MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten L_T_B als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Faith Hill - Fireflies (2005)

poster
2,0
Faith Hill keert weer terug met een album vol zoete country-pop liedjes. Standaard Nashville werk. Zelfs met 3 covers van Lori McKenna (Stealing Kisses, Fireflies en If You Ask) kan dit album mij niet bekoren. Eén ster voor de moeite en één ster voor het coveren van een onbekende, maar geweldige, singer/songwriter.

Flogging Molly - Drunken Lullabies (2002)

poster
4,5
Afgaande op de muziekstijl en de naam van dit album zou je er van uit kunnen gaan dat dit simpele feestmuziek is zonder enig diepgang. Die stelling wil ik ten eerst even ontkrachten. De zanger en frontman van de band Dave King is een geboren Ier. (Ring a ring a rosey, as the light declines. I remember Dublin City in the rare ould times) Hij groeide in de jaren ’60 en ’70 op in Beggar’s Bush, één van de armoedigste wijken van Dublin. Naast de armoede waarin het gezin King leefde was er ook nog de constante dreiging van de IRA. En of dat nog niet genoeg was overleed zijn vader toen hij nog maar 10 jaar oud was. In de jaren ’80 trok hij richting Amerika op daar zijn geluk te beproeven. En zoals vaak in zijn leven kreeg hij weer te maken met tegenslag. Omdat hij niet in het bezit was van een United States Permanent Resident Card heeft hij zijn familie in Ierland 8 jaar lang niet kunnen bezoeken.

Veel van deze ervaringen zijn verwerkt in de teksten van de liedjes van Flogging Molly. De muziek daarentegen klinkt over het algemeen ongelofelijk vrolijk. Door de mix van de rauwheid en hardheid van de punk en het speelse van zijn Ierse achtergrond slaagt King, en Flogging Molly in het algemeen, er in om muzikaal een geheel eigen stijl te creëren. Het kan enigszins vergeleken met een doorgeëvolueerde punky versie van The Pogues. Er zijn wel meer bandjes die hun Ierse roots mixen met Amerikaanse punk, maar naar mijn mening komt dat soms wat te geforceerd over. En daarbij ben ik een enorme fan van de gepassioneerde stem van Dave King. Naast Dave King bestaat Flogging Molly nog uit een aantal andere zeer gepassioneerde en gedreven muzikanten.

De DVD Whiskey on a Sunday geeft daar trouwens een heel goed beeld van. Zo is daar de Detroitse schone Bridget Regan die zich, met behulp van de fiddle en tin whistles, knap staande weet te houden tussen al dat mannelijke geweld. Zij zorgt met haar vrouwelijke charme en dito instrumentatie voor een welkome verschijning tussen al het eerder genoemde gitaar- en drumgeweld. Daarnaast zijn er nog Dennis Casey en Nathen Maxwell op gitaar en Matt Hensley op accordeon. Bob Schmidt is het vreemde wonderkind van Flogging Molly en bespeelt zo’n beetje elk instrument dat hij in zijn handen krijgt gedrukt. De nestor van het gezelschap George Schwindt verzorgt de immer voorstuwende drums.

Flogging Molly is vooral bekend van een uptempo punky liedjes, maar daarnaast kunnen ze ook zeer behoorlijk een ballad spelen. Zo bevat If I Ever Leave This World Alive wel de typische Flogging Molly-ondertoon maar niet het stuwende en het hyperactieve wat je normaalgesproken verwacht van een Flogging Molly nummer. Het laatste nummer van deze cd is een “echte” ballad waar spaarzaam gebruik gemaakt wordt van de instrumenten waarmee bij andere nummers het behang van de muur wordt gespeeld. Een welkom moment van een rust na een plaat vol emotie, passie en vooral overdonderende muziek.

Ah, no ball or chain no prison shall keep
We're the rebels of the sacred heart

Frank Hutchison - Complete Recorded Works Volume 1 (1997)

Alternatieve titel: 1926-1929

poster
3,5
Elvis Presley wordt meestal gezien als de eerste blanke artiest die het aandurfde om elementen uit de zwarte muziek in zijn composities te gebruiken. Maar niets is minder waar. Halverwege de jaren '20 was het de uit West Virginia afkomtige mijnwerker Frank Hutchison die als eerste blanke bluesartiest zijn "zwarte" muziek opnam. Tussen 1926 en 1929 nam hij in totaal 44 nummer op voor Okeh Records waarvan er een negental niet zijn uitgebracht. Hutchison maakte in die jaren al gebruik van slidetechnieken. Een manier van gitaarspelen die hij omstreeks 1905 had geleerd van de zwarte gitarist Henry Vaughn. Deze techniek, die pas in 1923 voor de eerste maal (op plaat) werd gebruikt, begon in de late jaren '20 en begin jaren '30 aan populariteit te winnen. Vooral onder zwarte gospel/blues zangers als Blind Willie McTell, Mississippi Fred McDowell, Son House en Robert Johnson. Bij gebrek aan andere hulpmiddelen gebruikte Hutchison bij zijn eerste opnames een zakmes als slide.

De nummers op dit album zijn - zoals veel voorkomend bij Document Records - geplaatst in chonologische volgorde. De opnames zijn in 4 sessies opgenomen, éénmaal in 1926, tweemaal in 1927 en éénmaal in 1928. De geluidskwaliteit van de opnames is verbluffend helder. Enkel bij de eerst takes van "Worried Blues" en "The Train That Carried the Girl From Town" is duidelijk te horen dat dit opnames van ruim 80 (!) jaar oud zijn. Hutchison nam - zoals A.P. Cater dat ook deed - veel nummers op die hij had overgenomen van zwarte artiesten. Zo leerde hij onder andere "Worried Blues" van de zwarte steelgitarist, Bill Hunt, die zelf geen opnamen naliet.

Enkele jaren na zijn laatste opnamen in 1929 verliet Hutchison de kolenmijnen van Logan County. Samen met zijn vrouw exploiteerde hij daarna een supermarkt en postkantoor in Lake, West Virginia. Maar hij verloor alles, inclusief zijn wonig boven de winkel, toen het complete pand in april 1942 afbrandde. Na verluid was hij zo ontdaan door deze gebeurtenis dat dit resulteerde in een alcoholverslaving. Korte tijd later keerde hij weer terug naar Ohio en werkte daar als entertainer op een rivierboot op de Ohio-rivier. Hij stierf in 1945 in Dayton aan de gevolgen van leverkanker.