MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten madmadder als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Akusmi - Fleeting Future (2022)

poster
4,0
Akusmi is het nieuwe project van Fransman Pascal Bideau, vooral bekend als filmcomponist. Wanneer je muziek maakt voor films, dien je altijd de film. Het gaat erom muziek te creëren die recht doet aan het verhaal, de sfeer en de personages. Dat kan allemaal overboord wanneer je muziek voor jezelf maakt waarbij het criterium toch vooral is dat je het zelf leuk moet vinden. Het moet een fijn gevoel zijn om je creativiteit de vrije loop te laten, om maar te zien waar je wilde ideeën je brengen.

En creatief, en wild, dat is Fleeting Future. Ik ben absoluut niet zo'n boomer die denkt dat inmiddels alles al wel is gedaan binnen de muziek, de niet aflatende stroom aan eigenzinnige projecten bewijst dat er nog heel veel leven en frisheid zit in zo'n beetje alle genres, maar bij Fleeting Future veerde zelfs ik even op. Hoe kom je op het idee om traditionele Indonesische gamelan, minimalisme zoals we dat kennen van bijvoorbeeld Steve Reich en Philip Glass en de grenzeloze vrijheid zoals in jazz te combineren?

Dit is eigenlijk de enige manier om de muziek op dit album te omschrijven, maar daar kom je pas achter wanneer daadwerkelijk de eerste tonen je huiskamer binnenstromen. Horen is geloven in dit geval, want het is nagenoeg onmogelijk om je een voorstelling te maken op basis van de genre-aanduidingen bij Fleeting Future. Het heeft het repetitieve en de afgemetenheid van minimalisme, het bevreemdende niet-westerse karakter doordat Bideau regelmatig gebruik maakt van stemmingssystemen die karakteristiek zijn voor gamelan, en de experimenteerdrift zoals we die bij free jazz terughoren. In de wereld die Akusmi ons voorschotelt zijn die drie ingrediënten met elkaar versmolten tot een wonderlijk toegankelijk geheel.

Ik ben de trotse bezitter van de doorzichtige vinyluitgave en ben al vele malen verdronken in de complexe composities van deze plaat. Want hoewel herhaling veelvuldig als stijlmiddel gebruikt wordt, gebeurt er tegelijkertijd verdomd veel in deze nummers. Het is bijna krankzinnig hoeveel spanning er in deze liedjes te vinden is en hoe je als luisteraar bijna niet kunt wachten op de steeds weer bevredigende wendingen die de nummers nemen. Iedere aandachtige luisterbeurt van Fleeting Future brengt dan ook een enorm gevoel van voldoening.

Dat komt ook omdat er een ongekende energie en positiviteit van dit album uitgaat. Er zijn talloze manieren om het heden vorm te geven en daarmee zijn er nog tallozere vormen die de toekomst aan kan nemen. De mogelijkheden zijn eindeloos en dit gevoel van vrijheid spreekt uit Fleeting Future. Niets staat vast, alles is nog vormbaar en we hebben zelf in de hand hoe we die toekomst gestalte geven. In deze tijden van crises heb je nu eenmaal af en toe behoefte aan wat opbeurends. Dit album is een perfect tegengif.

Akusmi - Fleeting Future

Alcest - Les Chants de l'Aurore (2024)

poster
4,5
Al lang voordat mijn oren klaar waren voor verschroeiend harde metal, luisterde ik naar de dromerige, toegankelijke blackgaze (een samentrekking van black metal en shoegaze) van Alcest. Toch viel eigenlijk pas afgelopen jaar het kwartje, toen ik Alcest live zag en ze hun album Écailles de Lune van begin tot eind speelden. Dat was echt een betoverende ervaring, en een mooie aanleiding om het betreffende album in de weken erna ongezond vaak te beluisteren. Nu is er met Les Chants de l’Aurore een nieuw album van het tweetal, en ik denk dat ik in dit album ga wonen.

Blackgaze is ontzettend hip tegenwoordig, tot ongenoegen van sommige black metalliefhebbers van het eerste uur, en Alcest is de hoofdschuldige aan het populariseren van black metal. Je hoeft tegenwoordig niet meer in het zwart gekleed en met corpse paint beschilderd te zijn om black metal te maken. Frontman Neige droeg zelf tijdens zijn show in Nijmegen afgelopen oktober een Hawaii-shirt, en nog steeds kreeg hij de hele meute aan het headbangen en stak het voltallige publiek vuisten in de lucht als blijk van waardering.

Beginpunt
Ik wil maar zeggen, het is eigenlijk tegenwoordig helemaal niet meer zo gewaagd en raar om black metal te maken en te beluisteren. Tuurlijk, er zijn nog steeds heel veel acts die de grenzen opzoeken en eroverheen gaan, gelukkig wel! Het palet wordt echter steeds meer uitgebreid, waardoor zelfs je oersaaie buurman opeens uit de kast zou kunnen komen als black metal luisteraar.

Voor iedereen die eens van het genre wil proeven is Alcest een heel goed beginpunt. De band neemt de dromerige sfeer en toegankelijke melodieën van shoegaze en voegt daar zwartgeblakerde elementen als verwoestende blastbeats, vernuftige tremolo picking en oceaandiep geschreeuw aan toe. De verhouding tussen de twee genres wisselt een beetje, op Shelter uit 2014 zijn de black metalelementen bijvoorbeeld geheel afwezig.

Meesters van het genre
Op deze nieuwste is niet al te veel black metal te horen, maar de momenten waarop het tweetal losgaat zijn wel uitmuntend gekozen; de manier waarop shoegaze en black metal op dit album in elkaar grijpen is bewijs dat we hier de echte meesters van het genre aan het werk horen.

Want de zes liedjes op dit album (ik vergeet het instrumentale niemendalletje ‘Réminiscence’ maar even) zitten allemaal zo krankzinnig goed in elkaar dat je als luisteraar van het ene bevredigende moment in het andere valt. Soms zit hem dat in goed uitgekiende geweldserupties, soms zit hem dat in hemelse melodieën of in verstilde momenten van bezinning. Die drie samen zorgen voor een muzikale taal waarin stem gegeven wordt aan puur verlangen.

Verlangen
Les Chants de l’Aurore gaat over het verlangen naar een andere wereld waar je beter in past dan deze wereld, het gaat over het verlangen naar iemand die er niet meer is, het gaat over het verlangen het sterfelijke lichaam en alle bijbehorende gebreken te ontstijgen en het gaat over het verlangen één te worden met de natuur. Het is merkbaar dat aan dat immense verlangen groot lijden ten grondslag ligt, maar het tweetal van Alcest weet dat lijden om te buigen in iets prachtig; achter de pijn doemen kolossale bergen van hoop op.

Het zorgt voor een bitterzoet geheel waar ik telkens weer diep door geraakt word. Les Chants de l’Aurore is melancholisch, opbeurend, troostrijk, krachtig, donker en dromerig en past perfect bij wie ik op dit moment ben en hoe ik het leven ervaar. Net als het leven zelf is dit album een wonderlijk geheel van tegenstellingen die niet alleen prima naast elkaar kunnen bestaan, maar elkaar ook nodig hebben om de boel voort te stuwen en in beweging te houden.

Radartje
En ondertussen word jij zelf als klein radartje op allerlei manieren bewogen door wat er binnenin en om je heen gebeurt. In het geval van dit album betekent dat dat de tegenstelling tussen weemoed en hoop me keer op keer ontroert, omdat ik die tegenstelling zelf in het dagelijks leven ook heel diep ervaar, waarbij hoop – net als op dit album – uiteindelijk altijd als overduidelijke overwinnaar uit de bus komt.

Bij een nummer als ‘Améthyste’ – dat overigens voor mij eigenlijk net zo goed is als ‘Percées de Lumière’, mijn favoriete nummer van Alcest – twijfel ik regelmatig of ik een gat in de lucht moet springen van geluk of bittere tranen moet wenen van verdriet. Beide gevoelens zijn sterk aanwezig bij het luisteren van dit album en ik vind het prachtig dat deze muziek wat dat betreft zo enorm dicht bij het echte leven staat. Zoals ik al zei, ik zou wel willen wonen in dit album, dat vooral een album van het zoeken naar en vinden van hoop is.

blogpost

Altar of Plagues - Teethed Glory and Injury (2013)

poster
4,5
Teethed Glory and Injury was het derde album van het Ierse Altar of Plagues en zou ook de zwanenzang blijken. Als je zo door hun drie albums heen luistert, valt het op dat met ieder album de nummers een stuk korter worden en dat het geheel steeds ondoordringbaarder wordt. Het leed dat bezongen wordt lijkt steeds groter te worden, de muzikale omlijsting steeds krankzinniger. Alsof de drie bandleden zichzelf met ieder album dieper in de depressie stortten, totdat de situatie uiteindelijk onhoudbaar werd en ze er de brui aan gaven.

Op dit derde album horen we black metal die met horten en stoten gebracht wordt. Er worden metershoge muren van geluid opgetrokken die men vervolgens met alle gemak als een kaartenhuis in elkaar laat storten. Er worden veel elektronische accenten toegevoegd, wat de muziek een industrieel karakter geeft, en die nog wat extra intensiteit toevoegen aan de toch al gitzwarte sfeer.

Misschien klinkt het op het eerste gehoor wat druk en onsamenhangend, maar de puzzelstukjes vallen met de luisterbeurt beter in elkaar, want ieder klein onderdeeltje draagt bij aan het grotere geheel, namelijk een geluid neerzetten dat zo indringend is dat je er als luisteraar ongemakkelijk van wordt en je het overgebrachte leed wel moet geloven. Dit is één van de meest ontwrichtende platen - in welk genre dan ook – die ik tot nu toe heb gehoord. Het is net zo zwaar en confronterend als de beste dark ambient, met het verschil dat hier geen enkele ademruimte gegund wordt. Zelfs de minder luide stukken knijpen je de keel af.

Als ik naar voorganger Mammal luister, en dan naar deze, kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat op Mammal het deprimerende karakter een trucje is (het eerste album is dan alweer een stuk overtuigender), dat het naar en beklemmend probeert te zijn omdat dat hoort bij dit genre. Op Teethed Glory and Injury daarentegen lijkt het alsof er een grote persoonlijke tragedie ten grondslag ligt aan het geheel.

De teksten gaan veel over een overleden zoon, wat in black metal ook altijd een religieuze connotatie kan hebben, maar hier voelen ze extreem intiem en persoonlijk aan. Bovendien worden de teksten op zo'n manier gebracht dat het je gewoon fysiek pijn doet. We horen hier iemand die echt helemaal kapot gaat aan wat hem is overkomen en die zich totaal overgeeft aan de uitzichtloosheid. Vooral bij 'Burnt Year' en het begin van 'A Remedy and a Fever' krijg ik letterlijk buikpijn van alles wat deze band in mijn gezicht gooit.

Want ook muzikaal heeft dit misselijkmakende kwaliteiten. Hoe op sommige nummers de bastonen zo heftig zijn dat mijn huis en mijn ingewanden ervan beginnen te trillen, hoe je als luisteraar nooit weet waar je aan toe bent en je telkens weer verrast wordt door de nietsontziende klappen die Altar of Plagues je geeft. Dit is er een die je op de knieën dwingt en die ervoor zorgt dat er niets anders rest dan lijdzaam alle hopeloosheid te ondergaan.

Ik snap dat het voor velen geen aanbeveling is, wat ik hier nu allemaal neerschrijf, maar ik leef voor dit soort muzikale ervaringen. Er gaat voor mij een enorme cathartische kracht uit van dit album. Je wordt totaal meegezogen naar de diepste diepten en voelt alles net zo intens als de makers, maar wanneer de laatste noten geklonken hebben voel je je gezuiverd van alle negatieve emoties die je (onbewust) bij je droeg en stap je weer monter de echte wereld in. Er gaat een helende werking uit van de confrontatie met grootse, heftige emoties.

En hoe heftiger het album, hoe groter het gevoel van zuivering. Dit is zeker één van de meest heftige luisterervaringen die ik gehad heb. En het gevoel van intensiteit verdwijnt niet naarmate ik het vaker hoor. Ik krijg daarentegen steeds meer bewondering voor de manier waarop hier genres vermengd worden, voor de moed die ervoor nodig is om jezelf zo te verliezen (zo klinkt het althans) en zo'n compleet waanzinnig, maar ook uniek album te maken. Ik heb er met Teethed Glory and Injury zonder twijfel een nieuwe persoonlijke favoriet bij.

Altar of Plagues - Teethed Glory and Injury (2013)

Angelo Badalamenti - Twin Peaks (1990)

poster
5,0
Ok, dit is een nogal uit de kluiten gewassen stuk geworden, dus ik post maar een gedeelte, zie onderaan de link naar het hele stuk.

#120 Clare Nina Norelli – Angelo Badalamenti’s Soundtrack from Twin Peaks (1990)

Mensen die mij een beetje kennen, weten dat ik al sinds 2008 compleet geobsedeerd ben door de tv-serie Twin Peaks (maar mijn obsessie voor alles wat met David Lynch te maken heeft is zelfs al wat ouder). Sinds 2008 kijk ik de serie minstens één keer per jaar, lees en luister ik alles wat los en vast zit over deze serie en bezit ik inmiddels bijna alle soundtracks op vinyl, die ook erg regelmatig de revue passeren.

Ik leef dus zo’n beetje voor deze serie, en nu in 2022 zowel Julee Cruise (zangeres van de liedjes op de soundtrack) als Angelo Badalamenti (de componist van alle muziek voor de eerste twee seizoenen en de componist van een deel van het derde seizoen) overleden, leek het me wel gepast om eens te duiken in het ontstaan van de soundtrack. Ik dacht dat ik eigenlijk al alles wist over Twin Peaks, maar zelfs ik leerde nog heel wat door dit boekje uit de 33 1/3 reeks.

[...]

Genoeg geleerd dus weer dankzij dit boekje, maar als je de serie niet (goed) kent, heb je er helemaal niks aan. Norelli haalt heel vaak heel specifieke momenten uit de serie naar voren en hoe enkele noten een bepaald beeld proberen te bekrachtigen. Nu ken ik de serie zo goed dat ik precies voor me zie en hoor wat Norelli bedoelt, zodat ik begrijp wat ze probeert te zeggen, maar als je niet zo bekend bent met Twin Peaks moet het vast overkomen als een betekenisloze woordenbrij.

Ik ben door het boek niet per se anders naar de soundtrack of de serie gaan kijken (van alle kunst die ooit gemaakt is, vind ik Twin Peaks nog steeds het allermooist, daar zal nog weinig verandering in kunnen brengen), maar door te lezen hoe de soundtrack is ontstaan heb ik wel nog meer waardering gekregen voor de werkwijze van Lynch en Badalamenti. Ik wist niet dat het mogelijk was om nog meer idolaat te raken van David Lynch en Angelo Badalamenti, maar het is gebeurd.

Nu alle mensen die een rol speelden bij de totstandkoming van Twin Peaks één voor één overlijden is het me steeds duidelijker dat dat hele team echt iets volkomen unieks heeft neergezet en dat ik die drie seizoenen en die film moet koesteren (hoe geniaal is het eigenlijk al dat er in 2017 een derde seizoen kwam en dat dat ook nog eens briljant was!), want dit is waarschijnlijk waar het bij zal blijven. Zoiets geniaals zal er waarschijnlijk nooit meer gemaakt worden, en dat is prima, want ik kan mijn hele leven teren op deze ene serie en de bijbehorende soundtracks.

33 1/3: Angelo Badalamenti's Soundtrack from Twin Peaks

Aphex Twin - Drukqs (2001)

poster
4,5
Aphex Twin vind ik echt een held, maar als ik naar zijn muziek luister, zette ik tot voor kort eigenlijk altijd Richard D. James Album (1996) of zijn Selected Ambient Works (1992 en 1994) op. Die eerste omdat-ie zo speels en vrolijk is en omdat ik er simpelweg al meer dan een half leven naar luister en ermee vergroeid ben geraakt, zijn meer ambient-geörienteerde werk omdat dat heel dicht staat bij waar ik op dit moment veel naar luister en behoefte aan heb. Drukqs uit 2001 heb ik eigenlijk altijd als één van zijn mindere albums gezien. Recentelijk heb ik dit album echter opnieuw ontdekt en ik moet concluderen dat ik jarenlang poep in mijn oren heb gehad, want ik kan er nu met volle teugen van genieten.

Aphex Twin maakt idm, wat staat voor intelligent dance music. Het is een verschrikkelijk pretentieuze term en de muziek die er bij hoort vindt zijn oorsprong in dance en techno. De term staat tegenwoordig voor alle muziek die de grenzen opzoekt van wat je uit je computer kunt krijgen en waar je met de beste wil van de wereld onmogelijk op kunt dansen. Experimentele elektronica dus, en Aphex Twin is één van de pioniers binnen dit subgenre.

Onvoorspelbaar
Maar Aphex Twin is actief binnen meerdere muzikale vertakkingen. Zo maakt hij dus ook ambient, en op Drukqs horen we ook liedjes die neigen naar neoklassiek, drill and bass of die overduidelijk invloeden vanuit oosterse traditionele muziek bevatten. De muziek van Aphex Twin is vaak bevreemdend en totaal onvoorspelbaar. Er kunnen zo tien wendingen in een nummer van drie minuten zitten en het ene nummer brengt je in zonnige lentesferen terwijl het volgende je doet grijpen naar de antidepressiva. Je weet met Aphex Twin nooit waar je aan toe bent, en dat maakt hem zo’n interessante artiest.

Meestal weet hij zich nog wel een klein beetje in toom te houden met zijn releases, door zich te beperken tot één subgenre of sfeer, maar op Drukqs laat hij zichzelf helemaal gaan. Het gaat echt alle kanten op en het is echt een kwestie van ‘hearing is believing’; je moet die honderd minuten eens zelf ondergaan om te ervaren hoe Aphex Twin constant met de luisteraar speelt. Het hoge schizofrene karakter van dit album vond ik altijd een zwakte, maar op dit moment vind ik het echt de grote kracht van deze plaat.

Ontdekkingstocht
Een grote variëteit aan van alles vind ik vaak een struikelblok als ik naar een album luister. Het kan namelijk al snel overkomen alsof er een gebrek aan visie was en zo’n geheel hangt dan vaak als los zand aan elkaar en weet nauwelijks te beklijven. Ik had ook altijd het idee dat dat bij Drukqs het geval was, maar nu ik er opnieuw naar ben gaan luisteren, ervaar ik juist dat er een duidelijke gedachte achter dit project zit.

Ik hoor een geluidskunstenaar die de grenzen van de elektronische muziek probeert op te rekken, de ongeschreven regels ervan probeert te bevragen en zelf op ontdekkingstocht is naar wat er allemaal mogelijk is in de discipline waarbinnen hij opereert. Drukqs is niet het gefilterde resultaat van die ontdekkingstocht, maar een registratie van die tocht zelf. En we kennen allemaal de uitdrukking: de reis is belangrijker dan de uiteindelijke bestemming.

Bewondering en ontzag
Het is bizar wat Aphex Twin hier neer weet te zetten, alsof al zijn kennis, kunde en persoonlijkheid in de hoogst mogelijke concentraties aanwezig waren, met elkaar vermengden en een explosieve cocktail vormden, op zoek naar een manier om tot ontploffing te komen. Drukqs is het resultaat van al die samengebalde krachten. Ik luister er tegenwoordig keer op keer met bewondering en ontzag naar, hoe erg Aphex Twin soms ook zijn best doet om juist niet geadoreerd te worden.

Want de manier waarop sommige liedjes klinken alsof ze door een klein kind gemaakt zijn, de songtitels waar geen touw aan vast te knopen valt en het grote contrast tussen de nummers onderling verraden namelijk een zeker gevoel voor humor en tonen iemand die zichzelf niet zo serieus neemt; alsof hij het meest pretentieuze subgenre binnen de muziek op speelse wijze een hak probeert te zetten, iets wat deze plaat in mijn ogen alleen nog maar genialer maakt.

Geluidsexperimenten
Ik heb de 4-vinyl-box van dit album, maar ik luister er bijna nooit in zijn geheel naar want de eerste vier kanten moeten afgespeeld worden op 45rpm en daarvoor moet ik mijn platenspeler verbouwen en daar ben ik te lui voor. Nu ik weer in de ban ben van dit album, wend ik me dus tot Spotify, en misschien is dat uiteindelijk ook wel de fijnste manier om naar Drukqs te luisteren; als een continue stroom van geluidsexperimenten, zonder storende onderbrekingen (het omdraaien van de plaat). Wat een geluk dat ik geen poep meer in mijn oren heb!

Blogpost