MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten madmadder als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

The Blue Nile - Hats (1989)

poster
4,0
Madmadders loswekende oeuvreverkenningstocht #1

Ik roest graag vast. Ik kan een heel leven teren op één album van een band of muzikant (enkele uitzonderingen daargelaten). Dat vind ik zonde en ik heb me nu actief voorgenomen om wat dieper de oeuvres in te duiken van bands waar ik na jaren, soms wel 15, nog steeds maar een album van ken, terwijl ze volgens de ratings hier en elders nog zoveel meer moois hebben gemaakt. Ik heb mezelf tot regel gesteld dat ik me een week lang onderdompel in het album dat moet zien te wedijveren met mijn persoonlijke klassiekers. En dat ik dan een stukje over mijn bevindingen opschrijf. Die regels zijn een stok achter de deur om te voorkomen dat ik steeds maar weer terugkeer naar dat ene album waar ik al mee vergroeid ben.

We beginnen met Hats van The Blue Nile. Ik leerde 'Tinseltown in the Rain' ooit kennen dankzij de top2000 en was spontaan verliefd. Het album waar dat nummer op stond, A Walk Across the Rooftops, sloeg als geheel ook flink aan bij me. Het is wonderschone popmuziek waarbij ieder instrument geen noot te veel speelt. Je zou kunnen zeggen dat het allemaal wat te veel voortkabbelt, maar de relatieve sloomheid en afgemetenheid creëren juist heel veel ademruimte om mee te voelen met de grootst mogelijke melancholie die van de muziek uitgaat. Ik ken denk ik geen band die meer melancholische muziek maakt dan The Blue Nile. En dan passen de stem en zang van Paul Buchanan ook nog eens perfect bij die dromerige, weemoedige muziek.

Vergeleken met A Walk Across the Rooftops klinkt Hats nog een stuk kaler, maar qua sfeerzetting is het album nog wel krachtiger dan de voorganger. Een nummer als 'Tinseltown in the Rain' is wat mij betreft ongeëvenaard en iets van gelijke aard vinden we niet terug op Hats, maar als geheel leunt dit album misschien wel dichter aan tegen de essentie van wat The Blue Nile zo'n goeie band maakt. Met minimale middelen wordt een geluid neergezet dat niet groots, maar wel heel meeslepend is. Dit is toch ook wel de perfecte muziek voor het grijze, regenachtige weer van de afgelopen weken. Echt jammer dat het weer vanaf morgen mooier wordt, want ik ben nog lang niet uitgeluisterd wat betreft dit album.

Erg knap album dat meteen maar de waarde van mijn ontdekkingstocht onderstreept. Ik denk dat ik uiteindelijk sneller terug zal grijpen naar Hats als ik behoefte heb aan een heel album. Maar als ik nood heb aan losse nummers blijf ik vooral de paar prachtige nummers op A Walk Across the Rooftops kapot draaien.

Wel even nog een niet ter zake doende opmerking: in 'Saturday Night' zit een synthlijntje dat sprekend lijkt op de wekker van mijn telefoon. Zoek elke keer weer haastig naar mijn telefoon als ik het hoor. En heb daarentegen ook een keer gehad dat mijn wekker echt af ging toen ik dit album op had en dacht: nee, Madelon, niets aan de hand, zit gewoon in de muziek.

Next stop: The Chameleons - What Does Anything Mean? Basically

The Chameleons - What Does Anything Mean? Basically (1985)

poster
4,0
madmadders loswekende oeuvreverkenningstocht #2: The Chameleons – What Does Anything Mean? Basically

Deel 1, mocht je terug willen lezen.

Ik kan me geen leven meer zonder Script of the Bridge voorstellen. Ik zat nog op de middelbare school toen ik het album voor het eerst hoorde en een heel aantal nummers van het album vonden daarna de weg naar mijn afspeellijst vol persoonlijke favorieten, maar de echte liefde voor het album als geheel ontstond pas tijdens mijn studie. Het album heeft heel lang in mijn top10 gestaan en ik vind het nog altijd een van de beste albums ooit gemaakt. De kers op de taart was toen een studiegenoot me de LP voor een euro verkocht, 'omdat ik er meer van zou genieten dan hij deed'. De hoes hangt tussen andere van mijn favoriete albums aan de muur, het album beluister ik nog heel regelmatig en het album klinkt nog steeds net zo krachtig als jaren geleden. Dit is dus echt een perfect voorbeeld van een album waar ik volledig mee vergroeid ben geraakt. En nee hoor, nooit de behoefte gehad aan meer. Nu, zo'n 15 jaar na dato, beluister ik What Does Anything Mean? Basically voor het eerst.

Waar de nummers op Script of the Bridge vrij dynamisch zijn, zijn de songs op dit album wat meer eenvormig. Bovendien voelen de nummers op SotB voor mij wat dromeriger aan (daar dragen de teksten overigens ook aan bij), terwijl op dit album de nummers naar mijn idee wat meer rechttoe rechtaan zijn. Wat deze zaken betreft geef ik de voorkeur aan Script of the Bridge. Dat wil echter totaal niet zeggen dat WDAM?B een slecht album is. Na meerdere luisterbeurten moet ik concluderen dat de songs op deze plaat stuk voor stuk ijzersterk zijn. De combinatie van de stuwende drums en de wat meer dromerige gitaarpartijen zorgt voor een heel fijn evenwicht. In tegenstelling tot SotB kent dit album weinig echte prachtnummers die op zichzelf staan, maar de enorme drive die van WDAM?B uitgaat is echt heerlijk en ik heb gemerkt dat ik me er graag in verlies.

Het enige waar ik echt wat minder van gecharmeerd ben zijn de teksten. Ik vind ze hier wat simpeltjes, wat nietsig en bovenal te letterlijk. Helaas niet de bevreemding die ik ervaar bij sommige teksten op SotB. Gelukkig is het niet moeilijk om de tekstuele inhoud te negeren. Daarvoor zingt Mark Burgess weer met veel te veel overgave. Het maakt eigenlijk helemaal niet uit waar hij over zingt, het klinkt altijd belangwekkend en urgent.

Waar SotB me jarenlang in zijn greep hield, waar ik telkens tevergeefs grip probeerde te krijgen op de ongrijpbare passages op dat album (en dat is in mijn wereld een heel erg positief ding), is dit meer een hapklare brok. Wel een heel lekkere overigens, die ik ongetwijfeld ook nog vaak ga consumeren. Maar SotB blijft nog wel even favoriet hier. Misschien kan Strange Times, dat ook nog op mijn lijstje staat, daar verandering in brengen. Dat The Chameleons een van de vetste sounds van de jaren tachtig heeft weten te produceren is mij in ieder geval nu wel duidelijk.

Next stop: Suede – Dog Man Star

The Haunted Youth - Dawn of the Freak (2022)

poster
4,0
Toen Dawn of the Freak uitkwam besprak ik dit debuut van The Haunted Youth al eens voor de Gonzo (circus). Ik kan me vaag herinneren dat ik gematigd positief was over het album, met de kanttekening dat het allemaal misschien niet zo fris en origineel was als ik gehoopt had. Welnu, die mening ben ik in principe nog steeds toegedaan, maar waar ik toen een probleem maakte van het feit dat het me allemaal niet vaag en avant-gardistisch genoeg was, vind ik dat op dit moment van ondergeschikt belang aan de onweerstaanbare melodieën die me al weken in hun greep houden.

Één van mijn doelen voor 2024 was om minder muziek te ontdekken. Dat klinkt misschien raar voor een fervent muziekliefhebber als ik, maar ik was de laatste jaren zo obsessief bezig met het ontdekken van nieuwe muziek dat ik wel overal over mee kon praten, maar niet meer echt genoot van mijn hobby. Ik stond mezelf simpelweg niet toe om een album door en door te leren kennen, omdat er nog duizend andere releases in mijn nek hijgden die ook aandacht verdienden.

Meer van dit
Zo verging het ook het debuut van The Haunted Youth, waarvan Belg Joachim Liebens de geestesvader is. Beluisterd, goed bevonden, maar niet excentriek genoeg om mijn aandacht voor langer dan één of twee luisterbeurten vast te houden. Toch voegde ik destijds enkele nummers (‘Broken’ en ‘Shadows’) toe aan mijn immer uitdijende playlist met leuke liedjes. Enkele weken geleden kwam toevallig ‘Broken’ voorbij, en sindsdien luister ik niet veel anders meer dan Dawn of the Freak.

Wat me plotseling zo diep greep aan dat ene nummer? Geen idee eigenlijk, maar de combinatie van het verleidelijke gitaarlijntje, het redelijk hoge tempo dat desondanks niet kan verhullen dat er veel leed over de luisteraar uitgestort wordt, de zachte, maar bedwelmende zang van Liebens, toen ik het hoorde dacht ik: jaaa, meer, veel meer van dit!

Lagere schoolniveau
En zo geschiedde: ik heb in de laatste weken Dawn of the Freak hevig in de rotatie zitten. Want er staan nog veel meer liedjes zoals ‘Broken’ op deze plaat: breekbaar, hypnotiserend en verschrikkelijk aanstekelijk. Telkens wanneer ik denk dat ik er voor even klaar mee ben, bespeur ik enkele uren later weer een niet te onderdrukken verlangen naar al die fijne liedjes op deze plaat.

Niet dat dit een perfect album is. De teksten vind ik het lagere schoolniveau niet ontstijgen, vooral de tekst van ‘I Feel like Shit and I Wanna Die’ zou ik van geen enkele schrijver accepteren, maar dan hoor ik weer dat verslavende synthlijntje op hetzelfde nummer en ben ik meteen verkocht. Genoeg om over te klagen, maar de onweerstaanbaarheid van deze nummers zorgt dat alle kritieken direct weer teniet gedaan zijn.

Ontdekkingsdrang
En hoe fijn is het dat deze obsessie – want zo mag mijn luistergedrag van de laatste weken best genoemd worden – niet de kop ingedrukt wordt door mijn muzikale ontdekkingsdrang, die het de afgelopen jaren eigenlijk onmogelijk maakte om zo intens van muziek te genieten zoals ik dat de laatste maanden weer doe. Ik heb mijn luisterstijl uit mijn tienerjaren weer herontdekt, en ik geniet er met volle teugen van; van obsessie naar obsessie hupsen en de tijd nemen voor ieder album om het echt goed te leren kennen en een onverwoestbare band met een album opbouwen.

Als ik me die bespreking in de Gonzo (circus) goed herinner, schreef ik toen dat Liebens het op zijn tweede langspeler wel over een andere boeg moest gaan gooien, dit geluid vond ik destijds toch wat te beperkt houdbaar. Bij die opmerking kan ik me op dit moment helemaal niks meer bij voorstellen. Meer van dit soort kwetsbaarheid gestoken in verslavende popsongs alsjeblieft. Liever vandaag dan morgen!

blogpost

The John Coltrane Quartet - Africa / Brass (1961)

poster
4,5
Het afgelopen half jaar heb ik (in het kader van mijn reis door de jaren zestig en zeventig) me volledig ondergedompeld in het jaar 1961. Ik heb zo’n 90 albums beluisterd en de komende tijd wil ik de hoogtepunten van die onderneming hier delen.

En natuurlijk beginnen we dan met John Coltrane en ik verklap alvast dat dit niet het enige 1961-album wordt dat ik van hem zal bespreken. John Coltrane is hard op weg om één van mijn favoriete artiesten te worden. Ik besprak eerder al Blue Train, het eerste album dat ik van Coltrane hoorde. Met ieder album dat ik van de beste man opzet raak ik meer verslingerd aan zijn werk. Het klinkt allemaal zo fris, zo vrij, zo eigenzinnig en zo levenslustig en ik word enorm vrolijk als ik naar zijn muziek luister, zelfs wanneer zijn nummers gestoeld lijken te zijn op de donkere kanten van het leven.

Nieuwe wereld
Coltrane weet zichzelf keer op keer opnieuw uit te vinden en met ieder album ontvouwt zich weer een geheel nieuwe wereld. Op Africa / Brass brengt hij (weer) een ander geluid dan we van hem gewend zijn, maar nog steeds zijn de bovenstaande predicaten van toepassing en het is de mooiste ontdekking die ik heb gedaan de afgelopen maanden.

Africa / Brass is het eerste Coltrane-album dat uitkwam op het label Impulse! (het label waar hij overigens tot aan zijn dood trouw aan zou blijven). Het was op dat moment het beste contract voor een jazzmuzikant ooit, met goede voorwaarden, en om dat te vieren liet Coltrane een hele troep muzikanten invliegen om voor het eerst een album op te nemen met een big band.

Misleidend
De naam ‘The John Coltrane Quartet’ op de hoes is wat dat betreft ook misleidend, want er zijn uiteindelijk 17 verschillende muzikanten te horen op dit album, waarbij ook atypische instrumenten (voor jazz) als de hoorn en het eufonium bespeeld worden. Onder de muzikanten die hun medewerking verleenden, zijn grote namen alsBooker Little, McCoy Tyner, Freddie Hubbard en Eric Dolphy. Van de drie nummers op het album, is ‘Greensleeves’ een traditional en werden ‘Africa’ en ‘Blues Minor’ geschreven door John Coltrane zelf.

Tot zover de feiten, nu over naar de muziek. Wat ik zo goed vind aan de muziek van Coltrane, is dat hij eindeloos om dezelfde akkoorden heen kan cirkelen, maar dat hij ze telkens vanuit een andere richting benadert en op een andere manier interpreteert en vormgeeft, waarmee hij een machtig spanningsveld tussen hypnotiserende herhaling en grenzeloze dynamiek creëert.

Doorgronden
Dat is op Africa / Brass niet anders, met het opvallende verschil dat het grotere gezelschap een voller geluid weet te bewerkstelligen dan we gewend zijn en dat er op zoveel fronten geacteerd wordt dat het moeilijk is om deze jazzplaat te doorgronden. Echt alle muzikanten doen boeiende en ontzagwekkende dingen in hun spel, soms ook tegelijkertijd en je weet als luisteraar amper waar je je aandacht op moet richten. Al die instrumenten tezamen vormen een heel prettig georganiseerde chaos die wederom die vrijheid, creativiteit en levenslust uitstralen waar ik zo ontzettend graag naar luister.

Mijn eerste indruk echter was dat dit album wat minder extreem is dan sommigen van zijn andere albums, het heeft in eerste instantie zelfs iets toegankelijks en netjes (vieze woorden als ik het heb over jazz). En toch, als je er met grote aandacht naar luistert, valt op hoe hoeveel interessante dingen er tegelijkertijd gebeuren en hoe er wel degelijk sprake is van schurende en kakofonische elementen die je als luisteraar constant uitdagen en dwingen om bij de les te blijven.

Woeste wateren
Het mag dus naar Coltrane-begrippen qua tempo een vrij rustig album zijn, maar er gebeurt alsnog zo ontzettend veel dat deze drie nummers nog steeds aanvoelen als woeste, ontoegankelijke wateren die je met gemak met huid en haar opslokken als je je er eenmaal aan overgeeft. En daar komt dan ook direct mijn adoratie voor deze composities om de hoek kijken. Want ik laat me graag helemaal overrompelen door muziek en hierin valt zoveel te ontdekken dat het bij iedere luisterbeurt lijkt alsof ik Africa / Brass voor het eerst beluister en weer opnieuw overspoeld wordt door die onbegrensde creativiteit.

Voor mij is Coltrane de belichaming van wat ik waardeer in jazz, en al die elementen vind ik in volle glorie ook weer terug op Africa / Brass. Hoe een grootse scheppingskracht en virtuositeit hier hand in hand gaan en iets bewerkstelligen waar je eindeloos lang naar kunt luisteren zonder dat ooit de verveling toeslaat, ja, zo heb ik mijn jazz (en eigenlijk ook kunst in het algemeen) het liefst.

P.S. Het originele album uit 1961 duurt net iets langer dan een half uur, en laten we eerlijk zijn, dat is veel te weinig voor de pracht die Coltrane hier etaleert. Gelukkig kwam in 1995 The Complete Africa / Brass Sessions uit, waardoor je bijna een uur langer kunt genieten van alle waanzinnig mooie stukken die uit deze opnamesessies voortkwamen.

Blogpost

The Microphones - Mount Eerie (2003)

poster
4,5
madmadders loswekende oeuvreverkenningstocht #6: The Microphones – Mount Eerie

Deel 1

Vroegah was ik heel erg onder de indruk van The Glow, Pt. 2 en in die obsessie heb ik best nog wat andere dingen van Phil Elverum gehoord, en sinds een paar jaar houd ik zijn nieuwe releases ook wel wat beter in de gaten, maar ik heb nog lang niet genoeg gehoord en zeker ook niet zijn best beoordeelde albums. Zoals deze dus bijvoorbeeld. Nu wil het feit dat ik in 2021 weer helemaal opnieuw verslingerd ben geraakt aan The Glow, Pt. 2 en dat dit album na ruim tien jaar weer zijn herintrede in mijn top10 heeft gemaakt. Tijd dus om deze andere grote Phil-klassieker tot me te nemen.

Het album begint precies waar we bij The Glow, Pt. 2 eindigden: zacht geruis met in de achtergrond allerlei vlagen muziek die we op dat meesterwerk hoorden. Dat geeft direct de indruk dat Mount Eerie een voortzetting is van de wereld die Elverum creëerde op TGP2. Op een bepaalde manier klopt dat, want ome Phil doet precies wat hij wil en gebruikt alle mogelijke, uiteenlopende middelen om zijn verhaal te vertellen. Van tribale trommels gaan we naar noise, van folk gaan we naar rock naar ambient en weer terug, de The Microphonesplaneet is heel groot, alles is er mogelijk en wij als luisteraar mogen door die rijke wereld heen struinen. Hij weet in zijn muziek alles naar zijn hand te zetten, geen geluidje horen we maar toevallig, alles maakt noodzakelijk onderdeel uit van Elverums universum.

Ook qua thematiek, het zijn van een speelbal voor de woeste natuur, de realisatie dat we nietig zijn in een immer uitdijend heelal en ook het gevoel compleet los te staan van je medemens komen terug op Mount Eerie. Alleen is dit album nog veel meer verhalend. Waar op TGP2 vooral uiteenlopende impressies rond hetzelfde thema te vinden zijn, vertelt ME echt een lineair verhaal, waarbij alle verwijzingen naar natuur en heelal metaforen zijn voor het leven en waarbij ook verschillende vertellende instanties voorbij komen (Phil, King Dark Death, Wind en Vultures zijn er enkelen).

TGP2 zie ik meer als een break-up album dat gaat over hoe je compleet los komt te staan van de persoon waar je zo lang van gehouden hebt en mee verbonden bent geweest, ME gaat voor mijn gevoel meer over hoe je kaas probeert te maken van een absurde wereld waarin er een onoverbrugbare afstand bestaat tussen het zelf en de ander. Ik vind het geweldig hoe Elverum dit verhaal vertelt en hoe hij put uit zoveel verschillende genres en deze toch kan samenbrengen tot een super meeslepend geheel.

Hoewel zowel TGP2 als ME een 'allegaartje' aan stijlen zijn, klinkt dit ME op muzikaal vlak echt compleet anders. Elverum put uit andere bronnen, bronnen die beter passen bij het thema van dit werk. Het geheel klinkt anders, maar minstens zo indrukwekkend. Al moet ik wel toegeven dat ik er even aan moest wennen. Maar nu, na deze een tijdje regelmatig opgezet te hebben, ben ik redelijk verknocht geraakt aan de wereld die Elverum hier geschapen heeft.

Mount Eerie klinkt typisch Microphones en toch is het ook compleet anders dan zijn andere werk. Maar goed, dat is eigenlijk wel het belangrijkste kenmerk van Elverums muziek, en de belangrijkste reden waarom ik hem zo waardeer als muzikant. Hij weet je altijd wel weer te verrassen, zal nooit twee keer hetzelfde album maken en heeft het bijzondere talent om je als luisteraar een beetje deelgenoot te maken van de unieke manier waarop zijn hoofd werkt. Het is een hoofd waar het heel goed toeven is.

Next stop: Coil – Love's Secret Domain

Thy Shining Curse - Theurgia (2024)

poster
4,0
Ik heb me voorgenomen om in 2024 minder obsessief bezig te zijn met nieuw uitgekomen albums. Tot nu toe geeft dat me heel veel rust en ik merk vooral dat ik het helemaal niet mis om in ieder denkbaar genre de krenten uit de pap te vissen. Het geeft me juist heel veel tijd om me helemaal onder te dompelen in albums en ze helemaal te doorgronden, zonder daarbij het gevoel te hebben dat tientallen andere releases eigenlijk ook mijn aandacht verdienen. Dat resulteert dan weer in extra enthousiasme om mijn bevindingen van die paar albums die ik de laatste tijd heel veel luister hier te delen. Er zijn nu bijna drie maanden voorbij van het nieuwe jaar, en in die afgelopen maanden is Theurgia van Thy Shining Curse één van de beste dingen die ik heb gehoord.

‘Theurgia’ betekent letterlijk ‘goddelijk werk’ en werd door neoplatonisten in gebruik genomen om te verwijzen naar magische gebeurtenissen waarmee de mens verbonden kon worden aan hogere machten. De zeven nummers op Theurgia gaan allemaal over het ontstijgen van onze fysieke, zichtbare wereld en het knappe is dat Thy Shining Curse een geluid heeft gevonden waarbij zwaarte en lichtheid constant met elkaar in verbinding staan.

Griekse invloeden
Het Griekse Thy Shining Curse – dat overigens een eenmansproject van Leonidas Diamantopoulos is – heeft zich duidelijk laten inspireren door de wijsgerige geschiedenis van zijn land, maar ook voor muzikale invloeden hoeven we niet ver te zoeken. Het eveneens Griekse Septicflesh staat bekend om hun mix van death metal met symfonische elementen en dat is overduidelijk waar Thy Shining Curse de mosterd vandaan heeft gehaald voor dit debuutalbum. Dat betekent zeker niet dat Thy Shining Curse een exacte kopie is van wat Septicflesh laat horen. Theurgia is net wat meer metal-geörienteerd en heeft meer snelheid en drive dan wat ik van Septicflesh ken (maar ik ken niet heel veel, moet ik erbij zeggen).

Nu ben ik sinds Into the Pandemonium van Celtic Frost een beetje bang voor metal met overduidelijke banden met klassieke muziek, maar Thy Shining Curse pakt het wel uiterst smaakvol aan. Leonidas Diamantopoulos overspeelt nergens zijn hand en laat de symfonische aspecten en de agressieve death metal op een heel organische manier samenvloeien. De symfonische onderdelen voegen soms een toets van lichtheid toe, terwijl op andere momenten de dramatiek exponentieel groeit door de toevoeging van allerhande strijkers en blazers. Ondanks dat het symfonische altijd aanwezig is, staat het altijd in dienst van het grotere geheel en krijgt het nooit de overhand.

Hella catchy
Je zou misschien denken dat door het soms hoge bombastische gehalte de boel allemaal nogal moeilijk verteerbaar wordt, maar niets is minder waar. De man achter dit project toont op alle zeven songs dat hij weet hoe je de aandacht van de luisteraar moet trekken en vasthouden. Ieder nummer zit vol interessante wendingen, pakkende momenten en welklinkende melodieën. Het is misschien een vol, zwaar geluid, maar door de wisselwerking tussen dit massieve en de meer toegankelijke passages krijgt Theurgia iets onweerstaanbaar aantrekkelijks. ‘Hella catchy’, zo zou ik dit album wel willen bestempelen.

En dat is precies waarom ik geen genoeg van Theurgia krijg. Qua sfeer overhelt de boel misschien wat naar de duisternis, maar dit album hangt van allerlei bevredigende momenten aan elkaar zodat je de zwaarte niet echt voelt. Soms zit dat hem in de manier waarop Diamantopoulos zijn woorden uitspuwt, soms zit dat in de manier waarop klassieke instrumenten invallen en hoe deze vervolgens de metalen componenten versterken, en soms zit dat in de enorme gedrevenheid die de nummers krachtig voortstuwen. Kortom: er valt machtig veel te genieten van dit album, vooral over de koptelefoon komen alle details prachtig naar voren. Misschien op papier niet het soort metal waar ik normaal voor val, maar ja, zo blijkt maar weer: liefde valt niet te sturen.

Blogpost

Tina Brooks - True Blue (1960)

poster
4,0
madmadders (her)ontdekkingsreis door de sixties en seventies #8: Tina Brooks – True Blue

Mijn ontdekkingstocht door de klassiekers van de jaren zestig (en ja, inderdaad, na een jaar hang ik nog steeds in 1960) brengt mij deze keer bij een album van een artiest waar ik nog nooit van gehoord had. Het verhaal van jazz saxofonist Tina Brooks is vrij tragisch. True Blue is het enige album dat tijdens zijn leven uitkwam. Hij nam als bandleider nog vier sessies op voor het beroemde Blue Note label, maar die werden pas jaren na zijn dood uitgebracht. Het label had in die tijd duidelijk andere oogappels, zelfs True Blue, de plaat die dus wel uitkwam, werd niet actief gepromoot. Brooks zou na 1961 geen muziek meer opnemen. Zijn heroïneverslaving leidde op 42-jarige leeftijd tot leverfalen waar hij aan stief.

True Blue heeft niet de grote schare fans die een aantal tijdgenoten heeft, maar Brooks' albums worden wel hoog gewaardeerd door de mensen die het kennen. Voor mij genoeg reden om dit album in te duiken. We horen Brooks zelf op tenor saxofoon, Freddie Hubbard op trompet (die wrang genoeg wel een succesvolle carrière tegemoet zou gaan), Duke Jordan op piano, Sam Jones op bas en Art Taylor op drums. Van de zes nummers op deze plaat zijn er vijf van Brooks zelf en het is meteen duidelijk wat een begenadigd componist Brooks was. De nummers dansen om verschillende emoties heen, soms wat melancholisch, soms wat vrolijker, maar er zit een aanstekelijke energie en groove als rode draad door het geheel heen verweven die alles mooi bij elkaar houdt.

Dit zorgt er ook voor dat de muziek iets uitermate ontspannends heeft. Dit is eerder heupwiegen dan helemaal los gaan en eerder fijn om met een drankje in goed gezelschap in het zomerzonnetje te beluisteren dan in je eentje 's nachts in het donker. Brooks' leven mag dan tragisch zijn geweest, zijn muziek, in ieder geval op dit album dan, heeft iets lichtvoetigs. Droefheid en melancholie zijn zeker wel aanwezig, maar voor mij voeren vrolijkheid, speelsheid en avontuur toch wel de boventoon op dit album.

Dat avontuurlijke zit hem vooral in de opbouw van de nummers. Brooks slaat vaak meerdere zijweggetjes in, wijkt vaak af van het pad waar hij op begint. Zijn medespelers krijgen ondertussen de ruimte om hun ding te doen, om uiteindelijk gezamenlijk weer terug te keren bij het thema waar het nummer mee begon. Het zorgt voor een bepaalde spanning en onvoorspelbaarheid, wat maakt dat je hier heel vaak naar kunt luisteren zonder er op uitgekeken te raken.

True Blue is geen nieuwe persoonlijke klassieker, maar wel eentje die al vaak heeft bewezen uitermate fijn gezelschap te zijn wanneer ik uit werk kom. Het is allemaal niet al te ingewikkeld, maar wel uitdagend genoeg om er vaak naar terug te willen keren. Fijne ontdekking, en eentje die ook echt wel bij veel meer mensen in de smaak zou kunnen vallen.

Next stop: Ornette Coleman – Change of the Century

Tina Brooks - True Blue