Hier kun je zien welke berichten madmadder als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Shape of Despair - Angels of Distress (2001)

4,0
1
geplaatst: 24 september 2022, 19:07 uur
Shape of Despair – Angels of Distress (2001)
Subgenres: funeral doom
Tip van trebremmit
Ik was al helemaal klaar om een kritisch stukje over dit album te schrijven. Na een aantal keer luisteren viel het kwartje helemaal niet bij dit funeral doom album van de Finse band Shape of Despair. En toen, opeens, op een onbewaakt ogenblik toen het album al bijna afgelopen was, ervoer ik de leegte die de band over probeert te brengen.
Waarom dit album me in het begin zo tegenviel? Ik had bij de term 'funeral doom', het nog langzamere broertje van doom metal, gehoopt op nog iets dat veel langzamer en minimaler was, op iets dat veel extremer was dan het redelijk volle geluid dat we op Angels of Distress te horen krijgen. Ik had me voorbereid op een band die de grenzen van het luisterbare opzocht, maar wat ik hoorde was eigenlijk allemaal nog best wel netjes en gangbaar. Misschien iets te.
Het helpt ook niet mee dat ik al een hele tijd vrij opgewekt ben, en dat de tijden van hevige depressies achter me lijken te liggen. Ik moest echt zoeken naar dat gevoel van het totale niets, het monochroom, de onoverbrugbare kloof tussen jou en de wereld, en pas toen ik weer een klein beetje bij dat gevoel kon, begon ik me verbonden te voelen met de muziek van Shape of Despair en begon ik de pracht in te zien van de manier waarop de band uitzichtloze droevenis uitdrukt.
We horen een loodzwaar geheel waarbij naast de standaard drums, gitaar en bas ook een hoofdrol weggelegd is voor de synthesizer. En warempel, kunnen we in die synthlijnen niet ook een beetje Angelo Badalementi ontwaren, maar dan zonder de humor en lichtheid? Op het eerste nummer bracht de synth me in ieder geval weer helemaal terug naar Twin Peaks, maar dan wel een heel ongezellige versie van het stadje. Ook aan het begin van het zeventien minuten durende '...To Live for My Death...' hoor ik echo's naar die ene geniale score.
Verder springen vooral de vocalen in het oog. We horen niet alleen het diepe gegrom van Pasi Koskinen, maar ook zijn vrouw (? In ieder geval dezelfde achternaam) voegt met haar cleane zang op enkele nummers wat desolate pracht toe aan het geheel. De vocalen en het gebruik van synths heeft wel wat weg van de ethereal wave en darkwave van bijvoorbeeld een Lycia. Op dezelfde manier wordt met schitterende, hemelse elementen iets verschrikkelijk sombers neergezet, maar Shape of Despair schakelt nog enkele versnellingen lager en voegt er elementen uit metal aan toe om het gevoel van zwaarte allesoverheersend te maken.
Liefhebber ben ik ook van de teksten, waar een grote eenzaamheid uit spreekt. De gedachte dat we alleen maar geboren zijn om te sterven zonder dat het leven betekenis heeft is een hardnekkige die vaker terugkomt op dit album en die het beste naar voren komt op het eerder genoemde '...To Live for My Death...' dat om die reden ook mijn favoriet is. Heideggers Sein-zum-Tode is nooit ver weg, maar waar bij Heidegger de angst voor de eindigheid het individu in staat stelt om betekenisvolle keuzes te maken, werkt hier het besef van eindigheid volledig verlammend en wacht men geduldig op het onvermijdelijke einde. Een einde dat amper als verlossing gezien kan worden van een ongelukkig, eenzaam, zinloos leven.
Het vreemde is dat het deprimerende karakter en de traagheid zeer bezwerend werken en dat – als je eenmaal de juiste mindset gevonden hebt voor deze band – een uur aan deprimerende schoonheid niet genoeg blijkt. Ik luister er tegenwoordig altijd Monotony Fields uit 2015 achteraan. Weliswaar met een nieuwe zanger, maar overduidelijk nog steeds een band op de toppen van hun kunnen. En als ik dan nóg langer wil zwelgen in de ellende, dan luister ik ook nog het nieuwste album dat ook gewoon nog steeds erg sterk is. Het is bijna niet meer voor te stellen dat ik in het begin zo kritisch was. Ik heb me nu volledig overgegeven aan de meeslepende, prachtige duisternis die Shape of Despair met deze drie albums neerzet.
Shape of Despair - Angels of Distress (2001)
Subgenres: funeral doom
Tip van trebremmit
Ik was al helemaal klaar om een kritisch stukje over dit album te schrijven. Na een aantal keer luisteren viel het kwartje helemaal niet bij dit funeral doom album van de Finse band Shape of Despair. En toen, opeens, op een onbewaakt ogenblik toen het album al bijna afgelopen was, ervoer ik de leegte die de band over probeert te brengen.
Waarom dit album me in het begin zo tegenviel? Ik had bij de term 'funeral doom', het nog langzamere broertje van doom metal, gehoopt op nog iets dat veel langzamer en minimaler was, op iets dat veel extremer was dan het redelijk volle geluid dat we op Angels of Distress te horen krijgen. Ik had me voorbereid op een band die de grenzen van het luisterbare opzocht, maar wat ik hoorde was eigenlijk allemaal nog best wel netjes en gangbaar. Misschien iets te.
Het helpt ook niet mee dat ik al een hele tijd vrij opgewekt ben, en dat de tijden van hevige depressies achter me lijken te liggen. Ik moest echt zoeken naar dat gevoel van het totale niets, het monochroom, de onoverbrugbare kloof tussen jou en de wereld, en pas toen ik weer een klein beetje bij dat gevoel kon, begon ik me verbonden te voelen met de muziek van Shape of Despair en begon ik de pracht in te zien van de manier waarop de band uitzichtloze droevenis uitdrukt.
We horen een loodzwaar geheel waarbij naast de standaard drums, gitaar en bas ook een hoofdrol weggelegd is voor de synthesizer. En warempel, kunnen we in die synthlijnen niet ook een beetje Angelo Badalementi ontwaren, maar dan zonder de humor en lichtheid? Op het eerste nummer bracht de synth me in ieder geval weer helemaal terug naar Twin Peaks, maar dan wel een heel ongezellige versie van het stadje. Ook aan het begin van het zeventien minuten durende '...To Live for My Death...' hoor ik echo's naar die ene geniale score.
Verder springen vooral de vocalen in het oog. We horen niet alleen het diepe gegrom van Pasi Koskinen, maar ook zijn vrouw (? In ieder geval dezelfde achternaam) voegt met haar cleane zang op enkele nummers wat desolate pracht toe aan het geheel. De vocalen en het gebruik van synths heeft wel wat weg van de ethereal wave en darkwave van bijvoorbeeld een Lycia. Op dezelfde manier wordt met schitterende, hemelse elementen iets verschrikkelijk sombers neergezet, maar Shape of Despair schakelt nog enkele versnellingen lager en voegt er elementen uit metal aan toe om het gevoel van zwaarte allesoverheersend te maken.
Liefhebber ben ik ook van de teksten, waar een grote eenzaamheid uit spreekt. De gedachte dat we alleen maar geboren zijn om te sterven zonder dat het leven betekenis heeft is een hardnekkige die vaker terugkomt op dit album en die het beste naar voren komt op het eerder genoemde '...To Live for My Death...' dat om die reden ook mijn favoriet is. Heideggers Sein-zum-Tode is nooit ver weg, maar waar bij Heidegger de angst voor de eindigheid het individu in staat stelt om betekenisvolle keuzes te maken, werkt hier het besef van eindigheid volledig verlammend en wacht men geduldig op het onvermijdelijke einde. Een einde dat amper als verlossing gezien kan worden van een ongelukkig, eenzaam, zinloos leven.
Het vreemde is dat het deprimerende karakter en de traagheid zeer bezwerend werken en dat – als je eenmaal de juiste mindset gevonden hebt voor deze band – een uur aan deprimerende schoonheid niet genoeg blijkt. Ik luister er tegenwoordig altijd Monotony Fields uit 2015 achteraan. Weliswaar met een nieuwe zanger, maar overduidelijk nog steeds een band op de toppen van hun kunnen. En als ik dan nóg langer wil zwelgen in de ellende, dan luister ik ook nog het nieuwste album dat ook gewoon nog steeds erg sterk is. Het is bijna niet meer voor te stellen dat ik in het begin zo kritisch was. Ik heb me nu volledig overgegeven aan de meeslepende, prachtige duisternis die Shape of Despair met deze drie albums neerzet.
Shape of Despair - Angels of Distress (2001)
Slint - Spiderland (1991)

4,5
5
geplaatst: 16 juli 2022, 15:23 uur
Ik heb een stukje geschreven over dit album, maar in het bijzonder over het 33 1/3 boek over dit album. Het is een beetje een lang stuk dus voor de leesbaarheid hier alleen de eerste paar alinea's en een linkje naar het volledige stuk.
Spiderland van Slint is zo’n album dat iedere zichzelf respecterende muziekliefhebber toch eens gehoord moet hebben. Eind jaren tachtig begon een piepjong viertal met het schrijven van nieuwe muziek. Het album dat uit deze sessies voortvloeide laat nu, dertig jaar later, nog steeds zijn sporen na. Met hun album initieerden ze genres die de namen post-rock, post-hardcore, mathrock en slowcore kregen en vele bands hebben geprobeerd om in de voetsporen van Slint te treden, met wisselend succes.
Het album kwam redelijk vroeg op mijn pad tijdens mijn reis door de wondere wereld van de moderne muziek en ik had direct door dat dit album iets heel bijzonders was. Het echte kwartje viel echter wat later, tijdens mijn studie, en sindsdien prijkt het album in de hogere regionen van mijn top10. Het album heeft een bijna mythische status, niet alleen omdat de muziek zelf volledig uniek is, maar ook vanwege het feit dat dit nog zulke jonge gastjes waren toen ze dit invloedrijke album opnamen en vanwege het feit dat voordat het album goed en wel gereleased was en ze het album live konden spelen, de band uit elkaar viel. De vier leden zouden uitwaaieren naar nieuwe muzikale projecten, waarvan er ook een heel aantal heel erg goed zijn, maar er is in dertig jaar niets voorbijgekomen dat op Spiderland lijkt.
#75 Scott Tennent - Slint's Spiderland (1991)
Spiderland van Slint is zo’n album dat iedere zichzelf respecterende muziekliefhebber toch eens gehoord moet hebben. Eind jaren tachtig begon een piepjong viertal met het schrijven van nieuwe muziek. Het album dat uit deze sessies voortvloeide laat nu, dertig jaar later, nog steeds zijn sporen na. Met hun album initieerden ze genres die de namen post-rock, post-hardcore, mathrock en slowcore kregen en vele bands hebben geprobeerd om in de voetsporen van Slint te treden, met wisselend succes.
Het album kwam redelijk vroeg op mijn pad tijdens mijn reis door de wondere wereld van de moderne muziek en ik had direct door dat dit album iets heel bijzonders was. Het echte kwartje viel echter wat later, tijdens mijn studie, en sindsdien prijkt het album in de hogere regionen van mijn top10. Het album heeft een bijna mythische status, niet alleen omdat de muziek zelf volledig uniek is, maar ook vanwege het feit dat dit nog zulke jonge gastjes waren toen ze dit invloedrijke album opnamen en vanwege het feit dat voordat het album goed en wel gereleased was en ze het album live konden spelen, de band uit elkaar viel. De vier leden zouden uitwaaieren naar nieuwe muzikale projecten, waarvan er ook een heel aantal heel erg goed zijn, maar er is in dertig jaar niets voorbijgekomen dat op Spiderland lijkt.
#75 Scott Tennent - Slint's Spiderland (1991)
Slowdive - Everything Is Alive (2023)

4,5
9
geplaatst: 3 september 2023, 17:57 uur
Ergens in juni kwam ik erachter dat er een nieuw Slowdive op handen was, en sindsdien heb ik de dagen afgeteld naar 1 september. Normaal luister ik geen singles, maar bij ‘Kisses’ kon ik het toch niet laten en dat was een hele geruststelling, want toen wist ik dat het helemaal goed zou komen met dit nieuwe album. Dat vertrouwen was inderdaad helemaal terecht.
Misschien wat meer elektronische accenten dan we gewend zijn, misschien wat verrassende hoofdknikjes richting The Cure, misschien wat meer evenwicht tussen hemelse en aardse composities, maar everything is alive is vooral nog steeds heel erg Slowdive, en dat is het enige wat ik vooraf wenste.
Bijzondere plek
Want Slowdive neemt bij mij een heel bijzondere plek in. Er zijn weinig bands waarmee ik zo’n diepe emotionele connectie voel als met deze band. Souvlaki (1993) hoorde ik voor het eerst in mijn tienerjaren en toen kon ik er niet zoveel mee, maar zo’n tien jaar geleden, na het zien van de prachtige film Mysterious Skin (2004) van Gregg Araki, was ik om en werd ik een trouwe volgeling van de Slowdive-beweging.
Respect
Hoe deze band in ruim dertig jaar een bescheiden maar weergaloos oeuvre heeft opgebouwd, waarbij ieder album heel duidelijk het Slowdive-stempel draagt zonder in herhaling te vallen, hoe ze na een pauze van ruim twintig jaar terugkeerden met een album dat misschien wel de beste uit hun discografie is (al is het wel heel erg moeilijk kiezen), hoe ze met slechts vijf albums in dertig jaar de vaandeldragers van de dream pop zijn geworden, dat dwingt respect af.
Maar zoals ik al zei, mijn liefde voor deze band komt uiteindelijk vooral voort uit wat ik allemaal voel als ik naar Slowdive luister. Heel lang was The Smiths de band waar ik naar greep als ik me niet zo goed voelde, maar sinds een aantal jaren heeft Slowdive dat stokje overgenomen. Er is voor mij geen band die verdriet en lijden op zo’n warme en liefdevolle manier tot uitdrukking brengt, zodat ik me niet alleen begrepen voel door de muziek van Slowdive, maar ik er tegelijkertijd ook enorm door getroost word.
Helend
Er gaat echt een helende werking uit van deze muziek. De dromerige gitaarpartijen stellen me gerust, de mistige waas die over veel van hun nummers ligt is als een warm dekentje dat enorm veel comfort biedt en als ik dan ook nog de zalvende zang van Rachel Goswell en Neil Halstead hoor, dan weet ik zeker dat alles weer goedkomt. Slowdive is ook zo’n beetje de enige band waar de teksten mij niks uitmaken, alles wat die band doet speelt volledig op mijn gevoel zonder enige tussenkomst van het verstand en dat maakt de band voor mij heel bijzonder.
Je kunt van alles aanmerken op dit nieuwe album, misschien wat te veilig, misschien een beetje makkelijk gebruik gemaakt van fade-outs, maar feit is dat de acht nummers wederom dat unieke gevoel weten te bewerkstelligen dat geen enkele andere band voor elkaar weet te krijgen. Iedereen heeft af en toe een rots in de branding, een veilige haven nodig en de muzikale versie daarvan is voor mij ontegenzeggelijk Slowdive. Everything is alive bevestigt wat mij betreft de grootsheid van deze band alleen nog maar meer.
Blogpost
Misschien wat meer elektronische accenten dan we gewend zijn, misschien wat verrassende hoofdknikjes richting The Cure, misschien wat meer evenwicht tussen hemelse en aardse composities, maar everything is alive is vooral nog steeds heel erg Slowdive, en dat is het enige wat ik vooraf wenste.
Bijzondere plek
Want Slowdive neemt bij mij een heel bijzondere plek in. Er zijn weinig bands waarmee ik zo’n diepe emotionele connectie voel als met deze band. Souvlaki (1993) hoorde ik voor het eerst in mijn tienerjaren en toen kon ik er niet zoveel mee, maar zo’n tien jaar geleden, na het zien van de prachtige film Mysterious Skin (2004) van Gregg Araki, was ik om en werd ik een trouwe volgeling van de Slowdive-beweging.
Respect
Hoe deze band in ruim dertig jaar een bescheiden maar weergaloos oeuvre heeft opgebouwd, waarbij ieder album heel duidelijk het Slowdive-stempel draagt zonder in herhaling te vallen, hoe ze na een pauze van ruim twintig jaar terugkeerden met een album dat misschien wel de beste uit hun discografie is (al is het wel heel erg moeilijk kiezen), hoe ze met slechts vijf albums in dertig jaar de vaandeldragers van de dream pop zijn geworden, dat dwingt respect af.
Maar zoals ik al zei, mijn liefde voor deze band komt uiteindelijk vooral voort uit wat ik allemaal voel als ik naar Slowdive luister. Heel lang was The Smiths de band waar ik naar greep als ik me niet zo goed voelde, maar sinds een aantal jaren heeft Slowdive dat stokje overgenomen. Er is voor mij geen band die verdriet en lijden op zo’n warme en liefdevolle manier tot uitdrukking brengt, zodat ik me niet alleen begrepen voel door de muziek van Slowdive, maar ik er tegelijkertijd ook enorm door getroost word.
Helend
Er gaat echt een helende werking uit van deze muziek. De dromerige gitaarpartijen stellen me gerust, de mistige waas die over veel van hun nummers ligt is als een warm dekentje dat enorm veel comfort biedt en als ik dan ook nog de zalvende zang van Rachel Goswell en Neil Halstead hoor, dan weet ik zeker dat alles weer goedkomt. Slowdive is ook zo’n beetje de enige band waar de teksten mij niks uitmaken, alles wat die band doet speelt volledig op mijn gevoel zonder enige tussenkomst van het verstand en dat maakt de band voor mij heel bijzonder.
Je kunt van alles aanmerken op dit nieuwe album, misschien wat te veilig, misschien een beetje makkelijk gebruik gemaakt van fade-outs, maar feit is dat de acht nummers wederom dat unieke gevoel weten te bewerkstelligen dat geen enkele andere band voor elkaar weet te krijgen. Iedereen heeft af en toe een rots in de branding, een veilige haven nodig en de muzikale versie daarvan is voor mij ontegenzeggelijk Slowdive. Everything is alive bevestigt wat mij betreft de grootsheid van deze band alleen nog maar meer.
Blogpost
Smog - A River Ain't Too Much to Love (2005)

4,5
5
geplaatst: 19 mei 2024, 12:15 uur
Toen ik een jaar of zestien was gingen we een weekje naar Gent. Ik had geloof ik net een bijbaantje in een winkel en was al een paar maanden aan het sparen. Volgens de legenden kon je namelijk in Vlaanderen veel betere muziek kopen dan in Nederland. In de eerste de beste platenzaak heb ik direct al mijn opgespaarde geld uitgegeven aan allerlei LP’s die ik nog nooit in Nederland tegen was gekomen. Eentje daarvan was A River Ain’t Too Much to Love van Smog, een singer-songwriter die ik na bijna twintig jaar nog steeds heel erg hoog heb zitten.
Bill Callahan, de man achter Smog (A River Ain’t Too Much to Love is het laatste album onder de naam Smog, hierna zou hij onder zijn eigen naam muziek gaan maken), begon ooit als zolderkamerartiest die met behulp van een zo krakkemikkig mogelijk geluid zijn zielenroerselen en speelse experimenten met de wereld deelde. De zolderkamer maakte op een bepaald moment plaats voor een studio en de experimentele uitspattingen verdwenen bijna geheel, totdat daar enkel de helder opgenomen en prachtige liedjes van Callahan overbleven.
Sober
A River Ain’t Too Much to Love is misschien wel zijn meest sobere plaat. Geen elektrisch versterkte instrumenten, maar vooral akoestische gitaren, een drumstel en enkele extra geluidseffecten en instrumenten die de minimale muzikale aankleding net wat meer diepte geven. Het zorgt ervoor dat de nadruk volledig komt te liggen op de teksten en zang van Callahan, en die zijn zoals altijd een waar genot om naar te luisteren.
De stem van Callahan is er één om spontaan verliefd op te worden. Die zware, rustgevende stem heeft misschien een niet al te groot bereik, maar hij weet er zoveel mee over te brengen. Je hoeft eigenlijk al niet meer naar de teksten te luisteren (al raad ik dat wel enorm aan, want ze zijn prachtig!) om te voelen wat Callahan bedoelt.
The Well
Soms is dat pure pijn (zoals op ‘Palimpsest’), soms is dat de veerkracht om weer op te krabbelen uit diepe dalen en liefde voor de mensen om je heen (zoals op ‘Rock Bottom Riser’), soms is dat lichtheid en humor (zoals op ‘The Well’), soms is dat nostalgie (zoals op ‘Drinking at the Dam’) en soms is dat ontroering om ogenschijnlijk kleine dingen (zoals op ‘Let Me See the Colts’).
Ik wil vooral ‘The Well’ even uitlichten. Je moet namelijk Bill Callahan heten om een zeven minuten durend nummer te schrijven over een druppel water en dat op zo’n manier te doen dat het één van de spannendste en één van de meest komische liedjes is die ik ooit gehoord heb. Het nummer toont bij uitstek waar Callahan zo enorm goed in is, namelijk de aandacht vestigen op zaken waar we normaal aan voorbijgaan. Hij doet dat vervolgens op zo’n meeslepende manier dat de meest onbeduidende dingen opeens extreem relevant lijken.
Hoogstandjes
Als je naar de liedjes van Callahan luistert, is het direct duidelijk dat deze man op een unieke manier naar de wereld om ons heen kijkt en hij bezit de gave om liedjes te schrijven waarbij hij de luisteraar volledig zijn wereld in trekt. En hoewel hij albums heeft waar af en toe een minder nummer op staat, staan er op A River Ain’t Too Much to Love alleen maar hoogstandjes.
Wat zo knap is aan dit album, is dat Callahan met minimale muzikale middelen toch een heel palet aan emoties weet op te roepen. Voor een album dat voornamelijk bestaat uit akoestische gitaar en drums, is A River Ain’t Too Much to Love bijzonder divers te noemen. Bovendien komen alle aspecten van Smogs muziek op dit album voorbij: intelligente teksten, speelse vondsten, een uit duizenden herkenbare stem en simpele doch meeslepende composities, dit album heeft het allemaal.
Ongewoon
In de discografie van Callahan is A River Ain’t Too Much to Love met zijn sobere muzikale aankleding toch wel ongewoon te noemen, maar aan de andere kant: eigenlijk heeft ieder Smog-album wel iets unieks. Dit is in ieder geval samen met Wild Love uit 1997 (die gaat hier zeker ook nog eens besproken worden, en waarop we weer een heel andere Callahan horen), mijn favoriete Callahan-album en een album waar ik na bijna twintig jaar luisteren nog altijd niet op uitgekeken ben.
Dit is misschien het laatste album dat hij maakte onder de naam ‘Smog’, maar hij heeft na dit album onder zijn eigen naam ook nog een hele rits albums gemaakt. Inmiddels telt zijn discografie negentien volwaardige albums (en ook nog een heel aantal EP’s), ze zijn niet allemaal even goed, maar ieder album kent wel enkele nummers die je van de sokken blazen. Maar mocht je een goed instapalbum zoeken, laat dat dan A River Ain’t Too Much to Love zijn. Dit album herbergt alle kenmerken van Callahans muziek in zich en is ook nog eens uitmuntend in de uitvoering.
blogpost
Bill Callahan, de man achter Smog (A River Ain’t Too Much to Love is het laatste album onder de naam Smog, hierna zou hij onder zijn eigen naam muziek gaan maken), begon ooit als zolderkamerartiest die met behulp van een zo krakkemikkig mogelijk geluid zijn zielenroerselen en speelse experimenten met de wereld deelde. De zolderkamer maakte op een bepaald moment plaats voor een studio en de experimentele uitspattingen verdwenen bijna geheel, totdat daar enkel de helder opgenomen en prachtige liedjes van Callahan overbleven.
Sober
A River Ain’t Too Much to Love is misschien wel zijn meest sobere plaat. Geen elektrisch versterkte instrumenten, maar vooral akoestische gitaren, een drumstel en enkele extra geluidseffecten en instrumenten die de minimale muzikale aankleding net wat meer diepte geven. Het zorgt ervoor dat de nadruk volledig komt te liggen op de teksten en zang van Callahan, en die zijn zoals altijd een waar genot om naar te luisteren.
De stem van Callahan is er één om spontaan verliefd op te worden. Die zware, rustgevende stem heeft misschien een niet al te groot bereik, maar hij weet er zoveel mee over te brengen. Je hoeft eigenlijk al niet meer naar de teksten te luisteren (al raad ik dat wel enorm aan, want ze zijn prachtig!) om te voelen wat Callahan bedoelt.
The Well
Soms is dat pure pijn (zoals op ‘Palimpsest’), soms is dat de veerkracht om weer op te krabbelen uit diepe dalen en liefde voor de mensen om je heen (zoals op ‘Rock Bottom Riser’), soms is dat lichtheid en humor (zoals op ‘The Well’), soms is dat nostalgie (zoals op ‘Drinking at the Dam’) en soms is dat ontroering om ogenschijnlijk kleine dingen (zoals op ‘Let Me See the Colts’).
Ik wil vooral ‘The Well’ even uitlichten. Je moet namelijk Bill Callahan heten om een zeven minuten durend nummer te schrijven over een druppel water en dat op zo’n manier te doen dat het één van de spannendste en één van de meest komische liedjes is die ik ooit gehoord heb. Het nummer toont bij uitstek waar Callahan zo enorm goed in is, namelijk de aandacht vestigen op zaken waar we normaal aan voorbijgaan. Hij doet dat vervolgens op zo’n meeslepende manier dat de meest onbeduidende dingen opeens extreem relevant lijken.
Hoogstandjes
Als je naar de liedjes van Callahan luistert, is het direct duidelijk dat deze man op een unieke manier naar de wereld om ons heen kijkt en hij bezit de gave om liedjes te schrijven waarbij hij de luisteraar volledig zijn wereld in trekt. En hoewel hij albums heeft waar af en toe een minder nummer op staat, staan er op A River Ain’t Too Much to Love alleen maar hoogstandjes.
Wat zo knap is aan dit album, is dat Callahan met minimale muzikale middelen toch een heel palet aan emoties weet op te roepen. Voor een album dat voornamelijk bestaat uit akoestische gitaar en drums, is A River Ain’t Too Much to Love bijzonder divers te noemen. Bovendien komen alle aspecten van Smogs muziek op dit album voorbij: intelligente teksten, speelse vondsten, een uit duizenden herkenbare stem en simpele doch meeslepende composities, dit album heeft het allemaal.
Ongewoon
In de discografie van Callahan is A River Ain’t Too Much to Love met zijn sobere muzikale aankleding toch wel ongewoon te noemen, maar aan de andere kant: eigenlijk heeft ieder Smog-album wel iets unieks. Dit is in ieder geval samen met Wild Love uit 1997 (die gaat hier zeker ook nog eens besproken worden, en waarop we weer een heel andere Callahan horen), mijn favoriete Callahan-album en een album waar ik na bijna twintig jaar luisteren nog altijd niet op uitgekeken ben.
Dit is misschien het laatste album dat hij maakte onder de naam ‘Smog’, maar hij heeft na dit album onder zijn eigen naam ook nog een hele rits albums gemaakt. Inmiddels telt zijn discografie negentien volwaardige albums (en ook nog een heel aantal EP’s), ze zijn niet allemaal even goed, maar ieder album kent wel enkele nummers die je van de sokken blazen. Maar mocht je een goed instapalbum zoeken, laat dat dan A River Ain’t Too Much to Love zijn. Dit album herbergt alle kenmerken van Callahans muziek in zich en is ook nog eens uitmuntend in de uitvoering.
blogpost
Suede - Dog Man Star (1994)

3,5
0
geplaatst: 12 juni 2021, 11:36 uur
madmadders loswekende oeuvreverkenningstocht #3: Suede – Dog Man Star
Deel 1
Toen in 2016 Night Thoughts van Suede uitkwam, had ik echt de meest geestdodende kantoorbaan die je je maar kunt voorstellen. Om een uur of 11 al klaar met mijn taken, en dan moest ik de rest van de dag nog door zien te komen, want meer werk was er niet. Night Thoughts heeft me vergezeld tijdens die doodsaaie middagen dat ik enkel maar wat op fora en sociale media rondhing, biddend dat de dag erna beter zou worden (werd het nooit, gelukkig heeft de ellende maar een half jaar geduurd). In die tijd maakte ik de mentale memo dat ik echt eens aan die grote Suede-klassiekers moest. Natuurlijk kwam dat er nooit van, tot nu.
Ik kan me nog wel herinneren dat het even duurde voordat NT landde. Dog Man Star had zelfs nog meer luisterbeurten nodig voor het kwartje viel. MAAR, hij viel, zo ongeveer. Ik moet eerlijk bekennen dat glamrock totaal niet mijn ding is (ik hoop wel dat dat ooit nog gaat komen) en dat hoorde ik in eerste instantie te veel op dit album. Dat zit 'm vooral dan in de zang die me te dramatisch is. Daar kom ik dan weer met mijn hoofd niet bij, want als ik bepaalde stemmen en zangstijlen naast die van Brett Anderson leg, luister ik nog wel naar veel dramatischer gedoe.
In eerste instantie stootte de muziek me wat af, maar ik merkte eigenlijk met iedere keer luisteren dat er weer een liedje bij kwam dat me wel kon bekoren. Inmiddels vind ik de meeste nummers goed en er zijn er nog een paar die ik redelijk vind, maar die, naar ik verwacht, nog meer zullen groeien. Mijn absolute favoriet is denk ik 'Heroine', helemaal raak dat nummer. Daarentegen blijft een 'The Wild Ones' nog een beetje achter bij de rest.
Waar ik eerst afgeschrikt werd door de zang, vind ik dat nu eigenlijk het punt waarop deze band zich het meest onderscheidt. Heerlijk om je mee te laten voeren op de overdramatische en getergde klanken van Anderson. Ik vind NT denk ik nog steeds net iets beter, constanter qua niveau vooral, maar aan de andere kant ben ik nog niet uitgeluisterd op dit album en dat is een goed teken. Ik zet een beetje voorzichtig in, maar 4 sterren stel ik voor de toekomst niet uit.
Next stop: Einstürzende Neubauten – Kollaps
Deel 1
Toen in 2016 Night Thoughts van Suede uitkwam, had ik echt de meest geestdodende kantoorbaan die je je maar kunt voorstellen. Om een uur of 11 al klaar met mijn taken, en dan moest ik de rest van de dag nog door zien te komen, want meer werk was er niet. Night Thoughts heeft me vergezeld tijdens die doodsaaie middagen dat ik enkel maar wat op fora en sociale media rondhing, biddend dat de dag erna beter zou worden (werd het nooit, gelukkig heeft de ellende maar een half jaar geduurd). In die tijd maakte ik de mentale memo dat ik echt eens aan die grote Suede-klassiekers moest. Natuurlijk kwam dat er nooit van, tot nu.
Ik kan me nog wel herinneren dat het even duurde voordat NT landde. Dog Man Star had zelfs nog meer luisterbeurten nodig voor het kwartje viel. MAAR, hij viel, zo ongeveer. Ik moet eerlijk bekennen dat glamrock totaal niet mijn ding is (ik hoop wel dat dat ooit nog gaat komen) en dat hoorde ik in eerste instantie te veel op dit album. Dat zit 'm vooral dan in de zang die me te dramatisch is. Daar kom ik dan weer met mijn hoofd niet bij, want als ik bepaalde stemmen en zangstijlen naast die van Brett Anderson leg, luister ik nog wel naar veel dramatischer gedoe.
In eerste instantie stootte de muziek me wat af, maar ik merkte eigenlijk met iedere keer luisteren dat er weer een liedje bij kwam dat me wel kon bekoren. Inmiddels vind ik de meeste nummers goed en er zijn er nog een paar die ik redelijk vind, maar die, naar ik verwacht, nog meer zullen groeien. Mijn absolute favoriet is denk ik 'Heroine', helemaal raak dat nummer. Daarentegen blijft een 'The Wild Ones' nog een beetje achter bij de rest.
Waar ik eerst afgeschrikt werd door de zang, vind ik dat nu eigenlijk het punt waarop deze band zich het meest onderscheidt. Heerlijk om je mee te laten voeren op de overdramatische en getergde klanken van Anderson. Ik vind NT denk ik nog steeds net iets beter, constanter qua niveau vooral, maar aan de andere kant ben ik nog niet uitgeluisterd op dit album en dat is een goed teken. Ik zet een beetje voorzichtig in, maar 4 sterren stel ik voor de toekomst niet uit.
Next stop: Einstürzende Neubauten – Kollaps
Suffocation - Pierced from Within (1995)

4,0
3
geplaatst: 21 september 2022, 20:22 uur
Suffocation – Pierced from Within (1995)
Subgenres: brutal death metal, technical death metal
Tip van Johnny Marr
Van de verschillende (extreme) metal subgenres vind ik death metal misschien wel het lastigst te doorgronden. Ergens heb ik altijd het idee dat ik het niet helemaal snap, omdat ik niet genoeg weet van alle technische foefjes die veel bands gebruiken. Het lijkt te ingewikkeld in elkaar te zitten voor een leek als ik. En dan zijn er nog de vocalen, die zo ver van het menselijke af lijken te liggen dat het me heel veel jaren heeft gekost om er binding mee te krijgen. Toch heb ik in de afgelopen jaren best wat recente(re) albums ontdekt die me dierbaar zijn geworden. Leuk dus om met dit Pierced from Within van Suffocation wat verder de geschiedenis van de death metal in te duiken.
Ik ben sinds een paar dagen bezitter van Choosing Death, een boek over de geschiedenis van death metal en grindcore. Suffocation staat weliswaar met verschillende albums in de 'essential listening' lijst achterin het boek, maar verder wordt er maar een heel klein alineaatje gewijd aan deze band. Zo maakt het boek zich wel een klein beetje belachelijk (sowieso een tegenvaller in vergelijking met het black metal boek, want er wordt nauwelijks over de muzikale kwaliteiten van de besproken bands gerept), want dit is voor het genre toch een belangrijke band geweest.
Hun geluid zou namelijk een blauwdruk worden voor de death metal zoals we die tegenwoordig nog steeds horen. Ze combineerden bruutheid met techniek en vocalen hadden nog niet eerder zo dierlijk geklonken. Precies het totaalplaatje dus waar ik heel lang moeite mee heb gehad. Maar met mijn inmiddels meer getrainde oren draai ik tegenwoordig (blijkbaar) mijn hand niet meer om voor een potje overweldigende death metal.
Nee, ik heb niet de kennis om de technische vaardigheden van de band op waarde te schatten. Ik hoor wel dat er acrobatische toeren uitgehaald worden op gitaar en drums, maar waar dat 'm precies in zit, geen idee. Ik lees dingen over gitaarstemmingen (dat snap ik dan nog wel, die zijn hier heel laag), maataanduidingen en ingewikkelde drumpatronen en gitaarwerk, maar dat geloof ik allemaal wel. Ik ben nu eenmaal niet iemand die zich op losse elementen richt (misschien vandaar mijn allergie voor gitaarsolo's?), maar zich eerder concentreert op het grotere geheel, en ik realiseer me als ik dit soort muziek hoor dat dat misschien beperkend is.
Echter, ik vrees dat ik weinig aan die ingebakken dispositie kan veranderen, en voor mij is het belangrijkste dat met al die grootse middelen die ik niet snap een gewelddadig harde plaat gemaakt is die me steeds meer in zijn greep houdt. Met iedere luisterbeurt raak ik meer verknocht aan de beestachtige bruutheid die Pierced from Within uitstraalt. Het is vooral de drie-eenheid van snoeihard, compromisloos gebeuk, grunts waarbij je je afvraagt hoe dit uit een mensenlichaam kan komen en de expliciet gore en nare teksten die dit tot een bijna extatische ervaring maken.
Ik houd enorm van grindhouse films en deze muziek valt voor mij qua sfeer in die categorie: gemaakt om te shockeren en gaat vele grenzen over, maar in het extreme geweld en in de extreme toon merk je ook dat je eigen grenzen bevraagd en opgerekt worden en daarin schuilt een heel groot plezier. Bestaat er iets mooiers en interessanters dan met volle teugen genieten van iets dat eigenlijk ronduit verwerpelijk is?
In het geval van Pierced from Within gaat het over het vermoorden van vrouwen (en God?), complottheorieën, de teloorgang van de mensheid en op gewelddadige wijze het heft in eigen handen nemen om je los te maken van de maatschappij. Vooral de expliciet gewelddadige teksten kunnen echt niet, maar ik hang aan Suffocations lippen, hoor. Met een morbide fascinatie zuig ik alles wat deze band te berde brengt op als een spons.
Echt een geweldige ontdekking dit Suffocation. Heb nog twee andere albums gehoord die me ook heel goed bevallen, maar voor mij komt op dit album echt alles samen. Het oudere werk heeft een iets te gare productie (waardoor het muzikale aspect net wat minder overdonderend is), het nieuwere werk brengt dezelfde onderwerpen op een net iets te poëtische wijze, maar op deze heb ik echt helemaal niks aan te merken. Hier draait de eerder genoemde drie-eenheid op volle toeren, met waanzinnig resultaat.
Beoordeling: 4* met zeer aanwezige kans op verhoging
Suffocation - Pierced from Within (1995)
Subgenres: brutal death metal, technical death metal
Tip van Johnny Marr
Van de verschillende (extreme) metal subgenres vind ik death metal misschien wel het lastigst te doorgronden. Ergens heb ik altijd het idee dat ik het niet helemaal snap, omdat ik niet genoeg weet van alle technische foefjes die veel bands gebruiken. Het lijkt te ingewikkeld in elkaar te zitten voor een leek als ik. En dan zijn er nog de vocalen, die zo ver van het menselijke af lijken te liggen dat het me heel veel jaren heeft gekost om er binding mee te krijgen. Toch heb ik in de afgelopen jaren best wat recente(re) albums ontdekt die me dierbaar zijn geworden. Leuk dus om met dit Pierced from Within van Suffocation wat verder de geschiedenis van de death metal in te duiken.
Ik ben sinds een paar dagen bezitter van Choosing Death, een boek over de geschiedenis van death metal en grindcore. Suffocation staat weliswaar met verschillende albums in de 'essential listening' lijst achterin het boek, maar verder wordt er maar een heel klein alineaatje gewijd aan deze band. Zo maakt het boek zich wel een klein beetje belachelijk (sowieso een tegenvaller in vergelijking met het black metal boek, want er wordt nauwelijks over de muzikale kwaliteiten van de besproken bands gerept), want dit is voor het genre toch een belangrijke band geweest.
Hun geluid zou namelijk een blauwdruk worden voor de death metal zoals we die tegenwoordig nog steeds horen. Ze combineerden bruutheid met techniek en vocalen hadden nog niet eerder zo dierlijk geklonken. Precies het totaalplaatje dus waar ik heel lang moeite mee heb gehad. Maar met mijn inmiddels meer getrainde oren draai ik tegenwoordig (blijkbaar) mijn hand niet meer om voor een potje overweldigende death metal.
Nee, ik heb niet de kennis om de technische vaardigheden van de band op waarde te schatten. Ik hoor wel dat er acrobatische toeren uitgehaald worden op gitaar en drums, maar waar dat 'm precies in zit, geen idee. Ik lees dingen over gitaarstemmingen (dat snap ik dan nog wel, die zijn hier heel laag), maataanduidingen en ingewikkelde drumpatronen en gitaarwerk, maar dat geloof ik allemaal wel. Ik ben nu eenmaal niet iemand die zich op losse elementen richt (misschien vandaar mijn allergie voor gitaarsolo's?), maar zich eerder concentreert op het grotere geheel, en ik realiseer me als ik dit soort muziek hoor dat dat misschien beperkend is.
Echter, ik vrees dat ik weinig aan die ingebakken dispositie kan veranderen, en voor mij is het belangrijkste dat met al die grootse middelen die ik niet snap een gewelddadig harde plaat gemaakt is die me steeds meer in zijn greep houdt. Met iedere luisterbeurt raak ik meer verknocht aan de beestachtige bruutheid die Pierced from Within uitstraalt. Het is vooral de drie-eenheid van snoeihard, compromisloos gebeuk, grunts waarbij je je afvraagt hoe dit uit een mensenlichaam kan komen en de expliciet gore en nare teksten die dit tot een bijna extatische ervaring maken.
Ik houd enorm van grindhouse films en deze muziek valt voor mij qua sfeer in die categorie: gemaakt om te shockeren en gaat vele grenzen over, maar in het extreme geweld en in de extreme toon merk je ook dat je eigen grenzen bevraagd en opgerekt worden en daarin schuilt een heel groot plezier. Bestaat er iets mooiers en interessanters dan met volle teugen genieten van iets dat eigenlijk ronduit verwerpelijk is?
In het geval van Pierced from Within gaat het over het vermoorden van vrouwen (en God?), complottheorieën, de teloorgang van de mensheid en op gewelddadige wijze het heft in eigen handen nemen om je los te maken van de maatschappij. Vooral de expliciet gewelddadige teksten kunnen echt niet, maar ik hang aan Suffocations lippen, hoor. Met een morbide fascinatie zuig ik alles wat deze band te berde brengt op als een spons.
Echt een geweldige ontdekking dit Suffocation. Heb nog twee andere albums gehoord die me ook heel goed bevallen, maar voor mij komt op dit album echt alles samen. Het oudere werk heeft een iets te gare productie (waardoor het muzikale aspect net wat minder overdonderend is), het nieuwere werk brengt dezelfde onderwerpen op een net iets te poëtische wijze, maar op deze heb ik echt helemaal niks aan te merken. Hier draait de eerder genoemde drie-eenheid op volle toeren, met waanzinnig resultaat.
Beoordeling: 4* met zeer aanwezige kans op verhoging
Suffocation - Pierced from Within (1995)
Sufjan Stevens - Carrie & Lowell (2015)

4,5
13
geplaatst: 15 juli 2022, 15:42 uur
Het heeft bij mij best wel lang geduurd voordat ik gegrepen werd door de muziek van Sufjan Stevens. Toen ik een beetje serieus muziek begon te luisteren en te ontdekken, was Illinois (2005) nog niet zo lang uit en je kon op het wereldwijde web je kont niet keren of je kwam dit album weer tegen. Nog steeds scoort het album immense gemiddelden op de verschillende beoordelingssites, maar ik kwam er nooit echt in. Ik knapte vooral af op de meer theatrale, drukke nummers en vond het eeuwig zonde dat Stevens er zo vaak voor koos om het motto 'more is more' na te leven. Op dat album stond immers ook 'John Wayne Gacy, Jr.', een klein, intiem liedje dat mij duizendmaal meer beroerde dan de rest van het album.
Ik heb Stevens sinds Illinois nooit echt meer in de gaten gehouden. Het was helaas niets voor mij, zo dacht ik. Totdat ik de film Call Me By Your Name (2017) zag. Ik was totaal overdonderd door de emotionele impact die die film had en dat kwam niet in de laatste plaats door de liedjes van Sufjan Stevens, die hij speciaal voor de film schreef. Dit was hoe ik Stevens wilde horen, net zoals toen op 'John Wayne Gacy, Jr.'. Met minimale middelen wist hij grootse emoties op te roepen. Vooral van 'Mystery of Love' kreeg ik geen genoeg en na vijf jaar is het één van mijn meest gedraaide nummers ooit (bijna 150 keer).
De liedjes uit Call Me By Your Name zetten de muziek van Stevens voor mij in een ander daglicht, alsof ik na al die jaren eindelijk hoorde wat al die andere mensen jaren geleden al in zijn muziek hoorden. Ik besloot me te wagen aan de rest van zijn oeuvre, maar ben eigenlijk blijven hangen bij Carrie & Lowell. Ik wist het meteen bij de eerste luisterbeurt, ongeveer twee jaar geleden: dit was echt het perfecte album van Sufjan Stevens. Wat ik zo goed vond aan 'John Wayne Gacy, Jr.' en de Mystery of Love EP vond ik terug op dit album, en meer.
Stevens schreef het album na de dood van zijn moeder. Zijn moeder verliet Stevens toen hij een jaar was en leed aan depressies, schizofrenie en verslavingen. Carrie & Lowell is Stevens' poging om in het reine te komen met zijn moeders leven en overlijden. De instrumentatie is mooi, maar minimaal en biedt daardoor alle ruimte om te focussen op Stevens' engelachtige zang en wat hij te vertellen heeft.
Wat ik enorm waardeer aan Stevens, en in het bijzonder aan dit album, is dat hij zo enorm eerlijk is en niet bang is om zich uiterst kwetsbaar op te stellen. Carrie & Lowell is daarom ook zo intiem dat het bijna voyeuristisch aanvoelt om ernaar te luisteren. Maar hoewel de relatie tussen Stevens en zijn moeder natuurlijk uniek is, net zoals alle andere moeder-kind-relaties, weet Stevens de luisteraar heel overtuigend deelgenoot te maken en mee te laten voelen met alles wat Stevens bezighoudt met betrekking tot die relatie. Het zorgt voor een goudeerlijk album met een heel aantal ontroerende momenten.
Zo horen we op het eerste nummer al de regels “I forgive you, mother, I can hear you / And I long to be near you” die meteen al aangrijpend zijn en de toon zetten voor de rest van het album. We horen een zoon die eerlijk is over de zorg die hij tekort is gekomen, maar die nooit is opgehouden met verlangen naar de liefde van zijn moeder. Ondanks Stevens' pijn voel je ook een zeker begrip en empathie voor de moeder die op zoveel vlakken niet in staat was dat te geven wat haar kinderen nodig hadden.
Veel jeugdherinneringen passeren de revue, Stevens probeert het verleden van zich af te schudden door zichzelf met een aantal pijnlijke, vormende gebeurtenissen te confronteren en ook niet blind te zijn voor de gevolgen die deze herinneringen op hem hebben gehad. Het is enorm bewonderenswaardig, het pad dat hij hier bewandelt en ik hoop met heel mijn hart dat hij wat heeft gehad aan het schrijven en spelen van deze muziek. Het is een album dat alleszins therapeutisch klinkt.
Voor mij is Carrie & Lowell in ieder geval één van die unieke albums waarbij de immens verdrietige teksten en de minimalistische, maar hemelse muzikale omlijsting elkaar versterken. Als je op de muziek focust, komt het troostrijke en het sprankje licht naar voren, maar als je vervolgens op de teksten focust voel je des te meer mee met de pijn die Stevens tijdens het maken van dit album ervoer. Die vreemde discrepantie maakt dit tot een uitzonderlijk album dat, ondanks het bijna lieflijke geluid, vele, keiharde mokerslagen in zich herbergt.
Sufjan Stevens - Carrie & Lowell
Ik heb Stevens sinds Illinois nooit echt meer in de gaten gehouden. Het was helaas niets voor mij, zo dacht ik. Totdat ik de film Call Me By Your Name (2017) zag. Ik was totaal overdonderd door de emotionele impact die die film had en dat kwam niet in de laatste plaats door de liedjes van Sufjan Stevens, die hij speciaal voor de film schreef. Dit was hoe ik Stevens wilde horen, net zoals toen op 'John Wayne Gacy, Jr.'. Met minimale middelen wist hij grootse emoties op te roepen. Vooral van 'Mystery of Love' kreeg ik geen genoeg en na vijf jaar is het één van mijn meest gedraaide nummers ooit (bijna 150 keer).
De liedjes uit Call Me By Your Name zetten de muziek van Stevens voor mij in een ander daglicht, alsof ik na al die jaren eindelijk hoorde wat al die andere mensen jaren geleden al in zijn muziek hoorden. Ik besloot me te wagen aan de rest van zijn oeuvre, maar ben eigenlijk blijven hangen bij Carrie & Lowell. Ik wist het meteen bij de eerste luisterbeurt, ongeveer twee jaar geleden: dit was echt het perfecte album van Sufjan Stevens. Wat ik zo goed vond aan 'John Wayne Gacy, Jr.' en de Mystery of Love EP vond ik terug op dit album, en meer.
Stevens schreef het album na de dood van zijn moeder. Zijn moeder verliet Stevens toen hij een jaar was en leed aan depressies, schizofrenie en verslavingen. Carrie & Lowell is Stevens' poging om in het reine te komen met zijn moeders leven en overlijden. De instrumentatie is mooi, maar minimaal en biedt daardoor alle ruimte om te focussen op Stevens' engelachtige zang en wat hij te vertellen heeft.
Wat ik enorm waardeer aan Stevens, en in het bijzonder aan dit album, is dat hij zo enorm eerlijk is en niet bang is om zich uiterst kwetsbaar op te stellen. Carrie & Lowell is daarom ook zo intiem dat het bijna voyeuristisch aanvoelt om ernaar te luisteren. Maar hoewel de relatie tussen Stevens en zijn moeder natuurlijk uniek is, net zoals alle andere moeder-kind-relaties, weet Stevens de luisteraar heel overtuigend deelgenoot te maken en mee te laten voelen met alles wat Stevens bezighoudt met betrekking tot die relatie. Het zorgt voor een goudeerlijk album met een heel aantal ontroerende momenten.
Zo horen we op het eerste nummer al de regels “I forgive you, mother, I can hear you / And I long to be near you” die meteen al aangrijpend zijn en de toon zetten voor de rest van het album. We horen een zoon die eerlijk is over de zorg die hij tekort is gekomen, maar die nooit is opgehouden met verlangen naar de liefde van zijn moeder. Ondanks Stevens' pijn voel je ook een zeker begrip en empathie voor de moeder die op zoveel vlakken niet in staat was dat te geven wat haar kinderen nodig hadden.
Veel jeugdherinneringen passeren de revue, Stevens probeert het verleden van zich af te schudden door zichzelf met een aantal pijnlijke, vormende gebeurtenissen te confronteren en ook niet blind te zijn voor de gevolgen die deze herinneringen op hem hebben gehad. Het is enorm bewonderenswaardig, het pad dat hij hier bewandelt en ik hoop met heel mijn hart dat hij wat heeft gehad aan het schrijven en spelen van deze muziek. Het is een album dat alleszins therapeutisch klinkt.
Voor mij is Carrie & Lowell in ieder geval één van die unieke albums waarbij de immens verdrietige teksten en de minimalistische, maar hemelse muzikale omlijsting elkaar versterken. Als je op de muziek focust, komt het troostrijke en het sprankje licht naar voren, maar als je vervolgens op de teksten focust voel je des te meer mee met de pijn die Stevens tijdens het maken van dit album ervoer. Die vreemde discrepantie maakt dit tot een uitzonderlijk album dat, ondanks het bijna lieflijke geluid, vele, keiharde mokerslagen in zich herbergt.
Sufjan Stevens - Carrie & Lowell
Suicide - Suicide (1977)

4,5
8
geplaatst: 7 januari 2024, 14:34 uur
Ik geef het maar meteen toe: ik vind Suicide’s debuutalbum noch mooi, noch goed. En toch heb ik het vinyl al vanaf mijn tienerjaren in bezit, was het 33 1/3 boekje over dit album één van de eersten uit de reeks die ik in bezit kreeg en móet ik dit album nog steeds gewoon op regelmatige basis nog eens van begin tot einde horen, een half leven nadat ik kennismaakte met dit excentrieke tweetal. Alsof ik na al die jaren nog steeds niet kan geloven wat er toen in 1977 op plaat uitkwam.
In het 149e boekje uit de 33 1/3 boekenreeks leren we de achtergrond bij dit bijzondere album kennen. Allereerst pluspunten voor het feit dat schrijver Andi Coulter ervoor gekozen heeft om de geschiedenis rond dit album in een lopend verhaal te gieten. De boekjes uit deze reeks zijn vaak zo volgepakt met feiten dat het verhaal niet altijd even lekker leest. Daar heeft deze uitgave totaal geen last van.
Cultstatus
Als ik niet al een groot deel van de informatie rond dit album had geweten, had ik waarschijnlijk gedacht met fictie in plaats van non-fictie te maken te hebben. Coulter beschrijft waanzinnig goed hoe deze band aan zijn cultstatus is gekomen, waarbij je als lezer van de ene wonderlijke gebeurtenis in de andere valt.
Alan Vega werd van de ene op de andere dag kunstenaar nadat hij afgekeurd werd voor militaire dienst, Marty Rev genoot een opleiding bij een jazzmuzikant en koesterde een fascinatie voor weirde geluiden en extreme herrie. Ze vonden elkaar in New York in een kunstatelier waar Vega bezig was met zoveel mogelijk herrie uit zijn gitaar te krijgen. Rev was gefascineerd en keerde op een later moment terug om zich ongevraagd te mengen in de herrie en Suicide was geboren.
Punk?
In het atelier waren regelmatig concerten waarbij het publiek vooral bestond uit eigenzinnige kunstenaars en veteranen van de Vietnamoorlog, die hun plek na thuiskomst niet meer konden vinden in de Amerikaanse samenleving. Suicide probeerde met hun muziek uiting te geven aan de maatschappelijke problemen die ze in hun stad zagen. Oorlogsveteranen die het hoofd niet boven water konden houden, een New York vol geweld en criminaliteit, het komt allemaal terug in hun muziek.
Het is dan ook niet gek dat Suicide vaak als punk geclassificeerd wordt. Maar dan wel het raarste soort punk dat je ooit gehoord hebt. De soms hijgerige, soms angstaanjagende vocalen van Vega, de bevreemdende pulserende, elektronische klanken van Rev, het is niet voor niets dat de muziek onmogelijk in een hokje te stoppen is. Ze zochten naar de kracht en energie van Iggy Pop en The New York Dolls maar goten dat in een vorm waarbij constant de grenzen van het muzikale spectrum opgezocht werden.
Reputatie
Het duo (begonnen als trio overigens, maar voor de derde man werd het al snel te gortig) bouwde al snel een reputatie op. Ze stonden te boek als de band die binnen enkele minuten een zaal helemaal leeg kon spelen, en juist datgene was wat mensen steeds naar hun shows trok en waarom ze toch telkens weer opnieuw geboekt werden. En Vega en Rev vonden het prachtig, dat hun muziek en podiumact zo uitdagend was dat het bijna niemand lukte om de hele show uit te zitten.
Hun Europese tour, kort na het uitkomen van het debuutalbum, bevestigde hun status eens te meer. In Brussel ontstonden rellen nadat het publiek helemaal niet gediend was van wat Suicide – het voorprogramma van Elvis Costello en The Clash – liet horen en Elvis Costello vervolgens maar een heel korte set speelde omdat hij boos was op hoe het publiek om was gegaan met Suicide. Vega hield er een gebroken neus aan over en in Glasgow bekogelde iemand uit het publiek Vega met een bijl. John Peel had ook al doodsbedreigingen ontvangen na het draaien van Suicide op de radio. Europa bleek zowaar nog minder klaar voor Suicide dan de Verenigde Staten.
Gevoel voor humor
Het getuigt van een enorm gevoel voor humor dat ze de registratie van hun show in Brussel later hebben uitgebracht (hij is inmiddels ook te vinden op speciale edities van het debuutalbum). Pas dan hoor je wat een bijzonder effect Vega en Rev hadden op het publiek. Tuurlijk, Suicide is een beetje een vreemd album, maar de bizarre vocalen en het uitdagende karakter van Vega en de nog extremere live-versies van Rev riepen blijkbaar echt onverhulde haat en agressie op. Ik kan ’23 Minutes Over Brussels’ echt aan iedereen aanraden, het is een zeer boeiend hoofdstuk in de geschiedenis van de popmuziek.
Gehaat door het publiek, maar artiesten als Lydia Lunch, Lou Reed, Bruce Springsteen en Henry Rollins liepen weg met het duo. Springsteen speelt ook bijvoorbeeld nog steeds regelmatig een cover van ‘Dream Baby Dream’, een nummer van Suicide’s tweede album. De muzikanten, en enkele fans, begrepen dat het uitdagen van het publiek precies was wat Suicide voor elkaar wilde krijgen en dat ze dat deden op een manier die tot dan toe ongehoord was.
Klassiekerstatus
Pas na vele jaren kreeg Suicide dan ook eindelijk de klassiekerstatus. Het zegt genoeg dat dit album tegenwoordig gezien wordt als invloedrijk voor stijlen als no wave, synthpop, electroclash en industrial. Het blijft een krankzinnig album waarbij humor en horror enorm dicht bij elkaar liggen. Zoals ik al zei, ik vind het noch mooi, noch goed, maar na al die jaren weet het album me nog steeds mateloos te fascineren. En laten we wel wezen, ‘Frankie Teardrop’ is één van de meest angstaanjagende nummers ooit gemaakt. Wat ze in die tien minuten laten horen is echt ongeëvenaard.
Coulter weet in zijn verhaal enorm goed de omstandigheden te schetsen waarin dit duo kon ontstaan en brengt heel overtuigend over welke cultstatus Suicide heeft. Qua schrijfstijl zeker het beste boekje uit deze reeks dat ik tot nu toe las. Het focust duidelijk minder op de muziek zelf dan het effect van de muziek, maar in dit geval paste dat wel heel goed. Het is immers ook heel moeilijk om deze muziek te beschrijven, je moet het echt zelf horen om te kunnen geloven. En dat geloven vind ik zelf na al die jaren nog steeds moeilijk.
Blogpost
In het 149e boekje uit de 33 1/3 boekenreeks leren we de achtergrond bij dit bijzondere album kennen. Allereerst pluspunten voor het feit dat schrijver Andi Coulter ervoor gekozen heeft om de geschiedenis rond dit album in een lopend verhaal te gieten. De boekjes uit deze reeks zijn vaak zo volgepakt met feiten dat het verhaal niet altijd even lekker leest. Daar heeft deze uitgave totaal geen last van.
Cultstatus
Als ik niet al een groot deel van de informatie rond dit album had geweten, had ik waarschijnlijk gedacht met fictie in plaats van non-fictie te maken te hebben. Coulter beschrijft waanzinnig goed hoe deze band aan zijn cultstatus is gekomen, waarbij je als lezer van de ene wonderlijke gebeurtenis in de andere valt.
Alan Vega werd van de ene op de andere dag kunstenaar nadat hij afgekeurd werd voor militaire dienst, Marty Rev genoot een opleiding bij een jazzmuzikant en koesterde een fascinatie voor weirde geluiden en extreme herrie. Ze vonden elkaar in New York in een kunstatelier waar Vega bezig was met zoveel mogelijk herrie uit zijn gitaar te krijgen. Rev was gefascineerd en keerde op een later moment terug om zich ongevraagd te mengen in de herrie en Suicide was geboren.
Punk?
In het atelier waren regelmatig concerten waarbij het publiek vooral bestond uit eigenzinnige kunstenaars en veteranen van de Vietnamoorlog, die hun plek na thuiskomst niet meer konden vinden in de Amerikaanse samenleving. Suicide probeerde met hun muziek uiting te geven aan de maatschappelijke problemen die ze in hun stad zagen. Oorlogsveteranen die het hoofd niet boven water konden houden, een New York vol geweld en criminaliteit, het komt allemaal terug in hun muziek.
Het is dan ook niet gek dat Suicide vaak als punk geclassificeerd wordt. Maar dan wel het raarste soort punk dat je ooit gehoord hebt. De soms hijgerige, soms angstaanjagende vocalen van Vega, de bevreemdende pulserende, elektronische klanken van Rev, het is niet voor niets dat de muziek onmogelijk in een hokje te stoppen is. Ze zochten naar de kracht en energie van Iggy Pop en The New York Dolls maar goten dat in een vorm waarbij constant de grenzen van het muzikale spectrum opgezocht werden.
Reputatie
Het duo (begonnen als trio overigens, maar voor de derde man werd het al snel te gortig) bouwde al snel een reputatie op. Ze stonden te boek als de band die binnen enkele minuten een zaal helemaal leeg kon spelen, en juist datgene was wat mensen steeds naar hun shows trok en waarom ze toch telkens weer opnieuw geboekt werden. En Vega en Rev vonden het prachtig, dat hun muziek en podiumact zo uitdagend was dat het bijna niemand lukte om de hele show uit te zitten.
Hun Europese tour, kort na het uitkomen van het debuutalbum, bevestigde hun status eens te meer. In Brussel ontstonden rellen nadat het publiek helemaal niet gediend was van wat Suicide – het voorprogramma van Elvis Costello en The Clash – liet horen en Elvis Costello vervolgens maar een heel korte set speelde omdat hij boos was op hoe het publiek om was gegaan met Suicide. Vega hield er een gebroken neus aan over en in Glasgow bekogelde iemand uit het publiek Vega met een bijl. John Peel had ook al doodsbedreigingen ontvangen na het draaien van Suicide op de radio. Europa bleek zowaar nog minder klaar voor Suicide dan de Verenigde Staten.
Gevoel voor humor
Het getuigt van een enorm gevoel voor humor dat ze de registratie van hun show in Brussel later hebben uitgebracht (hij is inmiddels ook te vinden op speciale edities van het debuutalbum). Pas dan hoor je wat een bijzonder effect Vega en Rev hadden op het publiek. Tuurlijk, Suicide is een beetje een vreemd album, maar de bizarre vocalen en het uitdagende karakter van Vega en de nog extremere live-versies van Rev riepen blijkbaar echt onverhulde haat en agressie op. Ik kan ’23 Minutes Over Brussels’ echt aan iedereen aanraden, het is een zeer boeiend hoofdstuk in de geschiedenis van de popmuziek.
Gehaat door het publiek, maar artiesten als Lydia Lunch, Lou Reed, Bruce Springsteen en Henry Rollins liepen weg met het duo. Springsteen speelt ook bijvoorbeeld nog steeds regelmatig een cover van ‘Dream Baby Dream’, een nummer van Suicide’s tweede album. De muzikanten, en enkele fans, begrepen dat het uitdagen van het publiek precies was wat Suicide voor elkaar wilde krijgen en dat ze dat deden op een manier die tot dan toe ongehoord was.
Klassiekerstatus
Pas na vele jaren kreeg Suicide dan ook eindelijk de klassiekerstatus. Het zegt genoeg dat dit album tegenwoordig gezien wordt als invloedrijk voor stijlen als no wave, synthpop, electroclash en industrial. Het blijft een krankzinnig album waarbij humor en horror enorm dicht bij elkaar liggen. Zoals ik al zei, ik vind het noch mooi, noch goed, maar na al die jaren weet het album me nog steeds mateloos te fascineren. En laten we wel wezen, ‘Frankie Teardrop’ is één van de meest angstaanjagende nummers ooit gemaakt. Wat ze in die tien minuten laten horen is echt ongeëvenaard.
Coulter weet in zijn verhaal enorm goed de omstandigheden te schetsen waarin dit duo kon ontstaan en brengt heel overtuigend over welke cultstatus Suicide heeft. Qua schrijfstijl zeker het beste boekje uit deze reeks dat ik tot nu toe las. Het focust duidelijk minder op de muziek zelf dan het effect van de muziek, maar in dit geval paste dat wel heel goed. Het is immers ook heel moeilijk om deze muziek te beschrijven, je moet het echt zelf horen om te kunnen geloven. En dat geloven vind ik zelf na al die jaren nog steeds moeilijk.
Blogpost
