Hier kun je zien welke berichten madmadder als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Marc Almond - Vermin in Ermine (1984)

4,0
2
geplaatst: 5 mei 2023, 13:47 uur
Marc Almond was tot een jaar of tien geleden een beetje een muzikale randfiguur in mijn leven. Ik kende hem vooral van zijn interessante samenwerkingen met artiesten die ik hoog heb zitten (Coil, Current 93) en van zijn aanwezigheid in een documentaire over Morrissey. Als iemand zich zo omringt met eigenzinnige en eigenwijze figuren, dan moet de eigen muziek toch ook wel boeiend zijn, was mijn redenering. Na het horen van zijn werk met Soft Cell ontstond een kortstondige obsessie, want dit was inderdaad indrukwekkend. Daarna verdween Almond weer naar de achtergrond (er is ook zoveel mooie muziek om aandacht aan te besteden!), maar toen ik enkele weken terug nietsvermoedend Vermin in Ermine weer eens aanzwengelde, was ik meteen weer ondersteboven van wat ik hoorde.
Vermin in Ermine is Almonds eerste solo-album, maar het is eigenlijk ook een samenwerking met The Willing Sinners, een door hem gevormde band waarmee hij eerder ook al onder de naam Marc and the Mambas muziek maakte. En naast Almond en The Willing Sinners horen we ook nog onder andere saxofoon, trompet, viool, tympani en bouzouki. Het is een bont gezelschap dat we hier opgediend krijgen en op muzikaal vlak is dit inderdaad een bijzonder rijk album te noemen.
Mooi en Krachtig
Spaans aandoende motiefjes lopen als een rode draad door het album heen en door gebruik van cello, viool, saxofoon en trompet worden er zeker ook invloeden vanuit respectievelijk klassiek en jazz geïncorporeerd. Deze wilde combinatie van inspiratiebronnen geeft dit popalbum iets theatraals, potsierlijks zo u wilt, en datzelfde kun je zeggen van de vocalen van Almond, al vind ik ze prachtig meeslepend. Ik kan echt genieten van het feit dat hij ogenschijnlijk zonder enige moeite alle registers openrukt. Wat mij betreft één van de mooiste en krachtigste stemmen in de popmuziek.
Ondanks alle ‘echte’ instrumenten hebben enkele nummers ook een heel mechanisch karakter, zoals we dat kennen van Almonds werk met Soft Cell. Opener ‘Shining Sinners’ doet me bijvoorbeeld denken aan Einstürzende Neubauten, maar dan een versie waarbij de band ‘normale’ instrumenten gebruikt in plaats van winkelwagentjes, fietsbanden en tonnen. Vaak is de percussie vrij stuwend en rechttoe rechtaan, terwijl de verdere muzikale omlijsting vrij overdadig en kitscherig aanvoelt.
Tegenstellingen
Het is wat bevreemdend hoe het theatrale en mechanische hier gecombineerd worden, en de teksten versterken dat gevoel alleen maar. Want Marc Almond zingt wel alsof hij de ster van een grote Broadway-musical is, de songteksten verraden veel eerder een fascinatie voor geweld, verval en smoezeligheid. Als ik de teksten lees, waan ik me in de wereld die men bijvoorbeeld in de film Blade Runner (1982) neerzet: viezig, mistroostig en moreel bankroet.
Vermin in Ermine speelt constant met tegenstellingen en dat maakt dit tot een enorm boeiend album waar bijzonder veel in valt te ontdekken. Het is kitscherig, maar op een heel intelligente en kunstzinnige manier en het is pop, maar wel die van de soort die je bij vlagen heel oncomfortabel laat voelen. Het zijn redenen voor mij om dit als één van de hoogtepunten uit de discografie van Marc Almond te zien (van wat ik tot nu toe ken, heb wel veel, maar nog niet alles gehoord).
Laat
Het is eigenlijk jammer dat ik Almonds muziek relatief laat ontdekte. Ik denk oprecht dat dit een artiest is die misschien Morrissey (mijn muzikale held vanaf mijn vijftiende ongeveer) wel naar de kroon had kunnen steken toen ik tiener was. Maar het mocht niet zo zijn, ik ontdekte Almond toen ik al volwassen was en me niet zo snel meer helemaal verloor in muziek en toen mijn smaak misschien al te veel uitgewaaierd was om lang stil te staan bij één en hetzelfde ding. Maar de afgelopen weken ben ik weer op volle kracht de vreemde wereld van Almond ingeslingerd en blèr ik de teksten weer mee alsof ik een puber ben. Almond is weer even mijn held van het moment, voor zolang het deze keer duurt.
Tot slot: neem vooral ook eens de moeite om de bonusnummers te beluisteren, want daar zitten ook parels tussen. Het is eeuwig zonde bijvoorbeeld dat ‘Split Lip’ niet op de reguliere vinyl-versie te horen is, want dat nummer is één van mijn Almond-favorieten.
Blogpost
Vermin in Ermine is Almonds eerste solo-album, maar het is eigenlijk ook een samenwerking met The Willing Sinners, een door hem gevormde band waarmee hij eerder ook al onder de naam Marc and the Mambas muziek maakte. En naast Almond en The Willing Sinners horen we ook nog onder andere saxofoon, trompet, viool, tympani en bouzouki. Het is een bont gezelschap dat we hier opgediend krijgen en op muzikaal vlak is dit inderdaad een bijzonder rijk album te noemen.
Mooi en Krachtig
Spaans aandoende motiefjes lopen als een rode draad door het album heen en door gebruik van cello, viool, saxofoon en trompet worden er zeker ook invloeden vanuit respectievelijk klassiek en jazz geïncorporeerd. Deze wilde combinatie van inspiratiebronnen geeft dit popalbum iets theatraals, potsierlijks zo u wilt, en datzelfde kun je zeggen van de vocalen van Almond, al vind ik ze prachtig meeslepend. Ik kan echt genieten van het feit dat hij ogenschijnlijk zonder enige moeite alle registers openrukt. Wat mij betreft één van de mooiste en krachtigste stemmen in de popmuziek.
Ondanks alle ‘echte’ instrumenten hebben enkele nummers ook een heel mechanisch karakter, zoals we dat kennen van Almonds werk met Soft Cell. Opener ‘Shining Sinners’ doet me bijvoorbeeld denken aan Einstürzende Neubauten, maar dan een versie waarbij de band ‘normale’ instrumenten gebruikt in plaats van winkelwagentjes, fietsbanden en tonnen. Vaak is de percussie vrij stuwend en rechttoe rechtaan, terwijl de verdere muzikale omlijsting vrij overdadig en kitscherig aanvoelt.
Tegenstellingen
Het is wat bevreemdend hoe het theatrale en mechanische hier gecombineerd worden, en de teksten versterken dat gevoel alleen maar. Want Marc Almond zingt wel alsof hij de ster van een grote Broadway-musical is, de songteksten verraden veel eerder een fascinatie voor geweld, verval en smoezeligheid. Als ik de teksten lees, waan ik me in de wereld die men bijvoorbeeld in de film Blade Runner (1982) neerzet: viezig, mistroostig en moreel bankroet.
Vermin in Ermine speelt constant met tegenstellingen en dat maakt dit tot een enorm boeiend album waar bijzonder veel in valt te ontdekken. Het is kitscherig, maar op een heel intelligente en kunstzinnige manier en het is pop, maar wel die van de soort die je bij vlagen heel oncomfortabel laat voelen. Het zijn redenen voor mij om dit als één van de hoogtepunten uit de discografie van Marc Almond te zien (van wat ik tot nu toe ken, heb wel veel, maar nog niet alles gehoord).
Laat
Het is eigenlijk jammer dat ik Almonds muziek relatief laat ontdekte. Ik denk oprecht dat dit een artiest is die misschien Morrissey (mijn muzikale held vanaf mijn vijftiende ongeveer) wel naar de kroon had kunnen steken toen ik tiener was. Maar het mocht niet zo zijn, ik ontdekte Almond toen ik al volwassen was en me niet zo snel meer helemaal verloor in muziek en toen mijn smaak misschien al te veel uitgewaaierd was om lang stil te staan bij één en hetzelfde ding. Maar de afgelopen weken ben ik weer op volle kracht de vreemde wereld van Almond ingeslingerd en blèr ik de teksten weer mee alsof ik een puber ben. Almond is weer even mijn held van het moment, voor zolang het deze keer duurt.
Tot slot: neem vooral ook eens de moeite om de bonusnummers te beluisteren, want daar zitten ook parels tussen. Het is eeuwig zonde bijvoorbeeld dat ‘Split Lip’ niet op de reguliere vinyl-versie te horen is, want dat nummer is één van mijn Almond-favorieten.
Blogpost
Max Roach - We Insist! Max Roach's Freedom Now Suite (1961)

4,5
6
geplaatst: 28 oktober 2023, 12:15 uur
Soms ontdek je – zelfs na tientallen jaren intensief muziek luisteren – nog eens een album waarvan je denkt: hoe kan het dat deze parel tot nu toe altijd voor me verborgen is gebleven?! Die combinatie van verbazing en blijdschap ervoer ik toen ik We Insist! voor het eerste hoorde. Ik heb dit jaar tientallen albums met releasejaar 1961 (al hanteren verschillende sites verschillende jaartallen, en komt dit album officieel eigenlijk uit 1960) gehoord en dit album is voor mij de mooiste ontdekking die ik heb opgedaan, in de zin dat ik nog nooit van dit album gehoord had en dat het zich direct – zonder enig moment van twijfel – tussen mijn jazzfavorieten heeft genesteld.
We Insist! (met de subtitel: Max Roach’s Freedom Now Suite) is een album vol avant-garde jazz, geschreven door drummer Max Roach en tekstschrijver Oscar Brown. Wat dit album avant-garde maakt? De piano is volledig afwezig in de composities, er zijn passages die volledig geïmproviseerd zijn en de vocalen van Abbey Lincoln (zij zou later trouwen met Max Roach) zijn af en toe nogal excentriek, hier en daar wordt er zelfs geschreeuwd.
Muzikaal protest
Niet erg toegankelijk dus, vandaar ook misschien wel dat dit album vergeleken met de grote jazz-klassiekers uit deze tijd wat onder de radar is gebleven (toch in ieder geval bij mij!). Toch past de gekozen vorm geweldig bij de bezongen inhoud. We Insist! Sluit perfect aan bij het zwarte activisme en de burgerrechtenbeweging uit die tijd. Het project zou eigenlijk bestaan uit één lange compositie en stond gepland voor 1963, precies honderd jaar na de Emancipatieproclamatie door Abraham Lincoln, waarbij Lincoln de slaven uit het zuiden vrij verklaarde.
Door de sit-ins in Greensboro (de hoes van dit album refereert aan die sit-ins, een niet-gewelddadige manier van protest die veel actievoerders adopteerden) en het feit dat de burgerrechtenbeweging snel aan populariteit won, begonnen Roach en Brown aan een nieuw project waar uiteindelijk dit album het resultaat van was. We Insist! lijkt op een prachtige manier het denken en het handelen van die tijd te vangen; ze laat zien en horen hoe men naar vrijheid en rechtvaardigheid smacht en is zelf ook een heel krachtige vorm van muzikaal protest.
Hongerigheid
De vijf nummers op dit album gaan over slavernij, over het onafhankelijk worden van de Afrikaanse staten en het vechten voor gelijke rechten. En voor een dergelijke activistische boodschap, past het dat het muzikaal schuurt en uitdagend is. Een gladgestreken compositie en de overtuigingskracht van de teksten was aan de luisteraar voorbij gaan. De vorm waarvoor men gekozen heeft, eist alle aandacht op, zodanig dat je niet aan de uitgedragen boodschap ontkomt. De gekozen vorm is misschien zelfs onderdeel van het protest.
Zangeres Lincoln en Roach zijn de enigen die we op ieder nummer van deze plaat horen. Onder meer Booker Little, Julian Priester en Coleman Hawkins staan het tweetal op enkele nummers bij. Van het geheel gaat een enorme hongerigheid uit; middels muziek kun je proberen bij te dragen aan een wereld waarin je je ook buiten de muziek vrij kan voelen. En in een wereld waar je al zo lang en op zoveel verschillende manieren met onderdrukking te maken hebt, kun je dankzij muziek je eigen universum creëren waar iedereen compleet vrij is en waar er geen grenzen of wetten zijn waarbinnen je je moet bewegen.
Vrij zijn
In muziek kan alles, en kun je – voor hoe kort ook – die vrijheid waar je zo naar hunkert ervaren. Voor mijn gevoel is dat precies wat je hoort op dit album en het maken van deze muziek is daarmee op zichzelf een vorm van actievoeren geworden; het album toont dat mensen nog zo hard tegengewerkt kunnen worden, maar open, creatieve, sterke geesten vinden altijd hun weg en een manier om vrij te zijn.
Die grenzeloze vrijheid hoor je bijvoorbeeld in het intense, gepijnigde geschreeuw door Lincoln op ‘Triptych: Prayer / Protest / Peace’, sowieso bewijst Lincoln hier wat mij betreft dat ze een geweldig zangeres is die enorm veel gevoel weet te leggen in wat ze zingt (haar solowerk wil ik binnenkort ook nog eens bespreken). Je hoort het in de manier waarop de instrumenten samen spelen; ze lijken allemaal niks te geven om hoe iets zou moeten klinken of hoe iets overkomt bij de luisteraar, er is alleen een oergevoel dat men wil en MOET vormgeven.
Prachtig, doorvoeld statement
En dat oergevoel krijgt vorm op een manier die ook voor buitenstaanders als ik (wit, ruim zestig jaar levend na het opnemen van dit album) te begrijpen is. Ik voel intens mee met alles wat dit album probeert over te brengen en vind het een voorrecht dat ik als luisteraar deelgenoot gemaakt word van deze hartstochtelijke strijd voor bestaansrecht. Het helpt misschien mee dat de dingen waar deze muzikanten voor strijden vandaag de dag nog steeds niet vanzelfsprekend zijn en ik verwacht zo dat over nog eens zestig jaar We Insist! (helaas) nog altijd even urgent zal klinken als toen in 1960 en nu in 2023.
Als je de hedendaagse jazz een beetje in de gaten houdt, dan hoor je waar artiesten als Matana Roberts en Angel Bat Dawid (die ik allebei hoog heb zitten, ze zullen zeker in mijn eindejaarslijstje langskomen) hun inspiratie vandaan gehaald lijken te hebben. Zij leunen qua muzikale methode en boodschap voor mijn gevoel dicht aan bij dit meesterwerk. Tekstueel en muzikaal gezien gewaagd, zo klinkt dit album vandaag de dag nog steeds, maar juist daarom is We Insist! een prachtig, doorvoeld statement dat ook anno nu nog steeds invloedrijk is en nieuwe luisteraars als ik weet te overdonderen.
Blogpost
We Insist! (met de subtitel: Max Roach’s Freedom Now Suite) is een album vol avant-garde jazz, geschreven door drummer Max Roach en tekstschrijver Oscar Brown. Wat dit album avant-garde maakt? De piano is volledig afwezig in de composities, er zijn passages die volledig geïmproviseerd zijn en de vocalen van Abbey Lincoln (zij zou later trouwen met Max Roach) zijn af en toe nogal excentriek, hier en daar wordt er zelfs geschreeuwd.
Muzikaal protest
Niet erg toegankelijk dus, vandaar ook misschien wel dat dit album vergeleken met de grote jazz-klassiekers uit deze tijd wat onder de radar is gebleven (toch in ieder geval bij mij!). Toch past de gekozen vorm geweldig bij de bezongen inhoud. We Insist! Sluit perfect aan bij het zwarte activisme en de burgerrechtenbeweging uit die tijd. Het project zou eigenlijk bestaan uit één lange compositie en stond gepland voor 1963, precies honderd jaar na de Emancipatieproclamatie door Abraham Lincoln, waarbij Lincoln de slaven uit het zuiden vrij verklaarde.
Door de sit-ins in Greensboro (de hoes van dit album refereert aan die sit-ins, een niet-gewelddadige manier van protest die veel actievoerders adopteerden) en het feit dat de burgerrechtenbeweging snel aan populariteit won, begonnen Roach en Brown aan een nieuw project waar uiteindelijk dit album het resultaat van was. We Insist! lijkt op een prachtige manier het denken en het handelen van die tijd te vangen; ze laat zien en horen hoe men naar vrijheid en rechtvaardigheid smacht en is zelf ook een heel krachtige vorm van muzikaal protest.
Hongerigheid
De vijf nummers op dit album gaan over slavernij, over het onafhankelijk worden van de Afrikaanse staten en het vechten voor gelijke rechten. En voor een dergelijke activistische boodschap, past het dat het muzikaal schuurt en uitdagend is. Een gladgestreken compositie en de overtuigingskracht van de teksten was aan de luisteraar voorbij gaan. De vorm waarvoor men gekozen heeft, eist alle aandacht op, zodanig dat je niet aan de uitgedragen boodschap ontkomt. De gekozen vorm is misschien zelfs onderdeel van het protest.
Zangeres Lincoln en Roach zijn de enigen die we op ieder nummer van deze plaat horen. Onder meer Booker Little, Julian Priester en Coleman Hawkins staan het tweetal op enkele nummers bij. Van het geheel gaat een enorme hongerigheid uit; middels muziek kun je proberen bij te dragen aan een wereld waarin je je ook buiten de muziek vrij kan voelen. En in een wereld waar je al zo lang en op zoveel verschillende manieren met onderdrukking te maken hebt, kun je dankzij muziek je eigen universum creëren waar iedereen compleet vrij is en waar er geen grenzen of wetten zijn waarbinnen je je moet bewegen.
Vrij zijn
In muziek kan alles, en kun je – voor hoe kort ook – die vrijheid waar je zo naar hunkert ervaren. Voor mijn gevoel is dat precies wat je hoort op dit album en het maken van deze muziek is daarmee op zichzelf een vorm van actievoeren geworden; het album toont dat mensen nog zo hard tegengewerkt kunnen worden, maar open, creatieve, sterke geesten vinden altijd hun weg en een manier om vrij te zijn.
Die grenzeloze vrijheid hoor je bijvoorbeeld in het intense, gepijnigde geschreeuw door Lincoln op ‘Triptych: Prayer / Protest / Peace’, sowieso bewijst Lincoln hier wat mij betreft dat ze een geweldig zangeres is die enorm veel gevoel weet te leggen in wat ze zingt (haar solowerk wil ik binnenkort ook nog eens bespreken). Je hoort het in de manier waarop de instrumenten samen spelen; ze lijken allemaal niks te geven om hoe iets zou moeten klinken of hoe iets overkomt bij de luisteraar, er is alleen een oergevoel dat men wil en MOET vormgeven.
Prachtig, doorvoeld statement
En dat oergevoel krijgt vorm op een manier die ook voor buitenstaanders als ik (wit, ruim zestig jaar levend na het opnemen van dit album) te begrijpen is. Ik voel intens mee met alles wat dit album probeert over te brengen en vind het een voorrecht dat ik als luisteraar deelgenoot gemaakt word van deze hartstochtelijke strijd voor bestaansrecht. Het helpt misschien mee dat de dingen waar deze muzikanten voor strijden vandaag de dag nog steeds niet vanzelfsprekend zijn en ik verwacht zo dat over nog eens zestig jaar We Insist! (helaas) nog altijd even urgent zal klinken als toen in 1960 en nu in 2023.
Als je de hedendaagse jazz een beetje in de gaten houdt, dan hoor je waar artiesten als Matana Roberts en Angel Bat Dawid (die ik allebei hoog heb zitten, ze zullen zeker in mijn eindejaarslijstje langskomen) hun inspiratie vandaan gehaald lijken te hebben. Zij leunen qua muzikale methode en boodschap voor mijn gevoel dicht aan bij dit meesterwerk. Tekstueel en muzikaal gezien gewaagd, zo klinkt dit album vandaag de dag nog steeds, maar juist daarom is We Insist! een prachtig, doorvoeld statement dat ook anno nu nog steeds invloedrijk is en nieuwe luisteraars als ik weet te overdonderen.
Blogpost
Midori Takada - You Who Are Leaving to Nirvana (2022)

4,0
2
geplaatst: 7 oktober 2022, 21:56 uur
Ik ben ergens tijdens de coronacrisis – tijdens één van de lockdowns – verliefd geworden op Midori Takada's Through the Looking Glass (1983). Het was een baken van hoop en optimisme in een verder sombere periode. Het is ook niet vreemd dat new age de laatste jaren aan een opmars bezig is. Blijkbaar zijn er veel mensen die behoefte hebben aan wat lichtheid nu ze leven in een tijd vol crises.
Through the Looking Glass kun je ook scharen onder de new age en is een geweldige mengeling van rustgevende ambient, hypnotiserende percussie en bevreemdende geluidjes, dat laatste mede dankzij dagelijkse gebruiksvoorwerpen die Takada als instrument gebruikt (zo horen we onder meer cola-flesjes op dit album). Grenzen bestaan er niet voor Takada, alles is mogelijk in haar inspirerende universum. Des te jammer dat deze dame wat betreft het uitbrengen van albums niet zo productief is en haar discografie dus erg klein is. En de albums die ze heeft uitgebracht, zijn ook nog eens niet altijd even makkelijk te beluisteren.
Wat een geweldig nieuws kwam er eerder dit jaar toen ik las dat er maar liefst twee nieuwe albums van Takada aan zaten te komen. Cutting Branches for a Temporary Shelter is een live-registratie, en met dit You Who Are Leaving to Nirvana kwam er zelfs een nieuw studio-album. De albums zijn uitgebracht door WRWTFWW (we release whatever the fuck we want), een label dat sowieso heel veel hulde verdient voor het toegankelijk maken van zoveel Japanse klassiekers. Direct allebei de albums op LP besteld, en sinds ik ze in mijn bezit heb draaien ze beide heel vaak rondjes.
Maar nu even over You Who Are Leaving to Nirvana specifiek. Dit album is een samenwerking tussen Takada en boeddhistische monniken van de Samgha-groep van de school van Koya-san, onder leiding van Syuukoh Ikawa. Allereerst werden de gezangen van deze monniken opgenomen onder toezicht van Takada en op basis van deze opnames voegde ze haar percussie toe.
Het is interessant om te weten dat er bij deze gezangen geen sprake is van een hiërarchie. Iedereen is gelijk, er is niemand die de boel aanstuurt. In overleg worden deze gezangen gecomponeerd, waarbij ieders eigen manier van bidden wordt meegenomen in het geheel. Het is deze werkwijze die deze gezangen hun identiteit geeft.
Het declameren van de teksten gebeurt in de shomyo-stijl, waardoor de gebeden nog sterker gevoeld worden dan wanneer ze gewoon opgezegd zouden worden. Volgens Syuukoh Ikawa begreep Takada het doel van shomyo zo goed dat ze met haar muziek een universum heeft weten te creëren dat helemaal voldoet aan de essentie van shomyo.
Dat moeten we dan maar geloven, wij westerlingen die geen idee hebben van de geschiedenis van shomyo en wat de monniken nu precies zingen. Wat voor mij als westerse luisteraar buiten kijf staat is dat deze gezangen en de percussie van Takada wonderwel samengaan en dat hier een heel organisch klinkend album is neergezet.
De kalmerende new age van Through the Looking Glass is hier ver weg, het is duidelijk dat alles wat hier gezongen en gespeeld wordt de ratio ver te boven gaat en dat dit tevens allemaal van levensbelang is. Takada heeft heel goed aangevoeld wat ervoor nodig is geweest om deze heilige gezangen te vergezellen. Ze heeft zich overduidelijk geschikt in een dienende rol met het doel om deze proclamaties kracht bij te zetten.
Met haar percussie weet ze heel goed de urgentie van deze gebeden te versterken. Het zijn duidelijk de gezangen die hier in het oog springen en Takada's werk bevindt zich meer onder de oppervlakte. Desalniettemin zijn haar composities noodzakelijk om de gewichtigheid van de gezongen gebeden ten volle te ervaren.
Met You Who Are Leaving to Nirvana bewijst Takada wederom dat er voor haar geen grenzen zijn aan wat muziek is en wat niet, dat ze met heel veel stijlen, sferen, achtergronden uit de voeten kan en een drang heeft om zich constant te blijven ontwikkelen. Dat is ook duidelijk hoorbaar op dat andere nieuwe album van Takada, waar ik binnenkort ook een stuk aan zal wijden.
Het is in ieder geval bewonderenswaardig hoe – in een tijd waarin velen van ons vastzitten in een bubbel – Takada telkens naar manieren blijft zoeken om uit die bubbel te breken en zich te laten inspireren door de meest uiteenlopende vormen van denken en muziek, waardoor zij en haar werk nooit stilstaan en er altijd een zeker gevoel van autonomie en ongebondenheid overgebracht wordt. Het maakt dat het voor mij muziek is waar ik eindeloos naar kan luisteren.
Midori Takada - You Who Are Leaving to Nirvana (2022)
Through the Looking Glass kun je ook scharen onder de new age en is een geweldige mengeling van rustgevende ambient, hypnotiserende percussie en bevreemdende geluidjes, dat laatste mede dankzij dagelijkse gebruiksvoorwerpen die Takada als instrument gebruikt (zo horen we onder meer cola-flesjes op dit album). Grenzen bestaan er niet voor Takada, alles is mogelijk in haar inspirerende universum. Des te jammer dat deze dame wat betreft het uitbrengen van albums niet zo productief is en haar discografie dus erg klein is. En de albums die ze heeft uitgebracht, zijn ook nog eens niet altijd even makkelijk te beluisteren.
Wat een geweldig nieuws kwam er eerder dit jaar toen ik las dat er maar liefst twee nieuwe albums van Takada aan zaten te komen. Cutting Branches for a Temporary Shelter is een live-registratie, en met dit You Who Are Leaving to Nirvana kwam er zelfs een nieuw studio-album. De albums zijn uitgebracht door WRWTFWW (we release whatever the fuck we want), een label dat sowieso heel veel hulde verdient voor het toegankelijk maken van zoveel Japanse klassiekers. Direct allebei de albums op LP besteld, en sinds ik ze in mijn bezit heb draaien ze beide heel vaak rondjes.
Maar nu even over You Who Are Leaving to Nirvana specifiek. Dit album is een samenwerking tussen Takada en boeddhistische monniken van de Samgha-groep van de school van Koya-san, onder leiding van Syuukoh Ikawa. Allereerst werden de gezangen van deze monniken opgenomen onder toezicht van Takada en op basis van deze opnames voegde ze haar percussie toe.
Het is interessant om te weten dat er bij deze gezangen geen sprake is van een hiërarchie. Iedereen is gelijk, er is niemand die de boel aanstuurt. In overleg worden deze gezangen gecomponeerd, waarbij ieders eigen manier van bidden wordt meegenomen in het geheel. Het is deze werkwijze die deze gezangen hun identiteit geeft.
Het declameren van de teksten gebeurt in de shomyo-stijl, waardoor de gebeden nog sterker gevoeld worden dan wanneer ze gewoon opgezegd zouden worden. Volgens Syuukoh Ikawa begreep Takada het doel van shomyo zo goed dat ze met haar muziek een universum heeft weten te creëren dat helemaal voldoet aan de essentie van shomyo.
Dat moeten we dan maar geloven, wij westerlingen die geen idee hebben van de geschiedenis van shomyo en wat de monniken nu precies zingen. Wat voor mij als westerse luisteraar buiten kijf staat is dat deze gezangen en de percussie van Takada wonderwel samengaan en dat hier een heel organisch klinkend album is neergezet.
De kalmerende new age van Through the Looking Glass is hier ver weg, het is duidelijk dat alles wat hier gezongen en gespeeld wordt de ratio ver te boven gaat en dat dit tevens allemaal van levensbelang is. Takada heeft heel goed aangevoeld wat ervoor nodig is geweest om deze heilige gezangen te vergezellen. Ze heeft zich overduidelijk geschikt in een dienende rol met het doel om deze proclamaties kracht bij te zetten.
Met haar percussie weet ze heel goed de urgentie van deze gebeden te versterken. Het zijn duidelijk de gezangen die hier in het oog springen en Takada's werk bevindt zich meer onder de oppervlakte. Desalniettemin zijn haar composities noodzakelijk om de gewichtigheid van de gezongen gebeden ten volle te ervaren.
Met You Who Are Leaving to Nirvana bewijst Takada wederom dat er voor haar geen grenzen zijn aan wat muziek is en wat niet, dat ze met heel veel stijlen, sferen, achtergronden uit de voeten kan en een drang heeft om zich constant te blijven ontwikkelen. Dat is ook duidelijk hoorbaar op dat andere nieuwe album van Takada, waar ik binnenkort ook een stuk aan zal wijden.
Het is in ieder geval bewonderenswaardig hoe – in een tijd waarin velen van ons vastzitten in een bubbel – Takada telkens naar manieren blijft zoeken om uit die bubbel te breken en zich te laten inspireren door de meest uiteenlopende vormen van denken en muziek, waardoor zij en haar werk nooit stilstaan en er altijd een zeker gevoel van autonomie en ongebondenheid overgebracht wordt. Het maakt dat het voor mij muziek is waar ik eindeloos naar kan luisteren.
Midori Takada - You Who Are Leaving to Nirvana (2022)
Miles Davis - Sketches of Spain (1960)

4,0
4
geplaatst: 31 juli 2021, 21:35 uur
madmadders (her)ontdekkingsreis door de sixties en seventies #3: Miles Davis – Sketches of Spain
Door allerlei andere hobby's stond het schrijven van stukjes even op een lager pitje, maar ik heb in de afgelopen weken wel heel trouw doorgeluisterd, onder meer naar dit album. Na zo'n vijftien-twintig luisterbeurten moet ik concluderen dat ik erg gecharmeerd ben van de lange nummers, maar dat de korte nummers niet zo'n indruk weten te maken.
Italianen gingen ooit westerns maken, dat heb ik altijd een vrij rare move gevonden, en blijkbaar besloten enkele Amerikanen een aantal decennia geleden een Spaans aandoend jazzalbum te maken. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het gehele album in het begin een beetje cheesy vond klinken (en wederom snap ik de stap niet echt). Alle clichés die je kunt verzinnen als het gaat om Spaanse muziek zitten in deze nummers verstopt en dat maakt het stiekem wel een beetje een potsierlijk gedoetje.
Desalniettemin bleef dat allereerste nummer me op de een of andere manier toch trekken. Het heeft enorme filmische kwaliteiten en als ik me een Spaanse western (waarom ook niet?) voor zou stellen, dan zou dit nummer de sleutelscene mogen vergezellen. Echt een nummer waarbij ik steeds weer opveer als ik het hoor, er zit een enorme spanning en broeierigheid in en er schieten allerlei beelden aan me voorbij als ik het hoor.
Zoals ik al zei, die drie kortere nummers die kunnen me niet echt boeien en vooral 'Will o' the Wisp' vind ik zelfs een beetje irritant. De andere twee storen niet, maar zijn gewoon enkele niemendalletjes die ik niet gemist had, mochten ze de plaat niet hebben gehaald. Gelukkig is daar 'Solea', het slotnummer van ruim een kwartier waarbij voor het eerst de Spaanse invloeden en de jazzelementen op een heel natuurlijke manier samenkomen.
Die twee lange nummers aan het begin en einde maken voor mij echt dit album en zorgen ervoor dat ik hier toch een kleine vier sterren voor over heb. Het zijn twee memorabele songs waar ik in de afgelopen weken best een beetje gehecht aan ben geraakt. Toch weer een mooie ontdekking dus, dit Sketches of Spain, ik had na de eerste luisterbeurt niet gedacht dat ik dat weken later toch zo positief zou zijn.
Next stop: Hank Mobley – Soul Station
Door allerlei andere hobby's stond het schrijven van stukjes even op een lager pitje, maar ik heb in de afgelopen weken wel heel trouw doorgeluisterd, onder meer naar dit album. Na zo'n vijftien-twintig luisterbeurten moet ik concluderen dat ik erg gecharmeerd ben van de lange nummers, maar dat de korte nummers niet zo'n indruk weten te maken.
Italianen gingen ooit westerns maken, dat heb ik altijd een vrij rare move gevonden, en blijkbaar besloten enkele Amerikanen een aantal decennia geleden een Spaans aandoend jazzalbum te maken. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het gehele album in het begin een beetje cheesy vond klinken (en wederom snap ik de stap niet echt). Alle clichés die je kunt verzinnen als het gaat om Spaanse muziek zitten in deze nummers verstopt en dat maakt het stiekem wel een beetje een potsierlijk gedoetje.
Desalniettemin bleef dat allereerste nummer me op de een of andere manier toch trekken. Het heeft enorme filmische kwaliteiten en als ik me een Spaanse western (waarom ook niet?) voor zou stellen, dan zou dit nummer de sleutelscene mogen vergezellen. Echt een nummer waarbij ik steeds weer opveer als ik het hoor, er zit een enorme spanning en broeierigheid in en er schieten allerlei beelden aan me voorbij als ik het hoor.
Zoals ik al zei, die drie kortere nummers die kunnen me niet echt boeien en vooral 'Will o' the Wisp' vind ik zelfs een beetje irritant. De andere twee storen niet, maar zijn gewoon enkele niemendalletjes die ik niet gemist had, mochten ze de plaat niet hebben gehaald. Gelukkig is daar 'Solea', het slotnummer van ruim een kwartier waarbij voor het eerst de Spaanse invloeden en de jazzelementen op een heel natuurlijke manier samenkomen.
Die twee lange nummers aan het begin en einde maken voor mij echt dit album en zorgen ervoor dat ik hier toch een kleine vier sterren voor over heb. Het zijn twee memorabele songs waar ik in de afgelopen weken best een beetje gehecht aan ben geraakt. Toch weer een mooie ontdekking dus, dit Sketches of Spain, ik had na de eerste luisterbeurt niet gedacht dat ik dat weken later toch zo positief zou zijn.
Next stop: Hank Mobley – Soul Station
Misfits - Walk Among Us (1982)

4,0
3
geplaatst: 12 april 2023, 16:58 uur
Iedereen heeft waarschijnlijk wel zo'n band die je leerde kennen op een cruciaal punt in je muzikale ontdekkingsreis en die een hele zwik nieuwe ontdekkingen in gang zette. Voor mij was dat het Amerikaanse AFI. De band maakt wat we met een lelijke term 'alternative rock' noemen, maar de eerdere albums zijn nog erg gegrond in de punkrock, terwijl hun latere albums steeds meer richting emo en pop gaan. Ik was echt bezeten door deze band toen ik een jaar of veertien was. Ik was lid van de fanclub en ik was dag en nacht te vinden op het AFI-forum.
Nog steeds luister ik met veel plezier naar AFI (natuurlijk speelt jeugdsentiment hier een heel grote rol), maar ironisch genoeg zorgde dat fanforum ervoor dat ik muziek ontdekte die eigenlijk nog veel beter was dan de muziek van 'de beste band ooit'. Door te luisteren naar de muziek waar AFI door beïnvloed werd en naar wat medefans verder nog luisterden, ging er echt een wereld voor me open en al snel werd AFI voorbijgestreefd door bands en muzikanten als The Smiths, The Cure, Joy Division, Bauhaus, Placebo, David Bowie, Elliott Smith en Antony & the Johnsons. Ik was altijd al geïnteresseerd geweest in muziek, maar de drang om zoveel mogelijk verschillende muziek te ontdekken en de nieuwsgierigheid om te leren hoe het ene teruggrijpt op het andere, dat is echt dankzij dat forum ontstaan.
Een andere band die erg vaak terugkwam op dat forum was punkband Misfits. Ik moet toegeven dat het geen liefde op het eerste gezicht was, ik vond het stiekem iets te hard, te duister en te veel een rommeltje. Nee, de echte liefde ontstond pas enkele jaren later, toen mijn oren meer gewend waren en ik pas echt kon genieten van de speelsheid die door deze krakkemikkige herrie heen schemert.
Muzikaal rammelt het aan alle kanten, zoals dat hoort bij punk en samen met het bijzondere stemgeluid van Glenn Danzig, de samenzang (iets wat AFI overduidelijk heeft overgenomen van Misfits) en de teksten die geïnspireerd zijn door een heel scala aan sci-fi- en horrorverhalen weet deze band toch een ongelooflijk onweerstaanbaar geluid te brengen. Ik heb sinds het ontdekken van deze band best wat punk gehoord, maar Misfits neemt toch een geheel unieke plek in binnen het genre.
Geen onvrede over politiek en/of maatschappij, geen band die murw geslagen is door het systeem, geen persoonlijk leed dat bezongen wordt, nee, niets van dat alles. Misfits is een ongekend gezellige punkband wiens liedjes zich al heel snel in je hoofd nestelen en uitnodigen tot het bouwen van een feestje. Het is bijna ongelooflijk dat ik in eerste instantie niet kon horen dat deze muziek zoveel plezier uitstraalt.
De discografie van de band is niet al te omvangrijk, zeker niet als je enkel de albums meetelt waarop Glenn Danzig meedoet. Deze beginjaren mét Danzig worden als de jaren van de echte Misfits gezien, alles wat daarna kwam wordt niet heel serieus genomen. Die nieuwere Misfits ken ik dan ook niet, maar alles van Misfits met Glenn Danzig vind ik even leuk.
Ik ben al vrij lang in het bezit van de gehele Misfits-collectie (verpakt in doodskist natuurlijk) en luister eigenlijk altijd Collection I en II of Static Age (opgenomen in 1978 maar pas uitgebracht in 1997), maar een tijdje geleden vond ik het vinyl van Walk Among Us uit 1983 in de afprijsbakken en sindsdien luister ik daar heel veel naar.
Het is het debuut van de band (als je Static Age dus even niet meerekent) en laat precies horen wat er zo onwijs charmant is aan deze band. In nog geen 25 minuten worden er dertien nummers doorheen geramd. De teksten komen allemaal voort uit het kijken van veel te veel horror en science-fiction en hebben iets heerlijk nerderigs. Voor mijn gevoel is bovendien de samenzang op dit album heel nadrukkelijk aanwezig en dat vind ik een groot pluspunt, want het geeft je het gevoel dat je gewoon naast ze staat terwijl ze hun horror punk in één of andere muffe kelder ten gehore brengen. Er gaat saamhorigheid uit van deze muziek: laten we lekker met zijn allen duister doen en niemand die ons wat kan maken! En dan die hoes, die tovert toch direct een glimlach op je gezicht?
Het duurde enkele jaren, maar toen ik een jaar of zeventien was, was ik dan toch ook eindelijk gegrepen door het Misfits-virus. Het was zelfs zo erg dat ik op een gegeven moment ook rondliep met een devilock (het kapsel dat Glenn Danzig vroeger had). Het kapsel is inmiddels weer wat normaler, maar het is niet zo dat de liefde voor deze band ooit is verdwenen. Ik heb zelfs het idee dat die met de jaren steeds sterker wordt, dat ik steeds meer plezier beleef aan deze muziek. En ja, ook daar zit natuurlijk een heel groot deel jeugdsentiment bij, maar het is toch mooi dat ik nog steeds de vruchten pluk van een relatief kortstondige obsessie van bijna twintig jaar geleden. Waar die emo's van AFI niet allemaal goed voor zijn geweest...
Blogpost
Nog steeds luister ik met veel plezier naar AFI (natuurlijk speelt jeugdsentiment hier een heel grote rol), maar ironisch genoeg zorgde dat fanforum ervoor dat ik muziek ontdekte die eigenlijk nog veel beter was dan de muziek van 'de beste band ooit'. Door te luisteren naar de muziek waar AFI door beïnvloed werd en naar wat medefans verder nog luisterden, ging er echt een wereld voor me open en al snel werd AFI voorbijgestreefd door bands en muzikanten als The Smiths, The Cure, Joy Division, Bauhaus, Placebo, David Bowie, Elliott Smith en Antony & the Johnsons. Ik was altijd al geïnteresseerd geweest in muziek, maar de drang om zoveel mogelijk verschillende muziek te ontdekken en de nieuwsgierigheid om te leren hoe het ene teruggrijpt op het andere, dat is echt dankzij dat forum ontstaan.
Een andere band die erg vaak terugkwam op dat forum was punkband Misfits. Ik moet toegeven dat het geen liefde op het eerste gezicht was, ik vond het stiekem iets te hard, te duister en te veel een rommeltje. Nee, de echte liefde ontstond pas enkele jaren later, toen mijn oren meer gewend waren en ik pas echt kon genieten van de speelsheid die door deze krakkemikkige herrie heen schemert.
Muzikaal rammelt het aan alle kanten, zoals dat hoort bij punk en samen met het bijzondere stemgeluid van Glenn Danzig, de samenzang (iets wat AFI overduidelijk heeft overgenomen van Misfits) en de teksten die geïnspireerd zijn door een heel scala aan sci-fi- en horrorverhalen weet deze band toch een ongelooflijk onweerstaanbaar geluid te brengen. Ik heb sinds het ontdekken van deze band best wat punk gehoord, maar Misfits neemt toch een geheel unieke plek in binnen het genre.
Geen onvrede over politiek en/of maatschappij, geen band die murw geslagen is door het systeem, geen persoonlijk leed dat bezongen wordt, nee, niets van dat alles. Misfits is een ongekend gezellige punkband wiens liedjes zich al heel snel in je hoofd nestelen en uitnodigen tot het bouwen van een feestje. Het is bijna ongelooflijk dat ik in eerste instantie niet kon horen dat deze muziek zoveel plezier uitstraalt.
De discografie van de band is niet al te omvangrijk, zeker niet als je enkel de albums meetelt waarop Glenn Danzig meedoet. Deze beginjaren mét Danzig worden als de jaren van de echte Misfits gezien, alles wat daarna kwam wordt niet heel serieus genomen. Die nieuwere Misfits ken ik dan ook niet, maar alles van Misfits met Glenn Danzig vind ik even leuk.
Ik ben al vrij lang in het bezit van de gehele Misfits-collectie (verpakt in doodskist natuurlijk) en luister eigenlijk altijd Collection I en II of Static Age (opgenomen in 1978 maar pas uitgebracht in 1997), maar een tijdje geleden vond ik het vinyl van Walk Among Us uit 1983 in de afprijsbakken en sindsdien luister ik daar heel veel naar.
Het is het debuut van de band (als je Static Age dus even niet meerekent) en laat precies horen wat er zo onwijs charmant is aan deze band. In nog geen 25 minuten worden er dertien nummers doorheen geramd. De teksten komen allemaal voort uit het kijken van veel te veel horror en science-fiction en hebben iets heerlijk nerderigs. Voor mijn gevoel is bovendien de samenzang op dit album heel nadrukkelijk aanwezig en dat vind ik een groot pluspunt, want het geeft je het gevoel dat je gewoon naast ze staat terwijl ze hun horror punk in één of andere muffe kelder ten gehore brengen. Er gaat saamhorigheid uit van deze muziek: laten we lekker met zijn allen duister doen en niemand die ons wat kan maken! En dan die hoes, die tovert toch direct een glimlach op je gezicht?
Het duurde enkele jaren, maar toen ik een jaar of zeventien was, was ik dan toch ook eindelijk gegrepen door het Misfits-virus. Het was zelfs zo erg dat ik op een gegeven moment ook rondliep met een devilock (het kapsel dat Glenn Danzig vroeger had). Het kapsel is inmiddels weer wat normaler, maar het is niet zo dat de liefde voor deze band ooit is verdwenen. Ik heb zelfs het idee dat die met de jaren steeds sterker wordt, dat ik steeds meer plezier beleef aan deze muziek. En ja, ook daar zit natuurlijk een heel groot deel jeugdsentiment bij, maar het is toch mooi dat ik nog steeds de vruchten pluk van een relatief kortstondige obsessie van bijna twintig jaar geleden. Waar die emo's van AFI niet allemaal goed voor zijn geweest...
Blogpost
