MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten thomzi50 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Above the Law - Livin' Like Hustlers (1990)

poster
3,5
Anno 1990 was het door artiesten als Ice-T, N.W.A. en The Geto Boys vrij baan voor een nieuwe generatie gangsterrapacts. Een daarvan was Above The Law, dat eigenlijk bij voorbaat al niet kon floppen: niet alleen was gangsterrap immens populair geworden, ook had dit vierkoppige collectief de steun van producer Dr. Dre en Eazy-E’s label Ruthless, waar debuutplaat Livin’ Like Hustlers dan ook uitkwam.

Livin’ Like Hustlers is bij verschijning overwegend positief ontvangen en ging vervolgens snel platina, maar is vandaag de dag door velen toch vergeten. Zonde, want de beats, gemaakt door Dr. Dre, A.T.L. en Laylaw, zijn stuk voor stuk pareltjes. Neem opener Murder Rap, waar een snoeiharde G-Funk-bass continu uit de speakers knalt en een ongelofelijke kracht uitademt. Aan de rappers van Above The Law om de klus verder te klaren, een kans die zelfs de meest neutrale rapper waarschijnlijk niet onbenut zou laten. Het resultaat: een fijn gangsterrapnummer pur sang.

Hoe Above The Law hier optreedt, typeert de rol van de raps van de groep, voornamelijk afkomstig van Cold 187um en KMG The Illustrator: de rappers storen nergens, ze kleden de muziek zelfs leuk aan, maar ze staan geen seconde op zichzelf. Inhoudelijk gaat het – zoals bij eigenlijk elke Ruthless-release – vooral over het eigen kunnen en de stoerheid van de eigen kliek. Alle leden (Cold 187um, KMG The Illustrator, Go Mack en DJ Total K-Oss) zijn hustlers, vormen een gevaar voor onze samenleving en hebben wel kaas van het criminele leven gegeten.

Standaardteksten van weinig stralende rappers, die omschrijving klinkt niet bepaald als reclame voor Livin’ Like Hustlers. Toch is het zeker een zeldzaam en sterk album. Het geheel is volkomen pretentieloos, bevat een heerlijke, energieke vibe en daarbovenop heeft de plaat een perfecte tracklist: tien rauwe straatnummers die elkaar in rap tempo opvolgen zonder enige poespas eromheen. En als er dan productioneel een constant hoog niveau wordt gehaald en er per pakweg drie nummers een geweldige banger om de hoek komt kijken, resulteert het in een luisterplezier van jewelste. Naast Murder Rap is Menace To Society zo’n uitstekend nummer, dat ondanks de tekstuele eenvoud (“Now it's time to go off, somebody got me pissed//So I'ma diss and twist till there's no one to deal with//I skeezed all the freaks in the place, that was the format//Then why you stopped? A sucker got ill and then I had to pull a gat”) door een fiere blazerspartij krachtig overeind blijft staan.

Net op het moment dat Livin’ Like Hustlers qua geluid in de herhaling dreigt te vallen, is er bij Ballin’ ineens een hoge vrouwensample als basis voor de beat en bij opvolger Freedom Of Speech een levendig, optimistisch pianomelodietje. Dat is wel even wat anders dan de scheutige bassen en dikke blazers waarop we de mannen van Above The Law tot dan toe hebben horen opereren. Als toegift doet N.W.A. (minus de al vertrokken Ice Cube) een duit in het zakje op het kwieke slotnummer The Last Song, waar een band het geheel met instrumenten van een verfijnd en vitaal geluid voorziet.

Dat geeft het vakmanschap van het team dat Above The Law omringt aan. De rappers van het kwartet zijn eigenlijk niets meer dan relatief goed presterende eenheidsworsten die weinig te vertellen hebben en die hun best moeten doen voor een zeventje. Dat hun debuutalbum Livin’ Like Hustlers toch meer dan dat is, komt door de hoge kwaliteit van de producties, die onder leiding van Dre op elke track een hoog niveau halen. Niet zo verwonderlijk is dan ook dat het andere werk van Above The Law dit debuutalbum niet meer heeft weten te evenaren, want zonder de expertise van Dre achter de knoppen en een sterk gastoptreden van N.W.A., blijft er ineens een stuk minder over van Livin’ Like Hustlers. Dat maakt ineens duidelijk wat er ondanks de eenvoud van de dienstdoende rappers voor zorgt dat Livin’ Like Hustlers zo’n overtuigend album is geworden.

Bron: Hiphopleeft

Armyfatique - The Initiation (2008)

poster
3,0
Je ziet het steeds vaker: Nederlandse producers die, zonder op eigen bodem echt doorgebroken te zijn, werken met grote namen uit de Amerikaanse undergroundscene. Nicolay maakte een album met Little Brother-voorman Phonte zonder hem ooit ontmoet te hebben, Kid Sublime liet dit jaar op Rappin’ Blak blijken dat het met zijn connecties over de grens meer dan snor zit, en productieteam Godz Wrath leverde beats aan Killah Priest en Hell Razah. Nu zijn er LostSun en Krylon, samen Armyfatique, die blijk geven van een imposant netwerk: voor debuutalbum The Initation is de hulp ingeschakeld van onder meer Karniege, Vordul Mega, Trife Da God en C-Rayz Walz.

Bij opener Loud N Clear blijkt al ogenblikkelijk wat het producersduo onderscheidt van de meeste Nederlandse beatbakkers. De beats hebben internationale allure door de combinatie van geliktheid, vernieuwing en herkenbaarheid die erin doorklinkt. Op deze track horen we al deze facetten terugkomen in respectievelijk een pakkend pianoloopje, snerpend gitaarspel en sober drumspel. Aan Mr. Metaphor, die eerder dit jaar met Brooklyn Academy weinig potten kon breken, de klus om het karwei af te maken, wat hij overigens zeer verdienstelijk doet.

Vrijwel alle gastartiesten komen aardig voor de dag. Ze lijken gemotiveerd door het feit dat ze slechts één gastoptreden verzorgen, waarin ze dan ook extra veel bezieling leggen. Tekstueel staat het weliswaar veelal in het teken van wat voorspelbaar gepronk en weinig verheffende one-liners, maar een gretige MC is vaak al genoeg.

Daarom is het jammer dat Armyfatique soms zelf net teveel de hoofdrol opeist; de beats zijn hier en daar zo prominent dat ze het nummer overheersen en de rest wat ondersneeuwt. Ook handelt het producersduo niet altijd even verrassend: na een stuk of vijf bangers wordt er gas teruggenomen met rustiger (en soms zelfs inhoudelijk tamelijk serieuze) nummers, zoals Doesn’t Feel Good (met Bekay), waar zelfs een opgepitchde voice-sample aan te pas komt. Gelukkig verzandt de muziek nergens in sentimenteel gemijmer, en wanneer acts als C-Rayz Walz en Vordul Mega langskomen en verzorgde ondersteuning krijgen, weet je dat het niet meer fout kan gaan.

Dat gaat het dan ook zelden echt op The Initation. Armyfatique lijkt de regels van de internationale hiphop goed in de smiezen te hebben en levert producties die enerzijds krachtig en anderzijds gelikt zijn. Nederlandse hiphop wordt alsmaar groter en Armyfatique zet met dit album een stap naar een nieuw gebied. Het duo heeft zeker talent en levert een paar sterke beats af die dat onderstrepen. Daarnaast zijn de gastrappers over het algemeen overtuigend, hoewel sommige wat te neutraal zijn om echt te beklijven. Verder is het op den duur wat hinderlijk dat het duo soms geen genoegen neemt met een regisseursrol in het eigen toneelstuk, maar ook zelf op de voorgrond kruipt door extreem prominente en ietwat voorspelbare producties. Als daarna, geheel volgens de welbekende ongeschreven regels, weer een gevoelig moment komt tussen alle muzikale drukte, verlang je als luisteraar naar iets onverwachts. En hoewel Armyfatique aardig wat kan en zeker laat zien uit de voeten te kunnen met bekende ingrediënten, lijkt het duo op The Initation net te bang om écht onverwachts uit de hoek te komen.

Bron: Hiphopleeft

Atmosphere - Lucy Ford: The Atmosphere EP's (2001)

poster
4,0
Mijn god wat is die bonustrack met El-P hard.

Atmosphere - The Family Sign (2011)

poster
4,0
Atmosphere is volwassen geworden. Natuurlijk, debuutalbum Overcast! (1997) had al een overwegend serieuze sound, maar het was wel duidelijk hoorbaar dat het duo uit Minneapolis haar eerste stappen in het muzikale landschap zette. Opvolger God Loves Ugly (2002) luidde de overgang van kinderjaren naar puberteit in. Ant produceerde plotseling beats waarmee hij zich duidelijk van anderen onderscheidde, terwijl Slugs teksten per nummer persoonlijker leken te worden. De muziek van de groep kreeg daarmee een uniek en emotioneel karakter, wat resulteerde in een trouwe en wijdverbreide fanschare.

En die fanschare is de laatste jaren alleen maar toegenomen. Atmosphere verandert namelijk per album. Waar Slug aanvankelijk geregeld opgewonden rapte over zijn frustraties en (bijbehorende) ex-vriendinnen, liet hij zich de laatste jaren steeds rustiger uit over andere, fictieve personages. Ook Ant stond niet stil: zijn producties zijn per album muzikaler en tegelijk ook kaler geworden. The Family Sign markeert in dat opzicht een eindpunt van de groep: Ants minimalisme bereikt een uiterste, terwijl Slug het hooguit in een bijzin nog over zijn eigen leven heeft. Tegenover HiphopDX omschreef hij de teksten als "metaphorically touching on themes of fatherhood, loss, love, disappointment and jubilation." Het moge duidelijk zijn: Atmosphere is de puberteit ontstegen.

Het resulteert in een uitermate professioneel en strak album. Meer dan een piano of een gitaar gebruikt Ant meestal niet voor zijn beats. Soms blijft een drum zelfs achterwege. Dat hij het toch muzikaal interessant houdt, geeft blijk van zijn vakmanschap. Subtiele variaties, kleine tempoveranderingen, originele ritmes en organische live-instrumenten: alles wordt uit de kast getrokken om dit zesde Atmosphere-album elke seconde interessant te houden. En het werkt, in zoverre dat er niets op Ant is aan te merken; de serene composities zitten uitstekend in elkaar - ze worden ondanks hun kaalheid zelfs alsmaar intrigerender. Maar daarin schuilt paradoxaal genoeg ook de zwakte: af en toe klinken de producties zo kloppend dat je vanzelf begint te wachten op iets afwijkends. Op een doorgedraaide gitaarsolo. Op een drumsolo die volledig losstaat van de rest. Op een uitspatting die zich niet van tevoren laat aankondigen.

Aan Slug de taak om The Family Sign alsnog van begin tot eind spannend te maken. Met zijn glasheldere stem slaagt hij daar op de eerste nummers uitstekend in: het zijn stuk voor stuk sterke staaltjes storytelling. Of het nu gaat over een jongen die opgroeit met geweld (The Last to Say) of een zoekgeraakte vriend in de sneeuw (Became), Slug weet hoe hij spanning moet opbouwen en de aandacht moet vasthouden. Hierbij dient alleen wel de kanttekening geplaatst te worden dat hij soms wel erg expliciet is. "The anger lives on through their son": het is typisch zo'n Slug-regel die wel erg weinig aan de verbeelding overlaat. Op die manier kan iedereen natuurlijk wel menselijke relaties en emoties analyseren.

Het is zonde, vooral omdat Slug het zoals gezegd wel in zich heeft een boeiend, impliciet verhaal te vertellen. Became is daarvan het duidelijkste voorbeeld, maar ook op andere tracks staat hij tekstueel zijn mannetje. Gastrappers zijn er dan ook niet nodig, Slug kan dit karwei gemakkelijk in zijn eentje klaren. Alleen ontbreekt het op The Family Sign duidelijk aan één ding: humor. Op eerder werk en ook in diverse interviews laat Slug zien één van de meest intelligente en grappige MC's uit de game te zijn, maar komische noten zijn er hier nauwelijks te bespeuren. Zelfs de zelfspot ontbreekt. De tracks zijn stuk voor stuk serieuze verhalen die door een serieuze verteller worden verteld. Dat maakt het album bij vlagen onnodig taai. Hoe vakkundig alles ook wordt uitgevoerd, er ontstaat zo geleidelijk wel een barrière tussen het publiek en de artiest. Je wordt niet zozeer meegenomen, je luistert naar iemand die aan het vertellen is. Dat er af en toe iets vanuit de eerste persoon wordt gerapt, verandert daar niets aan. Dat Slug soms zijdelings aan zichzelf refereert evenmin. Alleen op de momenten waarop de teksten daadwerkelijk over zijn eigen leven lijken te gaan, zoals zijn reflectie op de pas overleden Eyedea, wordt de barrière echt doorbroken. Hetzelfde geldt voor uitblinker Your Name Here, waar Slugs licht hakkelende flow volledig in dienst staat van de tot mislukken gedoemde ontmoeting die hij beschrijft. Niet geheel toevallig laat Slug juist op deze tracks zien waarom hij nog steeds tot de top van de internationale hiphop behoort.

Als fan had ik me nooit kunnen voorstellen dat ik veertien nummers voldoende zou vinden voor een Atmosphere-album. Op The Family Sign had een tracklist van elf, twaalf tracks wellicht beter gepast. Want hoewel de nummers vrijwel allemaal ijzersterk zijn geproduceerd, en de raps zowel flowtechnisch als inhoudelijk nog steeds van een buitencategorie zijn, is het album een onverwachtse voorspelbare rit geworden. Misschien was die puberteit waarin twijfel en frustraties hoogtij vierden toch zo gek nog niet.

Hiphopleeft

Atmosphere - When Life Gives You Lemons, You Paint That Shit Gold (2008)

poster
4,5
Het is alweer drie jaar geleden dat Atmosphere een album uitbracht, maar het duo heeft allesbehalve stilgezeten. Naast de EP/LP Strictly Leakage verschenen er maar liefst vijf delen van de Sad Clown-serie, die bestaat uit EP’s van gemiddeld zo’n twintig minuten. Ook leverde Ant alle producties voor Brother Ali’s succesvolle The Undisputed Truth. Nu is het dus eindelijk weer eens tijd voor een Atmosphere-album, dat de opmerkelijke titel When Life Gives You Lemons, You Paint That Shit Gold heeft. Ook opvallend is het succes van de plaat. Het is op nummer vijf binnengekomen in de Amerikaanse albumlijsten en vormt daarmee zonder twijfel het meest succesvolle project van Atmosphere ooit.

When Life Gives You… is een album geworden dat tijd nodig heeft om te rijpen, maar op den duur een haast verslavende werking heeft. Het klinkt als een eenling in het oeuvre van Atmosphere; de raps van de volwassener geworden Slug zijn weliswaar nog steeds somber van aard, maar Ant lijkt een draai van honderdtachtig graden gemaakt te hebben ten opzichte van oud werk. Hij gaat een volslagen nieuwe kant op met zijn instrumentaties, die bovendien onderling ook nog behoorlijk variëren. Waar op oude Atmosphere-albums de harmonische sound, die vaak ondersteund werd door een piano, behoorlijk herkenbaar was, gebruikt Ant hier opvallend genoeg niet alleen verschillende instrumenten maar ook elektronica als basis voor zijn beats. Dat levert een veelzijdig album op, waarvan de sound behoorlijk minimalistisch klinkt. Het mooie is dat het toch zelden leeg of eenvoudig wordt.

Slug is echter zoals gezegd weinig veranderd. Hij lijkt wat minder direct betrokken bij zijn eigen, licht cynische verhalen en windt zich wat minder op bij het rappen – maar zijn verhalen hebben nog steeds datzelfde typische neerslachtige karakter. Neem bijvoorbeeld de beginregels van Can’t Break: “He wanted to make a difference, be understood, right//Wanted to go to distance, wanted to live.” Niets nieuws onder de zon – tenminste, tekstueel. Wat deze track opvallend maakt, is de beat. Een kwieke drum en prominente synthesizers bij de coupletten, terwijl er in het refrein nog wat hoge piepjes doorheen komen. Dat is niet iets wat we kennen van Atmosphere, maar het klinkt opvallend goed. Op deze manier worden Slugs soms niet bijster vernieuwende verhalen over mensen die niet voor het geluk geboren zijn in een nieuw jasje gestoken. Dit zorgt ervoor dat het niet alleen boeiend is voor de mensen die hem nog niet zo goed kennen.

En het mooie is dat Ant niet één nieuw trucje heeft geleerd dat hij herhaaldelijk gebruikt, maar dat er veel van dit soort unieke beats op het album staan. You bevat ondanks het niet bepaald opbeurende refrein (“you love the people that love you, you hear the music they move to”) een aanstekelijk hoog tempo en een opzwepende basis, wat in groot contrast straat met het hierop volgende Painting, een gevoelige track die leunt op een snerpende gitaar. Zo wisselt eigenlijk de hele plaat tussen verschillende stijlen. Als het wat te druk dreigt te worden, volgt er een ontspannen nummer en op het moment dat het geëxperimenteer de overhand lijkt te krijgen, wordt er bewust gas teruggenomen.

Het is overigens onterecht om te zeggen dat Slug alleen maar oude koek voorschotelt op When Life Gives You…De momenten dat hij het over fictieve karakters heeft – al is het altijd maar de vraag in hoeverre zijn teksten verzonnen zijn - doet het soms niet innovatief aan, maar op een enkele track zoekt Slug de inhoud dichtbij huis. Bijvoorbeeld bij Yesterday, waar hij op opvallend eerlijke manier aandacht schenkt aan zijn vader. Slug ziet deze telkens op straat lopen, maar dan schiet hem de pijnlijke waarheid te binnen: zijn vader is al overleden.

When Life Gives You… is een album waarop vernieuwd wordt en dat toch sterk in balans is. Dat is speciaal. Slugs vaak trieste teksten over mensen die niet voor het geluk geboren lijken, zijn niet vernieuwend, maar wel intrigerend. De verrassing zit ‘m in het muzikale gedeelte. Dit bestaat vaak uit niet al te veel lagen, maar heeft tegelijkertijd nooit te kampen met eenvoud. Behalve misschien bij de track Guarantees, waar naast Slug enkel een akoestische gitaar te horen is. Erg? Nee, want de track die hierna komt, het sfeervolle Me, is allicht het hoogtepunt van de cd. Dat is het allerknapste aan When Life Gives You…: de geringe minpunten worden onmiddellijk opgevangen door hoogtepunten, en dat gebeurt op zo’n manier dat de aanwezige smetjes nauwelijks afbreuk doen aan het geheel.

Bron: Hiphopleeft

Audio Two - What More Can I Say? (1988)

poster
3,0
Top Billin’ een van de beste hiphoptracks aller tijden noemen, gaat misschien wat ver. Wel kan het nummer zich scharen bij de meest effectieve tracks uit de hiphophistorie. Een rauwe drum en twee fanatieke MC’s- meer dan dat is het eigenlijk niet. Toch klopt alles. De energie die van het werk uitgaat, is ongekend. Het klinkt als hiphop in haar puurste vorm.

Het nummer bleef dan ook niet onopgemerkt. Niet alleen acts als Everlast, Kanye West en Madlib gebruikten element(en) van Top Billin’ voor eigen werk, ook mainstream-artiesten als 50 Cent, Lil’ Flip en LL Cool J sampleden een deel van het nummer. Dat laat wel zien dat de impact van Top Billin’ iets is waar de twee makers, samen Audio Two genaamd (alhoewel ze bij Top Billin’ eigenlijk hulp hebben gekregen van The Stetsasonics-lid Steve-O), jaren op kunnen teren. Jammer is alleen dat ze dat ook hebben gedaan.

Audio Two zal altijd de groep van dat ene nummer blijven. Van dat ene briljante moment. Dat komt door twee dingen. Allereerst manifesteert de groep zich op debuutalbum What More Can I Say? al niet als een kwalitatief sterk duo: de vele brag & boast-teksten zijn eenvoudig en de instrumentaties klinken nergens zo treffend als op het net besproken Top Billin’. Maar een andere en tevens grotere oorzaak waardoor Audio Two altijd gekoppeld zal blijven aan Top Billin’ is het feit dat ook de groep zélf het nummer veelvuldig in herinnering roept. Zo is de titel What More Can I Say? een regel uit de track en komen er enkele samples van het nummer langs op het album. Daardoor blijft het gehele debuutalbum van de groep in het teken staan van de openingstrack, die dan gelukkig wel een schot in de roos is.

Niet dat er op de rest van What More Can I Say? helemaal niets te beleven valt, maar het album is verder gewoon weinig speciaal. Simpele, doelgerichte teksten waarin overwegend op veilig gespeeld wordt, twee rappers die hun eigen gebrek aan kwaliteiten aardig wegmoffelen door een fijne onderlinge wisselwerking en vitale drums en typische oldschoolbeats – dat is What More Can I Say? in een notendop. Behalve Top Billin’ valt geen enkele track buiten deze categorie, wat zowel een pre als een min is. Alleen Make It Funky verdient nog speciale vermelding, door het lekkere tempo dat de funky track heeft.

Het is leuk om dit type levendige oldschoolhiphop te horen, maar het is helaas wel eerder én vooral beter gedaan, door acts als Ultramagnetic MC’s. Top Billin’ is dus eigenlijk de enige goede reden om Audio Two te beluisteren. Verder biedt het album niets meer dan leuke oldschoolrap van een groep die weinig speciaals heeft. Dat komt nog eens naar voren bij het een-na-laatste nummer van de cd. Hier komt, nadat we Top Billin’ én enkele samples hieruit gehoord hebben, nog eens de gehele instrumentale versie van Top Billin’ langs. Niets meer dan een drum, die zonder raps ineens opvalt door leegte in plaats van door kracht. Creatieve armoe in haar ergste vorm, en meteen een reden om in plaats van What More Can I Say? maar op zoek te gaan naar de single van Top Billin’. Mocht dat niet lukken, dan kan je What More Can I Say? beter aanschaffen. Dan heb je naast die ene toptrack namelijk ook nog grofweg negen degelijke oldschooltracks als aangename maar overbodige bonus.

Bron: Hiphopleeft