menu

Hier kun je zien welke berichten Harderwiek als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Apollo Brown & Guilty Simpson - Dice Game (2012)

4,5
Authentieke boombapbeats en rauwe, ongepolijste raps. Daarmee is eigenlijk bijna alles gezegd over de samenwerking tussen Apollo Brown en Guilty Simpson. Beiden verwierven de afgelopen jaren een respectabele status en een prominente plek binnen de undergroundwereld. Zo bracht rapper Guilty Simpson samen met Sean Price en Black Milk vorig jaar nog Random Axe uit - tweede plaats in de Hiphopleeft-albumtoplijst van 2011 - en werkte producer Apollo Brown kort geleden samen met D.I.T.C.-veteraan O.C. Beide hooggewaardeerde albums. Apollo Brown en Guilty Simpson lijken echter het beste bij elkaar naar boven te halen; Dice Game zet het voorgaande oeuvre van beide mannen in een (lichte) schaduw.

Lees hier verder.

Black Rob - Game Tested, Streets Approved (2011)

3,0
Bij het horen van de naam Black Rob zullen velen gelijk aan zijn klassieker Whoa! - van het platinumalbum Life Story’s (2000) - denken. Vijf jaar later bracht Rob nog een tweede album - The Black Rob Report (2005) - uit, maar sindsdien was het erg stil rondom hem. Tot hij afgelopen oktober, na een gevangenisstraf van vier jaar, bekendmaakte bij het label Duck Down te hebben getekend. Daarnaast verklapte hij al bezig te zijn met zijn derde studioalbum Game Tested, Street Approved. Black Robs stijl kenmerkte zich door een wat agressieve flow en niet al te intelligente teksten, die vooral over het straat- en gangsterleven in New York gingen. Game Tested, Street Approved bestaat uit bijna precies diezelfde kenmerken, alleen gaan Robs teksten soms iets dieper en wordt hij meer gedragen door producers van Duck Down in plaats van die van Bad Boy Entertainment, waar hij voorheen bij was getekend.

Of de producties van deze nieuwe sound Black Rob de mogelijkheid geven om zijn ware zelf te kunnen vertonen is te betwijfelen. Met uitzondering van de respectabel geproduceerde nummers Welcome Back, Celebration en Showin' Up missen de meeste producties net die extra dimensie die de beats had kunnen afmaken. Zo klinken de tracks Boilling Water en This Is What It Is erg kaal en hadden de tracks Up North - This Is What It Is en Sand to the Beach net een tikje rustiger moeten zijn. Het album wordt nu geproduceerd door elf beatmakers, inclusief Rob zelf. Black Rob had er beter aan gedaan ervoor te kiezen één of twee producers aan zijn album te laten werken. De beats vormen nu namelijk geen geheel. Erg jammer, aangezien Black Rob het gehele album op een constant niveau flowt en rapt.

Van een artiest die twaalf jaar in de scene zit verwacht je eigenlijk dat zijn teksten serieuzer en zijn flow rustiger is geworden. Hoewel zijn teksten nog veel over het straat- en gangsterleven in Harlem gaan (Can’t Make It in NY), is ook bij Black Rob het geval dat zijn flow wat minder agressief is geworden en zijn teksten hier en daar wat dieper gaan. Hij is nu niet alleen meer de stoere rapper met geld, vrouwen en mooie auto’s. Hij geeft nu ook aan spijt te hebben en op veel dingen niet trots te zijn (“I'm nothin', just a rapper that made a few joints and started frontin' and hopin' you never try it//Wasn't shit to be admired, so why would I glorify it?“ - Showin Up). Het is dus fijn dat hij die verwachting een beetje waarmaakt, maar het blijft altijd wennen om zulke tracks van een gangsterrapper te horen. Gelukkig wisselt hij het af met hier en daar een track zoals we van hem zijn gewend, waarin blijkt dat hij zijn oude stijl niet is verleerd.

Black Rob bewijst na twaalf jaar in de scene een erg constante rapper te zijn. Game Tested, Street Approved had net zo goed een decennium geleden, als opvolger van Life Story’s, kunnen worden gereleast. Daarnaast bewijst hij ook nog eens, met uitzondering van No Fear (met Sean Price), bijna het gehele album zelf te kunnen dragen. Helaas doet Black Rob ook niet veel meer dan dat: zijn album creëert geen sound die zich van het gemiddelde hedendaagse hiphopalbum onderscheidt. Van zijn teksten gaan er dertien in een dozijn en de te gevarieerde producties zijn niet meer dan degelijk. Hierdoor zal Game Tested, Street Approved bij de meesten niet veel indruk achterlaten en snel worden vergeten.

Bron

Brother Ali - Mourning in America and Dreaming in Color (2012)

3,0
Op Mourning in America and Dreaming in Color krijgen we tekstueel voorgeschoteld wat we van Brother Ali gewend zijn: maatschappelijk relevante en sociaal-politieke thema’s waarin hij tevens zijn persoonlijke levensbeproevingen verwerkt. Instrumentaal kent het album echter een verschil met voorgaande albums. De witbebaarde rapper heeft de vertrouwde samenwerking met producer Ant opzij geschoven en heeft de handen ineengeslagen met beatbakker en labelgenoot Jake One. Waar Ants producties steeds subtieler werden en hij samplen voornamelijk achterwege liet, kenmerkt Jake One zich de laatste jaren met meer elektronische beats en soulvolle samples.

Lees hier verder.

Dope D.O.D. - Branded (2011)

4,0
In 2009 werden de mannen van Dope D.O.D. derde bij De Grote Prijs van Nederland. Hierna is het Groningse drietal (Jay Reaper, Skits Vicious en Dopey Rotten) gelijk aan haar debuutalbum begonnen. Afgelopen februari werd de eerste single What Happened gedropt, en die is inmiddels ruim drie miljoen keer op YouTube bekeken. Hiermee breekt de groep niet alleen in Nederland maar ook internationaal door, want de mannen kwamen in het voorprogramma van Limp Bizkits Europese tour en er werd een samenwerking met undergroundveteraan Sean Price gerealiseerd. De release van het album stond gepland voor november, maar Dope D.O.D. besloot deze release in verband met haar Europese tour te vervroegen. Hierdoor werden we sneller dan verwacht geïntroduceerd aan de unieke sound van Branded.

Want uniek is de sound van Dope D.O.D. zonder twijfel. Hoewel deze met het geluid van bijvoorbeeld La Coka Nostra en Ill Bill & Vinnie Paz is te vergelijken, wordt het op de albums van de hiervoor genoemde artiesten nergens zo dreigend en horrorachtig als op Branded. Deze sfeer wordt deels gecreëerd door de grimmige producties die bestaan uit harde baslijnen waar bijna geen andere lagen aan te pas komen. Daarbij bestaat het gehele album uit spanningsopbouwende samples die je alleen in horrorfilms zult horen. Gelukkig kent Branded ook de twee minder dreigende nummers Slowmotion en Candy, met rustige raps en pianorifjes, die goed over het album zijn verspreid om eentonigheid te voorkomen.

De enigszins aparte stemgeluiden en agressieve Engelstalige teksten van de drie rappers zorgen continu voor een opgefokte sfeer. Waar de stem van Skits Vicious ieder mens beangstigt en Jay Reaper opgefokt rapt, zijn de stem en flow van Dopey Rotten erg ontspannen. Dit contrast zorgt voor een erg fijne afwisseling, waardoor de aandacht wordt vastgehouden om de teksten te volgen. De teksten gaan vooral over geweld (“My´╗┐ flow is jaw dropping and I pull the knife out//Cap your eyes out and leave a live crowd wiped out” - Pandora’s Box) en Dope D.O.D.'s afkeer van de tegenwoordige rappers: “What happened to rap in the 2-0 era?//Where they are getting worse and I’m only getting better” (What Happened). Zelf zeggen de heren dat het allemaal niet zo gewelddadig is bedoeld, maar dat iedereen een donkere kant heeft.

Branded sleept je mee in een angstaanjagende sfeer waarvan je achteraf even moet bijkomen. Het gehele album wordt de aandacht vastgehouden door de dreigende beats, spannende samples en hongerige raps van de drie MC’s. Waar veel Nederlandse rappers zich qua sound niet uitzonderen, zet dit Groningse trio op Branded een sfeer neer waar Nederland voorheen nog niet bekend mee was. Hiermee laten ze op dit album zien dat ze als Nederlanders niet onderdoen voor de hedendaagse hardcore-rappers uit Amerika.

Ook te lezen op Hiphopleeft

Game - The R.E.D. Album (2011)

3,0
The Documentary, het debuut van Game, was één van die albums die mij als puber in de hiphopwereld introduceerden. Dit schepte vanzelfsprekend een band met Game, maar dat was niet de enige reden om zijn muziek te waarderen: Game weet waar die mee bezig is en heeft laten zien een uitstekende rapper te zijn. Misschien tekstueel niet altijd even goed, maar vermakelijk is het zeker. Daarbij rapt hij met zijn rauwe stem nonchalant doch krachtig over de beats van een deel van de beste producers (Dr. Dre, Kanye West, Havoc en Buckwild). Wat echter altijd een nadeel van Games albums geweest is, is dat ze te lang duren en dat er te veel gastartiesten op staan. Op The R.E.D. Album is dat niet anders. Met eenentwintig tracks, een legio topproducers en achttien gastartiesten heeft Game - en waarschijnlijk ook Interscope - ervoor gezorgd dat er voor de meeste hiphoppers wel wat op het album staat, alleen zal bijna niemand alle nummers kunnen waarderen.

The R.E.D. Album trapt af, en eindigt ook, met een serieuze Dr. Dre, die rustig zijn verhaal doet over gebeurtenissen in het leven van Game. Niet erg interessant, aangezien iedereen al weet dat Game bij The Bloods zit en ooit is neergeschoten. Naast nog twee skits, een verse op Drug Test en wat afmixen is Dr. Dre verder niet bij het album betrokken, wat raar is omdat Game er al twee jaar mee pronkte dat Dr. Dre voor dit album weer zou produceren. Maar dat mag de pret natuurlijk niet drukken. Zo heeft Ricky een beat waarbij verdienstelijk van jazzy saxofoongeluiden wordt gebruikgemaakt, en hoewel dit niet gebruikelijk is bij albums van Game, klinkt het erg prettig met de vloeiende raps van hem erover. Ook de beat van Born in the Trap is noemenswaardig: DJ Premier blijkt het produceren op deze track namelijk nog niet te zijn verleerd.

Met uitzondering van de tracks Paramedics (Maestro), All I Know (Boi-1da) en Mama Knows (The Neptunes) is The R.E.D. Album respectabel geproduceerd en valt er weinig op de beats, die voornamelijk van 1500 Or Nothin’, Cool & Dre en DJ Khalil afkomstig zijn, aan te merken. Hoewel de beatmakers hun werk goed hebben gedaan, heeft het album helaas geen sound die op alle tracks is terug te vinden. De variatie tussen de nummers is te groot. Zo heeft Martians vs. Goblins een rauwe beat met een harde bassline en heeft All the Way Gone door de vrolijke pianorifjes een r&b-achtige sfeer. Maar gezien de grote variatie in gastartiesten is het ook niet geheel onverwacht dat het album onevenwichtig is.

Er zit bijvoorbeeld een groot verschil tussen Tyler, The Creator en Lloyd. Niet alleen het agressieve rappen van Tyler en de rustige zang van Lloyd contrasteren, ook de teksten worden erop aangepast. Zo rapt Tyler op Martians vs. Goblins erg vuige teksten (“Now my future is brighter that Christopher’s new haircut//Bruno Mars is still sucking dick and fucking male butts”) en zingt Lloyd het volgende op Hello: “Got chills thinking of last night//I swear you was a goddess in your past life.” Deze grote verschillen zorgen ervoor dat de afwisseling tussen de nummers te groot is, waardoor het wat moeilijk als geheel album is te beluisteren. Game zelf laat op het album niet alleen gangsterteksten horen, ook rapt hij gevoelige teksten zoals hij doet op Good Girls Go Bad: “This song is dedicated to Natalie Holloway//I feel for her daddy so I wrote this on father’s day.” Op het album zijn eveneens weer echte Westcoast-tracks zoals Drug Test (met Dr. Dre, Snoop Dogg en Sly) te vinden. Toch blijft het een opluchting als Game, even constant als altijd, eindelijk helemaal alleen rapt op de tracks Ricky, The Good, The Bad, The Ugly en Born in the Trap.

Op die solotracks laat Game met zijn sterke delivery en unieke stemgeluid zien dat het voor hem geen probleem moet zijn om een album zonder gastartiesten te dragen. Waarschijnlijk zal zo’n album er vanwege commerciële belangen nooit komen en ook niet omdat Game zoals bijna elke rapper zelf op Twitter aangeeft een klassieker uitgebracht te hebben (“My best album ever #classic” ). Dit laat zien dat Game deze tracklist perfect vindt. Die woorden zullen veel recensenten, inclusief ikzelf, niet durven overnemen. Hoewel een korter album met minder andere artiesten en meer Game hoogstwaarschijnlijk beter had uitgepakt, is The R.E.D. Album een vermakelijke plaat met een flink aantal sterke tracks.

Hiphopleeft

I Self Devine - The Sound of Low Class Amerika (2012)

3,0
Sinds de release van zijn debuutalbum Self Destruction (2005) heeft Rhymesayers-artiest I Self Devine zich op de achtergrond van de muziekindustrie gehouden. In die tijd heeft hij zich als maatschappelijk werker ingezet voor de plaatselijke gemeenschap van Minneapolis; hierdoor kwam hij in aanraking met de onrechtvaardigheid die de lagere klasse in Amerika wordt aangedaan. Het is dan ook dit onderwerp dat I Self Devine beschrijft en bekritiseert op zijn nieuwe album The Sound of Low Class America.

Lees hier verder.

Jedi Mind Tricks - Violence Begets Violence (2011)

3,0
Jedi Mind Tricks zonder Stoupe is als snoep zonder suiker. Velen luisterden naar JMT vanwege Stoupes creatieve en grensverleggende producties. In de recensie van het vorige, slecht ontvangen album van de groep, A History of Violence (2008), werd door Hiphopleeft al geschreven dat het leek alsof Stoupe minder tijd voor de producties had genomen. Later bleek dat zijn passie voor het produceren van hiphoptracks was vergaan en hij zich in andere genres wilde ontwikkelen. Vinnie Paz en Jus Allah wilden echter niet afwijken van hun JMT-sound, die bestaat uit veel stemsamples en piano- en vioolgeluiden onder harde baslijnen, en kozen daarom onder andere voor een hoofdproducer uit het Enemy Soil-kamp (het label van Paz): C-Lance. Maar samen met de andere producers lukt het hun op Violence Begets Violence niet om Jedi Mind Tricks weer naar een hoger niveau te tillen.

Het album kent gelukkig wel een paar lichtpuntjes. Zo wordt Design in Malice door gastartiesten Young Zee en Pacewon een aangename track. Maar ook Street Light klinkt respectabel door een verfrissend gitaarrifje op de achtergrond van de beat, waar Vinnie Paz vervolgens zijn verse gepassioneerd overheen spit. Helaas rapt Jus Allah, net als op bijna alle tracks, erg stroef en geforceerd. Zijn lines rijmen slecht en zijn flow is vaak te langzaam, waardoor hij uit de maat rapt. Maar naast deze twee tracks is het gros van het album niet overtuigend of vernieuwend.

Want de beats en lyrics op het album hebben we afgelopen jaar al vaker voorbij horen komen (zie Outerspace, Heavy Metal Kings en Apathy). Dit wil niet per se zeggen dat ze dramatisch zijn, maar het trucje is simpelweg vaker en in veel gevallen beter gedaan. Beats met dezelfde donkere sound, waarin veel religieuze en gewelddadige filmsamples terugkomen en over geweld, religie en complottheorieën wordt gerapt. Daarbij komt dat in de tracks bijna nergens een rode draad loopt; Paz en Allah rappen beide willekeurige lines over de hiervoor genoemde onderwerpen. Als beide heren dan ook bijna overal met een monotone stem rappen, wordt het vocaal oninteressant. En buiten de track Chalice, waar een uitstapje naar reggae wordt gemaakt, zit er ook weinig variatie in de producties.

Waar Jedi Mind Tricks veertien jaar geleden, met het uitbrengen van haar The Psycho-Social LP (1997), zich met een baanbrekende sound introduceerde en ze vijf jaar geleden nog werd gezien als één van de grootste undergroundacts, lijkt de laatste adem van de groep inmiddels uitgeblazen. Stoupe is vertrokken, Jus Allah is sinds zijn terugkomst in 2008 een blok aan het been en Vinnie Paz blijkt door zijn inspiratie heen te zijn. Violence Begets Violence is zonder twijfel het dieptepunt van de discografie van JMT. Zoals bij de recensie van Outerspace al werd aangegeven: er moet snel een andere weg worden ingeslagen, anders zal het vertrouwen in een fatsoenlijke release definitief verdwijnen.

Hiphopleeft

Kubus & Sticks - Microphone Colossus 2 (2012)

3,0
“Gewoon vervelende raps gaan spitten op vervelende beats van Kubus” zei Sticks afgelopen week in een interview met 3voor12 over Microphone Colossus 2, het tweede deel van de samenwerking tussen hem en Kubus. Waar het eerste deel nog toegankelijk aanvoelde, klinkt dit gratis project vooral experimenteel en abstract. Kubus lijkt daarmee de lijn van zijn producties op DMT voort te zetten. Sticks weet zich daar echter zonder problemen op aan te passen en rapt vlekkeloos over de onbegaanbare beats van Kubus. Daarmee bewijst de Zwollenaar wat hij op de openingstrack Poka FTG Shit zelf al rapt: “Kerel, ik heb stijlen zat.”

Lees hier verder op Hiphopleeft.

Mac Miller - Blue Slide Park (2011)

2,5
De negentienjarige Mac Miller uit Pittsburgh (Pennsylvania) dropte zijn eerste mixtape - But My Mackin' Ain’t Easy (2007) - op zestienjarige leeftijd. Een tape waar hij hoogstwaarschijnlijk niet met trots op terugkijkt. Nu, drie jaar en vijf vermakelijke mixtapes later, heeft hij bij het uitkomen van zijn debuutalbum Blue Slide Park meer dan een miljoen volgers op Twitter en is de YouTube-videoclip van zijn puike single Donald Trump, afkomstig van zijn mixtape Best Day Ever (2011), ruim vijfendertig miljoen keer bekeken. Hoe komt het dan dat deze hipster op Blue Slide Park niet meer weet te overtuigen zoals hij voorheen wel deed?

Komt het door de catchy refreinen, het ontbreken van tekstuele kundigheid, de eentonigheid of zorgt de overdreven vrolijkheid die op elke track overheerst uiteindelijk voor ergernis? Maar niet alleen Mac Miller is daar de schuldige van, ook hoofdproducer I.D. Labs lukt het niet om het album naar een hoger niveau te tillen. Zijn beats klinken erg simpel door de kale drums en minimalistische oldschoolsamples. Zo'n combinatie kan natuurlijk goed uitpakken, maar I.D. Labs probeert door het tempo en de hoogte van een synthesizer de sfeer van een nummer te creëren, iets wat na een aantal tracks vervelend gaat klinken. Alleen producer Clams Casino weet zich te bewijzen op de respectabele tracks One Last Thing en My Team. Maar zelfs dan weet Mac Miller het nummer niet tot een succesvol eind te brengen.

Zo is hij wel vaker de boosdoener. Soms komt dit door een te houterige flow (Under the Weather) of doordat een vervelend refrein de track overheerst (Up All Night). Maar ook zijn teksten leiden uiteindelijk tot verveling. Ze gaan vooral over feesten, vrouwen en zijn geweldige rapkwaliteiten. Hoewel dat niet de grootste ergernis is, aangezien dat niks nieuws is voor zowel Miller als in de mainstreamhiphop. Het probleem zit hem in zijn tekstuele kundigheid. Zijn teksten zijn erg oppervlakkig en zijn rijmschema’s veelal niet erg geslaagd: “When life around you changes try to keep your saneness//Try and keep your brain maintaining through the lameness” - English Lane. Dit waren we natuurlijk al van hem gewend, maar je zou verwachten dat hij op zijn debuutalbum een hoger niveau weet te halen dan op zijn mixtapes.

Blue Slide Park heeft in de eerste week ruim 140.000 exemplaren verkocht en is daarmee één van de best verkopende albums van een artiest die bij een onafhankelijk label staat getekend. Dit komt hoogstwaarschijnlijk doordat Mac Miller - net als op zijn mixtapes - met zijn speelse en energieke raps een eigen, unieke sound weet te creëren. Hierdoor merk je dat de negentienjarige rapper het in zich heeft er iets moois van te maken; hij moet zichzelf alleen nog meer ontwikkelen als rapper. Hopelijk kunnen we ooit nog een sterke release van hem verwachten. Nu is het hooguit vermakelijk, en zelfs dat gebeurt zelden.

Lees hier.

Nujabes - Spiritual State (2011)

3,5
Na het overlijden van Nujabes brachten zijn collega’s binnen enkele maanden een tributeplaat uit: Modal Soul Classics II (2010). Hoewel dat een zeer verdienstelijk album is, was het wachten op een album met nagelaten materiaal van de Japanner. Bij Spiritual State weet de felgekleurde cover, net als op Nujabes’ voorgaande albums, een serene indruk achter te laten. Dit doet gelijk vermoeden dat we vertrouwde producties kunnen verwachten: beats met jazz- en soulsamples die door ongecompliceerd, doch gedetailleerde instrumentaties een sfeervolle en tastbare indruk achterlaten.

Lees hier verder.

Oddisee - People Hear What They See (2012)

4,0
Oddisee wist tot op heden zijn grootste succes te behalen met In the Ruff (2009); het album dat hij uitbracht met de groep Diamond District. Toch was hij al jaren actief als producer voor onder anderen Freeway, Talib Kweli, Little Brother en DJ Jazzy Jeff. Sinds het tekenen bij Mello Music in 2008 heeft hij een waslijst aan voornamelijk instrumentale projecten uitgebracht. In juni verscheen dan eindelijk zijn solodebuut People Hear What They See. Op dit album neemt Oddisee, anders dan voorheen, zowel instrumentaal als vocaal het heft in eigen hand.

Lees hier verder op Hiphopleeft.nl

People Under the Stairs - Highlighter (2011)

3,5
Het duo People Under the Stairs uit Los Angeles, bestaande uit Thes One en Double K, kenmerkte zich op eerdere albums voornamelijk door niet al te ingewikkelde laidback beats over onbekende jazz- en soulsamples. Samen met de zowel grappige als serieuze teksten, die met een ontspannen flow worden overgebracht, wisten de twee op menig luisteraar een zomers feelgoodgevoel over te brengen. Net als op het vorige album - Carried Away (2009) - verzorgt het tweetal ook ditmaal de producties, waarbij ze door lokale rockproducers worden bijgestaan. Deze rockinvloeden zijn zelden overheersend, maar zorgen gelukkig toch voor het kleine verschil tussen Highlighter en de zeven voorgaande albums.

Dit kleine verschil komt vooral naar voren op de tracks Ascension to Nowhere, We Got It en The Time Bandit, en door de zo nu en dan voorbijkomende gitaarrifjes. Daarnaast zal bij de luisteraars gelijk een lichtje gaan branden als de samples van Red Hot Chili Peppers (Talkin' Back to the Streets) en Nirvana (Mean Spirited) voorbij komen. Verder wordt er overmatig gebruikgemaakt van samples, waardoor er weinig instrumentatie op het album is te vinden. Deze samples worden echter prima toegepast op de beats, zodat er samen met de vrolijke synthesizergeluiden levendige en krachtige producties tot stand zijn gekomen. Helaas worden de refreinen ook vaak gesampled en niet door de rappers zelf ingezongen; dit zorgt veelal voor een onnatuurlijke indruk op de betreffende nummers. Maar ze maken gelukkig veel goed door de effectieve manier van rappen. Hierdoor komen de energieke beats goed tot uiting.

Want de MC’s rappen net als op hun vorige albums met een oldschool stijl; weinig woorden met korte lettergrepen per bar (twee zinnen). Hierdoor komen niet alleen de producties goed tot hun recht, maar ook de teksten zijn beter te volgen. En dat is totaal geen probleem, want het is fijn om te horen dat Thes One en Double K de meest uit elkaar liggende onderwerpen aansnijden. Zo gaat het over een LSD-trip van Double K (Foolish People) en brengt het tweetal zowel een ode aan de fans (Can’t Hold It Back) als aan verschillende sitcoms uit de jaren tachtig (Electric Tookie). De verses worden door beide overtuigend gebracht. Dit zorgt ervoor dat het album een solide geheel is.

Maar helaas weet People Under the Stairs na veertien jaar en zeven studioalbums niet meer het niveau te halen van de voorgangers Question in the Form of an Answer (2000) en O.S.T. (2002). Toch weet dit album bij het luisteren wederom een feelgoodgevoel te creëren en is het goed dat de mannen een rocktintje hebben toegevoegd. Hierdoor resulteert Highlighter in een album met dezelfde sfeer als we zijn gewend, maar is er een kleine aanpassing gedaan aan de formule waar het duo voorheen altijd (met succes) van gebruikmaakte.

Hiphopleeft

Pep Love - Rigmarole (2012)

3,0
Het is inmiddels ruim een decennium geleden dat Pep Love, lid van de Californische hiphopformatie Hieroglyphics, een soloalbum heeft uitgebracht. De titel Rigmarole (uit het Engels vertaald: ''complexe procedure'') slaat volgens Pep Love op de uitvoerige ontwikkelingen die een mens doormaakt om persoonlijke groei of bepaalde doelen in het leven te bereiken. De MC, die tevens motivational speaker van beroep is, weet zijn ontplooiingen duidelijk en aangenaam in zijn teksten te schetsen. Helaas is dat niet het enige aspect om een goed album af te leveren.

Lees hier verder!

Sean Born - Behind the Scale (2012)

4,0
Sinds de oprichting van Mello Music in 2007 staat het label gegarandeerd voor kwaliteitsmuziek. In 2010 verschafte Mello Music haar grootste succes met Gas Mask, het debuutalbum van The Left. Dit jaar staan naast de samenwerking van huisproducer en rapveteraan Apollo Brown & O.C. ook de debuutplaten van producer Gensu Dean en MC Sean Born op de planning. Laatstgenoemde geeft met Behind the Scale het startschot voor 2012.

Lees hier verder!

Souls of Mischief - '93 'til Infinity (1993)

4,5
Hoewel de albums Bizarre Ride II the Pharcyde (1992) van The Pharcyde en Midnight Marauders (1993) van ATCQ door velen als klassiekers worden beschouwd, wordt vaak vergeten dat in diezelfde tijd het debuutalbum 93’ Til Infinity (1993) van Souls of Mischief werd gereleasd. Een debuut dat weinig afwijkt van de twee bovengenoemde albums; laidback flows die veelal worden ondersteund door rustige beats met vrolijke jazz- en funksamples uit de jaren 60 en 70. De hoogste tijd om dit album weer onder de aandacht te brengen.

Lees hier verder.

Timbo King - From Babylon to Timbuk2 (2011)

3,0
De naam Timbo King zal bij de meeste hiphopliefhebbers inmiddels wel een belletje doen rinkelen. Nadat hij in 1994 met producer Spark 950 het album United We Slam uitbracht, was de hiphopveteraan onder andere als gastartiest te horen op albums van Guru, R.A. the Rugged Man, Snowgoons en Hell Razah. De meesten zullen hem echter kennen als aangesloten lid van Wu-Tang Clan en van zijn bijdrage op de Wu-Tang Killa Beez-projecten. Zijn carrière als artiest bestond niet alleen uit features en het zijn van crewgenoot van Wu-Tang, hij speelde ook een belangrijke rol als lid van de hiphopformaties Black Market Militia en Royal Fam. Toch is een soloproject tot nu toe uitgebleven. De reden hiervoor is, volgens hemzelf, dat hij pas een album wilde uitbrengen als hij het perfect vond. Zijn streven naar perfectie en harde werken hebben uiteindelijk geleid tot het prima debuutalbum From Babylon to Timbuk2.

Zowel qua producers als gastartiesten blijft Timbo King dicht bij zijn oorsprong. Met gastartiesten waar hij voorheen al mee samenwerkte en Bronze Nazareth - producer van onder andere Wu-Tang Meets the Indie Culture (2005) - als voornaamste beatleverancier op het album, stond het voor de release al vast wat voor sound From Babylon to Timbuk2 zou krijgen: harde baslijnen, zware hoorngeluiden en hier en daar verfrissende samples. De producties doen denken aan die van Wu-Tang eind jaren negentig, alleen hebben de beats iets meer instrumentale samples. Helaas wordt er alleen nergens een hoogtepunt bereikt. Hier en daar wordt er zelfs de mist in gegaan zoals op Brain Food (met Akir), waar een vervelend synthesizergeluid teveel overheerst. Gelukkig vangt Timbo King de wat minder geproduceerde tracks uitstekend op doordat hij met een goed verstaanbare stem gemakkelijk over de beats heen rapt.

Timbo King is zelf dan ook de kracht van het album. Hij komt overtuigend en gepassioneerd over. Zijn aanzienlijk serieuze teksten gaan zowel over de narigheden in achterwijken (The Autobiography of Timothy Drayton) als over gebeurtenissen in zijn leven. Dit laatste probeert hij door middel van onderwerpen als geschiedenis, wetenschap en wiskunde in zijn teksten te verklaren. Daarbij wil Timbo King in zijn teksten vooral laten zien welke obstakels hij heeft ondervonden op zijn weg naar succes. Hiermee wil hij niet alleen zijn eigen ervaringen in het leven delen, maar wil hij ook raad geven aan de tegenwoordige, volgens hem slechte, jeugd (Youth). Timbo King noemt From Babylon to Timbuk2 zelf dan ook een audioroman.

Hoewel de gastartiesten, op R.A. the Rugged Man na, nergens indruk maken is het fijn om af en toe wat afwisseling te horen. Samen met de interludes zorgen deze acts ervoor dat de aandacht nergens verslapt. Hoewel de tracks The Autobiography of Timothy Drayton, Bar Exame, High Ranking en Show Us the Way de sterkste tracks van het album zijn, wordt het jammer genoeg nergens spectaculair of verrassend. Erg jammer, aangezien Timbo King dit waarschijnlijk wel in zich heeft. Maar al met al is From Babylon to Timbuk2 een respectabel debuutalbum waar Timbo King goed laat zien waartoe hij in staat is. Helaas heeft het alleen niet de kwaliteit die een album dat zo lang is geperfectioneerd behoort te hebben.

Bron: Hiphopleeft