menu

Hier kun je zien welke berichten madmadder als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Bill Evans Trio - Portrait in Jazz (1960)

3,5
geplaatst:
madmadders (her)ontdekkingsreis door de sixties en seventies #7: Bill Evans Trio – Portrait in Jazz

Het feit wil dat ik vorig jaar Moon Beams van dit trio ontdekte omdat ik naar muziek zocht die perfect paste bij het boek dat ik toen las (Another Country van James Baldwin, voor de geïnteresseerden). Ik hield meteen van de melancholische, ingetogen piano jazz op dat album en inmiddels reken ik hem tot mijn persoonlijke favorieten. Sindsdien heb ik bij alles wat ik hoor van Bill Evans (Trio) hoge verwachtingen, maar tot nog toe weten die andere albums de grote gevoelens die ik ervaar bij Moon Beams nog niet te evenaren.

Ik las dat Portrait in Jazz het album is waarmee Bill Evans (piano), Scott LaFaro (bas) en Paul Motian (drums) hun naam vestigden als trio. Alleszins is een grote chemie tussen de drie te horen. De aandacht trekt als automatisch toch naar Evans op piano, maar LaFaro en Motian krijgen zeker ook hun momenten om te shinen. De mannen doen stapjes terug om de ander hun moment te laten pakken en het beste uit zijn instrument te halen. Hoe bijvoorbeeld bas en piano om elkaar heen cirkelen in 'Autumn Leaves' is erg speels en een van de hoogtepunten van het album. De dynamiek tussen de drie zorgt zeker voor een aantal mooie momenten.

Ik moet daarbij tegelijkertijd toch ook wel concluderen dat piano jazz, in ieder geval deze piano jazz, niet de meest spannende soort jazz is. Zo'n saxofoon of trompet waar iemand zijn hele longinhoud aan geeft, die muzikanten oncontroleerbare bewegingen laat maken terwijl ze hun hele ziel en zaligheid in hun instrument blazen, doet al snel intenser en meeslepender voor dan iemand die maar wat 'lui' op z'n pianootje pingelt (ik chargeer hier, even voor de duidelijkheid).

Piano jazz is meer ingetogen. Het is jazz die je doorgaans niet direct bij de keel grijpt, die zijn kaarten op de borst houdt, die zijn geheimen maar heel langzaam prijsgeeft. Dat dit soort jazz ook kleine meesterwerken voortbrengt, bewijst dit trio met Moon Beams, maar op dit album blijft een emotionele binding toch uit. Wat overblijft zijn negen songs waar ik ontegenzeggelijk kwaliteit in hoor en waarbij ik kan genieten van de manier waarop de drie met elkaar musiceren, maar een echte connectie ontbreekt.

Maar goed, ik ken mezelf en mijn jazz-ontdekkingen inmiddels een beetje. Het zou zomaar kunnen dat ik over een jaar of wat niets anders wil dan Portrait in Jazz. Voor nu blijf ik echter steken op een ruime voldoende.

Next Stop: Tina Brooks – True Blue

Bill Evans Trio - Portrait in Jazz

Biosphere - Shortwave Memories (2022)

4,0
geplaatst:
Het is pas een paar jaar geleden dat ik Substrata (1997) van Biosphere ontdekte. Een beetje laat, zeker omdat het album al jaren op mijn radar stond en ik al vermoedde dat het echt iets voor mij zou zijn. Het album bleek nóg beter dan verwacht, het werd een van mijn mooiste ontdekkingen ooit en inmiddels prijkt het album in mijn all-time-top10 (op plek 3 om precies te zijn).

Sinds de ontdekking van Substrata ben ik me rustig door het oeuvre van de Noor aan het heen luisteren en het is bewonderenswaardig hoe hij zich probeert te blijven vernieuwen. Hij maakt vooral ambient, maar valt het genre steeds weer opnieuw vanuit een andere invalshoek aan. Soms gebruikt hij field recordings, andere keren laat hij zich weer inspireren door klassieke muziek; soms is het heel minimalistisch, andere keren brengt hij een wat voller geluid. En toch is het altijd heel herkenbaar als Biosphere. Toegegeven, niet iedere poging is memorabel, maar er zitten toch echt wel enkele meesterwerken tussen en nog een heel pak erg goede albums.

Geir Jenssen, de man achter Biosphere, is nog steeds productief en ik volg inmiddels zijn nieuwe releases op de voet. Naar zijn nieuwste, Shortwave Memories, luisterde ik al een tijdje en gisteren heb ik dan mijn eerste Biosphere-release op plaat gekocht (hopelijk volgen er meer, vooral Substrata lijkt me fantastisch om te hebben op LP). Het is wel even een wereldje van verschil, dit album via Spotify horen of op vinyl. De vinyluitgave bezit een enorme diepte en dynamiek, waardoor alle details veel beter hoorbaar zijn.

Voor dit nieuwe album keert Jenssen terug naar het geluid waar hij mee begon en bekend mee werd, namelijk gelaagde elektronica die flirt met techno. Hij liet zich voor Shortwave Memories inspireren door post-punk producers als Marin Hannett (producer voor onder meer Joy Division en oprichter van Factory Records) en Daniel Miller (oprichter van Mute Records). Jenssens laatste albums bestonden vooral uit samples en werden gemaakt op de computer, voor deze nieuwste maakte hij gebruik van (analoge) instrumenten uit het post-punktijdperk (eind jaren zeventig, begin jaren tachtig). Deze instrumenten hadden nog nauwelijks presets en ruimte om geluiden op te slaan, dus alles wat je op dit album hoort is vanaf de grond of aan opgebouwd.

Die post-punk-echo's hoor ik eerlijk gezegd niet heel erg terug, dit album is bovenal typisch Biosphere. Luister bijvoorbeeld naar het titelnummer en je weet meteen dat dit van de hand van Geir Jenssen komt. Een onheilspellende, kille beat, een langgerekte soundscape op de achtergrond en daar allerlei extra texturen en lagen elektronica aan toegevoegd die het geheel heel veel diepte geven. Ambient wordt nogal eens omschreven als 'saai', maar die mensen hebben Biosphere nog niet gehoord. In deze muziek valt zo ontzettend veel te ontdekken dat het bijna onmogelijk is om uitgekeken te raken op de composities.

Ook qua sfeerzetting blijft Biosphere toch wel een meester. De sfeer die hij op dit album weet neer te zetten doet ook denken aan die vroegere werken. Door de ritmes straalt er zekere koelte af van de nummers, maar die worden in evenwicht gebracht door warme onderlagen. Het resultaat is een geluid dat tijdens een hete zomer een enorm verkwikkend effect heeft, maar waar je je in de koude wintermaanden aan kunt opwarmen. Ik kan zo snel geen enkele andere muziek noemen die ook die unieke kwaliteit bezit.

Ik ben tegenwoordig een enorme Biosphere-fangirl, dus misschien moet je mijn mening niet helemaal serieus nemen, maar Shortwave Memories is gewoon weer een ijzersterk album, en ongetwijfeld de beste van de laatste paar Biosphere-releases. Het feit dat op het vinyl de details nog zoveel beter tot uitdrukking komen, heeft er voor gezorgd dat dit album een grote sprong maakt in mijn voorlopige jaarlijst. En nu de laatste tonen van het geweldige slotnummer wegsterven realiseer ik me dat ik 'm vandaag nóg beter vind dan gisteren. Waar eindigt deze adoratie?

Biosphere - Shortwave Memories

Bladee & Ecco2K - Crest (2022)

4,5
geplaatst:
Bladee en Ecco2K zijn twee Zweedse Soundcloudrappers die allebei onderdeel uit maken van het collectief Drain Gang. Of nouja, rappers, wat ze doen heeft eigenlijk maar weinig met hip-hop te maken. Al die Soundcloudartiesten gaan er hier in als zoete koek, maar met die hele Drain Gang had ik in het begin wat meer moeite. Het was me net niet emo genoeg, net iets te vrolijk, net iets te chaotisch, maar toen in 2020 Exeter van Bladee uit kwam hoorde ik daar wel een originaliteit en frisheid in die met niets anders vergeleken kon worden. Sindsdien houd ik het collectief en aanverwanten (Yung Lean bijvoorbeeld) in de gaten en luister ik de nieuwe releases.

Crest is de nieuwste van Bladee en Ecco2K, die nu voor het eerst met zijn tweetjes een EP uitbrengen. Het is net een half uur aan muziek, maar het is wat mij betreft tot nu toe wel het fijnste half uur van 2022. De producties zijn van de hand van Whitearmor, ook een lid van Drain Gang die een enorm grote output heeft, maar die hier zichzelf overtreft. De songs sprankelen stuk voor stuk, passen heel goed in elkaar, maar verschillen onderling ook genoeg om de luisteraar bij de les te houden. Tussen de kortere liedjes valt het negen minuten durende '5 Star Crest (4 Vattenrum)' direct op, maar ook dit nummer is met zijn vele overgangen verschrikkelijk catchy. Dit is next level popmuziek; aan de ene kant klinkt het zoeter, gladder dan alles wat je op de radio hoort, aan de andere kant klinkt het volkomen eigengereid en compromisloos.

Datzelfde geldt eigenlijk voor wat Bladee en Ecco2K doen. Bedolven onder een dikke laag autotune zingen ze over, ja, wat eigenlijk? Ecco2K lijkt een obsessie met fountainheads en arrowheads te hebben, af en toe zitten er heel leuke vondsten in (“we think we exist / that's why we suffer / do we not?”), maar hoe de woorden klinken, hoe klank en herhaling gebruikt worden om het geheel nog pakkender te maken is minstens zo belangrijk als de betekenis van de woorden. De flarden tekst die te begrijpen zijn verraden een grote levenslust, maar wel eentje die niet naïef is. Hoewel Bladee en Ecco2K constant spelen met vorm, is Crest zeker geen lege huls.

Die focus op de vorm werpt zijn vruchten af. Het is bizar hoe snel deze liedjes zich in je geheugen nestelen. Crest is gevaarlijk verslavend gebleken, want ik heb er binnen een maand tijd al tientallen keren van begin tot einde naar geluisterd. Openingsnummer 'The Flag Is Raised' gaat inmiddels al richting de honderd plays. We hebben hier wat mij betreft toch wel te maken met een heruitvinden van popmuziek. Bovendien heb ik een enorm zwak voor de levenshouding die uit het geheel spreekt. Op Crest bestaan de feestelijkheden en de moeilijkheden van het leven moeiteloos naast elkaar, alles in dienst van de zelfontplooiing. Ik ben als een blok gevallen voor alles wat deze EP uitstraalt en ik kan deze zonder twijfel tot mijn persoonlijke favorieten rekenen.

Bladee & Ecco2K - Crest

Charles Mingus - Blues & Roots (1960)

3,0
madmadders (her)ontdekkingsreis door de sixties en seventies #2: Charles Mingus – Blues & Roots

De1960-toplijst op RYM brengt me naar een album van Charles Mingus dat ik nog niet kende. Ik vind veel van wat ik van de beste man ken goed tot heel goed en dat is maar beter ook, want zijn muziek gaat zeker nog wel een aantal keren langskomen op deze reis.

Nu val ik maar direct met de deur in huis: ik 'voel' deze na best wat luisterbeurten nog niet zo. Ik heb nog niet het perfecte moment gevonden waarop deze het beste tot zijn recht komt. Om nou te zeggen dat het een matig album is, nee, dan zou ik heel erg overdrijven. Het is, zoals hierboven al vaker wordt verkondigd, een heel erg swingend album, maar ik merk dat ik mijn aandacht er niet bij kan houden, dat de muziek te veel naar de achtergrond verdwijnt, terwijl ik er liever helemaal in op wil gaan. Zoals ik bij het vorige besproken album, Giant Steps, iedere noot wilde verkennen, zo voel ik die behoefte totaal niet met dit album. Zo voor op de achtergrond is het prima, maar ik had op meer gehoopt.

Ach ja, kan gebeuren. Niet getreurd, het volgende jazzalbum wacht alweer op me (Sketches of Spain). Wie weet valt het kwartje ooit nog, maar voor nu grijp ik liever naar een Oh Yeah, Pithecanthropus Erectus of natuurlijk The Black Saint and the Sinner Lady terug (Mingus Ah Um zou ik weer eens moeten herluisteren, die voor mijn gevoel magere 3,5* die daar staat dateert alweer van tien jaar terug).

Trouwens, op het eerste nummer zit een paar keer een behoorlijk hinderlijke piep waardoor ik telkens denk dat allerlei elektrische apparaten in mijn huis het begeven. Maar dat terzijde.

Next stop: Miles Davis – Sketches of Spain

Coil - Musick to Play in the Dark Volume Two (2000)

4,5
geplaatst:
De muziek van Coil was lange tijd niet gemakkelijk om te verkrijgen, en nog steeds is er een heel aantal releases waar je de hoofdprijs voor betaalt. De eerste Musick to Play in the Dark werd enkele jaren geleden echter opnieuw uitgebracht, en enkele weken terug was daar de heruitgave van het tweede deel, die ongeveer samen viel met het aanschaffen van een nieuwe platenspeler en hernieuwde platenverzamelwoede. Dat tweede deel dus direct aangeschaft en het is ongetwijfeld één van de mooiste LP's uit mijn collectie. En als klap op de vuurpijl ben ik dit tweede deel in de afgelopen weken ook nog veel meer gaan waarderen dan ik al deed.

Coil bestond uit een eigenzinnig tweetal dat ergens in het grijze gebied tussen neofolk, dark ambient en industrial opereerde. Ze hadden nog zoveel geweldige muziek kunnen maken, ware het niet dat beide heren veel te vroeg stierven. Ik ben al vanaf mijn tienerjaren onder de indruk van hun muziek en verschillende albums van ze reken ik tot mijn persoonlijke favorieten. Musick to Play in the Dark 2 stond bij mij echter altijd een treetje lager dan het eerste deel, The Ape of Naples en Horse Rotorvator. Nu, na toch wel het herontdekken van dit album, moet ik concluderen dat deze echt niet onderdoet voor die andere favorieten.

Laat ik beginnen met het beschrijven van de uitgave die ik heb. Beide LP's zijn transparant. Op kant 4 staat geen muziek, maar in plaats daarvan zijn er afbeeldingen in het vinyl geëtst. Nergens wordt aangegeven welke kant je eerst moet luisteren, dus je moet maar onthouden dat je eerst de kant met de maan als afbeelding op moet leggen. Het geluid is geweldig. De plaat klinkt ongelooflijk diep en rijk en daarmee wordt het effect van deze muziek alleen maar groter. Dit is echt een uitgave om te koesteren.

De titel van de plaat zegt het al: deze komt het beste tot zijn recht in het donker, het liefst zonder de aanwezigheid van welk achtergrondgeluid dan ook. Op dit album, net als op het eerste deel, horen we dark ambient met stukken spoken word. Je krijgt een heel ongemakkelijk gevoel van deze muziek, en dat is precies de bedoeling. Vergeleken met deel I is dit tweede deel wat subtieler en wat minder expliciet naar, maar deze kruipt uiteindelijk net zo erg onder je huid.

Coil lijkt de luisteraar altijd te willen confronteren met de donkere zijden van het leven en met het feit dat we toch echt ooit zullen sterven. Hoe ga je om met het idee dat je in principe over tien minuten dood kunt neervallen? Hoe ga je om met de onvermijdelijke dood van je ouders? En dat allemaal in een wereld die geen betekenis heeft, die niet de belofte van een hiernamaals in zich heeft. Deze muziek drukt je alvast met de neus op de feiten, brengt geen verstrooiing maar moedigt aan om je open te stellen naar de harde feiten van het leven.

Nu heb ik in mijn leven veel Heidegger, Camus en andere ongezellige filosofen uit de twintigste eeuw gelezen en confronteer ik mezelf graag met die onvermijdelijke zekerheden van het bestaan. Ik vind het dan ook ronduit geweldig dat er een muzikaal collectief was dat duidelijk met eenzelfde houding hun muziek maakte. Ik weet dat veel mensen de muziek van Coil afstotend vinden en er daarom niet graag naar luisteren. Ik ben echter niet bang voor het effect dat deze muziek op me heeft, kan er zelfs zeer van genieten en realiseer me iedere seconde dat ik naar iets heel bijzonders luister. Dat muziek je bang kan maken en je zo'n onbestemd gevoel kan geven (een gevoel dat wat mij betreft het dichtst bij de Heideggeriaanse Angst in de buurt komt), dat is toch iets geweldigs?

Deze plaat kent ook weer zoveel goede momenten. Het slotnummer 'Batwings (A Limnal Hymn)' behoort tot het beste dat het tweetal gemaakt heeft. Ja, het is eng, ja, het is naar, maar tegelijkertijd bewijst Coil dat dit hand in hand kan gaan met een immense schoonheid. Daarnaast is het eerste nummer een fijne binnenkomer. We horen geen muziek, alleen een woord dat herhaald wordt, het is eigenlijk niets en toch sleept het je meteen die donkere sferen binnen. Ook het vervormde “to turn my mind off” aan het einde van het nummer 'Ether' dat zich maar blijft herhalen en steeds verontrustender wordt is een hoogtepunt. Tot slot wil ik de tekst van 'Where Are You?' aanhalen, waarin de levenshouding die ik bespeur bij de heren en die ik zo aantrekkelijk vind het beste naar voren komt. “Where are you? / Are you hiding from me? / Are you still looking for things that no-one else can see? […] Each of us lies bleeding / Our rivers intermingling”

Ik vond het eerste deel van Musick to Play in the Dark altijd de betere van de twee, maar ik kan inmiddels niet meer zo goed kiezen. Juist omdat deze het wat subtieler aanpakt (ja, ik kan begrijpen dat je na alles wat ik over dit album heb verteld nauwelijks kan geloven dat dit de meer subtielere van de twee is) vind ik dat ze eigenlijk wel heel erg goed naast elkaar kunnen bestaan. Het eerste deel heeft misschien wat betere nummers, maar als geheel werkt nummer 2 wel heel erg goed. Beide zijn wat mij betreft meesterwerken. Nu maar snel op zoek naar deel I op vinyl.

Coil - Musick to Play in the Dark 2

Death in June - The Wall of Sacrifice (1990)

4,0
madmadders loswekende oeuvreverkenningstocht #5: Death in June – The Wall of Sacrifice

Deel 1

Ik ken Death In June eigenlijk al heel lang, van toen ik geobsedeerd raakte met Current93. Death In June maakte dezelfde soort muziek, alleen was Douglas Pearce een stuk fouter dan de mensen van Current93. Ik heb tijdens mijn studie best wel in extreem-(linkse) kringen verkeerd en mijn liefde voor dit soort muziek verdween toen naar de achtergrond, vooral wel omdat ik direct al mijn clubjes uitgegooid zou worden als duidelijk zou worden dat ik naar dit soort muziek luisterde en het nog leuk vond ook.

Gelukkig verdwenen die mensen en die clubjes uit beeld na mijn studie en kon ik weer zonder schaamte genieten van Death In June. But, What Ends When the Symbols Shatter? kwam tijdens herbeluistering binnen met een kracht waar je u tegen zegt. Hij bivakkeert inmiddels al jaren op de rand van mijn top10. Het is eigenlijk nog altijd het enige album dat ik van Death In June op zet, hoog tijd dus voor het verder uitdiepen van zijn oeuvre, te beginnen met The Wall of Sacrifice. (Deze keuze heb ik vooral op basis van stemgemiddelde gemaakt.)

Om het openingsnummer kun je niet heen. Het duurt ruim een kwartier en is een mengeling van martial industrial, een gelooped kinderliedje, historische Duitstalige opnames, oorlogstrompetjes en een onheilspellend keyboardloopje. O ja, en Douglas Pearce roept op een gegeven moment heel indringend “First you take a heart, then you tear it apart”. Mooi is het niet, maar de naarheid fascineert me dermate dat ik dit nummer in de afgelopen paar weken 15 keer geluisterd heb volgens Last.fm. Reken zelf maar uit hoeveel uur dat is.

Een dergelijk nummer horen we ook nog op het einde. 'Death Is a Drummer' duurt ruim negen minuten en veel aspecten uit 'The Wall of Sacrifice' keren terug. Tussen deze lange nummers horen we vooral nummers over de teloorgang van Europa. Soms staat de akoestische gitaar centraal, andere keren spelen industriële, ruizige zaken ook een grote rol. Vergeleken met dat eerste en laatste nummer echter voelt dit middenstuk echt aan als een deel met louter 'echte' liedjes.

'Fall Apart' en 'In Sacrilege' zijn voor mij echt de hoogtepunten van dit middenstuk. Echt ijzersterke liedjes die ondanks het hoge folky gehalte ook gewoon verschrikkelijk beklemmend en misantropisch zijn. Op deze nummers doet David Tibet trouwens ook mee en op 'In Sacrilege' neemt hij ook de vocalen voor zijn rekening. Zijn creepy stem herken je uit duizenden en zuigt je meteen zo'n liedje in. Maar laten we wel wezen, de gelatenheid die altijd over de zang van Douglas Pearce ligt is ook wel enorm heerlijk en zorgt ervoor dat ik altijd weer terugkeer naar zijn muziek.

De zweem van foutheid die om Pearces muziek hangt is hier ook weer zeer aanwezig en hij doet ook echt totaal niet zijn best om dat beeld bij te stellen. Van mij hoeft-ie dat overigens ook helemaal niet te doen. Hij brengt een uniek geluid en ik kan alleen maar heel geïntrigeerd zijn door het nihilisme, de misantropie en de hang naar oorlog die uit zijn muziek spreekt. Muziek van het kaliber 'mooi is het niet, maar toch vind ik het uitermate schitterend'.

Next Stop: The Microphones – Mount Eerie

Einstürzende Neubauten - Kollaps (1981)

4,0
madmadders loswekende oeuvreverkenningstocht #4: Einstürzende Neubauten – Kollaps

Deel 1

Halber Mensch ontdekte ik toen ik nog niet heel erg lang filosofie studeerde. Ik had tot dan toe wel – dacht ik – een gedegen beeld van wat muziek was en kon zijn en welke functies het allemaal kon vervullen. Dit album gooide al die ideeën ondersteboven en toonde me dat muziek nog veel meer kon zijn dan ik altijd had gedacht. Ik ging in die tijd helemaal voor de diepgang en vond die in de teksten van Einstürzende Neubauten. Bovendien had ik zelden zoiets intens, compromisloos gehoord als wat deze band liet horen. Halber Mensch is voor mij overigens altijd over de aftakeling van Friedrich Nietzsche gegaan, iets wat mij natuurlijk als filosofiestudent enorm aansprak en de band kreeg het voor elkaar om die aftakeling nog een stuk dichter bij te brengen dan Nietzsche zelf (en dat zegt veel, want de waanzin druipt ook van zijn laatst geschreven teksten af).

De laatste tijd twijfel ik een beetje of ik Halber Mensch of Haus der Lüge beter vind. Die laatste is wat stuwender, de eerste wat krankzinniger en allebei op hun eigen manier volmaakt meeslepend. Verder dan deze albums ben ik echter niet gekomen, hoewel ik altijd het vermoeden gehad heb dat hun discografie nog veel meer te bieden heeft dan deze meesterwerken. Tijd om me eens te wagen aan het debuut.

Wat meteen opvalt is dat het album veel meer liedjes bevat dan ik van ze gewend ben en dat ze ook veel korter duren. De nummers doen meer aan als snelle schetsen en zijn niet de grootse, zinderende, lang nagalmende composities waar ik misschien op gehoopt had. Kollaps is een beetje de lo-fi-versie van de Einstürzende Neubauten die ik ken, en dat heeft zeker iets charmants, maar waar ik bij die twee prachtplaten de gehele speelduur met ingehouden adem zit te luisteren (bij wijze van spreken dan hè), voel ik die spanning op dit album toch niet helemaal.

Ik klink hier nu eigenlijk best wel zuur, maar het is bijna onmogelijk om op te boksen tegen twee albums die eigenlijk allebei in mijn top10 horen te staan. Uiteindelijk vind ik Kollaps gewoon een erg sterke plaat met een heleboel toffe nummers. Ik hoor al een heleboel elementen die deze band zo uniek maakt: er wordt bewezen dat echt in alles muziek zit (kijk maar eens een livefilmpje en zie welke alledaagse voorwerpen je allemaal als instrument kunt gebruiken), Blixa Bargeld klinkt weer volkomen neurotisch en de teksten zijn bevreemdend en geven stof tot nadenken.

Het enige waar ik eigenlijk echt wat op aan te merken heb, maar wat voor mij wel heel belangrijk is voor de algehele beleving, is dat ik wat intensiteit mis. Dat is uiteindelijk ook maar relatief, want ook op dit vlak scoort Kollaps bovengemiddeld, maar ik mis ergens een overkoepelend verhaal of thema waarvan al deze onstuimige geluidsstukken duidelijk onderdeel uitmaken. Het klinkt nu iets te veel als de toevallig gewenste uitkomst van een wild experiment dan dat het een uitgekiend geheel is waarbij iedere klank, ieder woord tot een noodzakelijke conclusie leidt. Het eerste zorgt voor een genietbaar album als Kollaps, het tweede zorgt voor grensverleggende meesterwerken als Halber Mensch en Haus der Lüge.

Leuk trouwens om met 'Sehnsucht' de voorbode voor het meesterlijke 'Sehnsucht – Zitternd' van Halber Mensch te horen. Ook is de 'cover' van 'Je t'aime... moi non plus' ('Jet'm') wel vrij memorabel. Ook het titelnummer valt door zijn lengte op en toont dat wanneer de band meer de tijd neemt voor een nummer, het ook meteen veel meer weet over te brengen. Dit nummer komt het dichtst in de buurt van de hevigheid die ik van ze ken en zo bewonder. Een kleine 4*.

Next stop: Death in June – The Wall of Sacrifice

Etta James - At Last! (1960)

3,5
geplaatst:
madmadders (her)ontdekkingsreis door de sixties en seventies #6: Etta James – At Last!

Zat toch wel even aan te hikken tegen het schrijven van dit stukje. Ik heb me voorgenomen om me te verdiepen in de meesterwerken van de jaren zestig en zeventig en dit is een van de albums uit 1960 die hoge gemiddelden scoort dus deze moest zeker ook aan nadere inspectie onderworpen worden. Niet dat ik moeite had met een stukje schrijven omdat het slecht is of zo, zeker niet, maar ik voel en denk gewoon geen bijzondere dingen bij dit album (en dat is dan ook meteen het grootste kritiekpunt).

Ik had eigenlijk nog niet echt gehoord van Etta James en dacht op voorhand dat het ging om vocale jazz, iets waar ik de afgelopen jaren toch wel warm voor kan lopen. Dit valt echter eerder onder R&B. Nu heb ik niks tegen deze genres, maar ik heb misschien wat weinig vergelijkingsmateriaal. Ik kan niet zeggen dat ik veel tijdgenoten van Etta James aan het werk heb gehoord en ik geloof het zo als dit één van de hoogtepunten in het genre uit deze periode is. Ik kan me echter alleen richten op hoe dit specifieke album bij mij overkomt.

Het staat buiten kijf dat Etta James kan zingen. Het staat ook buiten kijf dat dit stuk voor stuk sterke songs zijn. Ik voel het alleen allemaal niet zo. Ik mis een scherp randje, het is misschien allemaal net wat te gladjes. Dat betekent niet dat ik er zo af en toe heus wel van kan genieten, ik heb bijvoorbeeld gemerkt dat de zondagochtend een goed moment is om dit album aan te zwengelen. Afgelopen zondag draaide ik dit album nog tijdens het ontbijt en het viel zeker in de smaak bij mijn logees. Maar toch, de keren dat ik dit album opzette (de teller staat inmiddels op 7) was het vooral in het kader van deze onderneming. Uit mezelf zou ik At Last! niet zo snel kiezen, dan ken ik toch veel alternatieven die ik sfeervoller vind.

Conclusie: er is helemaal niks mis met dit album, en ik snap zeker wel waar de aantrekkingskracht ligt, maar voor mij persoonlijk zijn er betere albums die ik bijzonderder vind en waar ik een diepere connectie mee voel dan met deze plaat. Een typische 3,5* dus.

Next stop: Bill Evans Trio – Portrait in Jazz

Gang of Four - Entertainment! (1979)

4,0
geplaatst:
Entertainment! hoorde ik toen ik nog niet zo lang studeerde voor het eerst naar aanleiding van een gebrande cd van een studiegenoot. Op die cd stonden '5:45' en 'Damaged Goods', nummers die me direct aanspraken en al snel een plekje verworven in mijn afspeellijst vol favorieten. De rest van het album bleek ook hartstikke tof, maar ik greep in de jaren erna, tot aan een paar weken geleden eigenlijk, nog altijd terug naar die twee losse nummers. Totdat ik, een beetje per toeval, de LP tegenkwam en kocht. Ik luisterde het album voor het eerst in heel lange tijd van begin tot eind en het was alsof ik de plaat met nieuwe oren hoorde.

Het begint eigenlijk al met de hoes die ik na al die jaren zo in het groot zag dat ik ook daadwerkelijk kon zien wat erop stond. We zien drie plaatjes van een Indiaan en een cowboy die elkaar de hand geven. Bij het eerste plaatje staat: “The Indian smiles, he thinks that the cowboy is his friend.” Bij het tweede plaatje staat: “The cowboy smiles, he is glad the Indian is fooled.” Bij het derde plaatje staat: “Now he can exploit him.”

Toen ik dit zag ging er eigenlijk pas een lampje branden wat betreft het engagement op dit album. Dit soort maatschappelijke betrokkenheid zien we ook op de afbeeldingen en teksten op de achterkant van de hoes en de sleeve. Een blik werpend op de teksten kwam ik erachter dat het merendeel daarvan ook een vorm van maatschappijkritiek is. Deze band is tegen oorlog (edgy, hoor!), tegen de onrealistische dromen die ons ingeprent worden door overheden die ons onder de duim houden en tijdschriften die alleen maar uit zijn op eigen gewin (hoor je ook nooit, hè) en tegen het ongeluk en de vervreemding waar we door allerlei externe factoren (de consumptiemaatschappij, natuurlijk!) in verstrikt raken.

Ik doe er nu een beetje lacherig over, maar de vondst dat dit eigenlijk een heel geëngageerd album is, draagt zeker wel bij aan de algehele beleving van de plaat. Het past namelijk heel erg goed bij de kille sound die Gang of Four hier laat horen. We horen een Jon King en Andy Gill die allebei zingen alsof alle ellende in de wereld ze compleet lethargisch heeft gemaakt, we horen ijskoude, afgemeten drums die bijna machinaal aan doen en we horen een gitaar die geen noot te veel speelt, die soms snerpend is, die soms hortend en stotend de nummers aankleedt en die misschien wel het beste van alles wat we op dit album horen de boosheid en onvrede van de muzikanten symboliseert.

Het meest in het oog springende instrument is echter de basgitaar van Dave Allen die ongekend funky klinkt en een heel mooi contrast vormt met de rest van de muzikale omlijsting op Entertainment! De loopjes van Allen zijn echt onweerstaanbaar. De basgitaar is vaak het instrument dat een beetje wegvalt tegen de rest, maar in dit geval kun je er echt niet omheen. Het is deze basgitaar die alle elementen samenbrengt en ervoor zorgt dat deze kille, stijve, boze muziek een enorme groove krijgt waar je af en toe zelfs nog wel eens een dansje op zou kunnen wagen (Ian Curtis stijl wel).

Entertainment! is een album met een enorme punk-attitude, maar die muzikaal toch wel naar nieuwe wegen zoekt om interessant te blijven (de echte, pure punk werd toch ook al wel snel doodsaai toch?), alhoewel het ook niet helemaal losgezongen is van de punk. Typische post-punk dus, en met recht een grote klassieker binnen dit genre. Luister naar al die gitaarbandjes uit de jaren '00 en het is duidelijk hoe invloedrijk dit album is geweest.

Alles, de teksten, het artwork, de muziek, grijpt heel mooi in elkaar en de losse componenten versterken elkaar enorm. Was dit album tijdens mijn studie gewoon een leuk album vol catchy liedjes om te draaien voordat je naar je maandelijkse jaren '80 feest ging, sinds een aantal weken is dit een album geworden met een grote zeggingskracht. Ik kan zelf niet zoveel met de boodschap die ze uitdragen, maar ze zetten wel een enorm tijdsdocument neer, zeg. Dit album is op alle vlakken een product van zijn tijd, maar wel eentje die qua sound en sfeerzetting toch niet heel veel concurrentie kent. Met recht een klassieker en ik ben blij dat-ie bij mij nu ook echt binnengekomen is, na al die jaren.

Gang of Four - Entertainment!

Hank Mobley - Soul Station (1960)

3,5
madmadders (her)ontdekkingsreis door de sixties en seventies #4: Hank Mobley – Soul Station

Hank Mobley, ik had er eerlijk gezegd nog nooit van gehoord, maar gezien het mooie gemiddelde en het niet eens geringe aantal stemmen ligt dat vooral heel erg aan mij. Zoals ik eerder al schreef, ik heb nog heel weinig kaas gegeten van jazz en heb op dit vlak echt nog zoveel bij te leren en te horen. Goed, Soul Station dus, het meesterwerk van Mobley?

Dit album staat echt heel erg hoog in de jaren zestig lijst op RateYourMusic, en ik moet eerlijk bekennen, ik snap 'm niet helemaal. Ok, ik hoor dat dit heel erg toegankelijk is en dat het daarom misschien wel een echte crowd pleaser is, maar ik merk bij mezelf vooral dat, ondanks dat het enorm aangenaam klinkt, het vooral langs me heen glijdt.

Ik had de afgelopen weken vooral heel veel moeite gehad om zin te vinden om dit album op te zetten. Het klinkt allemaal best wel generiek en gemakkelijk en ik heb toch overwegend zin in uniek en ingewikkeld. Toch bemerk ik wel bij mezelf dat áls ik een goed moment vond voor Soul Station, dat ik er toch ook best wel van kon genieten.

Zeker zo nu ik op mijn balkon in het avondzonnetje dit stukje zit te tikken, merk ik dat dit album toch wel voor een fijne omkadering zorgt. Mijn probleem met dit album zit 'm niet zozeer in de kwaliteit van de muziek, want die is gewoon goed, maar meer in het feit dat dit een album is dat nergens de aandacht opeist. Eerder zo'n album dat het op de achtergrond heel goed doet, als je ondertussen met andere dingen bezig bent, maar niet echt een album waar je diep in wil duiken en waarbij je elke noot wil ontleden.

Toch voor nu een 3,5*, omdat ik zo lekker in het zonnetje zit en ik me nog best wel een aantal gelegenheden kan voorstellen dat dit album het goed doet.

Next Stop: Wes Montgomery – The Incredible Jazz Guitar of Wes Montgomery

Jeremiah Chiu & Marta Sofia Honer - Recordings from the Åland Islands (2022)

4,0
geplaatst:
Jeremiah Chiu en Marta Sofia Honer, twee muzikanten uit Los Angeles, reisden in 2017 niet af naar de Ålandseilanden met het doel om daar een album op te nemen. Het hoofddoel was om een vriendin en haar moeder te helpen met het opzetten van een hotel op één van deze eilanden, gelegen tussen Finland en Zweden. Ze namen wel hun instrumenten mee, namen regelmatig de geluiden op die wat voor het tweetal betekenden. Soms waren het omgevingsgeluiden, soms gesprekken, soms improvisaties, soms waren het opnames van uitgeschreven composities. In 2019 maakte het tweetal dezelfde trip, wederom vooral om het hotel op te zetten, maar de losse muzikale ideeën van de vorige trip begonnen nu meer vorm te krijgen. Terug in Los Angeles werden al deze losse ideeën samengebracht tot het onlangs uitgekomen Recordings from the Åland Islands.

De elf nummers op dit album zijn allemaal collages van die opgenomen flarden. Sommige van die opnames werden thuis in de studio gemanipuleerd, andere keren belandden de opnames onaangeraakt op dit album. Het resultaat is een bonte verzameling field recordings, neoklassieke composities en elektro-akoestische manipulaties. Al deze losse flarden zeggen op zichzelf niet zo heel erg veel, maar hoe het duo al deze elementen samen heeft gebracht, zorgt voor één van de meer indrukwekkende ambient-albums van dit jaar.

Het gekleurde vinyl van deze uitgave heeft de naam 'infinite sun' meegekregen en als je de plaat in het licht houdt, lijkt het inderdaad alsof je de avondzon in je handen hebt. Chiu en Honer verbleven twee zomers op de eilandengroep en dan kun je daar om middernacht nog gewoon in het licht rondfietsen en muziek maken. Het moet, als je dit normaal niet gewend bent, een enorm gevoel van vrijheid geven en dat gevoel hebben Chiu en Honer enorm goed weten te vertalen naar deze collages. Er gaat een enorme onbezorgdheid, ontspannenheid en vrijheid uit van deze muziek, en het is daarmee een perfect album om je aan te laven op een late, zwoele zomeravond, maar het is ook het perfecte medicijn voor als je stress ervaart. De ontspannenheid die van deze opnames uitgaat, werkt zeer aanstekelijk en ik ervaar het album iedere keer weer als zeer verkwikkend en opwekkend.

Voor de luisteraar vervaagt de grens tussen de manipulatie en de authentieke opnames volledig. Dat zegt vooral dat de manier waarop deze losse opnames bij elkaar gebracht zijn heeft geleid tot een geheel dat bijzonder organisch klinkt, ook al zijn er verschillende bij die volledig gemanipuleerd zijn in de studio. Je waant jezelf, samen met Chiu en Honer, op deze eilandengroep en wordt zelf onderdeel van hoe het duo deze twee trips ervaren heeft. Zoals ik al schreef, die losse elementen zeggen niet heel erg veel, maar deze Recordings from the Åland Islands brengen als geheel wel zeer overtuigende sfeerimpressies van het zomerse leven op deze eilandjes.

Voor mij ligt dit album in de lijn van bijvoorbeeld een The Hilvarenbeek Recordings (2016) van Biosphere. Op dit album worden ook field recordings en studio-opnames samengebracht om een indruk te geven van een bepaalde plek. Die opnames van Biosphere vormden voor mij dé zomersoundtrack van 2019. Deze Recordings from the Åland Islands zijn op weg om de soundtrack voor deze zomer te worden. En wat zou ik graag zelf die sfeer eens gaan proeven op deze eilanden. De muziek en de foto's in het boekje dat bij de plaat zit maken in ieder geval enorm nieuwsgierig. Wie wil er nou niet zelf die onbezorgdheid en vrijheid ervaren die op dit album tentoongespreid worden?

Jeremiah Chiu & Marta Sofia Honer - Recordings from the Åland Islands

John Coltrane - Blue Train (1958)

4,0
geplaatst:
Ik zou graag het hele stuk hier posten, maar het is zo'n 1600 woorden lang en dat ziet er hier op het forum niet uit (en het is niet zo lief voor de gebruikers die geen zin hebben om die hele lap te lezen en uren moeten scrollen om bij de andere berichtjes te komen).

John Coltrane - Blue Train (1958) (of over hoe ik jazz leerde waarderen)

Ik ben zo langzaamaan bezig met een ontdekkingstocht binnen het oeuvre van John Coltrane (en binnen de jazz als geheel) en hij heeft me nog geen enkele keer teleurgesteld. Sterker nog: ik denk dat deze jazzsaxofonist misschien wel op weg is om één van mijn favoriete muzikanten te worden. Had me dat tien jaar eerder verteld en ik had je in je gezicht uitgelachen. Jazz, daar werd je toch alleen maar zenuwachtig en doodmoe van, jazz, dat was toch van die muziek waar je met je ratio bij moest zien te komen, dat had toch helemaal niks met gevoel en emotie te maken? Ja, ik had heus wel op een paar jazzalbums gestemd, maar dat was vooral om erbij te horen in mijn tienerjaren, maar stiekem begreep ik er niets van.

Lees verder

John Coltrane - Giant Steps (1960)

4,5
madmadders (her)ontdekkingsreis door de sixties en seventies #1: John Coltrane – Giant Steps

De jaren tachtig, ja, daar ben ik vele jaren redelijk geobsedeerd door geweest. Ook heb ik me redelijk verdiept in alle muziek die erna kwam. Maar alles van voor de eighties? Op een paar uitzonderingen na heeft dat nooit mijn interesse gehad. Tuurlijk, van die ruim 4000 stemmen op deze site is er ook zeker wel een aantal op albums uit de jaren zestig en zeventig, maar geen album heeft ooit dat echte vuur doen oplaaien, heeft me op het idee gebracht om eens verder de muziekgeschiedenis in te duiken. Nu merk ik dat ik tegenwoordig toch wel een stuk milder sta tegenover de 'saaie sixties' en de 'irritante seventies'. Tijd dus voor een (her)ontdekkingsreis. Ik begin bij 1960 en waarschijnlijk als ik hoogbejaard ben, ben ik wel een keertje bij 1979 beland. De keuzes van de albums maak ik op basis van de toplijsten op RYM en hier. Als je tips hebt, wees welkom om je persoonlijke toppers aan te dragen (en de luisterlijst nog veel langer te maken).

Het eerste album is Giant Steps van John Coltrane. Ik kende al wel een aantal andere dingen van Coltrane, maar deze 1960-favoriet was mij tot nu toe onbekend. Ik moet zeggen dat ik het moeilijk vind om over jazz te schrijven, op de een of andere manier heb ik altijd het idee dat ik het vocabulaire en kennis mis om zinnig over het genre te schrijven. Toch ga ik een poging doen, en hopelijk ga ik erin groeien, want er staat me nog veel meer jazz te wachten.

Giant Steps vind ik een enorm opgewekte plaat. Ik ben nu een aantal dagen opgestaan met het album voor ik naar werk ging en ik krijg er telkens weer een enorme energie van. Echt een goede opkikker dus. Het komt waarschijnlijk door de vaart die in het album zit, en door de imponerende saxofoonskills van Coltrane. Heerlijk om je te verliezen in zijn spel, om mee te gaan in de wilde verhalen vol plottwists en zijsporen die hij met zijn instrument vertelt.

Er is wel een aantal rustmomenten te vinden op het album dat mooi contrasteert met de snelle passages. Het maakt het geheel enorm uitgebalanceerd en eigenlijk ook heel erg toegankelijk. Voor mij klinkt het album nergens gejaagd of nerveus, maar vind dat er een enorme levenslust van Giant Steps uitgaat, zelfs op de meer verstilde momenten. Het doet me denken aan de film Any Way the Wind Blows van Tom Barman (ja, de zanger van dEUS). Dit album is het muzikale equivalent van een bruisende zomerdag, die film is het filmische equivalent van een bruisende zomerdag.

Bij jazz vind ik het altijd schier onmogelijk om favoriete nummers aan te wijzen. Voor mij gaat het veeleer om de uitstraling van het album als geheel. Met dat laatste zit het, zoals ik hierboven al heb aangegeven, wel goed. Het is geen A Love Supreme, maar het is wel een album dat serieus in mijn systeem is gaan zitten de afgelopen dagen. Niet per se het beste dat ik van John Coltrane gehoord heb, maar ik denk wel het album waar ik het vrolijkst van word. Het mooie weer van deze week helpt natuurlijk ook enorm mee.

John Lee Hooker - Travelin' (1960)

3,0
geplaatst:
madmadders (her)ontdekkingsreis door de sixties en seventies #10: John Lee Hooker – Travelin'

John Lee Hooker is natuurlijk een heel bekende naam, maar ik heb nooit de tijd genomen om me in blues te verdiepen, en ik heb me dan ook nooit gewaagd aan Hookers muziek. Leuk dat ik hem tegenkom op mijn reis door de jaren zestig, en een uitgelezen kans om eens kennis te maken met het genre blues, dat echt wel een hiaat vormt in mijn luisterervaringen.

Naar ik begrijp is dat wat Hooker maakt 'echte' blues, dus fijn om via dit album kennis te maken met het genre. RateYourMusic categoriseert dit album als 'delta blues' en 'electric blues'. Die laatste betekent eigenlijk niet meer dan dat het genre gemaakt wordt met elektrisch versterkte instrumenten, 'delta blues' is een van de belangrijkste stijlen binnen de blues. Het ontstond rond het begin van de twintigste eeuw en werd rond 1920 voor het eerst opgenomen. De gitaar en de mondharmonica zijn de belangrijkste instrumenten (die laatste horen we overigens niet op Travelin'. Bij de gitaar is het belangrijkste kenmerk dat er veelvuldig gebruik gemaakt wordt van de slidetechniek, een techniek die nu onlosmakelijk verbonden is aan de blues.

Je zou kunnen zeggen dat Hooker een klassiek soort blues speelt, maar dat hij ook gebruik maakt van de technologische mogelijkheden (elektrische versterking) om deze klassieke stijl in een nieuw jasje te steken. Travelin' was het eerste album dat door label Vee-Jay werd uitgebracht waarbij alle liedjes in één sessie opgenomen werden. Vandaar ook dat dit album een niet heel gevarieerd geluid kent. Hij wordt hier overigens bijgestaan door een bassist, een drummer en een tweede gitarist.

Laat mij dat gebrek aan variatie nu net het grote minpunt van het album vinden. Ik snap dat er een zekere aantrekkingskracht zit in de persoonlijke ellende die John Lee Hooker met de luisteraar deelt, ergens wekt het hele imago dat hier uitgedragen wordt sympathie op. We zien op de hoes duidelijk een man die geen plek meer heeft om naar toe te kunnen, die door vrouwen en drank platzak geraakt is en die gedoemd is om een leven vol rampspoed te leven. Het is het typische beeld dat je voor je ziet als het gaat over deze muziekstijl, maar ik kan er (in ieder geval in dit geval) heel weinig mee. Het zal ongetwijfeld allemaal ontzettend oprecht zijn, maar het klinkt mij te veel in de oren als het romantiseren van iets dat verre van romantisch is. En toch vind ik dat gebrek aan variatie erger.

Ondanks dat de twaalf liedjes bij elkaar nauwelijks een half uur duren, ligt de eentonigheid al zeer snel op de loer. Als je de aantrekkingskracht van het genre of van Hooker specifiek wel snapt zal het vast heel goed zijn, maar ik hoor hier zelf echt niets interessants in. Als je dit al ervaart als iets wat niet echt oprecht is (wat dan misschien weer mijn gebrek is), dan hebben deze twaalf liedjes die op den duur allemaal op elkaar gaan lijken muzikaal ook nog eens heel weinig te bieden. Het feit dat ik de sfeer niet voel en snap is natuurlijk een minpunt maar daar kan ik me nog wel overheen zetten, maar het eentonige karakter van het album doet mij definitief afhaken. Al moet ik wel toegeven dat inhoud (sfeer) en vorm (hoe de songs in elkaar zitten) misschien dichter bij elkaar liggen en dat ik er verkeerd aan doe om die elementen zo uit elkaar te trekken. Het komt er in ieder geval op neer dat ik dit moeilijk kan uitzitten, ook al duurt het maar dertig minuten.

Toch kan ik hier nog wel een kleine voldoende aan kwijt, maar dat komt vooral omdat ik het in de context van de muziekgeschiedenis wel een heel waardevol document vind en dat ik het luisteren ervan, ook al kan ik er niet van genieten, wel als verrijkend heb ervaren. Het is zinnig om eens te horen hoe een van de voorlopers van rock & roll, blues rock en uiteindelijk hard rock en heavy metal klinkt. Maar nee, een liefhebber kan ik mezelf niet noemen.

Next stop: Freddie Hubbard – Open Sesame

John Lee Hooker - Travelin'

Miles Davis - Sketches of Spain (1960)

4,0
madmadders (her)ontdekkingsreis door de sixties en seventies #3: Miles Davis – Sketches of Spain

Door allerlei andere hobby's stond het schrijven van stukjes even op een lager pitje, maar ik heb in de afgelopen weken wel heel trouw doorgeluisterd, onder meer naar dit album. Na zo'n vijftien-twintig luisterbeurten moet ik concluderen dat ik erg gecharmeerd ben van de lange nummers, maar dat de korte nummers niet zo'n indruk weten te maken.

Italianen gingen ooit westerns maken, dat heb ik altijd een vrij rare move gevonden, en blijkbaar besloten enkele Amerikanen een aantal decennia geleden een Spaans aandoend jazzalbum te maken. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het gehele album in het begin een beetje cheesy vond klinken (en wederom snap ik de stap niet echt). Alle clichés die je kunt verzinnen als het gaat om Spaanse muziek zitten in deze nummers verstopt en dat maakt het stiekem wel een beetje een potsierlijk gedoetje.

Desalniettemin bleef dat allereerste nummer me op de een of andere manier toch trekken. Het heeft enorme filmische kwaliteiten en als ik me een Spaanse western (waarom ook niet?) voor zou stellen, dan zou dit nummer de sleutelscene mogen vergezellen. Echt een nummer waarbij ik steeds weer opveer als ik het hoor, er zit een enorme spanning en broeierigheid in en er schieten allerlei beelden aan me voorbij als ik het hoor.

Zoals ik al zei, die drie kortere nummers die kunnen me niet echt boeien en vooral 'Will o' the Wisp' vind ik zelfs een beetje irritant. De andere twee storen niet, maar zijn gewoon enkele niemendalletjes die ik niet gemist had, mochten ze de plaat niet hebben gehaald. Gelukkig is daar 'Solea', het slotnummer van ruim een kwartier waarbij voor het eerst de Spaanse invloeden en de jazzelementen op een heel natuurlijke manier samenkomen.

Die twee lange nummers aan het begin en einde maken voor mij echt dit album en zorgen ervoor dat ik hier toch een kleine vier sterren voor over heb. Het zijn twee memorabele songs waar ik in de afgelopen weken best een beetje gehecht aan ben geraakt. Toch weer een mooie ontdekking dus, dit Sketches of Spain, ik had na de eerste luisterbeurt niet gedacht dat ik dat weken later toch zo positief zou zijn.

Next stop: Hank Mobley – Soul Station

Neu! - Neu! (1972)

4,0
geplaatst:
Krautrock: het is een genre dat me enorm aanspreekt, maar waarbinnen nog heel veel valt te ontdekken voor me. Ik ken wel wat Can, wat Popol Vuh, wat Tangerine Dream en dit Neu!, maar er vallen nog heel wat bands en discografieën uit te pluizen. Wat ik ken vind ik in ieder geval allemaal vrij fantastisch. Ik dacht dat met mijn ontdekkingsreis door de jaren zestig en zeventig de krautrockklassiekers allemaal wel aan bod zouden komen, maar eer ik in het einde van de jaren zestig ben beland ben ik waarschijnlijk al met pensioen, en zo lang kan en wil ik eigenlijk niet wachten. Voornemen: vanaf nu iedere maand een krautrockalbum ontdekken.

Eigenlijk is het best verwonderlijk hoe in één land opeens heel veel bands allemaal dezelfde rare soort muziek gingen maken en zo een heel nieuwe stijl ontstond. Ik heb begrepen dat het genre ontstond rond de protesten van 1968, toen Duitse studenten op zoek waren naar een nieuwe soort muziek die absoluut anders moest zijn dan Amerikaanse en traditionele Duitse muziek (want W.O. II en zo). De bands die opgericht werden in deze tijd hadden niet kunnen vermoeden hoe invloedrijk hun muziek zou worden. Ambient, techno, post-punk, postrock, ze zijn allemaal schatplichtig aan die Duitse club krautrockers. Het genre brengt psychedelische rock, experimentele rock en elektronica samen en doet dat op zo'n manier dat er een heel herkenbare sound ontstaat, ook al pakt iedere band het weer net ietsjes anders aan.

Neu! werd opgericht door twee ex-leden van Kraftwerk (Michael Rother en Klaus Dinger) en het gerucht gaat dat de opnamesessies voor dit eerste album totaal niet wilden vlotten, totdat één van de twee zijn Japanse banjo tevoorschijn haalde. Die vormde de basis voor het nummer 'Negativland', het eerste van de zes nummers die ze op zouden nemen. Op dit nummer liet Dinger ook voor het eerst zijn karakteristieke drumspel horen. Het gaat hier om een 4/4 beat die die voor het grootste deel onveranderd doorgaat.

Zo'n beat horen we ook op 'Hallogallo', de opener van het album. En het zijn juist die repetitieve drums die ervoor zorgen dat 'Hallogallo' en 'Negativland' over het algemeen toch wel gezien worden als de beste nummers van het album. De beat stuwt de nummers voort, geeft de composities een heerlijke energie mee en zorgt er ook voor dat deze twee nummers, toch wel in tegenstelling tot de rest, vrij toegankelijk zijn.

Lang voordat ik dit album in zijn geheel hoorde, had ik al tientallen keren naar 'Negativland' geluisterd. Die monotone beat aan de ene kant en de waanzin die we verder horen (onherkenbare Japanse banjo's!) vormen zo'n ontzettend fijn evenwicht. En hoe dan na een korte pauze het nummer een versnelling hoger schakelt, om dan weer terug te schakelen, en dan weer op te schakelen, het geeft heel veel voldoening op de één of andere manier. Het nummer zet je telkens op het verkeerde been. Is dit nu 'hella catchy' of de uitkomst van de enorme experimenteerdrift van twee waanzinnigen? Het is een beetje van beide, en dat precies wat ik hier nu zo goed aan vind.

Die twee uitersten, de afwisseling tussen aanstekelijkheid en experiment, kenmerken eigenlijk het hele album. 'Hallogallo' en 'Negativland' zijn duidelijk de aanstekelijke nummers, de rest is toch wat moeilijker behapbaar. Een structuur op de andere tracks lijkt te ontbreken, ogenschijnlijke willekeurigheid (welk instrument zullen we nu eens pakken?, eens kijken wat er gebeurt als ik dit knopje in druk) wordt tot kunst verheven. Ik zal de eerste zijn om te beamen dat die overige vier nummers flink raar zijn, maar ik vind ze in de context van het album heel boeiend en ik hoor er ook veel humor in terug.

Ik moet altijd een beetje lachen om Neu!. Rother en Dinger lijken zichzelf niet enorm serieus te nemen, hebben enorme schijt aan alle conventies en dit debuut lijkt dan ook het resultaat te zijn van enkele opnamesessies waarbij de twee heren precies deden waar ze zin in hadden, zonder enige leidraad, zonder enige sturing. Die (positieve) energie straalt in alles van deze plaat af, en dat is waarom ik het zo'n achterlijk heerlijk album vind. De drang om iets nieuws te creëren is alomtegenwoordig en ik word er enorm vrolijk van. Naast 'Hallogallo' en 'Negativland' is het slotnummer 'Lieber Honig' voor mij het hoogtepunt. Hardop lachen, iedere keer weer.

Toen dit album uitkwam, wist het maar weinig potten te breken. Alleen in West-Duitsland deed het album het goed. Nu, vijftig jaar later, wordt het album overal als een krautrockmonument beschouwd en klinkt het nog steeds ontzettend modern. Ja, onze oosterburen konden er in die tijd wat van. Ik kan niet wachten om dieper het genre in te duiken, het lijkt echt een periode te zijn geweest die overstroomde van creativiteit en vernieuwingsdrang. Als Neu! exemplarisch is voor het genre ga ik nog heel veel nieuwe favorieten ontdekken.

Neu! - Neu!

Ornette Coleman - Change of the Century (1960)

3,5
geplaatst:
madmadders (her)ontdekkingsreis door de sixties en seventies #9: Ornette Coleman – Change of the Century

Jazzmuzikant Ornette Coleman leed totaal niet aan grootheidswanen, hoor. Hij gaf zijn albums alleen maar titels mee als The Shape of Jazz to Come, Something Else!!!! en dit Change of the Century. Ok, toegegeven, het was wel terecht dat hij zo vol van zijn eigen muziek was. Hij wordt toch wel gezien als de grondlegger van free jazz (het subgenre is ook vernoemd naar een ander Coleman-album, dat voor later op de bespreeklijst staat). In free jazz wordt afgeweken van lekker in het oor liggende composities en worden veel jazz-conventies overboord gegooid. Klassieke tempo's, structuren en harmonieën zijn niet meer en de weg wordt vrij gemaakt voor een meer avontuurlijke soort jazz die bij vlagen (of constant) atonaal is en dissonant klinkt.

Change of the Century bestaat uit zeven composities die allemaal van Coleman zelf zijn. We horen Coleman op altsaxofoon, Don Cherry op pocket trompet, Charlie Haden op bas en Billy Higgins op drums. Het werd opgenomen begin oktober in 1959 en kwam uit bij Atlantic Records. Sommige nummers zou je kunnen kwalificeren als free jazz, maar er zijn ook composities bij die ik eerder zou scharen onder de hard bop.

Nu vind ik The Shape of Jazz to Come uit 1959 echt een meesterwerk dat me meteen al tijdens de eerste luisterbeurt bij de lurven greep. Het is dan ook wel erg moeilijk om die ervaring te evenaren of zelfs te overtreffen. Dat lukt dit album ook niet. Ik vind de meeste composities wat te netjes en niet avontuurlijk genoeg klinken. Ik dwaal regelmatig af met mijn gedachten, hoor niet de urgentie die ik op de voorganger wel constant hoorde. Er zijn weinig stukken op dit album die echt de volle aandacht opeisen.

Maar toch zijn er wel enkele nummers waar ik van onder de indruk ben. Op 'Free' hoor ik bijvoorbeeld wel zo'n schurende compositie die de luisteraar uitdaagt om te begrijpen wat die nou eigenlijk hoort. Ook het titelnummer is toch wel redelijk verrukkelijk en doet je in bewondering afvragen hoe Coleman al die noten uit zijn saxofoon perst. En toch, maar dat komt misschien ook omdat dit album sowieso een wat minder fijne flow heeft dan dat andere album, ook deze nummers missen net de energie die ik wel tot in het merg van mijn botten voel op The Shape of Jazz to Come.

We krijgen af en toe een glimp van waar Coleman toe in staat is, maar ik moet toch wel toegeven dat dit een kleine tegenvaller is na de voorganger, die ik de afgelopen week ook weer erg vaak heb geluisterd en die nog net zo messcherp klinkt als jaren geleden. Change of the Century is een prima album, maar klinkt gewoon niet zo vrij, spannend en enerverend als dat ene meesterwerk.

Begrijp me niet verkeerd, ik vind dit niet per se een minder album omdat het me niet ingewikkeld genoeg is. Zo'n snob ben ik nog net niet. Het is vooral dat Coleman niet in staat is om zijn ideeën en zijn energie in voldoende mate op mij over te brengen. Free jazz, hard bop, modal jazz, etc, je kunt het allemaal enorm voelen, maar dit album voel ik toch ietsje minder dan andere en Colemans spel voel ik hier minder dan dat van sommige tijdgenoten. Een fijn album om te ontdekken en te vergelijken met zijn andere werk, maar niet eentje waar ik nog erg vaak naar zal teruggrijpen.

Next stop: John Lee Hooker – Travelin'

Ornette Coleman - Change of the Century

Palace Brothers - There Is No One What Will Take Care of You (1993)

4,0
geplaatst:
madmadders loswekende oeuvreverkenningstocht #7: Palace Brothers – There Is No One What Will Take Care of You (1993)

Ik ben zo in de loop der jaren redelijk verknocht geraakt aan enkele Will Oldham albums. I See a Darkness, Arise Therefore en het naamloze album onder de naam Palace Brothers, aka Days in the Wake, reken ik toch echt wel tot mijn persoonlijke favorieten. Ondanks dat ik Oldhams muziek al ken vanaf mijn begindagen als muziekliefhebber- en ontdekker, hebben deze albums toch echt pas in de afgelopen jaren echt de weg naar mijn hart weten te vinden. Ik word nu vele malen meer geraakt dan toen ik naar zijn muziek luisterde toen ik een jaar of zestien, zeventien was. Tijd dus om eens verder in zijn oeuvre te duiken, want dat is eigenlijk best omvangrijk en ik heb zo het idee dat er nog heel wat pareltjes op mij liggen te wachten om opgevist te worden.

Waarom niet beginnen bij het begin, dacht ik, en dat is maar goed ook, want het allereerste album van Will Oldham is één van de weinige albums die hij nog niet van Spotify af heeft gehaald. Al die andere albums die ik graag (nog) eens goed zou willen horen (Joya, Viva Last Blues, Ease Down the Road, Master and Everyone en verschillende samenwerkingen met andere muzikanten) zal ik op een andere manier moeten leren kennen. Ach ja, weer een goed excuus om nieuw vinyl aan te schaffen, denk ik dan maar.

Dit eerste album van ome Will is gemaakt onder de naam Palace Brothers. Wikipedia leert dat verschillende leden uit de legendarische post-rockband Slint meespelen op dit album. Ik wist wel dat Oldham bevriend was met de band (die wat mij betreft één van de grootste meesterwerken ooit heeft weten te fabriceren, wie weet wijd ik daar ook nog wel eens enkele woorden aan), maar nooit geweten dat ze ook echt samen dingen opnamen. Blij verrast dus wat dat betreft.

Oldham maakt voornamelijk muziek die in de hokjes country en folk te passen valt. Nu vind ik dit niet de meest spannende genres, vooral bij nieuwe releases verzucht ik nog wel eens hoe vaak we dit niet al eerder gehoord hebben, maar Oldham springt er voor mij toch wel uit. Oldham weet, met wat ik van hem ken, toch altijd wel heel goed mijn aandacht te grijpen en vast te houden (niet dat dit nieuw is overigens, Oldham maakt nog steeds muziek maar dit album viert volgend jaar alweer zijn dertigste verjaardag).

Dat ligt vooral aan de zang, die zo vals als een kraai is, maar die enorm goed de onderwerpen draagt waar Oldham over zingt. De helft van de tijd zit hij in zak en as en ook dit album is vrij duister van toon, al heb ik het idee dat er soms toch wel een zweem van ironie en relativering door de ellende heen schijnt. Bovendien doet dit album wat minder persoonlijk aan dan bijvoorbeeld I See a Darkness. Hij lijkt hier niet zozeer zijn eigen rampspoed te bezingen, maar eerder een bepaald thema vanuit verschillende invalshoeken te onderzoeken.

Zonde is het hoofdthema van There Is No One What Will Take Care of You. Het album staat bol van de religieuze verwijzingen, maar ik heb nooit echt het idee gehad dat Oldham een zeer religieus persoon is. Als je afgaat op de albumtitel, wil hij misschien juist zeggen dat je nog zo religieus kunt zijn, er is uiteindelijk niemand die zich om je bekommert. Je tegenslagen hebben geen betekenis en er is geen God die het boeit dat iemand jouw leven verpest of dat je je eigen leven vergooit. Vandaar waarschijnlijk ook dat Oldham zelf op een ironische manier lijkt te spelen met waar hij over zingt. Ik weet niet of dit echt het idee achter het album is, de gedachte dat dit het wel kan zijn, geeft het geheel voor mij wel een extra dimensie.

Muzikaal past alles ook heerlijk bij het gekweel van Oldham en de thematiek van het album. Het zal ongetwijfeld allemaal heel erg goed uitgedacht zijn, maar het klinkt alsof het in een middagje op een verlaten, muffige boerderij in de middle of nowhere opgenomen is. Een band als 16 Horsepower, of recenter een artiest als Ethel Cain, heeft de kwaliteiten om je met hun muziek naar hete, woestijnachtige, verlaten oorden te brengen waar altijd de dreiging van een alziende God loert. Het is een sfeer die me enorm aanspreekt, die me nooit zal gaan vervelen, en dit album komt eigenlijk best wel dicht in de buurt van die sfeer, ook al lijkt alles hier wat minder serieus genomen te worden.

Het vertrekpunt van There Is No One What Will Take Care of You lijkt eerder rationeel dan emotioneel te zijn. En toch weten heel wat nummers op dit album bij mij een snaar te raken, juist omdat alle losse elementen heel slim bij elkaar gebracht zijn. Hoe het muzikaal aan alle kanten rammelt, hoe Oldham zich helemaal geeft en de onderwerpen die bezongen worden, samen maken deze dingen toch wel echt een indrukwekkend geheel. Van begin tot einde een erg goed album, met speciale vermeldingen voor de nummers '(I Was Drunk at the) Pulpit' en 'Riding' waarbij alle onderdelen tot in perfectie uitgevoerd zijn. Het is me maar weer duidelijk geworden dat ik nog lang niet klaar ben met de muziek van Will Oldham.

Next stop: Coil – Love's Secret Domain

Palace Brothers - There Is No One What Will Take Care of You

Slint - Spiderland (1991)

4,5
geplaatst:
Ik heb een stukje geschreven over dit album, maar in het bijzonder over het 33 1/3 boek over dit album. Het is een beetje een lang stuk dus voor de leesbaarheid hier alleen de eerste paar alinea's en een linkje naar het volledige stuk.

Spiderland van Slint is zo’n album dat iedere zichzelf respecterende muziekliefhebber toch eens gehoord moet hebben. Eind jaren tachtig begon een piepjong viertal met het schrijven van nieuwe muziek. Het album dat uit deze sessies voortvloeide laat nu, dertig jaar later, nog steeds zijn sporen na. Met hun album initieerden ze genres die de namen post-rock, post-hardcore, mathrock en slowcore kregen en vele bands hebben geprobeerd om in de voetsporen van Slint te treden, met wisselend succes.

Het album kwam redelijk vroeg op mijn pad tijdens mijn reis door de wondere wereld van de moderne muziek en ik had direct door dat dit album iets heel bijzonders was. Het echte kwartje viel echter wat later, tijdens mijn studie, en sindsdien prijkt het album in de hogere regionen van mijn top10. Het album heeft een bijna mythische status, niet alleen omdat de muziek zelf volledig uniek is, maar ook vanwege het feit dat dit nog zulke jonge gastjes waren toen ze dit invloedrijke album opnamen en vanwege het feit dat voordat het album goed en wel gereleased was en ze het album live konden spelen, de band uit elkaar viel. De vier leden zouden uitwaaieren naar nieuwe muzikale projecten, waarvan er ook een heel aantal heel erg goed zijn, maar er is in dertig jaar niets voorbijgekomen dat op Spiderland lijkt.

#75 Scott Tennent - Slint's Spiderland (1991)

Suede - Dog Man Star (1994)

3,5
madmadders loswekende oeuvreverkenningstocht #3: Suede – Dog Man Star

Deel 1

Toen in 2016 Night Thoughts van Suede uitkwam, had ik echt de meest geestdodende kantoorbaan die je je maar kunt voorstellen. Om een uur of 11 al klaar met mijn taken, en dan moest ik de rest van de dag nog door zien te komen, want meer werk was er niet. Night Thoughts heeft me vergezeld tijdens die doodsaaie middagen dat ik enkel maar wat op fora en sociale media rondhing, biddend dat de dag erna beter zou worden (werd het nooit, gelukkig heeft de ellende maar een half jaar geduurd). In die tijd maakte ik de mentale memo dat ik echt eens aan die grote Suede-klassiekers moest. Natuurlijk kwam dat er nooit van, tot nu.

Ik kan me nog wel herinneren dat het even duurde voordat NT landde. Dog Man Star had zelfs nog meer luisterbeurten nodig voor het kwartje viel. MAAR, hij viel, zo ongeveer. Ik moet eerlijk bekennen dat glamrock totaal niet mijn ding is (ik hoop wel dat dat ooit nog gaat komen) en dat hoorde ik in eerste instantie te veel op dit album. Dat zit 'm vooral dan in de zang die me te dramatisch is. Daar kom ik dan weer met mijn hoofd niet bij, want als ik bepaalde stemmen en zangstijlen naast die van Brett Anderson leg, luister ik nog wel naar veel dramatischer gedoe.

In eerste instantie stootte de muziek me wat af, maar ik merkte eigenlijk met iedere keer luisteren dat er weer een liedje bij kwam dat me wel kon bekoren. Inmiddels vind ik de meeste nummers goed en er zijn er nog een paar die ik redelijk vind, maar die, naar ik verwacht, nog meer zullen groeien. Mijn absolute favoriet is denk ik 'Heroine', helemaal raak dat nummer. Daarentegen blijft een 'The Wild Ones' nog een beetje achter bij de rest.

Waar ik eerst afgeschrikt werd door de zang, vind ik dat nu eigenlijk het punt waarop deze band zich het meest onderscheidt. Heerlijk om je mee te laten voeren op de overdramatische en getergde klanken van Anderson. Ik vind NT denk ik nog steeds net iets beter, constanter qua niveau vooral, maar aan de andere kant ben ik nog niet uitgeluisterd op dit album en dat is een goed teken. Ik zet een beetje voorzichtig in, maar 4 sterren stel ik voor de toekomst niet uit.

Next stop: Einstürzende Neubauten – Kollaps

Sufjan Stevens - Carrie & Lowell (2015)

4,5
geplaatst:
Het heeft bij mij best wel lang geduurd voordat ik gegrepen werd door de muziek van Sufjan Stevens. Toen ik een beetje serieus muziek begon te luisteren en te ontdekken, was Illinois (2005) nog niet zo lang uit en je kon op het wereldwijde web je kont niet keren of je kwam dit album weer tegen. Nog steeds scoort het album immense gemiddelden op de verschillende beoordelingssites, maar ik kwam er nooit echt in. Ik knapte vooral af op de meer theatrale, drukke nummers en vond het eeuwig zonde dat Stevens er zo vaak voor koos om het motto 'more is more' na te leven. Op dat album stond immers ook 'John Wayne Gacy, Jr.', een klein, intiem liedje dat mij duizendmaal meer beroerde dan de rest van het album.

Ik heb Stevens sinds Illinois nooit echt meer in de gaten gehouden. Het was helaas niets voor mij, zo dacht ik. Totdat ik de film Call Me By Your Name (2017) zag. Ik was totaal overdonderd door de emotionele impact die die film had en dat kwam niet in de laatste plaats door de liedjes van Sufjan Stevens, die hij speciaal voor de film schreef. Dit was hoe ik Stevens wilde horen, net zoals toen op 'John Wayne Gacy, Jr.'. Met minimale middelen wist hij grootse emoties op te roepen. Vooral van 'Mystery of Love' kreeg ik geen genoeg en na vijf jaar is het één van mijn meest gedraaide nummers ooit (bijna 150 keer).

De liedjes uit Call Me By Your Name zetten de muziek van Stevens voor mij in een ander daglicht, alsof ik na al die jaren eindelijk hoorde wat al die andere mensen jaren geleden al in zijn muziek hoorden. Ik besloot me te wagen aan de rest van zijn oeuvre, maar ben eigenlijk blijven hangen bij Carrie & Lowell. Ik wist het meteen bij de eerste luisterbeurt, ongeveer twee jaar geleden: dit was echt het perfecte album van Sufjan Stevens. Wat ik zo goed vond aan 'John Wayne Gacy, Jr.' en de Mystery of Love EP vond ik terug op dit album, en meer.

Stevens schreef het album na de dood van zijn moeder. Zijn moeder verliet Stevens toen hij een jaar was en leed aan depressies, schizofrenie en verslavingen. Carrie & Lowell is Stevens' poging om in het reine te komen met zijn moeders leven en overlijden. De instrumentatie is mooi, maar minimaal en biedt daardoor alle ruimte om te focussen op Stevens' engelachtige zang en wat hij te vertellen heeft.

Wat ik enorm waardeer aan Stevens, en in het bijzonder aan dit album, is dat hij zo enorm eerlijk is en niet bang is om zich uiterst kwetsbaar op te stellen. Carrie & Lowell is daarom ook zo intiem dat het bijna voyeuristisch aanvoelt om ernaar te luisteren. Maar hoewel de relatie tussen Stevens en zijn moeder natuurlijk uniek is, net zoals alle andere moeder-kind-relaties, weet Stevens de luisteraar heel overtuigend deelgenoot te maken en mee te laten voelen met alles wat Stevens bezighoudt met betrekking tot die relatie. Het zorgt voor een goudeerlijk album met een heel aantal ontroerende momenten.

Zo horen we op het eerste nummer al de regels “I forgive you, mother, I can hear you / And I long to be near you” die meteen al aangrijpend zijn en de toon zetten voor de rest van het album. We horen een zoon die eerlijk is over de zorg die hij tekort is gekomen, maar die nooit is opgehouden met verlangen naar de liefde van zijn moeder. Ondanks Stevens' pijn voel je ook een zeker begrip en empathie voor de moeder die op zoveel vlakken niet in staat was dat te geven wat haar kinderen nodig hadden.

Veel jeugdherinneringen passeren de revue, Stevens probeert het verleden van zich af te schudden door zichzelf met een aantal pijnlijke, vormende gebeurtenissen te confronteren en ook niet blind te zijn voor de gevolgen die deze herinneringen op hem hebben gehad. Het is enorm bewonderenswaardig, het pad dat hij hier bewandelt en ik hoop met heel mijn hart dat hij wat heeft gehad aan het schrijven en spelen van deze muziek. Het is een album dat alleszins therapeutisch klinkt.

Voor mij is Carrie & Lowell in ieder geval één van die unieke albums waarbij de immens verdrietige teksten en de minimalistische, maar hemelse muzikale omlijsting elkaar versterken. Als je op de muziek focust, komt het troostrijke en het sprankje licht naar voren, maar als je vervolgens op de teksten focust voel je des te meer mee met de pijn die Stevens tijdens het maken van dit album ervoer. Die vreemde discrepantie maakt dit tot een uitzonderlijk album dat, ondanks het bijna lieflijke geluid, vele, keiharde mokerslagen in zich herbergt.

Sufjan Stevens - Carrie & Lowell

The Blue Nile - Hats (1989)

4,0
Madmadders loswekende oeuvreverkenningstocht #1

Ik roest graag vast. Ik kan een heel leven teren op één album van een band of muzikant (enkele uitzonderingen daargelaten). Dat vind ik zonde en ik heb me nu actief voorgenomen om wat dieper de oeuvres in te duiken van bands waar ik na jaren, soms wel 15, nog steeds maar een album van ken, terwijl ze volgens de ratings hier en elders nog zoveel meer moois hebben gemaakt. Ik heb mezelf tot regel gesteld dat ik me een week lang onderdompel in het album dat moet zien te wedijveren met mijn persoonlijke klassiekers. En dat ik dan een stukje over mijn bevindingen opschrijf. Die regels zijn een stok achter de deur om te voorkomen dat ik steeds maar weer terugkeer naar dat ene album waar ik al mee vergroeid ben.

We beginnen met Hats van The Blue Nile. Ik leerde 'Tinseltown in the Rain' ooit kennen dankzij de top2000 en was spontaan verliefd. Het album waar dat nummer op stond, A Walk Across the Rooftops, sloeg als geheel ook flink aan bij me. Het is wonderschone popmuziek waarbij ieder instrument geen noot te veel speelt. Je zou kunnen zeggen dat het allemaal wat te veel voortkabbelt, maar de relatieve sloomheid en afgemetenheid creëren juist heel veel ademruimte om mee te voelen met de grootst mogelijke melancholie die van de muziek uitgaat. Ik ken denk ik geen band die meer melancholische muziek maakt dan The Blue Nile. En dan passen de stem en zang van Paul Buchanan ook nog eens perfect bij die dromerige, weemoedige muziek.

Vergeleken met A Walk Across the Rooftops klinkt Hats nog een stuk kaler, maar qua sfeerzetting is het album nog wel krachtiger dan de voorganger. Een nummer als 'Tinseltown in the Rain' is wat mij betreft ongeëvenaard en iets van gelijke aard vinden we niet terug op Hats, maar als geheel leunt dit album misschien wel dichter aan tegen de essentie van wat The Blue Nile zo'n goeie band maakt. Met minimale middelen wordt een geluid neergezet dat niet groots, maar wel heel meeslepend is. Dit is toch ook wel de perfecte muziek voor het grijze, regenachtige weer van de afgelopen weken. Echt jammer dat het weer vanaf morgen mooier wordt, want ik ben nog lang niet uitgeluisterd wat betreft dit album.

Erg knap album dat meteen maar de waarde van mijn ontdekkingstocht onderstreept. Ik denk dat ik uiteindelijk sneller terug zal grijpen naar Hats als ik behoefte heb aan een heel album. Maar als ik nood heb aan losse nummers blijf ik vooral de paar prachtige nummers op A Walk Across the Rooftops kapot draaien.

Wel even nog een niet ter zake doende opmerking: in 'Saturday Night' zit een synthlijntje dat sprekend lijkt op de wekker van mijn telefoon. Zoek elke keer weer haastig naar mijn telefoon als ik het hoor. En heb daarentegen ook een keer gehad dat mijn wekker echt af ging toen ik dit album op had en dacht: nee, Madelon, niets aan de hand, zit gewoon in de muziek.

Next stop: The Chameleons - What Does Anything Mean? Basically

The Chameleons - What Does Anything Mean? Basically (1985)

4,0
madmadders loswekende oeuvreverkenningstocht #2: The Chameleons – What Does Anything Mean? Basically

Deel 1, mocht je terug willen lezen.

Ik kan me geen leven meer zonder Script of the Bridge voorstellen. Ik zat nog op de middelbare school toen ik het album voor het eerst hoorde en een heel aantal nummers van het album vonden daarna de weg naar mijn afspeellijst vol persoonlijke favorieten, maar de echte liefde voor het album als geheel ontstond pas tijdens mijn studie. Het album heeft heel lang in mijn top10 gestaan en ik vind het nog altijd een van de beste albums ooit gemaakt. De kers op de taart was toen een studiegenoot me de LP voor een euro verkocht, 'omdat ik er meer van zou genieten dan hij deed'. De hoes hangt tussen andere van mijn favoriete albums aan de muur, het album beluister ik nog heel regelmatig en het album klinkt nog steeds net zo krachtig als jaren geleden. Dit is dus echt een perfect voorbeeld van een album waar ik volledig mee vergroeid ben geraakt. En nee hoor, nooit de behoefte gehad aan meer. Nu, zo'n 15 jaar na dato, beluister ik What Does Anything Mean? Basically voor het eerst.

Waar de nummers op Script of the Bridge vrij dynamisch zijn, zijn de songs op dit album wat meer eenvormig. Bovendien voelen de nummers op SotB voor mij wat dromeriger aan (daar dragen de teksten overigens ook aan bij), terwijl op dit album de nummers naar mijn idee wat meer rechttoe rechtaan zijn. Wat deze zaken betreft geef ik de voorkeur aan Script of the Bridge. Dat wil echter totaal niet zeggen dat WDAM?B een slecht album is. Na meerdere luisterbeurten moet ik concluderen dat de songs op deze plaat stuk voor stuk ijzersterk zijn. De combinatie van de stuwende drums en de wat meer dromerige gitaarpartijen zorgt voor een heel fijn evenwicht. In tegenstelling tot SotB kent dit album weinig echte prachtnummers die op zichzelf staan, maar de enorme drive die van WDAM?B uitgaat is echt heerlijk en ik heb gemerkt dat ik me er graag in verlies.

Het enige waar ik echt wat minder van gecharmeerd ben zijn de teksten. Ik vind ze hier wat simpeltjes, wat nietsig en bovenal te letterlijk. Helaas niet de bevreemding die ik ervaar bij sommige teksten op SotB. Gelukkig is het niet moeilijk om de tekstuele inhoud te negeren. Daarvoor zingt Mark Burgess weer met veel te veel overgave. Het maakt eigenlijk helemaal niet uit waar hij over zingt, het klinkt altijd belangwekkend en urgent.

Waar SotB me jarenlang in zijn greep hield, waar ik telkens tevergeefs grip probeerde te krijgen op de ongrijpbare passages op dat album (en dat is in mijn wereld een heel erg positief ding), is dit meer een hapklare brok. Wel een heel lekkere overigens, die ik ongetwijfeld ook nog vaak ga consumeren. Maar SotB blijft nog wel even favoriet hier. Misschien kan Strange Times, dat ook nog op mijn lijstje staat, daar verandering in brengen. Dat The Chameleons een van de vetste sounds van de jaren tachtig heeft weten te produceren is mij in ieder geval nu wel duidelijk.

Next stop: Suede – Dog Man Star

The Microphones - Mount Eerie (2003)

4,5
madmadders loswekende oeuvreverkenningstocht #6: The Microphones – Mount Eerie

Deel 1

Vroegah was ik heel erg onder de indruk van The Glow, Pt. 2 en in die obsessie heb ik best nog wat andere dingen van Phil Elverum gehoord, en sinds een paar jaar houd ik zijn nieuwe releases ook wel wat beter in de gaten, maar ik heb nog lang niet genoeg gehoord en zeker ook niet zijn best beoordeelde albums. Zoals deze dus bijvoorbeeld. Nu wil het feit dat ik in 2021 weer helemaal opnieuw verslingerd ben geraakt aan The Glow, Pt. 2 en dat dit album na ruim tien jaar weer zijn herintrede in mijn top10 heeft gemaakt. Tijd dus om deze andere grote Phil-klassieker tot me te nemen.

Het album begint precies waar we bij The Glow, Pt. 2 eindigden: zacht geruis met in de achtergrond allerlei vlagen muziek die we op dat meesterwerk hoorden. Dat geeft direct de indruk dat Mount Eerie een voortzetting is van de wereld die Elverum creëerde op TGP2. Op een bepaalde manier klopt dat, want ome Phil doet precies wat hij wil en gebruikt alle mogelijke, uiteenlopende middelen om zijn verhaal te vertellen. Van tribale trommels gaan we naar noise, van folk gaan we naar rock naar ambient en weer terug, de The Microphonesplaneet is heel groot, alles is er mogelijk en wij als luisteraar mogen door die rijke wereld heen struinen. Hij weet in zijn muziek alles naar zijn hand te zetten, geen geluidje horen we maar toevallig, alles maakt noodzakelijk onderdeel uit van Elverums universum.

Ook qua thematiek, het zijn van een speelbal voor de woeste natuur, de realisatie dat we nietig zijn in een immer uitdijend heelal en ook het gevoel compleet los te staan van je medemens komen terug op Mount Eerie. Alleen is dit album nog veel meer verhalend. Waar op TGP2 vooral uiteenlopende impressies rond hetzelfde thema te vinden zijn, vertelt ME echt een lineair verhaal, waarbij alle verwijzingen naar natuur en heelal metaforen zijn voor het leven en waarbij ook verschillende vertellende instanties voorbij komen (Phil, King Dark Death, Wind en Vultures zijn er enkelen).

TGP2 zie ik meer als een break-up album dat gaat over hoe je compleet los komt te staan van de persoon waar je zo lang van gehouden hebt en mee verbonden bent geweest, ME gaat voor mijn gevoel meer over hoe je kaas probeert te maken van een absurde wereld waarin er een onoverbrugbare afstand bestaat tussen het zelf en de ander. Ik vind het geweldig hoe Elverum dit verhaal vertelt en hoe hij put uit zoveel verschillende genres en deze toch kan samenbrengen tot een super meeslepend geheel.

Hoewel zowel TGP2 als ME een 'allegaartje' aan stijlen zijn, klinkt dit ME op muzikaal vlak echt compleet anders. Elverum put uit andere bronnen, bronnen die beter passen bij het thema van dit werk. Het geheel klinkt anders, maar minstens zo indrukwekkend. Al moet ik wel toegeven dat ik er even aan moest wennen. Maar nu, na deze een tijdje regelmatig opgezet te hebben, ben ik redelijk verknocht geraakt aan de wereld die Elverum hier geschapen heeft.

Mount Eerie klinkt typisch Microphones en toch is het ook compleet anders dan zijn andere werk. Maar goed, dat is eigenlijk wel het belangrijkste kenmerk van Elverums muziek, en de belangrijkste reden waarom ik hem zo waardeer als muzikant. Hij weet je altijd wel weer te verrassen, zal nooit twee keer hetzelfde album maken en heeft het bijzondere talent om je als luisteraar een beetje deelgenoot te maken van de unieke manier waarop zijn hoofd werkt. Het is een hoofd waar het heel goed toeven is.

Next stop: Coil – Love's Secret Domain

Tina Brooks - True Blue (1960)

4,0
geplaatst:
madmadders (her)ontdekkingsreis door de sixties en seventies #8: Tina Brooks – True Blue

Mijn ontdekkingstocht door de klassiekers van de jaren zestig (en ja, inderdaad, na een jaar hang ik nog steeds in 1960) brengt mij deze keer bij een album van een artiest waar ik nog nooit van gehoord had. Het verhaal van jazz saxofonist Tina Brooks is vrij tragisch. True Blue is het enige album dat tijdens zijn leven uitkwam. Hij nam als bandleider nog vier sessies op voor het beroemde Blue Note label, maar die werden pas jaren na zijn dood uitgebracht. Het label had in die tijd duidelijk andere oogappels, zelfs True Blue, de plaat die dus wel uitkwam, werd niet actief gepromoot. Brooks zou na 1961 geen muziek meer opnemen. Zijn heroïneverslaving leidde op 42-jarige leeftijd tot leverfalen waar hij aan stief.

True Blue heeft niet de grote schare fans die een aantal tijdgenoten heeft, maar Brooks' albums worden wel hoog gewaardeerd door de mensen die het kennen. Voor mij genoeg reden om dit album in te duiken. We horen Brooks zelf op tenor saxofoon, Freddie Hubbard op trompet (die wrang genoeg wel een succesvolle carrière tegemoet zou gaan), Duke Jordan op piano, Sam Jones op bas en Art Taylor op drums. Van de zes nummers op deze plaat zijn er vijf van Brooks zelf en het is meteen duidelijk wat een begenadigd componist Brooks was. De nummers dansen om verschillende emoties heen, soms wat melancholisch, soms wat vrolijker, maar er zit een aanstekelijke energie en groove als rode draad door het geheel heen verweven die alles mooi bij elkaar houdt.

Dit zorgt er ook voor dat de muziek iets uitermate ontspannends heeft. Dit is eerder heupwiegen dan helemaal los gaan en eerder fijn om met een drankje in goed gezelschap in het zomerzonnetje te beluisteren dan in je eentje 's nachts in het donker. Brooks' leven mag dan tragisch zijn geweest, zijn muziek, in ieder geval op dit album dan, heeft iets lichtvoetigs. Droefheid en melancholie zijn zeker wel aanwezig, maar voor mij voeren vrolijkheid, speelsheid en avontuur toch wel de boventoon op dit album.

Dat avontuurlijke zit hem vooral in de opbouw van de nummers. Brooks slaat vaak meerdere zijweggetjes in, wijkt vaak af van het pad waar hij op begint. Zijn medespelers krijgen ondertussen de ruimte om hun ding te doen, om uiteindelijk gezamenlijk weer terug te keren bij het thema waar het nummer mee begon. Het zorgt voor een bepaalde spanning en onvoorspelbaarheid, wat maakt dat je hier heel vaak naar kunt luisteren zonder er op uitgekeken te raken.

True Blue is geen nieuwe persoonlijke klassieker, maar wel eentje die al vaak heeft bewezen uitermate fijn gezelschap te zijn wanneer ik uit werk kom. Het is allemaal niet al te ingewikkeld, maar wel uitdagend genoeg om er vaak naar terug te willen keren. Fijne ontdekking, en eentje die ook echt wel bij veel meer mensen in de smaak zou kunnen vallen.

Next stop: Ornette Coleman – Change of the Century

Tina Brooks - True Blue

Wes Montgomery - The Incredible Jazz Guitar of Wes Montgomery (1960)

4,0
madmadders (her)ontdekkingsreis door de sixties en seventies #5: Wes Montgomery – The Incredible Jazz Guitar of Wes Montgomery

God, dit stuk liet even op zich wachten. Ik luister dit album al maanden, maar ik vond nog niet het juiste moment om even te gaan zitten voor een berichtje bij dit album. Het voordeel is wel dat ik alle tijd heb gehad om The Incredible Jazz Guitar of Wes Montgomery helemaal te doorgronden. Voor zover je daarvan kunt spreken bij een jazz-album.

Want naar jazz luisteren is toch een heel ander soort luisteren dan ik gewend ben. Waar je bij popliedjes na vaak luisteren kunt anticiperen op iedere noot, op ieder woord, ligt dat bij (instrumentale) jazz toch net wat anders. Ik heb dit album nu inmiddels een keer of 10 gehoord schat ik, maar nog steeds klinkt ieder nummer fris. Natuurlijk, je begint bepaalde structuren, wendingen wel te herkennen, maar er echt op anticiperen, dat lukt me nog niet. Ik ben dan ook (nog) geen doorgewinterde jazzluisteraar.

Maar dat jazz zo moeilijk te doorgronden is, is denk ik juist wel een heel positief gegeven. Voor een popliedje moet je vaak toch in de stemming zijn, en de meeste liedjes kun je ook niet eindeloos horen, want op den duur gaan ze vervelen, juist omdat je ze te goed kent (en ja, ik weet het, er zijn natuurlijk heel veel uitzonderingen op die regel). Dat probleem heb ik dus nooit met jazz die ik goed vind. Een goede jazzplaat blijft steeds weer fascineren en er zijn altijd weer nieuwe details die opvallen, ook na tig keer luisteren.

Dit is voor mij dus zo'n goede jazzplaat. Sowieso is het best verfrissend om een gitaar in de hoofdrol te horen (in het geval van jazz dan, hè), en Montgomery beheerst het instrument uitstekend en weet er indrukwekkende melodieën uit te persen. Wat me echter het meeste aanspreekt, is toch wel hoe dynamisch dit album is. 'Polka Dots and Moonbeams' is bijvoorbeeld enorm melancholisch en nodigt uit tot mijmeringen en overpeinzingen. Maar dit schitterende liedje wordt opgevolgd door 'Four on Six' dat energiek is en waar je direct vrolijk van wordt (geen overbodige luxe in deze tijden van ellende).

Zo springt The Incredible Jazz Guitar of Wes Montgomery op en neer qua sfeerzetting maar tegelijkertijd voelt het wel heel erg aan als een afgebakend geheel. De gemene deler is namelijk ontspannenheid. Montgomery brengt alles met een zelfverzekerde rust die heerlijk is om je aan te laven.

Deze werkt enorm verkwikkend heb ik gemerkt. Heerlijk na een dag hard werken, heel fijn wanneer je na veel sociale verplichtingen weer wat tijd voor jezelf hebt. En ik moet zeggen, na twee dagen totaal opgegaan te zijn in al het nieuws over de oorlog, voel ik me na het luisteren van dit album toch weer even stukken beter. Zeer therapeutisch, die ongelooflijke gitaar van ome Wes.

Next stop: Etta James – At Last!