Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van henrie9. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026
Deep Purple - =1 (2024) 4,5
22 juli 2024, 18:32 uur
Een Deep Purple in zo'n goeie doen, voorwaar, daarover zal geschreven worden. Terwijl Black Sabbath en Led Zeppelin hun inmiddels vergelende discografieën toch nog en zelfs slapend vanuit het museum blijven uitverkopen legt die andere bepalende grondlegger van de hardrock/heavy metal zich vrolijk fluitend toe op alweer een 23ste album. Bijna onverwacht eigenlijk en zo wordt hun laatste ook al zeer genietbaar corona-coveralbum 'Turning to Crime' gelukkig dan toch niet hun zwanenzang. Integendeel, ook deze keer blijven ze een heel organisch tot heus kunstwerk gegroeid album afleveren, voor de vijfde keer eminent geleid en medegeschreven door ooit Pink Floyd-producer Bob Ezrin. Wonderlijk om ze hier met een dergelijk energiek zelfs agressief geluid te zien opdagen. Een Deep Purple dat er anno 2024 in slaagt om zelfs nog een versnelling hoger te schakelen. Dit met de sinds jaren nog altijd dezelfde stabiele kern die hen in de jaren zeventig mee groot- en meest succesvol maakte en die toen in het midden van hun jamsessies de grootste klassiekers zag geboren worden: Ian Gillan (78), frontman-zang, Ian Paice (76), drums en Roger Glover (78), bas. Toetsenist Don Airey (76) toont zich intussen al jaren meer dan waardig opvolger van Jon Lord. Maar vooral de recenste vervanger van snarenwizards Ritchie Blackmore en Steve Morse, de debuterende Simon Mc Bride (45) blijkt op '=1' het noodzakelijke energieleverende 'shot of blood', het schot ook recht in de roos. Hij buigt zich veelbelovend over de Deep Purple-erfenis. Meer, hij laat zich al meer dan behoorlijk gelden en blijkt in staat om zich in de meest ingewikkelde interacties met zijn kompanen op en top purpleïaans te uiten, er iets aan toe te voegen en mee op te bouwen.
Hmm, vooreerst toch iets over die hoes. Zelfs na hun karige witte 'Now What?!' van 2013 kon het dus blijkbaar nóg simpeler. Let wel, er zit gelukkig een heuse filosofie achter die kale, door Gillan slordig handgeschreven '=1' op een wit veld : 'in een wereld die almaar complexer wordt vereenvoudigt alles sowieso tot de essentie en wordt alles uiteindelijk dus toch één.' Concreet vertaald naar de band betekent zoiets dat ondanks alle complexiteiten en wissels uit het verleden Deep Purple er op het einde dan toch nog wel steeds staat, als één hechte groep. '=1'. Heb j'em? Mooie gedachte.
Over naar de inhoud, what about the music? Dat topgitarist Steve Morse door familiale omstandigheden is weggevallen zorgt hier hoe dan ook meteen al voor een hele hap minder progrock in het Purple-aanbod. Maar het altijd als uit de duizenden herkenbare geluid van Deep Purple blijft bovendrijven, hoewel: hier weer anders gekleurd. Ze gaan op '=1' wel duidelijk meer dan hun recente voorgangers - en dit heeft dus zeker met de nieuwe gitarist te maken - terug naar de sterk riffgeoriënteerde seventies-grandeur van weleer. Uiteraard landen ze daarom ook deze keer nog niet weer bij de woeste metalfurie van hun meesterwerk 'Deep Purple In Rock', maar van dit '=1' straalt vooral veel heftigheid en intensiteit die de familie Hardrock alle eer aandoet. Veel rond de vier minuten zwemende songs op het bord, maar alles met toch minder progressief en complex opgebouwde zanglijnen en melodieën.
Natuurlijk staat ook Don Airey's fantastisch, zwaar vervormd keyboards- en Hammond-orgelspel erbij als een van Purple's onmisbare pijlers, samen met die gerenommeerde oersectie met de fantastische Paice/Glover die met hun ritmische statements nog op hetzelfde hoge niveau acteren als toen. And last but not least, Gillan. Ja, dat charmant jankende keelgeluid van hem, dat koloriet in zijn stem blijft voor een bijna tachtiger toch wel verbluffend op peil. Tenminste als je van de man (al decennia) niet meer verwacht dat hij nog de hoge toppen à la 'Child in Time' scheren zou. Gillan is ook op '=1' de man van de lyrics. Het tekstschrijven verloopt bij Deep Purple al van sedert 'Child in Time' via hem en volgens hetzelfde stramien. Eerst de louter instrumentale muziekscore met de nog in te vullen ruimtes voor de coupletten en de middenrefreinen en dan de constant meelopende Gillan die er gewoon zonder tegenspraak van de anderen zijn fantasie op loslaat en er waar je bijzit in slaagt om zijn weinig boodschapperige blik op de wereld in de meest gekke lyrics om te zetten.
Maar hulde, hier dus van bij de aftrap een album vol nieuwe Purple-klassiekers. Als een verdacht tikkende tijdbom komt een duizelend 'Show Me' '=1' binnen. Gillan aan zet. Het eerste kenmerkend spetterend duel tussen bovenaardse keyboards van Airey en de vingerzettingen van nieuwkomer McBride die al zonder blozen een honderdmetersprintje richting Ritchie Blackmore aandurft. Wat een explosieve entrée! Duidelijk, zoals die twee hier supersonisch zomaar gelijke tred houden, die zijn al veel langer op elkaar ingespeeld. Inderdaad, McBride beroerde al de snaren in Airey's Don Airey Orchestra.
Vergeet op het zware, sinister klinkende 'A Bit on the Side' - monsterrocker van een song - rond minuut 3:00 vooral weer je bewonderend applausje voor McBride niet. Een man, gewoon vol vertrouwen helemaal zichzelf in het verzinnen van dergelijke opmerkelijk gierende solo. En het orgel en de keyboards en niet in het minst de strakke ritmesectie van Paice en Glover, ze zitten allemaal perfect in de mix.
Hetzelfde van het vurig swingende 'Sharp Shooter', sterk muzikaal staaltje van het collectief. Hier schudt little Simon andermaal op grootse wijze zomaar die maffe riff uit zijn mouwen en daartussen heerst met de glimlach ook Don Airey alomtegenwoordig.
Nog meer onmiskenbare oldskool-Purple-flair spat er af in de opzwepende single 'Portable Door'. Je voelt muzikaal een 'Black Night'-deining door de aderen stuwen, vocaal zit Gillan helemaal in 'Mary Long'-modus. Glansrol ook voor de meesterlijk zijn toetsen geselende Airey, naast de immer intens solerende McBride.
In de knetterende uptempo-rock-'n-roller 'Old-Fangled Thing' herinnert Gillan zowaar aan oersong 'Living Wreck' en zoeken zijn stembanden op het einde eerbaar de hoogste regionen. Bovendien krijgen we weer een prachtig robbertje duelleren tussen Airey en McBride, waarin de instrumenten telkens in een verschroeiend tempo de stok wisselen.
In de classic Purple-ballade 'If I Were You' dan is na de openende gitaarsolo nu de klasse van crooner Gillan aan de beurt. Uitmuntend soulvol gezongen en door de hele band sereen begeleid en met een gezamenlijk a cappella afgerond. En wat moois voegt ook snaak McBride er nu toch weer aan toe.
Volgt de schitterende single 'Pictures of You'. Neen, geen doublure van 'Pictures of Home', maar een heus melodieus exploot dat aantoont hoe je als verenigde band vol maestro's tot pure Classic Rock van wereldklasse komt. Na de groove en de hooks dimt Bob Ezrin alles dan episch met een aangename, lichte Pink Floyd/Mike Oldfieldtoets in de outro.
'I'm Saying Nothin' ', nog een groovy song hier geënt op die gekende dooddoener van Peter Sellers. Prima gezongen en opgesmukt met de nodige helse, licht fantastische toetsen- en gitaarsolo's.
In de potige single 'Lazy Sod' - hinten ze hier nu naar 'Lazy'? - steekt McBride dan van wal met een knoert van een openingsriff en gaat het met de twee gitaar- en keyboardsolo's regelrecht vooruit. Rock dus om weer duimen en vingers bij af te likken. Wat zijn de heren heerlijk op dreef.
'Now You're Talkin' ', een krachtige, krijsend rockende Gillan in een memorabele compositie vintage Deep Purple die je helemaal terugkatapulteert naar de wilde jaren van 'Machinehead'. Perfecte song.
Zonder er schatplichtig aan te zijn start ook het rollende powernummer 'No Money to Burn' helemaal in de sfeer van het meer dan een halve eeuw oudere 'Demons Eye'. Keihard en om van te smullen.
Het lieflijke 'I'll Catch You' is dan de briljante rock-'n-rollballad als eerbetoon aan Bron, Gillan's overleden vrouw. Podium vol emotie tijdens dit hoogtepunt met Gillan's hartverscheurende zang en McBride's aanleunende, hemels inlevende gitaarsolo. "I'll catch you in my arms...". Kippenvel.
Uiteindelijk landt finaal, met dank aan Bob Ezrin voor de fijnzinnge afwerking, de rocktrein van Deep Purple dan toch nog in de complexiteit van de progrock met het grootse en langste 'Bleeding Obvious'. Een glorieuze epische afsluiter zonder meer, laverend tussen woest opspelende Purple-rocklandschappen en rustbrengende oasen.
Zoals al hun platen in de nieuwe eeuw is ook dit dus weer een zeer aantrekkelijk, fris, verjongd Deep Purple geworden. Maar... '=1' overtreft. Onwaarschijnlijk, zonder snufjes en in stormruntempo rocken hier deze oudjes als de beesten, jawel, ze rock-'n-rollen op '=1' rechttoe-rechtaan als de besten. Met een al lang niet meer gehoorde zware groove en de om de oren vliegende riffs die nu wel komen van een 'jongeling' van 45. Een uitmuntende plaat kortom die, verre van gedateerd of oubollig te zijn, getuigt van de tijdloze klasse van het rockmonument Deep Purple dat nog steeds de magie heeft, dat muzikaal nieuwsgierig is en hier helemaal onwaarschijnlijk virtuoos op dreef.
Afschrijven zullen we die mannen na '=1' dus zeker nog niet. In tegenstelling tot de inspiratiearmoede in lang vervlogen decennia is dit Deep Purple alive and kicking. De verstandhouding, de humor en het spelplezier zijn er, het élan is er en de muzikale ideeën borrelen weer op als in hun beste dagen. De echte fans wisten het evenwel al langer. Deep Purple is veel meer dan een ellenlang gescandeerd 'Smoke on the Water'. Het einde van deze rockiconen nu na 56 jaar, niemand die daarop zit te wachten. Let this show go on forever.
» details » naar bericht » reageer
King Hannah - Big Swimmer (2024) 4,0
3 juli 2024, 18:44 uur
Geplaagd door de lockdown is ook King Hannah maar vertraagd uit de startblokken kunnen schieten. Maar nu lijkt het oorspronkelijke indiefolkrockduo uit Liverpool toch de aandacht te gaan krijgen die het verdient. Misschien had je ze toen toch al aangestipt bij de release van hun indrukwekkende debuutalbum 'I'm Not Sorry. I Was Just Being Me' bij City Slang, of zelfs nóg eerder, bij hun al even opvallend debuutepeetje met kleppers als 'Crême Brulée' en 'And Then out of Nowhere, It Rained', prille songs die nog steeds staan als een huis.
Maar het gaat ze dus nu gelukkig meer voor de wind en ze kregen door hun eerste 'hit' 'Crême Brulée' nu op hun nieuweling 'Big Swimmer' zelfs de enthousiaste en vocale medewerking mee van Sharon Van Etten in de titelsong en 'This Wasn't Intentional'.
De setting van het schrijversduo is intussen aangevuld met een bassist en drummer. Maar de vocale kunsten van zangeres Hannah Merrick die springen er als vanouds uit: een diepcoole postpunk-spokenwordprésence à la Florence Shaw van Dry Cleaning enerzijds en de gracieus melancholische zangstem van een Melanie Di Biasio of Beth Gibbons anderzijds. Daarmee staat ze er volledig, met altijd relaxed dobberende zanglijnen en nergens vervallend in banale cheesy easy-listening. Ontspannen dus beslist, maar met elf songs die vooral door hun volumewisselingen vaak ook hun bijtende weerhaakjes krijgen. In hun geheel nieuwe dynamiek wringen zich nu vooral de orkestraties van muzikale compagnon de route Craig Whittle een heel stuk meer naar de voorgrond. Met sierlijk en tegelijk vuil Neil Young- tot grunge-verwant improvisatiegitaarwerk brengt hij de nodige diepgang en weet hij Merrick hypnotiserend tot op de huid te omkringelen tot ze wel zwevend de lucht ingaat. Een voortdurend spannende evenwichtsdans op de dunne lijn tussen fragiel en fors, waarin ook Garbage uitblonk, maar nu vernieuwd tot de volstrekt eigen etherische wijze van King Hannah.
Het openingsnummer, regelrechte klapper, is wat dat betreft exemplarisch. Akoestisch ingeleid met bevallige akkoorden en delicaat gezongen, zij en Sharon Van Etten, en dan toch gevuld met puur afschurende energie van zodra Whittle zijn elektrische gitaar omgordt en alles wat voorafging gewoon in een andere kosmos herneemt, hetgeen uiteindelijk leidt tot de schitterende instrumentale break waar een vlekkeloze solo van Whittle hoge toppen scheert en ze tenslotte toch mooi samen musicerend de kerk uitgaan. Nog een klepper van dat kaliber, het zwoel drijvende 'The Mattress' waaraan tijdens de hete onderdelen zelfs Young zich de vingers zou branden. Tal van dergelijke lange nummers zijn er nog op 'Big Swimmer' en ze trekken voorbij als fraaie muzikale landschappen.
Regelrechte reisverhalen meteen die groeiden tijdens het touren doorheen Europa en vooral het fascinerende Amerika, impressies en rauwe feiten als werden ze rechtstreeks vanuit hun tourbus naar binnen getrokken. De nostalgieke hang naar Amerika kwam al tot uiting in olijke single 'Davey Says', waarin ook Whittle - uiteraard met gierende gitaar - mee aan de microfoon staat. Maar wat dacht je verder van het sinistere 'Milk Boy (I Love You)', over de man uit Philadelphia die een wel gruwelijk sadistisch spelletje uithaalt met het kind dat op hem wacht. Verder ook nog de tweede Van Etten-song 'This Wasn't Intentional', met schone samenzang tussen de twee dames, over het medelijden dat kinderen verdienen voor wat ze soms moeten meemaken. Of het schitterend desolate van 'Somewhere Near el Paso'. Inderdaad, je waant je ineens zelf in die hete achterhoek van de VS. Of in metropool New-York in 'New York, Let's Do Nothing', nog zo'n slome grungesong.
Niet verwonderlijk dan ook dat beiden verzot zijn op de grote muzikale verhalenvertellers-inspirators Bill Callahan en John Prine. Daarmee herken je ineens Callahan in veel van Merrick's parlando. Ze maken de diepe buiging ook bijna letterlijk: naar Callahan in de eerste regel van het serene zangstuk 'Suddenly Your Hand' (wat een solo daarin ook weer!) en wat Prine betreft in de huiselijke afsluiter met zijn naam, de sublieme countrysong 'John Prine on the Radio'.
Het duo van King Hannah heeft met 'Big Swimmer' de grote stap voorwaarts gezet, zonder daarbij hun al gevormde identiteit van de begindagen te verloochenen. Terwijl hun meeslepend geluid vrijwel als vanzelf is geëvolueerd, blijven ze met de huidige soundscapes even intiem, ontwapenend en overtuigend. Ze hanteren een frisse quasi-livesound die leunt op groten uit het verleden, van de seventies tot en met indie-garagerock uit de nineties, maar één die heel natuurlijk en elegant inpassing vindt in het eigen sfeervolle King Hannah-universum. De productie staat bovendien met Ali Chant van PJ Harvey en Perfume Genius aan de knoppen op een hoog niveau.
King Hannah slaagt erin om met de vernieuwende sound in 'Big Swimmer' onder de huid kruipen. Merrick en Whittle zijn ongetwijfeld beiden die 'big swimmers' uit de plaattitel. Na nauweliijks twee en een halve slag weten ze al waarvoor groots klinken staat. Een veelbelovende band dus, zonder meer.
» details » naar bericht » reageer
