiphop was, en bewijzen daarnaast ook dat deze muziek helemaal niet gedateerd hoeft te klinken. Het is dan ook interessant om te kijken of er nog albums zullen komen die op hetzelfde niveau het Golden Era-gevoel terug kunnen brengen, zonder beats uit de betreffende periode te gebruiken. Want ondanks de eentonigheid qua teksten, de vele gastartiesten, en het feit dat de beats al meer dan tien jaar bestaan, is Nineteen Ninety Now met gemak één van de betere hiphopreleases van dit jaar. Traditionele rauwe boombap die ook nog eens kwalitatief hoogstaand is. Het kan nog steeds.

---
Stond al een tijdje op HHL.

Danger Mouse & Jemini - Ghetto Pop Life (2003)

poster
Enigszins verbaast was ik toen ik Ghetto Pop Live ontdekte. Want naar mijn mening is Jemini The Gifted One één van de meest onderschatte MC's, en is Danger Mouse, vooral toen hij nog gewoon Hip-Hop maakte, een zeer sterke producer. Heeft het album mijn verwachtingen dan waargemaakt?

Gedeeltelijk. Het was echt totaal niet wat ik er van verwacht had. En dat ligt vooral aan de raps. Want Jemini is een MC die sinds 1995 niets meer had uitgebracht, en in de tussentijd blijkbaar is veranderd. De brag & boast die ook kenmerkend was voor zijn debuutEP zijn hier ook aanwezig, en Born To MC klonk dan ook vertrouwd goed: Jemini met zijn typerende, hoge stemgeluid en snelle, agressieve flow. Alleen bij het tweede nummer, Ghetto Pop Live veranderd dat al... In het refrein maakt Jemini duidelijk dat hij een geladen handgeweer heeft, en ook zullen er op dit album meer Hip-Hop clichés te vinden zijn. En dat is jammer, want hij had eigenlijk beween dat hij qua lyrics toch beter was dan je gemiddelde rapper. Hier komt bij dat dit album het bewijs is dat hij niet een heel album kan dragen, en dat komt vooral door zijn stem. En wanneer hij het afwisselt door het door te zingen gaat het soms irritant de mist in. Gelukkig zijn er wel goede gastartiesten uitgenodigd, en onder andere Prince Po en The Pharcyde laten een positieve indruk achter.
Het meest pijnlijke aan Jemini is dat hij vrolijk rapt over drugs verkopen (Don't Do Drugs), maar op het tweede helft van het album ook maatschappijkritiek geeft.

Toch klinkt dit negatiever dan het is. Dat komt vooral door de andere helft van de formatie: Danger Mouse. Deze geeft het album een eigen geluid, zonder dat hij steekjes te laten vallen wat Jemini dus wel doet. De beats klinken redelijk nieuw, maar je moet ze beluisteren om echt een beeld erbij te krijgen. Enig vergelijkingsmateriaal is dan ook DangerDoom, alhoewel ze hier soms net het geniale missen wat op die plaat wel te vinden is.

Wanneer Jemini niet tegenvalt, en de sterke beats van de muis kan evenaren ontstaan er meer dan verdienstelijke tracks. Zo klinken vooral Ghetto Pop Live, Supreme Omega en Medieval erg goed. Hiertegenover staan tracks als What U Sittin On? en Bush Boys En dat laat me toch achter met het idee dat dit album beter had kunnen zijn. Al met al stelt Jemini wat teleur, in tegenstelling tot Danger Mouse die na dit werk zichzelf pas echt bewees op DangerDoom. 3.5*

Delars - Enter Space. Press Escape. (2011)

poster
Aangezien iedereen het toch al checkt bij deze dan maar.

Wat het grootste hekelpunt is aan Mume is toch wel de beoordeling. Vooral aangezien ik Lars al een langere tijd al volg. Verschillende keren zou er een project uitgebracht worden wat om verschillende redenen niet door is gegaan. Nu is daar eindelijk zijn debuut EP, en ik moet zeggen dat de kwaliteit toch wel verrassend hoog ligt.

Bovenstaande reacties stoppen Lars al snel in een hokje, met namen als Delic en Bonobo. Dat moet je vooral bij een "beginnende" (hij is wel al een tijdje bezig) producer niet doen. Lars is gewoon Lars, alleen verwacht ik dat met aankomend materiaal meer een echt eigen geluid zal laten horen. Ik zie ESPE dan ook meer als een basis. Het kent genoeg variatie, de beats hebben geen mc's nodig om iets te verbloemen (op Eyes rappen? wtf?) en bovenal luistert het lekker weg.

Al met al een zeer vermakelijke ep, met als uitschieters Eyes en Cry. Zoals Rob al zegt, er is ruimte voor verbetering. Hier en daar kunnen de drums beter, kan er net wat meer gebeuren of kan het allemaal wat meer gedurfd. Desondanks als ik het volgens mijn mume standaard voor Ep's beoordeeld, rolt er toch een 3.5 uit. Benieuwd naar de volgende

Grayskul - Creature (2004)

poster
Eigenlijk mag hier niemand stemmen. Want ik geloof niet dat ook maar iemand de foltering die op de track Dragon te horen is, helemaal heeft afgeluisterd. Een letterlijke draak van een track (opmerking gebite van Jlulu trouwens), waar een niet nader te beschrijven geluid dertig minuten herhaalt wordt.

Maargoed, over naar het album: Het tweede album van de week, en door de reacties was het lastig om onbevooroordeeld naar het album te luisteren. Veel negatieve reacties, en het aantal sterren rechts van mijn alias zegt al genoeg: Ook voor mij is Creature niet een plaat die ik nog vaak zal draaien. Maar zoals ik al heb gezegd: Het is anders dan ik verwacht had. Door de naam van de groep, de album cover en de titel van het album had ik een soort Horrorcore album met een rauwe sfeer verwacht. Misschien is het eerst handig om te melden waarom ik niet veel met dit sub-genre heb: De teksten daar vind ik zo absurd gewelddadig en staan zo ver van mij af dat het me vaak totaal niet kan raken. Slechts enkele keren kan het me raken. Als ik een soortgelijke emotie/sfeer wil, zet ik wel Dark-Ambient op.
Maar is Creature dan echt horrorcore? Nee, daarvoor zijn de beats niet rauw en hard genoeg voor. Overigens moet ik erbij zeggen dat de beats mij het meest aanspraken op het album. Veel ervan hebben interessante samples/geluiden, maar worden niet sterk genoeg uitgewerkt. Slechts enkele ontspringen daardoor de middelmaat. Eigenlijk kan ik me alleen aansluiten met wat R&P er over zei: Het lijkt interessant, maar uiteindelijk valt het toch tegen.
Ook het rappende gedeelte is niet puur horrorcore, hoewel de teksten allerminst vrolijk zijn. Ik moet erbij zeggen dat pas tijdens de tweede luisterbeurt opviel: De rappers zijn niet goed genoeg om mijn aandacht erbij te houden, wat mede komt door hun stemgeluid. Daarbij hebben ze de ergelijke gewoonte om irritante soort van ad-lips over de vocalen te gooien, en meer effecten die het rauwe ervan afhalen.

Om toch nog tracks op te noemen die me wel konden bekoren: Streetsweeper en The 8Th Day: Hier wordt wel pijnlijk duidelijk dat Sleep veel beter is, erg sterke flow. De rest verschilt van erg slecht tot matig, en is het instrumentale gedeelte van Dragon redelijk te noemen. Creature compenseert voor mij de verrassing van vorige week, Shad. Sorry Stapler. Toch wilde ik het even onderbouwen aangezien ik op het moment niets beters had te doen, en de voorgaande reacties redelijk kort waren. 2*

JR & PH7 - The Update (2010)

poster
Het zijn (nog) geen grote namen in de hiphopwereld, maar JR en PH7 zijn goed op weg om dat wel te worden. De twee Duitse producers maakten in 2009 naam met The Standard, en keren terug voor het vervolgalbum: The Update. Soulsamples, met rustige producties en een breed scala aan gastartiesten. Het waren de ingrediënten van The Standard, en de producers hebben besloten om die formule voor The Update niet te wijzigen. “Never change a winning formula” is het bekende gezegde, en daar is alle reden toe aangezien het vorige album redelijk werd ontvangen. Op die manier zou The Update zo maar eens één van de hiphopverrassingen van het najaar van 2010 kunnen zijn.

Net zoals op haar voorganger zijn er vele gastartiesten op de plaat te vinden: op de intro na verschijnt er per track minstens één gastrapper. Hierdoor drukken ze een breed stempel op het album, en door dit grote aantal gastrappers/zangers is het resultaat heel erg wisselend. Uitblinkers zijn toch vaak de MC's die vaker op albums van producers zijn te vinden, zoals Sean Price, Evidence, Elzhi en Rasco. En deze bijdragen van de bekendere namen staan heel erg in contrast met bijvoorbeeld een rapper als Caucasian, die klinkt alsof hij totaal geen raad weet met de beat die hij op Real Soul krijgt toegewezen.

Wisselend is echter ook een term die van toepassing is op de kwaliteit van de producties van JR & PH7. Zo leveren de twee op Persuasion (met Olivier Day Soul en Sean Price) een heerlijk bombastische productie af. Maar hoe swingend en overtuigend Persuasion klinkt, zo geforceerd klinkt bijvoorbeeld een I'm Okay, waar de beat puur op de zangeressen lijkt te zijn afgestemd. Hierdoor wordt het werk van JR & PH7 nogal naar de achtergrond gedrukt, en klinkt het onpersoonlijk. Er zijn meerdere voorbeelden hiervan te noemen, in zowel positieve als negatieve zin. Want hoewel de producers op The Update vaak laten horen dat de potentie er is, wordt het duidelijk dat ze geen heel album kunnen dragen. Wanneer de MC’s wat meer naar de achtergrond verdwijnen zijn de producties niet dusdanig interessant om het te blijven volgen. Dat komt omdat de producties ook nergens gewaagd, persoonlijk of experimenteel zijn te noemen.

Samengevat zullen liefhebbers van dit soort hiphop aan dit album een plezierige luisterbeurt beleven, echter zal het voor veel luisteraars niet meer dan een tussendoortje zijn. Na The Standard is het teleurstellend dat het duo JR & PH7 haar eigen standaard niet heeft weten te verhogen. Want hoewel The Update niet op eindlijstjes zal eindigen, blijft de potentie er zeker.

Voor du liefhebbers enzo. Staat op www.hiphopleeft.nl[/url]

Mirage & Concept - Rejuvenation (2009)

poster
Het derde Hip-Hop album van de week, en hij valt net als de voorgaande wat tegen. En het spijt me dit keer, J.M. maar ik heb echt moeite moeten doen om het album af te luisteren.

Degelijkheid op een saaie manier. Zo zou ik dit album kort willen omschrijven. Mirage & Concept vind ik een duo waar beiden heren geen uitzonderlijke talenten hebben. Anders dan de meeste users hier zie ik ook weinig positiefs aan de beats van Concept. Nergens gebeurd er iets onverwachts in een beat, nergens wordt het echt spannend, nergens weet het me te pakken als het ware en blijft het wat kleurloos. Op zich zitten de beats goed in elkaar, en zijn ze ook een voldoende waard, maar meer dan een beoordeling als "achtergrondmuziek" verdiend het naar mijn mening niet.

Het ligt dan ook vooral aan de MC, mirage. Ten eerste ligt zijn stem me totaal niet, en dat is ook de reden waarom hij in mijn oren niet op de beats past. Die scheppen namelijk vaak een soort vredig (bij gebrek aan een betere term) sfeertje, waar Mirage prekerige raps met een zeurende stem ten gehore brengt. Anders dan een rapper als Brother Ali hoor ik ook nergens elementen zoals passie terug om me dan toch te kunnen boeien. Het enige waar Mirage dat een beetje mee kan compenseren is zijn flow, en zijn zijn teksten redelijk.

Al met al dus een saai album, met een constant matig niveau. Jammer genoeg heeft het duo ook geen interessante gastartiesten opgeroepen, maar hierbij moet ik zeggen dat ik die vaak liever op betere beats wilt horen dan wat Concept hier doet. Een 2.5*, dit zet ik niet nog eens op.

Molemen - Ritual of The... (2001)

poster
Albums van producers..... Het heeft me nooit echt me te kunnen pakken. Vaak is de gastenlijst interessant, maar kan men er geen samenhangend album ervan maken, of wordt het te eentonig. Ook Ritual of The.... vertoond helaas dit gebrek.

Verkozen tot Hip-Hop album van de week, en ik moet bekennen dat ik nog niet veel van Molemen kende. Vreemd eigenlijk, aangezien ik veel MC's die op dit album hun optreden maken wel goed vind. Het probleem met het album is dan ook meer de producties, ze zijn nergens echt slecht, maar hangen vaak wat in de middelmaat. Het probleem vind ik vaak dat het wat te kaal klinkt om een sfeer op te kunnen roepen. Wat over blijft is een wisselvallig album wat zowel goed presterende als tegenvallende gastartiesten die vaak de aandacht opeisen. Zo ben ik erg te spreken over Vakill, Juice, Sage Francis en Percee P, maar kunnen Qwel en Slug beter dan dit. Het meest opvallende is Put Your Quarter Up , een goede GZA sample (Trapped in a deadly video game) wordt niet optimaal gebruikt waardoor het album nergens een écht hoog niveau behaalt.

Samengevat: Ritual Of The.... is een degelijk album. Nergens wordt het slecht, maar evengoed zijn er niet veel uitschieters te vinden. De meeste grote namen presteren naar behoren, maar helaas kunnen de producties dat niveau dan niet bijbenen. Vandaar 3*.

Obba Supa - Audio Alchemy (2010)

poster
Obba Supa zette zichzelf vorig jaar op de kaart met het album To:AM - Free:AM). Het Londense duo, bestaande uit Teknical Development en Hey!Zeus, viel op door af te wijken van de standaard jazzhop, en het keert via het label Project: Mooncircle terug met een gratis EP: Audio Alchemy.

Evenals haar voorganger kenmerkt de EP zich door de dromerige producties van Hey!Zeus en de abstracte raps van Teknical Development. Vooral eerstgenoemde laat zich op Audio Alchemy op een positieve manier horen. Net als op het debuutalbum is het deels instrumentaal, wat Hey!Zeus nog meer de gelegenheid geeft om op de voorgrond te treden. En dit doet hij met verve. De beats geven de EP een dromerige atmosfeer mee; jazzsamples, dierengeluiden (het album begint zelfs met een leeuwenbrul), ruis en instrumenten volgen elkaar in hoog tempo op. Hierdoor klinken de beats erg druk, divers en origineel. Opvallend, aangezien het debuutalbum een veel trager karakter kende.

Waar menig MC op de achtergrond zou verdwijnen door het tempo dat Hey!Zeus hanteert, is de combinatie van producer en rapper juist één van de sterkere punten op Audio Alchemy. Teknical Development toont weer aan niet een gemiddelde MC te zijn. Door zijn abstracte teksten, Britse accent en enthousiaste delivery lukt het hem om de beats iets extra’s mee te geven. Op de juiste momenten last de MC een pauze in, waardoor zijn haast onnavolgbare raps niet continu op de luisteraar worden afgevuurd. Het duo haalt hierdoor een constant hoog niveau, met als hoogtepunt Live in London. Een energieke verse over het Londense leven (“Pains in the stress of living//Live in London//Nothing but corruption//I say it plain and clear for a fact”) van Teknical Development wordt afgewisseld door de rust van gastrapper D.N.T.

Door het hoge tempo en de diversiteit van de tracks valt er dus genoeg te genieten, maar dit zal niet voor iedereen weggelegd zijn. Zoals bij meerdere hiphop-EP’s zijn de nummers samen geen echte eenheid. Ook ontbreekt er een centraal thema, waardoor het soms een lastig te volgen en druk geheel vormt. Waarschijnlijk zal Obba Supa dan ook geen breder publiek aanspreken, maar de vraag is of dat wel de insteek achter deze EP is. Op geen enkele manier wordt er geprobeerd om een luisterbeurt toegankelijker te maken voor het grote publiek. Voor degene die dat echter niet als vervelend ervaart, is Audio Alchemy één van de sterkste en meest verfrissende EP’s van dit jaar.

Mijn eerste review voor HHL is een feit

Qwel & Maker - Owl (2010)

poster
De namen Qwel & Maker zullen niet bij veel mensen herkenning oproepen. Toch is het duo afkomstig uit Chicago al jaren bezig, getuige de releases The Harvest (2004) en So Be It (2009). Daarnaast heeft Qwel al meer dan zeven verschillende samenwerkingen achter zijn naam staan, met ook nog verscheidene uitgebrachte soloprojecten. Anders is het gelopen met Maker, die in die jaren alleen met Qwel heeft samengewerkt, en slechts drie instrumentale albums heeft uitgebracht.

Opvallend is dat Qwel & Maker er niet voor kiezen om de stijl van het eerdere werk te herhalen. Vooral de beats van Maker hebben een ander karakter, en kennen een veel optimistischer/positiever geluid dat bij vlagen zomers aandoet. Net als op So Be It zijn de beats het voornaamste wapenfeit van het duo, en ook op Owl bewijst Maker dat hij één van de meest overlooked producers is in de hiphopscene. De beats zitten erg goed in elkaar, en ook qua diversiteit zit het op Owl goed. Van het jazzy Pitching Pennies, het drukkere Cookie Cutter tot het dubstepachtige Silver Mountains Remix weet Maker een eenheid te smeden zonder dat het geforceerd klinkt. Echter, om te excelleren heeft Maker wel een rapper nodig.

Die rol is dan ook weggelegd voor Qwel. En met reden, want de MC hanteert vrijwel het gehele album een snelle flow, wat goed aansluit bij de producties van Maker. Hoewel zijn stemgeluid niet bij iedereen geliefd zal zijn, vertelt de rapper vrij veel in weinig tijd, en heeft hij wel degelijk wat te melden. Naast zelfreflecties zitten zijn teksten ook vol met levenslessen zoals: "Real riches don't rust//So thrust me, if it glitters it dusts" (op de track Words to the Wise).

Een vreemde eend in de bijt is de remix van Silver Mountains, samen met het voorafgaande Voice of Reason. Op langzame dubstepachtige producties zijn de vocalen van Qwel tot een robotachtige stem vervormd, met bijpassende lyrics: "Too much stress//Must find water//Must find a way to run//Must mind order." Hoewel het erg in contrast staat met de rest van het album, en de lyrics onduidelijk zijn, is het een welkome variatie op de andere nummers.

Want ondanks dat er genoeg te beluisteren valt qua muziek en teksten, is het na drie albums wel duidelijk dat Qwel een beperkte rapper is. Hoewel zijn raps bovengemiddeld zijn, heeft hij niet het vermogen om van delivery te wisselen. Eigenlijk zegt het ook genoeg dat alle refreinen op Owl worden gerapt door Qwel zelf. Het is dan ook jammer dat er op Owl geen gastartiesten te horen zijn die de gastheer hadden kunnen afwisselen. De tracks luisteren zonder uitzondering lekker weg, maar om het album in één zit aandachtig af te luisteren is een lastige opgave. Zo is de track El Camino tekenend voor het album. Een erg sterke beat met goed passende raps, alleen duurt de track maar liefst zes minuten waardoor het op een gegeven moment eentonig wordt en je als luisteraar geleidelijk je aandacht verliest.

En dat is jammer, want de beats van Maker en in mindere mate de raps van Qwel verdienen dat wel. Waarschijnlijk is het voor beide heren verstandig om op het volgende werk enkele gastartiesten uit te nodigen, of in het geval van Maker een samenwerking aan te gaan met een andere MC. Want hoewel Owl een degelijk en constant album is dat lekker wegluistert, blijf je als luisteraar met het gevoel zitten dat er meer in had gezeten.

Tweede voor HHL

Robot Koch - Death Star Droid (2009)

poster
Helemaal vergeten om een wat langer bericht achter te laten. Nuja lang, het is immers Zaterdag, dus hier een kleine verklaring waarom Kebab voor de vier sterren gaat;
Van Robot Koch had ik nog nooit gehoord, dus een vergelijking met een andere artiest is het makkelijkst om uit te leggen in welk straatje deze artiest bezig is: Flying Lotus. Dit echter zonder de gehele sound te kopiëren, maar je kan duidelijk de invloeden erin terug horen. Is dit erg? Nee, want Kebab vind dat erg aangename muziek.

Dat gezegd, terug naar het album. Het begint nogal matig met Death Star Droid, maar haalt daarna al snel een vrij hoog niveau. Zo is Away From uitermate relaxt om naar te luisteren, en kan ik het me zelfs voorstellen dat het in een club of auto het goed kan doen. De niet te missen uitschieter hier is Hard To Find, wat ook een mooie sfeer creërt en zelfs een nostalgisch gevoel bij me oproept. Dat, terwijl er break gedeeltes te vinden zijn. Knap.

Het niveau van de tweede en de derde nummer haalt het album bij mij niet meer, maar wel een constant hoog niveau. Zo pakken de samenwerkingen met de zangeressen goed uit, maar daartegenover staat dat Gorom Sen gruwelijk irritant is. Zo kom ik uiteindelijk toch op een nipte 4* uit.

Robot Koch and John Robinson - Robot Robinson (2011)

poster
Het is niet voor de eerste keer dat John Robinson met een veelbelovende producer zijn krachten bundelt. De ervaren MC werkte op vorige albums onder anderen met artiesten als DOOM, Jneiro Jarel en Flying Lotus samen, en heeft met Robot Koch één van de betere nieuwkomers in de hiphopscene onder zijn label Project: Mooncircle weten te strikken. Koch is een Duitse producer die na verschillende samenwerkingen en soloprojecten voor het eerst met een rapper collaboreert.

Opvallend genoeg is het niet de rapper die de hoofdrol opeist, maar deze Robot Koch zelf. Het is lastig om de beats van de producer te omschrijven, want hij toont namelijk aan meerdere soorten beats te kunnen produceren. De instrumentaties worden allemaal bedekt door een laag electro-invloeden, en de producer schroomt niet om met zijn beats op de voorgrond te treden. Moeiteloos geeft Robot Koch het album een futuristische sfeer mee, waar onder andere kort gechopte voicesamples, vreemde bliepjes en diep gelaagde drums voorbeelden zijn van het geluidspalet dat hij op Robot Robinson laat horen. Zelfs de clubinvloeden op de single in het refrein Smorgasbord pakken goed uit, en klinken eerder catchy dan geforceerd.

Toch zit er een groot nadeel aan de producties. Ze zijn zo aanwezig dat ze John Robinson vaak naar de achtergrond verwijzen. Robinson is namelijk typisch een MC die je op meer traditionele hiphopbeats wilt horen, waar hij op kale beats de ruimte krijgt om uit te blinken. Niet geheel toevallig lukt dat op Robot Robinson slechts op de rustige beats. Teleurstellend, want waar je eerst twijfels hebt of het album niet te kort duurt (slechts 28 minuten), is die lengte achteraf een juiste keuze geweest. Het voorkomt dat het te langdradig wordt, iets wat misschien ook had kunnen worden opgelost door meer gastartiesten voor het album uit te nodigen, ondanks dat John Robsinon absoluut geen slechte MC is. Niet voor niets wordt de rapper vergeleken met (MF) DOOM; zowel qua stemgeluid als abstracte woordkeuzes lijkt Robinson veel op het gemaskerde fenomeen. Toch mist hij het tikkeltje genialiteit wat DOOM wel heeft.

En dat is geen schande, maar vooral bij drukkere producties als Sun Ra wordt hij ondergesneeuwd door de vele toeters en bellen die Robot Koch ten gehore brengt. Hierdoor is het de vraag of hij echt wel iets aan het geheel toevoegt. Dat is de schaduwzijde die over Robot Robinson blijft hangen. Het is al met al een erg vreemde plaat: vermakelijk, sterk bij vlagen en beide heren doen hun werk verdienstelijk, om uiteindelijk slechts tot de conclusie te komen dat dit misschien wel het maximale lijkt te zijn wat er uit de samenwerking valt te halen, gezien de korte speelduur. Het is te hopen dat beiden heren tot dezelfde conclusie zijn gekomen, want hoewel Robot Robinson een degelijke plaat is geworden, kunnen zowel John Robinson en Robot Koch meer toevoegen aan het opkomende label dan wat ze samen laten horen.


Hiero ook te lezen.

Snowgoons - Kraftwerk (2010)

poster
Kraftwerk is een plaat waarvan de titel eigenlijk de hele plaat samenvat. Want kracht, dat is wat de producties van Snowgoons bevatten. Het Duitse producerduo, tegenwoordig bestaand uit DJ Illegal en Det, wijkt met inmiddels haar vierde album niet af van de succesformule waar ze om bekendstaat. Sinds de albums German Lugers en Black Snow is er een heuse markt voor dit soort undergroundhiphop, en Kraftwerk zal de positie van Snowgoons alleen maar bevestigen.

Het is verbazingwekkend hoe de Goons nog steeds met hun producties kunnen imponeren. Want verrassend, experimenteel of enigszins subtiel was het niet, is het niet en zal het ook nooit worden. Het productiegeweld, verspreid over maar liefst negentien nummers blijft het gehele album zonder pauze aanhouden. Dat dit niet verveelt, komt vooral door de kracht van de gekozen samples die met veel bombarie naar voren worden gebracht. Gecombineerd met vaak agressieve en energievolle brag & boast-raps die vrijwel nauwelijks inhoud bevatten, brengen de producers de nodige adrenalineverhogende tracks waar de groep om bekendstaat. Dit gaat soms zo ver dat het over de top gaat, maar dat is juist de kracht achter het werk van de Goons. Wanneer er een balans wordt gevonden tussen de licht overdreven bangers, en de te aangedikte emotionele tracks, dan is Snowgoons op haar best. En dat is de balans die op Kraftwerk met regelmaat wordt gevonden.

Albums van Snowgoons worden echter al tijden geplaagd door een groot mankement: de MC's. Ook op Kraftwerk zijn de raps heel wisselvallig, wat misschien ook wel te verwachten valt met maar liefst 45 (!) gastoptredens. Een belichaming van deze wisselvalligheid is de track Cold Dayz. De matigheid van de bijdrage van F.T. staat haaks op de sterke verse van Reef the Lost Cauze, wat je als luisteraar doet afvragen waarom de gastheren dit zelf niet inzien. Veel bijdrages betekent wellicht veel variatie, en staat misschien beter op een flyer, maar toch vraag je je af hoe goed een Snowgoons-album zou zijn zonder overbodige gastoptredens. Waarom staat reggaezanger Beenie Man op het album? En waarom is er een al jaren opgebrande Sadat X opgedraafd voor een gastverse voor Road Warriors?

Het zou de plaat echter te weinig eer aan doen om ook niet de positieve uitschieters te benoemen. Want hoewel de krachtige producties vaak met gemak de middelmatigheid van de raps verbloemen, komen ze veel beter uit de verf wanneer er een gedreven MC achter staat. Aan die beschrijving voldoet bijvoorbeeld M-Dot, een relatief onbekende rapper die op The Real and The Raw een geweldig gastoptreden aflevert. Namen waarvan je verwacht dat ze goed voor de dag komen zoals Skyzoo, Esoteric en Outerspace doen het meer dan naar behoren. Het zijn die momenten die de enkele (overbodige) missers genoeg compenseren om een vermakelijk album op te leveren. Want met Kraftwerk leveren de Goons een plaat af die je doet hopen dat ze ooit nog een echt meesterwerk zullen maken. De potentie is er zeker, en wanneer de Snowgoons hun krachten bundelen met slechts de MC's die op hun producties goed tot hun recht komen, dan pas zal de muziek zo groots zijn als de rappers op Kraftwerk willen doen geloven.

Hiphopleeft (:

Sotu the Traveller - Left (2010)

poster
Sotu The Traveller is geen bekende naam in de Hip-Hop scene. Zijn eerdere EP, Daydreams, kon mij echter wel bekoren, dus werd ik nieuwsgierig over Left.

Het is duidelijk dat de producer een andere weg heeft ingeslagen. Vooral omdat er op zijn vorige EP ook vocalen van rappers werden gebruikt, die hier ontbreken. Sotu heeft levert hier dus een instrumentaal schijf(je) af, en dat stelt niet teleur. De producer krijgt zo meer de gelegenheid om zelf op de voorgrond te treden met zijn producties, en doet dat niet onverdienstelijk. Tracks als Hourglass en Verbs kabbelen rustig een sfeervol voort, wat wordt afgewisseld door de hardere geluiden in Remember. Hierbij moet ik wel zeggen dat ik meer gecharmeerd bent van de rustige tracks, Left mist namelijk een echte "knaller".

Opvallend is trouwens dat Sotu zijn sound totaal anders klinkt als wat ik van hem kende. Waar zijn eerdere werk soul/R&B invloeden kende, gaat dit veel meer de electronic/Hip-Hop kant op wat we de laatste jaren steeds vaker terug horen komen. Knap dus, dat een artiest zijn geluid kan veranderen zonder als een copy-cat te klinken. Tracks als Hourglass maken namelijk dat deze korte EP meer aandacht verdiend. Wanneer Sotu The Traveller wat meer variatie in een reguliere plaat gaat leggen zou dat weleens eindlijstjes materiaal kunnen zijn. Wat Left betreft (ja ik kan rijmen): Een royale 3.5* van Kebab.

The Roots - How I Got Over (2010)

poster
Wanneer The Roots met een nieuwe plaat komt, zijn de verwachtingen hoog. En terecht, de groep toont al jaren aan de meest constante Hip-Hop groep te zijn als het om kwaliteit gaat. Kleine kanttekening die hierbij geplaatst moet worden, is dat het voorgaande album Rising Down iewat tegenviel. Aan The Roots dus om de status die ze hebben te verdedigen.

Een vluchtige blik op de tracklist doet zelfs een The Roots fan, wat Kebab toch stiekem is, zijn of haar wenkbrauwen fronsen. Want weer kiest de groep om veel collega's op het album te laten verschijnen. Eigenlijk overbodig, aangezien Black Thought al meer dan tien jaar bewijst het ook zonder af te kunnen. Bovendien was dat op Rising Down één van de valkuilen van het album. How I Got Over is echter totaal niet te vergelijken met haar voorganger, vooral de sfeer is totaal anders. De zware en depressieve synths met rauwe drums hebben plaat gemaakt voor meer toegankelijke beats, gepaard met vele zangrefreinen. Waar dit op vele Hip-Hop albums faliekant misgaat doordat het al snel te zoet of te corny klinkt, weten The Roots als geen ander hun eigen sound te behouden.

Het album begint vooral erg sterk. Een wat opmerkelijke intro "Tu-tu-tuuuuu" bouwt zich mooi op, en sluit zo naadloos aan op Walk Alone. Opvallend is dat er weer een andere rapper het album mag openen (wat Truck North overigens verdienstelijk doet), wat een klein minpuntje is: Black Thought te weinig aan het woord komt. Dear God 2.0 is dan ook gelijk het bewijs is dat hij nog steeds één van de sterkere MC's is die op deze aardbol rondloopt:

Lord, forgive me for my shortcomings
For going on tour and ignoring the court summons
All I'm trying to do is live life to the fullest
They sent my daddy to you in a barrage of bullets
Why is the world ugly when you made it in your image?
And why is livin' life such a fight to the finish?
For this high percentage
When the sky's the limit
A second is a minute, every hour's infinite


De begeleidende instrumentatie en het goed gezongen refrein levert één van de uitschieters van het album op. Wat een extra sterkte van het album is, is dat een stuk diverser is dan haar voorganger. Zo laat Black Thought zich onoverwinnelijk horen op The Fire, waar alweer een sterke beat en een sterk refrein de MC alle ruimte geven:
I'm inspired by the challenge that I find myself standin eye-to-eye with
To move like a wise warrior and not a coward
You can't escape
The history you was meant to make
That's why the highest victory is what I'm meant to take
You came to celebrate
I came to cerebrate
I hate losing I refuse to make the same mistakes


Wanneer de gastartiesten echter meer op de voorgrond treden als Black Thought, daalt het niveau echter hard. Zo doen Blu, Phonte, Dice Raw en Truck North het goed, maar hebben P.O.R.N. en STS weinig te zoeken op het album. Vooral laatsgenoemde krijgt het voor elkaar om de laatste track, Hustla, met een refrein a lá Lil Wayne te verneuken. Ook Web 20/20 is erg matig, wat door de beat komt, die overigens weer ouderwets erg sterk zijn. De drums, riedeltjes, wisselingen en vooral de "feel" de beats overbrengen zijn weer erg sterk. Nu kan ik wel elke track bij langs gaan en precies gaan uitleggen waarom het zo goed is, maar het is zo voorspelbaar als de manier waarop Robben vandaag heeft gescoord en bovendien is het al laat.

Conclusie: Het het The Roots uiteindelijk weer gelukt om een erg sterke plaat af te leveren, tot nu toe zelfs het sterkste Hip-Hop album naar mijn mening van 2010. Voor nu 4*, de laatste twee tracks zijn dermate matig dat een verhoging er niet in zit. Wat echter alleen maar meer aantoont hoe hoog de kwaliteit is van de overige tracks. Uitschieters vind ik dan ook Dear God 2.0, The Fire en Radio Daze. Overigens moet ik zeggen dat de Dilla interlude heerlijk is, en dat ik het vreemd vind dat er hier nog niets over is vermeld, bij deze.

Virtuoso - The Final Conflict (2010)

Alternatieve titel: World War 3: The Final Conflict

poster
Vroeger viel Virtuoso op in de undergroundscene: een sterke flow, dito delivery en samenwerkingen met onder andere leden van Army of the Pharaohs zorgden ervoor dat de rapper een gevestigde naam werd. Dat de MC nog steeds een goede reputatie in de hiphopwereld heeft, is bij World War III: The Final Conflict af te lezen aan de gastartiesten (Del the Funky Homosapien en Vast Aire), en met producers als Blue Sky Black Death en Snowgoons heeft Virtuoso dit keer ook bekendere topproducers weten te strikken.

De producties zijn dan ook erg sterk. Ze geven de perfecte atmosfeer voor een duistere plaat, met daarbij behorende interludes, die je bij vlagen doen terugdenken aan het betere werk van Jedi Mind Tricks. Het soort hiphop dat sowieso in de buurt komt van de muziek van Virtuoso, vanwege dezelfde kenmerken: brag & boast met losse referenties naar historische figuren, en bij vlagen diepgaande teksten. De beats, die ook zonder raps indruk zouden maken, zijn daarnaast erg aanwezig. Deze gegevens en de prima eerste single The Bay of Pigs, scheppen de verwachtingen voor een plaat die zijn eerdere werk evenaart. De luisteraar komt echter bedrogen uit, en het wordt al snel duidelijk dat de single zo goed klinkt omdat andere artiesten de hoofdrol opeisen.

Markant is dat Virtuoso het voor elkaar krijgt om op bijna elke track negatief op te vallen. De rapper is simpelweg niet (meer) in staat om voor de producties van toegevoegde waarde te zijn. Niet alleen is zijn flow vaak ondermaats, ook vervallen zijn teksten en refreinen herhaaldelijk in clichés. Het dieptepunt wordt bereikt op Catch Me On 2, waar de rapper onophoudelijk matige teksten op de luisteraar afvuurt: "You trying to stop the juggernaut....You're not because I'm the juggernaut, bitch." De teksten van Virtuoso waren vroeger al lastig om intensief te volgen, maar nu zijn ze daar niet eens interessant genoeg voor. De tekstuele schouderklopjes worden slechts zelden aangevuld met teksten die dieper gaan dan gemiddelde battleraps. Vaak zijn dit politiek getinte teksten, die voorspelbaar klinken, en omdat de battleraps overheersen ook nog eens misplaatst aandoen. Hiernaast doen veel keuzes voor de opbouw van de nummers al snel meerdere wenkbrauwen fronsen, zoals de aanwezigheid van de Duitse gastrapper Torch op Wie Kings of het gezongen poprefrein op S.O.S (The System Is Failing).

Geforceerde rijm, tempoversnellingen die niet goed klinken, gastartiesten die de gastheer er met gemak uit rappen: het is tekenend voor een artiest die op zijn werk en reputatie van vroeger leunt. Een andere verklaring waarom hij dit type producties heeft kunnen bemachtigen laat zich namelijk raden. Samengevat zijn het dan ook de instrumentale interludes, de producties en de gastartiesten die het album nog een beetje kunnen redden. World War III: The Final Conflict doet je verlangen naar de tijd dat Virtuoso minutenlang op een track kon doorgaan zonder te vervelen. Misschien is het maar beter als hij na het afsluiten van de World War-trilogie er ook zelf mee ophoudt. Want als je je als MC niet voor zulke producties kunt motiveren en een album als The Final Conflict het beste materiaal is dat je als artiest in zes jaar maakt, dan kan je alleen maar hopen dat de producties de volgende keer naar een andere MC gaan.

http://hiphopleeft.nl/
Met een fout erin, Goons hebben dus niet geproduceerd.