Hier kun je zien welke berichten thomzi50 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
C-Murder - Screamin' 4 Vengeance (2008)

2,0
0
geplaatst: 22 juli 2008, 00:02 uur
Helaas, veel stelde het niet voor..
Er was een tijd dat C-Murder behoorde tot de zwaargewichten uit de zuidelijke hiphopscene. Hij was misschien geen echte ster, maar deed toch aardig mee. Zo boekte hij samen met zijn broers Master P en Silkk The Shocker als TRU commerciële successen, en ging zijn debuutplaat Life Or Death (1998) platina.
Maar de tijden zijn veranderd. Terwijl Master P al jaren vergeefs probeert de successen van zijn oude label No Limit te evenaren, is C-Murder voor zichzelf begonnen: TRU Records is de naam van zijn bedrijf. Hier verschenen een paar albums van C-Murder, die zowel muzikaal als commercieel gezien vrij weinig voorstelden. Het kon nog erger, bleek toen C-Murder een krappe vier jaar geleden achter slot en grendel werd gezet wegens moord met voorbedachten rade.
Deze uitspraak is echter later ongeldig verklaard. Momenteel heeft C-Murder huisarrest en kan hij dus weer normaal muziek maken, want dat ging de laatste jaren achter de tralies natuurlijk niet meer. Dat weerhield hem er overigens niet van om een album op te nemen, maar op zijn vorige plaat The TRUest Shit I Ever Said.. liet de opnamekwaliteit dan ook te wensen over.
Het pijnlijke is dat Screamin’ 4 Vengeance, dat eigenlijk eind 2007 al in de schappen zou liggen maar om onduidelijke redenen nu pas uitkomt, in ieder opzicht minder is dan haar voorganger – ondanks het verbeterde geluid. Waar C-Murder op zijn vorige album een rauwe en ogenschijnlijk realistische weergave van het gevangenisleven wist te geven, vervalt hij op dit album steevast in de stokoude gangsterclichés. Op opener I Represent vertelt hij: “I’m straight street, ain’t nuthin’ fake about me.” Wat moet je er als recensent over zeggen, aangezien elke seconde die er aan besteed wordt er waarschijnlijk een meer is dan C-Murder heeft gedaan?
Eigenlijk verdient geen enkele tekst van Screamin’ 4 Vengeance het niet nader toegelicht te worden. Het spreekt allemaal nogal voor zich: C-Murder heeft het moeilijk, maar is nog steeds stoer, en vooral nog steeds TRU. De titels (Cuttboyz Anthem, Be Fresh, Gangstafied Lyrics) spreken bij vrijwel elk nummer boekdelen over de beperkte inhoud.
Gelukkig heeft de man uit New Orleans zijn rapstijl wel mee, want die is onveranderd overtuigend. Met zijn zware stem geeft C-Murder een net niet overdreven maar wel nadrukkelijke kracht mee aan zijn woorden; extra jammer wordt het dan dat deze zo weinig betekenis hebben.
Instrumentaal is Screamin’ 4 Vengeance iets ertussen in: het is niet zo slecht als de inhoud, maar zorgt toch voor een stuk minder tevredenheid dan de raps. Het zijn telkens prominente, weinig subtiele en dreigende beats, die worden gekenmerkt door kletterende drums, dikke bassen en drukke strijkers. Tot de betere behoren het pompende Gangstafied Lyrics, het sinistere Murdaman Dance en het typische dirty south-nummer Posted On Tha Block (Remix). Gek is overigens dat van dat laatste nummer de remix op de plaat is beland, terwijl de gewone versie van het nummer eerder dit jaar verscheen en over het algemeen positief werd ontvangen. Nog raarder is dat One False Move niet op de plaat staat: deze straatsingle had, vooral door het pakkende refrein van Akon, de potentie om een aardige hit te worden.
Dat is iets dat C-Murder tussen alle rechtzaken door best kan gebruiken. Want de man is al tijden geen commercieel succesnummer meer. Niks wijst er op dat Screamin’ 4 Vengeance daar verandering in zal brengen. Het is niet pakkend genoeg voor de commerciële fans, niet overtuigend genoeg voor de oude No Limit-soldaten en niet hoogstaand genoeg voor de andere luisteraars. Het enige fijne aan C-Murder is zijn stemgeluid, wat hij altijd in zijn voordeel kan gebruiken. Hoeveel miljoenen hij ook zal verkopen, de grimmigste straatverhalen klinken uit zijn mond nog steeds plausibel. Dit gegeven weet C-Murder helaas minimaal uit te buiten, want Screamin’ 4 Vengeance is, zelfs als je in acht neemt dat hij continu in de rechtbank moet verschijnen en dus weinig tijd heeft voor het maken van muziek, een flinke teleurstelling. Je gaat als luisteraar bijna denken dat het beter zou zijn als C-Murder wordt veroordeeld, want dan zou hij eindelijk weer eens een fijn album maken. Maar dat is allemaal zinloze fantasie. De tijden lijken voor C-Murder niet alleen veranderd, maar vooral voorbij.
Bron: Hiphopleeft
Er was een tijd dat C-Murder behoorde tot de zwaargewichten uit de zuidelijke hiphopscene. Hij was misschien geen echte ster, maar deed toch aardig mee. Zo boekte hij samen met zijn broers Master P en Silkk The Shocker als TRU commerciële successen, en ging zijn debuutplaat Life Or Death (1998) platina.
Maar de tijden zijn veranderd. Terwijl Master P al jaren vergeefs probeert de successen van zijn oude label No Limit te evenaren, is C-Murder voor zichzelf begonnen: TRU Records is de naam van zijn bedrijf. Hier verschenen een paar albums van C-Murder, die zowel muzikaal als commercieel gezien vrij weinig voorstelden. Het kon nog erger, bleek toen C-Murder een krappe vier jaar geleden achter slot en grendel werd gezet wegens moord met voorbedachten rade.
Deze uitspraak is echter later ongeldig verklaard. Momenteel heeft C-Murder huisarrest en kan hij dus weer normaal muziek maken, want dat ging de laatste jaren achter de tralies natuurlijk niet meer. Dat weerhield hem er overigens niet van om een album op te nemen, maar op zijn vorige plaat The TRUest Shit I Ever Said.. liet de opnamekwaliteit dan ook te wensen over.
Het pijnlijke is dat Screamin’ 4 Vengeance, dat eigenlijk eind 2007 al in de schappen zou liggen maar om onduidelijke redenen nu pas uitkomt, in ieder opzicht minder is dan haar voorganger – ondanks het verbeterde geluid. Waar C-Murder op zijn vorige album een rauwe en ogenschijnlijk realistische weergave van het gevangenisleven wist te geven, vervalt hij op dit album steevast in de stokoude gangsterclichés. Op opener I Represent vertelt hij: “I’m straight street, ain’t nuthin’ fake about me.” Wat moet je er als recensent over zeggen, aangezien elke seconde die er aan besteed wordt er waarschijnlijk een meer is dan C-Murder heeft gedaan?
Eigenlijk verdient geen enkele tekst van Screamin’ 4 Vengeance het niet nader toegelicht te worden. Het spreekt allemaal nogal voor zich: C-Murder heeft het moeilijk, maar is nog steeds stoer, en vooral nog steeds TRU. De titels (Cuttboyz Anthem, Be Fresh, Gangstafied Lyrics) spreken bij vrijwel elk nummer boekdelen over de beperkte inhoud.
Gelukkig heeft de man uit New Orleans zijn rapstijl wel mee, want die is onveranderd overtuigend. Met zijn zware stem geeft C-Murder een net niet overdreven maar wel nadrukkelijke kracht mee aan zijn woorden; extra jammer wordt het dan dat deze zo weinig betekenis hebben.
Instrumentaal is Screamin’ 4 Vengeance iets ertussen in: het is niet zo slecht als de inhoud, maar zorgt toch voor een stuk minder tevredenheid dan de raps. Het zijn telkens prominente, weinig subtiele en dreigende beats, die worden gekenmerkt door kletterende drums, dikke bassen en drukke strijkers. Tot de betere behoren het pompende Gangstafied Lyrics, het sinistere Murdaman Dance en het typische dirty south-nummer Posted On Tha Block (Remix). Gek is overigens dat van dat laatste nummer de remix op de plaat is beland, terwijl de gewone versie van het nummer eerder dit jaar verscheen en over het algemeen positief werd ontvangen. Nog raarder is dat One False Move niet op de plaat staat: deze straatsingle had, vooral door het pakkende refrein van Akon, de potentie om een aardige hit te worden.
Dat is iets dat C-Murder tussen alle rechtzaken door best kan gebruiken. Want de man is al tijden geen commercieel succesnummer meer. Niks wijst er op dat Screamin’ 4 Vengeance daar verandering in zal brengen. Het is niet pakkend genoeg voor de commerciële fans, niet overtuigend genoeg voor de oude No Limit-soldaten en niet hoogstaand genoeg voor de andere luisteraars. Het enige fijne aan C-Murder is zijn stemgeluid, wat hij altijd in zijn voordeel kan gebruiken. Hoeveel miljoenen hij ook zal verkopen, de grimmigste straatverhalen klinken uit zijn mond nog steeds plausibel. Dit gegeven weet C-Murder helaas minimaal uit te buiten, want Screamin’ 4 Vengeance is, zelfs als je in acht neemt dat hij continu in de rechtbank moet verschijnen en dus weinig tijd heeft voor het maken van muziek, een flinke teleurstelling. Je gaat als luisteraar bijna denken dat het beter zou zijn als C-Murder wordt veroordeeld, want dan zou hij eindelijk weer eens een fijn album maken. Maar dat is allemaal zinloze fantasie. De tijden lijken voor C-Murder niet alleen veranderd, maar vooral voorbij.
Bron: Hiphopleeft
Cappadonna - The Cappatilize Project (2008)

2,5
0
geplaatst: 11 november 2008, 11:37 uur
The Cappatilize Project is het eerste album van Cappadonna dat helemaal zonder hulp van ook maar iemand van de Wu-Tang tot stand is gekomen. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: dat is te horen. Hoewel Cappadonna op dit vierde soloalbum vaak hongerig klinkt, blijkt hij over weinig zelfkennis te beschikken. Voorheen waren er RZA en consorten om Cappa te waarschuwen wanneer het mis ging, maar hier lijkt niemand hem tegen te houden in zijn pogingen een veelzijdig werk af te leveren. Het gevolg is een onevenwichtige plaat, die inzakt op de momenten dat er geëxperimenteerd of gevarieerd wordt.
Het album begint echter redelijk sober, met rechttoe rechtaan hiphoptracks van een gretige MC. Cappadonna lijkt er echt zin in te hebben op opener Cap's Back Again, waarop hij de luisteraar bij de lurven grijpt en er geen twijfel over laat bestaan dat men rekening met hem moet houden. Hierna volgen al snel twee hoogtepunten (The Anointing en Don't Turn Around), waar een iets meer ingetogen Cappadonna te horen is. Fijn, want de gevoelige strijkers, het meeslepende ritme en de vrouwensamples uit deze nummers lenen zich daar uitstekend voor. Op Don't Turn Around laat Cap bovendien zijn serieuze kant zien door openhartig te spreken over zijn moeilijke verleden. Maar, zoals ontiegelijk veel rappers dat tegenwoordig doen, eindigt hij met de opmerking dat hij het allemaal goed doorstaan heeft en dat de ervaringen hem de man hebben gemaakt die hij momenteel is.
Ondanks deze wat afgezaagde thematiek maakt Cappadonna een overtuigende indruk door zijn hongerige manier van rappen en agressieve stemgeluid. Meer dan een aardige instrumentatie en niet al te saaie teksten heeft de man dus eigenlijk niet nodig om sterke tracks te maken. Erg spijtig is het daarom om te horen dat er na het goede begin van het album in rap tempo een terugval plaatsvindt. Het lijkt alsof Cappadonna geen genoegen neemt met zijn eigen kwaliteiten en wanhopig op zoek gaat naar een breder geluid.
Een dappere poging, die helaas enkel en alleen resulteert in vruchteloze experimenten. Get Paper probeert een zomers, haast Caribisch sfeertje te scheppen en lijkt daarmee bedoeld om de hitlijsten te bereiken; helaas, het nummer klinkt in plaats van ontspannen vooral flets en ongeïnspireerd (“Somethimes I feel like the whole world was built around me//I use to sell crack until this music shit found me”). Vervolgens komt er een wanstaltig slap r&b-nummer, met een belabberde Q-Dini-productie, een standaardtekst over het vrouwelijk schoon, en een vrij verschrikkelijk gezongen refrein met een dito tekst (“I just wanna lay with you tonight, I wanna be with you”). Veel erger kan het eigenlijk niet.
Dit is vooral zo jammer omdat The Cappatilize Project weldegelijk goede momenten telt en dus niet een album is dat zo rechtstreeks achterin de cd-kast kan komen te staan. Alleen zijn er simpelweg te veel mislukte pogingen tot variatie om van een geslaagd album te spreken. Na de inzinking lijkt Cappadonna zich volledig te herpakken met Dream, dat, ondanks dat de sample van Martin Luther Kings befaamde speech misschien niet al te origineel is, een sound weet te creëren die tegelijkertijd weemoedig en ontspannen is. Naast een scherpe Cappadonna horen we hier ook een verfijnd en rustig fluitje van producer Solo. Wat een kracht en ingetogenheid ineengebundeld: het hoogtepunt van The Cappatilize Project.
Alsof Cappadonna een spelletje met de luisteraar speelt en na elk goed moment een zwak nummer de revue wil laten passeren (en vice versa), komt niet lang hierna het afgrijselijke Wanted, een soort reggae/dancehall-nummer met een door de Jamaicaanse KMC gezongen (of beter: geschreeuwd) refrein. Degene die, toen Cappadonna zijn intrede in de Wu-Tang maakte, had voorspeld dat hij zich ooit tot dit soort onzin zou laten verleiden, was toentertijd waarschijnlijk voor gek verklaard.
Maar Cappadonna doet het echt. Met verder een legio aan onbekende en vooral barslechte gastrappers, en nog een topnummer in de vorm van Holdin' doet hij de opbouw van het eerste deel van The Cappatilize Project op de rest van de cd eer aan. Sterke en krachtige tracks die worden afgewisseld met ongelofelijk diepe dalen, met daartussenin wat solide maar gezichtsloze hiphop, dat is de omschrijving van The Cappitalize Project, dat overigens niet in fysieke vorm maar alleen via internet verkrijgbaar is. Dat lijkt geen verkeerde keuze, want het is typisch een album waarbij je ineens blij bent met alle technische ontwikkelingen van deze eeuw: onmiddellijk die paar toppers op je iPod zetten en de rest van het album snel weggooien en voor altijd vergeten.
Bron: Hiphopleeft
Het album begint echter redelijk sober, met rechttoe rechtaan hiphoptracks van een gretige MC. Cappadonna lijkt er echt zin in te hebben op opener Cap's Back Again, waarop hij de luisteraar bij de lurven grijpt en er geen twijfel over laat bestaan dat men rekening met hem moet houden. Hierna volgen al snel twee hoogtepunten (The Anointing en Don't Turn Around), waar een iets meer ingetogen Cappadonna te horen is. Fijn, want de gevoelige strijkers, het meeslepende ritme en de vrouwensamples uit deze nummers lenen zich daar uitstekend voor. Op Don't Turn Around laat Cap bovendien zijn serieuze kant zien door openhartig te spreken over zijn moeilijke verleden. Maar, zoals ontiegelijk veel rappers dat tegenwoordig doen, eindigt hij met de opmerking dat hij het allemaal goed doorstaan heeft en dat de ervaringen hem de man hebben gemaakt die hij momenteel is.
Ondanks deze wat afgezaagde thematiek maakt Cappadonna een overtuigende indruk door zijn hongerige manier van rappen en agressieve stemgeluid. Meer dan een aardige instrumentatie en niet al te saaie teksten heeft de man dus eigenlijk niet nodig om sterke tracks te maken. Erg spijtig is het daarom om te horen dat er na het goede begin van het album in rap tempo een terugval plaatsvindt. Het lijkt alsof Cappadonna geen genoegen neemt met zijn eigen kwaliteiten en wanhopig op zoek gaat naar een breder geluid.
Een dappere poging, die helaas enkel en alleen resulteert in vruchteloze experimenten. Get Paper probeert een zomers, haast Caribisch sfeertje te scheppen en lijkt daarmee bedoeld om de hitlijsten te bereiken; helaas, het nummer klinkt in plaats van ontspannen vooral flets en ongeïnspireerd (“Somethimes I feel like the whole world was built around me//I use to sell crack until this music shit found me”). Vervolgens komt er een wanstaltig slap r&b-nummer, met een belabberde Q-Dini-productie, een standaardtekst over het vrouwelijk schoon, en een vrij verschrikkelijk gezongen refrein met een dito tekst (“I just wanna lay with you tonight, I wanna be with you”). Veel erger kan het eigenlijk niet.
Dit is vooral zo jammer omdat The Cappatilize Project weldegelijk goede momenten telt en dus niet een album is dat zo rechtstreeks achterin de cd-kast kan komen te staan. Alleen zijn er simpelweg te veel mislukte pogingen tot variatie om van een geslaagd album te spreken. Na de inzinking lijkt Cappadonna zich volledig te herpakken met Dream, dat, ondanks dat de sample van Martin Luther Kings befaamde speech misschien niet al te origineel is, een sound weet te creëren die tegelijkertijd weemoedig en ontspannen is. Naast een scherpe Cappadonna horen we hier ook een verfijnd en rustig fluitje van producer Solo. Wat een kracht en ingetogenheid ineengebundeld: het hoogtepunt van The Cappatilize Project.
Alsof Cappadonna een spelletje met de luisteraar speelt en na elk goed moment een zwak nummer de revue wil laten passeren (en vice versa), komt niet lang hierna het afgrijselijke Wanted, een soort reggae/dancehall-nummer met een door de Jamaicaanse KMC gezongen (of beter: geschreeuwd) refrein. Degene die, toen Cappadonna zijn intrede in de Wu-Tang maakte, had voorspeld dat hij zich ooit tot dit soort onzin zou laten verleiden, was toentertijd waarschijnlijk voor gek verklaard.
Maar Cappadonna doet het echt. Met verder een legio aan onbekende en vooral barslechte gastrappers, en nog een topnummer in de vorm van Holdin' doet hij de opbouw van het eerste deel van The Cappatilize Project op de rest van de cd eer aan. Sterke en krachtige tracks die worden afgewisseld met ongelofelijk diepe dalen, met daartussenin wat solide maar gezichtsloze hiphop, dat is de omschrijving van The Cappitalize Project, dat overigens niet in fysieke vorm maar alleen via internet verkrijgbaar is. Dat lijkt geen verkeerde keuze, want het is typisch een album waarbij je ineens blij bent met alle technische ontwikkelingen van deze eeuw: onmiddellijk die paar toppers op je iPod zetten en de rest van het album snel weggooien en voor altijd vergeten.
Bron: Hiphopleeft
Craig G & Marley Marl - Operation Take Back Hip-Hop (2008)

2,5
0
geplaatst: 1 juli 2008, 23:03 uur
Ruim een jaar na Hip Hop Lives waagt de inmiddels vijfenveertigjarige Marley Marl het er weer op met een rapveteraan een album te droppen. Waar Hip Hop Lives geheel samen was met KRS-One, een van Marls vroegere rivalen, zoekt de producer het ditmaal dichter bij zijn wortels. Operation Take Back Hip-Hop is een album samen met Craig G, die vroeger evenals Marl deel uitmaakte van de Juice Crew.
Net zoals bij het project met KRS-One laat de titel er geen twijfel over bestaan: Marley Marl en zijn compagnon hebben een duidelijk doel voor ogen. Met de hiphop gaat het namelijk helemaal de verkeerde kant op, blijkt wel vanaf het begin van Operation Take Back Hip-Hop. Openingstrack Reintroduction staat in het teken van pure nostalgie: vroeger deden rapartiesten niet alles voor het geld en vroeger kocht je een album niet nadat je een single had gehoord of een clip had gezien (en alsnog was het een goede aankoop). Vroeger was het allemaal beter. Degenen die deze eigenlijk onmisbare boodschap gemist hebben, krijgen bij de track die volgt, Quality Work, een herkansing. Daar doet Craig G zijn verhaal namelijk dunnetjes over met onder meer de volgende regel: “Hiphop what happened to you, it’s a damn shame//Most producers, artists and executives are lame.”
Hoewel niet elke track over deze creatieve teloorgang van het genre gaat, is de sombere blik op de huidige hiphop wel de rode draad die door Operation Take Back Hip-Hop loopt. Over niet al te gecompliceerde beats uit de koker van Marley Marl, die zijn in een ver verleden behaalde grote naam niet al te veel eer aandoet, vertelt Craig G zijn verhalen. Hij is geen buitengewone rapper en dat hij het, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Juice Crew-collega’s Big Daddy Kane en Masta Ace nooit echt ver heeft geschopt, is dan ook begrijpelijk. Hij is wel goed verstaanbaar, maar doet tekstueel en qua flow eigenlijk niets bijzonders.
Marley Marl noch Craig G levert dus een topprestatie. Gelukkig hebben de twee genoeg ervaring om een solide album neer te zetten met daarop een handvol aardige tracks. The Day Music Died laat zien (“What if Jimmie Hendrix had words with Eric Clapton//Heard him on the radio went to the station and clapped him”) dat Craig G het wel degelijk in zich heeft sterke teksten te schrijven, Regrets kent een warme, ouderwets aanvoelende blazersbegeleiding, terwijl het pakkende Made The Change als motief een frivool en origineel fluitje heeft. Bij het laatstgenoemde nummer staat het criminele verleden van Craig G centraal. Dit dreigde nogal uit de hand te lopen, totdat muziek redding bracht. Zo kunnen we eigenlijk wel stellen dat hiphop ’s mans leven heeft gered.
Dit is een welkome positieve noot, want verder krijgt hiphop het toch zwaar te verduren op Operation Take Back Hip-Hop. Neem bijvoorbeeld de samenwerking met Sadat X, Stay In Ya Lane, waar Craig G nógmaals haarfijn uitlegt dat het helemaal verkeerd gaat met de hiphop. En dat terwijl we deze boodschap onderhand al tig keer hebben gehoord. Door deze tekstuele eenzijdigheid komt het album nooit echt op gang. Hier en daar wordt er wel van het hoofdthema afgeweken en Craig G en Marley Marl doen het kwalitatief ook helemaal niet zo onaardig – maar het wordt nergens exceptioneel. Dat is op den duur niet genoeg voor een album waarvan de titel zo’n grote ambitie uitspreekt.
Net zoals bij het project met KRS-One laat de titel er geen twijfel over bestaan: Marley Marl en zijn compagnon hebben een duidelijk doel voor ogen. Met de hiphop gaat het namelijk helemaal de verkeerde kant op, blijkt wel vanaf het begin van Operation Take Back Hip-Hop. Openingstrack Reintroduction staat in het teken van pure nostalgie: vroeger deden rapartiesten niet alles voor het geld en vroeger kocht je een album niet nadat je een single had gehoord of een clip had gezien (en alsnog was het een goede aankoop). Vroeger was het allemaal beter. Degenen die deze eigenlijk onmisbare boodschap gemist hebben, krijgen bij de track die volgt, Quality Work, een herkansing. Daar doet Craig G zijn verhaal namelijk dunnetjes over met onder meer de volgende regel: “Hiphop what happened to you, it’s a damn shame//Most producers, artists and executives are lame.”
Hoewel niet elke track over deze creatieve teloorgang van het genre gaat, is de sombere blik op de huidige hiphop wel de rode draad die door Operation Take Back Hip-Hop loopt. Over niet al te gecompliceerde beats uit de koker van Marley Marl, die zijn in een ver verleden behaalde grote naam niet al te veel eer aandoet, vertelt Craig G zijn verhalen. Hij is geen buitengewone rapper en dat hij het, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Juice Crew-collega’s Big Daddy Kane en Masta Ace nooit echt ver heeft geschopt, is dan ook begrijpelijk. Hij is wel goed verstaanbaar, maar doet tekstueel en qua flow eigenlijk niets bijzonders.
Marley Marl noch Craig G levert dus een topprestatie. Gelukkig hebben de twee genoeg ervaring om een solide album neer te zetten met daarop een handvol aardige tracks. The Day Music Died laat zien (“What if Jimmie Hendrix had words with Eric Clapton//Heard him on the radio went to the station and clapped him”) dat Craig G het wel degelijk in zich heeft sterke teksten te schrijven, Regrets kent een warme, ouderwets aanvoelende blazersbegeleiding, terwijl het pakkende Made The Change als motief een frivool en origineel fluitje heeft. Bij het laatstgenoemde nummer staat het criminele verleden van Craig G centraal. Dit dreigde nogal uit de hand te lopen, totdat muziek redding bracht. Zo kunnen we eigenlijk wel stellen dat hiphop ’s mans leven heeft gered.
Dit is een welkome positieve noot, want verder krijgt hiphop het toch zwaar te verduren op Operation Take Back Hip-Hop. Neem bijvoorbeeld de samenwerking met Sadat X, Stay In Ya Lane, waar Craig G nógmaals haarfijn uitlegt dat het helemaal verkeerd gaat met de hiphop. En dat terwijl we deze boodschap onderhand al tig keer hebben gehoord. Door deze tekstuele eenzijdigheid komt het album nooit echt op gang. Hier en daar wordt er wel van het hoofdthema afgeweken en Craig G en Marley Marl doen het kwalitatief ook helemaal niet zo onaardig – maar het wordt nergens exceptioneel. Dat is op den duur niet genoeg voor een album waarvan de titel zo’n grote ambitie uitspreekt.
