MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten L_T_B als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Liliana Rose - Postage Stamp (2009)

poster
4,5
Een tweetal jaar geleden lukte het Esmée Denters om via YouTube internationale bekendheid te vergaren. Toevalligerwijs kwam ik een aantal weken geleden een jongedame op YouTube tegen die op een zelfde wijze – het posten van filmpjes waarin ze diverse covers zingt – haar muziek ten gehore probeert te brengen. Deze Amerikaanse schone luistert naar de naam LiliAna Rose. Zij zal naar alle waarschijnlijkheid geen internationale bekendheid krijgen, maar ik zal mijn best doen om haar tenminste in Nederland en België onder de aandacht te krijgen.

Na de eerste paar noten is het al snel duidelijk waar LiliAna haar inspiratie vandaan haalt. Met haar kraakheldere stem en enkel begeleid door haar eigen gitaarspel lijkt ze zo weg te zijn gelopen uit het Greenwich Village van de jaren ’60. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel van haar YouTube opnames covers bevatten van Bob Dylan, Joan Baez, Phil Ochs, Simon & Garfunkel e.d. Deze invloeden zijn ook duidelijk terug te horen in haar eigen nummers. Want naast de vele, vele covers die ze ten gehore brengt zijn er ook een aantal eigen geschreven nummers te beluisteren.

LiliAna werd 24 jaar geleden geboren in de buitenwijken van New York. Vanaf haar jonge jaren was ze al omringd met muziek. Haar vader was postbode (“My poppa works for FedEx and he went to the US postman” – “ Postage Stamp”) en haar moeder dichter. Ook haar grootvader was vaak te vinden in huize Rose waar hij met zijn accordeon veelal Italiaanse folkliedjes speelde. Toen LiliAna 8 jaar oud was ontdekte ze Bob Dylan’s “Blonde on Blonde” in haar vaders platenkast. Ze was direct gefascineerd door het prachtige taalgebruik. Tezamen met Joni Mitchell’s “Blue” en Neil Young’s “Harvest” begon hier haar muzikale ontdekkingsreis.

Op haar eerste, in eigen beheer uitgebrachte, album staan een zevental nummers waaronder een herschreven versie van de uit 1913 stammende hymne “Brighten the Corner Where You Are”. Ook geeft ze het 70 jaar oude “You Are My Sunshine” een geheel nieuw gezicht. Door vele critici wordt ze al de nieuwe Joan Baez genoemd, maar bovenal is ze toch de eerste LiliAna Rose. Een aanrader voor een ieder die wel eens terugverlangt naar de folkmuziek uit de jaren ’60, maar ook niet bang is om een keer iets nieuws te proberen.

Little Miss Cornshucks - 1947-1951 (2003)

Alternatieve titel: The Chronological Little Miss Cornshucks 1947-1951

poster
3,5
Little Miss Cornshucks oftewel Mildred Cummings heeft tot 2003 nooit de erkenning gekregen die zij terdege verdiend. In het mei/juni van het No Depression magazine kwam daar eindelijk verandering met een zeer uitgebreid verslag van haar levensverhaal. Daarop besloot het (obscure) Franse label Classic Records dit album uit te brengen, met een zeer compleet overzicht van haar eerste opnamen.

Cummings' versie van "Try a Little Tenderness" zorgde ervoor dat het nummer overging van een croonersstandaard (Ray Noble, Bing Crosby) naar klassieke soulsong (Otis Redding, Sam Cooke). Ze wordt dan ook gezien als dé brug tussen de torchsingers uit de jaren '20 en '30 en de soulartiesten van de jaren '60.

Ze was van grote invloed voor onder andere Billy Wright, Ruth Brown, Johnny Ray, Wynona Carr en LaVern Baker, Aretha Franklin, Otis Redding en vele andere artiesten uit het beginstadium van de rhythm & blues.

Lonnie Donegan - Showcase (1956)

poster
3,5
Het was niet de heupwiegende tieneridool Elvis Presley die halverwege de jaren '50 als eerste de Engelse muziekindustrie wakker schudde, maar een Schotse jazzinstrumentalist die al zeer snel bekend zou worden als de King of Skiffle. Deze Lonnie Donegan was al vanaf de vroegere jaren '50 actief in diverse jazzbands waarvan de Chris Barber's Jazz Band de meeste bekende was. Ten tijde van zijn lidmaatschap van de Ken Colyer's Jazzmen speelde Donegan samen met bandleden Ken Colyer en Chris Barber tijdens optredens "skiffle-breaks". Deze skiffle-breaks waren een idee van Ken Colyer's broer Bill en sloegen direct aan bij het publiek. Het duurde dan ook niet lang voordat Donegan zich compleet toelegde op het skiffle-werk en in 1955 een enorme hit scoorde met "Rock Island Line".

"Showcase" is het debuutalbum van Donegan als solo-artiest. Het album bevat covers van onder andere bluesgrootheden als Leadbelly ("I'm Alabammy Bound") en Leroy Carr ("How Long, How Long Blues") en countrylegende A.P. Carter ("Wabash Cannonball"). Donegan's karakteristieke folkblues stem doet bij tijd en wijle een zwarte blues shouter vermoeden en niet een blanke skiffle-speler uit Glasgow. In "Alabammy Bound" en de traditional "I Shall Not Be Moved" wordt zijn tenorstem perfect aangevuld door de basstem van gitarist Denny Wright. Tot 1962 was Donegan immens populair in het Verenigd Koninkrijk, maar door de opkomst van The Beatles en andere beatgroepen raakte hij al snel op de achtergrond.

Lord Invader - Calypso in New York (2000)

poster
3,0
De naam Calypso doet bij de meeste mensen de wenkbrauwen fronsen. Slechts enkele kunnen je vertellen dat het een muziekstroming is en een nog kleiner gezelschap zal een Calypso-artiest kunnen benoemen. Calypso is een is Afro-Caribische muziekstroming die van oorsprong afkomstig is uit Trinidad & Tobago. De bevolking van dit eiland bestaat van oudsher nog voor een groot gedeelte uit nazaten van Afrikaanse slaven. Hun Afrikaanse roots vermengd met de muziek van de Caribbean resulteert in de Calypso muziek die halverwege de jaren '50 een kort moment van populariteit kende. Verreweg de bekendste zanger in het Calypso genre is de in Harlem, New York geboren Harold George Belafonte junior, oftewel kortweg Harry Belafonte.

Een minder bekend naam is de uit Trinidad afkomstige Lord Invader (Rupert Westmore Grant). In 2000 verscheen het verzamelalbum "Calypso in New York" met opnamen gemaakt door Moses Ash in de jaren '40 en '50. Op dit album staat vreemd genoeg niet zijn bekendste nummer "Rum and Coca Cola". Dit nummer werd later gecovered door onder andere The Andrews Sisters. Het nummer "Pepsi Cola" dat hij op verzoek van de gelijknamige frisdrankfabrikant na het uitkomen van "Rum and Coca Cola" uitbracht is wel op deze verzamelaar terug te vinden. De traditional "Brown in the Ring" (een Carribisch kinderdeuntje) die hij in 1947 als eerste opnam verscheen in 1978 op de b-kant van "Rivers of Babylon". Dit nummer als ook "Rivers of Babylon" is letterlijk gejat door Frank Farian - het brein achter Boney M - en hij heeft het nummer dan ook zonder schroom laten beschrijven als zijn eigen compositie.

In de vroege jaren '40 boycotte de Amerikaanse radiostations het eerder genoemde "Rum and Coca Cola" onder andere vanwege de referentie naar alcohol en de onbedoelde reclameboodschap. Het nummer werd echter wel opgepikt door de Amerikaanse comedian Morey Amsterdam bij zijn verblijf in Trinidad. Amsterdam nam het nummer mee terug naar Amerika waar het - in de versie van The Andrews Sisters - een enorme hit werd. Dit schaamteloze plagiaat bracht Grant in 1945 naar New York om juridische stappen te ondernemen tegen Amsterdam. Na een lange rechtsgang kreeg Grant uiteindelijk toch zijn gelijk en $150,000 aan royalties. Na deze rechtszaak vertrok hij wederom naar Amerika en tourde later ook nog door Engeland en het Europese vasteland. Eind 1958 keerde hij terug naar New York alwaar hij nog meer nummers opnam voor Moses Asch. Grant overleed op 15 oktober 1961 na een kort ziektebed in een ziekenhuis in Brooklyn.