Hier kun je zien welke berichten madmadder als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Bad Gyal - La Joia (2024)

4,0
1
geplaatst: 25 juni 2024, 13:56 uur
Ik sta inmiddels wel bekend om mijn wat extremere muziekvoorkeuren, maar ik houd ook van een sterk staaltje pop. Tussen al het metalen geweld door ben ik de afgelopen maanden zeer verslaafd geraakt aan het debuutalbum van Bad Gyal, van wie ik tot nu toe enkel de single ‘Jacaranda’ kende; een leuk nummer, maar niet direct iets waardoor ik het hele oeuvre van deze Spaanse zangeres wilde doorploegen. Maar haar album La Joia is bij mij een schot in de roos gebleken, en ondanks dat velen deze muziek platvloers zullen vinden, brengt het bij mij allerlei nostalgische gevoelens naar boven.
Bad Gyal is echt ongelooflijk hip, de aantallen YouTube-plays en Spotify-plays die ze binnenharkt zijn ontzagwekkend en in eigen land (en daarbuiten) is ze inmiddels een gevestigde ster. Ze begon met een reeks losse singles en bracht enkele mixtapes uit, maar nu – na acht jaar – is daar dan eindelijk La Joia, haar eerste volwaardige album.
Smullen
Voor de fans van het eerste uur heeft dit album misschien weinig nieuws te bieden, want een aantal van de vijftien nummers kwamen eerder al uit als single. Voor een leek als ik is dit echter smullen. Met deze heerlijke mix van reggaeton en dancehall smacht ik al maanden naar de zomer, uitgerekend in een jaar dat het maar niet ophoudt met regenen. Maar als die zon ooit gaat schijnen, dan is La Joia waarschijnlijk nog het enige dat ik zal luisteren.
Ik heb mijn wilde haren al lang geleden verloren, maar de muziek van Bad Gyal brengt me terug naar die zwoele zomeravonden- en nachten met veel drank, drugs en fijn gezelschap. Er gaat iets onbezorgds uit van de muziek van Bad Gyal. Ja, misschien wachten er morgen weer allerlei verantwoordelijkheden op ons, maar we doen vanavond net alsof die verantwoordelijkheden niet bestaan en laten ons helemaal gaan. Morgen zien we wel weer verder.
Spiritueel
Één van mijn favoriete films is Spring Breakers uit 2012 van de regisseur Harmony Korine. In deze film gaan vier jonge meiden op spring break, maar hun vakantie wordt om heel andere redenen dan verwacht zeer memorabel. De film is plat, met heel veel drugs, seks en geweld, maar het personage Faith – gespeeld door Selena Gomez – belt haar oma op en zegt dan: “This place… is special. I am starting to think this is the most spiritual place I’ve ever been. I think we found ourselves here.”
Iedereen die jong en wild is geweest kan waarschijnlijk wel meevoelen met de woorden van Faith. Ikzelf heb genoeg herinneringen aan nachten en weekendjes weg en vakanties die in dat moment extreem betekenisvol leken, ook al werd er alleen maar gefeest. Nog steeds denk ik met zeer warme gevoelens terug aan die momenten waarop ik een intense verbinding voelde met mezelf en met de mensen om me heen. Ik ga tegenwoordig nuchter door het leven, en het heeft heel erg lang geduurd voor ik ook zonder drank en drugs het leven zo intens kon beleven als ik toen in mijn jonge jaren deed.
Kunst
Bad Gyal begrijpt dat het goede leven vol genot ook een spirituele component heeft en heeft dit leven tot kunst verheven. Verwacht geen ingenieuze composities of doordachte teksten (die overigens toch onverstaanbaar zijn – voor mij in ieder geval – want Spaans), maar gewoon extreem lekkere liedjes waarin het hedonistische leven op een voetstuk geplaatst wordt. Voor mij absoluut hét album van deze zomer, en waarschijnlijk ook nog wel van komende zomers. La Joia is krankzinnig verslavend, juist omdat het bij mij al die nostalgische snaren raakt. Laat de zon maar komen, en ik doe niks anders meer dan met een 0.0 biertje in het zonnetje genieten van deze ultieme popplaat.
Blogpost
Bad Gyal is echt ongelooflijk hip, de aantallen YouTube-plays en Spotify-plays die ze binnenharkt zijn ontzagwekkend en in eigen land (en daarbuiten) is ze inmiddels een gevestigde ster. Ze begon met een reeks losse singles en bracht enkele mixtapes uit, maar nu – na acht jaar – is daar dan eindelijk La Joia, haar eerste volwaardige album.
Smullen
Voor de fans van het eerste uur heeft dit album misschien weinig nieuws te bieden, want een aantal van de vijftien nummers kwamen eerder al uit als single. Voor een leek als ik is dit echter smullen. Met deze heerlijke mix van reggaeton en dancehall smacht ik al maanden naar de zomer, uitgerekend in een jaar dat het maar niet ophoudt met regenen. Maar als die zon ooit gaat schijnen, dan is La Joia waarschijnlijk nog het enige dat ik zal luisteren.
Ik heb mijn wilde haren al lang geleden verloren, maar de muziek van Bad Gyal brengt me terug naar die zwoele zomeravonden- en nachten met veel drank, drugs en fijn gezelschap. Er gaat iets onbezorgds uit van de muziek van Bad Gyal. Ja, misschien wachten er morgen weer allerlei verantwoordelijkheden op ons, maar we doen vanavond net alsof die verantwoordelijkheden niet bestaan en laten ons helemaal gaan. Morgen zien we wel weer verder.
Spiritueel
Één van mijn favoriete films is Spring Breakers uit 2012 van de regisseur Harmony Korine. In deze film gaan vier jonge meiden op spring break, maar hun vakantie wordt om heel andere redenen dan verwacht zeer memorabel. De film is plat, met heel veel drugs, seks en geweld, maar het personage Faith – gespeeld door Selena Gomez – belt haar oma op en zegt dan: “This place… is special. I am starting to think this is the most spiritual place I’ve ever been. I think we found ourselves here.”
Iedereen die jong en wild is geweest kan waarschijnlijk wel meevoelen met de woorden van Faith. Ikzelf heb genoeg herinneringen aan nachten en weekendjes weg en vakanties die in dat moment extreem betekenisvol leken, ook al werd er alleen maar gefeest. Nog steeds denk ik met zeer warme gevoelens terug aan die momenten waarop ik een intense verbinding voelde met mezelf en met de mensen om me heen. Ik ga tegenwoordig nuchter door het leven, en het heeft heel erg lang geduurd voor ik ook zonder drank en drugs het leven zo intens kon beleven als ik toen in mijn jonge jaren deed.
Kunst
Bad Gyal begrijpt dat het goede leven vol genot ook een spirituele component heeft en heeft dit leven tot kunst verheven. Verwacht geen ingenieuze composities of doordachte teksten (die overigens toch onverstaanbaar zijn – voor mij in ieder geval – want Spaans), maar gewoon extreem lekkere liedjes waarin het hedonistische leven op een voetstuk geplaatst wordt. Voor mij absoluut hét album van deze zomer, en waarschijnlijk ook nog wel van komende zomers. La Joia is krankzinnig verslavend, juist omdat het bij mij al die nostalgische snaren raakt. Laat de zon maar komen, en ik doe niks anders meer dan met een 0.0 biertje in het zonnetje genieten van deze ultieme popplaat.
Blogpost
Bell Witch - Future’s Shadow Part 1: The Clandestine Gate (2023)

4,5
7
geplaatst: 22 april 2023, 20:32 uur
Bell Witch is een funeral doom band die bekend staat om hun ellenlange nummers. In 2017 bracht de band Mirror Reaper uit, een nummer van 83 minuten lang waarbij traagheid en minimalisme epische proporties aannemen. Nu, zes jaar later, zijn ze terug met het eerste deel uit een drieluik. Dit eerste deel, The Clandestine Gate genaamd, is op de seconde af even lang als Mirror Reaper. Het uiteindelijke drietal aan nummers zal bij elkaar zo’n vier uur beslaan, en zal vast een groots meesterwerk zijn, maar laat ons eerst even verrukt opgaan in dit eerste deel.
Funeral doom kenmerkt zich normaal al door ontzettend langzame passages, maar Bell Witch heeft de traagheid tot kunst verheven. Wanneer je de muziek die op dit album te horen is op een beetje een ‘normaal’ tempo zou spelen, zou je misschien eenderde van die 83 minuten overhouden. Je zou kunnen denken dat dat al te belachelijk of lachwekkend is, maar dan heb je deze muziek nog niet gehoord.
Diepe rouw
Want het lachen vergaat je snel wanneer je luistert naar wat het tweetal achter Bell Witch neerzet. Probeer deze 83 minuten maar eens uit te zitten zonder een diep gevoel van droefheid en verlies te ervaren. The Clandestine Gate dompelt je in diepe rouw, ook al is niet direct iets of iemand om om te rouwen. Dit is het muzikale equivalent van het monochroom dat je ervaart wanneer alles wat ooit betekenis gaf is weggevallen, wanneer het bestaan volkomen leeg lijkt en je de seconden aftelt totdat je weer naar bed kan, want alleen de slaap is in staat om je even tijdelijk te bevrijden van dat loodzware gevoel.
In 2016 overleed Adrian Guerra, één van de oprichters van de band en sindsdien maakt de band nummers die net geen anderhalf uur duren (zijn vocalen zijn nog wel te horen op Mirror Reaper). Deze wending kan geen toeval zijn en het lijkt een manier om om te gaan met dat verdriet. Hun werk was sowieso al doordrenkt van een intense tristesse, maar de enorme lengte van de composities zorgt ervoor dat die tristesse ook nog eens een uitzichtloos karakter krijgt.
Spannender
Vergeleken met Mirror Reaper is The Clandestine Gate iets gevarieerder en dat maakt ‘m net iets spannender om naar te luisteren. Er zijn wat meer verschillende instrumenten te horen en men geeft in de opbouw vaker ruimte aan (nog) minder luide passages. De onverstaanbare, langgerekte grunts en gezongen stukken die ook nu weer te horen zijn, maken duidelijk dat de stem opnieuw als een volwaardig instrument gebruikt wordt, misschien nog wel meer dan op de voorganger; niet direct bedoeld om hapklare informatie over te brengen, maar een middel dat naadloos opgaat in het grote geheel en zeer sfeerverhogend werkt.
Naar metalbegrippen is dit zeer rustige, niet gewelddadige muziek die ook heel veel wonderschone momenten bevat. Zelfs wanneer de muziek aanzwelt en wanneer de zanger al zijn innerlijke demonen eruit gromt, heeft dit album iets ontroerend moois. Het gaat hier niet om provoceren of kwaadaardig willen zijn, het gaat hier om het overbrengen van pure emotie. Ik zou zeggen dat dit er eentje is die zelfs niet-metal-liefhebbers wel zou kunnen smaken (al moet je natuurlijk wel enige affiniteit met drones en immense traagheid hebben).
Bezinning
Opvallend is dat The Clandestine Gate heel verstild eindigt. Zo is er niet alleen ruimte om het zeer tot in het merg van je botten te voelen, maar ook om te bezinnen. Het einde geeft daarmee een beetje ademruimte in een verder gitzwarte compositie. Waar ik eigenlijk vijf kwartier lang opgeslokt word door de pijn en er zelf ook helemaal van doordrongen raak, zorgen de laatste minuten ervoor dat ik weer een beetje afstand kan nemen van de vreugdeloosheid die hier zo krachtig ten gehore wordt gebracht.
In die eerste vijf kwartier voel je zo intens mee dat er amper nog ruimte is voor iets of iemand anders. Die laatste minuten zorgen er bij mij voor dat mijn perspectief weer breder wordt en dat ik innig meevoel met iedereen die in het echte leven te maken krijgt met gevoelens van oneindig verlies, wat de reden daarvan ook moge zijn. Dat deze mensen herkenning en troost mogen vinden in dit prachtige, diep ontroerende nummer, dat zelfs de meest zonnige en stabiele karakters even van hun á propos brengt.
Blogpost
Funeral doom kenmerkt zich normaal al door ontzettend langzame passages, maar Bell Witch heeft de traagheid tot kunst verheven. Wanneer je de muziek die op dit album te horen is op een beetje een ‘normaal’ tempo zou spelen, zou je misschien eenderde van die 83 minuten overhouden. Je zou kunnen denken dat dat al te belachelijk of lachwekkend is, maar dan heb je deze muziek nog niet gehoord.
Diepe rouw
Want het lachen vergaat je snel wanneer je luistert naar wat het tweetal achter Bell Witch neerzet. Probeer deze 83 minuten maar eens uit te zitten zonder een diep gevoel van droefheid en verlies te ervaren. The Clandestine Gate dompelt je in diepe rouw, ook al is niet direct iets of iemand om om te rouwen. Dit is het muzikale equivalent van het monochroom dat je ervaart wanneer alles wat ooit betekenis gaf is weggevallen, wanneer het bestaan volkomen leeg lijkt en je de seconden aftelt totdat je weer naar bed kan, want alleen de slaap is in staat om je even tijdelijk te bevrijden van dat loodzware gevoel.
In 2016 overleed Adrian Guerra, één van de oprichters van de band en sindsdien maakt de band nummers die net geen anderhalf uur duren (zijn vocalen zijn nog wel te horen op Mirror Reaper). Deze wending kan geen toeval zijn en het lijkt een manier om om te gaan met dat verdriet. Hun werk was sowieso al doordrenkt van een intense tristesse, maar de enorme lengte van de composities zorgt ervoor dat die tristesse ook nog eens een uitzichtloos karakter krijgt.
Spannender
Vergeleken met Mirror Reaper is The Clandestine Gate iets gevarieerder en dat maakt ‘m net iets spannender om naar te luisteren. Er zijn wat meer verschillende instrumenten te horen en men geeft in de opbouw vaker ruimte aan (nog) minder luide passages. De onverstaanbare, langgerekte grunts en gezongen stukken die ook nu weer te horen zijn, maken duidelijk dat de stem opnieuw als een volwaardig instrument gebruikt wordt, misschien nog wel meer dan op de voorganger; niet direct bedoeld om hapklare informatie over te brengen, maar een middel dat naadloos opgaat in het grote geheel en zeer sfeerverhogend werkt.
Naar metalbegrippen is dit zeer rustige, niet gewelddadige muziek die ook heel veel wonderschone momenten bevat. Zelfs wanneer de muziek aanzwelt en wanneer de zanger al zijn innerlijke demonen eruit gromt, heeft dit album iets ontroerend moois. Het gaat hier niet om provoceren of kwaadaardig willen zijn, het gaat hier om het overbrengen van pure emotie. Ik zou zeggen dat dit er eentje is die zelfs niet-metal-liefhebbers wel zou kunnen smaken (al moet je natuurlijk wel enige affiniteit met drones en immense traagheid hebben).
Bezinning
Opvallend is dat The Clandestine Gate heel verstild eindigt. Zo is er niet alleen ruimte om het zeer tot in het merg van je botten te voelen, maar ook om te bezinnen. Het einde geeft daarmee een beetje ademruimte in een verder gitzwarte compositie. Waar ik eigenlijk vijf kwartier lang opgeslokt word door de pijn en er zelf ook helemaal van doordrongen raak, zorgen de laatste minuten ervoor dat ik weer een beetje afstand kan nemen van de vreugdeloosheid die hier zo krachtig ten gehore wordt gebracht.
In die eerste vijf kwartier voel je zo intens mee dat er amper nog ruimte is voor iets of iemand anders. Die laatste minuten zorgen er bij mij voor dat mijn perspectief weer breder wordt en dat ik innig meevoel met iedereen die in het echte leven te maken krijgt met gevoelens van oneindig verlies, wat de reden daarvan ook moge zijn. Dat deze mensen herkenning en troost mogen vinden in dit prachtige, diep ontroerende nummer, dat zelfs de meest zonnige en stabiele karakters even van hun á propos brengt.
Blogpost
Bill Evans Trio - Portrait in Jazz (1960)

3,5
2
geplaatst: 21 mei 2022, 10:09 uur
madmadders (her)ontdekkingsreis door de sixties en seventies #7: Bill Evans Trio – Portrait in Jazz
Het feit wil dat ik vorig jaar Moon Beams van dit trio ontdekte omdat ik naar muziek zocht die perfect paste bij het boek dat ik toen las (Another Country van James Baldwin, voor de geïnteresseerden). Ik hield meteen van de melancholische, ingetogen piano jazz op dat album en inmiddels reken ik hem tot mijn persoonlijke favorieten. Sindsdien heb ik bij alles wat ik hoor van Bill Evans (Trio) hoge verwachtingen, maar tot nog toe weten die andere albums de grote gevoelens die ik ervaar bij Moon Beams nog niet te evenaren.
Ik las dat Portrait in Jazz het album is waarmee Bill Evans (piano), Scott LaFaro (bas) en Paul Motian (drums) hun naam vestigden als trio. Alleszins is een grote chemie tussen de drie te horen. De aandacht trekt als automatisch toch naar Evans op piano, maar LaFaro en Motian krijgen zeker ook hun momenten om te shinen. De mannen doen stapjes terug om de ander hun moment te laten pakken en het beste uit zijn instrument te halen. Hoe bijvoorbeeld bas en piano om elkaar heen cirkelen in 'Autumn Leaves' is erg speels en een van de hoogtepunten van het album. De dynamiek tussen de drie zorgt zeker voor een aantal mooie momenten.
Ik moet daarbij tegelijkertijd toch ook wel concluderen dat piano jazz, in ieder geval deze piano jazz, niet de meest spannende soort jazz is. Zo'n saxofoon of trompet waar iemand zijn hele longinhoud aan geeft, die muzikanten oncontroleerbare bewegingen laat maken terwijl ze hun hele ziel en zaligheid in hun instrument blazen, doet al snel intenser en meeslepender voor dan iemand die maar wat 'lui' op z'n pianootje pingelt (ik chargeer hier, even voor de duidelijkheid).
Piano jazz is meer ingetogen. Het is jazz die je doorgaans niet direct bij de keel grijpt, die zijn kaarten op de borst houdt, die zijn geheimen maar heel langzaam prijsgeeft. Dat dit soort jazz ook kleine meesterwerken voortbrengt, bewijst dit trio met Moon Beams, maar op dit album blijft een emotionele binding toch uit. Wat overblijft zijn negen songs waar ik ontegenzeggelijk kwaliteit in hoor en waarbij ik kan genieten van de manier waarop de drie met elkaar musiceren, maar een echte connectie ontbreekt.
Maar goed, ik ken mezelf en mijn jazz-ontdekkingen inmiddels een beetje. Het zou zomaar kunnen dat ik over een jaar of wat niets anders wil dan Portrait in Jazz. Voor nu blijf ik echter steken op een ruime voldoende.
Next Stop: Tina Brooks – True Blue
Bill Evans Trio - Portrait in Jazz
Het feit wil dat ik vorig jaar Moon Beams van dit trio ontdekte omdat ik naar muziek zocht die perfect paste bij het boek dat ik toen las (Another Country van James Baldwin, voor de geïnteresseerden). Ik hield meteen van de melancholische, ingetogen piano jazz op dat album en inmiddels reken ik hem tot mijn persoonlijke favorieten. Sindsdien heb ik bij alles wat ik hoor van Bill Evans (Trio) hoge verwachtingen, maar tot nog toe weten die andere albums de grote gevoelens die ik ervaar bij Moon Beams nog niet te evenaren.
Ik las dat Portrait in Jazz het album is waarmee Bill Evans (piano), Scott LaFaro (bas) en Paul Motian (drums) hun naam vestigden als trio. Alleszins is een grote chemie tussen de drie te horen. De aandacht trekt als automatisch toch naar Evans op piano, maar LaFaro en Motian krijgen zeker ook hun momenten om te shinen. De mannen doen stapjes terug om de ander hun moment te laten pakken en het beste uit zijn instrument te halen. Hoe bijvoorbeeld bas en piano om elkaar heen cirkelen in 'Autumn Leaves' is erg speels en een van de hoogtepunten van het album. De dynamiek tussen de drie zorgt zeker voor een aantal mooie momenten.
Ik moet daarbij tegelijkertijd toch ook wel concluderen dat piano jazz, in ieder geval deze piano jazz, niet de meest spannende soort jazz is. Zo'n saxofoon of trompet waar iemand zijn hele longinhoud aan geeft, die muzikanten oncontroleerbare bewegingen laat maken terwijl ze hun hele ziel en zaligheid in hun instrument blazen, doet al snel intenser en meeslepender voor dan iemand die maar wat 'lui' op z'n pianootje pingelt (ik chargeer hier, even voor de duidelijkheid).
Piano jazz is meer ingetogen. Het is jazz die je doorgaans niet direct bij de keel grijpt, die zijn kaarten op de borst houdt, die zijn geheimen maar heel langzaam prijsgeeft. Dat dit soort jazz ook kleine meesterwerken voortbrengt, bewijst dit trio met Moon Beams, maar op dit album blijft een emotionele binding toch uit. Wat overblijft zijn negen songs waar ik ontegenzeggelijk kwaliteit in hoor en waarbij ik kan genieten van de manier waarop de drie met elkaar musiceren, maar een echte connectie ontbreekt.
Maar goed, ik ken mezelf en mijn jazz-ontdekkingen inmiddels een beetje. Het zou zomaar kunnen dat ik over een jaar of wat niets anders wil dan Portrait in Jazz. Voor nu blijf ik echter steken op een ruime voldoende.
Next Stop: Tina Brooks – True Blue
Bill Evans Trio - Portrait in Jazz
Biosphere - Shortwave Memories (2022)

4,0
5
geplaatst: 19 juni 2022, 13:28 uur
Het is pas een paar jaar geleden dat ik Substrata (1997) van Biosphere ontdekte. Een beetje laat, zeker omdat het album al jaren op mijn radar stond en ik al vermoedde dat het echt iets voor mij zou zijn. Het album bleek nóg beter dan verwacht, het werd een van mijn mooiste ontdekkingen ooit en inmiddels prijkt het album in mijn all-time-top10 (op plek 3 om precies te zijn).
Sinds de ontdekking van Substrata ben ik me rustig door het oeuvre van de Noor aan het heen luisteren en het is bewonderenswaardig hoe hij zich probeert te blijven vernieuwen. Hij maakt vooral ambient, maar valt het genre steeds weer opnieuw vanuit een andere invalshoek aan. Soms gebruikt hij field recordings, andere keren laat hij zich weer inspireren door klassieke muziek; soms is het heel minimalistisch, andere keren brengt hij een wat voller geluid. En toch is het altijd heel herkenbaar als Biosphere. Toegegeven, niet iedere poging is memorabel, maar er zitten toch echt wel enkele meesterwerken tussen en nog een heel pak erg goede albums.
Geir Jenssen, de man achter Biosphere, is nog steeds productief en ik volg inmiddels zijn nieuwe releases op de voet. Naar zijn nieuwste, Shortwave Memories, luisterde ik al een tijdje en gisteren heb ik dan mijn eerste Biosphere-release op plaat gekocht (hopelijk volgen er meer, vooral Substrata lijkt me fantastisch om te hebben op LP). Het is wel even een wereldje van verschil, dit album via Spotify horen of op vinyl. De vinyluitgave bezit een enorme diepte en dynamiek, waardoor alle details veel beter hoorbaar zijn.
Voor dit nieuwe album keert Jenssen terug naar het geluid waar hij mee begon en bekend mee werd, namelijk gelaagde elektronica die flirt met techno. Hij liet zich voor Shortwave Memories inspireren door post-punk producers als Marin Hannett (producer voor onder meer Joy Division en oprichter van Factory Records) en Daniel Miller (oprichter van Mute Records). Jenssens laatste albums bestonden vooral uit samples en werden gemaakt op de computer, voor deze nieuwste maakte hij gebruik van (analoge) instrumenten uit het post-punktijdperk (eind jaren zeventig, begin jaren tachtig). Deze instrumenten hadden nog nauwelijks presets en ruimte om geluiden op te slaan, dus alles wat je op dit album hoort is vanaf de grond of aan opgebouwd.
Die post-punk-echo's hoor ik eerlijk gezegd niet heel erg terug, dit album is bovenal typisch Biosphere. Luister bijvoorbeeld naar het titelnummer en je weet meteen dat dit van de hand van Geir Jenssen komt. Een onheilspellende, kille beat, een langgerekte soundscape op de achtergrond en daar allerlei extra texturen en lagen elektronica aan toegevoegd die het geheel heel veel diepte geven. Ambient wordt nogal eens omschreven als 'saai', maar die mensen hebben Biosphere nog niet gehoord. In deze muziek valt zo ontzettend veel te ontdekken dat het bijna onmogelijk is om uitgekeken te raken op de composities.
Ook qua sfeerzetting blijft Biosphere toch wel een meester. De sfeer die hij op dit album weet neer te zetten doet ook denken aan die vroegere werken. Door de ritmes straalt er zekere koelte af van de nummers, maar die worden in evenwicht gebracht door warme onderlagen. Het resultaat is een geluid dat tijdens een hete zomer een enorm verkwikkend effect heeft, maar waar je je in de koude wintermaanden aan kunt opwarmen. Ik kan zo snel geen enkele andere muziek noemen die ook die unieke kwaliteit bezit.
Ik ben tegenwoordig een enorme Biosphere-fangirl, dus misschien moet je mijn mening niet helemaal serieus nemen, maar Shortwave Memories is gewoon weer een ijzersterk album, en ongetwijfeld de beste van de laatste paar Biosphere-releases. Het feit dat op het vinyl de details nog zoveel beter tot uitdrukking komen, heeft er voor gezorgd dat dit album een grote sprong maakt in mijn voorlopige jaarlijst. En nu de laatste tonen van het geweldige slotnummer wegsterven realiseer ik me dat ik 'm vandaag nóg beter vind dan gisteren. Waar eindigt deze adoratie?
Biosphere - Shortwave Memories
Sinds de ontdekking van Substrata ben ik me rustig door het oeuvre van de Noor aan het heen luisteren en het is bewonderenswaardig hoe hij zich probeert te blijven vernieuwen. Hij maakt vooral ambient, maar valt het genre steeds weer opnieuw vanuit een andere invalshoek aan. Soms gebruikt hij field recordings, andere keren laat hij zich weer inspireren door klassieke muziek; soms is het heel minimalistisch, andere keren brengt hij een wat voller geluid. En toch is het altijd heel herkenbaar als Biosphere. Toegegeven, niet iedere poging is memorabel, maar er zitten toch echt wel enkele meesterwerken tussen en nog een heel pak erg goede albums.
Geir Jenssen, de man achter Biosphere, is nog steeds productief en ik volg inmiddels zijn nieuwe releases op de voet. Naar zijn nieuwste, Shortwave Memories, luisterde ik al een tijdje en gisteren heb ik dan mijn eerste Biosphere-release op plaat gekocht (hopelijk volgen er meer, vooral Substrata lijkt me fantastisch om te hebben op LP). Het is wel even een wereldje van verschil, dit album via Spotify horen of op vinyl. De vinyluitgave bezit een enorme diepte en dynamiek, waardoor alle details veel beter hoorbaar zijn.
Voor dit nieuwe album keert Jenssen terug naar het geluid waar hij mee begon en bekend mee werd, namelijk gelaagde elektronica die flirt met techno. Hij liet zich voor Shortwave Memories inspireren door post-punk producers als Marin Hannett (producer voor onder meer Joy Division en oprichter van Factory Records) en Daniel Miller (oprichter van Mute Records). Jenssens laatste albums bestonden vooral uit samples en werden gemaakt op de computer, voor deze nieuwste maakte hij gebruik van (analoge) instrumenten uit het post-punktijdperk (eind jaren zeventig, begin jaren tachtig). Deze instrumenten hadden nog nauwelijks presets en ruimte om geluiden op te slaan, dus alles wat je op dit album hoort is vanaf de grond of aan opgebouwd.
Die post-punk-echo's hoor ik eerlijk gezegd niet heel erg terug, dit album is bovenal typisch Biosphere. Luister bijvoorbeeld naar het titelnummer en je weet meteen dat dit van de hand van Geir Jenssen komt. Een onheilspellende, kille beat, een langgerekte soundscape op de achtergrond en daar allerlei extra texturen en lagen elektronica aan toegevoegd die het geheel heel veel diepte geven. Ambient wordt nogal eens omschreven als 'saai', maar die mensen hebben Biosphere nog niet gehoord. In deze muziek valt zo ontzettend veel te ontdekken dat het bijna onmogelijk is om uitgekeken te raken op de composities.
Ook qua sfeerzetting blijft Biosphere toch wel een meester. De sfeer die hij op dit album weet neer te zetten doet ook denken aan die vroegere werken. Door de ritmes straalt er zekere koelte af van de nummers, maar die worden in evenwicht gebracht door warme onderlagen. Het resultaat is een geluid dat tijdens een hete zomer een enorm verkwikkend effect heeft, maar waar je je in de koude wintermaanden aan kunt opwarmen. Ik kan zo snel geen enkele andere muziek noemen die ook die unieke kwaliteit bezit.
Ik ben tegenwoordig een enorme Biosphere-fangirl, dus misschien moet je mijn mening niet helemaal serieus nemen, maar Shortwave Memories is gewoon weer een ijzersterk album, en ongetwijfeld de beste van de laatste paar Biosphere-releases. Het feit dat op het vinyl de details nog zoveel beter tot uitdrukking komen, heeft er voor gezorgd dat dit album een grote sprong maakt in mijn voorlopige jaarlijst. En nu de laatste tonen van het geweldige slotnummer wegsterven realiseer ik me dat ik 'm vandaag nóg beter vind dan gisteren. Waar eindigt deze adoratie?
Biosphere - Shortwave Memories
Black Sabbath - Master of Reality (1971)

4,0
0
geplaatst: 8 september 2022, 20:35 uur
zie ook dit topic
Als je wil horen waar metal en zijn vele vertakkingen zijn oorsprong vindt, dan is Black Sabbath één van de startpunten, zo niet hét startpunt. Ik heb lang zitten dubben of ik over het titelloze debuut zou schrijven, of over dit Master of Reality, het derde album van de band. Black Sabbath (1970) ken ik al veel langer, is jeugdsentiment en kent enkele geniale nummers, maar Master of Reality is een vrij recente ontdekking en maakt over de gehele linie toch een sterkere indruk op me. Welnu, deze recensie draagt de titel van dat derde album dat misschien de hoofdrol in dit stuk speelt, maar een overtuigende bijrol is weggelegd voor het debuut.
In Black Metal: Evolution of the Cult wordt het debuut van deze Britse band, toen nog onder leiding van Ozzy Osbourne, genoemd als het beginpunt van de black metal. Dat heeft niet zoveel te maken met de blues rock van Black Sabbath – hoewel er toch enkele riffs te horen zijn die nu als 'heavy metal' bestempeld zouden worden, een genre dat wel degelijk belangrijk was voor het ontstaan van black metal – maar meer met de tekstuele inhoud en het duistere karakter van de muziek. Ik begrijp dat dit zo'n beetje de eerste band was die occulte thematiek in hun songteksten gebruikte en de muziek aanpaste aan de zware materie. Zo gaat het titelnummer (en één van de geniale songs op het album) over een ontmoeting met de duivel en 'N.I.B.' (nog zo'n klepper!) is geschreven vanuit het standpunt van Lucifer. Daar konden de satanisten die de black metal vorm gaven (hoewel het voor sommigen / velen niet meer dan een gimmick was) wel wat mee!
Over de rest van de discografie wordt niet gerept, vooral de muzikale invloed van Black Sabbath op de black metal lijkt vrij begrensd. Maar de band zou zeer relevant blijken voor andere subgenres binnen de harde muziek. Master of Reality, dat slechts een jaar later zou verschijnen dan het debuut, is op muzikaal vlak wat mij betreft een fikse verbetering ten opzichte van de eerste twee albums. Dat komt vooral doordat de sfeer over de gehele linie veel beter vastgehouden wordt. Het album kent een heerlijke logheid. Door de traagheid te laten spreken en tot volle wasdom te laten komen klinkt dit album op de één of andere manier nog zwaarder, nog extremer dan het debuut, dat het toch vooral moest hebben van slechts enkele sfeervolle songs. Sommigen bestempelen dit album dan ook als het begin van doom metal, stoner rock en sludge metal.
Ik moet wel zeggen dat ik die teksten over Satan een stuk leuker vind dan veel van de teksten op Master of Reality. De band was er vrij snel klaar mee om als satanisten weggezet te worden en schreven met 'After Forever' een liedje vóór het christendom. Verder wordt er veel liefde gepredikt, houden de jongens niet van haat, hebzucht en kernwapens en meer van dat soort open deuren. Eigenlijk vind ik dat een album dat muzikaal zo waanzinnig goed in elkaar zit en zo tijdloos klinkt betere teksten verdient dan deze niemendalletjes. Maar ach, ze zijn op zich wel een krachtige uiting van de tijdsgeest van toen, dus we zullen er maar niet te zwaar aan tillen. Ik wil denk ik ook gewoon meer dood, verderf en misantropie dan ik kan verwachten van een band uit deze periode.
Als je verder niet op de teksten let is dit een geweldig album met een voor die tijd enorm loom, zwaar, maar ergens ook agressief geluid. Alsof je net oxazepam hebt geslikt en de dufheid al wel inkickt, maar de onrust in je hoofd nog steeds even groot is; in het echte leven geen nastrevenswaardig gevoel, in muziek briljant en zeer vaak voor herhaling vatbaar. Voor mij doet dit qua intensiteit een stuk meer dan veel van de 'echte' duivelse muziek van de eerste golf black metal bands. Maar over (sommige van) die bands later meer.
Ik heb me overigens laatst eens gewaagd aan Heaven and Hell van Black Sabbath, het eerste album met Ronnie James Dio. Wat een verschrikking was dat! Alle sfeer is weggezogen uit de muziek en de zang van Ronnie James Dio is veel te goed en klinkt daarom ook enorm leeg. Ik wil de ietwat valse, gepijnigde zang van Ozzy Osbourne! Nee, absoluut niet mijn Black Sabbath. Ik wil de vroegere, ongepolijste Black Sabbath zoals op de eerste drie albums (want Paranoid(1970) kent natuurlijk ook enkele grote parels)! En misschien hebben ze nog wel meer geweldige albums gemaakt, maar die zal ik dan nog moeten ontdekken. Voor nu is Master of Reality hier in ieder geval favoriet.
Beoordeling Master of Reality: dikke 4* met kans op meer
Beoordeling Black Sabbath: kleine 4*
Beoordeling Heaven and Hell: 2*
Black Sabbath - Master of Reality (1971)
Als je wil horen waar metal en zijn vele vertakkingen zijn oorsprong vindt, dan is Black Sabbath één van de startpunten, zo niet hét startpunt. Ik heb lang zitten dubben of ik over het titelloze debuut zou schrijven, of over dit Master of Reality, het derde album van de band. Black Sabbath (1970) ken ik al veel langer, is jeugdsentiment en kent enkele geniale nummers, maar Master of Reality is een vrij recente ontdekking en maakt over de gehele linie toch een sterkere indruk op me. Welnu, deze recensie draagt de titel van dat derde album dat misschien de hoofdrol in dit stuk speelt, maar een overtuigende bijrol is weggelegd voor het debuut.
In Black Metal: Evolution of the Cult wordt het debuut van deze Britse band, toen nog onder leiding van Ozzy Osbourne, genoemd als het beginpunt van de black metal. Dat heeft niet zoveel te maken met de blues rock van Black Sabbath – hoewel er toch enkele riffs te horen zijn die nu als 'heavy metal' bestempeld zouden worden, een genre dat wel degelijk belangrijk was voor het ontstaan van black metal – maar meer met de tekstuele inhoud en het duistere karakter van de muziek. Ik begrijp dat dit zo'n beetje de eerste band was die occulte thematiek in hun songteksten gebruikte en de muziek aanpaste aan de zware materie. Zo gaat het titelnummer (en één van de geniale songs op het album) over een ontmoeting met de duivel en 'N.I.B.' (nog zo'n klepper!) is geschreven vanuit het standpunt van Lucifer. Daar konden de satanisten die de black metal vorm gaven (hoewel het voor sommigen / velen niet meer dan een gimmick was) wel wat mee!
Over de rest van de discografie wordt niet gerept, vooral de muzikale invloed van Black Sabbath op de black metal lijkt vrij begrensd. Maar de band zou zeer relevant blijken voor andere subgenres binnen de harde muziek. Master of Reality, dat slechts een jaar later zou verschijnen dan het debuut, is op muzikaal vlak wat mij betreft een fikse verbetering ten opzichte van de eerste twee albums. Dat komt vooral doordat de sfeer over de gehele linie veel beter vastgehouden wordt. Het album kent een heerlijke logheid. Door de traagheid te laten spreken en tot volle wasdom te laten komen klinkt dit album op de één of andere manier nog zwaarder, nog extremer dan het debuut, dat het toch vooral moest hebben van slechts enkele sfeervolle songs. Sommigen bestempelen dit album dan ook als het begin van doom metal, stoner rock en sludge metal.
Ik moet wel zeggen dat ik die teksten over Satan een stuk leuker vind dan veel van de teksten op Master of Reality. De band was er vrij snel klaar mee om als satanisten weggezet te worden en schreven met 'After Forever' een liedje vóór het christendom. Verder wordt er veel liefde gepredikt, houden de jongens niet van haat, hebzucht en kernwapens en meer van dat soort open deuren. Eigenlijk vind ik dat een album dat muzikaal zo waanzinnig goed in elkaar zit en zo tijdloos klinkt betere teksten verdient dan deze niemendalletjes. Maar ach, ze zijn op zich wel een krachtige uiting van de tijdsgeest van toen, dus we zullen er maar niet te zwaar aan tillen. Ik wil denk ik ook gewoon meer dood, verderf en misantropie dan ik kan verwachten van een band uit deze periode.
Als je verder niet op de teksten let is dit een geweldig album met een voor die tijd enorm loom, zwaar, maar ergens ook agressief geluid. Alsof je net oxazepam hebt geslikt en de dufheid al wel inkickt, maar de onrust in je hoofd nog steeds even groot is; in het echte leven geen nastrevenswaardig gevoel, in muziek briljant en zeer vaak voor herhaling vatbaar. Voor mij doet dit qua intensiteit een stuk meer dan veel van de 'echte' duivelse muziek van de eerste golf black metal bands. Maar over (sommige van) die bands later meer.
Ik heb me overigens laatst eens gewaagd aan Heaven and Hell van Black Sabbath, het eerste album met Ronnie James Dio. Wat een verschrikking was dat! Alle sfeer is weggezogen uit de muziek en de zang van Ronnie James Dio is veel te goed en klinkt daarom ook enorm leeg. Ik wil de ietwat valse, gepijnigde zang van Ozzy Osbourne! Nee, absoluut niet mijn Black Sabbath. Ik wil de vroegere, ongepolijste Black Sabbath zoals op de eerste drie albums (want Paranoid(1970) kent natuurlijk ook enkele grote parels)! En misschien hebben ze nog wel meer geweldige albums gemaakt, maar die zal ik dan nog moeten ontdekken. Voor nu is Master of Reality hier in ieder geval favoriet.
Beoordeling Master of Reality: dikke 4* met kans op meer
Beoordeling Black Sabbath: kleine 4*
Beoordeling Heaven and Hell: 2*
Black Sabbath - Master of Reality (1971)
Blackbraid - Blackbraid II (2023)

4,5
2
geplaatst: 19 oktober 2023, 16:41 uur
De videoclip van ‘The Spirit Returns’ is exemplarisch voor eenmansproject Blackbraid. We zien muzikanten (officieel is Blackbraid een eenmansproject overigens) die rechtstreeks uit de jaren negentig lijken te zijn gelopen, maar de setting is niet een besneeuwde vlakte in Noorwegen, maar een bloedhete woestijn ergens in de Verenigde Staten. De muziek van Blackbraid (echte naam: Jon Krieger, Mohawknaam: Sgah’gahsowáh) is schatplichtig aan die gouden jaren in de black metal, maar klinkt door bepaalde accenten en Kriegers achtergrond toch ook geheel eigentijds en eigenwijs. Het is die combinatie die zijn tweede studio-album simpelweg onweerstaanbaar maakt en die op misschien wel de perfecte manier een middenweg tussen extremiteit en toegankelijkheid heeft gevonden.
De klassieke black metalingrediënten zijn allemaal aanwezig: we horen duizelingwekkende blast beats, snerpende gitaren die toch ook wel wat gevoel voor melodie verraden en helse vocalen die verre van menselijk lijken. Bovendien is er één overduidelijk aspect waaraan we kunnen zien dat Krieger de klassieke black metal waardeert, koestert en eert: het album eindigt met een cover van ‘A Fine Day to Die’, een nummer van Bathory, je zou kunnen zeggen dé oervader van de moderne, Scandinavische black metal.
Kraakhelder
Maar waar al die jaren negentig bands zo slecht mogelijk wilde klinken, het liefst zo slecht dat het publiek zou geloven dat je muziek echt ’s nachts in een verlaten bos of één of andere stinkende, muffe kelder was opgenomen, daar klinkt Blackbraid II kraakhelder. Alle plooien zijn gladgestreken en vaak zou ik dat als een minpunt zien, want hoe kwaadaardiger en helser hoe beter, maar op de één of andere manier past het hier uitstekend.
Want behalve nietsontziende passages zijn er ook heel veel verstilde stukken op dit album te horen die juist door een goede productie nog meer tot hun recht komen. Blackbraid lijkt daarmee aan te sluiten bij de black metaltraditie waarbij allerlei kruisbestuivingen plaatsvinden tussen andere genres en iedereen zijn eigen draai probeert te geven aan het genre. Enkele nummers op dit album laten traditionele inheemse Amerikaanse muziek en instrumenten horen en verwijzen daarbij naar de achtergrond van Krieger.
Spiritueel
Die achtergrond van Krieger is de rode draad door het album heen die de hardere en meer ingetogen nummers samenbrengt tot één geheel. Krieger is onderdeel van een inheemse Amerikaanse stam en schijnt ergens in de Adirondack bergen (New York) te wonen. Met zijn muziek zoekt hij verbinding met zijn voorvaderen en wil hij anderen met dezelfde achtergrond bewust maken van hun afkomst. De connectie met de natuur speelt een centrale rol in zijn teksten en die zijn ronduit prachtig. Waar wij in de loop van de tijd de mens zijn gaan zien als gescheiden van de natuur, is de mens in de teksten van Blackbraid nog steeds wezenlijk onderdeel van de natuur. Shapeshifting, de pracht en oerkracht van de levenloze natuur, geesten, alternatieve ideeën van tijd, het zit allemaal in de muziek van deze man.
Daarmee is Blackbraid II een enorm spiritueel album geworden, net als zijn voorganger die ik ook al zo goed vond. Het zal sommige mensen die nauwelijks naar black metal luisteren verbazen, maar spiritualiteit (in de breedste zin van het woord) is toch wel een wezenlijk onderdeel van black metal en Blackbraid voegt weer een nieuw hoofdstuk toe aan die rijke geschiedenis. Het is ook echt mooi hoe de initiële geslotenheid van black metal gaandeweg plaats heeft gemaakt voor een open cultuur (uitzonderingen natuurlijk daargelaten) waar iedereen – wat voor achtergrond je ook hebt – zich thuis kan voelen. Dat bewijst het hele indigenous black metal subgenre wel, waar Blackbraid langzaamaan misschien wel vaandeldrager van aan het worden is.
Té perfect
De echte oldskool black metalfans zullen dit echter misschien niet lusten, en dat begrijp ik ook wel. Eigenlijk is Blackbraid II té perfect. De productie is erg gladjes, de manier waarop harde en zachte stukken elkaar afwisselen ligt heel erg aangenaam in het gehoor en de tempowisselingen geven ongelooflijk veel voldoening. Het schuurt nergens, en black metal hoort juist te schuren, dat is juist de grote kracht van het genre.
Wat mij echter zo enorm aantrekt in dit album is dat ik dit eindeloos kan blijven luisteren. Voor de meeste black metal moet je gaan zitten, maar Blackbraid II is een metalalbum met popkwaliteiten en staat hier regelmatig op repeat (net als de voorganger). Het heeft genoeg hardheid om te prikkelen, maar het is in zo’n toegankelijk jasje gestoken dat het net zo verslavend blijkt als bijvoorbeeld de nieuwe Lana del Rey.
Fangirl
Gegrond in de jaren negentig dus, maar Blackbraid II is overduidelijk een product van onze tijd. Ik ben zo langzaamaan echt een Blackbraid fangirl aan het worden. Er zijn misschien black metalalbums waar ik meer emotionele binding bij voel, of die me vanwege het extremere karakter meer uitdagen, of die ik enorm kan waarderen omdat ze een stuk creatiever zijn dan de toch wat gangbare sound die we hier horen, maar ik hoef altijd maar het eerste nummer van dit album te horen en ik ben direct weer helemaal verkocht.
Het hoge poppy gehalte van deze echte black metalplaat oefent magische krachten op me uit en ik blijf er maar naar teruggrijpen. Bovendien vind ik de tekstuele inhoud van Blackbraid wel degelijk uniek en samen met al die akoestische uitstapjes kan ik intens genieten van het sfeervolle universum dat hij schept. Het zal niemand verbazen dat Blackbraid al sinds vorig jaar mijn meest beluisterde black metal artiest is, en dat zal voorlopig ook nog wel zo blijven, zeker als hij ieder jaar een nog sterker album dan de voorganger weet uit te brengen.
Blogpost
De klassieke black metalingrediënten zijn allemaal aanwezig: we horen duizelingwekkende blast beats, snerpende gitaren die toch ook wel wat gevoel voor melodie verraden en helse vocalen die verre van menselijk lijken. Bovendien is er één overduidelijk aspect waaraan we kunnen zien dat Krieger de klassieke black metal waardeert, koestert en eert: het album eindigt met een cover van ‘A Fine Day to Die’, een nummer van Bathory, je zou kunnen zeggen dé oervader van de moderne, Scandinavische black metal.
Kraakhelder
Maar waar al die jaren negentig bands zo slecht mogelijk wilde klinken, het liefst zo slecht dat het publiek zou geloven dat je muziek echt ’s nachts in een verlaten bos of één of andere stinkende, muffe kelder was opgenomen, daar klinkt Blackbraid II kraakhelder. Alle plooien zijn gladgestreken en vaak zou ik dat als een minpunt zien, want hoe kwaadaardiger en helser hoe beter, maar op de één of andere manier past het hier uitstekend.
Want behalve nietsontziende passages zijn er ook heel veel verstilde stukken op dit album te horen die juist door een goede productie nog meer tot hun recht komen. Blackbraid lijkt daarmee aan te sluiten bij de black metaltraditie waarbij allerlei kruisbestuivingen plaatsvinden tussen andere genres en iedereen zijn eigen draai probeert te geven aan het genre. Enkele nummers op dit album laten traditionele inheemse Amerikaanse muziek en instrumenten horen en verwijzen daarbij naar de achtergrond van Krieger.
Spiritueel
Die achtergrond van Krieger is de rode draad door het album heen die de hardere en meer ingetogen nummers samenbrengt tot één geheel. Krieger is onderdeel van een inheemse Amerikaanse stam en schijnt ergens in de Adirondack bergen (New York) te wonen. Met zijn muziek zoekt hij verbinding met zijn voorvaderen en wil hij anderen met dezelfde achtergrond bewust maken van hun afkomst. De connectie met de natuur speelt een centrale rol in zijn teksten en die zijn ronduit prachtig. Waar wij in de loop van de tijd de mens zijn gaan zien als gescheiden van de natuur, is de mens in de teksten van Blackbraid nog steeds wezenlijk onderdeel van de natuur. Shapeshifting, de pracht en oerkracht van de levenloze natuur, geesten, alternatieve ideeën van tijd, het zit allemaal in de muziek van deze man.
Daarmee is Blackbraid II een enorm spiritueel album geworden, net als zijn voorganger die ik ook al zo goed vond. Het zal sommige mensen die nauwelijks naar black metal luisteren verbazen, maar spiritualiteit (in de breedste zin van het woord) is toch wel een wezenlijk onderdeel van black metal en Blackbraid voegt weer een nieuw hoofdstuk toe aan die rijke geschiedenis. Het is ook echt mooi hoe de initiële geslotenheid van black metal gaandeweg plaats heeft gemaakt voor een open cultuur (uitzonderingen natuurlijk daargelaten) waar iedereen – wat voor achtergrond je ook hebt – zich thuis kan voelen. Dat bewijst het hele indigenous black metal subgenre wel, waar Blackbraid langzaamaan misschien wel vaandeldrager van aan het worden is.
Té perfect
De echte oldskool black metalfans zullen dit echter misschien niet lusten, en dat begrijp ik ook wel. Eigenlijk is Blackbraid II té perfect. De productie is erg gladjes, de manier waarop harde en zachte stukken elkaar afwisselen ligt heel erg aangenaam in het gehoor en de tempowisselingen geven ongelooflijk veel voldoening. Het schuurt nergens, en black metal hoort juist te schuren, dat is juist de grote kracht van het genre.
Wat mij echter zo enorm aantrekt in dit album is dat ik dit eindeloos kan blijven luisteren. Voor de meeste black metal moet je gaan zitten, maar Blackbraid II is een metalalbum met popkwaliteiten en staat hier regelmatig op repeat (net als de voorganger). Het heeft genoeg hardheid om te prikkelen, maar het is in zo’n toegankelijk jasje gestoken dat het net zo verslavend blijkt als bijvoorbeeld de nieuwe Lana del Rey.
Fangirl
Gegrond in de jaren negentig dus, maar Blackbraid II is overduidelijk een product van onze tijd. Ik ben zo langzaamaan echt een Blackbraid fangirl aan het worden. Er zijn misschien black metalalbums waar ik meer emotionele binding bij voel, of die me vanwege het extremere karakter meer uitdagen, of die ik enorm kan waarderen omdat ze een stuk creatiever zijn dan de toch wat gangbare sound die we hier horen, maar ik hoef altijd maar het eerste nummer van dit album te horen en ik ben direct weer helemaal verkocht.
Het hoge poppy gehalte van deze echte black metalplaat oefent magische krachten op me uit en ik blijf er maar naar teruggrijpen. Bovendien vind ik de tekstuele inhoud van Blackbraid wel degelijk uniek en samen met al die akoestische uitstapjes kan ik intens genieten van het sfeervolle universum dat hij schept. Het zal niemand verbazen dat Blackbraid al sinds vorig jaar mijn meest beluisterde black metal artiest is, en dat zal voorlopig ook nog wel zo blijven, zeker als hij ieder jaar een nog sterker album dan de voorganger weet uit te brengen.
Blogpost
Bladee & Ecco2K - Crest (2022)

4,5
2
geplaatst: 22 mei 2022, 14:12 uur
Bladee en Ecco2K zijn twee Zweedse Soundcloudrappers die allebei onderdeel uit maken van het collectief Drain Gang. Of nouja, rappers, wat ze doen heeft eigenlijk maar weinig met hip-hop te maken. Al die Soundcloudartiesten gaan er hier in als zoete koek, maar met die hele Drain Gang had ik in het begin wat meer moeite. Het was me net niet emo genoeg, net iets te vrolijk, net iets te chaotisch, maar toen in 2020 Exeter van Bladee uit kwam hoorde ik daar wel een originaliteit en frisheid in die met niets anders vergeleken kon worden. Sindsdien houd ik het collectief en aanverwanten (Yung Lean bijvoorbeeld) in de gaten en luister ik de nieuwe releases.
Crest is de nieuwste van Bladee en Ecco2K, die nu voor het eerst met zijn tweetjes een EP uitbrengen. Het is net een half uur aan muziek, maar het is wat mij betreft tot nu toe wel het fijnste half uur van 2022. De producties zijn van de hand van Whitearmor, ook een lid van Drain Gang die een enorm grote output heeft, maar die hier zichzelf overtreft. De songs sprankelen stuk voor stuk, passen heel goed in elkaar, maar verschillen onderling ook genoeg om de luisteraar bij de les te houden. Tussen de kortere liedjes valt het negen minuten durende '5 Star Crest (4 Vattenrum)' direct op, maar ook dit nummer is met zijn vele overgangen verschrikkelijk catchy. Dit is next level popmuziek; aan de ene kant klinkt het zoeter, gladder dan alles wat je op de radio hoort, aan de andere kant klinkt het volkomen eigengereid en compromisloos.
Datzelfde geldt eigenlijk voor wat Bladee en Ecco2K doen. Bedolven onder een dikke laag autotune zingen ze over, ja, wat eigenlijk? Ecco2K lijkt een obsessie met fountainheads en arrowheads te hebben, af en toe zitten er heel leuke vondsten in (“we think we exist / that's why we suffer / do we not?”), maar hoe de woorden klinken, hoe klank en herhaling gebruikt worden om het geheel nog pakkender te maken is minstens zo belangrijk als de betekenis van de woorden. De flarden tekst die te begrijpen zijn verraden een grote levenslust, maar wel eentje die niet naïef is. Hoewel Bladee en Ecco2K constant spelen met vorm, is Crest zeker geen lege huls.
Die focus op de vorm werpt zijn vruchten af. Het is bizar hoe snel deze liedjes zich in je geheugen nestelen. Crest is gevaarlijk verslavend gebleken, want ik heb er binnen een maand tijd al tientallen keren van begin tot einde naar geluisterd. Openingsnummer 'The Flag Is Raised' gaat inmiddels al richting de honderd plays. We hebben hier wat mij betreft toch wel te maken met een heruitvinden van popmuziek. Bovendien heb ik een enorm zwak voor de levenshouding die uit het geheel spreekt. Op Crest bestaan de feestelijkheden en de moeilijkheden van het leven moeiteloos naast elkaar, alles in dienst van de zelfontplooiing. Ik ben als een blok gevallen voor alles wat deze EP uitstraalt en ik kan deze zonder twijfel tot mijn persoonlijke favorieten rekenen.
Bladee & Ecco2K - Crest
Crest is de nieuwste van Bladee en Ecco2K, die nu voor het eerst met zijn tweetjes een EP uitbrengen. Het is net een half uur aan muziek, maar het is wat mij betreft tot nu toe wel het fijnste half uur van 2022. De producties zijn van de hand van Whitearmor, ook een lid van Drain Gang die een enorm grote output heeft, maar die hier zichzelf overtreft. De songs sprankelen stuk voor stuk, passen heel goed in elkaar, maar verschillen onderling ook genoeg om de luisteraar bij de les te houden. Tussen de kortere liedjes valt het negen minuten durende '5 Star Crest (4 Vattenrum)' direct op, maar ook dit nummer is met zijn vele overgangen verschrikkelijk catchy. Dit is next level popmuziek; aan de ene kant klinkt het zoeter, gladder dan alles wat je op de radio hoort, aan de andere kant klinkt het volkomen eigengereid en compromisloos.
Datzelfde geldt eigenlijk voor wat Bladee en Ecco2K doen. Bedolven onder een dikke laag autotune zingen ze over, ja, wat eigenlijk? Ecco2K lijkt een obsessie met fountainheads en arrowheads te hebben, af en toe zitten er heel leuke vondsten in (“we think we exist / that's why we suffer / do we not?”), maar hoe de woorden klinken, hoe klank en herhaling gebruikt worden om het geheel nog pakkender te maken is minstens zo belangrijk als de betekenis van de woorden. De flarden tekst die te begrijpen zijn verraden een grote levenslust, maar wel eentje die niet naïef is. Hoewel Bladee en Ecco2K constant spelen met vorm, is Crest zeker geen lege huls.
Die focus op de vorm werpt zijn vruchten af. Het is bizar hoe snel deze liedjes zich in je geheugen nestelen. Crest is gevaarlijk verslavend gebleken, want ik heb er binnen een maand tijd al tientallen keren van begin tot einde naar geluisterd. Openingsnummer 'The Flag Is Raised' gaat inmiddels al richting de honderd plays. We hebben hier wat mij betreft toch wel te maken met een heruitvinden van popmuziek. Bovendien heb ik een enorm zwak voor de levenshouding die uit het geheel spreekt. Op Crest bestaan de feestelijkheden en de moeilijkheden van het leven moeiteloos naast elkaar, alles in dienst van de zelfontplooiing. Ik ben als een blok gevallen voor alles wat deze EP uitstraalt en ik kan deze zonder twijfel tot mijn persoonlijke favorieten rekenen.
Bladee & Ecco2K - Crest
Blood Incantation - Timewave Zero (2022)

4,0
7
geplaatst: 11 september 2022, 17:01 uur
Drie jaar geleden alweer bracht Blood Incantation een verschrikkelijk goede technical death metal plaat uit, genaamd The Hidden History of the Human Race. Wat dat album zo goed maakte was hoe bruutheid, ruimtelijkheid en melodie moeiteloos in elkaar overliepen.
De songteksten raakten aan science-fiction, maar legden de nadruk op het menselijke bewustzijn en zijn relatie tot de wereld. ‘Inner Paths (to Outer Space)’, een spacy voorbode voor het monsterlijke, achttien minuten durende epos ‘Awakening from the Dream of Existence to the Multidimensional Nature of Our Reality (Mirror of the Soul)’ wordt door de band zelf omschreven als een “meditative journey through the inner cosmos of the human mind”. Welnu, die reis lijkt de band voort te willen zetten door met een nieuw album te komen dat niets meer met death metal te maken heeft.
Dit nieuwste album doet qua compositie veel eerder denken aan het werk van elektronica pioniers als Klaus Schulze, Tangerine Dream en andere lieden van de Berlin School. Timewave Zero bestaat uit twee uitgesponnen nummers die vooral voortgestuwd worden door verschillende lagen synths die elkaar aflossen en die toewerken naar een steeds grootser geheel. Als het gaat om de dystopische klanken en de zwaarte van het geluid dat Blood Incantation hier brengt, doet het wellicht eerder denken aan acts als Deathprod, Lustmord en Thomas Köner.
Timewave Zero is met zijn donkere space ambient een radicale stijlbreuk ten opzichte van de death metal waar ze hoge ogen mee gooiden, maar toch zijn er nog wel wat thematische overeenkomsten te vinden. Zo is er nog steeds de fascinatie voor science-fiction. Luisterend naar dit album waan je je op een verlaten planeet waar je helemaal op jezelf bent aangewezen. Het artwork helpt zeker ook een handje mee om je in de juiste sferen te brengen.
Maar als je helemaal alleen bent in de ruimte, geeft dat alle mogelijkheid om de grenzen van je eigen denken te onderzoeken. Vandaar ook dat ik dit album vooral zie als het verder doorvoeren van de onderwerpen die al op Hidden History of the Human Race naar voren kwamen. Dat album bracht vooral het theoretisch kader, de gedachte dat door zelfonderzoek er een kosmisch bewustzijn kan ontstaan. De meditatieve muziek op Timewave Zero creëert vervolgens de ruimte om aan zelfonderzoek te kunnen doen.
Het leuke van ambient is dat er op het eerste gehoor nogal weinig gebeurt, maar dat het stiekem grote invloed heeft op je gemoed, op je denken en hoe je de wereld aanschouwt. Je kunt van alles doen tijdens het luisteren naar ambient, maar de muziek – zelfs als ‘zinnigere’ zaken de muziek naar de achtergrond dwingen – zal je bezigheden altijd op een bepaalde manier kleuren. Timewave Zero mag dan een flinke onderhuidse spanning kennen, gek genoeg straalt het album ook warmte uit. De innerlijke reis waar Blood Incantation de luisteraar op stuurt is er één van duisternis, opwinding en rust en de band bewijst dat dat allemaal naast elkaar kan bestaan.
Nu vind ik dat op deze plaat relatief veel gebeurt voor ambientbegrippen dus het liefst verdrink ik in de twee werelden die de band hier schetst. Toch heb ik wel een rare verhouding tot deze plaat. Als ik ‘m niet op heb staan twijfel ik over de kwaliteiten van de muziek, of het misschien niet iets te veel een kopie van de Berlin School is. Maar telkens als ik ‘m dan weer luister, en de teller staat hier al op een keer of 20, kan ik er niet over uit hoe overtuigend het is wat de heren hier doen.
Die krachtige luisterervaringen lijken me veel meer waar dan die twijfels die telkens weer ongegrond blijken. Ambient is één van mijn favoriete genres en Timewave Zero is er wat mij betreft glansrijk in geslaagd om een nieuw hoofdstuk toe te voegen aan dit toch al diverse genre. Blood Incantation brengt het buitenaardse (Berlin School), het dystopische (dark ambient) en het warme, meditatieve (new age) samen op een van de muzikale hoogtepunten uit 2022.
Blood Incantation - Timewave Zero (2022)
De songteksten raakten aan science-fiction, maar legden de nadruk op het menselijke bewustzijn en zijn relatie tot de wereld. ‘Inner Paths (to Outer Space)’, een spacy voorbode voor het monsterlijke, achttien minuten durende epos ‘Awakening from the Dream of Existence to the Multidimensional Nature of Our Reality (Mirror of the Soul)’ wordt door de band zelf omschreven als een “meditative journey through the inner cosmos of the human mind”. Welnu, die reis lijkt de band voort te willen zetten door met een nieuw album te komen dat niets meer met death metal te maken heeft.
Dit nieuwste album doet qua compositie veel eerder denken aan het werk van elektronica pioniers als Klaus Schulze, Tangerine Dream en andere lieden van de Berlin School. Timewave Zero bestaat uit twee uitgesponnen nummers die vooral voortgestuwd worden door verschillende lagen synths die elkaar aflossen en die toewerken naar een steeds grootser geheel. Als het gaat om de dystopische klanken en de zwaarte van het geluid dat Blood Incantation hier brengt, doet het wellicht eerder denken aan acts als Deathprod, Lustmord en Thomas Köner.
Timewave Zero is met zijn donkere space ambient een radicale stijlbreuk ten opzichte van de death metal waar ze hoge ogen mee gooiden, maar toch zijn er nog wel wat thematische overeenkomsten te vinden. Zo is er nog steeds de fascinatie voor science-fiction. Luisterend naar dit album waan je je op een verlaten planeet waar je helemaal op jezelf bent aangewezen. Het artwork helpt zeker ook een handje mee om je in de juiste sferen te brengen.
Maar als je helemaal alleen bent in de ruimte, geeft dat alle mogelijkheid om de grenzen van je eigen denken te onderzoeken. Vandaar ook dat ik dit album vooral zie als het verder doorvoeren van de onderwerpen die al op Hidden History of the Human Race naar voren kwamen. Dat album bracht vooral het theoretisch kader, de gedachte dat door zelfonderzoek er een kosmisch bewustzijn kan ontstaan. De meditatieve muziek op Timewave Zero creëert vervolgens de ruimte om aan zelfonderzoek te kunnen doen.
Het leuke van ambient is dat er op het eerste gehoor nogal weinig gebeurt, maar dat het stiekem grote invloed heeft op je gemoed, op je denken en hoe je de wereld aanschouwt. Je kunt van alles doen tijdens het luisteren naar ambient, maar de muziek – zelfs als ‘zinnigere’ zaken de muziek naar de achtergrond dwingen – zal je bezigheden altijd op een bepaalde manier kleuren. Timewave Zero mag dan een flinke onderhuidse spanning kennen, gek genoeg straalt het album ook warmte uit. De innerlijke reis waar Blood Incantation de luisteraar op stuurt is er één van duisternis, opwinding en rust en de band bewijst dat dat allemaal naast elkaar kan bestaan.
Nu vind ik dat op deze plaat relatief veel gebeurt voor ambientbegrippen dus het liefst verdrink ik in de twee werelden die de band hier schetst. Toch heb ik wel een rare verhouding tot deze plaat. Als ik ‘m niet op heb staan twijfel ik over de kwaliteiten van de muziek, of het misschien niet iets te veel een kopie van de Berlin School is. Maar telkens als ik ‘m dan weer luister, en de teller staat hier al op een keer of 20, kan ik er niet over uit hoe overtuigend het is wat de heren hier doen.
Die krachtige luisterervaringen lijken me veel meer waar dan die twijfels die telkens weer ongegrond blijken. Ambient is één van mijn favoriete genres en Timewave Zero is er wat mij betreft glansrijk in geslaagd om een nieuw hoofdstuk toe te voegen aan dit toch al diverse genre. Blood Incantation brengt het buitenaardse (Berlin School), het dystopische (dark ambient) en het warme, meditatieve (new age) samen op een van de muzikale hoogtepunten uit 2022.
Blood Incantation - Timewave Zero (2022)
Bruce Springsteen - Nebraska (1982)

4,0
10
geplaatst: 27 juni 2023, 16:42 uur
De eerste platen die ik in bezit kreeg was de oude collectie van mijn oom. Dat was vooral heel erg veel new wave en synthpop uit de jaren tachtig (niet geheel toevallig begon het graven in het muzikale verleden ook bij de jaren tachtig voor mij), maar er waren ook enkele verdwaalde prog-, soul-, metal- en singer-songwriterplaten in die verzameling te vinden. Zo ook wat werk van Bruce Springsteen, en dan natuurlijk die albums die uit waren gekomen in de jaren tachtig.
Het wat meer extraverte Born in the USA (1984) en het meer sobere en ingetogen Nebraska (1982) stonden gebroederlijk naast elkaar in die supermarktkrat en ik ontwikkelde al snel een grote voorkeur voor die laatste. Nu kan ik mezelf absoluut geen Springsteen-volgeling noemen, sterker nog: ik ken naast deze twee albums vooral de liedjes van hem die in de top2000 staan en die hebben me nooit dusdanig weten te prikkelen om nog dieper het oeuvre van de beste man in te duiken.
Curiosum
Nebraska klonk me altijd, vergeleken bij de voorganger en met de grote hits die ik kende, als een vreemd curiosum in de oren. De muzikale omlijsting is vrij kaal, de algehele sfeer kil en troosteloos en daarmee compleet anders dan de krachtige stadionrock waarmee hij tienduizenden mensen tegelijkertijd weet te hypnotiseren. Ik echter word juist gegrepen door de desolaatheid die dit album uitstraalt.
Op tekstueel vlak horen we verhalen over mensen die op het verkeerde pad zijn beland, mensen die dromen van een beter leven zonder armoede, familieleden die vervreemd zijn geraakt van elkaar, die voor moeilijke keuzes komen te staan of mensen die tegen beter weten in op hun geliefde blijven wachten. Je luistert dit zeker niet om op te vrolijken, en pas op het laatste nummer – wanneer Springsteen zingt: “Still at the end of every hard earned day people find some reason to believe” – schijnt er een heel klein sprankje hoop door alle rampspoed heen.
Verhalenverteller
Best wel een downer dus, dat Nebraska, maar wat me telkens weer naar dit album toe trekt is het feit dat Springsteen een zeer begaafd verhalenverteller is – iedere songtekst kent wel een interessante wending of beschrijft een situatie die me beroert – en dat de minimale muzikale middelen waar hij zich van bedient het effect van deze verhalen alleen maar versterken. De wat kale muzikale begeleiding en teksten werken constant samen om je een absolute droefheid tot in het merg van je botten te laten voelen.
Want hoe Springsteen bijvoorbeeld gebruik maakt van de mondharmonica, en dat hoor je nu uit de mond van een fervent mondharmonica-hater. Het instrument wordt op Nebraska redelijk spaarzaam gebruikt, maar er gaat telkens een ongekende tristesse vanuit wanneer we hem horen. Sowieso weet Springsteen met een verfijnde mix van onder andere gitaar, mondharmonica, mandoline, synthesizer en glockenspiel een sfeer te creëren waarbij je je de laatste persoon op deze aardbol waant en je je volkomen op jezelf teruggeworpen voelt.
Atlantic City
Als geheel is Nebraska prachtig en er is absoluut geen minder nummer op dit album te vinden. Toch steekt ‘Atlantic City’ er voor mij met kop en schouders bovenuit en deze staat hoog in mijn lijst met favoriete nummers ooit. De treurige mondharmonica, Springsteens intense vocalen op de achtergrond, het prachtige verhaal over iemand die moet vechten om zijn hoofd boven water te houden, ik kan dit nummer eindeloos vaak achter elkaar horen en na al die jaren wordt-ie nog steeds mooier.
Nebraska is in de uitzichtloosheid die ze overbrengt groots en zo’n achttien jaar nadat ik die plaat in dat klapkratje tegenkwam luister ik er nog altijd met veel plezier naar. En toch voel ik nog steeds niet erg de behoefte om dieper in het werk van Bruce Springsteen te duiken. Ik heb ook de komende jaren nog meer dan genoeg aan Nebraska.
Blogpost
Het wat meer extraverte Born in the USA (1984) en het meer sobere en ingetogen Nebraska (1982) stonden gebroederlijk naast elkaar in die supermarktkrat en ik ontwikkelde al snel een grote voorkeur voor die laatste. Nu kan ik mezelf absoluut geen Springsteen-volgeling noemen, sterker nog: ik ken naast deze twee albums vooral de liedjes van hem die in de top2000 staan en die hebben me nooit dusdanig weten te prikkelen om nog dieper het oeuvre van de beste man in te duiken.
Curiosum
Nebraska klonk me altijd, vergeleken bij de voorganger en met de grote hits die ik kende, als een vreemd curiosum in de oren. De muzikale omlijsting is vrij kaal, de algehele sfeer kil en troosteloos en daarmee compleet anders dan de krachtige stadionrock waarmee hij tienduizenden mensen tegelijkertijd weet te hypnotiseren. Ik echter word juist gegrepen door de desolaatheid die dit album uitstraalt.
Op tekstueel vlak horen we verhalen over mensen die op het verkeerde pad zijn beland, mensen die dromen van een beter leven zonder armoede, familieleden die vervreemd zijn geraakt van elkaar, die voor moeilijke keuzes komen te staan of mensen die tegen beter weten in op hun geliefde blijven wachten. Je luistert dit zeker niet om op te vrolijken, en pas op het laatste nummer – wanneer Springsteen zingt: “Still at the end of every hard earned day people find some reason to believe” – schijnt er een heel klein sprankje hoop door alle rampspoed heen.
Verhalenverteller
Best wel een downer dus, dat Nebraska, maar wat me telkens weer naar dit album toe trekt is het feit dat Springsteen een zeer begaafd verhalenverteller is – iedere songtekst kent wel een interessante wending of beschrijft een situatie die me beroert – en dat de minimale muzikale middelen waar hij zich van bedient het effect van deze verhalen alleen maar versterken. De wat kale muzikale begeleiding en teksten werken constant samen om je een absolute droefheid tot in het merg van je botten te laten voelen.
Want hoe Springsteen bijvoorbeeld gebruik maakt van de mondharmonica, en dat hoor je nu uit de mond van een fervent mondharmonica-hater. Het instrument wordt op Nebraska redelijk spaarzaam gebruikt, maar er gaat telkens een ongekende tristesse vanuit wanneer we hem horen. Sowieso weet Springsteen met een verfijnde mix van onder andere gitaar, mondharmonica, mandoline, synthesizer en glockenspiel een sfeer te creëren waarbij je je de laatste persoon op deze aardbol waant en je je volkomen op jezelf teruggeworpen voelt.
Atlantic City
Als geheel is Nebraska prachtig en er is absoluut geen minder nummer op dit album te vinden. Toch steekt ‘Atlantic City’ er voor mij met kop en schouders bovenuit en deze staat hoog in mijn lijst met favoriete nummers ooit. De treurige mondharmonica, Springsteens intense vocalen op de achtergrond, het prachtige verhaal over iemand die moet vechten om zijn hoofd boven water te houden, ik kan dit nummer eindeloos vaak achter elkaar horen en na al die jaren wordt-ie nog steeds mooier.
Nebraska is in de uitzichtloosheid die ze overbrengt groots en zo’n achttien jaar nadat ik die plaat in dat klapkratje tegenkwam luister ik er nog altijd met veel plezier naar. En toch voel ik nog steeds niet erg de behoefte om dieper in het werk van Bruce Springsteen te duiken. Ik heb ook de komende jaren nog meer dan genoeg aan Nebraska.
Blogpost
