Hier kun je zien welke berichten heartofsoul als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Al is sixties-soul dan een van mijn favoriete genres, dit compilatie-album met de complete opnames voor het Money-label, is naar mijn smaak een beetje aan de wisselvallige kant. Vooral al die inwisselbare nummers met overdadige koortjes komen mij al snel de neus uit, en bovendien heeft Bettye Swann een stemgeluid dat in mijn oren niet altijd krachtig genoeg is. De wat meer bluesy nummers, zoals bijvoorbeeld What Is My Life Coming To zijn echter prachtig, en ook The Heartache Is Gone mag er wezen. Bettye Swann schreef veel eigen nummers, ook al een pluspunt; haar keuze van covers vind ik echter niet altijd even geslaagd. I Can't Stop Loving You (Don Gibson) en A Change Is Gonna Come (Sam Cooke) konden mij niet zo erg bekoren, maar Don't Look Back is wat mij betreft geduchte concurrentie voor het origineel van The Temptations.
Verder wil ik Lonely Love aanmerken als favoriet, en natuurlijk ook het prachtige, bluesy I Will Not Cry.
Bing Crosby was waarschijnlijk de belangrijkste zanger van de eerste helft van de vorige eeuw. Als je van het genre houdt is een goede compilatie wel het minste wat je in je verzameling moet hebben. Ik ben zelf ondertussen een uitgesproken liefhebber van Bing's stemgeluid en liedjes geworden, al was dan het onderhavige album (het eerste album dat ik van Crosby kocht) min of meer een valse start. Inmiddels weet ik het toch wel op waarde te schatten, want het heeft zijn verdiensten. De prachtige stem van Rosemary Clooney, met wie hij hier alle liedjes zingt bijvoorbeeld. Die liedjes verwijzen vaak naar plekken op de wereld waar het prettig toeven is en zijn heerlijk luchtig. Het orkest van Billy May en zijn prima arrangementen weeft verder een kleurrijk muzikaal decor. Mooi album, als je de stemmen van Crosby en Clooney kunt waarderen.
Met het vertrek van Al Kooper (al verzorgde hij nog wel wat blazersarrangementen voor dit tweede album) was Blood Sweat & Tears een geheel andere groep geworden en dat is duidelijk te horen. Voor mij een veel minder aantrekkelijk album, en dat heeft te maken met de stem van David Clayton-Thomas, die mij niet zo erg ligt. Bovendien houd ik niet heel erg van het big band-geluid van dit album, waarop vooral het geluid van de drums voor mij heel irritant is. Dat neemt niet weg dat er toch wel momenten zijn waarop het genieten is, zoals de mooie adaptatie van de Satie-composities, waarmee het album begint. Verder vind ik Sometimes in Winter, van en met de stem van Steve Katz, wonderschoon, maar het is een nummer dat qua sfeer wat beter op Child Is Father to the Man had gepast. Dat debuut beschouw ik nog steeds als een van de meesterwerken van de zestiger jaren, terwijl dit tweede album nog maar zelden door mij beluisterd wordt.
Dit is het eerste "solo"-album van Brian Auger, voorheen toetsenist van Steampacket, een Britse rhythm and bluesgroep met aanvankelijk Long John Baldry en Rod Stewart als vocalisten. Julie Driscoll kwam ook uit Steampacket en met haar nam Auger het album Open op, dat net als dít album in 1968 verscheen.
"Definitely What!" begint met het heel aardige A Day In the Life met een prima orkestarrangement van de hand van Richard Hill, maar verder vind ik het op zijn best gezegd een wisselvallige plaat, die bovendien wordt ontsierd door de zang van Auger, die een beetje vlak is. Ik schat Auger een stuk lager in dan iemand als Georgie Fame, ook als organist.
Neemt niet weg dat er hier toch wel een paar aardige stukken zijn te vinden, bijvoorbeeld Bumpin' On Sunset van Wes Montgomery en het grappige George Bruno Money, waarop Auger goed laat horen beïnvloed te zijn door Jimmy McGriff. George Bruno Money was, tussen twee haakjes, natuurlijk de leider van Zoot Money's Big Roll Band. Het naar mijn mening leukste nummer van dit album, dat ik als cd op het Castle-label in mijn bezit heb.
Later is Auger nog meer de jazz-kant op gegaan, maar het meeste wat ik daarvan heb gehoord (een paar albums onder de naam Brian Auger's Oblivion Express) vond ik niet zo erg interessant, want die jazzrock-achtige muziek klinkt in mijn oren vaak te steriel.