Hier kun je zien welke berichten thomzi50 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Kempi - Du Zoon (2008)

2,0
0
geplaatst: 24 september 2008, 00:59 uur
Toen Kempi eind juni werd veroordeeld tot één jaar gevangenisstraf, vroeg iedereen zich af of zijn debuutalbum het daglicht nog zou zien in 2008. Zelf kon hij immers weinig tot niks doen aan promotie, laat staan dat hij nog in staat was concerten te geven of op televisie te verschijnen. Maar aan de andere kant had Kempi de laatste jaren zorgvuldig een hype rondom zichzelf gecreëerd met behulp van drie mixtapes, en zou te lang wachten met zijn debuut hem ongetwijfeld weer uit de schijnwerpers hebben gehaald. Niet geheel verrassend werd er dus gekozen om het album uit te brengen terwijl Kempi vastzit.
De Top Notch-marketingmachine heeft dan ook op volle toeren gedraaid. Een stortvloed aan persberichten, een boomerang-actie, een samenwerkingsactie met Free Record Shop, een clip, een onenigheidje tussen Kempi en FunX en niet te vergeten een documentaire op BNN de avond voor de release: de laatste tijd kon niemand om Kempi heen.
Op voorhand was te raden dat Du Zoon bij sommige mensen te boek zou komen te staan als een klassieker, en bij anderen als een miskleun. Kempi is dan ook typisch zo’n hate-it-or-love-it-artiest. Dat komt vooral omdat hij een unieke verschijning is in de Nederlandse rapwereld. Een helaas niet altijd even duidelijke flow, overwegend dikke beats en persoonlijke teksten doorspekt met straatstoerheid maakten Kemperveen bij sommigen een held, bij anderen juist het tegenovergestelde.Maar die meningen geven nog geen uitsluitsel over Du Zoon. Kempi kondigde namelijk lange tijd geleden al aan dat zijn album anders zou zijn dan zijn mixtapes en daar is geen woord van gelogen.
Te beginnen met het muzikale gedeelte. Du Zoon is geheel geproduceerd door het driekoppige productieteam Sound G8 en deze aanpak werpt in meerdere opzichten zijn vruchten af. Allereerst heeft het album daardoor niet het probleem dat veel hiphopplaten anno 2008 hebben, namelijk te veel verschillende mannen achter de knoppen en daarmee te veel verschillende geluiden. Sound G8 heeft ervoor gezorgd dat Du Zoon muzikaal wisselend is, maar vooral als een geheel te boek zal staan. Fanatieke blazerspartijen (Draai Ehm Af), een live saxofoon (Stratiblues), vrolijk gitaarspel (op het minder vrolijke Hier Ver Vandaan) en sinistere strijkers (Dagen Van Du Bijbel) – Soundg8 lijkt nergens voor terug te deinzen, maar draaft tegelijkertijd niet door in experimenten en houdt de boel telkens strak onder controle.
Een fraai muzikaal fundament voor Kempi, die het anders aanpakt dan op zijn mixtapes, want zijn teksten zijn een stuk persoonlijker dan voorheen - enkele uitzonderingen daargelaten. Betere beats en meer inhoud, Du Zoon heeft alle ingrediënten om met glans de overtreffende trap van haar voorgangers te zijn. Dat is het album ook, maar daar is vrijwel alles dan ook mee gezegd.
Kempi is en blijft dezelfde rapper als voorheen. Zijn persoonlijke raps zijn uit het hart gegrepen, maar werken uiteindelijk zelden echt bevredigend. Neem het begin van Door Dik en Dun: “Ik heb je nooit meer gezien, want je zit nog in de belly//Papa is mama, papa is fredde//Want papa loopt te liegen en is niet altijd eerlijk//Ik loop mama te bedriegen, ja, I did it.” Herhaaldelijk mengt Kempi Engelse woorden in zijn teksten, evenals Antiliaanse. Dit voelt onwennig aan en klinkt eerder als een teken van onvermogen dan van creativiteit. Ook begint het hoge en doordringende stemgeluid, dat zeker charmes heeft, al redelijk gauw te vervelen. Een derde kritiekpunt op de raps: het komt, mede door het hoge gehalte straattaal en buitenlandse termen, meerdere malen voor dat de man uit Eindhoven moeilijk te verstaan is. En zelfs als hij dan in het Nederlands rapt én compleet te begrijpen is, is het nog niet altijd genieten geblazen. “We kunnen groot zijn, wolkekrabber hoog shit//We kunnen groot zijn, wolkekrabber hoog shit” klinkt het bij het einde van het verder leuke Haat & Verraad (met Winne en RBDjan), en dit is tevens een goed voorbeeld van een typische Kempi-oneliner, waar weliswaar ambitie maar verder helaas vooral onkunde uit spreekt.
Tegenover dit soort onovertuigende regeltjes staan de openhartige vertellingen over Kempi’s eigen leven, of in ieder geval die op zijn leven zijn geïnspireerd. Lord is een gewaagd maar helaas productioneel opgeblazen nummer over slavernij (vernoemd naar het schip Lord Ligonier), en nummers als Stratiblues staan in het teken van Kempi’s moeilijke jeugd in Eindhoven. Hier Ver Vandaan, de samenwerking met de overbodige Willy, gaat over huiselijk geweld. Bij al deze persoonlijke onderwerpen klinkt Kempi oprecht, maar hij weet de nummers uiteindelijk toch weinig mee te geven. Daarvoor zijn de teksten, ondanks alle eerlijkheid en puurheid waarmee ze gerapt, telkens te eenvoudig en daardoor bieden ze te weinig voor meerdere luisterbeurten. Een tekenend voorbeeld luidt het refrein uit Hier Ver Vandaan: “Neem me weg naar een plek hier ver vandaan//Een plek waar papa mama niet meer hoeft te slaan.” Leuk om een of twee keer te horen, maar daarna toch opvallender door de simpele tekst dan door iets anders.
Nog kwalijker is de manier waarop Kempi telkens vervalt in gezongen refreinen, die naast eenzijdig ook nog eens kwalitatief niet om over naar huis te schrijven zijn. Na één keer of twee keer luisteren klinken de tracks met dergelijke refreinen ineens veel minder overtuigend en komt Kempi zelfs nogal zanikend over. En dan is de oprechtheid en goede intentie ineens het enige wat overblijft van de serieuze nummers.
Meer dan welkom zijn dus de wat enthousiastere onderbrekingen op dit overwegende rustige, muzikaal rijke en eerlijke album. Salah Edin zet zijn beste beentje voor op het overtuigende Ze Weten Van Mij (waar Kempi’s broertje Klemma helaas ook meedoet) en Winne en RBDjan weten Haat & Verraad ook een werk te maken met een lange houdbaarheidsdatum. Kempi’s rol moet hier overigens niet verwaarloosd worden, want hij komt op beide nummers verdienstelijk voor de dag, alhoewel zijn couplet op Ze Weten Van Mij door regels als “Alles voor de money, geef me fokkin’ paper//Gimme the lights….”iets te veel te kampen heeft met het multi-linguale-probleem.
Wat Sjaak tussen het rijtje gastartiesten doet, blijft ook een raadsel, want zijn trucjes zijn langzamerhand toch echt uitgewerkt. Hij helpt de desbetreffende samenwerking, Leven Van Du Faam, waar een misplaatst Roger Troutman-achtig refrein en een beukende partybeat domineren, compleet om zeep met de voor hem zo typische raps – ‘fame’ rijmt op ‘pijp’ en ‘weekend’ op.. ‘weekend’. Dat werk.
Kempi laat zich op Du Zoon van zijn meest persoonlijke kant zien en dat spreekt in het voordeel van de rapper uit Eindhoven. Sound G8 levert een uitstekende muzikale bodem, maar helaas blijft het bij de goede wil en goede basis. Verder is er eenvoudigweg veel te veel op het album te merken. De simpelheid van de teksten, de gezongen refreinen die op den duur louter irriteren en de mengelmoes van allerlei talen, met daaroverheen een onmisbaar sausje met Bijbelse symboliek gegoten, dit alles resulteert in ronduit een zwakke plaat. Hoe goed de intenties ook mogen zijn. Hopelijk gebruikt Kempi zijn tijd in de gevangenis nuttig, en geeft hij met zijn teksten de opvolger van Du Zoon de beats hun verdiende glans.
Bron: Hiphopleeft
De Top Notch-marketingmachine heeft dan ook op volle toeren gedraaid. Een stortvloed aan persberichten, een boomerang-actie, een samenwerkingsactie met Free Record Shop, een clip, een onenigheidje tussen Kempi en FunX en niet te vergeten een documentaire op BNN de avond voor de release: de laatste tijd kon niemand om Kempi heen.
Op voorhand was te raden dat Du Zoon bij sommige mensen te boek zou komen te staan als een klassieker, en bij anderen als een miskleun. Kempi is dan ook typisch zo’n hate-it-or-love-it-artiest. Dat komt vooral omdat hij een unieke verschijning is in de Nederlandse rapwereld. Een helaas niet altijd even duidelijke flow, overwegend dikke beats en persoonlijke teksten doorspekt met straatstoerheid maakten Kemperveen bij sommigen een held, bij anderen juist het tegenovergestelde.Maar die meningen geven nog geen uitsluitsel over Du Zoon. Kempi kondigde namelijk lange tijd geleden al aan dat zijn album anders zou zijn dan zijn mixtapes en daar is geen woord van gelogen.
Te beginnen met het muzikale gedeelte. Du Zoon is geheel geproduceerd door het driekoppige productieteam Sound G8 en deze aanpak werpt in meerdere opzichten zijn vruchten af. Allereerst heeft het album daardoor niet het probleem dat veel hiphopplaten anno 2008 hebben, namelijk te veel verschillende mannen achter de knoppen en daarmee te veel verschillende geluiden. Sound G8 heeft ervoor gezorgd dat Du Zoon muzikaal wisselend is, maar vooral als een geheel te boek zal staan. Fanatieke blazerspartijen (Draai Ehm Af), een live saxofoon (Stratiblues), vrolijk gitaarspel (op het minder vrolijke Hier Ver Vandaan) en sinistere strijkers (Dagen Van Du Bijbel) – Soundg8 lijkt nergens voor terug te deinzen, maar draaft tegelijkertijd niet door in experimenten en houdt de boel telkens strak onder controle.
Een fraai muzikaal fundament voor Kempi, die het anders aanpakt dan op zijn mixtapes, want zijn teksten zijn een stuk persoonlijker dan voorheen - enkele uitzonderingen daargelaten. Betere beats en meer inhoud, Du Zoon heeft alle ingrediënten om met glans de overtreffende trap van haar voorgangers te zijn. Dat is het album ook, maar daar is vrijwel alles dan ook mee gezegd.
Kempi is en blijft dezelfde rapper als voorheen. Zijn persoonlijke raps zijn uit het hart gegrepen, maar werken uiteindelijk zelden echt bevredigend. Neem het begin van Door Dik en Dun: “Ik heb je nooit meer gezien, want je zit nog in de belly//Papa is mama, papa is fredde//Want papa loopt te liegen en is niet altijd eerlijk//Ik loop mama te bedriegen, ja, I did it.” Herhaaldelijk mengt Kempi Engelse woorden in zijn teksten, evenals Antiliaanse. Dit voelt onwennig aan en klinkt eerder als een teken van onvermogen dan van creativiteit. Ook begint het hoge en doordringende stemgeluid, dat zeker charmes heeft, al redelijk gauw te vervelen. Een derde kritiekpunt op de raps: het komt, mede door het hoge gehalte straattaal en buitenlandse termen, meerdere malen voor dat de man uit Eindhoven moeilijk te verstaan is. En zelfs als hij dan in het Nederlands rapt én compleet te begrijpen is, is het nog niet altijd genieten geblazen. “We kunnen groot zijn, wolkekrabber hoog shit//We kunnen groot zijn, wolkekrabber hoog shit” klinkt het bij het einde van het verder leuke Haat & Verraad (met Winne en RBDjan), en dit is tevens een goed voorbeeld van een typische Kempi-oneliner, waar weliswaar ambitie maar verder helaas vooral onkunde uit spreekt.
Tegenover dit soort onovertuigende regeltjes staan de openhartige vertellingen over Kempi’s eigen leven, of in ieder geval die op zijn leven zijn geïnspireerd. Lord is een gewaagd maar helaas productioneel opgeblazen nummer over slavernij (vernoemd naar het schip Lord Ligonier), en nummers als Stratiblues staan in het teken van Kempi’s moeilijke jeugd in Eindhoven. Hier Ver Vandaan, de samenwerking met de overbodige Willy, gaat over huiselijk geweld. Bij al deze persoonlijke onderwerpen klinkt Kempi oprecht, maar hij weet de nummers uiteindelijk toch weinig mee te geven. Daarvoor zijn de teksten, ondanks alle eerlijkheid en puurheid waarmee ze gerapt, telkens te eenvoudig en daardoor bieden ze te weinig voor meerdere luisterbeurten. Een tekenend voorbeeld luidt het refrein uit Hier Ver Vandaan: “Neem me weg naar een plek hier ver vandaan//Een plek waar papa mama niet meer hoeft te slaan.” Leuk om een of twee keer te horen, maar daarna toch opvallender door de simpele tekst dan door iets anders.
Nog kwalijker is de manier waarop Kempi telkens vervalt in gezongen refreinen, die naast eenzijdig ook nog eens kwalitatief niet om over naar huis te schrijven zijn. Na één keer of twee keer luisteren klinken de tracks met dergelijke refreinen ineens veel minder overtuigend en komt Kempi zelfs nogal zanikend over. En dan is de oprechtheid en goede intentie ineens het enige wat overblijft van de serieuze nummers.
Meer dan welkom zijn dus de wat enthousiastere onderbrekingen op dit overwegende rustige, muzikaal rijke en eerlijke album. Salah Edin zet zijn beste beentje voor op het overtuigende Ze Weten Van Mij (waar Kempi’s broertje Klemma helaas ook meedoet) en Winne en RBDjan weten Haat & Verraad ook een werk te maken met een lange houdbaarheidsdatum. Kempi’s rol moet hier overigens niet verwaarloosd worden, want hij komt op beide nummers verdienstelijk voor de dag, alhoewel zijn couplet op Ze Weten Van Mij door regels als “Alles voor de money, geef me fokkin’ paper//Gimme the lights….”iets te veel te kampen heeft met het multi-linguale-probleem.
Wat Sjaak tussen het rijtje gastartiesten doet, blijft ook een raadsel, want zijn trucjes zijn langzamerhand toch echt uitgewerkt. Hij helpt de desbetreffende samenwerking, Leven Van Du Faam, waar een misplaatst Roger Troutman-achtig refrein en een beukende partybeat domineren, compleet om zeep met de voor hem zo typische raps – ‘fame’ rijmt op ‘pijp’ en ‘weekend’ op.. ‘weekend’. Dat werk.
Kempi laat zich op Du Zoon van zijn meest persoonlijke kant zien en dat spreekt in het voordeel van de rapper uit Eindhoven. Sound G8 levert een uitstekende muzikale bodem, maar helaas blijft het bij de goede wil en goede basis. Verder is er eenvoudigweg veel te veel op het album te merken. De simpelheid van de teksten, de gezongen refreinen die op den duur louter irriteren en de mengelmoes van allerlei talen, met daaroverheen een onmisbaar sausje met Bijbelse symboliek gegoten, dit alles resulteert in ronduit een zwakke plaat. Hoe goed de intenties ook mogen zijn. Hopelijk gebruikt Kempi zijn tijd in de gevangenis nuttig, en geeft hij met zijn teksten de opvolger van Du Zoon de beats hun verdiende glans.
Bron: Hiphopleeft
Kid Sublime - Rappin' Blak (2008)

3,5
0
geplaatst: 22 november 2008, 09:49 uur
Kid Sublime (27) draait al geruime tijd mee in de hiphopscene en heeft, vooral in het buitenland, een flinke staat van dienst. Voor Rappin’ Blak is dan ook een aantal imponerende gasten opgetrommeld, waaronder Defari, Camp L en Frank-N-Dank.
Waarom dergelijke Amerikaanse acts met de Amsterdammer in zee gaan, wordt vanaf de opening van Rappin’ Blak duidelijk: Sublime vermijdt bekende wegen zonder geforceerd te zoeken naar een alternatieve route. Dat houdt niet in dat hij onbekende instrumenten en ritmes gebruikt, sterker nog, bij vlagen klinkt het vertrouwd – het knappe, en daarin schuilt het vakmanschap van Sublime, is dat het nergens voorspelbaar wordt. Vreemde geluidjes geven de rechtdoorzee hiphopdrums extra glans, zoals bij We Don’t Play, een vlotte samenwerking tussen Sublime en Illa J.
De beats zijn dus nogal anders dan voorheen: Kid Sublime houdt het meer dan ooit bij rauwe hiphop, en die basis kleedt hij vaak aan met wat originele samples en vreemde bliepjes. Een ander verschil met eerder werk is dat Kid Sublime zelf met enige regelmaat achter de microfoon kruipt, zoals in het bovengenoemde nummer met Illa J. Sublime rapt ontspannen, lichtelijk nonchalant zelfs, maar mist de souplesse die zijn Amerikaanse collega’s wel hebben – niettemin staat hij zijn mannetje telkens verdienstelijk, zoals duidelijk wordt op Own World; een rustige track die door zijn trage drums telkens op gang lijkt te komen, maar steevast aan hetzelfde, haast tergende tempo vastkleeft en juist daardoor een nummer wordt waarbij je geboeid blijft luisteren.
Kid Sublime lijkt er sowieso alles aan te doen om de aandacht van de luisteraar niet verloren te laten gaan – en in die opzet slaagt hij voortreffelijk. Om te beginnen duurt Rappin’ Blak minder dan een half uur, wat het ouderwets aanvoelende geluid van de rapnummers goed doet. Daarnaast gebruikt hij allerlei middelen om te verrassen. Zo is bonustrack Get Dis Money een electronummer dat geen enkele parallel vertoont met de rest van het album, horen we op de S.O.A. Skit enkel wat seksgeluiden en roept Outro herinneringen op aan Twin Peaks’ The Man From Another Place. Tussendoor gooit Kid Sublime er om het rapnummer een instrumentale track tegenaan, wat een aangename wisselwerking tot gevolg heeft: het legt de nadruk van Rappin’ Blak op de beats – gelukkig, want dat is waarin Kid Sublime vooral uitblinkt – en zorgt er toch voor dat het totaal niet te eenzijdig wordt.
Aan het eind van Rappin’ Blak kunnen we constateren dat we met een heerlijk album te maken hebben. Sublime is een producer die een ouderwets geluid in zijn beats weet te vangen zonder gedateerd aan te voelen, door het veelvuldig gebruik van vreemde samples en rare geluiden tussen de rauwe drums. Ten tweede zijn er de bekende Amerikaanse gasten, die stuk voor stuk glans geven aan de heerlijke beats door warme en strak gerapte teksten – waarvan het er weinig toe doet dat ze inhoudelijk weinig omhanden hebben. Sublime zelf is een minder sterke rapper, zijn extreem ontspannen flow heeft enkele onmiskenbare gebreken, maar heeft tegelijk ook een onmisbare charme. Een beetje zoals Madlib dat ook heeft wanneer hij gaat rappen: je hoort dat het geen geboren MC is, maar toch roept het nooit irritatie op. Misschien omdat je als luisteraar weet dat in hem een topproducer schuilgaat.
Bron: Hiphopleeft
Waarom dergelijke Amerikaanse acts met de Amsterdammer in zee gaan, wordt vanaf de opening van Rappin’ Blak duidelijk: Sublime vermijdt bekende wegen zonder geforceerd te zoeken naar een alternatieve route. Dat houdt niet in dat hij onbekende instrumenten en ritmes gebruikt, sterker nog, bij vlagen klinkt het vertrouwd – het knappe, en daarin schuilt het vakmanschap van Sublime, is dat het nergens voorspelbaar wordt. Vreemde geluidjes geven de rechtdoorzee hiphopdrums extra glans, zoals bij We Don’t Play, een vlotte samenwerking tussen Sublime en Illa J.
De beats zijn dus nogal anders dan voorheen: Kid Sublime houdt het meer dan ooit bij rauwe hiphop, en die basis kleedt hij vaak aan met wat originele samples en vreemde bliepjes. Een ander verschil met eerder werk is dat Kid Sublime zelf met enige regelmaat achter de microfoon kruipt, zoals in het bovengenoemde nummer met Illa J. Sublime rapt ontspannen, lichtelijk nonchalant zelfs, maar mist de souplesse die zijn Amerikaanse collega’s wel hebben – niettemin staat hij zijn mannetje telkens verdienstelijk, zoals duidelijk wordt op Own World; een rustige track die door zijn trage drums telkens op gang lijkt te komen, maar steevast aan hetzelfde, haast tergende tempo vastkleeft en juist daardoor een nummer wordt waarbij je geboeid blijft luisteren.
Kid Sublime lijkt er sowieso alles aan te doen om de aandacht van de luisteraar niet verloren te laten gaan – en in die opzet slaagt hij voortreffelijk. Om te beginnen duurt Rappin’ Blak minder dan een half uur, wat het ouderwets aanvoelende geluid van de rapnummers goed doet. Daarnaast gebruikt hij allerlei middelen om te verrassen. Zo is bonustrack Get Dis Money een electronummer dat geen enkele parallel vertoont met de rest van het album, horen we op de S.O.A. Skit enkel wat seksgeluiden en roept Outro herinneringen op aan Twin Peaks’ The Man From Another Place. Tussendoor gooit Kid Sublime er om het rapnummer een instrumentale track tegenaan, wat een aangename wisselwerking tot gevolg heeft: het legt de nadruk van Rappin’ Blak op de beats – gelukkig, want dat is waarin Kid Sublime vooral uitblinkt – en zorgt er toch voor dat het totaal niet te eenzijdig wordt.
Aan het eind van Rappin’ Blak kunnen we constateren dat we met een heerlijk album te maken hebben. Sublime is een producer die een ouderwets geluid in zijn beats weet te vangen zonder gedateerd aan te voelen, door het veelvuldig gebruik van vreemde samples en rare geluiden tussen de rauwe drums. Ten tweede zijn er de bekende Amerikaanse gasten, die stuk voor stuk glans geven aan de heerlijke beats door warme en strak gerapte teksten – waarvan het er weinig toe doet dat ze inhoudelijk weinig omhanden hebben. Sublime zelf is een minder sterke rapper, zijn extreem ontspannen flow heeft enkele onmiskenbare gebreken, maar heeft tegelijk ook een onmisbare charme. Een beetje zoals Madlib dat ook heeft wanneer hij gaat rappen: je hoort dat het geen geboren MC is, maar toch roept het nooit irritatie op. Misschien omdat je als luisteraar weet dat in hem een topproducer schuilgaat.
Bron: Hiphopleeft
