MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten heartofsoul als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

The Climax Chicago Blues Band - The Climax Chicago Blues Band (1969)

poster
3,5
Dit debuutalbum werd heel snel (in twee dagen) opgenomen in een voor die tijd typische Engelse blues-stijl, geënt op de Chicago-blues. Jammer dat de zanger (Colin Cooper) hiervoor nét niet voldoende is toegerust, want verder is het een fijn album en Cooper forceert zijn zangpartijen gelukkig niet. Vooral in instrumentaal opzicht heeft dit album echter veel te bieden, zoals de prachtige gitaarpartijen van Peter Haycock en niet te vergeten het spel van toetsenist (orgel en piano) Art Wood.

The Dave Clark Five - Everybody Knows (1967)

Alternatieve titel: 16 Titles

poster
3,5
In de platenverzameling van de gemiddelde sixtiesliefhebber misstaat een compilatie met de hits van The Dave Clark Five niet, want die hits waren -toegegeven- over het algemeen ook gelijk hun beste nummers. Toch staan er, verscholen op albums en op b-kantjes allerlei heel goede nummers, en het is dan ook jammer dat er nooit een album is verschenen waarop die nummers zijn gecompileerd. Soms hoor ik wel eens zo'n nummer op internetradio-zenders of op YouTube.

Op dit album, dat waarschijnlijk tot hun beste behoort (ik zeg dat met enige reserve, omdat ik er niet al te veel integraal heb kunnen beluisteren) staan óók een paar aardige non-hits, zoals de beat-ballad Bernerdette en het pakkende I'll Do the Best I Can, maar eigenlijk vind ik de hele plaat wel de moeite waard, behalve dan het opgepompte Blueberry Hill.

Leukste nummers vind ik verder het energieke You Got What It Takes, het grappige Tabatha Twitchit en Everybody Knows dat nu eens niet door Mike Smith, maar door Lenny Davidson (de gitarist van de groep) werd gezongen. Alles bij elkaar is dit toch wel een aardig album, en ik prijs me gelukkig dat ik het als niet-officiële uitgave in bezit heb op cd (samen met "If Somebody Loves You") op het label Rock-In-Beat-Records.

The Five Day Week Straw People - The Five Day Week Straw People (1967)

poster
3,5
Al plaatste Record Collector dit album ooit in een top-100 van "psychedelische platen" , een "lost classic" is het album naar mijn mening niet - en erg psychedelisch vind ik het ook niet klinken. Het werd opgenomen voor het kleine label Saga Records in slechts één dag (behoudens enkele overdubs). De songs waren geschreven door David Montague en Guy Mascolo (in hun vrije tijd) en handelden over mensen en hun saaie werkweek. De songs klinken in mijn oren ook tamelijk gewoon, en dit "concept"-album kan zeker de vergelijking met bijvoorbeeld Sgt. Pepper's, Ogden's Nut Gone Flake of S.F.Sorrow niet doorstaan, en al helemaal niet met The Kinks Are the Village Green Preservation Society.
Het album maakt op mij de indruk van iets tussen pop en bluesrock in, met lichte psychedelische accenten.

De groep die we op dit album aan het werk horen was voor de opname van dit album min of meer bij elkaar gezocht, ze kregen een "fee" van 25 pond de man, en dat was het dan. Het trio bestond uit John Du Cann (zang en gitaar), en volgens een andere lezing ook songschrijver voor dit album, ook bekend als lid van The Attack, een interessante modgroep, waarover later en elders meer; verder Jack Collins op drums, en Mick Hawskworth op bass.

Van dit album verschenen diverse cd-uitgaven, een paar jaar geleden op RPM en in 2000 op Angel Air Records (met een reeks bonusnummers van The Attack). Die zijn mij ontgaan, maar onlangs kocht ik de dit jaar verschenen cd-uitgave op Secret Records. Leuk om een keer te horen, maar verre van essentieel.

Zie voor de hierboven genoemde lijst van Record Collector :
Record Collector's 100 Greatest Psychedelic Records [British] - Rate Your Music - rateyourmusic.com

The Human Beinz - Nobody But Me (1967)

poster
4,0
Een wat minder bekende sixtiesgroep uit de Verenigde Staten (Youngstown, Ohio) die een hit scoorde
met het titelnummer van dit album (nr 8 in 1967), waarvan ik de rocknummers zoals Foxy Lady (dat hier ter onderscheiding Foxey Lady heet) en The Shamen helemaal niet zo slecht vind, al gaat mijn voorkeur uit naar de wat avontuurlijker stukken, zoals bijvoorbeeld het wonderschone It's Fun To Be Clean (met leuke trompetjes) dat je met enige fantasie "baroque pop" zou kunnen noemen. Het enige kleine minpuntje vind ik Turn On Your Light van Bobby Bland - geen schande natuurlijk, maar gewoon net iets te hoog gegrepen.
Verhoogd naar 4* na enige nieuwe recente draaibeurten, en ondertussen nieuwsgierig geworden naar hun album Evolutions van een jaar later dat nóg beter zou zijn. Maar voorlopig heb ik er weer een leuk album bij.

The Ivy League - This Is The Ivy League (1965)

poster
4,0
Tossing and Turning is inderdaad prachtig, maar maakte geen deel uit van het oorspronkelijke album (wel van de Amerikaanse versie Tossing and Turning).

De samenvatting van nlkink hierboven is naar mijn smaak iets té bondig - het complete verhaal luidt als volgt. De kern van de oorspronkelijke Ivy League werd gevormd door John Carter (John Shakespeare) en Ken Lewis (Kenneth James) die samen liedjes schreven en als Carter-Lewis and the Southerners een reeks liedjes opnamen, waarvan Our Momma's Out of Town waarop Jimmy Page als sessiegitarist te horen is, een bescheiden top-20 hit was in 1963. Viv Prince, de illustere drummer tijdens de eerste bezetting van The Pretty Things, heeft ook deel uitgemaakt van de bezetting van The Southerners.
Carter en Lewis schreven, toen dit verhaal voorbij was, heel wat nummers voor diverse artiesten, zoals bijvoorbeeld het alleraardigste "Can't You Hear My Heartbeat" voor Goldie and the Gingerbreads (dat in de versie van Herman's Hermits een substantiële hit was). Later voegde zich Perry Ford (echte naam Brian Pugh) bij hen, ook een songschrijver, en voorheen actief in de groep van Bert Weedon ; hij had de hit Someone Else's Baby (1960) geschreven voor Adam Faith. Gedrieën deden ze allerlei sessiewerk - zo zijn ze te horen als koortje op de hit "I Can't Explain" van The Who.
Uiteindelijk besloten ze maar om als The Ivy League verder te gaan. Ze gingen "on the road" met de begeleidingsgroep Division Two (onder leiding van Clem Cattini, voorheen drummer bij The Tornados)
en namen dit eerste album op, dat helemaal niet zo slecht is en waarop zelfs een paar uitstekende nummers staan.
John Carter stapte in januari 1966 op en Ken Lewis volgde ongeveer een jaar later; ze werden vervangen door respectievelijk Tony Burrows (voorheen lid van The Kestrels en bij pophistorici bekend van vele projecten en vooral van Edison Lighthouse) en Neil Landon.
Carter en Lewis dachten achter de schermen de plannen voor The Flowerpot Men uit, waarvoor zij als managers fungeerden. Oorspronkelijk was dit een studiogroep: Let's Go to San Francisco werd geheel door sessiemusici ingespeeld.
(disclaimer: ik heb uit diverse bronnen geput, en hoop nu maar dat het een beetje klopt. Niet alle bronnen op internet zijn altijd even betrouwbaar).

En wat vind ik nu van het album zelf? Ruim voldoende lijkt me. Ik lees op internet dat het niet gunstig werd onthaald door de muziekpers, die het niet erg samenhangend vond. Dat klopt natuurlijk wel, maar het stoort mij toch niet heel erg. Het wortelt voor een deel nog in de Amerikaanse rock- en poptraditie met een niet zo geslaagde cover van Almost Grown van Chuck Berry, en er staat ook een (naar mijn mening) niet zo geslaagde versie van Lulu's Back In Town op, maar voor de rest valt het mij reuze mee. De eerste single What More Do You Want, de Beach Boys-cover Don't Worry Baby, het prachtige My Old Dutch en Make Love noem ik als prijswinnaars.

Mijn 4* zijn voor het oorspronkelijke album, dat op cd (mét 14 interessante bonusnummers) in 1990 werd uitgebracht door Repertoire. Het werd ook in 2018 door music on cd (inclusief die bonusnummers) uitgebracht.

The Poets - Wooden Spoon (2011)

Alternatieve titel: The Singles Anthology 1964-1967

poster
4,0
The Poets waren een unieke Schotse beatgroep die slechts zes singles uitbrachten, alle verzameld op deze compilatie. Andrew Oldham (de manager van de Rolling Stones) kwam ze op het spoor toen hij een foto van ze zag in een lokaal muziekblad (Beat News). Hij was nogal ingenomen met de wijze waarop de leden zich kleedden: halfhoge laarsjes, fluwelen jasjes en "frilled" shirts, met sierstrookjes dus - een beetje zoals de Kinks in hun begintijd. Maar het bleek ook een erg goede groep te zijn toen hij naar hun optredens ging. Hun repertoire bestond bovendien voor een groot deel uit eigen liedjes, en die zijn van hoog niveau.
The Poets worden wel eens met The Zombies vergeleken vanwege die songs met mineurakkoorden. Dat gaat naar mijn mening niet helemaal op, want het geluid van The Zombies werd gedomineerd door piano en orgel, en die zijn bij The Poets niet te horen. Bovendien was Colin Blunstone gezegend met een prachtig stemgeluid, en al was George Gallacher een prima zanger, hij was in dat opzicht duidelijk Blunstone's mindere.
Now We're Thru' was de eerste, in Londen opgenomen single, en die bereikte zowaar nét de 30e plaats in de Engelse hitparade. Maar de opvolgende singles flopten. Te weinig airplay, denk ik, en bovendien was het aanbod van goede popmuziek naar mijn mening overweldigend en de concurrentie dus moordend. Een bijkomende factor was het feit dat Andrew Oldham zich nog maar weinig met de groep bemoeide. Dat heeft de groep geen goed gedaan. Toen de laatste single uitkwam was van de oorspronkelijke bezetting niemand meer over. Die laatste single is het prachtige Wooden Spoon dat als een freakbeat classic beschouwd wordt. Alle nummers op deze compilatie zijn de moeite waard, inclusief de b-kantjes. Er staat geen "filler" op dit album, dat ik iedere sixties-liefhebber zou willen aanraden.
Van een écht album is het helaas nooit gekomen, en dat betreur ik in hoge mate. Gelukkig bracht Grapefruit deze comp uit, maar die is ook al niet meer leverbaar. Ik was er gelukkig op tijd bij.

The Remains - A Session with the Remains (1996)

poster
3,5
In feite is dit een verzameling demo's, live in de studio opgenomen. Best leuk om al die covers van rhythm and bluesnummers weer eens te horen, temeer daar ik The Remains voor dit soort repertoire competent genoeg vond. Op den duur vind ik de vlakke zang van Barry Tashian echter wel een beetje vermoeiend, en bovendien vind ik nummers zoals I'm A Man and All Day Of The Night te hoog gegrepen voor de heren.

Het album begint naar mijn smaak wél erg sterk met een prachtige cover van Hang On Sloopy, en ook de laatste 4 nummers (die wat meer poppy klinken) vond ik best aardig, met als beste nummer Why Do I Cry. Best een redelijk album dus, en de Sundazed-cd (als je die nog kunt vinden) klinkt prima.

The Remains - The Remains (1966)

poster
3,5
Heel aardig album, goed geproduceerd voor Epic door Ted Cooper (o.a. Walter Jackson, Gene Chandler, Major Lance en Dee Clark). De Remains waren weliswaar wat beter dan de gemiddelde Amerikaanse garagegroep, maar vergeleken met bijvoorbeeld de Pretty Things (UK) en de Seeds (US) halen ze toch net niet dat niveau.

De cd-heruitgave uit 1990 is heel goed gemasterd, en sommige van de 10 bonusnummers zijn wel aardig, zoals een cover van Mercy, Mercy van Don Covay.

Beste nummers zijn voor mij Why Do I Cry, You Got a Hard Time Comin', Once Before en Time of Day.

The Smithereens - Especially for You (1986)

poster
4,0
Naar mijn mening zijn de eerste twee elpees van The Smithereens (deze dus én Green Thoughts) verplichte kost voor powerpop-liefhebbers. Voorbeeldig en spannend geproduceerd door Don Dixon (die ik als producer hoger aansla dan als uitvoerend artiest,maar dit terzijde) en bomvol goede songs, die mij geen moment vervelen, vanaf het spetterende Strangers When We Meet, waarmee het album begint tot en met het einde, dat eigenlijk te vroeg komt, het is te snel voorbij naar mijn smaak. Pat DiNizio heeft een erg mooie stem (vind ik), die me in de verte aan o.a. die van Elvis Costello herinnert. Lekker hard opgenomen, het prominente gitaargeluid van Jim Babjak deed me erg goed.Ik vond In a Lonely Place met Suzanne Vega als achtergrondstem erg mooi, maar ook Time and Time Again, Cigarette en Blood and Roses zijn schitterend.
Ach, eigenlijk is het hele album de moeite waard!

The Spencer Davis Group - The Best Of (1967)

poster
4,0
Dit album verscheen al op vinyl in 1967 nadat de oorspronkelijke groep was uiteen gevallen; Muff Winwood werd platenproducer en Steve Winwood begon (samen met Dave Mason, Chris Wood en Jim Capaldi ) de groep Traffic. Al staat lang niet alles wat werd opgenomen voor Island op dit album, het is goed samengesteld en de belangrijkste nummers zijn present. Al draagt de groep de naam van de gitarist, Steve Winwood was de spil waarom alles draaide; niet alleen is zijn zang krachtig, het toetsenwerk (orgel en piano) maakt evenzeer indruk. Het enige nummer dat Spencer Davis zingt (She Put the Hurt on Me) vind ik niet erg geslaagd. Al moet ik wel zeggen dat ik Steve Winwood naar mijn mening pas bij Traffic als zanger pas écht overtuigde (gerijpte stem).
Er staan twee (goede) instrumentals op dit album, namelijk Waltz for Lumumba en Trampoline en tot mijn vreugde is Strong Love (bereikte slechts een 44e plaats in de Engelse hitparade in 1965) ook opgenomen.
Dit album is een aanrader voor hen die niet alles compleet willen, want dan moet je Eight Gigs a Week : the Steve Winwood Years aanschaffen.

Tommy James and The Shondells - It's Only Love (1966)

poster
3,5
Na het alleraardigste debuut kwamen Tommy James the Shondells in het zelfde jaar met nóg een album aanzetten. Dat heeft een wat ander karakter: het geluid is meer gestroomlijnd en duidelijk wat meer een popplaat.

De soulnummers ontbreken ook hier niet. It's Allright (van The Impressions) en Ya Ya (van Lee Dorsey) zijn eigenlijk helemaal niet zo gek gedaan, en ook de echte popnummers hebben niveau: vooral het titelnummer en Don't Let My Love Pass You By klinken helemaal niet verkeerd.

Ik was trouwens wel een beetje verbaasd toen ik hier Big Time Operator hoorde, inderdaad het hitje van de Britse groep Zoot Money's Big Roll Band - helaas een beetje mislukte cover. Maar I'm So Lonesome I Could Cry (geschreven door Hank Williams, maar geënt op de hitversie van B.J. Thomas) vond ik dan weer prachtig. Alles bij elkaar toch wel een fijn album, en dat had ik niet verwacht.

Townes Van Zandt - No Deeper Blue (1995)

poster
4,5
Voor de liefhebber van Townes Van Zandt is dit eigenlijk een onmisbaar album. Het begint voor mij eigenlijk al bij het eerste nummer, dat hakt er gelijk in. Weliswaar staan er ook een paar minder indringende songs op, maar dan kun je even bijkomen als het je te veel aangrijpt. En dat doet het bij mij. Ik lees de teksten die in de inlay staan, en je voelt dat Townes de balans opmaakt, en dat stemt niet vrolijk. De gesleten stem van Townes vind ik eigenlijk niet storend, en hier en daar zelfs mooi.
De gevarieerde instrumentatie vind ik ook een pluspunt. Ik verveel me geen moment met dit album, dat ik bij het ordenen van mijn cd-kast weer in handen kreeg, vervolgens terughoorde, en al weer diverse malen gedraaid heb.