Hier kun je zien welke berichten L_T_B als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Jan Smith - 29 Dances (2005)

4,0
0
geplaatst: 6 december 2009, 22:35 uur
Nee, dit is niet de ex-vriend van Yolanthe Cabau van Kasbergen, maar een vrijwel gelijknamige singer/songwriter uit de Blue Ridge Mountains van centraal Virginia. De muziek van Smith ligt in het verlengde van zangeressen als Caroline Herring en Alison Krauss, lichte Appalachian country/folk met subtiele bluegrass invloeden. Daarbij wordt ze onder andere bijgestaan door haar man Jeff Vogelgesang (mandoline) en twee vooraanstaande gitaarpickers uit Nashville, Mark Fain (Ricky Skaggs) en Byron House (Sam Bush). Waar Smith op haar debuutalbum "Tin Heart" nog klinkt als een timide indiefolk zangeresje is ze op "29 Dances" uitgegroeid tot een serene doch krachtige vocaliste.
Sinds de geboorte van haar zoon in maart 2008 besloot ze ze stoppen met touren. Nu vormt ze met haar man Jeff Vogelgesang, Jim Skelding, Mark Goldstein en Stuart Gunter The Honeybirds. Een band die veelal optreed bij huwelijken en andere feesten en partijen. Op de website van The Honeybirds zijn naast het werk van The Honeybirds zelf ook twee nummers van Jan Smith's "29 Dances" - "Half the Treasure" en "James River" - te downloaden.
Sinds de geboorte van haar zoon in maart 2008 besloot ze ze stoppen met touren. Nu vormt ze met haar man Jeff Vogelgesang, Jim Skelding, Mark Goldstein en Stuart Gunter The Honeybirds. Een band die veelal optreed bij huwelijken en andere feesten en partijen. Op de website van The Honeybirds zijn naast het werk van The Honeybirds zelf ook twee nummers van Jan Smith's "29 Dances" - "Half the Treasure" en "James River" - te downloaden.
Jenn Adams - In the Pool (2001)

3,0
0
geplaatst: 4 januari 2009, 00:39 uur
Ik ben zelf in bezit van een Duitse (?) reissue van deze cd genaamd "All These Attachments" dat Jenn Adams uitbracht op Flying Girl Records. Adams nam pas halverwege de jaren '90 haar debuutalbum "Water" op maar was daarvoor al jaren actief als achtergrondzangeres, studiomuzikant en bassist voor een verscheidenheid aan bands. In het undergroundcircuit is ze bekend als de "Montana Troubadour", maar haar muziek bevat meer dan enkel singer/songwriter folk. In haar nummers zijn ook blues en jazz invloeden te horen in navolging van zangeressen als Bonnie Raitt, Rickie Lee Jones en Joni Mitchell. Het album sluit af met een tweetal covers "Speed of Light" van Julie Miller en Bob Dylan's "All Along the Watchtower". Een duet met de excentrieke singer/songwriter Malcolm Holcombe. Jenn Adams klinkt af en toe té mooi om waar te zijn en soms is dat ook het geval.
Jesse Malin - The Fine Art of Self Destruction (2002)

4,0
0
geplaatst: 8 januari 2009, 00:32 uur
Produced by Ryan Adams staat er op de achterkant van het album te lezen en dat is ook duidelijk te horen op het eerste album van de ex-D Generation frontman. Zijn voorliefde voor singer/songwriters als Bob Dylan, Neil Young en Steve Earle is ook sterk terug te horen in zijn eigen werk. Het album opent met "Queen of the Underworld" een mooi bitterzoet alt. country epos. Daarna volgen meer prachtige roots rock nummers. Op praktisch elk nummer wordt hij vocaal bijgestaan door Melissa Auf der Maur (Hole, Smashing Pumpkins). Verplichte kost voor fans van Ryan Adams of Uncle Tupelo.
Jim & Jean - Changes (1966)

4,0
0
geplaatst: 27 september 2010, 23:17 uur
Folkduo's waren een veel voorkomend fenomeen tijdens de folkrevival van de jaren '60. Ian & Sylvia, Richard & Mimi Fariña en ook Jim Glover en Jean Ray oftewel Jim & Jean. Waar de eerstgenoemde duo's heden ten dage nog bekendheid genieten zijn Jim & Jean helaas in de vergetelheid geraakt. De enige (compilatie-)cd die van het duo verkrijgbaar is, is een samenvoeging van hun twee albums voor Verve verpakt in een een spuuglelijke hoes. En toch is de muziek van het tweetal in meerdere opzichten erg interessant.
Jim Glover was al op jonge leeftijd bevriend met Phil Ochs. In 1960 kwam Glover's gitaar door een weddenschap (de overwinning van Kennedy op Nixon) in eigendom van Ochs. Geïnspireerd door de muziek waarmee Glover hem in aanraking had gebracht, begon Ochs nummers te schrijven. Niet lang daarna vormden Jim en Phil een duo en noemde zich The Singing Socialists (later, wellicht door commerciële redenen, werd de naam gewijzigd in The Sundowners). Het duo is echter maar enkele maanden actief en valt uiteen wanneer Glover in 1961 naar New York vertrekt. In datzelfde jaar ontmoet Glover in het Café Raffio in New York City Jean Ray. Deze ontmoeting resulteert in een vriendschap en zelfs in een kortstondig huwelijk. Jim & Jean zijn graag geziene gasten in Café Raffio en treden daar ook regelmatig op. Door middel van deze optredens wordt genoeg verdiend om een appartement te huren aan Thompson Street. In 1962 komt Phil Ochs bij het stel inwonen en ook hij begint op te treden in lokale folkclubs. Jean stelt haar vriendin Alice Skinner aan Phil voor en al snel trekt hij bij haar in en nog in datzelfde jaar trouwt hij met haar.
Dit tweede album van Jim & Jean bevat composities van enkele van de beste songwriters uit de jaren '60. Naast drie eigen nummers van Glover bestaat dit album uit drie nummers van David Blue, drie van Phil Ochs, één van Eric Anderson en één van Bob Dylan. Jim & Jean waren ook de eersten die "Crucifixion" opnamen. Het nummer verscheen een jaar later pas op Ochs' album "Pleasures of the Harbor". Door de invloed van Phil Ochs, Al Kooper (sessiegitarist) en Paul Harris (keyboard) is dit niet een standaard luchtig folk-pop album; alhoewel die nummers ook op dit album aanwezig zijn. Eerder is dit een vernuftigd folk-rock geheel met psychedelische invloeden en politieke- en maatschappijkritische teksten.
Jim Glover was al op jonge leeftijd bevriend met Phil Ochs. In 1960 kwam Glover's gitaar door een weddenschap (de overwinning van Kennedy op Nixon) in eigendom van Ochs. Geïnspireerd door de muziek waarmee Glover hem in aanraking had gebracht, begon Ochs nummers te schrijven. Niet lang daarna vormden Jim en Phil een duo en noemde zich The Singing Socialists (later, wellicht door commerciële redenen, werd de naam gewijzigd in The Sundowners). Het duo is echter maar enkele maanden actief en valt uiteen wanneer Glover in 1961 naar New York vertrekt. In datzelfde jaar ontmoet Glover in het Café Raffio in New York City Jean Ray. Deze ontmoeting resulteert in een vriendschap en zelfs in een kortstondig huwelijk. Jim & Jean zijn graag geziene gasten in Café Raffio en treden daar ook regelmatig op. Door middel van deze optredens wordt genoeg verdiend om een appartement te huren aan Thompson Street. In 1962 komt Phil Ochs bij het stel inwonen en ook hij begint op te treden in lokale folkclubs. Jean stelt haar vriendin Alice Skinner aan Phil voor en al snel trekt hij bij haar in en nog in datzelfde jaar trouwt hij met haar.
Dit tweede album van Jim & Jean bevat composities van enkele van de beste songwriters uit de jaren '60. Naast drie eigen nummers van Glover bestaat dit album uit drie nummers van David Blue, drie van Phil Ochs, één van Eric Anderson en één van Bob Dylan. Jim & Jean waren ook de eersten die "Crucifixion" opnamen. Het nummer verscheen een jaar later pas op Ochs' album "Pleasures of the Harbor". Door de invloed van Phil Ochs, Al Kooper (sessiegitarist) en Paul Harris (keyboard) is dit niet een standaard luchtig folk-pop album; alhoewel die nummers ook op dit album aanwezig zijn. Eerder is dit een vernuftigd folk-rock geheel met psychedelische invloeden en politieke- en maatschappijkritische teksten.
Johnny Horton - The Spectacular Johnny Horton (1959)

4,0
0
geplaatst: 22 november 2011, 23:19 uur
Het is september 1972. De in Hamburg wonende Engelsman Les Humphries scoort een grote Europese hit met “Mexico”. De melodie van dit nummer heeft hij echter geleend van de countrysong “The Battle of New Orleans”, waarvan de tekst in 1936 is geschreven door een leraar uit Arkansas. Hij gebruikte het wijsje om zijn geschiedenislessen mee op te fleuren. Twee decennia later brengt de eveneens uit Arkansas afkomstige Jimmy Driftwood zijn debuutalbum “Newly Discovered Early American Folk Songs” uit. Daarop staat ook de eerst uitgebrachte versie van “The Battle of New Orleans”. Het nummer bevat echter te veel scheldwoorden als “hell” en “damn” om op de Amerikaanse radio gedraaid te worden. Driftwood werd daarom gevraagd om een kortere, gecensureerde versie te schrijven voor een live radio optreden. Rockabilly zanger Johnny Horton hoorde dit nummer op de radio en vroeg Driftwood of hij zijn eigen versie van het nummer mocht opnemen. Dit betekende het hoogtepunt van Horton’s korte doch imposante carrière.
“The Battle of New Orleans” was de tweede single van Horton’s debuutalbum “The Spectacular Johnny Horton”. Eerder bereikte “When It’s Springtime in Alaska (It’s Forty Below)” al de eerste plaats in de Amerikaanse countryhitlijst. Hiervoor bracht hij al enkele jaren singles uit waarvan enkele hoge posities behaalden in dezelfde hitlijst. Zoals onder andere Bill Haley is Johnny Horton een honky tonk/rockabilly zanger die zich toelegde op hetgeen wat destijds rock ’n roll zou worden. Een goed voorbeeld daarvan is het zelfgeschreven “The First Train Headin’ South”, een voortdenderende honky tonksong en “The Golden Rocket” een cover van Hank Snow. Daarnaast bevat het album ook een aantal mierzoete lovesongs. Zo doen “Whispering Pines” en “All For the Love of a Girl” het glazuur van je tanden springen. Deze bijna kneuterigheid heeft voor mij ook wel zijn charme. Zeker wanneer je deze nummers in het juiste tijdsbeeld plaatst.
De geremasterde cd-uitgave van dit album bevat drie bonustracks waaronder een opmerkelijk versie van “The Battle of New Orleans”, speciaal uitgebracht voor de Engelse markt. In deze versie zijn het de rebellen die vluchten voor de Britse troepen in plaats van vice versa!
“The Battle of New Orleans” was de tweede single van Horton’s debuutalbum “The Spectacular Johnny Horton”. Eerder bereikte “When It’s Springtime in Alaska (It’s Forty Below)” al de eerste plaats in de Amerikaanse countryhitlijst. Hiervoor bracht hij al enkele jaren singles uit waarvan enkele hoge posities behaalden in dezelfde hitlijst. Zoals onder andere Bill Haley is Johnny Horton een honky tonk/rockabilly zanger die zich toelegde op hetgeen wat destijds rock ’n roll zou worden. Een goed voorbeeld daarvan is het zelfgeschreven “The First Train Headin’ South”, een voortdenderende honky tonksong en “The Golden Rocket” een cover van Hank Snow. Daarnaast bevat het album ook een aantal mierzoete lovesongs. Zo doen “Whispering Pines” en “All For the Love of a Girl” het glazuur van je tanden springen. Deze bijna kneuterigheid heeft voor mij ook wel zijn charme. Zeker wanneer je deze nummers in het juiste tijdsbeeld plaatst.
De geremasterde cd-uitgave van dit album bevat drie bonustracks waaronder een opmerkelijk versie van “The Battle of New Orleans”, speciaal uitgebracht voor de Engelse markt. In deze versie zijn het de rebellen die vluchten voor de Britse troepen in plaats van vice versa!
