Hier kun je zien welke berichten madmadder als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Nadja - Bodycage (2005)

4,5
1
geplaatst: 23 november 2022, 19:16 uur
Sommige mensen weten echt precies welke dingen ze me aan moeten raden om mijn hartje sneller te doen laten kloppen. Als droneverslaafde – zo mag ik mezelf inmiddels toch wel noemen – op ontdekkingstocht door de metal en me dan drone metal aanraden, dat moet toch wel goed komen zou je denken. Spoiler: Nadja bleek inderdaad een schot in de roos. Het oeuvre van Nadja is groot en divers, dat heb ik de afgelopen tijd mogen ondervinden, en Bodycage is misschien niet de meest metal-plaat van dit tweetal (ook niet de minste), maar ik ben er in de laatste weken wel het meest verknocht aan geraakt.
Tot voor kort kende ik enkel Truth Becomes Death van deze band en die kennismaking vond plaats in een tijd dat ik nog niet zoveel met metal kon als nu, en bovendien nog een stuk meer moeite had met de vormeloosheid die inherent is aan drone muziek. En die vormeloosheid, dat is nog steeds iets wat ik met mate tot me moet nemen. Enkele weken geleden heb ik zo'n acht uur achter elkaar Rollercoaster Tycoon gespeeld met Nadja op de achtergrond, en ik kan je vertellen dat dat net iets te veel van het goede was (zowel het Rollercoaster Tycoon spelen als het luisteren naar Nadja). Zie dit als een tip. Graag gedaan.
Maar die texturen die naar voren komen in dit soort muziek – waarbij drone metal dan de wat luidere variant is van het ambient subgenre, gemaakt met 'echte' instrumenten die we normaal associëren met rock en metal – kunnen zich in de beste gevallen ongemerkt in je systeem nestelen en danig op je gemoed werken. Zo ook het geval met Nadja, en Bodycage in het bijzonder.
De 'stofzuigersound' zoals we die bijvoorbeeld kennen van een My Bloody Valentine is nooit ver weg op dit album, met het verschil dat hier flink geput wordt uit alle mogelijke vormen van beklemming en dat schoonheid ver weg is. Het bijna ondraaglijk lage tempo op opener 'Clinodactyl' associeer ik met een staat waarbij alle levenslust weggezogen is uit een persoon. Alsof de kloof tussen jou en de wereld om je heen onoverbrugbaar is geworden en je volledig op jezelf bestaat, gevangen in een lichaam dat alleen maar verschrikkelijke dingen kan denken en ellendige zaken kan voelen. Nadja eist ruim twintig minuten volledige onderwerping aan deze geestestoestand.
Maar het kan nog erger. Op opvolger 'Autosomal', met zijn 'slechts' tien minuten het popliedje van dit album, wordt een flinke bak noise uitgestort over de luisteraar. Was 'Clinodactyl' de fase waarin je langzaam opgesloten raakt in je eigen lichaam, op 'Autosomal' probeer je uit alle macht uit dat lichaam te breken. Afgaande op de speelduur en het feit dat er nauwelijks sprake is van enige sonische ontwikkeling een zeer moeizaam en pijnlijk proces.
Na deze twee nummers voel je je toch wel redelijk murw gebeukt, en dat toont maar weer eens de kracht van drone: muziek hoeft helemaal geen ontwikkeling te kennen, alleen al door textuur te creëren kun je een hele gedachte- en gevoelswereld uitlokken. Of je nou actief (aandachtig met koptelefoon luisteren) of passief (luisteren tijdens het lezen of het spelen van Rollercoaster Tycoon) blootgesteld wordt aan deze muziek, het zal invloed hebben op je doen en laten.
'Ossification' brengt het rustpunt waar je zo naar hunkert. Mijn eerste associatie was met Celer, dat op sommige albums eenzelfde soort krachtige ambient maakt, maar Nadja weet de kalmerende tonen langzaamaan toch weer om te buigen naar een zwaarder, dreunend geluid. De echte pijn en depressie zijn echter verdwenen, dit nummer voelt meer als de wederopbouw na volledige ineenstorting.
Ik heb me de afgelopen tijd ondergedompeld in zes albums van deze Canadese band, maar Bodycage is het album waar ik steeds naar terug blijf keren. Het is voor mij op dit moment het Nadja-album dat ook bij intensieve beluistering (naast aangename achtergrondmuziek) een heleboel te bieden heeft. Een album dat in zijn vormeloosheid allerminst vormeloos is en dat voorbijvliegt, ook al gebeurt er ruim vijftig minuten nauwelijks wat. Zoals ik al zei: een schot in de roos, en bovendien nog meer bewijs dat metal een krankzinnig divers genre is.
Tot voor kort kende ik enkel Truth Becomes Death van deze band en die kennismaking vond plaats in een tijd dat ik nog niet zoveel met metal kon als nu, en bovendien nog een stuk meer moeite had met de vormeloosheid die inherent is aan drone muziek. En die vormeloosheid, dat is nog steeds iets wat ik met mate tot me moet nemen. Enkele weken geleden heb ik zo'n acht uur achter elkaar Rollercoaster Tycoon gespeeld met Nadja op de achtergrond, en ik kan je vertellen dat dat net iets te veel van het goede was (zowel het Rollercoaster Tycoon spelen als het luisteren naar Nadja). Zie dit als een tip. Graag gedaan.
Maar die texturen die naar voren komen in dit soort muziek – waarbij drone metal dan de wat luidere variant is van het ambient subgenre, gemaakt met 'echte' instrumenten die we normaal associëren met rock en metal – kunnen zich in de beste gevallen ongemerkt in je systeem nestelen en danig op je gemoed werken. Zo ook het geval met Nadja, en Bodycage in het bijzonder.
De 'stofzuigersound' zoals we die bijvoorbeeld kennen van een My Bloody Valentine is nooit ver weg op dit album, met het verschil dat hier flink geput wordt uit alle mogelijke vormen van beklemming en dat schoonheid ver weg is. Het bijna ondraaglijk lage tempo op opener 'Clinodactyl' associeer ik met een staat waarbij alle levenslust weggezogen is uit een persoon. Alsof de kloof tussen jou en de wereld om je heen onoverbrugbaar is geworden en je volledig op jezelf bestaat, gevangen in een lichaam dat alleen maar verschrikkelijke dingen kan denken en ellendige zaken kan voelen. Nadja eist ruim twintig minuten volledige onderwerping aan deze geestestoestand.
Maar het kan nog erger. Op opvolger 'Autosomal', met zijn 'slechts' tien minuten het popliedje van dit album, wordt een flinke bak noise uitgestort over de luisteraar. Was 'Clinodactyl' de fase waarin je langzaam opgesloten raakt in je eigen lichaam, op 'Autosomal' probeer je uit alle macht uit dat lichaam te breken. Afgaande op de speelduur en het feit dat er nauwelijks sprake is van enige sonische ontwikkeling een zeer moeizaam en pijnlijk proces.
Na deze twee nummers voel je je toch wel redelijk murw gebeukt, en dat toont maar weer eens de kracht van drone: muziek hoeft helemaal geen ontwikkeling te kennen, alleen al door textuur te creëren kun je een hele gedachte- en gevoelswereld uitlokken. Of je nou actief (aandachtig met koptelefoon luisteren) of passief (luisteren tijdens het lezen of het spelen van Rollercoaster Tycoon) blootgesteld wordt aan deze muziek, het zal invloed hebben op je doen en laten.
'Ossification' brengt het rustpunt waar je zo naar hunkert. Mijn eerste associatie was met Celer, dat op sommige albums eenzelfde soort krachtige ambient maakt, maar Nadja weet de kalmerende tonen langzaamaan toch weer om te buigen naar een zwaarder, dreunend geluid. De echte pijn en depressie zijn echter verdwenen, dit nummer voelt meer als de wederopbouw na volledige ineenstorting.
Ik heb me de afgelopen tijd ondergedompeld in zes albums van deze Canadese band, maar Bodycage is het album waar ik steeds naar terug blijf keren. Het is voor mij op dit moment het Nadja-album dat ook bij intensieve beluistering (naast aangename achtergrondmuziek) een heleboel te bieden heeft. Een album dat in zijn vormeloosheid allerminst vormeloos is en dat voorbijvliegt, ook al gebeurt er ruim vijftig minuten nauwelijks wat. Zoals ik al zei: een schot in de roos, en bovendien nog meer bewijs dat metal een krankzinnig divers genre is.
Neil Young with Crazy Horse - Everybody Knows This Is Nowhere (1969)

4,0
4
geplaatst: 5 april 2023, 20:28 uur
Neil Young with Crazy Horse – Everybody Knows This Is Nowhere (1969)
Ik zou mezelf niet een erg groot Neil Young-fan willen noemen. Niet dat ik zijn muziek slecht vind, hoor, maar ik heb nooit echt de neiging gevoeld om diep zijn omvangrijke oeuvre in te duiken. Wat ik ken vind ik alleszins heel redelijk (Harvest (1972)), en soms ook wel erg goed (Tonight's the Night (1975)), maar voor mij is het album waar ik steeds weer naar terugkeer Everybody Knows This Is Nowhere (1969), het eerste album dat hij samen met Crazy Horse opnam.
Als ik dit album opzet verbaas ik me er eigenlijk altijd over dat ik dit album zo leuk vind. Je kunt dit makkelijk scharen onder de 'ouwelullenmuziek', want het is redelijk belegen, rechttoe rechtaan rockmuziek; precies het soort dat ik normaal al snel af zou zetten en af zou doen als 'saai'. Daar komt dan nog bij dat Neil Young niet echt een goede zanger is en zijn stem nogal zeurderig overkomt, en dat de teksten vrij oppervlakkig zijn. Het gaat natuurlijk weer allemaal over vrouwen begeren en verlaten worden, dat was zelfs in 1969 al uitgekauwd.
Nee, als je dit vergelijkt met bijvoorbeeld een Velvet Underground & Nico dat twee jaar eerder uitkwam, en dat vandaag nog steeds fris klinkt, dan klinkt Everybody Knows This Is Nowhere eigenlijk gewoon heel erg gedateerd in al zijn facetten. En toch, dit album heeft een geluid dat mij bij de eerste luisterbeurt meesleepte en dat mij nog steeds weet te overtuigen.
'Round & Round' blijf ik een strontvervelend nummer vinden, maar afgezien van die miskleun is dit echt een heerlijk ronkend album. Het gitaarwerk valt het meeste op, want dit moet in 1969 ongetwijfeld bij tijd en wijlen enorme herrie geweest zijn, maar dat hoor ik er nu niet helemaal meer in. Voor mij is dit een heel energiek en levenslustig album, maar wel eentje die nergens lomp wordt en die op zijn eigen manier eigenlijk ook heel verfijnd en doordacht klinkt.
Dat komt het beste tot uitdrukking in de lange nummers, die ik ook meteen de beste van het album vind. Op zowel 'Down by the River' als 'Cowgirl in the Sand' is het gitaarwerk zo enorm gevarieerd dat hiernaar luisteren echt een belevenis wordt. Van ingetogen akkoorden tot uitgesproken solo's en van afgemeten noten tot een muur van geluid; je hoort het allemaal voorbijkomen en de manier waarop deze uitersten elkaar afwisselen klinkt volkomen logisch en noodzakelijk. Er valt simpelweg geen speld tussen te krijgen.
Ik luister het album nu weer eens terwijl de lentezon mijn kamer binnenvalt en realiseer me dat dit voor mij echt een album is dat het beste tot zijn recht komt wanneer de zon schijnt. Op de één of andere manier komt de energie die dit album uitstraalt heel erg overeen met het verwachtingsvolle dat je ervaart wanneer het mooi weer is en je weer behoefte krijgt aan en/of klaar bent voor het beleven van allerhande avonturen. Dan kun je deze muziek an sich best belegen vinden, maar dat wat het teweegbrengt is universeel en tijdloos.
Het is wel jammer dat Neil Young tijdens de coronacrisis uit protest al zijn muziek van Spotify af heeft laten halen en dat mijn vinyl uit 1969 komt en helemaal stuk gedraaid is. Echt optimaal genieten is er dus niet meer bij voor me, al zet ik 'm nog steeds wel eens op en dan blijken die gitaarpartijen nog steeds uitermate charmant. Daar kan de steeds verder aftakelende geluidskwaliteit echt geen afbreuk aan doen.
Blogpost
Ik zou mezelf niet een erg groot Neil Young-fan willen noemen. Niet dat ik zijn muziek slecht vind, hoor, maar ik heb nooit echt de neiging gevoeld om diep zijn omvangrijke oeuvre in te duiken. Wat ik ken vind ik alleszins heel redelijk (Harvest (1972)), en soms ook wel erg goed (Tonight's the Night (1975)), maar voor mij is het album waar ik steeds weer naar terugkeer Everybody Knows This Is Nowhere (1969), het eerste album dat hij samen met Crazy Horse opnam.
Als ik dit album opzet verbaas ik me er eigenlijk altijd over dat ik dit album zo leuk vind. Je kunt dit makkelijk scharen onder de 'ouwelullenmuziek', want het is redelijk belegen, rechttoe rechtaan rockmuziek; precies het soort dat ik normaal al snel af zou zetten en af zou doen als 'saai'. Daar komt dan nog bij dat Neil Young niet echt een goede zanger is en zijn stem nogal zeurderig overkomt, en dat de teksten vrij oppervlakkig zijn. Het gaat natuurlijk weer allemaal over vrouwen begeren en verlaten worden, dat was zelfs in 1969 al uitgekauwd.
Nee, als je dit vergelijkt met bijvoorbeeld een Velvet Underground & Nico dat twee jaar eerder uitkwam, en dat vandaag nog steeds fris klinkt, dan klinkt Everybody Knows This Is Nowhere eigenlijk gewoon heel erg gedateerd in al zijn facetten. En toch, dit album heeft een geluid dat mij bij de eerste luisterbeurt meesleepte en dat mij nog steeds weet te overtuigen.
'Round & Round' blijf ik een strontvervelend nummer vinden, maar afgezien van die miskleun is dit echt een heerlijk ronkend album. Het gitaarwerk valt het meeste op, want dit moet in 1969 ongetwijfeld bij tijd en wijlen enorme herrie geweest zijn, maar dat hoor ik er nu niet helemaal meer in. Voor mij is dit een heel energiek en levenslustig album, maar wel eentje die nergens lomp wordt en die op zijn eigen manier eigenlijk ook heel verfijnd en doordacht klinkt.
Dat komt het beste tot uitdrukking in de lange nummers, die ik ook meteen de beste van het album vind. Op zowel 'Down by the River' als 'Cowgirl in the Sand' is het gitaarwerk zo enorm gevarieerd dat hiernaar luisteren echt een belevenis wordt. Van ingetogen akkoorden tot uitgesproken solo's en van afgemeten noten tot een muur van geluid; je hoort het allemaal voorbijkomen en de manier waarop deze uitersten elkaar afwisselen klinkt volkomen logisch en noodzakelijk. Er valt simpelweg geen speld tussen te krijgen.
Ik luister het album nu weer eens terwijl de lentezon mijn kamer binnenvalt en realiseer me dat dit voor mij echt een album is dat het beste tot zijn recht komt wanneer de zon schijnt. Op de één of andere manier komt de energie die dit album uitstraalt heel erg overeen met het verwachtingsvolle dat je ervaart wanneer het mooi weer is en je weer behoefte krijgt aan en/of klaar bent voor het beleven van allerhande avonturen. Dan kun je deze muziek an sich best belegen vinden, maar dat wat het teweegbrengt is universeel en tijdloos.
Het is wel jammer dat Neil Young tijdens de coronacrisis uit protest al zijn muziek van Spotify af heeft laten halen en dat mijn vinyl uit 1969 komt en helemaal stuk gedraaid is. Echt optimaal genieten is er dus niet meer bij voor me, al zet ik 'm nog steeds wel eens op en dan blijken die gitaarpartijen nog steeds uitermate charmant. Daar kan de steeds verder aftakelende geluidskwaliteit echt geen afbreuk aan doen.
Blogpost
NEU! - NEU! (1972)

4,0
7
geplaatst: 16 juni 2022, 21:40 uur
Krautrock: het is een genre dat me enorm aanspreekt, maar waarbinnen nog heel veel valt te ontdekken voor me. Ik ken wel wat Can, wat Popol Vuh, wat Tangerine Dream en dit Neu!, maar er vallen nog heel wat bands en discografieën uit te pluizen. Wat ik ken vind ik in ieder geval allemaal vrij fantastisch. Ik dacht dat met mijn ontdekkingsreis door de jaren zestig en zeventig de krautrockklassiekers allemaal wel aan bod zouden komen, maar eer ik in het einde van de jaren zestig ben beland ben ik waarschijnlijk al met pensioen, en zo lang kan en wil ik eigenlijk niet wachten. Voornemen: vanaf nu iedere maand een krautrockalbum ontdekken.
Eigenlijk is het best verwonderlijk hoe in één land opeens heel veel bands allemaal dezelfde rare soort muziek gingen maken en zo een heel nieuwe stijl ontstond. Ik heb begrepen dat het genre ontstond rond de protesten van 1968, toen Duitse studenten op zoek waren naar een nieuwe soort muziek die absoluut anders moest zijn dan Amerikaanse en traditionele Duitse muziek (want W.O. II en zo). De bands die opgericht werden in deze tijd hadden niet kunnen vermoeden hoe invloedrijk hun muziek zou worden. Ambient, techno, post-punk, postrock, ze zijn allemaal schatplichtig aan die Duitse club krautrockers. Het genre brengt psychedelische rock, experimentele rock en elektronica samen en doet dat op zo'n manier dat er een heel herkenbare sound ontstaat, ook al pakt iedere band het weer net ietsjes anders aan.
Neu! werd opgericht door twee ex-leden van Kraftwerk (Michael Rother en Klaus Dinger) en het gerucht gaat dat de opnamesessies voor dit eerste album totaal niet wilden vlotten, totdat één van de twee zijn Japanse banjo tevoorschijn haalde. Die vormde de basis voor het nummer 'Negativland', het eerste van de zes nummers die ze op zouden nemen. Op dit nummer liet Dinger ook voor het eerst zijn karakteristieke drumspel horen. Het gaat hier om een 4/4 beat die die voor het grootste deel onveranderd doorgaat.
Zo'n beat horen we ook op 'Hallogallo', de opener van het album. En het zijn juist die repetitieve drums die ervoor zorgen dat 'Hallogallo' en 'Negativland' over het algemeen toch wel gezien worden als de beste nummers van het album. De beat stuwt de nummers voort, geeft de composities een heerlijke energie mee en zorgt er ook voor dat deze twee nummers, toch wel in tegenstelling tot de rest, vrij toegankelijk zijn.
Lang voordat ik dit album in zijn geheel hoorde, had ik al tientallen keren naar 'Negativland' geluisterd. Die monotone beat aan de ene kant en de waanzin die we verder horen (onherkenbare Japanse banjo's!) vormen zo'n ontzettend fijn evenwicht. En hoe dan na een korte pauze het nummer een versnelling hoger schakelt, om dan weer terug te schakelen, en dan weer op te schakelen, het geeft heel veel voldoening op de één of andere manier. Het nummer zet je telkens op het verkeerde been. Is dit nu 'hella catchy' of de uitkomst van de enorme experimenteerdrift van twee waanzinnigen? Het is een beetje van beide, en dat precies wat ik hier nu zo goed aan vind.
Die twee uitersten, de afwisseling tussen aanstekelijkheid en experiment, kenmerken eigenlijk het hele album. 'Hallogallo' en 'Negativland' zijn duidelijk de aanstekelijke nummers, de rest is toch wat moeilijker behapbaar. Een structuur op de andere tracks lijkt te ontbreken, ogenschijnlijke willekeurigheid (welk instrument zullen we nu eens pakken?, eens kijken wat er gebeurt als ik dit knopje in druk) wordt tot kunst verheven. Ik zal de eerste zijn om te beamen dat die overige vier nummers flink raar zijn, maar ik vind ze in de context van het album heel boeiend en ik hoor er ook veel humor in terug.
Ik moet altijd een beetje lachen om Neu!. Rother en Dinger lijken zichzelf niet enorm serieus te nemen, hebben enorme schijt aan alle conventies en dit debuut lijkt dan ook het resultaat te zijn van enkele opnamesessies waarbij de twee heren precies deden waar ze zin in hadden, zonder enige leidraad, zonder enige sturing. Die (positieve) energie straalt in alles van deze plaat af, en dat is waarom ik het zo'n achterlijk heerlijk album vind. De drang om iets nieuws te creëren is alomtegenwoordig en ik word er enorm vrolijk van. Naast 'Hallogallo' en 'Negativland' is het slotnummer 'Lieber Honig' voor mij het hoogtepunt. Hardop lachen, iedere keer weer.
Toen dit album uitkwam, wist het maar weinig potten te breken. Alleen in West-Duitsland deed het album het goed. Nu, vijftig jaar later, wordt het album overal als een krautrockmonument beschouwd en klinkt het nog steeds ontzettend modern. Ja, onze oosterburen konden er in die tijd wat van. Ik kan niet wachten om dieper het genre in te duiken, het lijkt echt een periode te zijn geweest die overstroomde van creativiteit en vernieuwingsdrang. Als Neu! exemplarisch is voor het genre ga ik nog heel veel nieuwe favorieten ontdekken.
Neu! - Neu!
Eigenlijk is het best verwonderlijk hoe in één land opeens heel veel bands allemaal dezelfde rare soort muziek gingen maken en zo een heel nieuwe stijl ontstond. Ik heb begrepen dat het genre ontstond rond de protesten van 1968, toen Duitse studenten op zoek waren naar een nieuwe soort muziek die absoluut anders moest zijn dan Amerikaanse en traditionele Duitse muziek (want W.O. II en zo). De bands die opgericht werden in deze tijd hadden niet kunnen vermoeden hoe invloedrijk hun muziek zou worden. Ambient, techno, post-punk, postrock, ze zijn allemaal schatplichtig aan die Duitse club krautrockers. Het genre brengt psychedelische rock, experimentele rock en elektronica samen en doet dat op zo'n manier dat er een heel herkenbare sound ontstaat, ook al pakt iedere band het weer net ietsjes anders aan.
Neu! werd opgericht door twee ex-leden van Kraftwerk (Michael Rother en Klaus Dinger) en het gerucht gaat dat de opnamesessies voor dit eerste album totaal niet wilden vlotten, totdat één van de twee zijn Japanse banjo tevoorschijn haalde. Die vormde de basis voor het nummer 'Negativland', het eerste van de zes nummers die ze op zouden nemen. Op dit nummer liet Dinger ook voor het eerst zijn karakteristieke drumspel horen. Het gaat hier om een 4/4 beat die die voor het grootste deel onveranderd doorgaat.
Zo'n beat horen we ook op 'Hallogallo', de opener van het album. En het zijn juist die repetitieve drums die ervoor zorgen dat 'Hallogallo' en 'Negativland' over het algemeen toch wel gezien worden als de beste nummers van het album. De beat stuwt de nummers voort, geeft de composities een heerlijke energie mee en zorgt er ook voor dat deze twee nummers, toch wel in tegenstelling tot de rest, vrij toegankelijk zijn.
Lang voordat ik dit album in zijn geheel hoorde, had ik al tientallen keren naar 'Negativland' geluisterd. Die monotone beat aan de ene kant en de waanzin die we verder horen (onherkenbare Japanse banjo's!) vormen zo'n ontzettend fijn evenwicht. En hoe dan na een korte pauze het nummer een versnelling hoger schakelt, om dan weer terug te schakelen, en dan weer op te schakelen, het geeft heel veel voldoening op de één of andere manier. Het nummer zet je telkens op het verkeerde been. Is dit nu 'hella catchy' of de uitkomst van de enorme experimenteerdrift van twee waanzinnigen? Het is een beetje van beide, en dat precies wat ik hier nu zo goed aan vind.
Die twee uitersten, de afwisseling tussen aanstekelijkheid en experiment, kenmerken eigenlijk het hele album. 'Hallogallo' en 'Negativland' zijn duidelijk de aanstekelijke nummers, de rest is toch wat moeilijker behapbaar. Een structuur op de andere tracks lijkt te ontbreken, ogenschijnlijke willekeurigheid (welk instrument zullen we nu eens pakken?, eens kijken wat er gebeurt als ik dit knopje in druk) wordt tot kunst verheven. Ik zal de eerste zijn om te beamen dat die overige vier nummers flink raar zijn, maar ik vind ze in de context van het album heel boeiend en ik hoor er ook veel humor in terug.
Ik moet altijd een beetje lachen om Neu!. Rother en Dinger lijken zichzelf niet enorm serieus te nemen, hebben enorme schijt aan alle conventies en dit debuut lijkt dan ook het resultaat te zijn van enkele opnamesessies waarbij de twee heren precies deden waar ze zin in hadden, zonder enige leidraad, zonder enige sturing. Die (positieve) energie straalt in alles van deze plaat af, en dat is waarom ik het zo'n achterlijk heerlijk album vind. De drang om iets nieuws te creëren is alomtegenwoordig en ik word er enorm vrolijk van. Naast 'Hallogallo' en 'Negativland' is het slotnummer 'Lieber Honig' voor mij het hoogtepunt. Hardop lachen, iedere keer weer.
Toen dit album uitkwam, wist het maar weinig potten te breken. Alleen in West-Duitsland deed het album het goed. Nu, vijftig jaar later, wordt het album overal als een krautrockmonument beschouwd en klinkt het nog steeds ontzettend modern. Ja, onze oosterburen konden er in die tijd wat van. Ik kan niet wachten om dieper het genre in te duiken, het lijkt echt een periode te zijn geweest die overstroomde van creativiteit en vernieuwingsdrang. Als Neu! exemplarisch is voor het genre ga ik nog heel veel nieuwe favorieten ontdekken.
Neu! - Neu!
