menu

Hier kun je zien welke berichten Jumpjet als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Candlebox - Happy Pills (1998)

4,5
Pracht plaat. Een kruising tussen Led Zeppelin en the Black Crowes. Jammer dat deze band in Europa geen voet aan de grond heeft gekregen. In de postgrunge-tijd kwam er weliswaar veel bagger uit Amerika (zoals Creed) maar Candlebox was toch wel de moeite waard.

Chris Rea - One Fine Day (2019)

3,0
Ver voordat hij zich (uitsluitend) op de blues zou toeleggen, maakte Chris zijn meest bekende en hitgevoelige albums. Mijn persoonlijke favorieten uit die periode zijn On the Beach en Shamrock Diaries, die bestaan van voor tot achter uit hoogwaardig materiaal.
Op bijna alle andere releases van Chris zit er nog wel ‘ns een misser tussen het songmateriaal; van die niemendallerige liedjes, bij het lullige af soms.
One Fine Day is een verzameling liedjes uit die laatste categorie als je het mij vraagt. Het gaat iets te ver om deze compilatie een verzameling missers te noemen, maar hoogvliegers zijn het zeker niet.
Toch nog een krappe voldoende voor deze. Mede dankzij het artwork; dat kun je wel aan Chris overlaten.

Chris Rea - Shamrock Diaries (1985)

4,5
Stuk voor stuk pracht composities op dit album, subliem gearrangeerd ook. Met natuurlijk de overbekende hit Josephine (op vinyl in de enige echte versie) Grappig is, dat op het punt waarop het nummer (op de radio) meestal wordt weggedraaid, het mooiste nog moet komen. En dan bedoel ik het springerige pianootje en de baspartij aan het eind van het nummer.
Warme produktie ook, voor jaren '80 begrippen. Vooral op de B-kant wordt sfeer gekoppeld aan pure muzikale klasse.
Ik heb eigenlijk maar één puntje van kritiek op Shamrock Diaries. Waarom horen we de (slide-) gitaar van de Meester Zelf zo weinig?

Chris Rea - The Blue Cafe (1998)

2,5
i.Ron S. schreef:
Het gehele album vind ik niet zo fantastisch maar zeker niet slecht, de drum vind ik nogal eens storend.


Op een slecht album zullen we Rea niet zo gauw betrappen, maar hij valt me toch erg tegen. Te hoge verwachtingen dus.

De drums zijn inderdaad storend. In 1998 bestonden er volgens mij al heel wat beter klinkende computerdrums dan op deze plaat zijn te horen. Bovendien zitten ze veel te hard in de mix. Het warme stemgeluid van de meester zelf daarentegen weer veel te zacht. Chris' briljante slide-spel is maar mondjesmaat te horen.
Ik snap ook niet waarom er in de berichten bij dit album zo hoog wordt opgegeven over het titelnummer; in mijn beleving een vrij futloos bossa-nova deuntje.
Deze plaat is inmiddels de kast in gegaan, en zal daar niet vaak uit gaan komen. Véél liever luister in nog eens naar The Blue Jukebox. Of naar die andere gitaarheld met de plaat waarvan het hoesje zo verdacht lijkt op deze…

Chris Rea - Whatever Happened to Benny Santini? (1978)

3,0
Het debuut van Chris Rea pikte ik ooit eens mee uit een tweedehands winkel voor een paar eurootjes. Hij heeft briljante platen op zijn naam staan (Shamrock Diaries, On the Beach, Blue Jukebox, Blue Guitars en nog wel een aantal) maar ook enkele zwakke broeders. Wat mij betreft hoort Benny Santini bij die laatste categorie. Het merendeel is standaard jaren '70 pop, ik moet hier en daar aan the Eagles denken en dat bedoel ik niet als compliment. Chris moest zijn vorm nog zien te vinden. In de stand-out track (en tevens de bekende single) Fool if you think it's over hoor je al tot wat voor pareltjes de man in staat zou blijken.

Chris Rea - Wired to the Moon (1984)

3,0
Met de classificatie ‘vrolijkste plaat’ van Clownvis ben ik het ergens wel eens, maar in het geval van Chris Rea is dat niet per se goed nieuws. Chris’ stemgeluid en gitaarspel zijn fenomenaal en goede liedjes schrijven kan hij ook, maar zo af en toe zit er wel eens een uitglijder tussen en meestal zijn dat de liedjes waarin hij een vrolijke noot probeert te raken.
Opener Bambolini rockt wel lekker en heeft een pakkende hook. Het bruggetje heeft hij op On the Beach vrijwel ongewijzigd opnieuw gebruikt in Lucky Day.
De eerste uitglijder is Touché d’Amour, een slap reggae deuntje. Chris Rea en de franse taal is gewoon geen gelukkige combinatie. Kun je ook terug horen op de in het Frans gezongen tracks van het album Louisiana & New Orleans uit de [Blue Guitars] box.
Shine, shine, shine laat de vertrouwde Rea horen, warm en sfeervol. Reasons ligt in het verlengde hiervan.
De titeltrack is wat al te zoetig en easy listening, en is duidelijk geïnspireerd door de geboorte van de kleine Josephine, voor wie hij later een nog veel mooier liedje zou opnemen.
I don’t know what it is but I love it is duidelijk als hitsingle bedoeld. Intro en couplet klinken veelbelovend, hier had zomaar een tweede I can hear your heartbeat in gezeten. Maar vanaf de modulatie in het aanloopje naar het refrein gaat het mis en maakt hij er een dertien- in-een-dozijn popniemendalletje van.
Naar het eind toe begint Wired tot the Moon dan toch een volwaardig Rea-album te worden. Ace of Hearts, Holding Out en Winning behoren tot de betere tracks op deze plaat, waarmee Water Sign nog net een voldoende scoort.

Deyss - Vision in the Dark (1987)

3,5
Het cassettebandje van Vision in the Dark heeft een jaar of 20 rust gehad, totdat ik afgelopen weekend aan het klussen was. Op den duur was ik de radio helemaal zat en dan biedt de cassettespeler in mijn zelfgebouwde bouwradio uitkomst. Het is destijds voor mij op tape gezet door een vriend die helemaal into de jaren ’80 symfo was. Ik moet het toch vaak hebben gehoord, destijds, want ik kende het nagenoeg nog van voor tot achter, ja ik werd er zelfs blij van. Het album opent met het frisse instrumentaaltje Passage, waarin heerlijke melodietjes langskomen. Deze plaat staat bol van dat soort melodieuze ‘passages’. De zang is om je dood te lachen, het blijft niet beperkt tot een Duits (of eigenlijk Zwitsers) accent, nee, de uitspraak van het Engels slaat soms helemaal nergens op. Wat verder opvalt is dat deze band met een verfrissend enthousiasme zo ongeveer alle symfo clichés in haar muziek weet te verwerken. En niet alleen in de muziek, het hele plaatje rond deze band is bij elkaar gejat. Vooral Pendragon en Marillion hebben de Zwitsers geïnspireerd (de zanger noemt zichzelf Jester…) maar ook Pink Floyd en Genesis zijn terug te horen. Maakt allemaal niet uit, ik krijg hier een grote grijns van op m’n smoelwerk. Fijn plaatje. Opvallend is dat ik zelfs nu nog een beetje ontroerd raak van de prachtballade Last Chance Flight. Eigenlijk zou die ‘ns opnieuw opgenomen moeten worden met een zanger die het Engels wel beheerst, en voila, we hebben een er een anthem bij van Solisbury Hill-achtige grootsheid.

Fischer-Z - Red Skies over Paradise (1981)

4,0
John Watts is geen geweldige zanger, maar zijn geluid sluit perfect aan bij de teksten. Zo hoort het gewoon. Sterke songs, meeslepende sound, ja ik blijf dit een erg goed album vinden.

Florence + the Machine - How Big, How Blue, How Beautiful (2015)

5,0
Afgelopen jaar pikte ik Florence & the Machine op dankzij de singles Ship to Wreck en Queen of Peace. En dat zou eens tijd worden zeg! Ik ben geloof ik een beetje verliefd geworden op Florence want dit is echt een heerlijk album. Ship to Wreck is bijna té catchy, maar daarna wordt het alleen maar beter. Hier en daar lees ik de term 'bombast(isch)' en ergens snap ik dat wel. De arrangementen zitten hier en daar namelijk wel erg vol met violen en blazers. Omdat die door minder getalenteerde artiesten te pas en vooral te onpas worden ingezet om ongeïnspireerde liedjes toch nog een beetje drama mee te geven, kan ik me voorstellen dat dit bij veel luisteraars een soort Pavlov-reaktie teweegbrengt. (Het meest afschrikwekkende voorbeeld dat ik in dit verband kan bedenken zijn de orkestbanden waar Marco Borsato overheen kreunt.) Maar zo niet bij Florence & the Machine. Het uitgebreide instrumentarium zet de toch al sterke songs alleen maar kracht bij. Het slotstuk van de titeltrack is daar een mooi voorbeeld van. En dan die hemelse stem van Florence. In Various Storms & saints laat ze alles horen waartoe ze in staat is, en dat is nogal wat. Voor mij de beste plaat van het afgelopen jaar. Vijf sterren voor dit pracht album.

Hans de Booij - Rechtstreeks 82-94 (1995)

4,0
Kraakheldere en sfeervolle live-registratie. Niet elk liedje is even sterk, zo vallen de uitvoeringen van de hits Alle vrouwen en Annabel behoorlijk tegen. Maar daar staan dan weer juweeltjes tegenover als Als een Waterval, Hart horen kloppen, De Kathedraal en Groene Smart. Met zijn stemgeluid en overtuigende voordracht wordt elk van die liedjes een waar kunstwerkje.

Joe Jackson - Fast Forward (2015)

4,0
Joe Jackson al een tijd lang uit het oog verloren. Deze plaat is daarom een aangename verrassing voor mij; hij kan het dus nog. De heerlijke 'live'-sound komt dicht in de buurt van het al eerder genoemde Body and Soul. Het flauwe, musical-achtige Good Bye Jonny vind ik er totaal niet tussen passen, verder zijn de songs gewoon goed en natuurlijk vakkundig uitgevoerd. Petje af voor Joe!

Jonathan Larson - Rent: Broadway Cast (1996)

4,5
Begin dit jaar werd ik door een vriend gevraagd of ik zin had om gitaar te spelen bij de huidige productie van de plaatselijke musicalvereniging. Het ging om de tweede gitaarpartij en oh ja, er zaten ook wat toetsenpartijtjes in. Onder het bekende Pipi Langkous-motto “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan” heb ik de uitdaging aan genomen. Vervolgens heeft dit album een paar maanden op repeat gestaan. (Aanvankelijk was het hele album via Spotify te beluisteren, maar merkwaardig genoeg zijn er in de loop van dit jaar steeds meer tracks offline gehaald. Raar.) Inmiddels was ik wel in het gelukkige bezit gekomen van de dubbel CD (in een klassieke dubbel-CD ‘stoeptegel-formaat’ jewel case)

RENT is een doorgecomponeerde musical, of eigenlijk een rock-opera, de muziek gaat non-stop door en vrijwel alle teksten zijn gezongen. Voor de muzikanten in het orkest (waaronder ikke dus) betekent dat een dik boekwerk met bladmuziek. Toen ik de mijne in handen kreeg (Guitar II / keyboard) werd ik me pas bewust van de monsterklus die mij (als debutant) te wachten stond. Vooral omdat het zwaartepunt hiervan niet bij de gitaar ligt maar bij de toetsen ligt; niet mijn specialiteit. Voor een rock-opera bevat RENT maar weinig echte rocknummers; de titelsong, Out Tonight en What You Own. In de meeste andere stukken wordt veel gewisseld van maat- en toonsoort, waarbij Christmas Bells de kroon spant. Een ware uitputtingsslag, dat nummer; niet alleen voor de muzikanten maar zeker ook voor koor en solisten, elke inzet moet raak zijn. Bovendien maakt de vertaling van Engels naar Nederlands de zangpartijen ook nog eens lastiger.

RENT speelt zich af in New York, begin jaren ’90 en gaat over het leven van een groep artiesten en muzikanten. Hun leven wordt beheerst door geldgebrek, drugs, AIDS en relaties. Van een duidelijke verhaallijn is geen sprake, er spelen verschillende lijntjes door elkaar met steeds één of twee van de acht hoofdpersonen in de hoofdrol. Onder deze hoofdpersonen zijn zo ongeveer alle denkbare seksuele voorkeuren vertegenwoordigd. Door deze indringende thema’s, en natuurlijk door de overweldigende muziek heeft RENT een wereldwijde, fanatieke schare fans, ook wel ‘Rentheads’ genoemd. De voortijdige dood van componist Jonathan Larson heeft ongetwijfeld bijgedragen aan de mythevorming.

Al met al een vrij heftig stuk om te spelen in een plattelandsdorpje maar ik durf wel te zeggen dat het goed gelukt is. Een Renthead ben ik niet geworden, maar de muziek zal me altijd bijblijven.

Live - Secret Samadhi (1997)

3,5
Na jaren weer eens een luisterbeurt voor Secret Samadhi en besloten dat er een half sterretje af gaat. Op deze plaat staan vier sterke nummers die zich kunnen meten met Throwing Copper: Rattlesnake, Lakini's Juice, Graze en Freaks. Met de overige tracks wordt de neerwaartse lijn neergezet die Live in de jaren daarna is blijven volgen.

Marillion - Brave (1994)

4,0
herman schreef:
Berichten die niet meer over Brave gingen weggehaald.


Good Job, Herman.

Met Holidays in Eden dreigde Marillion af te glijden richting een soort light-prog, maar dit haalde weer even iedereen bij de les.
Brave is een intense en muzikaal hoogstaande plaat. De teksten zijn wel een beetje topzwaar vind ik. Er is bij deze plaat nog een soort speelfilm gemaakt en dat was helemáál een zwaar stuk.
Brave is geen CD om als achtergrondmuziekje af te spelen of lekker in de auto te luisteren. "Play it loud with the lights off" vermeldt de hoestekst (en terecht)
Daarna leek het erop dat Marillion "Brave" niet meer zou evenaren, laat staan overtreffen. Gelukkig verrasten ze 10 jaar later vriend en vijand met Marbles, die nog een tandje beter is dan deze.

Marillion - Real to Reel (1984)

4,0
vielip schreef:
Prima live album! Enig minpuntje wat ik zou kunnen bedenken is dat ie wat aan de korte kant is. Maar ja, liever een korter album wat top is dan een 3cd waarbij je na 1 cd al denkt; zet maar af...


Ach ja deze plaat heeft een hele acceptabele speelduur, voor een LP dan.

De eerste Marillion-plaat die ik kocht. Er zouden er nog vele volgen.
Ik had namelijk de clip van " Asassing" op MTV gezien. Een fantastisch nummer dat ik ooit eens op een cassettebandje van een kennis had horen langskomen. De dag erna viste ik het eerste de beste CD'tje uit de bak waarop ik " Asassing" zag staan. Ik had geen idee dat ik hier met een live-album te maken had... Toen ik weer 40 gulden bij elkaar had gespaard, kocht ik Fugazi meteen na deze. Ik ben namelijk geen groot liefhebber van live-registraties. Maar deze mag er bij nader inzien toch wel zijn.
Real to reel laat Marillion horen op het hoogtepunt van de Fish periode. Ik heb het idee dat er niet veel is gesleuteld aan de opnamen, is ook wel de kracht van deze plaat, je krijgt het gevoel dat je in je eigen stamkroeg naar een wereldband staat te luisteren. (Dat van die wereldband klopt uiteraard)
Mijn persoonlijke favoriet is Cinderella Search, die hier zoveel intenser klinkt dan de vrij steriele studioversie die op B-sides themselves staat.

Marillion - Sounds That Can't Be Made (2012)

4,0
Zo’n tien jaar geleden dacht ik dat we Marillion wel zo ongeveer konden afschrijven. Platen als Marillion.com en Anoraknophobia waren best aardig, maar hadden weinig meer toe te voegen aan het imposante oevre van de band. Maar met Marbles, misschien wel hun beste album ooit, bewees Marillion in één klap ook in de 21e eeuw bestaansrecht te hebben. Maar leg dat maar ‘ns uit aan de buitenwereld die alleen Kayleigh kent..

En dan begint deze plaat ook nog ‘ns met Gaza. Een ‘ingewikkeld’ nummer met een allesbehalve luchtig thema. En daardoor zeker 10 draaibeurten lang een ongemakkelijke luisterervaring. De overgangen zijn wel erg hak-op-de-tak. Het doorzettingsvermogen van de luisteraar wordt na dertien minuten beloond met een bloedstollende solo van Rothery. Tenslotte bereikt Gaza de climax met het meerstemmige slotstuk (“It’s lke a nightmare rose up..”) en verdomd, ze hebben het weer voor elkaar; kippenvel op m’n onderarmen.

De titeltrack: het begin wordt vooral gedragen door de strijkerssectie uit de synth van Kelly, met een sterke zangmelodie van Hogarth. Na de tempowisseling mag ook Rothery van zich laten horen. Sterk nummer.

Pour my love dan: Een rustig voortkabbelend popliedje met jazzy inslag; een typische Hogarth-compositie als je het mij vraagt. Verderop is er een cheesy bruggetje in het nummer geplakt, gevolgd door een plichtmatige gitaarsolo. Pour my Love is hoe No one can had geklonken als die op Anoraknophobia had gestaan.

Maar daarna komt het weer helemaal goed: Power is een ijzersterke track! Aangename groove in het couplet en een lyrisch refrein. De manier waarop verder in het nummer de spanning wordt opgebouwd, telkens een nootje omhoog, mag dan wat al te voor de hand liggend klinken; het gewenste effect wordt zeker bereikt. Top.

Montreal hangt aan elkaar van losse ideetjes met nauwelijks samenhang. Ik heb zo’n gevoel dat Hogarth de hele lap tekst al klaar had en er daarna het hele nummer eromheen gebouwd moest worden. Het luistert wel lekker weg hoor, maar er blijft bij mij maar weinig van hangen.

Invisible Ink: het catchy regeltje “I’m hoping you don’t throw my little notes away” en het simpele maar o zo doeltreffende gitaarlickje geven dit nummer een hook van jewelste.

Lucky Man: een degelijke compositie, maar voor mijn gevoel te langzaam gespeeld. Daardoor komt het nummer wat te lijzig en slepend over.

The Sky above the rain lijdt een beetje aan het zelfde euvel als Montreal; tekst en muziek werken niet overal lekker samen. Wel een mooie tempowisseling naar het eind toe, die de plaat waardig afsluit.
Steve Rothery roep ik overigens uit tot man of the match. Met een kleine voorsprong op Mark Kelly is hij het wederom die Marillion naar een hoger plan weet te tillen.

Tenslotte nog iets over de produktie want die staat erom bekend zeer wisselend van kwaliteit te zijn bij Marillion. Tegenwoordig worden veel produkties slachtoffer van de Loudness War: de trend om alles (even) hard en vet te laten klinken. Daarmee zijn het niet meer de muzikanten, maar is het de producer die bepaalt hoe de plaat gaat klinken, namelijk zo plat als een dubbeltje door in de eindmix lekker veel compressie te gebruiken. Mits goed uitgevoerd kan dat goed uitpakken. Californication (RHCP) is zo’n plaat die ik ondanks het nagenoeg ontbreken van dynamiek, erg goed vind klinken. Op Sounds that can’t be made is de eindmix minder gelukkig uitgepakt. Er lijkt wel sprake te zijn van een soort ‘omgekeerde compressie.’ De fluisterzachte intro’s van o.a. Gaza en Invisible Ink zijn alleen te horen als je de volumeknop vol open draait, om vervolgens te worden verpletterd onder een muur van geluid in de hardere passages. Desondanks klint deze plaat wel warmer en organischer dan we de laatste jaren gewend waren en dat bevalt me dan weer wel.

En zo hebben we, bijna dertig jaar na SFAJT, STCBM. Met deze plaat verdient Marillion zeker een doorwerkbonus.

Marvin Gaye - What's Going On (1971)

2,5
Marvin Gaye heeft een goddelijk stemgeluid en ook het hart op de goede plaats (en zijn soul natuurlijk)

Maar ondanks diverse luisterbeurten kom ik er maar niet doorheen. De orkestrale arrangmenten zijn voor mij te veel van het goede, om van die ooh-aah achtergrondkoortjes maar te zwijgen.

Meg Myers - Make a Shadow (2014)

4,5
Deze EP heb ik kort geleden opgepikt nadat ik ‘Desire’ hoorde langskomen op Pinguin radio. Wat een ijzersterke track. Het is niet alleen de expressieve stem van Meg die mij bij de lurven grijpt, want net als je denkt dat je het liedje doorhebt, knalt er een heftige gitaarsolo in. Aan het eind van Heart heart head wordt naar een soortgelijke climax toe gewerkt, maar daar doet ze het door haar stem helemaal in het rood te jagen. Ik hou meestal niet van die schreeuwende wijven, maar Meg doet het precies goed. In Go klinkt ze iets teveel als een tienersterretje á la Avril Lavigne, maar Make a shadow en the Morning After zijn weer helemaal goed. Pracht plaatje dus!

Myles Sanko - Memories of Love (2021)

4,5
Met behulp van de lijst met recent uitgekomen albums hier op MuMe doe ik m'n best om de nieuwe releases bij te houden die zijn gelabeld met het genre 'rock', maar een goede soulplaat wil ik ook niet missen. Maar worden die nog gemaakt dan?
Ja gelukkig maar, dit is er zo eentje, en wat voor één.
Dit album heeft het allemaal; goede composities, smaakvolle arrangementen, kraakheldere productie en niet te vergeten het stemgeluid van mr. Sanko zelf. Het album vervalt geen seconde, hoe vaak ik 'm ook luister.
Voor mij de ontdekking van het jaar.

Nessi Gomes - Diamonds & Demons (2016)

4,5
Om alle interessante nieuw verschenen albums te ontdekken ontbreekt het me nog altijd aan tijd; werk, kinderen, huishouden; u kent het wel. Ik ben al lang blij dat het me gelukt is om een top 10 over 2016 samen te stellen, en daarin staat deze pracht plaat op de eerste plaats. Ik sluit me aan bij alle lofuitingen die erwinz hierboven heeft geschreven. Kleine kritische kanttekeningen plaats ik bij de productie (te veel compressie) en de zang van Sam Lee (zwakjes) Verder alleen maar lof voor deze getalenteerde en volstrekt eigenzinnige dame.

Pop Classics 2 (1987)

3,5
wijsneus schreef:
Halo of Flies wordt toch door velen als een der beste Alice Cooper songs beschouwd. ( ook door mij )

Deze CD bevat natuurlijk alleen maar bekende nummers die je veels te vaak op de radio hoort.
Eigenlijk overbodig, dit soort verzamelaars. Je koopt hem alleen maar omdat er mss 2 of 3 nummers opstaan die je niet hebt.


Je slaat de spijker op z'n kop.

Eén van de eerste CD's bij ons thuis, en waarschijnlijk daarom heb ik deze (te) vaak gehoord. Jethro Tull, Alice Cooper, Don Mc Lean en the Babys zijn mijn favorieten op deze compilatie.

Het is ook rond die tijd begonnen volgens mij, die ''classics"-trend. Popclassics, rockclassics, danceclassics, noem maar op. En we zijn er nog steeds niet vanaf. Sterker nog er zijn radiozenders die zich hebben gespecialiseerd in het eindeloos herhalen van dezelfde doodgedraaide playlist. En daarmee zelfs de meeste briljante nummers om zeep helpen.

Ramses Shaffy - Zijn Grootste Successen (1990)

4,0
musician schreef:
En behorend tot de jaarlijkse club van cd's die worden meegezeuld richting vakantie-adres.

Grappig, voor mij geldt precies het zelfde.

musician schreef:
Ramses Shaffy had gewoon niet uit het beeld moeten verdwijnen.

Had hij natuurlijk ook wel aan zich zelf te danken. Drank en drugs hebben zijn artistieke prestaties niet altijd goed gedaan, en dan hebben we het nog niet eens over zijn Bhagwan-bekering.
Tis misschien een beetje kromme vergelijking, maar kijkend naar de carrière van Ramses Shaffy zie ik overeenkomsten met Herman Brood. Van succesvol en spraakmakend naar verguisd en uitgekotst, om uiteindelijk toch te worden erkend als een groot artiest. Bovendien deed Ramses wat betreft 'Rock 'n Roll-gehalte' niet veel onder voor Herman.

Het mooie aan de liedjes van Shaffy is de volstrekt eigenzinnige / eigenwijze voordracht van de prachtige teksten. Unieke artiest.
En inderdaad deze compilatie had een sjieker hoesje verdiend....

Steven Wilson - Hand. Cannot. Erase. (2015)

4,5
Van Porcupine Tree had ik wel eens gehoord, maar Steven Wilson (solo) was voor mij een onbekend fenomeen totdat ik op Youtube de clipjes tegenkwam van The raven that refused to sing en Drive Home. Het was lang geleden dat ik zo werd geraakt door nieuwe muziek, overigens mede dankzij de prachtige animatiefilmpjes bij deze nummers. De wat meer jazz / prog gerichte nummers op ‘the Raven..” weerhielden mij ervan om het hele album in huis te halen. Bij Hand. Cannot. Erase ben ik dan toch overstag gegaan, gelukkig wel.
Je kunt platen maken waar het muzikale vakmanschap vanaf spat, met een glasheldere produktie, waaraan zo ongeveer alles klopt. Steven Wilson is echt niet de enige die dat allemaal beheerst. Maar bij deze plaat is er iets bijzonders aan de hand. Het is lang geleden dat ik zo werd gegrepen door een album. Met name de eerste helft van het album (tot en met Routine) laat me niet meer los.
In Three Years Older hoor ik geluiden en fragmentjes terug van Yes, Mike Oldfield, Camel (en vele andere) maar dan op zo’n manier dat ik die van nu af aan zal linken aan Steve Wilson, alsof hij hier de standaard neerzet waaraan alle muziek van nu af aan zal worden afgemeten. Ik overdrijf waarschijnlijk, maar jongens toch wat een grootse track is dit.
Hand Cannot Erase is een toegankelijk liedje voor de afwisseling. Zou zomaar een single kunnen zijn.
In tegenstelling tot de Gallery Play waar het album bol van staat, is Perfect life een juweeltje door zijn eenvoud. Heel subtiel wordt de stemming opgebouwd, en verdomd, het werkt.
Na de vredige klanken van Perfect life slaat in Routine de stemming weer om. De vrouwelijke vocalen tillen het nummer naar grote hoogte.
Home Invasion en Regret #9 zijn voor mij een beetje een breekpunt op het album. Waar de eerste helft van het album mij bijna onmiddellijk overtuigt, moet ik hier echt goed naar de (overigens razend knappe) arrangementen luisteren om bij de les te blijven.
Van de langste track van deze plaat, Ancestral , vind ik de eerste helft fantastisch (gitaarsolo!) maar na circa vijf en een halve minuut hebben we er nog acht te gaan vol met (te) vaak herhaalde nerveuze riffs en ritmes en die trek ik niet helemaal.
Gelukkig is er na afloop van dit geweld nog de mooie afsluiter Happy Returns die het verhaal compleet maakt.
Mijn eerste indruk van Hand.Cannot.Erase was dat dit de ‘plaat van eeuw’ moest zijn. De euforie die de eerste luisterbeurten teweeg brachten is nu een beetje over, en ik heb toch (nog) wat moeite met de hierboven genoemde ‘taaie’ stukken op het album. Maar dan nog blijft dit een sensationeel goede plaat.

The Afghan Whigs - Do to the Beast (2014)

4,0
De Afghan Whigs kende ik destijds (jaren ’90) wel, maar pas met het debuut van The Twilight Singers viel het kwartje en ben ik Greg Dulli blijven volgen. Sindsdien ben ik de Whigs-platen op waarde gaan schatten, met Black Love als favoriet nipt voor Gentlemen.
Met The Twilight Singers ging Dulli gewoon door met waar hij goed in is: het maken van donkere, meeslepende rock met een flinke dosis soul. Het TTS-debuut Twilight as played by The Twilight Singers is voor mij van een onovertroffen schoonheid, en het recente Dynamite Steps was ook weer helemaal raak. Voor mij persoonlijk bestond er dus geen enkele noodzaak tot een reünie van de Afghan Whigs. Waarom het nu toch zo ver gekomen is, wie zal het zeggen, uit nostalgische overwegingen of toch commerciële? Misschien dat met de naam Afghan Whigs toch weer wat oude fans bij de les worden gehaald.
En toen was er dus Do to the Beast. In het artwork wordt de sfeer alvast neergezet; obscuur beeldmateriaal, teksten in handgeschreven letters – dit alles in de overheersende kleuren zwart en grijs. Muzikaal heeft er evenmin een stijlbreuk plaatsgevonden; Opener Parked Outside laat er geen gras over groeien, de beuk erin. It Kills is weer zo’n track die meteen onder je huid kruipt, met dank aan de mellotron-achtige strijkers. De vooraf op YouTube geplaatste tracks Algiers en the Lottery klinken zelfs al een beetje vertrouwd. Algiers heeft een soort Tex-Mex arrangement dat mooi aansluit bij het klaaglijke stemgeluid van Dulli. Het broeierige Can Rova had zo op ‘Twilight as played by The Twilight Singers’ kunnen staat, waarmee ik maar wil zeggen: wat een prachtig liedje.
Het album heeft een loodzware eindmix gekregen die niet overal prettig wegluistert. Het Whigs-geluid, dat bestaat uit een opeenstapeling van (gitaar-)partijen is van zichzelf al vol en heftig genoeg, de overmatige compressie doet daar geen goed aan. Hierboven werd al genoemd dat de zang soms nauwelijks te horen is, en dat kan toch niet de bedoeling zijn als je over zo’n karakteristieke strot beschikt als Greg. Wat bij de eerste luisterbeurten ook weer opvalt, is dat veel van de nummers het zelfde akkoordenschema hebben, zoals al zo vaak gebruikt in eerdere Whigs- en TTS- songs. Het zijn de zelfde bedenkingen die ik aanvankelijk had bij Dynamite Steps, en dat is inmiddels toch wel uitgegroeid tot een van mijn favoriete albums. Met Do to the Beast zal het dus ook wel goed komen. De jaren ’90 en/of de oude Afghan Whigs zullen we er niet mee terug krijgen, en dat hoeft ook niet. Waar de Whigs destijds klonken als een ongeleid projectiel gaan ze nu doelgericht te werk. Minder fel en rauw, maar nog altijd overtuigend. Ik ben benieuwd of ze dat ook in Paradiso waar gaan maken. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst, maar desondanks heb ik er alle vertrouwen (en vooral zin) in.

The Afghan Whigs - In Spades (2017)

3,5
Na het degelijke album Do to the Beast is In Spades alweer de tweede Twilight Singers release onder de naam Afghan Whigs. Want zoals iemand hierboven al opmerkte, zijn dat inmiddels twee volkomen uitwisselbare merknamen. Maar Dulli heeft natuurlijk goed in de gaten, dat een band met onder andere Gentlemen, Debonair en Faded in het repertoire, de meeste volle zalen trekt. Met dit album wordt het Whigs repertoire uitgebreid met een handvol sterke songs: Arabian Heights, Demon in Profile, Oriole en de grootse afsluiter Into the Floor.
Maar op In Spades staan ook een aantal tracks die ik minder de moeite waard vind. Opener Birdland is meer een soort ouverture dan een volwaardige track. Toy Automatic verzuipt in het volgepropte arrangement, en Copernicus is zo’n typische standaard Whigs / TS-song die op de automatische piloot ingespeeld lijkt te zijn.
Neem je daarbij de toch al erg korte speelduur en wederom niet zo beste produktie van dit album, dan moet je vaststellen dat In Spades geen hoogvlieger is in het oeuvre van Greg Dulli. De ingrediënten van Dulli’s songs zijn vertrouwd, sommige intro’s en loopjes zijn rechtstreeks afkomstig uit eerder AW- of TS-werk. Zo hoor je in Arabian Heights een gitaarloopje dat eerder is gebruikt als zangmelodie in het refrein van ‘Feathers’ (op het album Blackberry Belle)
In Spades zie ik als een soort tussendoortje, van een vergelijkbare orde als de A Stitch in Time EP en het Amber Headlights-album. Het niveau van het geweldige laatste Twilight Singers-album Dynamite Steps wordt niet geëvenaard. Let wel, In Spades is een prima rockplaat, maar weet mij niet bij de lurven te grijpen zoals (bijna) alle andere Afghan Whigs- en Twilight Singers albums dat doen.

Trope - Eleutheromania (2021)

4,0
Oei, moeilijke titel. Nou is de muziek bij vlagen ook best ‘moeilijk’; het album begint bijvoorbeeld al met een Tool-intro. Tempowisselingen en exotische maatsoorten vliegen je om de oren.
In track 2 Plateau horen we een toegankelijk refreintje, doet een beetje denken aan Evanescence, maar dan met minder eyeliner. Klinkt fris, Breach is er nog zo eentje. Vervolgens dacht ik: hee dit komt me bekend voor.. en ja hoor; Shout is daadwerkelijk een cover van Tears for Fears. Levensgevaarlijk om zo’n klassieker te coveren, maar ze komen er mee weg. Meer dan dat; Trope is erin geslaagd om een nogal uitgekauwd nummer nieuw leven in te blazen zonder het origineel geweld te doen. De tracks daarna weten de aandacht (nog) niet helemaal vast te houden, maar de band heeft er goed aan gedaan de nummers binnen de vier minuten te houden. Afsluiter Seasons Change is weer wat toegankelijker en ook gewoon een prachtig liedje. Dit is al met al een erg fijn album. En het is nog maar hun debuut, ik verheug me op wat er nog gaat komen.

Wings of Steel - Homesick (1992)

2,5
Omayyad schreef:
Eén van de weinige behoorlijke releases op dat vreselijke label van SI.


Toen vond ik het prachtig, al die (Nederlandse) bandjes die op SI mochten uitkomen. Achteraf gezien heeft het niet veel soeps voortgebracht.

Wings of Steel zag ik ooit eens live optreden, en dat deden ze goed. Ik was echter zo stom om mijn nieuwe vriendinnetje mee te nemen, en sindsdien is het tussen ons ook niet meer goed gekomen. Rare jongens, die symfoknakkers.

Ik hoor nog best een paar aardige songs op deze plaat. Daar hadden ze best een redelijke demo mee kunnen opnemen van pakweg twintig minuten. En zo klinkt 'ie ook; als een demo dus, maar dan helaas twee keer zo lang.

Y & T - Musically Incorrect (1995)

3,0
Toch nog maar eens naar deze plaat geluisterd...

BlauweVla schreef:
Het klinkt allemaal live ingespeeld en het is bluesier als ooit te voren.


Het klinkt inderdaad heel anders dan de eerdere Y&T-platen. De produktie is allesbehalve amerikaans. De gitaarpartijen klinken uiteraard als een klok, maar dat kun je wel aan Meniketti overlaten..

Weet iemand trouwens waarom Stef Burns nog wordt vermeld als gitarist? Op de eerste helft van de plaat hoor ik geen andere gitaar dan die van Meniketti, of althans geen partijen die hij niet gemakkelijk met z'n tenen had kunnen inspelen.

De track '21st century' vind ik de beste van de plaat. De rest haalt niet het niveau van het hierboven al aangehaalde Black Tiger, om maar eens een album te noemen.