MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten thomzi50 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

G-Unit - Terminate on Sight (2008)

Alternatieve titel: T.O.S.

poster
1,5
Op 1 april zei 50 Cent dat hij wist waarom van Curtis (relatief) weinig exemplaren werden verkocht: er werden vooraf geen mixtapes gemaakt.

Reden voor 50 om een andere weg in te slaan. Na Curtis werden talloze mixtapes uitgebracht, waarvan Elephant in the Sand de meeste aandacht kreeg. Ook werd 50’s website ThisIs50 op alle mogelijkheden onder de aandacht gebracht; zelfs door het onlangs (door 50 Cent) uitgelekte telefoongesprek tussen 50 en Young Buck hoor je herhaaldelijk een stem de naam van de site zeggen. Een nieuwe aanpak dus, na de in de ogen van 50 Cent teleurstellende verkoop van Curtis. Nu wordt gelijk duidelijk of dit inderdaad te wijten was aan het gebrek aan mixtapes; of is het gewoon zo dat 50’s populariteit langzamerhand afneemt?

Kwalitatief gezien is er genoeg aanleiding voor het tweede. Dat Terminate On Sight vol staat met het ophemelen van de eigen kliek, het opscheppen over het eigen kunnen en natuurlijk de gebruikelijke stoerdoenerij, valt G-Unit te vergeven; maar dat er op dit tweede groepsalbum geen enkele keer in welk opzicht dan ook iets noemenswaardigs gebeurt, is zelfs voor het nimmer vooruitstrevende G-Unit nogal pijnlijk.

Openingstrack Straight Outta Southside is al schrijnend. Zoals de titel al doet vermoeden, wordt in dit nummer N.W.A.’s baanbrekende Straight Outta Compton nagebootst. Helaas, naast het feit dat dit al tot stervens toe beter is gedaan door andere acts, wordt het verschil in rappend vermogen tussen Ice Cube, MC Ren en Eazy-E aan de ene kant en Lloyd Banks, Tony Yayo en 50 Cent aan de andere kant duidelijker dan ooit tevoren. Waar de eersten met doelgerichte teksten en agressieve raps het straatleven van Compton mondiaal bekendmaakten, vervalt G-Unit in krachteloze krachttermen en herhalingen van zetten.

Na deze verschrikkelijke start gaat T.O.S. nauwelijks vooruit. De tracks zijn weliswaar niet meer direct afgekeken van grote rappers uit het verleden, maar vaak krijg je als luisteraar het gevoel dat het beter was geweest als G-Unit dat juist wél had gedaan; dan had 50 Cent misschien kunnen inzien dat de singles I Like The Way She Do It en Rider Pt. 2 echt niet door de beugel kunnen. Op oersimpele producties zingt 50 olijk een afgezaagd refreintje, terwijl alle coupletten ook getuigen van creatieve armoe. Niet alleen horen we een inhoudelijke lawine van clichés, ook rappend lijken de mannen er weinig zin in te hebben. Het meest sneue van dit alles is waarschijnlijk nog het refrein van Rider Pt. 2, waar 50 à la T-Pain gebruikmaakt van een stemvervormer. Frappant detail: op dit nummer is Young Buck te horen, die zich nu wel even achter de oren zal krabben bij het horen van de regel “I’m a loyal nigger, die behind mine//Even if 50 dropped me, I still wouldn’t sign.”

De rol van Buck is sowieso opmerkelijk op Terminate On Sight. De rapper uit Nashville komt maar liefst vier keer langs: een nogal groot aantal voor iemand die met ruzie uit de groep vertrokken is. Maar eigenlijk wens je bij het luisteren van het album telkens dat Bucks rol groter is. Dat komt vooral door Tony Yayo, een rapper met een belabberde flow, dito teksten en een nog zwakker stemgeluid. 50 Cent is al een klasse beter, maar lijkt meer bezig te zijn met het tellen van zijn geld dan met het schrijven van sterke teksten. Lloyd Banks is ook geen grootmeester, maar lijkt als enige nog enigszins zijn best te doen. Helaas valt ook hij veel te veel in herhaling.

Want dat is toch ook storend, die inhoudelijke leegte. Het is G-Units goed recht en misschien zelfs haar stijl om tekstueel geen potten te breken, maar zelfs op een alledaagse gangsterrapplaat is het een vereiste om nog ergens spitsvondig uit de hoek te komen. Daarnaast is er op producers behoorlijk bezuinigd. Geen Dr.Dre, Hi-Tek of Mr. Porter meer, maar relatief onbekende mannen als Rick Rock, Jake One en Ky Miller. Dit verschil is hoorbaar, want T.O.S. is productioneel een lege, afgezaagde en vlakke plaat.

Tot slot zijn ook de refreinen een storende factor. Op zijn best zijn ze onbenullig, maar meestal gewoon verschrikkelijk. Als 50 even geen zin heeft om zingend zijn verloren broeders te memoren of te vertellen dat het feest nog niet voorbij is, dan neemt Banks die rol wel op zich. Het G-Unit-tijdperk lijkt langzamerhand op haar laatste benen te staan. Met T.O.S. wordt dat duidelijker dan ooit.

Bron: Hiphopleeft

GZA - Pro Tools (2008)

poster
3,5
Ik vind het wel tof eigenlijk.. Jammer van zijn zoontje.

Live is hij niet om aan te horen en de verkoopcijfers van zijn albums vallen flink tegen. GZA/Genius heeft geen vlekkeloze reputatie en is lang niet zo bekend als veel van zijn Wu-Tang-collega’s. Maar in tegenstelling tot deze collega’s probeert hij het geluid dat de Wu-Tang Clan in 1993 roem bracht wel trouw te blijven, getuige zijn vijfde soloalbum Pro Tools.

Pro Tools is een album dat de luisteraar nergens omverblaast en dat geen enkel moment echt verrast. En dat is juist fijn, want dit is precies de kern van het geluid dat we van GZA/Genius kennen en wat hem zo onderscheidend maakt. Rappend lijkt hij de rust zelve – hij klinkt soms zelfs alsof hij midden in een couplet zo in slaap kan sukkelen – maar weet hij toch op een merkwaardige manier altijd de aandacht van de luisteraar goed vast te houden. Zijn lichte stemgeluid werkt op die manier haast hypnotiserend, wat perfect aansluit bij het soort rapper dat GZA/Genius is.

Hij is namelijk een verhalenverteller in hart en nieren. Het heeft weinig zin om precies te vertellen waar de teksten over gaan, het is veel fijner het als luisteraar over je heen te laten komen. Om toch een illustratief voorbeeld te geven, de eerste regel van het zwartgallige Cinema: “There was a clubhouse, owners kept special guestin’//Place kept darker than the room I rest in.” Meer dan twee regels heeft GZA/Genius niet nodig om een sinistere sfeer te scheppen. Na hiermee een uitstekende bodem te hebben gelegd, wat overigens ook toe te schrijven is aan de goed verzorgde productie, gaat hij gretig door met fantasierijke en beklemmende verhalen over fictieve personages.

Deze verhalen-vertellerij is iets wat GZA/Genius compleet uniek en authentiek maakt. Maar hij leunt niet op deze kwaliteit, want op Pro Tools staat lang niet alles in het teken van de verhalen. Ze vormen meer een welkome onderbreking tussen de gewonere nummers, zoals de vermakelijke opener Pencil, een kleine reünie met RZA en Masta Killa die de oude Wu-Tang-dagen voor even doet herleven. Alphabets leunt met een intelligente tekst (“My inkt lay all over the sheets//Letters gather around, form words, evertime to me”) op het sterke pianoloopje van True Master, een Wu-Tang gerelateerde producer die al tijden meedraait.

Hij is een van de leden van het Wu-Tang gerelateerde productieteam (o.a. Arabian Knight, Bronze Nazareth en Mathematics) dat onder aanvoering van RZA (die twee beats levert) de muziek van Pro Tools verzorgt. En dat is de reden dat het album zo’n klassieke sound heeft. De beats zijn simpel van opzet en hebben geen hoog tempo, maar sluiten daarmee perfect aan bij de raps van GZA/Genius, die zijn werk voortreffelijk doet. Net zoals dertien jaar geleden, toen hij het legendarische Liquid Swords opnam, lijkt hij zich van niemand om zich heen iets aan te trekken en trekt hij volledig zijn eigen plan. Speciale vermelding verdient nog producer Black Milk, die onlangs ook al furore maakte op het album van Elzhi, voor zijn indrukwekkende beat van 7 Pouds, die maar weer eens onderstreept dat de producer een van de betere is vandaag de dag.

Het enige dat van het gebruikelijke plaatje afwijkt is Paper Plate, waarop 50 Cent flink gedisst wordt. Het is jammer om te zien dat GZA/Genius zich tot het dissen van iemand als 50 Cent moet verlagen om aandacht te krijgen, maar de manier waarop hij het doet is dan wel weer typerend: bijna betogend onderbouwt hij over een traag piano-melodietje en met dito raps zijn mening, die erop neer komt dat GZA/Genius “lyrical and not material” is en dat een gemaakt en eenzijdig artiest als 50 Cent dat moet respecteren.

Dus zelfs als hij zich inlaat met het dissen van bekende mensen, lukt het GZA/Genius een sterk nummer af te leveren. Toch is Pro Tools geen feilloos werk geworden. Enkele nummers zijn net wat te gewoon om na herhaaldelijk luisteren nog enige toevoegende waarde te hebben, en, wat nog erger is, veel gastrappers bakken er weinig van. Als True Master achter de microfoon kruipt, is het nog prima om aan te horen, maar op het moment dat GZA’s zoon Justice Kareem ten tonele verschijnt, wordt het desbetreffende nummer meteen twee keer zo slecht. Met een raar, verdrongen stemmetje, geen flow en saaie teksten slaat hij de plank met elke regel mis. Dat doet hij niet een, maar twee nummers, wat nogal veel is voor een cd van minder dan drie kwartier.

Pro Tools kan deze missers hebben, want verder is het een meer dan degelijk album geworden. GZA/Genius is en blijft de meester van het verhalen vertellen en productioneel blijft hij trouw aan de welbekende Wu-Tang-sound. Meer hoeven we eigenlijk ook niet van hem te vragen.

Bron: Hiphopleeft, maar op ook KindaMuzik, in verkorte vorm, te lezen.