Hier kun je zien welke berichten madmadder als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
caroline - caroline (2022)

4,0
6
geplaatst: 21 augustus 2022, 15:02 uur
Groot-Brittannië brengt als muziekland natuurlijk een oneindige stroom aan nieuwe gitaarbandjes voort, maar de laatste jaren ontstond er wel een heel groot aantal eigenzinnige groepjes. Groepjes die onderling ook allemaal bevriend zijn en elkaar naar grote hoogten stuwen. Ik heb het over bands als Black Country, New Road (dat inmiddels al gestopt is), black midi, Squid, shame (ik vergeet er ongetwijfeld nog enkele) en het hier besproken caroline, een achtkoppige formatie die al samenwerkten met black midi en shame.
Caroline werd in 2017 opgericht door het drietal Jasper Llewellyn, Mike O’Malley en Casper Hughes. In de loop der jaren kwamen er als vanzelf, zonder vooropgezet plan, steeds meer bandleden bij (“maar acht is praktisch gezien wel het maximum”, volgens O’Malley). De meeste bandleden bespelen meerdere instrumenten (we horen bijvoorbeeld naast de standaard drums, gitaar en zang ook nog cello, klarinet, fluit en saxofoon), de invloeden lopen uiteen van folk tot emo tot jazz tot post-punk en sommige nummers op deze debuutplaat vonden hun oorsprong al in 2017. De tien nummers op dit gelijknamige album zijn dan ook het resultaat van jarenlang samen spelen, improviseren en zo organisch mogelijk aanklooien.
Het resultaat is een album dat zich met niets laat vergelijken. Ergens ver weg hoor je misschien wat terug van hun invloeden, maar deze band brengt alle ingrediënten zo samen dat het een geheel eigen universum weet te creëren. Ik lees regelmatig vergelijkingen met het latere werk van Talk Talk, omdat caroline eveneens speelt met stilte en rust om zo ademruimte te bewerkstelligen, maar caroline rekt nog veel verder dan Talk Talk de grenzen van het muzikale op. Van liedjes is hier af en toe nog amper sprake, veel eerder hebben we hier te maken met een volledig intuïtieve collectie van geluiden, wars van conventies en ongeschreven regels.
Toch is caroline lang niet zo ontoegankelijk als je zou denken. Het album is heel slim opgebouwd, waarbij stukken die wel degelijk pakkende melodieën bevatten afgewisseld worden met experimentele uitspattingen. Door die opbouw word je als luisteraar ongemerkt meegezogen in het instinctieve proces van de band. Dit is een volkomen eigenzinnig debuut, maar de band maakt het verdomde makkelijk om de taal die ze spreekt te verstaan.
Dit komt misschien wel omdat er zoveel is nagedacht over het theoretische kader van de band. Hoewel dit album volkomen organisch klinkt, en het resultaat is van vele improvisatiesessies, waren er over het idee achter de muziek heel wat discussies. Op caroline klinkt een bepaalde onvrede met de huidige tijd door en een hang naar vrijheid en verandering zijn alomtegenwoordig. Zo horen we op ‘ Good morning (red)’ de geschreeuwde tekst “Can I be happy in this world?” en op openingsnummer ‘Dark Blue’ klinkt “I want it all / so I tell them” als een soort van mantra.
Maar die zoektocht naar vrijheid weerklinkt het beste op muzikaal vlak. Zoals bandlid Freddie Wordsworth zegt: “You feel safer being freer” (uit hetzelfde interview als de link hierboven). We horen op caroline dan ook acht mensen die met dit project een wereld hebben ontworpen waar ze kunnen zijn wie ze willen zijn en kunnen doen wat ze willen doen, ver weg van een weerbarstige realiteit. Het is een unieke wereld vol schoonheid, stilte en hoop, en eentje waar tevens ruimte is voor mespuntjes melancholie, kakofonie en onbehagen. Een parel van een album.
caroline - caroline
Caroline werd in 2017 opgericht door het drietal Jasper Llewellyn, Mike O’Malley en Casper Hughes. In de loop der jaren kwamen er als vanzelf, zonder vooropgezet plan, steeds meer bandleden bij (“maar acht is praktisch gezien wel het maximum”, volgens O’Malley). De meeste bandleden bespelen meerdere instrumenten (we horen bijvoorbeeld naast de standaard drums, gitaar en zang ook nog cello, klarinet, fluit en saxofoon), de invloeden lopen uiteen van folk tot emo tot jazz tot post-punk en sommige nummers op deze debuutplaat vonden hun oorsprong al in 2017. De tien nummers op dit gelijknamige album zijn dan ook het resultaat van jarenlang samen spelen, improviseren en zo organisch mogelijk aanklooien.
Het resultaat is een album dat zich met niets laat vergelijken. Ergens ver weg hoor je misschien wat terug van hun invloeden, maar deze band brengt alle ingrediënten zo samen dat het een geheel eigen universum weet te creëren. Ik lees regelmatig vergelijkingen met het latere werk van Talk Talk, omdat caroline eveneens speelt met stilte en rust om zo ademruimte te bewerkstelligen, maar caroline rekt nog veel verder dan Talk Talk de grenzen van het muzikale op. Van liedjes is hier af en toe nog amper sprake, veel eerder hebben we hier te maken met een volledig intuïtieve collectie van geluiden, wars van conventies en ongeschreven regels.
Toch is caroline lang niet zo ontoegankelijk als je zou denken. Het album is heel slim opgebouwd, waarbij stukken die wel degelijk pakkende melodieën bevatten afgewisseld worden met experimentele uitspattingen. Door die opbouw word je als luisteraar ongemerkt meegezogen in het instinctieve proces van de band. Dit is een volkomen eigenzinnig debuut, maar de band maakt het verdomde makkelijk om de taal die ze spreekt te verstaan.
Dit komt misschien wel omdat er zoveel is nagedacht over het theoretische kader van de band. Hoewel dit album volkomen organisch klinkt, en het resultaat is van vele improvisatiesessies, waren er over het idee achter de muziek heel wat discussies. Op caroline klinkt een bepaalde onvrede met de huidige tijd door en een hang naar vrijheid en verandering zijn alomtegenwoordig. Zo horen we op ‘ Good morning (red)’ de geschreeuwde tekst “Can I be happy in this world?” en op openingsnummer ‘Dark Blue’ klinkt “I want it all / so I tell them” als een soort van mantra.
Maar die zoektocht naar vrijheid weerklinkt het beste op muzikaal vlak. Zoals bandlid Freddie Wordsworth zegt: “You feel safer being freer” (uit hetzelfde interview als de link hierboven). We horen op caroline dan ook acht mensen die met dit project een wereld hebben ontworpen waar ze kunnen zijn wie ze willen zijn en kunnen doen wat ze willen doen, ver weg van een weerbarstige realiteit. Het is een unieke wereld vol schoonheid, stilte en hoop, en eentje waar tevens ruimte is voor mespuntjes melancholie, kakofonie en onbehagen. Een parel van een album.
caroline - caroline
Cecil Taylor - The World of Cecil Taylor (1961)

4,0
0
geplaatst: 7 augustus 2024, 18:03 uur
Pianist Cecil Taylor was samen met Ornette Coleman en John Coltrane belangrijk voor het ontstaan van free-jazz en avant-garde jazz. Op The World of Cecil Taylor horen we iemand die het experiment niet schuwt, maar die toch ook altijd gecontroleerd blijft klinken. Bovendien zorgt een flinke dosis frivoliteit ervoor dat de boel nooit echt ondoordringbaar wordt.
Het is niet verbazingwekkend dat delen van dit album klinken alsof Cecil Taylor de touwtjes flink in handen blijft houden. Alle free jazz is avant-garde jazz, maar niet alle avant-garde jazz is free jazz. Bij avant-garde jazz wordt in sommige gevallen toch wel gebruik gemaakt van vooraf bedachte structuren. Free jazz daarentegen is het genre van de ongebreidelde potentie, waar vooraf niks vaststaat en alles nog kan gebeuren. Het moment geeft in hoe free jazz vorm krijgt. Enkele van deze nummers zijn geïmproviseerd en in één opname op band gezet, maar voor openingsnummer ‘Air’ waren maar liefst 29 takes nodig voordat Taylor tevreden was.
Kleur bekennen
Naast Taylor op piano horen we Buell Neidlinger op bas, Dennis Charles op drums en Archie Shepp op tenorsaxofoon. Die laatste speelt enkel op ‘Air’ en afsluiter ‘Lazy Afternoon’ mee. Je ziet dat de songtitels eigenlijk al wel kleur bekennen: ja, Taylor is op zoek naar de grenzen van zijn instrument, maar toch wordt de luisteraar heel wat ademruimte geboden en is The World of Cecil Taylor lang niet zo hermetisch als andere muziek uit het genre.
Ik houd van alle vier de seizoenen, maar op de een of andere manier is de zomer het enige seizoen waarin ik altijd – ieder jaar weer – verslingerd raak aan een stapeltje albums dat voor mij vanaf dan en voor altijd verbonden blijft aan een specifieke zomer. Dit jaar zijn dat Démarrage van David Douglas & Applescal, Les Chants de l’Aurore van Alcest, See Mi Yah van Rhythm & Sound (ga ik zeker nog bespreken), Ammnesia van Mr. Fingers (ga ik zeker ook nog bespreken) en dit album van Cecil Taylor.
Vakantiegevoel
Deze zomer staat voor mij in het teken van werken en toch al weken met een vakantiegevoel rondlopen. Voor mij past de muziek op dit album daar perfect bij. Er staan nummers op dit album, ‘Port of Call’ vooroplopend, die uitstekend passen bij het feit dat ik met van alles druk ben. Met het maaien, zagen, hakken, sjouwen op werk, met sporten, flink opruimen en spullen uitzoeken, met iedere dag bezig zijn met mijn websites.
En er zijn nummers, zoals ‘This Nearly Was Mine’ en ‘Lazy Afternoon’ die perfect beantwoorden aan dat ultieme lome vakantiegevoel dat ik dus al weken ervaar, terwijl ik eigenlijk toch best druk ben. Op vrije momenten luieren op mijn balkon met een luisterboekje over de koptelefoon, lekker in mijn hobbykamer in mijn luie stoel lezen, bankhangend op televisie kijken naar mensen die zich in het zweet werken voor een medaille, en in mijn luie zetel, met de ogen dicht luisteren naar The World of Cecil Taylor.
Aandacht
Met de ogen dicht inderdaad, want dit album leent zich ervoor om met de volle aandacht bij te blijven. De subtiele overgangen – ik vind bijvoorbeeld het moment dat Archie Shepp op het laatste nummer opeens heel zachtjes gaat spelen echt prachtig – de virtuositeit van Taylor zelf, dit is echt een geweldig album om in concentratie te beluisteren.
Ik weet dat veel van dit soort gewaagdere jazz veel mensen op de zenuwen werkt. Tot die mensen behoorde ik ook ooit, en ik wil zeker wel toegeven dat er inderdaad heel veel jazz is die de grenzen van het luisterbare opzoekt en eroverheen gaat, maar The World of Cecil Taylor hoort voor mij absoluut niet bij het soort jazz dat je dicht bij een zenuwinzinking brengt (maar misschien ben ik ook gewoon wat meer gewend dan een aantal jaar geleden).
Ontspannend
Je zou het niet zeggen, afgaande op het wat bijzondere begin van dit album, maar ik vind dit album juist heel erg ontspannend. Het is misschien gewaagd, maar ontspoort nergens. Op sommige momenten wordt de snelheid en gekte wat opgevoerd, maar het blijft beheerst. Echt spannende en niet fijn in het gehoor liggende stukken zijn er nauwelijks, ik hoor vooral heel veel speelplezier, een aantrekkelijke zelfzekerheid en een heleboel luchtigheid.
Dit is moeilijk klinkende jazz maar laten we er alsteblieft niet al te moeilijk over doen. Gewoon lekker luisteren en genieten, dat is mijn devies, en het zou zomaar ook jouw ultieme zomersoundtrack kunnen worden. Ik word er alleszins enorm vrolijk van en heb deze zomer al heel wat uurtjes in het gezelschap van The World of Cecil Taylor doorgebracht.
blogpost
Het is niet verbazingwekkend dat delen van dit album klinken alsof Cecil Taylor de touwtjes flink in handen blijft houden. Alle free jazz is avant-garde jazz, maar niet alle avant-garde jazz is free jazz. Bij avant-garde jazz wordt in sommige gevallen toch wel gebruik gemaakt van vooraf bedachte structuren. Free jazz daarentegen is het genre van de ongebreidelde potentie, waar vooraf niks vaststaat en alles nog kan gebeuren. Het moment geeft in hoe free jazz vorm krijgt. Enkele van deze nummers zijn geïmproviseerd en in één opname op band gezet, maar voor openingsnummer ‘Air’ waren maar liefst 29 takes nodig voordat Taylor tevreden was.
Kleur bekennen
Naast Taylor op piano horen we Buell Neidlinger op bas, Dennis Charles op drums en Archie Shepp op tenorsaxofoon. Die laatste speelt enkel op ‘Air’ en afsluiter ‘Lazy Afternoon’ mee. Je ziet dat de songtitels eigenlijk al wel kleur bekennen: ja, Taylor is op zoek naar de grenzen van zijn instrument, maar toch wordt de luisteraar heel wat ademruimte geboden en is The World of Cecil Taylor lang niet zo hermetisch als andere muziek uit het genre.
Ik houd van alle vier de seizoenen, maar op de een of andere manier is de zomer het enige seizoen waarin ik altijd – ieder jaar weer – verslingerd raak aan een stapeltje albums dat voor mij vanaf dan en voor altijd verbonden blijft aan een specifieke zomer. Dit jaar zijn dat Démarrage van David Douglas & Applescal, Les Chants de l’Aurore van Alcest, See Mi Yah van Rhythm & Sound (ga ik zeker nog bespreken), Ammnesia van Mr. Fingers (ga ik zeker ook nog bespreken) en dit album van Cecil Taylor.
Vakantiegevoel
Deze zomer staat voor mij in het teken van werken en toch al weken met een vakantiegevoel rondlopen. Voor mij past de muziek op dit album daar perfect bij. Er staan nummers op dit album, ‘Port of Call’ vooroplopend, die uitstekend passen bij het feit dat ik met van alles druk ben. Met het maaien, zagen, hakken, sjouwen op werk, met sporten, flink opruimen en spullen uitzoeken, met iedere dag bezig zijn met mijn websites.
En er zijn nummers, zoals ‘This Nearly Was Mine’ en ‘Lazy Afternoon’ die perfect beantwoorden aan dat ultieme lome vakantiegevoel dat ik dus al weken ervaar, terwijl ik eigenlijk toch best druk ben. Op vrije momenten luieren op mijn balkon met een luisterboekje over de koptelefoon, lekker in mijn hobbykamer in mijn luie stoel lezen, bankhangend op televisie kijken naar mensen die zich in het zweet werken voor een medaille, en in mijn luie zetel, met de ogen dicht luisteren naar The World of Cecil Taylor.
Aandacht
Met de ogen dicht inderdaad, want dit album leent zich ervoor om met de volle aandacht bij te blijven. De subtiele overgangen – ik vind bijvoorbeeld het moment dat Archie Shepp op het laatste nummer opeens heel zachtjes gaat spelen echt prachtig – de virtuositeit van Taylor zelf, dit is echt een geweldig album om in concentratie te beluisteren.
Ik weet dat veel van dit soort gewaagdere jazz veel mensen op de zenuwen werkt. Tot die mensen behoorde ik ook ooit, en ik wil zeker wel toegeven dat er inderdaad heel veel jazz is die de grenzen van het luisterbare opzoekt en eroverheen gaat, maar The World of Cecil Taylor hoort voor mij absoluut niet bij het soort jazz dat je dicht bij een zenuwinzinking brengt (maar misschien ben ik ook gewoon wat meer gewend dan een aantal jaar geleden).
Ontspannend
Je zou het niet zeggen, afgaande op het wat bijzondere begin van dit album, maar ik vind dit album juist heel erg ontspannend. Het is misschien gewaagd, maar ontspoort nergens. Op sommige momenten wordt de snelheid en gekte wat opgevoerd, maar het blijft beheerst. Echt spannende en niet fijn in het gehoor liggende stukken zijn er nauwelijks, ik hoor vooral heel veel speelplezier, een aantrekkelijke zelfzekerheid en een heleboel luchtigheid.
Dit is moeilijk klinkende jazz maar laten we er alsteblieft niet al te moeilijk over doen. Gewoon lekker luisteren en genieten, dat is mijn devies, en het zou zomaar ook jouw ultieme zomersoundtrack kunnen worden. Ik word er alleszins enorm vrolijk van en heb deze zomer al heel wat uurtjes in het gezelschap van The World of Cecil Taylor doorgebracht.
blogpost
Chance the Rapper - Acid Rap (2013)

4,5
2
geplaatst: 31 mei 2023, 20:26 uur
Ooit uitgekomen als mixtape en gratis te downloaden, maar inmiddels ook te vinden op Spotify (met uitzondering van het nummer ‘Juice’ omdat een gebruikte sample van John Lennon niet gecleared is) en Chance the Rapper bracht zelf een vinylversie uit waarvan ik de trotse bezitter ben (en daar staat ‘Juice’ dus wel op, samen met vijf bonustracks). Ik denk dat ik op zich een lichte voorkeur heb voor jaren negentig hiphop, maar dit album is na tien jaar nog steeds onverwoestbaar gebleken en is absoluut één van mijn favoriete albums in het genre.
Trippy
Acid Rap heeft iets heel erg vreemds over zich, maar dat zal niemand verbazen met deze titel en de trippy albumhoes (er werd overigens ook echt lsd gebruikt tijdens het maken van de plaat). Veel nummers klinken nogal off-beat, waarbij het lijkt alsof de raarste geluidjes en samples die men kon vinden aan elkaar geplakt zijn. Maar dit album komt niet alleen maar uit de computer, ‘echte’, organisch klinkende jazzpassages passeren ook veelvuldig de revue.
En dan zijn er nog de vele gekkige ad-libs (voor velen een heikel struikelblok heb ik begrepen, maar het gilletje dat telkens terugkomt vind ik dus echt overheerlijk) die het bevreemdende effect alleen maar verder versterken. En toch, waar sommige hedendaagse acts zich verliezen in het experiment, heeft dit album iets uitermate toegankelijks en gezelligs.
Tegenstellingen
Het computergeproduceerde versus het organische en het experiment versus het toegankelijke zijn slechts twee van de vele tegenstellingen waar het hele album van doortrokken is. Zo zijn er ook nog de tegenstellingen tussen 3. het speelse en het serieuze, 4. de kinderlijke onschuld en het jeugdige rebelse, 5. liedjes die soms een sociaal commentaar zijn, maar ook liedjes die heel persoonlijk en introspectief zijn en 6. het hopeloze en het hoopvolle. En al die tegenstellingen treden telkens in veranderende samenstellingen en verhoudingen op.
En ook de vele gastartiesten (alle vrienden van Chance the Rapper uit thuisstad Chicago spelen wel een rol op dit album) voegen telkens weer een nieuw smaakje toe aan het geheel. Het maakt dit album zo krankzinnig dynamisch dat ik er dus na tien jaar nog steeds niet op uitgeluisterd ben. Een uur ging nog nooit zo snel voorbij, en er vallen me nog steeds wel eens nieuwe of halfvergeten details op. Ik heb het voor de gein even opgezocht en Acid Rap staat gewoon op de derde plek van mijn meest beluisterde albums, gemeten vanaf 2010.
Weemoed
Wat mij het meest aanspreekt zijn de speelsheid, humor en lichtheid waarmee serieuze onderwerpen aangesneden worden, de slimme wordplay waarvan Chance the Rapper zich bedient en waarmee hij met weinig woorden verschillende perspectieven kan bieden en ook vooral het ongebreidelde optimisme dat constant doorschemert, terwijl de duistere kanten van het bestaan ook erkend worden.
Toen ik dit album tien jaar geleden leerde kennen sprak het wazige, druggy aspect heel erg tot me. Ik kon me erg vereenzelvigen met die drang tot geestverruiming die uit het album spreekt, met de behoefte aan intense ervaringen, terwijl je stiekem ook wel weet dat dat geen zoden aan de dijk zet, dat dat absoluut niet leidt tot een bestendig soort geluk, en je met weemoed terugdenkt aan de onschuld van je kindertijd, toen het leven nog zo simpel leek en al die duivelse verlokkingen nog geen rol speelden.
Evenwicht
Als ik er nu naar luister, valt me vooral op hoe al die bovengenoemde tegenstellingen een prachtig evenwicht creëren. En dan doel ik vooral op het feit dat de pijn en het plezier allebei duidelijk en helder en in gelijke mate doorklinken. Al die andere tegenstellingen lijken vooral middelen om die balans tussen het deprimerende en optimistische steeds te bewaren. En die balans, dat is iets waar ik me tegenwoordig veel mee bezig houd en hoe ik het leven ook ervaar: als een reeks gebeurtenissen waarbij de positieve en negatieve zaken prima naast elkaar kunnen bestaan en eigenlijk ook niet zonder elkaar kunnen.
Je zou dus best kunnen beweren dat Acid Rap zo de afgelopen tien jaar met me meegegroeid is en dat is misschien wel het allermooiste aan dit album. Leuk om over tien jaar nogmaals de balans op te maken en te kijken of en hoe mijn waardering zich verder ontwikkeld heeft. En doordat ik dit album wilde bespreken, ben ik gewoon alweer opnieuw verslaafd geraakt aan de heerlijke gekte die dit album is.
Uitbarsting
Jammer dat deze volledig unieke uitbarsting van creativiteit nooit meer geëvenaard werd, maar dat is misschien ook wel wat veel gevraagd. Dit is één van die spaarzame documenten waarop alles samenkwam: visie, emotie, humor en een heleboel mensen die het overduidelijk enorm plezierig vonden om met elkaar samen te werken. De muzikaliteit en het plezier spat van iedere seconde af. En ik draai Acid Rap nog maar weer eens om dat allemaal voor de zoveelste keer maar met evenveel genoegen in me op te zuigen.
Blogpost
Trippy
Acid Rap heeft iets heel erg vreemds over zich, maar dat zal niemand verbazen met deze titel en de trippy albumhoes (er werd overigens ook echt lsd gebruikt tijdens het maken van de plaat). Veel nummers klinken nogal off-beat, waarbij het lijkt alsof de raarste geluidjes en samples die men kon vinden aan elkaar geplakt zijn. Maar dit album komt niet alleen maar uit de computer, ‘echte’, organisch klinkende jazzpassages passeren ook veelvuldig de revue.
En dan zijn er nog de vele gekkige ad-libs (voor velen een heikel struikelblok heb ik begrepen, maar het gilletje dat telkens terugkomt vind ik dus echt overheerlijk) die het bevreemdende effect alleen maar verder versterken. En toch, waar sommige hedendaagse acts zich verliezen in het experiment, heeft dit album iets uitermate toegankelijks en gezelligs.
Tegenstellingen
Het computergeproduceerde versus het organische en het experiment versus het toegankelijke zijn slechts twee van de vele tegenstellingen waar het hele album van doortrokken is. Zo zijn er ook nog de tegenstellingen tussen 3. het speelse en het serieuze, 4. de kinderlijke onschuld en het jeugdige rebelse, 5. liedjes die soms een sociaal commentaar zijn, maar ook liedjes die heel persoonlijk en introspectief zijn en 6. het hopeloze en het hoopvolle. En al die tegenstellingen treden telkens in veranderende samenstellingen en verhoudingen op.
En ook de vele gastartiesten (alle vrienden van Chance the Rapper uit thuisstad Chicago spelen wel een rol op dit album) voegen telkens weer een nieuw smaakje toe aan het geheel. Het maakt dit album zo krankzinnig dynamisch dat ik er dus na tien jaar nog steeds niet op uitgeluisterd ben. Een uur ging nog nooit zo snel voorbij, en er vallen me nog steeds wel eens nieuwe of halfvergeten details op. Ik heb het voor de gein even opgezocht en Acid Rap staat gewoon op de derde plek van mijn meest beluisterde albums, gemeten vanaf 2010.
Weemoed
Wat mij het meest aanspreekt zijn de speelsheid, humor en lichtheid waarmee serieuze onderwerpen aangesneden worden, de slimme wordplay waarvan Chance the Rapper zich bedient en waarmee hij met weinig woorden verschillende perspectieven kan bieden en ook vooral het ongebreidelde optimisme dat constant doorschemert, terwijl de duistere kanten van het bestaan ook erkend worden.
Toen ik dit album tien jaar geleden leerde kennen sprak het wazige, druggy aspect heel erg tot me. Ik kon me erg vereenzelvigen met die drang tot geestverruiming die uit het album spreekt, met de behoefte aan intense ervaringen, terwijl je stiekem ook wel weet dat dat geen zoden aan de dijk zet, dat dat absoluut niet leidt tot een bestendig soort geluk, en je met weemoed terugdenkt aan de onschuld van je kindertijd, toen het leven nog zo simpel leek en al die duivelse verlokkingen nog geen rol speelden.
Evenwicht
Als ik er nu naar luister, valt me vooral op hoe al die bovengenoemde tegenstellingen een prachtig evenwicht creëren. En dan doel ik vooral op het feit dat de pijn en het plezier allebei duidelijk en helder en in gelijke mate doorklinken. Al die andere tegenstellingen lijken vooral middelen om die balans tussen het deprimerende en optimistische steeds te bewaren. En die balans, dat is iets waar ik me tegenwoordig veel mee bezig houd en hoe ik het leven ook ervaar: als een reeks gebeurtenissen waarbij de positieve en negatieve zaken prima naast elkaar kunnen bestaan en eigenlijk ook niet zonder elkaar kunnen.
Je zou dus best kunnen beweren dat Acid Rap zo de afgelopen tien jaar met me meegegroeid is en dat is misschien wel het allermooiste aan dit album. Leuk om over tien jaar nogmaals de balans op te maken en te kijken of en hoe mijn waardering zich verder ontwikkeld heeft. En doordat ik dit album wilde bespreken, ben ik gewoon alweer opnieuw verslaafd geraakt aan de heerlijke gekte die dit album is.
Uitbarsting
Jammer dat deze volledig unieke uitbarsting van creativiteit nooit meer geëvenaard werd, maar dat is misschien ook wel wat veel gevraagd. Dit is één van die spaarzame documenten waarop alles samenkwam: visie, emotie, humor en een heleboel mensen die het overduidelijk enorm plezierig vonden om met elkaar samen te werken. De muzikaliteit en het plezier spat van iedere seconde af. En ik draai Acid Rap nog maar weer eens om dat allemaal voor de zoveelste keer maar met evenveel genoegen in me op te zuigen.
Blogpost
Charlie Mingus - Blues & Roots (1960)

3,0
2
geplaatst: 10 juni 2021, 20:25 uur
madmadders (her)ontdekkingsreis door de sixties en seventies #2: Charles Mingus – Blues & Roots
De1960-toplijst op RYM brengt me naar een album van Charles Mingus dat ik nog niet kende. Ik vind veel van wat ik van de beste man ken goed tot heel goed en dat is maar beter ook, want zijn muziek gaat zeker nog wel een aantal keren langskomen op deze reis.
Nu val ik maar direct met de deur in huis: ik 'voel' deze na best wat luisterbeurten nog niet zo. Ik heb nog niet het perfecte moment gevonden waarop deze het beste tot zijn recht komt. Om nou te zeggen dat het een matig album is, nee, dan zou ik heel erg overdrijven. Het is, zoals hierboven al vaker wordt verkondigd, een heel erg swingend album, maar ik merk dat ik mijn aandacht er niet bij kan houden, dat de muziek te veel naar de achtergrond verdwijnt, terwijl ik er liever helemaal in op wil gaan. Zoals ik bij het vorige besproken album, Giant Steps, iedere noot wilde verkennen, zo voel ik die behoefte totaal niet met dit album. Zo voor op de achtergrond is het prima, maar ik had op meer gehoopt.
Ach ja, kan gebeuren. Niet getreurd, het volgende jazzalbum wacht alweer op me (Sketches of Spain). Wie weet valt het kwartje ooit nog, maar voor nu grijp ik liever naar een Oh Yeah, Pithecanthropus Erectus of natuurlijk The Black Saint and the Sinner Lady terug (Mingus Ah Um zou ik weer eens moeten herluisteren, die voor mijn gevoel magere 3,5* die daar staat dateert alweer van tien jaar terug).
Trouwens, op het eerste nummer zit een paar keer een behoorlijk hinderlijke piep waardoor ik telkens denk dat allerlei elektrische apparaten in mijn huis het begeven. Maar dat terzijde.
Next stop: Miles Davis – Sketches of Spain
De1960-toplijst op RYM brengt me naar een album van Charles Mingus dat ik nog niet kende. Ik vind veel van wat ik van de beste man ken goed tot heel goed en dat is maar beter ook, want zijn muziek gaat zeker nog wel een aantal keren langskomen op deze reis.
Nu val ik maar direct met de deur in huis: ik 'voel' deze na best wat luisterbeurten nog niet zo. Ik heb nog niet het perfecte moment gevonden waarop deze het beste tot zijn recht komt. Om nou te zeggen dat het een matig album is, nee, dan zou ik heel erg overdrijven. Het is, zoals hierboven al vaker wordt verkondigd, een heel erg swingend album, maar ik merk dat ik mijn aandacht er niet bij kan houden, dat de muziek te veel naar de achtergrond verdwijnt, terwijl ik er liever helemaal in op wil gaan. Zoals ik bij het vorige besproken album, Giant Steps, iedere noot wilde verkennen, zo voel ik die behoefte totaal niet met dit album. Zo voor op de achtergrond is het prima, maar ik had op meer gehoopt.
Ach ja, kan gebeuren. Niet getreurd, het volgende jazzalbum wacht alweer op me (Sketches of Spain). Wie weet valt het kwartje ooit nog, maar voor nu grijp ik liever naar een Oh Yeah, Pithecanthropus Erectus of natuurlijk The Black Saint and the Sinner Lady terug (Mingus Ah Um zou ik weer eens moeten herluisteren, die voor mijn gevoel magere 3,5* die daar staat dateert alweer van tien jaar terug).
Trouwens, op het eerste nummer zit een paar keer een behoorlijk hinderlijke piep waardoor ik telkens denk dat allerlei elektrische apparaten in mijn huis het begeven. Maar dat terzijde.
Next stop: Miles Davis – Sketches of Spain
Coil - Musick to Play in the Dark Volume Two (2000)

4,5
6
geplaatst: 7 juni 2022, 18:04 uur
De muziek van Coil was lange tijd niet gemakkelijk om te verkrijgen, en nog steeds is er een heel aantal releases waar je de hoofdprijs voor betaalt. De eerste Musick to Play in the Dark werd enkele jaren geleden echter opnieuw uitgebracht, en enkele weken terug was daar de heruitgave van het tweede deel, die ongeveer samen viel met het aanschaffen van een nieuwe platenspeler en hernieuwde platenverzamelwoede. Dat tweede deel dus direct aangeschaft en het is ongetwijfeld één van de mooiste LP's uit mijn collectie. En als klap op de vuurpijl ben ik dit tweede deel in de afgelopen weken ook nog veel meer gaan waarderen dan ik al deed.
Coil bestond uit een eigenzinnig tweetal dat ergens in het grijze gebied tussen neofolk, dark ambient en industrial opereerde. Ze hadden nog zoveel geweldige muziek kunnen maken, ware het niet dat beide heren veel te vroeg stierven. Ik ben al vanaf mijn tienerjaren onder de indruk van hun muziek en verschillende albums van ze reken ik tot mijn persoonlijke favorieten. Musick to Play in the Dark 2 stond bij mij echter altijd een treetje lager dan het eerste deel, The Ape of Naples en Horse Rotorvator. Nu, na toch wel het herontdekken van dit album, moet ik concluderen dat deze echt niet onderdoet voor die andere favorieten.
Laat ik beginnen met het beschrijven van de uitgave die ik heb. Beide LP's zijn transparant. Op kant 4 staat geen muziek, maar in plaats daarvan zijn er afbeeldingen in het vinyl geëtst. Nergens wordt aangegeven welke kant je eerst moet luisteren, dus je moet maar onthouden dat je eerst de kant met de maan als afbeelding op moet leggen. Het geluid is geweldig. De plaat klinkt ongelooflijk diep en rijk en daarmee wordt het effect van deze muziek alleen maar groter. Dit is echt een uitgave om te koesteren.
De titel van de plaat zegt het al: deze komt het beste tot zijn recht in het donker, het liefst zonder de aanwezigheid van welk achtergrondgeluid dan ook. Op dit album, net als op het eerste deel, horen we dark ambient met stukken spoken word. Je krijgt een heel ongemakkelijk gevoel van deze muziek, en dat is precies de bedoeling. Vergeleken met deel I is dit tweede deel wat subtieler en wat minder expliciet naar, maar deze kruipt uiteindelijk net zo erg onder je huid.
Coil lijkt de luisteraar altijd te willen confronteren met de donkere zijden van het leven en met het feit dat we toch echt ooit zullen sterven. Hoe ga je om met het idee dat je in principe over tien minuten dood kunt neervallen? Hoe ga je om met de onvermijdelijke dood van je ouders? En dat allemaal in een wereld die geen betekenis heeft, die niet de belofte van een hiernamaals in zich heeft. Deze muziek drukt je alvast met de neus op de feiten, brengt geen verstrooiing maar moedigt aan om je open te stellen naar de harde feiten van het leven.
Nu heb ik in mijn leven veel Heidegger, Camus en andere ongezellige filosofen uit de twintigste eeuw gelezen en confronteer ik mezelf graag met die onvermijdelijke zekerheden van het bestaan. Ik vind het dan ook ronduit geweldig dat er een muzikaal collectief was dat duidelijk met eenzelfde houding hun muziek maakte. Ik weet dat veel mensen de muziek van Coil afstotend vinden en er daarom niet graag naar luisteren. Ik ben echter niet bang voor het effect dat deze muziek op me heeft, kan er zelfs zeer van genieten en realiseer me iedere seconde dat ik naar iets heel bijzonders luister. Dat muziek je bang kan maken en je zo'n onbestemd gevoel kan geven (een gevoel dat wat mij betreft het dichtst bij de Heideggeriaanse Angst in de buurt komt), dat is toch iets geweldigs?
Deze plaat kent ook weer zoveel goede momenten. Het slotnummer 'Batwings (A Limnal Hymn)' behoort tot het beste dat het tweetal gemaakt heeft. Ja, het is eng, ja, het is naar, maar tegelijkertijd bewijst Coil dat dit hand in hand kan gaan met een immense schoonheid. Daarnaast is het eerste nummer een fijne binnenkomer. We horen geen muziek, alleen een woord dat herhaald wordt, het is eigenlijk niets en toch sleept het je meteen die donkere sferen binnen. Ook het vervormde “to turn my mind off” aan het einde van het nummer 'Ether' dat zich maar blijft herhalen en steeds verontrustender wordt is een hoogtepunt. Tot slot wil ik de tekst van 'Where Are You?' aanhalen, waarin de levenshouding die ik bespeur bij de heren en die ik zo aantrekkelijk vind het beste naar voren komt. “Where are you? / Are you hiding from me? / Are you still looking for things that no-one else can see? […] Each of us lies bleeding / Our rivers intermingling”
Ik vond het eerste deel van Musick to Play in the Dark altijd de betere van de twee, maar ik kan inmiddels niet meer zo goed kiezen. Juist omdat deze het wat subtieler aanpakt (ja, ik kan begrijpen dat je na alles wat ik over dit album heb verteld nauwelijks kan geloven dat dit de meer subtielere van de twee is) vind ik dat ze eigenlijk wel heel erg goed naast elkaar kunnen bestaan. Het eerste deel heeft misschien wat betere nummers, maar als geheel werkt nummer 2 wel heel erg goed. Beide zijn wat mij betreft meesterwerken. Nu maar snel op zoek naar deel I op vinyl.
Coil - Musick to Play in the Dark 2
Coil bestond uit een eigenzinnig tweetal dat ergens in het grijze gebied tussen neofolk, dark ambient en industrial opereerde. Ze hadden nog zoveel geweldige muziek kunnen maken, ware het niet dat beide heren veel te vroeg stierven. Ik ben al vanaf mijn tienerjaren onder de indruk van hun muziek en verschillende albums van ze reken ik tot mijn persoonlijke favorieten. Musick to Play in the Dark 2 stond bij mij echter altijd een treetje lager dan het eerste deel, The Ape of Naples en Horse Rotorvator. Nu, na toch wel het herontdekken van dit album, moet ik concluderen dat deze echt niet onderdoet voor die andere favorieten.
Laat ik beginnen met het beschrijven van de uitgave die ik heb. Beide LP's zijn transparant. Op kant 4 staat geen muziek, maar in plaats daarvan zijn er afbeeldingen in het vinyl geëtst. Nergens wordt aangegeven welke kant je eerst moet luisteren, dus je moet maar onthouden dat je eerst de kant met de maan als afbeelding op moet leggen. Het geluid is geweldig. De plaat klinkt ongelooflijk diep en rijk en daarmee wordt het effect van deze muziek alleen maar groter. Dit is echt een uitgave om te koesteren.
De titel van de plaat zegt het al: deze komt het beste tot zijn recht in het donker, het liefst zonder de aanwezigheid van welk achtergrondgeluid dan ook. Op dit album, net als op het eerste deel, horen we dark ambient met stukken spoken word. Je krijgt een heel ongemakkelijk gevoel van deze muziek, en dat is precies de bedoeling. Vergeleken met deel I is dit tweede deel wat subtieler en wat minder expliciet naar, maar deze kruipt uiteindelijk net zo erg onder je huid.
Coil lijkt de luisteraar altijd te willen confronteren met de donkere zijden van het leven en met het feit dat we toch echt ooit zullen sterven. Hoe ga je om met het idee dat je in principe over tien minuten dood kunt neervallen? Hoe ga je om met de onvermijdelijke dood van je ouders? En dat allemaal in een wereld die geen betekenis heeft, die niet de belofte van een hiernamaals in zich heeft. Deze muziek drukt je alvast met de neus op de feiten, brengt geen verstrooiing maar moedigt aan om je open te stellen naar de harde feiten van het leven.
Nu heb ik in mijn leven veel Heidegger, Camus en andere ongezellige filosofen uit de twintigste eeuw gelezen en confronteer ik mezelf graag met die onvermijdelijke zekerheden van het bestaan. Ik vind het dan ook ronduit geweldig dat er een muzikaal collectief was dat duidelijk met eenzelfde houding hun muziek maakte. Ik weet dat veel mensen de muziek van Coil afstotend vinden en er daarom niet graag naar luisteren. Ik ben echter niet bang voor het effect dat deze muziek op me heeft, kan er zelfs zeer van genieten en realiseer me iedere seconde dat ik naar iets heel bijzonders luister. Dat muziek je bang kan maken en je zo'n onbestemd gevoel kan geven (een gevoel dat wat mij betreft het dichtst bij de Heideggeriaanse Angst in de buurt komt), dat is toch iets geweldigs?
Deze plaat kent ook weer zoveel goede momenten. Het slotnummer 'Batwings (A Limnal Hymn)' behoort tot het beste dat het tweetal gemaakt heeft. Ja, het is eng, ja, het is naar, maar tegelijkertijd bewijst Coil dat dit hand in hand kan gaan met een immense schoonheid. Daarnaast is het eerste nummer een fijne binnenkomer. We horen geen muziek, alleen een woord dat herhaald wordt, het is eigenlijk niets en toch sleept het je meteen die donkere sferen binnen. Ook het vervormde “to turn my mind off” aan het einde van het nummer 'Ether' dat zich maar blijft herhalen en steeds verontrustender wordt is een hoogtepunt. Tot slot wil ik de tekst van 'Where Are You?' aanhalen, waarin de levenshouding die ik bespeur bij de heren en die ik zo aantrekkelijk vind het beste naar voren komt. “Where are you? / Are you hiding from me? / Are you still looking for things that no-one else can see? […] Each of us lies bleeding / Our rivers intermingling”
Ik vond het eerste deel van Musick to Play in the Dark altijd de betere van de twee, maar ik kan inmiddels niet meer zo goed kiezen. Juist omdat deze het wat subtieler aanpakt (ja, ik kan begrijpen dat je na alles wat ik over dit album heb verteld nauwelijks kan geloven dat dit de meer subtielere van de twee is) vind ik dat ze eigenlijk wel heel erg goed naast elkaar kunnen bestaan. Het eerste deel heeft misschien wat betere nummers, maar als geheel werkt nummer 2 wel heel erg goed. Beide zijn wat mij betreft meesterwerken. Nu maar snel op zoek naar deel I op vinyl.
Coil - Musick to Play in the Dark 2
