Muziek / Toplijsten en favorieten / De artiesten top 100 van (herman)!
zoeken in:
1
geplaatst: 17 juli 2025, 07:57 uur
Wat leuk een artiesten top 100 van herman. Daar ga eens goed voor zitten 

3
geplaatst: 17 juli 2025, 11:50 uur
0
geplaatst: 17 juli 2025, 18:30 uur
herman schreef:
Ik verwacht nog wel een paar concerten te noemen waar Graf is bij geweest...
Ik verwacht nog wel een paar concerten te noemen waar Graf is bij geweest...
Ja zeg, daar is er weer eentje. Ik heb ze in de HMH gezien bij de oorspronkelijke reünie-tour. Was leuk concert, maar wel eentje uit de categorie hoef ik niet perse nog een keer te zien

0
geplaatst: 18 juli 2025, 00:22 uur
GrafGantz schreef:
Ja zeg, daar is er weer eentje. Ik heb ze in de HMH gezien bij de oorspronkelijke reünie-tour. Was leuk concert, maar wel eentje uit de categorie hoef ik niet perse nog een keer te zien
(quote)
(quote)
Ja zeg, daar is er weer eentje. Ik heb ze in de HMH gezien bij de oorspronkelijke reünie-tour. Was leuk concert, maar wel eentje uit de categorie hoef ik niet perse nog een keer te zien
Ik zag ze in Barcelona op Primavera Sound, zo rond 2011 (het jaar van de P met ook Pavement en Pulp). Vond het toen ook leuk, maar niet dusdanig dat ik ze nog een keer ben gaan zien. Wel grappig was dat ook de Spaanstalige nummers keihard werden meegezongen.
Heb Frank Black ook nog wel eens solo gezien in het LVC in Leiden, waar hij ook Pixies-nummers deed. Eigenlijk had ik daar ook dezelfde ervaring. Leuk, maar 1 keer is wel genoeg.
6
geplaatst: 18 juli 2025, 00:33 uur
https://www.technostation.tv/wp-content/uploads/2016/03/ellen-allien.jpg
61. Ellen Allien
Favoriete album(s): Stadtkind (2001), My Parade (2004), Orchestra of Bubbles (2006), Nost (2017)
Favoriete nummers: Take A Stand, Stadtkind, Sehnsucht, Your Body Is My Body, Stormy Memories
Deep cuts: Jack My Ass, Jet, Floating Points
Live gezien: ja (dj-set)
Ook in de lijst van: -
Wanneer ik Ellen Allien heb ontdekt, kan ik me niet meer zo goed herinneren. Wel het moment waarop haar muziek voor het eerst echt een snaar raakte. Dat was op een zondagochtend in Berlijn, op de terugreis van de trip die ook al bij het stuk over Autechre even langskwam. We waren met z’n zessen net uit de nachttrein vanuit Krakau gestapt en hadden een paar uur overstaptijd op Bahnhof Zoo. De rest was moe en gammel en besloot nog een tukje te doen in de stationshal, maar ik vond dat zonde en besloot in mijn eentje op pad te gaan. Zondagochtendvroeg, de stad nog stil – en al snel stond ik bij de Gedächtniskirche, precies toen de klokken begonnen te slaan. Op de een of andere manier was dat een magisch moment. Berlijn greep me daar.
Dat Berlijn-gevoel hoorde ik ineens ook terug in Stadtkind, het debuut van Allien. Ze draaide toen al even mee als dj, maar gooide het hier over een rustiger, technopoëtische boeg: een ode aan haar thuisstad. Ik stelde me voor hoe ze de tracks bedacht in de vroege uurtjes na door haar georganiseerde feesten – nog vol van de adrenaline, maar tegelijkal overmand door melancholie. In het titelnummer zingt ze: "Die Nacht ist vorbei / Ein neuer Tag beginnt / Alles strömt." En inderdaad, als je goed luistert, voel je het hart van Berlijn kloppen. Op het iets wisselvallige Berlinette zet ze die lijn van licht ontregelende technoliedjes succesvol door. Thrills daarna is strakker, maar ook wat ongeïnspireerd. Tussendoor verschijnt nog My Parade, naar mijn smaak de beste van haar mixplaten, met onder meer tracks van Apparat en Modeselektor – later samen actief als Moderat – wier carrières ze mee hielp lanceren via haar label BPitch Control.
Met Orchestra of Bubbles (2006), een samenwerking met Apparat, breekt een nieuw hoofdstuk aan. Het is haar beste plaat sinds Stadtkind, maar belangrijker nog: het klinkt ook écht anders. Minder fysiek, meer melodie en ook meer zang. Hoewel het bij zo’n samenwerking lastig te bepalen is hoe groot het aandeel van een ieder is, voelde het alsof Allien sindsdien wat meer durfde te experimenteren.
De platen daarna zijn dan ook wat lastiger, maar niet per se minder interessant. Sool, een samenwerking met geluidskunstenaar Antye Greie (AGF), is een moeilijke, minimalistische koptelefoonplaat. Donkerder dan haar vorige werk, met meanderende structuren en toch een onmiskenbare vierkwartsmaat eronder. Dat geeft het geheel iets unheimisch – desoriënterend maar intrigerend. Een fascinerende, gelaagde plaat met bloedstollende momenten. Op opvolger Dust zoekt Allien weer meer warmte en melodie, maar dat album deed me dan weer weinig.
Latere albums richten zich weer nadrukkelijker op de dansvloer. Op Nost keert Allien terug naar haar eigen technoverleden: het Berlijn van de jaren ’90, met rauwe clubs als Tresor en Berghain en genres als acid house en vroege rave. Het resultaat is een nostalgisch maar vitaal album, waarin ze haar wortels eert zonder te vervallen in retromania. Rond diezelfde tijd verscheen ook de EP-track “Take A Stand” – een formidabele technoklapper van tien minuten, en op dit moment misschien wel mijn favoriete track van Allien.
61. Ellen Allien
Favoriete album(s): Stadtkind (2001), My Parade (2004), Orchestra of Bubbles (2006), Nost (2017)
Favoriete nummers: Take A Stand, Stadtkind, Sehnsucht, Your Body Is My Body, Stormy Memories
Deep cuts: Jack My Ass, Jet, Floating Points
Live gezien: ja (dj-set)
Ook in de lijst van: -
Wanneer ik Ellen Allien heb ontdekt, kan ik me niet meer zo goed herinneren. Wel het moment waarop haar muziek voor het eerst echt een snaar raakte. Dat was op een zondagochtend in Berlijn, op de terugreis van de trip die ook al bij het stuk over Autechre even langskwam. We waren met z’n zessen net uit de nachttrein vanuit Krakau gestapt en hadden een paar uur overstaptijd op Bahnhof Zoo. De rest was moe en gammel en besloot nog een tukje te doen in de stationshal, maar ik vond dat zonde en besloot in mijn eentje op pad te gaan. Zondagochtendvroeg, de stad nog stil – en al snel stond ik bij de Gedächtniskirche, precies toen de klokken begonnen te slaan. Op de een of andere manier was dat een magisch moment. Berlijn greep me daar.
Dat Berlijn-gevoel hoorde ik ineens ook terug in Stadtkind, het debuut van Allien. Ze draaide toen al even mee als dj, maar gooide het hier over een rustiger, technopoëtische boeg: een ode aan haar thuisstad. Ik stelde me voor hoe ze de tracks bedacht in de vroege uurtjes na door haar georganiseerde feesten – nog vol van de adrenaline, maar tegelijkal overmand door melancholie. In het titelnummer zingt ze: "Die Nacht ist vorbei / Ein neuer Tag beginnt / Alles strömt." En inderdaad, als je goed luistert, voel je het hart van Berlijn kloppen. Op het iets wisselvallige Berlinette zet ze die lijn van licht ontregelende technoliedjes succesvol door. Thrills daarna is strakker, maar ook wat ongeïnspireerd. Tussendoor verschijnt nog My Parade, naar mijn smaak de beste van haar mixplaten, met onder meer tracks van Apparat en Modeselektor – later samen actief als Moderat – wier carrières ze mee hielp lanceren via haar label BPitch Control.
Met Orchestra of Bubbles (2006), een samenwerking met Apparat, breekt een nieuw hoofdstuk aan. Het is haar beste plaat sinds Stadtkind, maar belangrijker nog: het klinkt ook écht anders. Minder fysiek, meer melodie en ook meer zang. Hoewel het bij zo’n samenwerking lastig te bepalen is hoe groot het aandeel van een ieder is, voelde het alsof Allien sindsdien wat meer durfde te experimenteren.
De platen daarna zijn dan ook wat lastiger, maar niet per se minder interessant. Sool, een samenwerking met geluidskunstenaar Antye Greie (AGF), is een moeilijke, minimalistische koptelefoonplaat. Donkerder dan haar vorige werk, met meanderende structuren en toch een onmiskenbare vierkwartsmaat eronder. Dat geeft het geheel iets unheimisch – desoriënterend maar intrigerend. Een fascinerende, gelaagde plaat met bloedstollende momenten. Op opvolger Dust zoekt Allien weer meer warmte en melodie, maar dat album deed me dan weer weinig.
Latere albums richten zich weer nadrukkelijker op de dansvloer. Op Nost keert Allien terug naar haar eigen technoverleden: het Berlijn van de jaren ’90, met rauwe clubs als Tresor en Berghain en genres als acid house en vroege rave. Het resultaat is een nostalgisch maar vitaal album, waarin ze haar wortels eert zonder te vervallen in retromania. Rond diezelfde tijd verscheen ook de EP-track “Take A Stand” – een formidabele technoklapper van tien minuten, en op dit moment misschien wel mijn favoriete track van Allien.
0
geplaatst: 18 juli 2025, 06:42 uur
herman schreef:
Tussendoor verschijnt nog My Parade, naar mijn smaak de beste van haar mixplaten
Tussendoor verschijnt nog My Parade, naar mijn smaak de beste van haar mixplaten
Beter dan Flieg Mit.... ?

2
geplaatst: 18 juli 2025, 08:10 uur
herman schreef:
Eigenlijk had ik daar ook dezelfde ervaring. Leuk, maar 1 keer is wel genoeg.
Eigenlijk had ik daar ook dezelfde ervaring. Leuk, maar 1 keer is wel genoeg.
Grappig, ik had dat niet met Pixies. Ik heb ze voor het eerst gezien op BKS 2014. Daar weet ik niet zoveel meer van, maar de volgende keer dat ik ze zag was op Werchter 2022 en dat was echt keihard genieten.
Daarom ben ik samen met Arno naar hun headlineshow geweest op de Lokerse Feesten vorig jaar. Dat was ook goed, maar hun show op Rock Werchter 2022 blijft voor mij de beste van de drie!
Ze spelen eigenlijk bijna uitsluitend oud werk, omdat ze zelf wel weten wat voor matige zooi ze de laatste jaren hebben uitgebracht.
7
geplaatst: 18 juli 2025, 21:32 uur
https://i.redd.it/ruyh9mawlo5b1.jpg
60. Nine Inch Nails
Favoriete album(s): The Downward Spiral (1994), The Fragile (1999)
Favoriete nummers:Sin, Wish, Gave Up, Heresy, March of the Pigs, Ruiner, The Perfect Drug, The Wretched, La Mer, The Great Below
Deep cuts: The Downward Spiral (The Bottom), At the Heart of It All (al is dit volgens mij gewoon een Aphex Twin track), God Break Down The Door
Live gezien: ja
Ook in de lijst van:
In de jaren ‘90 had ik Trent Reznor’s Nine Inch Nails links laten liggen, totdat ik via Kink FM The Perfect Drug ontdekte. Dit nummer en Smashing Pumpkins' Eye (dat destijds ook vaak op Kink gedraaid werd) zorgden ervoor dat ik de soundtrack kocht waar beide nummers op stonden: die van David Lynch’ Lost Highway. De soundtrack bleek een sleutel tot een nieuw muzikaal universum, en de film werd een openbaring. Speciaal ervoor voor het eerst naar de plaatselijke cultbioscoop – het toen nog vervallen maar charmante Trianon in Leiden – en volledig overdonderd door de film. David Lynch zou voorgoed een van mijn favoriete regisseurs blijven.
Daarna duurde het tot de herfst van 1999 voordat ik me verder verdiepte in Nine Inch Nails, maar vanaf dat moment ging het hard. The Fragile kwam uit en ik was compleet verkocht. De woede in de muziek, zeker in de eerste vier nummers, de schoonheid, de bombast… het voelde als een totaalervaring. Ook het megalomane We’re In This Together en het duo La Mer en The Great Below, dat de eerste cd afsluit, vond ik schitterend. Die eerste cd heeft echt een prachtige opbouw: geen zwak nummer, en teksten die onder je huid kruipen. De tweede cd is iets minder, maar nog altijd fraai. In de maanden erna verzamelde ik het complete oeuvre, met tripjes naar platenzaken in Amsterdam en beurzen. Alleen de VHS van Closure vond ik nergens. Ik heb wel meer artiesten waarvan ik alles verzamelde, maar nooit in zo’n kort tijdsbestek.
De zomer erop zag ik Nine Inch Nails op Rock Werchter; helaas nog net bij daglicht vanwege de lange zomerdag, maar desondanks een geweldig optreden. Ze openden met de eerste twee nummers van Pretty Hate Machine: Head Like a Hole en Terrible Lie. Heel cool vond ik dat toen. In de tussentijd had ik het oude werk ook behoorlijk stukgedraaid. Het debuut Pretty Hate Machine is lang niet zo rauw of grotesk qua geluid of thematiek. Er kleeft nog een dik jaren ‘80 stempel aan, en waar het latere werk een leven-op-dood-strijd suggereert, gaat het hier nog vooral over teenage angst en liefdesverdriet. De staccato, monosyllabische zang is wel iets wat gebleven is.
Op Broken werd daarna de sound geboren waarmee NIN uiteindelijk groot zou worden. Weg was het synthpop-geluid van Pretty Hate Machine, daarvoor in de plaats een strakker, energieker en overweldigender geluid. Met name Wish en Gave Up zijn heerlijke clusterbommen. Maar uiteindelijk is het allemaal voorwerk voor The Downward Spiral, dat gaandeweg is uitgegroeid tot mijn favoriete Nine Inch Nails-album. Woede, destructie, verlangen, introspectie – het komt hier allemaal samen in een helletocht waarin Reznor zijn demonen bevecht. De plaat heeft ook een morbide kant: ze werd opgenomen in het huis waar Sharon Tate werd vermoord door de Manson Family. Het nummer Piggy verwijst ook naar Charles Manson. Dat soort zaken vond ik destijds wel fascinerend, al ook wat ongemakkelijk.
Na de jaren ‘90 kwamen er nog diverse Nine Inch Nails-albums, maar na The Fragile is de angel er voor mij een beetje uit. Ik ben Reznor blijven volgen – heb hem zeker vijf keer live gezien – maar de urgentie en intensiteit die Broken, The Downward Spiral en The Fragile hadden, mis ik in zijn latere werk. With Teeth vond ik best goed, maar het mist de allesverzengende kracht van de voorgangers. En ook Year Zero had zijn momenten (God Given!) maar het voelde inmiddels alsof de storm wat was gaan liggen. Misschien had Reznor zijn demonen overwonnen – en zoals zo vaak geldt: emotionele stabiliteit is niet de beste brandstof voor dit soort muziek.
Maar wat blijft, is dat ik blij ben dat ik die NIN-wereld alsnog ontdekt heb – al was het met enige vertraging. En ergens vind ik het ook wel mooi dat Reznor inmiddels als filmcomponist zelfs een Oscarbeeldje op zak heeft.
60. Nine Inch Nails
Favoriete album(s): The Downward Spiral (1994), The Fragile (1999)
Favoriete nummers:Sin, Wish, Gave Up, Heresy, March of the Pigs, Ruiner, The Perfect Drug, The Wretched, La Mer, The Great Below
Deep cuts: The Downward Spiral (The Bottom), At the Heart of It All (al is dit volgens mij gewoon een Aphex Twin track), God Break Down The Door
Live gezien: ja
Ook in de lijst van:
In de jaren ‘90 had ik Trent Reznor’s Nine Inch Nails links laten liggen, totdat ik via Kink FM The Perfect Drug ontdekte. Dit nummer en Smashing Pumpkins' Eye (dat destijds ook vaak op Kink gedraaid werd) zorgden ervoor dat ik de soundtrack kocht waar beide nummers op stonden: die van David Lynch’ Lost Highway. De soundtrack bleek een sleutel tot een nieuw muzikaal universum, en de film werd een openbaring. Speciaal ervoor voor het eerst naar de plaatselijke cultbioscoop – het toen nog vervallen maar charmante Trianon in Leiden – en volledig overdonderd door de film. David Lynch zou voorgoed een van mijn favoriete regisseurs blijven.
Daarna duurde het tot de herfst van 1999 voordat ik me verder verdiepte in Nine Inch Nails, maar vanaf dat moment ging het hard. The Fragile kwam uit en ik was compleet verkocht. De woede in de muziek, zeker in de eerste vier nummers, de schoonheid, de bombast… het voelde als een totaalervaring. Ook het megalomane We’re In This Together en het duo La Mer en The Great Below, dat de eerste cd afsluit, vond ik schitterend. Die eerste cd heeft echt een prachtige opbouw: geen zwak nummer, en teksten die onder je huid kruipen. De tweede cd is iets minder, maar nog altijd fraai. In de maanden erna verzamelde ik het complete oeuvre, met tripjes naar platenzaken in Amsterdam en beurzen. Alleen de VHS van Closure vond ik nergens. Ik heb wel meer artiesten waarvan ik alles verzamelde, maar nooit in zo’n kort tijdsbestek.
De zomer erop zag ik Nine Inch Nails op Rock Werchter; helaas nog net bij daglicht vanwege de lange zomerdag, maar desondanks een geweldig optreden. Ze openden met de eerste twee nummers van Pretty Hate Machine: Head Like a Hole en Terrible Lie. Heel cool vond ik dat toen. In de tussentijd had ik het oude werk ook behoorlijk stukgedraaid. Het debuut Pretty Hate Machine is lang niet zo rauw of grotesk qua geluid of thematiek. Er kleeft nog een dik jaren ‘80 stempel aan, en waar het latere werk een leven-op-dood-strijd suggereert, gaat het hier nog vooral over teenage angst en liefdesverdriet. De staccato, monosyllabische zang is wel iets wat gebleven is.
Op Broken werd daarna de sound geboren waarmee NIN uiteindelijk groot zou worden. Weg was het synthpop-geluid van Pretty Hate Machine, daarvoor in de plaats een strakker, energieker en overweldigender geluid. Met name Wish en Gave Up zijn heerlijke clusterbommen. Maar uiteindelijk is het allemaal voorwerk voor The Downward Spiral, dat gaandeweg is uitgegroeid tot mijn favoriete Nine Inch Nails-album. Woede, destructie, verlangen, introspectie – het komt hier allemaal samen in een helletocht waarin Reznor zijn demonen bevecht. De plaat heeft ook een morbide kant: ze werd opgenomen in het huis waar Sharon Tate werd vermoord door de Manson Family. Het nummer Piggy verwijst ook naar Charles Manson. Dat soort zaken vond ik destijds wel fascinerend, al ook wat ongemakkelijk.
Na de jaren ‘90 kwamen er nog diverse Nine Inch Nails-albums, maar na The Fragile is de angel er voor mij een beetje uit. Ik ben Reznor blijven volgen – heb hem zeker vijf keer live gezien – maar de urgentie en intensiteit die Broken, The Downward Spiral en The Fragile hadden, mis ik in zijn latere werk. With Teeth vond ik best goed, maar het mist de allesverzengende kracht van de voorgangers. En ook Year Zero had zijn momenten (God Given!) maar het voelde inmiddels alsof de storm wat was gaan liggen. Misschien had Reznor zijn demonen overwonnen – en zoals zo vaak geldt: emotionele stabiliteit is niet de beste brandstof voor dit soort muziek.
Maar wat blijft, is dat ik blij ben dat ik die NIN-wereld alsnog ontdekt heb – al was het met enige vertraging. En ergens vind ik het ook wel mooi dat Reznor inmiddels als filmcomponist zelfs een Oscarbeeldje op zak heeft.
1
geplaatst: 18 juli 2025, 22:40 uur
En dan heeft Trent Reznor ook nog eens de soundtrack gemaakt van een van de beste FPS-games: quake 

1
geplaatst: 18 juli 2025, 23:29 uur
Niet mijn band, dat NiN. Wel van m'n vrouw, dus ook deze notering heb ik live gezien 

1
geplaatst: 18 juli 2025, 23:44 uur
Ha, ik weet meteen wie je bedoelt.
Kwam hem ook wel eens tegen op straat, zong 'ie altijd opera.
5
geplaatst: 19 juli 2025, 01:38 uur
https://www.theupcoming.co.uk/wp-content/uploads/2015/08/8178376792_5a04a2b18d_k.jpg
59. Peter Broderick
Favoriete album(s): Docile, Float 2013, Blank Grey Canvas Sky, These Walls of Mine
Favoriete nummers: Diverge, Return, Floating/Sinking, An Ending, Planes, Kites, When I Blank I Blank, These Walls of Mine II
Deep cuts: Copenhagen Ducks
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: -
Peter Broderick – echt geen flauw idee meer hoe ik bij hem ben gekomen. In ieder geval ontdekte ik hem ergens in de jaren ’00, in een periode waarin ik veel luisterde naar muziek die online vaak werd omschreven als ‘gruizig en prettig’. Veel elektronica die zachtjes pruttelt, kraakt en ratelt valt daar wel onder. Mogelijk kwam ik hem op het spoor via een concertmaatje met een grote voorliefde voor Scandinavische muziek. Broderick is weliswaar een Amerikaan, maar was in die jaren actief met Efterklang en zijn eerste album verscheen op een Zweeds label. Hoe dan ook: ik zag hem al vroeg een paar keer live. Eén van die keren was een zondagmiddagconcert in de kleine zaal van het Paard, met een wat onwennige Nils Frahm als voorprogramma. Ik kocht een paar cd’s, luisterde er zo nu en dan naar, en langzaam verdween Broderick weer uit beeld — al bleef hij zelf razend actief, met grofweg twee albums per jaar.
Jaren later kwam hij opnieuw in het vizier. Tijdens de coronapandemie werkte ik volledig vanuit huis en herontdekte ik het genre ‘neoklassiek’. Vooral bij pianomuziek kon ik me goed concentreren, en zo kwam ik weer uit bij een aantal oude favorieten, waaronder Peter Broderick. Zijn oeuvre is groot, maar ik luisterde vooral de piano-albums die ik al kende: Docile en Float. Die laatste was inmiddels heropgenomen als Float 2013, een schitterende plaat die nog wel eens de maximale score zou kunnen krijgen. Ook het iets gruiziger Blank Grey Canvas Sky met Machinefabriek (nog zo’n typische ‘gruizig en prettig’-artiest die ik vaak live heb gezien) kwam regelmatig voorbij.
Tussendoor probeerde ik ook andere albums uit en leerde ik zijn oeuvre chronologisch wat beter kennen. Met wisselend succes — Home is bijvoorbeeld een wat al te traditionele singer-songwriterplaat, waarvan er al genoeg zijn. Te doorsnee, te zijig. Maar These Walls of Mine is dan weer ronduit fascinerend. Ook hier wordt gezongen, maar in een totaal andere muzikale omlijsting. Elektronischer, industriëler, met af en toe hints naar gospel en soul. Het is een organische plaat, met afwisselend experimentele zang, spoken word, en in een van de titeltracks zelfs wat rap. Het klinkt allemaal ongedwongen en logisch, alsof de muziek gewoon aan kwam waaien en Broderick ze alleen maar uit de lucht hoefde te plukken.
Voor wie houdt van muziek die tegelijk ambachtelijk en eigenwijs is, warm én grillig, is Peter Broderick nog altijd een ontdekking waard. Mijn verkenningstocht strandde voorlopig in 2015, maar het wordt hoog tijd dat ik die weer eens ga hervatten.
59. Peter Broderick
Favoriete album(s): Docile, Float 2013, Blank Grey Canvas Sky, These Walls of Mine
Favoriete nummers: Diverge, Return, Floating/Sinking, An Ending, Planes, Kites, When I Blank I Blank, These Walls of Mine II
Deep cuts: Copenhagen Ducks
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: -
Peter Broderick – echt geen flauw idee meer hoe ik bij hem ben gekomen. In ieder geval ontdekte ik hem ergens in de jaren ’00, in een periode waarin ik veel luisterde naar muziek die online vaak werd omschreven als ‘gruizig en prettig’. Veel elektronica die zachtjes pruttelt, kraakt en ratelt valt daar wel onder. Mogelijk kwam ik hem op het spoor via een concertmaatje met een grote voorliefde voor Scandinavische muziek. Broderick is weliswaar een Amerikaan, maar was in die jaren actief met Efterklang en zijn eerste album verscheen op een Zweeds label. Hoe dan ook: ik zag hem al vroeg een paar keer live. Eén van die keren was een zondagmiddagconcert in de kleine zaal van het Paard, met een wat onwennige Nils Frahm als voorprogramma. Ik kocht een paar cd’s, luisterde er zo nu en dan naar, en langzaam verdween Broderick weer uit beeld — al bleef hij zelf razend actief, met grofweg twee albums per jaar.
Jaren later kwam hij opnieuw in het vizier. Tijdens de coronapandemie werkte ik volledig vanuit huis en herontdekte ik het genre ‘neoklassiek’. Vooral bij pianomuziek kon ik me goed concentreren, en zo kwam ik weer uit bij een aantal oude favorieten, waaronder Peter Broderick. Zijn oeuvre is groot, maar ik luisterde vooral de piano-albums die ik al kende: Docile en Float. Die laatste was inmiddels heropgenomen als Float 2013, een schitterende plaat die nog wel eens de maximale score zou kunnen krijgen. Ook het iets gruiziger Blank Grey Canvas Sky met Machinefabriek (nog zo’n typische ‘gruizig en prettig’-artiest die ik vaak live heb gezien) kwam regelmatig voorbij.
Tussendoor probeerde ik ook andere albums uit en leerde ik zijn oeuvre chronologisch wat beter kennen. Met wisselend succes — Home is bijvoorbeeld een wat al te traditionele singer-songwriterplaat, waarvan er al genoeg zijn. Te doorsnee, te zijig. Maar These Walls of Mine is dan weer ronduit fascinerend. Ook hier wordt gezongen, maar in een totaal andere muzikale omlijsting. Elektronischer, industriëler, met af en toe hints naar gospel en soul. Het is een organische plaat, met afwisselend experimentele zang, spoken word, en in een van de titeltracks zelfs wat rap. Het klinkt allemaal ongedwongen en logisch, alsof de muziek gewoon aan kwam waaien en Broderick ze alleen maar uit de lucht hoefde te plukken.
Voor wie houdt van muziek die tegelijk ambachtelijk en eigenwijs is, warm én grillig, is Peter Broderick nog altijd een ontdekking waard. Mijn verkenningstocht strandde voorlopig in 2015, maar het wordt hoog tijd dat ik die weer eens ga hervatten.
12
geplaatst: 20 juli 2025, 13:26 uur
https://cbsaustin.com/resources/media2/16x9/full/1024/center/80/bd4dd5de-8cab-41d1-a56b-ad85d15a16f0-large16x9_AP18225598739183.jpg
58. Aretha Franklin
Favoriete album(s): I Never Loved a Man the Way I Love You (1967), Lady Soul (1968), Spirit in the Dark (1970), Young, Gifted and Black (1972)
Favoriete nummers: Ain’t No Way, Chain of Fools, The House That Jack Built, One Step Ahead, Rock Steady
Deep cuts: Won’t Be Long, Today I Sing The Blues, Ac-Cent-Tchu-Ate the Positive, Running Out of Fools
Live gezien: nee
Ook in de lijst van: Shaky (37), Kronos (27)
Bij Marvin Gaye had ik het al even over mijn historische hitlijstenhobby. Hij kwam daarin bovendrijven als favoriete artiest, maar er waren er natuurlijk meer. Aretha Franklin is er ook zo een. Razend bekend van vooral Respect en Think, maar verder kende ik nauwelijks iets van haar. Tijdens mijn deep dive in de jaren ’60 leerde ik haar werk beter kennen, en vooral: dat alles veranderde toen ze haar platenmaatschappij Columbia inruilde voor Atlantic. Haar eerste album daar verscheen in 1967 en was een duidelijk keerpunt. Onder leiding van producer Jerry Wexler, die haar zijn volledige vertrouwen gaf, brak Aretha echt door. Bij Columbia werd ze nog in een keurslijf geduwd: ze bracht vooral showtunes, lichte jazz en gepolijste rhythm & blues. Dat leverde zeker mooie nummers op (ik zet er een aantal onder ‘deep cuts’), maar haar carrière kwam pas écht op gang in de Atlantic-jaren. Ze kreeg meer creatieve vrijheid en kon haar roots in soul en gospel volledig laten doorklinken. Bovendien werkte ze vanaf toen met betere muzikanten en producers, en speelde ze weer zelf piano - een van haar grootste talenten.
Haar eerste Atlantic-album, I Never Loved a Man (The Way I Love You), opent met het gelijknamige titelnummer — meteen een mokerslag. De tweede track is Respect, oorspronkelijk van Otis Redding, dat Aretha omvormde tot een feministisch statement door het vanuit een vrouwelijk perspectief te zingen. Een sterk nummer, al is het niet mijn favoriet. Dat is waarschijnlijk het weergaloze titelnummer. Drown in My Own Tears vind ik dan weer sterker in de versie van Dinah Washington, maar dat mag de pret niet drukken. Wat vooral opvalt: hoe goed Aretha werd zodra ze in 1967 muziek begon uit te brengen bij Atlantic. Op Columbia staan er zeker parels tussen, maar tegenover elke topper staan meerdere gezapige nummers. En hier is gewoon alles raak. Wat een verschil kan een labelbaas maken.
Vanaf hier breekt de glorietijd van Aretha echt aan, met het ene schitterende album na het andere. Favorieten zijn onder andere Lady Soul uit 1968, met het iconische (You Make Me Feel Like) A Natural Woman. Er is ook een prachtig filmpje van Aretha die het op 73-jarige leeftijd voor Obama zingt die vervolgens een traantje moet wegpinken (de ietwat hysterische reactie van songschrijver Carole King moet je dan wel voor lief nemen). Het is eigenlijk niet te bevatten dat iemand zo lang zó mooi kan blijven zingen. Destijds vond ik dit misschien wel de beste song van de beste zangeres aller tijden. Op hetzelfde album staat ook Chain of Fools, een andere topfavoriet. Ongelooflijk goed gezongen, en de ritmesectie speelt heerlijk. Dit nummer werd trouwens geschreven door Don Covay, die begin jaren ’60 zelf wat fijne hits scoorde en een grote inspiratiebron was voor Mick Jagger. De afsluiter Ain’t No Way is dan weer een prachtballad; toen ik dit ontdekte was dat een kleine openbaring, en sindsdien ben ik het alleen maar mooier gaan vinden. Alles klopt eraan: de zang van Aretha, de backing vocals, de fraaie instrumentatie. Misschien wel haar mooiste nummer überhaupt.
Verder nog een speciale shout-out voor Young, Gifted and Black, een prachtig album en ook een schitterende song. Op dit album staat ook Rock Steady, lange tijd mijn favoriete Aretha Franklin-nummer — mede door een geweldige Soul Train-uitvoering. Het is een van de laatste albums die ik van haar beluisterd heb en ook het laatste dat nog werd geproduceerd door Jerry Wexler. Het album daarna — Hey Now Hey, geproduceerd door Quincy Jones — is zeker nog prima, maar voelt al minder urgent en vormt een soort omslag. De productie wordt gladder en de vocale acrobatiek gaat me op den duur tegenstaan. Commerciële successen volgen in de jaren ’80 nog wel, met toffe hits als Freeway of Love, Sisters Are Doin’ It for Themselves (met Eurythmics) en I Knew You Were Waiting (met George Michael), maar de artistieke hoogtijdagen liggen dan alweer even achter haar.
58. Aretha Franklin
Favoriete album(s): I Never Loved a Man the Way I Love You (1967), Lady Soul (1968), Spirit in the Dark (1970), Young, Gifted and Black (1972)
Favoriete nummers: Ain’t No Way, Chain of Fools, The House That Jack Built, One Step Ahead, Rock Steady
Deep cuts: Won’t Be Long, Today I Sing The Blues, Ac-Cent-Tchu-Ate the Positive, Running Out of Fools
Live gezien: nee
Ook in de lijst van: Shaky (37), Kronos (27)
Bij Marvin Gaye had ik het al even over mijn historische hitlijstenhobby. Hij kwam daarin bovendrijven als favoriete artiest, maar er waren er natuurlijk meer. Aretha Franklin is er ook zo een. Razend bekend van vooral Respect en Think, maar verder kende ik nauwelijks iets van haar. Tijdens mijn deep dive in de jaren ’60 leerde ik haar werk beter kennen, en vooral: dat alles veranderde toen ze haar platenmaatschappij Columbia inruilde voor Atlantic. Haar eerste album daar verscheen in 1967 en was een duidelijk keerpunt. Onder leiding van producer Jerry Wexler, die haar zijn volledige vertrouwen gaf, brak Aretha echt door. Bij Columbia werd ze nog in een keurslijf geduwd: ze bracht vooral showtunes, lichte jazz en gepolijste rhythm & blues. Dat leverde zeker mooie nummers op (ik zet er een aantal onder ‘deep cuts’), maar haar carrière kwam pas écht op gang in de Atlantic-jaren. Ze kreeg meer creatieve vrijheid en kon haar roots in soul en gospel volledig laten doorklinken. Bovendien werkte ze vanaf toen met betere muzikanten en producers, en speelde ze weer zelf piano - een van haar grootste talenten.
Haar eerste Atlantic-album, I Never Loved a Man (The Way I Love You), opent met het gelijknamige titelnummer — meteen een mokerslag. De tweede track is Respect, oorspronkelijk van Otis Redding, dat Aretha omvormde tot een feministisch statement door het vanuit een vrouwelijk perspectief te zingen. Een sterk nummer, al is het niet mijn favoriet. Dat is waarschijnlijk het weergaloze titelnummer. Drown in My Own Tears vind ik dan weer sterker in de versie van Dinah Washington, maar dat mag de pret niet drukken. Wat vooral opvalt: hoe goed Aretha werd zodra ze in 1967 muziek begon uit te brengen bij Atlantic. Op Columbia staan er zeker parels tussen, maar tegenover elke topper staan meerdere gezapige nummers. En hier is gewoon alles raak. Wat een verschil kan een labelbaas maken.
Vanaf hier breekt de glorietijd van Aretha echt aan, met het ene schitterende album na het andere. Favorieten zijn onder andere Lady Soul uit 1968, met het iconische (You Make Me Feel Like) A Natural Woman. Er is ook een prachtig filmpje van Aretha die het op 73-jarige leeftijd voor Obama zingt die vervolgens een traantje moet wegpinken (de ietwat hysterische reactie van songschrijver Carole King moet je dan wel voor lief nemen). Het is eigenlijk niet te bevatten dat iemand zo lang zó mooi kan blijven zingen. Destijds vond ik dit misschien wel de beste song van de beste zangeres aller tijden. Op hetzelfde album staat ook Chain of Fools, een andere topfavoriet. Ongelooflijk goed gezongen, en de ritmesectie speelt heerlijk. Dit nummer werd trouwens geschreven door Don Covay, die begin jaren ’60 zelf wat fijne hits scoorde en een grote inspiratiebron was voor Mick Jagger. De afsluiter Ain’t No Way is dan weer een prachtballad; toen ik dit ontdekte was dat een kleine openbaring, en sindsdien ben ik het alleen maar mooier gaan vinden. Alles klopt eraan: de zang van Aretha, de backing vocals, de fraaie instrumentatie. Misschien wel haar mooiste nummer überhaupt.
Verder nog een speciale shout-out voor Young, Gifted and Black, een prachtig album en ook een schitterende song. Op dit album staat ook Rock Steady, lange tijd mijn favoriete Aretha Franklin-nummer — mede door een geweldige Soul Train-uitvoering. Het is een van de laatste albums die ik van haar beluisterd heb en ook het laatste dat nog werd geproduceerd door Jerry Wexler. Het album daarna — Hey Now Hey, geproduceerd door Quincy Jones — is zeker nog prima, maar voelt al minder urgent en vormt een soort omslag. De productie wordt gladder en de vocale acrobatiek gaat me op den duur tegenstaan. Commerciële successen volgen in de jaren ’80 nog wel, met toffe hits als Freeway of Love, Sisters Are Doin’ It for Themselves (met Eurythmics) en I Knew You Were Waiting (met George Michael), maar de artistieke hoogtijdagen liggen dan alweer even achter haar.
1
geplaatst: 20 juli 2025, 21:57 uur
Respect en Think waren voor mij ook lange tijd het enige dat ik kende van Aretha, en natuurlijk haar duet met George Michael. Pas nadat ik Amazing Grace hoorde snapte ik waartoe ze in staat was en ben ik verder in haar oevre gedoken, wat een album is dat.
2
geplaatst: 21 juli 2025, 18:22 uur
Aretha! Voor mij zijn Young, Gifted and Black en Amazing Grace haar hoogtepunten, maar eigenlijk is alles uit de periode 1967-1963 minstens goed. Geen idee eigenlijk waarom ze niet in mijn top 100 stond...
1
geplaatst: 21 juli 2025, 18:24 uur
Al veel klinkende namen tegengekomen die wellicht ook mijn top-100 gaan halen. Maar met Peter Broderick en Ellen Allien komen er twee artiesten voorbij die ik nauwelijks ken, maar waar ik wel meteen nieuwsgiering naar ben.
Verder opnieuw een compliment voor de mooie en goed leesbare stukjes bij elke notering.
Verder opnieuw een compliment voor de mooie en goed leesbare stukjes bij elke notering.
2
geplaatst: 22 juli 2025, 17:15 uur
Barney Rubble schreef:
En dan heeft Trent Reznor ook nog eens de soundtrack gemaakt van een van de beste FPS-games: quake
En dan heeft Trent Reznor ook nog eens de soundtrack gemaakt van een van de beste FPS-games: quake
En staan ze op de soundtrack van de beste serie ooit gemaakt

6
geplaatst: 22 juli 2025, 23:42 uur
https://numero.com/wp-content/uploads/2024/06/caetano-veloso-gilberto-gil-narcissus-of-duty-bresil-tropicalisme-londres-beatles-miles-davis-ile-de-wight-bolsonaro-numero-magazine.jpg
57. Caetano Veloso
Favoriete album(s): Transa (1972)
Favoriete nummers: Alegria, Alegria, Tropicália, Soy Loco por ti América, Irene, Alfômega, Maria Bethânia, It’s A Long Way, Triste Bahia
Deep cuts: Neolithic Man, Asa, Asa
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: -
Er zijn artiesten over wie ik zo een paar pagina’s vol schrijf, maar Caetano Veloso is er niet een van. En ik ben niet de enige: bij geen van zijn albums staan veel berichten. De afgelopen dagen heb ik me afgevraagd waarom ik zo kan genieten van een Braziliaanse artiest van wie ik een groot deel van de tijd niet begrijp wat hij zingt. Muzikaal slaat hij in elk geval een brug tussen het vertrouwde – traditionele genres, herkenbare melodieën – en het avontuurlijke, tussen westerse en Braziliaanse invloeden. Op Araçá Azul, denk ik zijn moeilijkste plaat, wisselt hij wiegeliedjes af met dadaïstische geluidscollages. Voor mij is die plaat overigens voorlopig nog net een brug te ver.
Een ander facet van zijn muziek is zijn durf en sociale betrokkenheid. Die kwam al naar voren in 1967, toen hij deelnam aan het Braziliaanse songfestival met het psychedelische Alegria, Alegria. Zijn gebruik van elektrische gitaren schokte een deel van het publiek, terwijl anderen het toejuichten. In latere performances speelde Veloso nadrukkelijk met de beeldtaal van Carmen Miranda – de Braziliaanse zangeres die internationaal werd gezien als symbool van de Braziliaanse cultuur, maar in eigen land juist vaak als karikatuur werd beschouwd. Alegria, Alegria is qua vorm wel vergeleken met A Banda van Chico Buarque, de winnaar van het jaar ervoor: traditioneler, maar ook prachtig.
De sociale betrokkenheid van Caetano Veloso blijkt ook uit zijn rol in de Tropicália-beweging, die in 1967 ontstond als artistieke reactie op het toenemende nationalisme en de militaire dictatuur in Brazilië. Deze multidisciplinaire stroming, waarin muziek, beeldende kunst en poëzie samenkwamen, kende haar muzikale hoogtepunt in 1968 met de verzamel-LP Tropicália ou Panis et Circencis. Die staat vol fantastische muziek van Veloso en geestverwanten als Gilberto Gil, Os Mutantes en Gal Costa. Door traditionele Braziliaanse stijlen te vermengen met psychedelica, rock en avant-garde pleegde men artistiek verzet, en speelde men bewust met het idee van de ‘authentieke’ Braziliaanse identiteit. Culturele tegenstellingen werden niet weggepoetst, maar juist als creatieve kracht omarmd.
De nummers Tropicália en Alegria, Alegria zijn ook terug te vinden op zijn solodebuut – dat verder nog niet tot mijn favorieten behoort. Zijn tweede album komt daar meer bij in de buurt, vooral vanwege het door Gilberto Gil geschreven slotnummer Alfômega. Ik vind dat muzikaal erg fraai, maar ook de tekst is fascinerend. Die lijkt te wijzen op een overgave aan God (de alfa en de omega), die onze bestemming bepaalt – en niemand anders. De politieke machthebbers dachten daar anders over. Veloso en Gil werden gearresteerd, gevangen gezet en verbannen naar Londen, waar ze tot 1972 zouden blijven.
Londen is een geweldige stad, maar niet als je er noodgedwongen verblijft – ver weg van familie en geliefden. Veloso was dan ook duidelijk eenzaam en verdrietig, wat goed hoorbaar is op de twee platen die hij in Londen op zou nemen. Met name op de eerste (Caetano Veloso, 1971) klinkt hij kwetsbaar en verloren. Op Transa, het album daarna, is uiteraard ook veel weemoed te horen, maar op de een of andere manier ook meer strijdlust. Een van mijn favoriete nummers is It’s a Long Way, dat een bijzondere geschiedenis kent. Tijdens zijn ballingschap mocht Veloso wel naar Brazilië komen om de mis ter ere van het 40-jarig huwelijk van zijn ouders bij te wonen. Eenmaal daar werd hem door de autoriteiten gevraagd of hij niet soms een lied wilde schrijven voor de Transamazônica, een snelweg dwars door de Amazone die toen in aanbouw was. Hij weigerde, maar nam eenmaal terug in Londen alsnog dit nummer op. In hoeverre het nog maar over de snelweg (de derde langste van Brazilië) gaat, is nog maar de vraag… Hij opent het nummer met: “Woke up this morning / Singing an old, old Beatles song”, en verderop verwerkt hij de regel “It’s a long and winding road” in de tekst. Het nummer gaat nog steeds over een lange weg, maar meer een spirituele strijd dan een snelweg.
Misschien wel mijn favoriete Transa- én Veloso-song is Triste Bahia, een ode aan zijn geboortegrond, de deelstaat Bahia, waar sowieso de meeste tropicalistas vandaan kwamen. Het nummer zelf kan ik persoonlijk geen genoeg van krijgen: gaandeweg ontvouwt het zich van een ingetogen tot uitbundig stuk, al blijft het gevoelsmatig in mineur.
Vooralsnog is mijn ontdekkingstocht in Caetano’s oeuvre in Bahia ‘gestrand’. Een aantal albums na Transa heb ik wel beluisterd, maar die verdienen nog wat meer luisterbeurten voor ik ze echt begrijp. En juist die uitdaging is eigenlijk ook wel boeiend.
57. Caetano Veloso
Favoriete album(s): Transa (1972)
Favoriete nummers: Alegria, Alegria, Tropicália, Soy Loco por ti América, Irene, Alfômega, Maria Bethânia, It’s A Long Way, Triste Bahia
Deep cuts: Neolithic Man, Asa, Asa
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: -
Er zijn artiesten over wie ik zo een paar pagina’s vol schrijf, maar Caetano Veloso is er niet een van. En ik ben niet de enige: bij geen van zijn albums staan veel berichten. De afgelopen dagen heb ik me afgevraagd waarom ik zo kan genieten van een Braziliaanse artiest van wie ik een groot deel van de tijd niet begrijp wat hij zingt. Muzikaal slaat hij in elk geval een brug tussen het vertrouwde – traditionele genres, herkenbare melodieën – en het avontuurlijke, tussen westerse en Braziliaanse invloeden. Op Araçá Azul, denk ik zijn moeilijkste plaat, wisselt hij wiegeliedjes af met dadaïstische geluidscollages. Voor mij is die plaat overigens voorlopig nog net een brug te ver.
Een ander facet van zijn muziek is zijn durf en sociale betrokkenheid. Die kwam al naar voren in 1967, toen hij deelnam aan het Braziliaanse songfestival met het psychedelische Alegria, Alegria. Zijn gebruik van elektrische gitaren schokte een deel van het publiek, terwijl anderen het toejuichten. In latere performances speelde Veloso nadrukkelijk met de beeldtaal van Carmen Miranda – de Braziliaanse zangeres die internationaal werd gezien als symbool van de Braziliaanse cultuur, maar in eigen land juist vaak als karikatuur werd beschouwd. Alegria, Alegria is qua vorm wel vergeleken met A Banda van Chico Buarque, de winnaar van het jaar ervoor: traditioneler, maar ook prachtig.
De sociale betrokkenheid van Caetano Veloso blijkt ook uit zijn rol in de Tropicália-beweging, die in 1967 ontstond als artistieke reactie op het toenemende nationalisme en de militaire dictatuur in Brazilië. Deze multidisciplinaire stroming, waarin muziek, beeldende kunst en poëzie samenkwamen, kende haar muzikale hoogtepunt in 1968 met de verzamel-LP Tropicália ou Panis et Circencis. Die staat vol fantastische muziek van Veloso en geestverwanten als Gilberto Gil, Os Mutantes en Gal Costa. Door traditionele Braziliaanse stijlen te vermengen met psychedelica, rock en avant-garde pleegde men artistiek verzet, en speelde men bewust met het idee van de ‘authentieke’ Braziliaanse identiteit. Culturele tegenstellingen werden niet weggepoetst, maar juist als creatieve kracht omarmd.
De nummers Tropicália en Alegria, Alegria zijn ook terug te vinden op zijn solodebuut – dat verder nog niet tot mijn favorieten behoort. Zijn tweede album komt daar meer bij in de buurt, vooral vanwege het door Gilberto Gil geschreven slotnummer Alfômega. Ik vind dat muzikaal erg fraai, maar ook de tekst is fascinerend. Die lijkt te wijzen op een overgave aan God (de alfa en de omega), die onze bestemming bepaalt – en niemand anders. De politieke machthebbers dachten daar anders over. Veloso en Gil werden gearresteerd, gevangen gezet en verbannen naar Londen, waar ze tot 1972 zouden blijven.
Londen is een geweldige stad, maar niet als je er noodgedwongen verblijft – ver weg van familie en geliefden. Veloso was dan ook duidelijk eenzaam en verdrietig, wat goed hoorbaar is op de twee platen die hij in Londen op zou nemen. Met name op de eerste (Caetano Veloso, 1971) klinkt hij kwetsbaar en verloren. Op Transa, het album daarna, is uiteraard ook veel weemoed te horen, maar op de een of andere manier ook meer strijdlust. Een van mijn favoriete nummers is It’s a Long Way, dat een bijzondere geschiedenis kent. Tijdens zijn ballingschap mocht Veloso wel naar Brazilië komen om de mis ter ere van het 40-jarig huwelijk van zijn ouders bij te wonen. Eenmaal daar werd hem door de autoriteiten gevraagd of hij niet soms een lied wilde schrijven voor de Transamazônica, een snelweg dwars door de Amazone die toen in aanbouw was. Hij weigerde, maar nam eenmaal terug in Londen alsnog dit nummer op. In hoeverre het nog maar over de snelweg (de derde langste van Brazilië) gaat, is nog maar de vraag… Hij opent het nummer met: “Woke up this morning / Singing an old, old Beatles song”, en verderop verwerkt hij de regel “It’s a long and winding road” in de tekst. Het nummer gaat nog steeds over een lange weg, maar meer een spirituele strijd dan een snelweg.
Misschien wel mijn favoriete Transa- én Veloso-song is Triste Bahia, een ode aan zijn geboortegrond, de deelstaat Bahia, waar sowieso de meeste tropicalistas vandaan kwamen. Het nummer zelf kan ik persoonlijk geen genoeg van krijgen: gaandeweg ontvouwt het zich van een ingetogen tot uitbundig stuk, al blijft het gevoelsmatig in mineur.
Vooralsnog is mijn ontdekkingstocht in Caetano’s oeuvre in Bahia ‘gestrand’. Een aantal albums na Transa heb ik wel beluisterd, maar die verdienen nog wat meer luisterbeurten voor ik ze echt begrijp. En juist die uitdaging is eigenlijk ook wel boeiend.
2
geplaatst: 22 juli 2025, 23:44 uur
Brunniepoo schreef:
Aretha! Voor mij zijn Young, Gifted and Black en Amazing Grace haar hoogtepunten, maar eigenlijk is alles uit de periode 1967-1963 minstens goed. Geen idee eigenlijk waarom ze niet in mijn top 100 stond...
Aretha! Voor mij zijn Young, Gifted and Black en Amazing Grace haar hoogtepunten, maar eigenlijk is alles uit de periode 1967-1963 minstens goed. Geen idee eigenlijk waarom ze niet in mijn top 100 stond...
Live-albums sla ik vaak over, dus Amazing Grace heb ik nog niet gehoord. Maar daar ga ik eens verandering in brengen. Het openingsnummer ken ik wel in andere versies en dat is echt een schitterend nummer.
1
geplaatst: 23 juli 2025, 09:18 uur
Aretha
enkel om de vocalen mijn nummer 1 bij de dames-stemmen, wat een zangeres.
enkel om de vocalen mijn nummer 1 bij de dames-stemmen, wat een zangeres.
1
geplaatst: 23 juli 2025, 11:54 uur
Aretha en Caetano
Straks maar eens een album aanslingeren van die Peter Broderick.
Amazing Grace is een dikke aanrader, trouwens!
Straks maar eens een album aanslingeren van die Peter Broderick.Amazing Grace is een dikke aanrader, trouwens!
1
geplaatst: 23 juli 2025, 11:55 uur
herman schreef:
Live-albums sla ik vaak over, dus Amazing Grace heb ik nog niet gehoord. Maar daar ga ik eens verandering in brengen. Het openingsnummer ken ik wel in andere versies en dat is echt een schitterend nummer.
(quote)
Live-albums sla ik vaak over, dus Amazing Grace heb ik nog niet gehoord. Maar daar ga ik eens verandering in brengen. Het openingsnummer ken ik wel in andere versies en dat is echt een schitterend nummer.
Er is een prachtige docufilm over gemaakt, te vinden op NPO Start maar ook in zijn geheel op YouTube. Ik ben totaal niet gelovig maar dit is een van de meest indrukwekkende optredens die ik ken, daar was ik graag bij geweest. Overigens spotte ik wel een nog jonge Mick Jagger in een van de kerkbankjes...
19
geplaatst: 24 juli 2025, 01:38 uur
https://media.gq.com/photos/631a10b5561e635158ef70ae/16:9/w_1920,c_limit/158647222
56. Roxy Music
Favoriete albums: Roxy Music (1972)
Favoriete nummers: Re-Make/Re-Model, If There Is Something, In Every Dreamhome A Heartache, A Song for Europe, Mother of Pearl, Love is the Drug, Oh Yeah, Same Old Scene
Deep cuts: U Can Dance (DJ Hell & Bryan Ferry)
Live gezien: nee
Ook in de lijst van: vigil (60), dazzler (24), Casartelli (52) en Shaky (RM/Ferry solo) (30)
De liefde voor Roxy Music kwam niet vanzelf. Ergens op de basisschool won ik een verzamelaar met hun grootste hits bij een bingo, maar ik kon er helemaal niets mee. Ik vraag me überhaupt af of ik in die tijd al zelf muziek opzette – dat kwam pas op mijn tiende, toen ik actief de Top 40 ging bijhouden. Geen idee ook waar het cassettebandje is gebleven. Een jaar of tien later was er iets meer kennismaking via de film Velvet Goldmine, waarvan ik de soundtrack grijs draaide. Die film is genoemd naar een b-kantje van David Bowie en speelt zich af in een glamrock-universum waar de karakters verdomd veel weg hebben van Bowie, Iggy Pop, Lou Reed en Marc Bolan. De soundtrack staat ook vol met glamrock, zowel originelen als covers. Roxy Music is terug te vinden met hun debuutsingle "Virginia Plain", maar ook met diverse covers van het debuutalbum door de gelegenheidsband The Venus in Furs, met o.a. Thom Yorke en Jonny Greenwood van Radiohead, en Andy Mackay, de saxofonist van Roxy Music.
Toen ik een paar jaar later het debuut van Roxy Music voor weinig tegenkwam, moest ik het wel meenemen. En eerlijk gezegd viel het me nogal tegen. Ik vond het hopeloos gedateerd klinken in vergelijking met de fris klinkende covers die ik al stuk had gedraaid. Gaandeweg ging ik het wel meer waarderen, en zo af en toe klikte het echt helemaal met een nummer – zoals met "If There Is Something". Het kwartje bij dit nummer viel pas echt toen ik het voorbij hoorde komen in de film Flashbacks of a Fool, een Britse coming-of-agefilm met Daniel Craig, die de weg kwijt is en daarmee geconfronteerd wordt als zijn jeugdvriend plotseling overlijdt. De film is geen meesterwerk op zich, maar de scènes waarin muziek van Roxy Music wordt gedraaid zijn geweldig. Zo glorieert ook "If There Is Something" in misschien wel de sleutelscène van die film, en sindsdien ben ik helemaal om. Het is bijna alsof ze het eerste stuk bewust een beetje nonchalant hebben willen laten klinken, om het hartverscheurende deel dat na 1:40 komt nog beter uit de verf te laten komen. Want vanaf dat moment is het echt op en top genieten. Ik geloof niet dat ik een popnummer ken waarin de mellotron en saxofoon zo mooi samenspelen. Uiteindelijk ben ik de plaat echt wel gaan waarderen, hoewel ik de platen van Roxy Music daarna lastig vind om helemaal in te komen. Op elk staan wel twee à drie echt fantastische nummers, maar de rest krijg ik niet echt in mijn systeem. Het debuut is wel mijn favoriet, wellicht ook door de rol van Brian Eno, die toen nog bij de band zat en een experimentele laag toevoegde aan het album.
Eno vertrok uiteindelijk na de tour van het tweede album, For Your Pleasure, waarna de band gaandeweg het experiment steeds meer inruilde voor elegantie. De piek werd wellicht bereikt op kant B van Stranded, met twee van mijn ultieme Roxy Music-songs: "Mother of Pearl" en vooral "A Song for Europe", dat echt een soort hymne is en beelden van klassiek Europa uit Wenen, Venetië en Rome oproept. Het is wel echt een trieste song – of het nu over het verval van Europa gaat of wellicht het einde van een relatie. Pathos genoeg in ieder geval; Ferry zingt het grandioos. Het gebeurt niet vaak dat ik echt kan genieten van een zanger of zangeres (in mijn top 10 staan ook mensen die helemaal niet zo mooi kunnen zingen), maar Ferry hoort zeker in het rijtje. Een ander nummer dat ik echt geweldig vind is "Love Is the Drug", van het album Siren. Ik hoorde het voor het eerst op de dansvloer en was gelijk verkocht. Echt een geweldige groove met een zalige baslijn. De zindering die ik er toen in hoorde is nooit verdwenen. Het is ook een nummer dat qua sound precies tussen de artsy en latere Roxy Music inpast.
Want gaandeweg verandert Roxy Music echt in een andere band. Manifesto is nog een overgangsplaat, maar de laatste twee albums, Flesh + Blood en Avalon, laten een nog veel gestileerder geluid horen waarin de experimentele lagen van weleer definitief zijn ingeruild voor een geraffineerd geluid met een grote rol voor de synthesizer. Eerlijk gezegd heb ik me lang ver van deze albums gehouden, omdat ik het nummer "Avalon" altijd vreselijk vond. Het hielp niet mee dat ik het nummer al niet erg kon waarderen, en ik ook echt een dramatische livecover te horen kreeg. Zo nu en dan waren er wel tekenen aan de wand dat ik het toch eens moest proberen (o.a. Ferry’s "Don’t Stop the Dance" uit 1985 vind ik geweldig, en naar mijn idee heeft dat een vergelijkbare sound als de late Roxy Music). De afgelopen jaren heb ik veel naar nummers als "Oh Yeah" en "Same Old Scene" geluisterd, en die vind ik heerlijk. De laatste albums vind ik inmiddels ook genietbaar, en ik sluit zelfs niet uit dat ze uiteindelijk uitgroeien tot mijn topfavorieten naast het debuut.
Bij elke artiest noteer ik ook of ik ze ooit live heb gezien, en bij Bryan Ferry is dat niet het geval. En dat vind ik wel jammer. Ik zie dat hij niet meer heeft opgetreden sinds maart 2020, dus of het er nog van gaat komen is zeer de vraag… De beste man wordt later dit jaar 80, dus ik kan me voorstellen dat hij het wel mooi vindt geweest. Dat hij op zijn laatste album met Amelia Barratt fungeert als muzikaal vormgever en zelf niet zingt, spreekt wellicht boekdelen. Gelukkig zijn er nog zo’n vijftien soloalbums van Ferry waar ik nog in kan duiken…
56. Roxy Music
Favoriete albums: Roxy Music (1972)
Favoriete nummers: Re-Make/Re-Model, If There Is Something, In Every Dreamhome A Heartache, A Song for Europe, Mother of Pearl, Love is the Drug, Oh Yeah, Same Old Scene
Deep cuts: U Can Dance (DJ Hell & Bryan Ferry)
Live gezien: nee
Ook in de lijst van: vigil (60), dazzler (24), Casartelli (52) en Shaky (RM/Ferry solo) (30)
De liefde voor Roxy Music kwam niet vanzelf. Ergens op de basisschool won ik een verzamelaar met hun grootste hits bij een bingo, maar ik kon er helemaal niets mee. Ik vraag me überhaupt af of ik in die tijd al zelf muziek opzette – dat kwam pas op mijn tiende, toen ik actief de Top 40 ging bijhouden. Geen idee ook waar het cassettebandje is gebleven. Een jaar of tien later was er iets meer kennismaking via de film Velvet Goldmine, waarvan ik de soundtrack grijs draaide. Die film is genoemd naar een b-kantje van David Bowie en speelt zich af in een glamrock-universum waar de karakters verdomd veel weg hebben van Bowie, Iggy Pop, Lou Reed en Marc Bolan. De soundtrack staat ook vol met glamrock, zowel originelen als covers. Roxy Music is terug te vinden met hun debuutsingle "Virginia Plain", maar ook met diverse covers van het debuutalbum door de gelegenheidsband The Venus in Furs, met o.a. Thom Yorke en Jonny Greenwood van Radiohead, en Andy Mackay, de saxofonist van Roxy Music.
Toen ik een paar jaar later het debuut van Roxy Music voor weinig tegenkwam, moest ik het wel meenemen. En eerlijk gezegd viel het me nogal tegen. Ik vond het hopeloos gedateerd klinken in vergelijking met de fris klinkende covers die ik al stuk had gedraaid. Gaandeweg ging ik het wel meer waarderen, en zo af en toe klikte het echt helemaal met een nummer – zoals met "If There Is Something". Het kwartje bij dit nummer viel pas echt toen ik het voorbij hoorde komen in de film Flashbacks of a Fool, een Britse coming-of-agefilm met Daniel Craig, die de weg kwijt is en daarmee geconfronteerd wordt als zijn jeugdvriend plotseling overlijdt. De film is geen meesterwerk op zich, maar de scènes waarin muziek van Roxy Music wordt gedraaid zijn geweldig. Zo glorieert ook "If There Is Something" in misschien wel de sleutelscène van die film, en sindsdien ben ik helemaal om. Het is bijna alsof ze het eerste stuk bewust een beetje nonchalant hebben willen laten klinken, om het hartverscheurende deel dat na 1:40 komt nog beter uit de verf te laten komen. Want vanaf dat moment is het echt op en top genieten. Ik geloof niet dat ik een popnummer ken waarin de mellotron en saxofoon zo mooi samenspelen. Uiteindelijk ben ik de plaat echt wel gaan waarderen, hoewel ik de platen van Roxy Music daarna lastig vind om helemaal in te komen. Op elk staan wel twee à drie echt fantastische nummers, maar de rest krijg ik niet echt in mijn systeem. Het debuut is wel mijn favoriet, wellicht ook door de rol van Brian Eno, die toen nog bij de band zat en een experimentele laag toevoegde aan het album.
Eno vertrok uiteindelijk na de tour van het tweede album, For Your Pleasure, waarna de band gaandeweg het experiment steeds meer inruilde voor elegantie. De piek werd wellicht bereikt op kant B van Stranded, met twee van mijn ultieme Roxy Music-songs: "Mother of Pearl" en vooral "A Song for Europe", dat echt een soort hymne is en beelden van klassiek Europa uit Wenen, Venetië en Rome oproept. Het is wel echt een trieste song – of het nu over het verval van Europa gaat of wellicht het einde van een relatie. Pathos genoeg in ieder geval; Ferry zingt het grandioos. Het gebeurt niet vaak dat ik echt kan genieten van een zanger of zangeres (in mijn top 10 staan ook mensen die helemaal niet zo mooi kunnen zingen), maar Ferry hoort zeker in het rijtje. Een ander nummer dat ik echt geweldig vind is "Love Is the Drug", van het album Siren. Ik hoorde het voor het eerst op de dansvloer en was gelijk verkocht. Echt een geweldige groove met een zalige baslijn. De zindering die ik er toen in hoorde is nooit verdwenen. Het is ook een nummer dat qua sound precies tussen de artsy en latere Roxy Music inpast.
Want gaandeweg verandert Roxy Music echt in een andere band. Manifesto is nog een overgangsplaat, maar de laatste twee albums, Flesh + Blood en Avalon, laten een nog veel gestileerder geluid horen waarin de experimentele lagen van weleer definitief zijn ingeruild voor een geraffineerd geluid met een grote rol voor de synthesizer. Eerlijk gezegd heb ik me lang ver van deze albums gehouden, omdat ik het nummer "Avalon" altijd vreselijk vond. Het hielp niet mee dat ik het nummer al niet erg kon waarderen, en ik ook echt een dramatische livecover te horen kreeg. Zo nu en dan waren er wel tekenen aan de wand dat ik het toch eens moest proberen (o.a. Ferry’s "Don’t Stop the Dance" uit 1985 vind ik geweldig, en naar mijn idee heeft dat een vergelijkbare sound als de late Roxy Music). De afgelopen jaren heb ik veel naar nummers als "Oh Yeah" en "Same Old Scene" geluisterd, en die vind ik heerlijk. De laatste albums vind ik inmiddels ook genietbaar, en ik sluit zelfs niet uit dat ze uiteindelijk uitgroeien tot mijn topfavorieten naast het debuut.
Bij elke artiest noteer ik ook of ik ze ooit live heb gezien, en bij Bryan Ferry is dat niet het geval. En dat vind ik wel jammer. Ik zie dat hij niet meer heeft opgetreden sinds maart 2020, dus of het er nog van gaat komen is zeer de vraag… De beste man wordt later dit jaar 80, dus ik kan me voorstellen dat hij het wel mooi vindt geweest. Dat hij op zijn laatste album met Amelia Barratt fungeert als muzikaal vormgever en zelf niet zingt, spreekt wellicht boekdelen. Gelukkig zijn er nog zo’n vijftien soloalbums van Ferry waar ik nog in kan duiken…
1
geplaatst: 24 juli 2025, 09:23 uur
Prachtige verhalen allemaal Herman. Mooi dat dit topic zo levend blijft en het wekt belangstelling op naar artiesten die nog niet bekend zijn of waar ik bijvoorbeeld maar één album van heb of ken (Caetano Veloso bijvoorbeeld).
0
geplaatst: 24 juli 2025, 10:47 uur
Dank je, en ook anderen voor de eerdere aardige reacties. Het kost wat tijd en moeite, maar het is wel leuk om te doen. Blij dat het zo gewaardeerd wordt!
1
geplaatst: 24 juli 2025, 12:22 uur
Heerlijk, Roxy Music staat bij mij nog erg hoog om de hele discografie eens bij langs te gaan, dat wou ik richting het einde van het jaar wellicht doen. Sowieso wel meerdere nominaties van jouw staan daar nog best hoog aangeschreven voor, ik ben van de week met Swell begonnen na jouw nominatie en het bevalt me wel. Het doet me overigens best veel aan Slint denken, heb jij dat ook herman?
1
geplaatst: 24 juli 2025, 12:53 uur
Leuk dat je Swell bent gaan luisteren, Kondoro0614! Van Slint heb ik Spiderland veel gedraaid en er zijn zeker gelijkenissen, maar qua sfeer vind ik Slint wel een stuk verbetener met af en toe een flinke uitbarsting. Swell is wat dromeriger vaak.
* denotes required fields.


