MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten thomzi50 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Daz Dillinger - Only on the Left Side (2008)

poster
2,5
Bij een nieuw album van Daz Dillinger kan je er op één ding vergif innemen: de politiek wordt met rust gelaten en de teksten staan in het teken van de eigen kwaliteiten, het gangsterleven, wapens, dames en clubs. Ook productioneel laat het zich allemaal op voorhand al wel raden: dikke g-funk-beats met harde drums en knerpende bassen.

De laatste jaren week Daz in zoverre van dit geijkte pad af dat hij de accenten verschoof. Waar in het begin van zijn carrière de nadruk lag op zijn stoerheid en het daarbij behorende criminele leven, stonden zijn laatste albums So So Gangsta (2006) en Gangsta Party (2007) voornamelijk in het teken van het vrouwelijk schoon en ‘s mans, uiteraard bruisende, uitgaansleven.

Op Only On The Left Side neigt het wederom naar het tweede, maar beide kanten van Daz komen herhaaldelijk aan bod. Het is eigenlijk gek dat deze plaat nu pas uitkomt, en daarmee wordt niet alleen bedoeld dat het album meerdere keren is uitgesteld. Daz Dillinger heeft gerekend vanaf het begin van zijn solocarrière in 1998 tot 2008 een moyenne gehaald van maar liefst een album per jaar. Daarnaast heeft hij in dit tijdbestek ook nog twee albums met JT The Bigga Figga en zes platen met Kurupt (als Tha Dogg Pound) uitgebracht. Dan vergeten we bijna dat hij ook nog producer, een vaak verschijnende gastartiest én baas van een eigen label én een eigen distributiecentrum is. Van zo’n extreem productief iemand valt eigenlijk elk half jaar wel nieuw werk te wachten, maar in 2008 bleef het lang stil rondom Daz. Tot nu.

Het wekt even de indruk dat er extra tijd is gestoken in Only On The Left Side, maar die veronderstelling wordt al snel ontkracht. Voordat Daz zijn mond open heeft getrokken zijn er al talloze geweerschoten afgevuurd en heeft zich al een onoriginele en tegelijkertijd krachtige beat ingezet. Het is duidelijk: Daz is niet van plan ook maar iets af te wijken van het bekende parcours.

Dat resulteert dus automatisch in een mengsel van gangsterrap van de West Coast en dirty south-achtige muziek voor in de discotheken. Opvallend is dat Daz in de eerste categorie geen enkele poot heeft om op te staan – hij doet namelijk precies hetzelfde als elke modale MC uit het zuiden tegenwoordig doet – en dat hij wat betreft het meer harde en stoere gedeelte bovengemiddeld en vooral erg ervaren is. Het is namelijk te horen dat Daz sterk produceerde op 2pacs magnum opus All Eyez On Me en bovendien het grootste deel van de beats op Dogg Pounds klassieker Dogg Food voor zijn rekening nam.

Dit is het duidelijkst op Summer Vacation, dat daarmee gelijk een uitblinker is. De pistoolschoten in het refrein bevestigen dat ook in dit nummer tekstueel niks te beleven valt, maar de karakteristieke raps van Daz – soepele flow, neutraal stemgeluid en geringe woordenschat – en het simpele basloopje brengen de luisteraar weer even terug naar de tijden dat Daz nog Dat Nigga Daz (of nog beter: That Nigga Daz) heette. Hij haalt de kwaliteit van vroeger niet, maar toch is duidelijk hoorbaar dat hij er bij was toen Death Row in de jaren 90 de lakens uitdeelde wat betreft gangsterrap.

Spijtig is het om dan te horen dat Daz zich laat verleiden tot voorspelbare clubbangers, die op Only On The Left Side al met al domineren. Deze tracks klinken even eentonig als nietszeggend en tweederangs gastartiesten als Keak Da Sneak, Manish Man en Big Von delen eerder in deze malaise dan dat ze iets toevoegen. Als relatief grote namen als Snoop Dogg en vooral Obie Trice ook nog eens met wat onzinnig gebrabbel over hoe gangster ze wel niet zijn voor de dag komen, lijkt het alsof Daz deze normaliter kundige rappers heeft geadviseerd het zo simpel mogelijk te houden.

Zo klinkt Only On The Left Side als een album waarop Daz het bewust simpel houdt. De vraag is of hij dit doet om een gebrek aan inspiratie en kwaliteit te camoufleren, of omdat de mensen niets anders van hem kennen. De man staat intussen namelijk wel bekend om zijn kenmerkende sound en zijn gehele fanbase is hierop gebouwd. Daz heeft er zelf dus voor gezorgd dat hij of hij wil of niet wel vast moet houden aan dit geluid. Je zou dus kunnen stellen dat hij vast zit in zijn eigen creatieve gevangenis. Maar die conclusie is waarschijnlijk wat te ingewikkeld voor de man uit Long Beach. Anders zou er op Only On The Left Side wel één regel voorkomen die van enige intelligentie getuigt.

Bron: Hiphopleeft

De Colombiaanse Bloedgroep - Guerrilla Tactiek (2008)

poster
3,0
De Colombiaanse Bloedgroep is een hiphopduo in de klassieke zin van het woord: enerzijds een producer die alle beats levert en niet rapt, anderzijds een MC voor wie precies het omgekeerde geldt. Als groep leveren ze met hun debuut Guerrilla Tactiek een degelijk, maar toch zelden sprankelend album af, waarbij de luisteraar vrijwel automatisch de twee leden onderling met elkaar vergelijkt.

Dat komt door het kwaliteitsverschil tussen Darin G en Juiceisdunaam. Eerstgenoemde heeft al jaren de reputatie van een van ’s Nederlands beste hiphopproducers, en doet die naam niets dan eer aan. Dat Juiceisdunaam een capabele rapper is heeft hij de voorbije jaren al aangetoond bij enkele gastoptredens, maar dat hij toch niet de kracht heeft om een album te dragen, wordt al gauw duidelijk op Guerrilla Tactiek.

Maar te beginnen met het positieve aspect van de plaat: de producties. Darin G levert een veelzijdig geheel aan beats af, die niet altijd even ingewikkeld klinken, maar toch immer boeien. Het belangrijkste kenmerk is het brede aanbod aan instrumenten en geluiden, waarin naast piano en strijkers ook herhaaldelijk invloeden uit Colombia, het land waar beide heren vandaan komen, te horen zijn. Dit maakt het geheel swingend, maar bovenal klinkt het gewoon verfrissend. Darin G weet een scala aan directies in een imposant instrumentaal plaatje te passen. Daarnaast schept hij met zijn beats ook nog sfeer. Het beste voorbeeld hiervan is het geslaagde Jungle, waar hij ervoor zorgt dat de luisteraar zich door allerlei onheilspellende geluidseffecten spontaan in een jungle waant. Veel beter kom je het in Nederland niet tegen.

Dan naar het mindere gedeelte van Guerrilla Tactiek, in de persoon van Juiceisdunaam. Zoals al aangekaart is hij geen slechte mc, maar is hij niet in staat om zich te ontpoppen tot een rapper die in zijn eentje de klus klaart. Wat heet, al halverwege de plaat komen de raps meer routineus dan furieus over. Dat komt waarschijnlijk mede door zijn stemgeluid, dat niet hoog genoeg is om op te vallen door vitaliteit en te weinig doorleefde rauwheid bevat om zwaarmoedig over te komen. Wel moeten we hem nageven dat hij door zijn heldere articulatie geen seconde onverstaanbaar is. Helaas is dat minder fijn dan het zou moeten zijn; qua teksten heeft hij zeker talent (“fuck kleding, principes maken de man//als een schoen je niet past, gast, waarom draag je ‘m dan?” – Denk Tank) en wat te vertellen (bijvoorbeeld op de eerlijke en zelfreflectieve slottrack Wat Je Ook Zegt), maar helaas is er op Guerrilla Tactiek een overschot aan ongerichte en slappe punchlines. Bijvoorbeeld op opener CBG (Check), waar regels als “met ons kan je niet hangen, al hadden we ‘n klittenband” meer regel dan uitzondering zijn. En dan zijn er op het album ook nog tracks die niet verder komen dan ouderwetse opscheppraat. Bij een grote rapper is dat vaak geen probleem, helaas is Juice dat geenszins.

Een zo’n brag & boast-track is de clip Sta Op, een vermakelijke track die leunt op triomfantelijke blazers. De andere clip is Denk Tank, met een gastoptreden van Blaxtar en (daardoor) met serieuze zaken en gedachtes als leidraad. Het is een verademing om eens een rapper naast Juiceisdunaam te horen, en dat geeft toch aan waar de zwakte van Guerrilla Tactiek ligt. Goede momenten heeft de rapper zeker, maar uiteindelijk weet hij daarmee zijn mankementen niet te compenseren.

Dat resulteert in een vervelend optelsommetje: een matige rapper zonder fijn stemgeluid, die tekstueel niet door de mand valt, maar ook weinig zoden aan de dijk zet. Gelukkig is er dan nog Darin G, die de tracks vaak levendig houdt door de sfeer die hij creëert. Dat is de voornaamste reden, misschien naast het Nederlandstalige couplet van Pete Philly op het leuke Voel Je Me?, om Guerilla Tactiek te luisteren. Gelukkig is dat wel een goede reden.

Bron: Hiphopleeft

Del the Funky Homosapien - Eleventh Hour (2008)

poster
2,0
Del heeft in de loop der jaren een cv opgebouwd waar je u tegen zegt. In een periode van negen jaar (1991-2000) was hij niet alleen verantwoordelijk voor vier evenwichtige, komische en originele soloplaten, maar maakte hij ook een belangrijk deel uit van de beginsuccessen van het wereldberoemde Gorillaz, stond hij aan de basis van de rapformatie Hieroglyphics en was hij een van de motoren achter het meesterlijke hiphopcollectief Deltron 3030. Del stond garant voor vernieuwing en verrassing, zonder kwaliteit uit het oog te verliezen. De laatste jaren hoorden we echter steeds minder van deze neef van Ice Cube, tot eind 2007 bekend werd dat hij een contract had getekend bij Def Jux. Dit label staat bekend om haar harde en rauwe geluid. Die sound samen met Dels ironische lichtvoetigheid, is dat wel een combinatie die kan werken?

Om de vraag maar meteen te beantwoorden: dat is na Eleventh Hour nog steeds niet duidelijk. Del is een originele en talentvolle rapper, dat staat buiten kijf. De kwaliteit van Def Jux idem dito. Maar beide partijen lijken zich wat aan elkaar aan te passen en daarmee niet volledig prijs te geven. Het gevolg: een teleurstellend album.

Te beginnen met de vocalen. De raps van Del klinken rustiger dan ooit tevoren en dat is geen goede zaak. Ontspannen klinken en toch volop de aandacht opeisen was altijd een van de grootste krachten van Del, maar op Eleventh Hour voert hij die ontspanning zo ver door dat het lijkt alsof hij zich wat verveelt. De spontaniteit van weleer lijkt verdwenen, Dels stem klinkt wat zwakker en de overtuiging lijkt te ontbreken. Deze monotoon klinkende verveling heeft tot gevolg dat de hoop wordt gevestigd op de teksten, en dat is nou net wat niet moet gebeuren.

’s Mans teksten zijn namelijk nooit zijn pluspunt geweest. Voor Eleventh Hour geldt eigenlijk hetzelfde als voor alle albums afkomstig van Del: aardig, bij vlagen humoritisch, verrassend, maar nergens exceptioneel. Daar kom je mee weg als de rest van de plaat dik in orde is, maar dat is hier dus niet het geval. En dan worden de teksten vrijwel automatisch, hoewel soms best komisch (“Put them feet to the curb, as soon as you get out my bathroom//And I’m calling a cab too, D ain’t that dude”) te prominent.

Het laatste facet is het productionele gedeelte, waar de overstap naar Def Jux het duidelijkst naar voren komt. Hoewel Del vrijwel alles zelf produceert klinkt het in de verste verte niet als een Del album. Indrukwekkend is om te horen dat hij zijn weg achter de knoppen heeft gevonden, vervelend is om te constateren dat hij er als producer nog niet is. Vaak bevatten nummers een aardige basis (een onplaatsbaar stemfragment en effectieve pianotonen op Naked Fonk, duistere keys op Raw Sewage), maar blijven ze daar steken. Het opvallendste manco is nog dat de beats niet alleen zelf weinig variëren, maar dat ze ook erg veel van elkaar weg hebben. Telkens horen we een repetitief en druk synthesizergeluid, dat wordt bijgestaan door wat droge bassen en sobere, wat lege drums. Dit komt het best tot uiting in het degelijke slotnummer Funkyhomosapien, waar een sample van neef Ice Cube (“Yo Del, what the fuck is a funky homosapien?” “It’s a human being, fool , a funky human being”) van Dels eerste album I Wish My Brother George Was Here (1991) gebruikt wordt. Dit roept alleen maar een verlangen op deze creatieve armoe te stoppen en Dels oude werk te draaien.

De conclusie is simpel: Eleventh Hour kan niet tippen aan vrijwel al het eerdere werk van Del. Tekstueel is er weliswaar weinig veranderd, maar rappend lijkt Del zijn kruit verschoten te hebben. Productioneel klinkt het anders dan anders, wat perfect in het de vernieuwende stijl van Del past. Helaas lijkt de kwaliteit wat uit het oog te zijn verloren. Een uniek album is Eleventh Hour zeker, hoogstaand is het even duidelijk niet. Del probeert wederom zijn grenzen te verleggen en dat pleit voor hem, maar helaas betekent afwijkend van het normale echt niet hetzelfde als kwaliteit.

Bron: Hiphopleeft

Dr. Dooom - Dr. Dooom 2 (2008)

poster
4,0
“First think you gonna do as a journalist//Is compare this to the first Dr Dooom, fuck you.” Oppassen geblazen dus, want anders roep ik het onheil over mezelf af: Keith vindt me, snijdt me open, gooit gas in mijn gezicht, ramt met een hamer mijn neus eraf en steekt mijn haar in de fik. En voor ik het vergeet: er komt ook nog een figuurzaag aan te pas. Dit en meer vertelt hij, overigens op een volkomen ontspannen toon, op Mopped Up, een nummer dat zo op Dr. Dooom’s eerste album First Come, First Served had kunnen staan.

Daarmee houdt de vergelijking tussen de twee Dr. Dooom-albums op. Op Dr Dooom 2 gaat Kool Keith rustig verder waar hij gebleven is, maar toch is het album veel meer dan een eenvoudige herhalingsoefening van eerder behaald succes. Daarvoor is Keiths personage veel te gestoord en onvoorspelbaar, en heeft vaste producer KutMasta Kurt, die evenals op het debuut (toen samen met Keith) alle producties voor zijn rekening neemt.

De sublieme wisselwerking die de twee succes bracht bij onder meer Sex Style (1997), Diesel Truckers (2004) en het eerste Dr. Dooom-project (1999) blijkt anno 2008 nog steeds te werken. Kurt doet waar hij zin in heeft, wat neerkomt op het veelvuldig gebruiken van vette pianotonen en zwaar aangezette strijkers, gemengd met prominente drums, diepe bassen en vage synthesizers.

Kortom, het gebruikelijke recept, maar Kurt kan wat elke topproducer kan: met gewone ingrediënten iets bijzonders bereiden. Een track als God of Rap toont dat eens te meer aan. De strijkers en drums leggen hier een bijzonder overtuigende basis voor Keiths lyrics, die in het teken staan van ouderwetse zelfverheerlijking. Hij is de god van de hiphop en hij brengt het genre weer tot leven – daar komt het zo ongeveer op neer. Dat klinkt tamelijk afgezaagd, maar toch is het de moeite waard, zo wordt al duidelijk bij de openingsregel: “I’m the best at this, all y’all do is talk about cars//What you got on you wrist.. Gueststars, who you got on your list.” Zijn flow klinkt alsof hij praat, de gebruikelijke rijmschema’s worden volledig vermeden (het laatste woord uit de eerste zin is tegen verwachting in het enige woord dat níet rijmt op de rest van de rijmwoorden), - en toch klinkt het allemaal als gegoten. Keith rapt zo vast op zijn eigen manier en tempo, dat het nooit voorspelbaar is om welk woord of om welk zinsdeel het precies draait. En als dat eenmaal duidelijk wordt en hij het rapt, dan klinkt het meteen alsof het niet anders kan.

Naast zijn eigen verdiensten in de hiphopwereld wordt er nog aandacht besteed aan Dr. Octagon (RIP Dr. Octagon), de reden voor Dr. Dooom’s terugkeer: Dooom vermoordde Octagon, maar afgelopen jaar verscheen plotseling The Return Of Dr. Octagon, een album waar Keith niks mee te maken wilde hebben maar waarop zijn vocalen opvallend genoeg wel werden gebruikt. Tot onvrede van Keith, uiteraard. “No wack remixes or duplicated copy’s” luidt dan ook het refrein van RIP Dr. Octagon, dat een buitenaards aanvoelende dikke baslaag met bliepjes erdoorheen als beat heeft.

Ook gaat er zoals verwacht de nodige aandacht uit naar het vrouwelijk schoon, het opensnijden van lichamen, en plastische chirurgie in het algemeen. Deze onderwerpen worden kriskras door elkaar behandeld, net zoals Kurt nogal willekeurig afwisselt tussen verschillende type beats. Er zit geen lijn in het album, de trackvolgorde heeft meer met willekeur dan met het concept te maken, maar toch vliegt Dr. Dooom 2 nergens uit de bocht. Keith en Kurt zijn simpelweg te geniaal om het te verpesten. Kurt levert stuk voor stuk innovatieve en overtuigende producties, en Keiths raps getuigen niet alleen van een perverse fantasie, maar ook van een gevoel voor humor en een vernieuwingsdrift die weinigen is gegeven.

Dr. Dooom 2 doet dus precies waar fans van het oude Kool Keith-werk op hadden gehoopt: het brengt Keith terug bij het oude Dr. Dooom-geluid zonder dat hij concreet in de herhaling valt. Vergeet de mislukte Ultramagnetic MC’s-reünie, en de paar mindere projecten de afgelopen jaren: dit album bewijst namelijk dat Kurt en Keith samen een ijzersterk duo zijn. Zet ze gewoon een paar jaar naast elkaar en er rolt gegarandeerd een sterk album uit, na een paar vruchteloze jaren wordt dat met Dr. Dooom 2 eens te meer duidelijk. Geen enkel probleem als Dr. Octagon nogmaals een terugkeer maakt, want op Dr. Dooom 3 zit elke Kool Keith-fan inmiddels alweer likkebaardend te wachten.

Bron: Hiphopleeft

En check hier het interview dat ik met hem had naar aanleiding van dit album.

Dr. Dooom - First Come, First Served (1999)

poster
4,0
Een opwarmer voor zijn nieuwe album. Bron: Hiphopleeft

“You that Dr. Octagon ass motherfucka, right? I tell you what, take this motherfucka, take two of these and call me in the motherfuckin' mornin'! I'm Dr. Dooom.” Op deze intussen klassieke intro wordt Keiths bekendste alter-ego Dr. Octagon om zeep geholpen en meteen een nieuw pseudoniem geïntroduceerd. Maak kennis met Dr. Dooom.

Beide heren zijn doktoren, maar er is wel degelijk een verschil: Dr. Dooom richt zich minder op zijn herkomst dan Dr. Octagon. Hij legt de aandacht vooral op zijn daden, alhoewel het nou niet bepaald daden zijn om trots op te zijn. Dr. Dooom profileert zich op First Come, First Served (1999) – met als cover een briljante knipoog naar No Limit en Ca$h Money – als een gestoorde seriemoordenaar. Na de knallende maar inhoudelijk relatief gewone opening No Chorus, wordt dat al gelijk duidelijk op Apartment 223 – een nummer over een appartement van Dooom waar hij zijn slachtoffers vasthoudt, en waar deze geen enkel uitzicht hebben op een redding (“police can’t hear you with a dead body tight near you”).

Ook als Dr. Dooom slaat Keith tekstueel dus weer voor niemand begaanbare wegen in, en net zoals op eerder (en later) werk komt hij er mee weg. Dat komt niet alleen door de bizarre inhoud, maar ook door zijn flow en de muziek. Te beginnen met het eerste. Keith rapt op First Come, First Served vaak alsof hij de beat amper hoort en gaat daarmee met gekke rijmschema’s volledig op in zijn eigen ding. Toch is er geen moment aan te wijzen dat het echt van de maat is, het volgt eerder een ritme dat wel in de beat aanwezig is, maar niet duidelijk naar voren komt. Niet al te verhelderend, maar Keith is dan ook typisch zo’n rapper die je niet kan beschrijven, maar waar men gewoon naar moet luisteren.

Zoals bij het meeste werk van Keith is First Come, First Served namelijk ook weer iets unieks, een trip door een wereld met andere regels dan de onze. Dat gevoel is toe te schrijven aan de complexe en bizarre teksten (“niggers get fucked up, you black niggers acting white//your rolex gone, my projects on your airplane flights”), waarvan het na tig keer luisteren nog steeds de vraag is of het nou eigenlijk grappig is of niet. En, nog wel belangrijker dan de onplaatsbare en onnavolgbare inhoud, is het instrumentale gedeelte van de Diesel Truckers (Kool Keith en Kutmasta Kurt). De sound van dit duo is divers en vooral bevreemdend. Donkere pianotonen, onplaatsbare bliepjes en a-ritmische drumpartijen passeren allemaal de revue.

Het knappe aan dit brede muzikale aanbod is dat First Come, First Served zelden sporen van onsamenhangendheid vertoont, met name omdat Keith, welke beat hij ook gebruikt, gewoon zijn ding doet. Wat de muziek ook zegt, Keith lijkt zich er weinig van aan te trekken. Hij rapt op dezelfde manier en dat, samen met de rare muziek van de Diesel Truckers, maakt First Come, First Served tot een must voor alle aanhangers van Keith en experimentele rap in het algemeen. Dat het album naarmate het verder vordert wat focus verliest - inhoudelijk wordt het wat gewoner, slechte rappers moeten het zoals zo vaak ontgelden en ook instrumentaal is het niet altijd even imponerend - valt Keith te vergeven. Door Dr. Octagon te vermoorden zet Keith zich af tegen de mensen die deze creatie zo omarmden, en laat hij tegelijk zien dat hij niet voor één gat te vangen is. En (waarschijnlijk) goed nieuws voor de fans: binnenkort komt het tweede Dooom-album eraan, vrijwel geheel geproduceerd door Kutmasta Kurt. Tot de tijd dat dit project uitkomt, waarschijnlijk over een paar weken, hebben we meer dan genoeg aan First Come, First Served.