Hier kun je zien welke berichten madmadder als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Danzig - II Lucifuge (1990)

3,5
2
geplaatst: 12 september 2022, 18:42 uur
Ik ben best een groot liefhebber van Misfits, één van die andere bands waar Glenn Danzig de frontman van was. Ik heb zelfs een tijdje in mijn tienerjaren een devilock gedragen, zo erg was het, en ik ben de trotse bezitter van de discografie van de Misfits verpakt in een coole doodskist. De energieke horrorpunk van die band vol brute teksten en verwijzingen naar horrorfilms sprak (en spreekt) me enorm aan. Ander werk van de heer Glenn Danzig had ik echter nog nooit gehoord, tot dit album van Danzig me getipt werd.
Lucifuge is het tweede album van Danzig en het opnemen van dit album nam maar liefst elf maanden in beslag. Maar dan heb je ook wat, want dit tweede album klinkt net een stukje strakker, helderder en dynamischer dan het debuut, dat ik er ook maar meteen even bij geluisterd heb en dat niettemin ook behoorlijk charmant is (juist vanwege die redelijk kale productie).
Ik blijf toch echt een groot bewonderaar van de stem van Danzig, hoe die ergens heel geforceerd en theatraal en als uit een ander tijdperk klinkt, maar hoe dat toch vooral de stoerheid en de duisternis ten goede komt, ik vind dat wel bijzonder. Als iemand als Roy Orbison (wiens Lonely and Blue ik momenteel ook heel veel luister en die ik ook heel erg waardeer als zanger) hard rock had gezongen, dan had hij vast ongeveer als Danzig geklonken.
Glenn Danzig flirt ook in deze band – net als in Misfits – weer met de donkere kanten van het bestaan en met het bovennatuurlijke. Ongetwijfeld dat de teksten over kwaadaardige vrouwen, seks, kritiek op het christendom en verwijzingen naar de duivel tegen vele schenen aan schopten, maar ik vind dat-ie het uiteindelijk allemaal nog wel redelijk netjes houdt. Een aantal teksten van Misfits vind ik nog wel een stukje shockerender. Ik vind ze op dit album niet heel erg bijzonder, maar Danzig vertolkt ze wel met een zeer overtuigende passie die de bereidheid bij de luisteraar om een pact met de duivel te sluiten zeer veel groter maakt.
Muzikaal gezien ligt dit in het verlengde van een band als het eerder besproken Black Sabbath. Danzig brengt een geluid dat doet denken aan de vroegere blues rock, afgemaakt met een vleugje doom en een mespuntje heavy metal. Ik zou het zelf misschien niet helemaal als metal bestempelen, misschien meer als (hard) rock, maar God (of Satan, wat jij wil!) ja, wat maakt het eigenlijk ook uit.
Want Lucifuge is een ontzettend vermakelijk album. Ik zal niet de grootste fan worden, daarvoor vind ik het misschien toch net niet onheilspellend genoeg. Bovendien leunen de composities me toch net iets te veel op het verleden, maar Glenn Danzig is wel gewoon een enorm charismatische bandleider en dat maakt dit als geheel toch wel redelijk onweerstaanbaar. Het is misschien niet helemaal de verwachte emotie bij de boze gezichten van de bandleden op de hoes, maar ik word hier vrolijk van.
Vooral de energieke opener 'Long Way Back From Hell', het bluesy 'Killer Wolf' en het heerlijk groovende 'Her Black Wings' kunnen op mijn goedkeuring rekenen. Het album kent tekstueel en muzikaal veel variatie, maar alle elf nummers zijn uit op één ding en daarom passen ze zo goed bij elkaar: om zo stoer mogelijk te zijn. Zoals ik las op RateYourMusic: dit album geeft je borsthaar (al hoop ik dat dat bij mij toch echt achterwege blijft).
Vanwege het jeugdsentiment en de hoge energie van Misfits zal ik altijd de voorkeur geven aan dat project van ome Glenn, maar het was zeker tof om te horen dat hij ook na de Misfits nog zeer verdienstelijke dingen heeft gedaan als zanger en frontman. Een ruime voldoende voor dit duistere feestje.
Beoordeling: een dikke 3,5*
Danzig - Danzig II: Lucifuge (1990)
Lucifuge is het tweede album van Danzig en het opnemen van dit album nam maar liefst elf maanden in beslag. Maar dan heb je ook wat, want dit tweede album klinkt net een stukje strakker, helderder en dynamischer dan het debuut, dat ik er ook maar meteen even bij geluisterd heb en dat niettemin ook behoorlijk charmant is (juist vanwege die redelijk kale productie).
Ik blijf toch echt een groot bewonderaar van de stem van Danzig, hoe die ergens heel geforceerd en theatraal en als uit een ander tijdperk klinkt, maar hoe dat toch vooral de stoerheid en de duisternis ten goede komt, ik vind dat wel bijzonder. Als iemand als Roy Orbison (wiens Lonely and Blue ik momenteel ook heel veel luister en die ik ook heel erg waardeer als zanger) hard rock had gezongen, dan had hij vast ongeveer als Danzig geklonken.
Glenn Danzig flirt ook in deze band – net als in Misfits – weer met de donkere kanten van het bestaan en met het bovennatuurlijke. Ongetwijfeld dat de teksten over kwaadaardige vrouwen, seks, kritiek op het christendom en verwijzingen naar de duivel tegen vele schenen aan schopten, maar ik vind dat-ie het uiteindelijk allemaal nog wel redelijk netjes houdt. Een aantal teksten van Misfits vind ik nog wel een stukje shockerender. Ik vind ze op dit album niet heel erg bijzonder, maar Danzig vertolkt ze wel met een zeer overtuigende passie die de bereidheid bij de luisteraar om een pact met de duivel te sluiten zeer veel groter maakt.
Muzikaal gezien ligt dit in het verlengde van een band als het eerder besproken Black Sabbath. Danzig brengt een geluid dat doet denken aan de vroegere blues rock, afgemaakt met een vleugje doom en een mespuntje heavy metal. Ik zou het zelf misschien niet helemaal als metal bestempelen, misschien meer als (hard) rock, maar God (of Satan, wat jij wil!) ja, wat maakt het eigenlijk ook uit.
Want Lucifuge is een ontzettend vermakelijk album. Ik zal niet de grootste fan worden, daarvoor vind ik het misschien toch net niet onheilspellend genoeg. Bovendien leunen de composities me toch net iets te veel op het verleden, maar Glenn Danzig is wel gewoon een enorm charismatische bandleider en dat maakt dit als geheel toch wel redelijk onweerstaanbaar. Het is misschien niet helemaal de verwachte emotie bij de boze gezichten van de bandleden op de hoes, maar ik word hier vrolijk van.
Vooral de energieke opener 'Long Way Back From Hell', het bluesy 'Killer Wolf' en het heerlijk groovende 'Her Black Wings' kunnen op mijn goedkeuring rekenen. Het album kent tekstueel en muzikaal veel variatie, maar alle elf nummers zijn uit op één ding en daarom passen ze zo goed bij elkaar: om zo stoer mogelijk te zijn. Zoals ik las op RateYourMusic: dit album geeft je borsthaar (al hoop ik dat dat bij mij toch echt achterwege blijft).
Vanwege het jeugdsentiment en de hoge energie van Misfits zal ik altijd de voorkeur geven aan dat project van ome Glenn, maar het was zeker tof om te horen dat hij ook na de Misfits nog zeer verdienstelijke dingen heeft gedaan als zanger en frontman. Een ruime voldoende voor dit duistere feestje.
Beoordeling: een dikke 3,5*
Danzig - Danzig II: Lucifuge (1990)
David Douglas & Applescal - Démarrage (2024)

4,0
2
geplaatst: 10 juli 2024, 17:59 uur
Jaaa, het is weer die tijd van het jaar. De Tour de France is bezig en dat betekent voor mij drie weken aan de buis gekluisterd zitten. Al vanaf mijn twaalfde heb ik last van een heuse wielerobsessie, maar mijn vroegste wielerherinneringen zijn dat ik als klein kind Richard Virenque en Frank Vandenbroucke op televisie zag en gefascineerd was door de ogenschijnlijk bovenmenselijke prestaties die deze mannen leverden (en die later toen de dopingbeerput openging inderdaad bovenmenselijk bleken te zijn geweest).
Die fascinatie is altijd gebleven- doping of geen doping – en ik heb al een onmogelijk aantal uren in deze hobby zitten. Natuurlijk luister ik in de weken van de Tour ook het liefst naar muziek die iets met wielrennen te maken heeft. Mijn standaard wieleralbum was altijd Tour de France Soundtracks (2003)van Kraftwerk, maar dat heeft met het onlangs uitkomen van Démarrage van David Douglas en Applescal geduchte concurrentie gekregen.
Treffend
Er zijn zat singer-songwriters en bandjes die over het wielrennen gezongen hebben, waarvan ‘Ploegsteert’ door Het Zesde Metaal mijn absolute favoriet is. Deze popliedjes weten vaak treffend te verhalen over boeiende wielerlevens en belangrijke aspecten van de sport. Toch verkies ik wielergerelateerde elektronische muziek te allen tijde boven deze popliedjes. Voor sommigen zal dat vloeken in de kerk zijn, want die popliedjes met mooie teksten behoren toch tot de ‘echte’ muziek, in tegenstelling tot de ‘kille’, ‘harteloze’ elektronische klanken afkomstig uit een computer?
Die popliedjes zijn weliswaar ontroerend en meeslepend, maar ik ervaar toch altijd een zekere afstand tot de wielerlevens waarover men zingt, terwijl elektronische muziek voor mijn gevoel altijd directer tot en dichter bij de essentie van het wielrennen komt. Doordat het bij popliedjes over de wielersport toch vooral om de teksten gaat, en we die op een verstandelijke manier tot ons nemen en die ons op een indirecte manier laten voelen – je moet eerst nadenken om de zwaarte en schoonheid van zo’n tekst te ervaren – weet instrumentale, elektronische muziek op een heel directe manier aan de kern van het wielrennen te raken. Je hoofd is overbodig, het gaat alleen om het direct voelen en ervaren van wat er allemaal in deze sport op het spel staat.
Waagschaal
En dat is veel. Als renner stel je je leven dagelijks in de waagschaal, alles om – al is het maar één keer – de beste te zijn van die honderden andere profrenners die ook alles doen en laten om één keer juichend over de eindstreep te komen. Voor mij weten Kraftwerk en David Douglas & Applescal die bikkelharde strijd invoelbaar te maken, die laatste misschien zelfs nog wel wat meer dan de ander.
Want waar Kraftwerk regelmatig ook nog wel ontspannen klinkt en dan vooral associaties oproept met een peloton dat relaxed langs prachtige mosterdvelden koerst, lijkt het bij David Douglas & Applescal toch meer om de sportieve prestaties te draaien dan het natuurschoon. De songtitels die allemaal een ander sportief aspect van de wielersport belichten maken dat nog eens extra duidelijk.
Stress
Je voelt op Démarrage de stress van het gedrang in een peloton, je voelt de spanning van de renner die alleen vooruit is terwijl een ontketend peloton op hem jaagt, je voelt de druk van de renners die achterop geraken en hopen dat ze op tijd binnen komen, en je voelt de nervositeit van de renner wanneer alles aankomt op een tijdrit, waarbij iemand misschien op tienden van seconden aan het kortste of langste eind zal trekken.
Ik weet dat wielrennen voor velen een ontiegelijk saaie sport is, en dit album zal deze mensen ook niet gaan overtuigen van het tegendeel, maar voor de reeds ingewijden zal dit album vooral heel erg krachtig onderstrepen wat we als wielerliefhebbers allemaal al weten: namelijk dat er in een koers zo ontzettend veel op het spel staat, en dat er tijdens een wedstrijd op zoveel verschillende vlakken dingen van belang gebeuren, en dat er precies daarom op zoveel niveaus zoveel te genieten valt.
De scheidslijn tussen voor altijd herinnerd te worden en genadeloos in de vergetelheid te raken is in het wielrennen ontzettend dun en de elektronische composities van David Douglas & Applescal weten die spanning heel goed te vatten. Op ieder nummer wordt strijd geleverd, wordt gemusiceerd met het mes tussen de tanden, wordt gecomponeerd met het hol open (wielercommentaar is bijna net zo leuk als het wielrennen zelf).
Het is duidelijk dat dit album door twee liefhebbers gemaakt is en ze weten de liefde voor de sport glansrijk over te brengen. Het is misschien, net als de Tour de France Soundtracks van Kraftwerk, niet een album waar ik het hele jaar door naar zal luisteren, maar als ik weer in de ban ben van een grote ronde, gaat Démarrage ongetwijfeld nog heel vaak te horen zijn in huize Madelon.
blogpost
Die fascinatie is altijd gebleven- doping of geen doping – en ik heb al een onmogelijk aantal uren in deze hobby zitten. Natuurlijk luister ik in de weken van de Tour ook het liefst naar muziek die iets met wielrennen te maken heeft. Mijn standaard wieleralbum was altijd Tour de France Soundtracks (2003)van Kraftwerk, maar dat heeft met het onlangs uitkomen van Démarrage van David Douglas en Applescal geduchte concurrentie gekregen.
Treffend
Er zijn zat singer-songwriters en bandjes die over het wielrennen gezongen hebben, waarvan ‘Ploegsteert’ door Het Zesde Metaal mijn absolute favoriet is. Deze popliedjes weten vaak treffend te verhalen over boeiende wielerlevens en belangrijke aspecten van de sport. Toch verkies ik wielergerelateerde elektronische muziek te allen tijde boven deze popliedjes. Voor sommigen zal dat vloeken in de kerk zijn, want die popliedjes met mooie teksten behoren toch tot de ‘echte’ muziek, in tegenstelling tot de ‘kille’, ‘harteloze’ elektronische klanken afkomstig uit een computer?
Die popliedjes zijn weliswaar ontroerend en meeslepend, maar ik ervaar toch altijd een zekere afstand tot de wielerlevens waarover men zingt, terwijl elektronische muziek voor mijn gevoel altijd directer tot en dichter bij de essentie van het wielrennen komt. Doordat het bij popliedjes over de wielersport toch vooral om de teksten gaat, en we die op een verstandelijke manier tot ons nemen en die ons op een indirecte manier laten voelen – je moet eerst nadenken om de zwaarte en schoonheid van zo’n tekst te ervaren – weet instrumentale, elektronische muziek op een heel directe manier aan de kern van het wielrennen te raken. Je hoofd is overbodig, het gaat alleen om het direct voelen en ervaren van wat er allemaal in deze sport op het spel staat.
Waagschaal
En dat is veel. Als renner stel je je leven dagelijks in de waagschaal, alles om – al is het maar één keer – de beste te zijn van die honderden andere profrenners die ook alles doen en laten om één keer juichend over de eindstreep te komen. Voor mij weten Kraftwerk en David Douglas & Applescal die bikkelharde strijd invoelbaar te maken, die laatste misschien zelfs nog wel wat meer dan de ander.
Want waar Kraftwerk regelmatig ook nog wel ontspannen klinkt en dan vooral associaties oproept met een peloton dat relaxed langs prachtige mosterdvelden koerst, lijkt het bij David Douglas & Applescal toch meer om de sportieve prestaties te draaien dan het natuurschoon. De songtitels die allemaal een ander sportief aspect van de wielersport belichten maken dat nog eens extra duidelijk.
Stress
Je voelt op Démarrage de stress van het gedrang in een peloton, je voelt de spanning van de renner die alleen vooruit is terwijl een ontketend peloton op hem jaagt, je voelt de druk van de renners die achterop geraken en hopen dat ze op tijd binnen komen, en je voelt de nervositeit van de renner wanneer alles aankomt op een tijdrit, waarbij iemand misschien op tienden van seconden aan het kortste of langste eind zal trekken.
Ik weet dat wielrennen voor velen een ontiegelijk saaie sport is, en dit album zal deze mensen ook niet gaan overtuigen van het tegendeel, maar voor de reeds ingewijden zal dit album vooral heel erg krachtig onderstrepen wat we als wielerliefhebbers allemaal al weten: namelijk dat er in een koers zo ontzettend veel op het spel staat, en dat er tijdens een wedstrijd op zoveel verschillende vlakken dingen van belang gebeuren, en dat er precies daarom op zoveel niveaus zoveel te genieten valt.
De scheidslijn tussen voor altijd herinnerd te worden en genadeloos in de vergetelheid te raken is in het wielrennen ontzettend dun en de elektronische composities van David Douglas & Applescal weten die spanning heel goed te vatten. Op ieder nummer wordt strijd geleverd, wordt gemusiceerd met het mes tussen de tanden, wordt gecomponeerd met het hol open (wielercommentaar is bijna net zo leuk als het wielrennen zelf).
Het is duidelijk dat dit album door twee liefhebbers gemaakt is en ze weten de liefde voor de sport glansrijk over te brengen. Het is misschien, net als de Tour de France Soundtracks van Kraftwerk, niet een album waar ik het hele jaar door naar zal luisteren, maar als ik weer in de ban ben van een grote ronde, gaat Démarrage ongetwijfeld nog heel vaak te horen zijn in huize Madelon.
blogpost
Death in June - The Wall of Sacrifice (1990)

4,0
3
geplaatst: 16 augustus 2021, 19:39 uur
madmadders loswekende oeuvreverkenningstocht #5: Death in June – The Wall of Sacrifice
Deel 1
Ik ken Death In June eigenlijk al heel lang, van toen ik geobsedeerd raakte met Current93. Death In June maakte dezelfde soort muziek, alleen was Douglas Pearce een stuk fouter dan de mensen van Current93. Ik heb tijdens mijn studie best wel in extreem-(linkse) kringen verkeerd en mijn liefde voor dit soort muziek verdween toen naar de achtergrond, vooral wel omdat ik direct al mijn clubjes uitgegooid zou worden als duidelijk zou worden dat ik naar dit soort muziek luisterde en het nog leuk vond ook.
Gelukkig verdwenen die mensen en die clubjes uit beeld na mijn studie en kon ik weer zonder schaamte genieten van Death In June. But, What Ends When the Symbols Shatter? kwam tijdens herbeluistering binnen met een kracht waar je u tegen zegt. Hij bivakkeert inmiddels al jaren op de rand van mijn top10. Het is eigenlijk nog altijd het enige album dat ik van Death In June op zet, hoog tijd dus voor het verder uitdiepen van zijn oeuvre, te beginnen met The Wall of Sacrifice. (Deze keuze heb ik vooral op basis van stemgemiddelde gemaakt.)
Om het openingsnummer kun je niet heen. Het duurt ruim een kwartier en is een mengeling van martial industrial, een gelooped kinderliedje, historische Duitstalige opnames, oorlogstrompetjes en een onheilspellend keyboardloopje. O ja, en Douglas Pearce roept op een gegeven moment heel indringend “First you take a heart, then you tear it apart”. Mooi is het niet, maar de naarheid fascineert me dermate dat ik dit nummer in de afgelopen paar weken 15 keer geluisterd heb volgens Last.fm. Reken zelf maar uit hoeveel uur dat is.
Een dergelijk nummer horen we ook nog op het einde. 'Death Is a Drummer' duurt ruim negen minuten en veel aspecten uit 'The Wall of Sacrifice' keren terug. Tussen deze lange nummers horen we vooral nummers over de teloorgang van Europa. Soms staat de akoestische gitaar centraal, andere keren spelen industriële, ruizige zaken ook een grote rol. Vergeleken met dat eerste en laatste nummer echter voelt dit middenstuk echt aan als een deel met louter 'echte' liedjes.
'Fall Apart' en 'In Sacrilege' zijn voor mij echt de hoogtepunten van dit middenstuk. Echt ijzersterke liedjes die ondanks het hoge folky gehalte ook gewoon verschrikkelijk beklemmend en misantropisch zijn. Op deze nummers doet David Tibet trouwens ook mee en op 'In Sacrilege' neemt hij ook de vocalen voor zijn rekening. Zijn creepy stem herken je uit duizenden en zuigt je meteen zo'n liedje in. Maar laten we wel wezen, de gelatenheid die altijd over de zang van Douglas Pearce ligt is ook wel enorm heerlijk en zorgt ervoor dat ik altijd weer terugkeer naar zijn muziek.
De zweem van foutheid die om Pearces muziek hangt is hier ook weer zeer aanwezig en hij doet ook echt totaal niet zijn best om dat beeld bij te stellen. Van mij hoeft-ie dat overigens ook helemaal niet te doen. Hij brengt een uniek geluid en ik kan alleen maar heel geïntrigeerd zijn door het nihilisme, de misantropie en de hang naar oorlog die uit zijn muziek spreekt. Muziek van het kaliber 'mooi is het niet, maar toch vind ik het uitermate schitterend'.
Next Stop: The Microphones – Mount Eerie
Deel 1
Ik ken Death In June eigenlijk al heel lang, van toen ik geobsedeerd raakte met Current93. Death In June maakte dezelfde soort muziek, alleen was Douglas Pearce een stuk fouter dan de mensen van Current93. Ik heb tijdens mijn studie best wel in extreem-(linkse) kringen verkeerd en mijn liefde voor dit soort muziek verdween toen naar de achtergrond, vooral wel omdat ik direct al mijn clubjes uitgegooid zou worden als duidelijk zou worden dat ik naar dit soort muziek luisterde en het nog leuk vond ook.
Gelukkig verdwenen die mensen en die clubjes uit beeld na mijn studie en kon ik weer zonder schaamte genieten van Death In June. But, What Ends When the Symbols Shatter? kwam tijdens herbeluistering binnen met een kracht waar je u tegen zegt. Hij bivakkeert inmiddels al jaren op de rand van mijn top10. Het is eigenlijk nog altijd het enige album dat ik van Death In June op zet, hoog tijd dus voor het verder uitdiepen van zijn oeuvre, te beginnen met The Wall of Sacrifice. (Deze keuze heb ik vooral op basis van stemgemiddelde gemaakt.)
Om het openingsnummer kun je niet heen. Het duurt ruim een kwartier en is een mengeling van martial industrial, een gelooped kinderliedje, historische Duitstalige opnames, oorlogstrompetjes en een onheilspellend keyboardloopje. O ja, en Douglas Pearce roept op een gegeven moment heel indringend “First you take a heart, then you tear it apart”. Mooi is het niet, maar de naarheid fascineert me dermate dat ik dit nummer in de afgelopen paar weken 15 keer geluisterd heb volgens Last.fm. Reken zelf maar uit hoeveel uur dat is.
Een dergelijk nummer horen we ook nog op het einde. 'Death Is a Drummer' duurt ruim negen minuten en veel aspecten uit 'The Wall of Sacrifice' keren terug. Tussen deze lange nummers horen we vooral nummers over de teloorgang van Europa. Soms staat de akoestische gitaar centraal, andere keren spelen industriële, ruizige zaken ook een grote rol. Vergeleken met dat eerste en laatste nummer echter voelt dit middenstuk echt aan als een deel met louter 'echte' liedjes.
'Fall Apart' en 'In Sacrilege' zijn voor mij echt de hoogtepunten van dit middenstuk. Echt ijzersterke liedjes die ondanks het hoge folky gehalte ook gewoon verschrikkelijk beklemmend en misantropisch zijn. Op deze nummers doet David Tibet trouwens ook mee en op 'In Sacrilege' neemt hij ook de vocalen voor zijn rekening. Zijn creepy stem herken je uit duizenden en zuigt je meteen zo'n liedje in. Maar laten we wel wezen, de gelatenheid die altijd over de zang van Douglas Pearce ligt is ook wel enorm heerlijk en zorgt ervoor dat ik altijd weer terugkeer naar zijn muziek.
De zweem van foutheid die om Pearces muziek hangt is hier ook weer zeer aanwezig en hij doet ook echt totaal niet zijn best om dat beeld bij te stellen. Van mij hoeft-ie dat overigens ook helemaal niet te doen. Hij brengt een uniek geluid en ik kan alleen maar heel geïntrigeerd zijn door het nihilisme, de misantropie en de hang naar oorlog die uit zijn muziek spreekt. Muziek van het kaliber 'mooi is het niet, maar toch vind ik het uitermate schitterend'.
Next Stop: The Microphones – Mount Eerie
