Hier kun je zien welke berichten madmadder als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Hank Mobley - Soul Station (1960)

3,5
4
geplaatst: 16 augustus 2021, 20:09 uur
madmadders (her)ontdekkingsreis door de sixties en seventies #4: Hank Mobley – Soul Station
Hank Mobley, ik had er eerlijk gezegd nog nooit van gehoord, maar gezien het mooie gemiddelde en het niet eens geringe aantal stemmen ligt dat vooral heel erg aan mij. Zoals ik eerder al schreef, ik heb nog heel weinig kaas gegeten van jazz en heb op dit vlak echt nog zoveel bij te leren en te horen. Goed, Soul Station dus, het meesterwerk van Mobley?
Dit album staat echt heel erg hoog in de jaren zestig lijst op RateYourMusic, en ik moet eerlijk bekennen, ik snap 'm niet helemaal. Ok, ik hoor dat dit heel erg toegankelijk is en dat het daarom misschien wel een echte crowd pleaser is, maar ik merk bij mezelf vooral dat, ondanks dat het enorm aangenaam klinkt, het vooral langs me heen glijdt.
Ik had de afgelopen weken vooral heel veel moeite gehad om zin te vinden om dit album op te zetten. Het klinkt allemaal best wel generiek en gemakkelijk en ik heb toch overwegend zin in uniek en ingewikkeld. Toch bemerk ik wel bij mezelf dat áls ik een goed moment vond voor Soul Station, dat ik er toch ook best wel van kon genieten.
Zeker zo nu ik op mijn balkon in het avondzonnetje dit stukje zit te tikken, merk ik dat dit album toch wel voor een fijne omkadering zorgt. Mijn probleem met dit album zit 'm niet zozeer in de kwaliteit van de muziek, want die is gewoon goed, maar meer in het feit dat dit een album is dat nergens de aandacht opeist. Eerder zo'n album dat het op de achtergrond heel goed doet, als je ondertussen met andere dingen bezig bent, maar niet echt een album waar je diep in wil duiken en waarbij je elke noot wil ontleden.
Toch voor nu een 3,5*, omdat ik zo lekker in het zonnetje zit en ik me nog best wel een aantal gelegenheden kan voorstellen dat dit album het goed doet.
Next Stop: Wes Montgomery – The Incredible Jazz Guitar of Wes Montgomery
Hank Mobley, ik had er eerlijk gezegd nog nooit van gehoord, maar gezien het mooie gemiddelde en het niet eens geringe aantal stemmen ligt dat vooral heel erg aan mij. Zoals ik eerder al schreef, ik heb nog heel weinig kaas gegeten van jazz en heb op dit vlak echt nog zoveel bij te leren en te horen. Goed, Soul Station dus, het meesterwerk van Mobley?
Dit album staat echt heel erg hoog in de jaren zestig lijst op RateYourMusic, en ik moet eerlijk bekennen, ik snap 'm niet helemaal. Ok, ik hoor dat dit heel erg toegankelijk is en dat het daarom misschien wel een echte crowd pleaser is, maar ik merk bij mezelf vooral dat, ondanks dat het enorm aangenaam klinkt, het vooral langs me heen glijdt.
Ik had de afgelopen weken vooral heel veel moeite gehad om zin te vinden om dit album op te zetten. Het klinkt allemaal best wel generiek en gemakkelijk en ik heb toch overwegend zin in uniek en ingewikkeld. Toch bemerk ik wel bij mezelf dat áls ik een goed moment vond voor Soul Station, dat ik er toch ook best wel van kon genieten.
Zeker zo nu ik op mijn balkon in het avondzonnetje dit stukje zit te tikken, merk ik dat dit album toch wel voor een fijne omkadering zorgt. Mijn probleem met dit album zit 'm niet zozeer in de kwaliteit van de muziek, want die is gewoon goed, maar meer in het feit dat dit een album is dat nergens de aandacht opeist. Eerder zo'n album dat het op de achtergrond heel goed doet, als je ondertussen met andere dingen bezig bent, maar niet echt een album waar je diep in wil duiken en waarbij je elke noot wil ontleden.
Toch voor nu een 3,5*, omdat ik zo lekker in het zonnetje zit en ik me nog best wel een aantal gelegenheden kan voorstellen dat dit album het goed doet.
Next Stop: Wes Montgomery – The Incredible Jazz Guitar of Wes Montgomery
Harold Budd - The Pavilion of Dreams (1978)

4,5
1
geplaatst: 19 september 2023, 14:31 uur
Het is best grappig dat ik nu de tijd rijp vind om eens wat over Harold Budd te schrijven, één van de ambientpioniers en misschien meest bekend door zijn samenwerking met Brian Eno. Het vorige album dat ik besprak was de nieuwe Slowdive, muziek waar ik verliefd op werd door de film Mysterious Skin (2004). Het grappige toeval wil dat het Harold Budd was die samen met Robin Guthrie de officiële score voor die film componeerde (filmmuziek om eveneens verliefd op te worden!).
Het is dan ook maar een kleine stap van de dromerige, zalvende nummers van Slowdive naar de verstilde, serene muziek van Budd. Budd is één van de eerste namen die je tegenkomt als je je eerste stapjes binnen het ambientgenre zet en sinds ik zes jaar geleden verloren raakte in die wereld (ik heb een ambientplaylist met inmiddels bijna 300 uur aan dit soort muziek die ik nog steeds regelmatig aanvul met toffe nieuwe releases), heeft The Pavilion of Dreams uit 1978 altijd tot mijn favorieten van het genre behoort.
Hokje
Al is het moeilijk om dit specifieke album in een hokje te stoppen. Een website als RateYourMusic, die normaal toch wel adequaat is in het classificeren van muziek, heeft het over ambient, minimalism, new age en spiritual jazz. En het klopt allemaal wel, en tegelijkertijd doet iedere classificering dit wonderlijke product tekort (onder welk genre moet ik deze review op deze blog in hemelsnaam onderbrengen?). Het is nu 45 jaar geleden dat dit album uit kwam, en het klinkt anno nu nog steeds buitenaards, uniek en tijdloos.
Hoe klinkt dat dan? Alsof Harold Budd een groep mensen die allemaal uit heel verschillende muzikale werelden komen (we horen onder meer altsaxofoon, piano, harp, diverse percussie-instrumenten en een volwaardig koor) bij elkaar heeft gezet, ze heeft laten improviseren, en toen heeft gezegd: “Ja, ok, zo wil ik dat het klinkt, zo moet het, maar speel het nu eens minimaal vier keer langzamer”.
Vreemd
Het resultaat is een album dat na al die jaren nog steeds zeer vreemd klinkt, maar waar je gaandeweg echt in verdrinkt. De ruim achttien minuten durende openingstrack is meteen een heel krachtig statement waarmee Budd zichzelf heel ver van de pop en rock uit die tijd plaatst, maar wanneer er op de latere nummers ook zang bij komt kijken, krijgt het geheel pas echt iets heel excentrieks en uitzonderlijks.
En toch voelt het allemaal heel organisch aan, heb je geen moment het gevoel dat er een element te horen is dat er eigenlijk niet thuishoort, ga je ongemerkt mee in de bijzondere, maar vreedzame, berustende toon van The Pavilion of Dreams en voor je het weet ben je vijftig minuten verder en ben je diepgaand beraad met jezelf aan het houden over jouw plek in de wereld.
Geluksvogel
Ik woon drie hoog en ben daarmee echt een geluksvogel, want ik heb deze week iedere avond zicht op de meest prachtige zonsondergangen (ja, dit stuk lag al weken klaar om online te zetten). Soms kijk ik in stilte, maar als er muziek is die perfect past bij dit natuurschoon, dan is het wel The Pavilion of Dreams. Het is niet per se zo dat de muziek de zonsondergang nou zoveel mooier maakt of andersom, maar het is vooral zo dat een zonsondergang (mij in ieder geval) enorm uitnodigt tot mijmeren en overdenken, en Pavilion of Dreams creëert met zijn kalmte en sereniteit de perfecte denkruimte voor die mijmeringen.
En dat is waar Brian Eno het over had toen hij het genre ambient ‘uitvond’. Hij wilde, toen hij zijn ‘manifest’ schreef, muziek creëren die iets toevoegde aan een omgeving, die een bepaald moment, een bepaalde plek betekenis gaf en die eveneens kalmte teweegbracht en die je in staat stelde om het bestaan te overpeinzen. Muziek dus die je naar het hier en nu toe trekt, en die je in staat stelt om je vanuit die plek te bezinnen. “And most importantly for me, it has to have something to do with where you are and what you’re there for – flying, floating, and, secretly, flirting with death.” (Lees hier een interessant stukje over zijn visie op het genre.)
Schoolvoorbeeld
Wat dat betreft is The Pavilion of Dreams het schoolvoorbeeld van een goed ambient-album, want het weet precies dat te bewerkstelligen waar Eno op hoopte en het doet dat op een manier die na 45 jaar nog steeds ongeëvenaard is. Er is simpelweg in al die jaren geen album voorbij gekomen dat in muzikaal opzicht lijkt op The Pavilion of Dreams en tegelijkertijd ook op zo’n grootse manier uitnodigt tot reflectie. Het maakt dit album tot één van de hoogtepunten van het genre, waarin alles draait om het zoeken naar nieuwe muzikale manieren om de filosoof in een ieder te doen ontwaken. Heb je interesse in ambient, voeg deze dan stante pede toe aan je luisterlijst.
Blogpost
Het is dan ook maar een kleine stap van de dromerige, zalvende nummers van Slowdive naar de verstilde, serene muziek van Budd. Budd is één van de eerste namen die je tegenkomt als je je eerste stapjes binnen het ambientgenre zet en sinds ik zes jaar geleden verloren raakte in die wereld (ik heb een ambientplaylist met inmiddels bijna 300 uur aan dit soort muziek die ik nog steeds regelmatig aanvul met toffe nieuwe releases), heeft The Pavilion of Dreams uit 1978 altijd tot mijn favorieten van het genre behoort.
Hokje
Al is het moeilijk om dit specifieke album in een hokje te stoppen. Een website als RateYourMusic, die normaal toch wel adequaat is in het classificeren van muziek, heeft het over ambient, minimalism, new age en spiritual jazz. En het klopt allemaal wel, en tegelijkertijd doet iedere classificering dit wonderlijke product tekort (onder welk genre moet ik deze review op deze blog in hemelsnaam onderbrengen?). Het is nu 45 jaar geleden dat dit album uit kwam, en het klinkt anno nu nog steeds buitenaards, uniek en tijdloos.
Hoe klinkt dat dan? Alsof Harold Budd een groep mensen die allemaal uit heel verschillende muzikale werelden komen (we horen onder meer altsaxofoon, piano, harp, diverse percussie-instrumenten en een volwaardig koor) bij elkaar heeft gezet, ze heeft laten improviseren, en toen heeft gezegd: “Ja, ok, zo wil ik dat het klinkt, zo moet het, maar speel het nu eens minimaal vier keer langzamer”.
Vreemd
Het resultaat is een album dat na al die jaren nog steeds zeer vreemd klinkt, maar waar je gaandeweg echt in verdrinkt. De ruim achttien minuten durende openingstrack is meteen een heel krachtig statement waarmee Budd zichzelf heel ver van de pop en rock uit die tijd plaatst, maar wanneer er op de latere nummers ook zang bij komt kijken, krijgt het geheel pas echt iets heel excentrieks en uitzonderlijks.
En toch voelt het allemaal heel organisch aan, heb je geen moment het gevoel dat er een element te horen is dat er eigenlijk niet thuishoort, ga je ongemerkt mee in de bijzondere, maar vreedzame, berustende toon van The Pavilion of Dreams en voor je het weet ben je vijftig minuten verder en ben je diepgaand beraad met jezelf aan het houden over jouw plek in de wereld.
Geluksvogel
Ik woon drie hoog en ben daarmee echt een geluksvogel, want ik heb deze week iedere avond zicht op de meest prachtige zonsondergangen (ja, dit stuk lag al weken klaar om online te zetten). Soms kijk ik in stilte, maar als er muziek is die perfect past bij dit natuurschoon, dan is het wel The Pavilion of Dreams. Het is niet per se zo dat de muziek de zonsondergang nou zoveel mooier maakt of andersom, maar het is vooral zo dat een zonsondergang (mij in ieder geval) enorm uitnodigt tot mijmeren en overdenken, en Pavilion of Dreams creëert met zijn kalmte en sereniteit de perfecte denkruimte voor die mijmeringen.
En dat is waar Brian Eno het over had toen hij het genre ambient ‘uitvond’. Hij wilde, toen hij zijn ‘manifest’ schreef, muziek creëren die iets toevoegde aan een omgeving, die een bepaald moment, een bepaalde plek betekenis gaf en die eveneens kalmte teweegbracht en die je in staat stelde om het bestaan te overpeinzen. Muziek dus die je naar het hier en nu toe trekt, en die je in staat stelt om je vanuit die plek te bezinnen. “And most importantly for me, it has to have something to do with where you are and what you’re there for – flying, floating, and, secretly, flirting with death.” (Lees hier een interessant stukje over zijn visie op het genre.)
Schoolvoorbeeld
Wat dat betreft is The Pavilion of Dreams het schoolvoorbeeld van een goed ambient-album, want het weet precies dat te bewerkstelligen waar Eno op hoopte en het doet dat op een manier die na 45 jaar nog steeds ongeëvenaard is. Er is simpelweg in al die jaren geen album voorbij gekomen dat in muzikaal opzicht lijkt op The Pavilion of Dreams en tegelijkertijd ook op zo’n grootse manier uitnodigt tot reflectie. Het maakt dit album tot één van de hoogtepunten van het genre, waarin alles draait om het zoeken naar nieuwe muzikale manieren om de filosoof in een ieder te doen ontwaken. Heb je interesse in ambient, voeg deze dan stante pede toe aan je luisterlijst.
Blogpost
Hoplites - Paramainoméni (2024)
Alternatieve titel: Παραμαινομένη

4,0
4
geplaatst: 5 juli 2024, 13:43 uur
Eenmansproject Hoplites (ik zal het Latijnse alfabet blijven gebruiken in deze blogpost) bracht vorig jaar maar liefst drie albums uit, maar Paramainoméni van dit jaar is de doorbraak van deze Chinese muzikant. Niet dat Liu Zhenyang ooit stadions en Goffertweiden gaat platspelen, maar in de wereld van de extreme metal heeft Liu nu toch wel voet aan de grond gekregen. En extreem, dat is dit album.
Het eerste wat iedereen zich natuurlijk direct afvraagt: waarom als Chinees je bedienen van het Grieks (zowel in geschrift als in gezang), en dan ook nog het oud-Grieks van Plato en consorten? Liu schijnt een ontzagwekkende talenknobbel te hebben, hij spreekt twaalf talen vloeiend (het verbaast niemand dat deze jongeman tegenwoordig linguïstiek in Parijs studeert), waaronder dus ook oud-Grieks. In eerste instantie komt het gebruik van het oud-Grieks dus vooral voort uit een persoonlijke interesse, maar het helpt wel mee dat Liu zo makkelijker over onderwerpen kan zingen waar de Chinese autoriteiten niet zo blij mee zijn.
Onbegrijpelijk
Welke onderwerpen dat dan zijn? Ik heb werkelijk waar geen idee, mijn oud-Grieks is wat roestig en ik was al blij dat ik het Griekse alfabet nog steeds zo goed ken dat ik in ieder geval de songtitels en songteksten kan lezen zonder dat ik weet wat ze betekenen. Uit artikelen op het internet begrijp ik dat het vooral om maatschappelijk onrecht in China gaat, bijvoorbeeld de manier waarop vrouwen in bepaalde Chinese streken behandeld worden.
Nu boeit dat de gemiddelde luisteraar eigenlijk nauwelijks iets, want de teksten zijn toch volstrekt onbegrijpelijk voor nagenoeg iedereen behalve Liu zelf. Het is vooral het genadeloze geluid waarmee Hoplites indruk weet te maken. Het is moeilijk om de muziek te classificeren; er zijn zeker invloeden uit black metal aanwezig, maar ook dissonante death metal, mathcore en hardcore punk zijn nooit ver weg op Paramainoméni.
Bonte mix
Een bonte mix van invloeden dus die op papier al uiterst extreem lijkt, maar waar Liu zich vooral mee weet te onderscheiden is het feit dat er nauwelijks sprake is van een hapklare liedjesstructuur. De luisteraar krijgt geen enkel houvast bij het luisteren naar de zes nummers op deze plaat, wat ervoor zorgt dat je Paramainoméni tientallen keren kunt horen, maar het toch telkens voelt alsof je er voor de allereerste keer naar luistert.
Dat is aan de ene kant een voordeel, want dit album blijft keer op keer fris klinken. Het maakt iedere luisterbeurt echter ook zeer uitdagend. Na vijftig minuten structuurloze herrie waarbij absoluut niet valt te voorspellen hoe het nummer zich verder zal ontwikkelen, ben je simpel gezegd bekaf. Dan kun je als Liu best wat Griekse folky passages toevoegen, spelen met stilte en af en toe een verdwaalde saxofoon inzetten, maar feit blijft dat menselijke oren het niet erg aantrekkelijk vinden om geen enkel houvast te hebben als ze naar muziek luisteren en dat spanningsbogen en verwachtingspatronen waaraan gehoor gegeven wordt toch wel gewenst zijn.
Moeilijk verteerbaar
Maar nu zijn wij metalluisteraars wel wat gewend. Wij malen niet zo om wat dissonantie, kakafonie of gebrek aan structuur. Iedereen met een voorliefde voor het moeilijk verteerbare doet er goed aan om dit album eens een kans te geven. In een rijke metalen geschiedenis heeft Hoplites toch een eigen plekje weten af te bakenen en iets weten te creëren dat moeilijk met iets anders te vergelijken valt.
Paramainoméni is een groot spervuur aan brute riffs, weirde intermezzo’s en krankzinnig gegrom zonder dat er ook maar ergens een touw aan vast te knopen valt. En hoewel het dodelijk vermoeiend is om ruim vijftig minuten naar deze bak herrie te luisteren – afgaande op het gehijg waarmee het album eindigt gaat het Liu zelf ook allemaal niet in de koude kleren zitten – merk ik wel dat ik steeds weer opnieuw de behoefte voel om me te onderwerpen aan dit sonisch geweld.
Drive
De drive die uitgaat van dit album is simpelweg heerlijk. Er zijn nauwelijks aanknopingspunten in deze composities te vinden, maar toch zorgen het moordende tempo en de creatieve, onverwachte uitspattingen ervoor dat er ook heel veel luisterplezier in dit album ligt. Misschien is dit niet de beste, meest gestroomlijnde, meest evenwichtige metalplaat van het jaar, maar het is alleszins één van de meest wonderlijke extreme metalalbums die ik in de afgelopen jaren heb gehoord.
Blogpost
Het eerste wat iedereen zich natuurlijk direct afvraagt: waarom als Chinees je bedienen van het Grieks (zowel in geschrift als in gezang), en dan ook nog het oud-Grieks van Plato en consorten? Liu schijnt een ontzagwekkende talenknobbel te hebben, hij spreekt twaalf talen vloeiend (het verbaast niemand dat deze jongeman tegenwoordig linguïstiek in Parijs studeert), waaronder dus ook oud-Grieks. In eerste instantie komt het gebruik van het oud-Grieks dus vooral voort uit een persoonlijke interesse, maar het helpt wel mee dat Liu zo makkelijker over onderwerpen kan zingen waar de Chinese autoriteiten niet zo blij mee zijn.
Onbegrijpelijk
Welke onderwerpen dat dan zijn? Ik heb werkelijk waar geen idee, mijn oud-Grieks is wat roestig en ik was al blij dat ik het Griekse alfabet nog steeds zo goed ken dat ik in ieder geval de songtitels en songteksten kan lezen zonder dat ik weet wat ze betekenen. Uit artikelen op het internet begrijp ik dat het vooral om maatschappelijk onrecht in China gaat, bijvoorbeeld de manier waarop vrouwen in bepaalde Chinese streken behandeld worden.
Nu boeit dat de gemiddelde luisteraar eigenlijk nauwelijks iets, want de teksten zijn toch volstrekt onbegrijpelijk voor nagenoeg iedereen behalve Liu zelf. Het is vooral het genadeloze geluid waarmee Hoplites indruk weet te maken. Het is moeilijk om de muziek te classificeren; er zijn zeker invloeden uit black metal aanwezig, maar ook dissonante death metal, mathcore en hardcore punk zijn nooit ver weg op Paramainoméni.
Bonte mix
Een bonte mix van invloeden dus die op papier al uiterst extreem lijkt, maar waar Liu zich vooral mee weet te onderscheiden is het feit dat er nauwelijks sprake is van een hapklare liedjesstructuur. De luisteraar krijgt geen enkel houvast bij het luisteren naar de zes nummers op deze plaat, wat ervoor zorgt dat je Paramainoméni tientallen keren kunt horen, maar het toch telkens voelt alsof je er voor de allereerste keer naar luistert.
Dat is aan de ene kant een voordeel, want dit album blijft keer op keer fris klinken. Het maakt iedere luisterbeurt echter ook zeer uitdagend. Na vijftig minuten structuurloze herrie waarbij absoluut niet valt te voorspellen hoe het nummer zich verder zal ontwikkelen, ben je simpel gezegd bekaf. Dan kun je als Liu best wat Griekse folky passages toevoegen, spelen met stilte en af en toe een verdwaalde saxofoon inzetten, maar feit blijft dat menselijke oren het niet erg aantrekkelijk vinden om geen enkel houvast te hebben als ze naar muziek luisteren en dat spanningsbogen en verwachtingspatronen waaraan gehoor gegeven wordt toch wel gewenst zijn.
Moeilijk verteerbaar
Maar nu zijn wij metalluisteraars wel wat gewend. Wij malen niet zo om wat dissonantie, kakafonie of gebrek aan structuur. Iedereen met een voorliefde voor het moeilijk verteerbare doet er goed aan om dit album eens een kans te geven. In een rijke metalen geschiedenis heeft Hoplites toch een eigen plekje weten af te bakenen en iets weten te creëren dat moeilijk met iets anders te vergelijken valt.
Paramainoméni is een groot spervuur aan brute riffs, weirde intermezzo’s en krankzinnig gegrom zonder dat er ook maar ergens een touw aan vast te knopen valt. En hoewel het dodelijk vermoeiend is om ruim vijftig minuten naar deze bak herrie te luisteren – afgaande op het gehijg waarmee het album eindigt gaat het Liu zelf ook allemaal niet in de koude kleren zitten – merk ik wel dat ik steeds weer opnieuw de behoefte voel om me te onderwerpen aan dit sonisch geweld.
Drive
De drive die uitgaat van dit album is simpelweg heerlijk. Er zijn nauwelijks aanknopingspunten in deze composities te vinden, maar toch zorgen het moordende tempo en de creatieve, onverwachte uitspattingen ervoor dat er ook heel veel luisterplezier in dit album ligt. Misschien is dit niet de beste, meest gestroomlijnde, meest evenwichtige metalplaat van het jaar, maar het is alleszins één van de meest wonderlijke extreme metalalbums die ik in de afgelopen jaren heb gehoord.
Blogpost
