Muziek / Toplijsten en favorieten / De artiesten top 100 van (herman)!
zoeken in:
1
geplaatst: 25 juli 2025, 08:40 uur
herman schreef:
Eerlijk gezegd heb ik me lang ver van deze albums gehouden, omdat ik het nummer "Avalon" altijd vreselijk vond. Het hielp niet mee dat ik het nummer al niet erg kon waarderen, en ik ook echt een dramatische livecover te horen kreeg. Zo nu en dan waren er wel tekenen aan de wand dat ik het toch eens moest proberen (o.a. Ferry’s "Don’t Stop the Dance" uit 1985 vind ik geweldig, en naar mijn idee heeft dat een vergelijkbare sound als de late Roxy Music).
Eerlijk gezegd heb ik me lang ver van deze albums gehouden, omdat ik het nummer "Avalon" altijd vreselijk vond. Het hielp niet mee dat ik het nummer al niet erg kon waarderen, en ik ook echt een dramatische livecover te horen kreeg. Zo nu en dan waren er wel tekenen aan de wand dat ik het toch eens moest proberen (o.a. Ferry’s "Don’t Stop the Dance" uit 1985 vind ik geweldig, en naar mijn idee heeft dat een vergelijkbare sound als de late Roxy Music).
Ik zie tot m'n schrik dat je z'n beste solo album blijkbaar nog niet kent, die is echt meer dan de moeite waard. Naast de 2 overbekende singles zijn ook de opener en het afsluitende titelnummer niet te missen hoogtepunten. Broeierig, stijlvol en productioneel om door een ringetje te halen.
9
geplaatst: 26 juli 2025, 21:28 uur
https://serve.mg.co.za/content/images/2015/02/08/four-tet-bw.jpg
55. Four Tet (Kieran Hebden)
Beste albums: Everything Ecstatic, There Is Love In You
Beste nummers: Unspoken, A Joy, Sun Drums and Soil, Love Cry, Plastic People, Locked, Pyramid, Lion, Pinnacles, Only Human
Deep cuts: Eric Prydz - Opus (Four Tet Remix), Darkness Darkness (met William Tyler), Misnomer (lange versie)
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: -
Achteraf werd in 2004 de kiem gelegd voor een oneindige stroom aan muziekontdekkingen. Ik meldde me aan op MusicMeter en Audioscrobbler, het platform dat later last.fm zou heten. Een van de eerste grote ontdekkingen was Four Tet, het voornaamste alias van de Londense muzikant Kieran Hebden. In de jaren '90 richtte hij samen met schoolgenoten een postrockband op en boekte daarmee bescheiden successen, waarna hij zich steeds meer ging verdiepen in elektronische muziek. Rounds was het eerste album dat ik van hem leerde kennen. Het was een stijl die ik nog niet goed kende — of eigenlijk een mengeling van stijlen die voor mij nieuw aanvoelden. Ik was meteen onder de indruk van nummers als “My Angel Rocks Back and Forth” en “Hands”. De muziek liet zich lastig omschrijven: ik hoorde elektronica, triphop en ook wel jazz. Er zaten klanktapijten in die me deden denken aan Miles Davis’ Bitches Brew — allicht mede doordat ik dat album rond dezelfde tijd ontdekte. Niet veel later volgde ook zijn eerdere album Pause, dat qua stijl nauwelijks onderdeed voor Rounds.
In 2005 verscheen Everything Ecstatic, een album dat ik aanvankelijk lastig vond en teleurstellend vergeleek met de prachtige voorgangers Pause en Rounds. Maar na een bijzonder intiem optreden van Four Tet in Paradiso*, in september van dat jaar, begonnen de kwartjes te vallen. Ook hielp het dat ik een van de nummers terughoorde in een totaal andere context — in een dj-mix van James Holden. Daardoor besefte ik dat ik de tracks beter kon zien als onderdelen van een groter geheel dan als afgeronde liedjes. Toen die doors of perception eenmaal open waren, begon ik het album steeds meer te waarderen — zó zelfs dat ik Pause en Rounds op een gegeven moment maar saaie, avontuurloze platen vond (al ben ik daar inmiddels wel weer van teruggekomen). Een absoluut hoogtepunt blijft “Sun Drums and Soil”, waarin de climax losbarst in een wirwar van percussie, drums, saxofoon en orgel.
[* Terzijde: hij stond niet op het podium maar achterin de grote zaal, op de vloer, met misschien twintig man publiek om zich heen. Na afloop moesten we gauw weg, want het publiek voor de Noodlanding begon al binnen te stromen. Ik vond het heel tof, maar kon niet bevroeden dat hij later nog zo groot zou worden. Grofweg tien jaar later zou ik hem nog eens zien op Primavera Sound, voor een veel groter publiek.]
Met There Is Love in You brak er in 2010 opnieuw een hoofdstuk aan in het Four Tet-verhaal. De vooruitgeschoven single “Love Cry” had nog duidelijk elementen van het oude geluid, maar werd aangedreven door een stevige beat, waardoor het ineens logisch voelde om Four Tet op de dansvloer te horen of te draaien. Ik vind het een machtig nummer, vooral wanneer er na een minuut of vijf een diepe synth invalt en de stemsamples over elkaar heen beginnen te tuimelen. There Is Love in You bleek sowieso een prachtige plaat — warm, liefdevol, met een bijna intieme sfeer. Niet voor niets is het album opgedragen aan zijn toen nog ongeboren dochter. De opener “Angel Echoes” is bloedmooi, en een andere favoriet is “This Unfolds”, dat qua sfeer en textuur sterk aan Rounds doet denken. En met “Plastic People” staat er ook nog een flinke dansvloerklapper op.
Achteraf was “Love Cry” voor mij het begin van Four Tet’s beste periode, die tot ongeveer 2012 duurde. Na There Is Love in You bracht hij het sublieme mixalbum Fabriclive.59 uit — muzikaal veel rijker en coherenter dan zijn DJ-Kicks uit 2006. Hierop zijn ook “Locked” en “Pyramid” te vinden, misschien wel zijn beste werk tot dan toe. Een jaar later, in 2012, verscheen Pink, een compilatie van recent uitgebrachte 12”es, met wat mij betreft zijn sterkste tracks: naast “Locked” en “Pyramid” ook “Pinnacles” en het sinistere “Lion”, wat ik misschien wel zijn allerbeste nummer vind. Hoewel de tracks stilistisch enigszins op elkaar lijken, voelde Pink als de logische kroon op een creatieve piek.
Gek genoeg verloor ik daarna een beetje mijn interesse in de albums. Ik bleef de singles wel volgen, maar ze maakten me niet dusdanig nieuwsgierig dat ik automatisch ook de albums opzocht. Het voelde alsof de ontwikkeling een beetje stilviel, en soms zelfs als herhaling van zetten. Toch viel er tussen de enorme hoeveelheid losse singles en remixes nog genoeg te ontdekken. Er zitten absolute parels tussen. Sommige zijn behoorlijk poppy — “Baby” met Ellie Goulding en zijn remix van Shura’s “Touch” zijn geweldige bonafide pophits, waar de commerciële popwereld helaas nog niet klaar voor was. Ook het dansbare “Only Human” was een knaller, met een heerlijke Nelly Furtado-sample en prettig uitgebeende beats in het middenstuk. Zijn absolute hoogtepunt na 2012 vind ik echter zijn remix van Eric Prydz’ “Opus” — een emotionele achtbaan van heb ik jou daar. Het nummer gaat na twee minuten al richting een break die zes minuten lang aanhoudt. Eigenlijk is het bijna sadistisch, want daarna kun je me opvegen. Ik herinner me beelden van een van de eerste grote post-pandemiefeesten waar dit als afsluiter werd gedraaid. Huilen op de dansvloer.
Qua albums haakte ik bij de laatste, Three, wel weer aan. Een goed album, vooral opvallend vanwege de knappe productie en de verfijnde texturen. In dat opzicht is Hebden enorm gegroeid — maar op emotioneel vlak raakte het me minder. Ook het speelse, soms grillige karakter van ouder werk mis ik wel een beetje. Toch vind ik het mooi dat hij hierop weer wat meer teruggrijpt naar zijn beginperiode. Ook zijn recente samenwerking met William Tyler hint die kant op. Hun “Darkness, Darkness” is een psychedelische soulparel die zo uit 1970 had kunnen komen — en zomaar een inspiratiebron had kunnen zijn voor Rounds. Daarmee bewijst Hebden voor mij opnieuw wat een muzikale duizendpoot hij eigenlijk is. Poppy dance met Ellie Goulding, psychedelische exercities, regelrechte dansvloerklappers (had ik “Baby Again” met Skrillex & Fred Again.. al genoemd?) — hij levert het allemaal, en dat al dik 25 jaar op hoog niveau.
55. Four Tet (Kieran Hebden)
Beste albums: Everything Ecstatic, There Is Love In You
Beste nummers: Unspoken, A Joy, Sun Drums and Soil, Love Cry, Plastic People, Locked, Pyramid, Lion, Pinnacles, Only Human
Deep cuts: Eric Prydz - Opus (Four Tet Remix), Darkness Darkness (met William Tyler), Misnomer (lange versie)
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: -
Achteraf werd in 2004 de kiem gelegd voor een oneindige stroom aan muziekontdekkingen. Ik meldde me aan op MusicMeter en Audioscrobbler, het platform dat later last.fm zou heten. Een van de eerste grote ontdekkingen was Four Tet, het voornaamste alias van de Londense muzikant Kieran Hebden. In de jaren '90 richtte hij samen met schoolgenoten een postrockband op en boekte daarmee bescheiden successen, waarna hij zich steeds meer ging verdiepen in elektronische muziek. Rounds was het eerste album dat ik van hem leerde kennen. Het was een stijl die ik nog niet goed kende — of eigenlijk een mengeling van stijlen die voor mij nieuw aanvoelden. Ik was meteen onder de indruk van nummers als “My Angel Rocks Back and Forth” en “Hands”. De muziek liet zich lastig omschrijven: ik hoorde elektronica, triphop en ook wel jazz. Er zaten klanktapijten in die me deden denken aan Miles Davis’ Bitches Brew — allicht mede doordat ik dat album rond dezelfde tijd ontdekte. Niet veel later volgde ook zijn eerdere album Pause, dat qua stijl nauwelijks onderdeed voor Rounds.
In 2005 verscheen Everything Ecstatic, een album dat ik aanvankelijk lastig vond en teleurstellend vergeleek met de prachtige voorgangers Pause en Rounds. Maar na een bijzonder intiem optreden van Four Tet in Paradiso*, in september van dat jaar, begonnen de kwartjes te vallen. Ook hielp het dat ik een van de nummers terughoorde in een totaal andere context — in een dj-mix van James Holden. Daardoor besefte ik dat ik de tracks beter kon zien als onderdelen van een groter geheel dan als afgeronde liedjes. Toen die doors of perception eenmaal open waren, begon ik het album steeds meer te waarderen — zó zelfs dat ik Pause en Rounds op een gegeven moment maar saaie, avontuurloze platen vond (al ben ik daar inmiddels wel weer van teruggekomen). Een absoluut hoogtepunt blijft “Sun Drums and Soil”, waarin de climax losbarst in een wirwar van percussie, drums, saxofoon en orgel.
[* Terzijde: hij stond niet op het podium maar achterin de grote zaal, op de vloer, met misschien twintig man publiek om zich heen. Na afloop moesten we gauw weg, want het publiek voor de Noodlanding begon al binnen te stromen. Ik vond het heel tof, maar kon niet bevroeden dat hij later nog zo groot zou worden. Grofweg tien jaar later zou ik hem nog eens zien op Primavera Sound, voor een veel groter publiek.]
Met There Is Love in You brak er in 2010 opnieuw een hoofdstuk aan in het Four Tet-verhaal. De vooruitgeschoven single “Love Cry” had nog duidelijk elementen van het oude geluid, maar werd aangedreven door een stevige beat, waardoor het ineens logisch voelde om Four Tet op de dansvloer te horen of te draaien. Ik vind het een machtig nummer, vooral wanneer er na een minuut of vijf een diepe synth invalt en de stemsamples over elkaar heen beginnen te tuimelen. There Is Love in You bleek sowieso een prachtige plaat — warm, liefdevol, met een bijna intieme sfeer. Niet voor niets is het album opgedragen aan zijn toen nog ongeboren dochter. De opener “Angel Echoes” is bloedmooi, en een andere favoriet is “This Unfolds”, dat qua sfeer en textuur sterk aan Rounds doet denken. En met “Plastic People” staat er ook nog een flinke dansvloerklapper op.
Achteraf was “Love Cry” voor mij het begin van Four Tet’s beste periode, die tot ongeveer 2012 duurde. Na There Is Love in You bracht hij het sublieme mixalbum Fabriclive.59 uit — muzikaal veel rijker en coherenter dan zijn DJ-Kicks uit 2006. Hierop zijn ook “Locked” en “Pyramid” te vinden, misschien wel zijn beste werk tot dan toe. Een jaar later, in 2012, verscheen Pink, een compilatie van recent uitgebrachte 12”es, met wat mij betreft zijn sterkste tracks: naast “Locked” en “Pyramid” ook “Pinnacles” en het sinistere “Lion”, wat ik misschien wel zijn allerbeste nummer vind. Hoewel de tracks stilistisch enigszins op elkaar lijken, voelde Pink als de logische kroon op een creatieve piek.
Gek genoeg verloor ik daarna een beetje mijn interesse in de albums. Ik bleef de singles wel volgen, maar ze maakten me niet dusdanig nieuwsgierig dat ik automatisch ook de albums opzocht. Het voelde alsof de ontwikkeling een beetje stilviel, en soms zelfs als herhaling van zetten. Toch viel er tussen de enorme hoeveelheid losse singles en remixes nog genoeg te ontdekken. Er zitten absolute parels tussen. Sommige zijn behoorlijk poppy — “Baby” met Ellie Goulding en zijn remix van Shura’s “Touch” zijn geweldige bonafide pophits, waar de commerciële popwereld helaas nog niet klaar voor was. Ook het dansbare “Only Human” was een knaller, met een heerlijke Nelly Furtado-sample en prettig uitgebeende beats in het middenstuk. Zijn absolute hoogtepunt na 2012 vind ik echter zijn remix van Eric Prydz’ “Opus” — een emotionele achtbaan van heb ik jou daar. Het nummer gaat na twee minuten al richting een break die zes minuten lang aanhoudt. Eigenlijk is het bijna sadistisch, want daarna kun je me opvegen. Ik herinner me beelden van een van de eerste grote post-pandemiefeesten waar dit als afsluiter werd gedraaid. Huilen op de dansvloer.
Qua albums haakte ik bij de laatste, Three, wel weer aan. Een goed album, vooral opvallend vanwege de knappe productie en de verfijnde texturen. In dat opzicht is Hebden enorm gegroeid — maar op emotioneel vlak raakte het me minder. Ook het speelse, soms grillige karakter van ouder werk mis ik wel een beetje. Toch vind ik het mooi dat hij hierop weer wat meer teruggrijpt naar zijn beginperiode. Ook zijn recente samenwerking met William Tyler hint die kant op. Hun “Darkness, Darkness” is een psychedelische soulparel die zo uit 1970 had kunnen komen — en zomaar een inspiratiebron had kunnen zijn voor Rounds. Daarmee bewijst Hebden voor mij opnieuw wat een muzikale duizendpoot hij eigenlijk is. Poppy dance met Ellie Goulding, psychedelische exercities, regelrechte dansvloerklappers (had ik “Baby Again” met Skrillex & Fred Again.. al genoemd?) — hij levert het allemaal, en dat al dik 25 jaar op hoog niveau.
6
geplaatst: 27 juli 2025, 00:59 uur
herman schreef:
[i] [* Terzijde: hij stond niet op het podium maar achterin de grote zaal, op de vloer, met misschien twintig man publiek om zich heen. Na afloop moesten we gauw weg, want het publiek voor de Noodlanding begon al binnen te stromen.
[i] [* Terzijde: hij stond niet op het podium maar achterin de grote zaal, op de vloer, met misschien twintig man publiek om zich heen. Na afloop moesten we gauw weg, want het publiek voor de Noodlanding begon al binnen te stromen.
Zo zeg, wat mooi dat je dat hebt kunnen meemaken! Vond jij het ook een tof concert, GrafGantz?
2
geplaatst: 27 juli 2025, 10:10 uur
ArthurDZ schreef:
Zo zeg, wat mooi dat je dat hebt kunnen meemaken! Vond jij het ook een tof concert, GrafGantz?
(quote)
Zo zeg, wat mooi dat je dat hebt kunnen meemaken! Vond jij het ook een tof concert, GrafGantz?
Deze was ik niet bij, maar ik was in diezelfde periode wel bij een DJ set van Stuart Price / Jacques Lu Cont op precies dezelfde plek. Dus ook niet op het podium, maar achter in de hoek. Was blijkbaar de place to be destijds

1
geplaatst: 27 juli 2025, 13:11 uur
Ik ken zijn oude werk niet, maar via streaming ontdekt. Voorbeeld van ‘hedendaagse’ muziekmaker die zich op z’n plaats voelt tussen allerlei diverse muzikale invloeden en samenwerkingen (projecten) en het ook heel goed doet op de streaming. Heeft daar ook een populaire lijst.
Sp@.%#*&=()
Sp@.%#*&=()
0
geplaatst: 27 juli 2025, 18:42 uur
GrafGantz schreef:
Deze was ik niet bij, maar ik was in diezelfde periode wel bij een DJ set van Stuart Price / Jacques Lu Cont op precies dezelfde plek. Dus ook niet op het podium, maar achter in de hoek. Was blijkbaar de place to be destijds
(quote)
Deze was ik niet bij, maar ik was in diezelfde periode wel bij een DJ set van Stuart Price / Jacques Lu Cont op precies dezelfde plek. Dus ook niet op het podium, maar achter in de hoek. Was blijkbaar de place to be destijds
Oeh, daar had ik dan wel weer bij willen zijn.
Heb zijn Les Rythmes Digitales nog wel live gezien voor de spreekwoordelijke anderhalve man en een paardenkop in Nighttown ooit.
0
geplaatst: 27 juli 2025, 18:42 uur
vivalamusica schreef:
Ik ken zijn oude werk niet, maar via streaming ontdekt. Voorbeeld van ‘hedendaagse’ muziekmaker die zich op z’n plaats voelt tussen allerlei diverse muzikale invloeden en samenwerkingen (projecten) en het ook heel goed doet op de streaming. Heeft daar ook een populaire lijst.
Sp@.%#*&=()
Ik ken zijn oude werk niet, maar via streaming ontdekt. Voorbeeld van ‘hedendaagse’ muziekmaker die zich op z’n plaats voelt tussen allerlei diverse muzikale invloeden en samenwerkingen (projecten) en het ook heel goed doet op de streaming. Heeft daar ook een populaire lijst.
Sp@.%#*&=()
Ja, die playlist is ook een goudmijn inderdaad. Moet hem weer eens luisteren.
14
geplaatst: 28 juli 2025, 00:16 uur
https://media.gq-magazine.co.uk/photos/5e83245ea36302000869f45e/16:9/w_1920,c_limit/20200331-Joni-Mitchell-01.jpg
54. Joni Mitchell
Beste album(s): Blue
Beste nummers: All Want, A Case of You, Carey, River, Coyote
Deep cuts: Night in the City, Chelsea Morning
Live gezien: nee
Ook in de lijst van: aERodynamIC (16), Brunniepoo (15), Kronos (65)
Wonderbaarlijk genoeg heb ik op deze site zelden iets geschreven over Joni Mitchell, terwijl ik Blue een fantastisch album vind dat vlak achter mijn top 10 aller tijden zit. Ik heb het in de jaren ‘00 gedownload op Soulseek naar aanleiding van de hoge score hier en al snel in huis gehaald, want het beviel me wel. Het werd een album dat ik af en toe opzette en gaandeweg steeds meer ging waarderen – zoals dat vaker gaat.
Maar toen ik eind 2019 tegen een burn-out aanliep, begon ik meer singersongwriters te luisteren. Daarbij greep ik ook terug op artiesten die ik al een beetje kende. Blue beleefde ik ineens op een heel ander niveau. Het was alsof alle liedjes precies op dezelfde golflengte zaten als de verbindingen in mijn hoofd op dat moment. De emoties, de wendingen, de vocale capriolen – ik beleefde het veel intenser, het voelde ineens als volstrekt logische echo’s van mijn gemoed.
Dat was een bijzondere gewaarwording. Meestal zijn het andere aspecten in muziek die mij over de streep trekken. En überhaupt is het bijzonder om zo’n connectie te voelen met liedjes die meer dan vijftig jaar geleden op plaat zijn gezet. Emoties zijn blijkbaar niet alleen universeel in plaats, maar ook in tijd.
Van daaruit ben ik de rest gaan ontdekken. Die zoektocht is relatief kortgeleden begonnen en nog lang niet ten einde. Inmiddels ken ik vier albums en een enkel los nummer (Coyote, prachtig). Maar als ik zin heb in Joni, draai ik negen van de tien keer gewoon Blue.
Het helpt ook niet mee dat ik wat moeite heb met haar latere werk, dat vocaal wat gewoner aanvoelt. Maar dat zal vast een kwestie van gewenning zijn – net zoals ik ook aan Blue moest wennen.
54. Joni Mitchell
Beste album(s): Blue
Beste nummers: All Want, A Case of You, Carey, River, Coyote
Deep cuts: Night in the City, Chelsea Morning
Live gezien: nee
Ook in de lijst van: aERodynamIC (16), Brunniepoo (15), Kronos (65)
Wonderbaarlijk genoeg heb ik op deze site zelden iets geschreven over Joni Mitchell, terwijl ik Blue een fantastisch album vind dat vlak achter mijn top 10 aller tijden zit. Ik heb het in de jaren ‘00 gedownload op Soulseek naar aanleiding van de hoge score hier en al snel in huis gehaald, want het beviel me wel. Het werd een album dat ik af en toe opzette en gaandeweg steeds meer ging waarderen – zoals dat vaker gaat.
Maar toen ik eind 2019 tegen een burn-out aanliep, begon ik meer singersongwriters te luisteren. Daarbij greep ik ook terug op artiesten die ik al een beetje kende. Blue beleefde ik ineens op een heel ander niveau. Het was alsof alle liedjes precies op dezelfde golflengte zaten als de verbindingen in mijn hoofd op dat moment. De emoties, de wendingen, de vocale capriolen – ik beleefde het veel intenser, het voelde ineens als volstrekt logische echo’s van mijn gemoed.
Dat was een bijzondere gewaarwording. Meestal zijn het andere aspecten in muziek die mij over de streep trekken. En überhaupt is het bijzonder om zo’n connectie te voelen met liedjes die meer dan vijftig jaar geleden op plaat zijn gezet. Emoties zijn blijkbaar niet alleen universeel in plaats, maar ook in tijd.
Van daaruit ben ik de rest gaan ontdekken. Die zoektocht is relatief kortgeleden begonnen en nog lang niet ten einde. Inmiddels ken ik vier albums en een enkel los nummer (Coyote, prachtig). Maar als ik zin heb in Joni, draai ik negen van de tien keer gewoon Blue.
Het helpt ook niet mee dat ik wat moeite heb met haar latere werk, dat vocaal wat gewoner aanvoelt. Maar dat zal vast een kwestie van gewenning zijn – net zoals ik ook aan Blue moest wennen.
1
geplaatst: 28 juli 2025, 07:57 uur
herman schreef:
Het helpt ook niet mee dat ik wat moeite heb met haar latere werk, dat vocaal wat gewoner aanvoelt. Maar dat zal vast een kwestie van gewenning zijn – net zoals ik ook aan Blue moest wennen.
Het helpt ook niet mee dat ik wat moeite heb met haar latere werk, dat vocaal wat gewoner aanvoelt. Maar dat zal vast een kwestie van gewenning zijn – net zoals ik ook aan Blue moest wennen.
"Moeite" heb ik er niet mee, maar dat latere werk scoort bij mij ook bij lange na niet zo hoog als het werk uit de jaren '60 en '70. Dat ligt ten dele aan matigere composities en een sound die me bij een aantal platen echt tegenstaat, maar inderdaad ook aan die vocalen. Ik houd juist wel van die vocale acrobatiek van de vroegere Joni - 'gewone' zangeressen zijn er al genoeg...
Dat gezegd hebbende: ik vind het voor de zoveelste keer knap dat jij een artiest hoog kan waarderen en je dan niet meteen op het hele oeuvre stort. Voor mij voelt het om de een of andere reden als een soort van 'verplichting' om alles te beluisteren - waarna dan alsnog de albums die er bovenuit steken nog vaak gedraaid worden en de rest in de relatieve vergetelheid verdwijnt. Het zou me een hoop tijd besparen als ik jouw terughoudendheid zou hebben

1
geplaatst: 28 juli 2025, 08:25 uur
Als de bliksem Hejira luisteren, herman! Voor mij één van de allerbeste platen ooit, kan zelfs Blue niet tegenop! 

2
geplaatst: 28 juli 2025, 11:06 uur
Joni en ik is lange tijd een beetje moeizame combi geweest. Bekend met de status van Blue heb ik deze iets van 25 jaar geleden geprobeerd als eerste kennismaking, en ik vond hem echt vreselijk. Als haar stem overslaat (en dat doe ie nog al eens op dat album) heb ik het gevoel alsof ik naar een kat luister die levend gevild wordt.
Een jaar of 6 geleden was daar dan toch een soort van ommekeer. Las steeds vaker over het rijtje albums na Blue dat haar stem daar wat minder irritant was (lees: wat lager), en ik kan vandaag de dag toch wel genieten van de opeenvolgende albums Court and Spark (1974), The Hissing of Summer Lawns (1975), Hejira (1976) en Don Juan's Reckless Daughter (1977). Moet ArthurDZ overigens gelijk geven dat Hejira van dit rijtje het beste album is, en dus waarschijnlijk ook van haar gehele oeuvre.
Een jaar of 6 geleden was daar dan toch een soort van ommekeer. Las steeds vaker over het rijtje albums na Blue dat haar stem daar wat minder irritant was (lees: wat lager), en ik kan vandaag de dag toch wel genieten van de opeenvolgende albums Court and Spark (1974), The Hissing of Summer Lawns (1975), Hejira (1976) en Don Juan's Reckless Daughter (1977). Moet ArthurDZ overigens gelijk geven dat Hejira van dit rijtje het beste album is, en dus waarschijnlijk ook van haar gehele oeuvre.
1
geplaatst: 28 juli 2025, 12:00 uur
GrafGantz schreef:
[...] ik kan vandaag de dag toch wel genieten van de opeenvolgende albums Court and Spark (1974), The Hissing of Summer Lawns (1975), Hejira (1976) en Don Juan's Reckless Daughter (1977). Moet ArthurDZ overigens gelijk geven dat Hejira van dit rijtje het beste album is, en dus waarschijnlijk ook van haar gehele oeuvre.
[...] ik kan vandaag de dag toch wel genieten van de opeenvolgende albums Court and Spark (1974), The Hissing of Summer Lawns (1975), Hejira (1976) en Don Juan's Reckless Daughter (1977). Moet ArthurDZ overigens gelijk geven dat Hejira van dit rijtje het beste album is, en dus waarschijnlijk ook van haar gehele oeuvre.
Hejira is inderdaad een geweldig album, maar ik vind zijn voorganger The Hissing of Summer Lawns nog een pak beter. Dat is wat mij betreft het beste album in Joni's rijke oeuvre, het staat ook niet voor niets in mijn top 10. Maar beide albums zijn enorme aanraders, dat staat buiten kijf.
1
geplaatst: 28 juli 2025, 12:14 uur
Choconas schreef:
Hejira is inderdaad een geweldig album, maar ik vind zijn voorganger The Hissing of Summer Lawns nog een pak beter.
(quote)
Hejira is inderdaad een geweldig album, maar ik vind zijn voorganger The Hissing of Summer Lawns nog een pak beter.
Dat is dan ook m'n nummer 2, al ontlopen ze elkaar ook weer niet zo heel veel.
16
geplaatst: 29 juli 2025, 01:18 uur
https://4ad.com/forewords/dcd/images/bandphoto3.jpg
53. Dead Can Dance
Favoriete albums: Spleen and Ideal, Within the Realm of a Dying Sun
Favoriete nummers: Cantara, Summoning of the Muse, The Host of Seraphim, The Carnival is Over, Avatar, Yulunga (Spirit Dance), The Ubiquitous Mr. Lovegrove
Deep cuts: Threshold, A Passage in Time, Wilderness, Severance, Microfilm - Centrefold (eerdere band van Gerrard), Now We Are Free (Gerrard solo)
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: aERodynamIC (36), vigil (97), dazzler (7)
Dead Can Dance is natuurlijk de Australische band van Brendan Perry en Lisa Gerrard, die ooit op mijn radar verscheen met Within the Realm of a Dying Sun. Volgens mij had ik net de Cocteau Twins ontdekt en was ik benieuwd naar hun tijdgenoten uit de 4AD-stal. Ik kocht de cd bij The Heart is a Lonely Hunter in Leiden, een winkel met tweedehandsmuziek die werkelijk tot aan de nok toe gevuld was, met stapels cd’s en platen in de gangpaden. Zo’n winkel waar eigenlijk geen bewegingsruimte is voor klanten, zo vol, maar waar het wél goed schatzoeken is. Voor mij werd die schat het derde album van Dead Can Dance — en dat was een sublieme ontdekking.
De hele plaat is goed, met hemelse melodieën en de bovennatuurlijke zang van Lisa Gerrard, die mooi contrasteert met de aardse stem van Brendan Perry. Het album opent met Anywhere Out of the World, dat aanvoelt als een processie. In de eerste vier nummers neemt Perry de vocalen voor zijn rekening; daarna is het de beurt aan Gerrard. Gaandeweg wordt de muziek orchestraler en spiritueler, zeker bij Dawn of the Iconoclast, waar Gerrard voor het eerst opduikt. Vanaf dat moment is het haar terrein, met het ene nummer nog indrukwekkender dan het andere. Gerrard gebruikt haar stem hier als instrument — zingend in een fantasietaal en dat is ronduit magisch. Het ritmische, bijna ritualistische Cantara is onwaarschijnlijk goed in alle opzichten. Summoning of the Muse voelt vervolgens als een emotionele uppercut — met kerkklokken. En afsluiter Persephone (The Gathering of Flowers) klinkt loodzwaar, maar aan het eind lijkt er gelukkig toch weer wat licht door te breken.
De Griekse mythe van Persephone symboliseert overigens de afwisseling van de seizoenen, maar ook de cyclus van leven, dood en wedergeboorte. Met wat fantasie zou je kunnen zeggen dat de band op dit punt zijn definitieve vorm heeft gevonden — alsof de metamorfose compleet is.
Toch ben ik eerst terug in de tijd gegaan om de band verder uit te pluizen. Als je de eerste twee albums luistert is het opvallend dat de transitie van post-punkband naar een volstrekt unieke groep die wereldse en middeleeuwse invloeden integreert in hun geluid zich snel voltrokken heeft. Op het debuut doet de band nog duidelijk denken aan meer gitaargeoriënteerde post-punkbands als Joy Division en Siouxsie and the Banshees,, maar vanaf opvolger Spleen and Ideal worden gitaar en drums grotendeels ingeruild voor een klassiek geïnspireerd instrumentarium. Vanaf Within the Realm is het post-punkgeluid van weleer praktisch verdwenen en ingeruild voor een haast liturgische klank, met invloeden uit neoklassieke, middeleeuwse- en wereldmuziek uit alle windstreken.
Dead Can Dance is geen band die ik wekelijks opzet, eerder een band waar ik af en toe even flink induik. Als ik dan in zo’n Dead Can Dance-vlaag zit, dompel ik me er volledig in onder — alsof ik met hen meereis naar vervlogen tijden en verre oorden. Hun muziek voelt als een auditieve reis door oude beschavingen: oud-Grieks, Byzantijns, gregoriaans, Noord-Afrikaans… Geen schoolse geschiedenisles, maar een zintuiglijke onderdompeling in het verleden.
53. Dead Can Dance
Favoriete albums: Spleen and Ideal, Within the Realm of a Dying Sun
Favoriete nummers: Cantara, Summoning of the Muse, The Host of Seraphim, The Carnival is Over, Avatar, Yulunga (Spirit Dance), The Ubiquitous Mr. Lovegrove
Deep cuts: Threshold, A Passage in Time, Wilderness, Severance, Microfilm - Centrefold (eerdere band van Gerrard), Now We Are Free (Gerrard solo)
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: aERodynamIC (36), vigil (97), dazzler (7)
Dead Can Dance is natuurlijk de Australische band van Brendan Perry en Lisa Gerrard, die ooit op mijn radar verscheen met Within the Realm of a Dying Sun. Volgens mij had ik net de Cocteau Twins ontdekt en was ik benieuwd naar hun tijdgenoten uit de 4AD-stal. Ik kocht de cd bij The Heart is a Lonely Hunter in Leiden, een winkel met tweedehandsmuziek die werkelijk tot aan de nok toe gevuld was, met stapels cd’s en platen in de gangpaden. Zo’n winkel waar eigenlijk geen bewegingsruimte is voor klanten, zo vol, maar waar het wél goed schatzoeken is. Voor mij werd die schat het derde album van Dead Can Dance — en dat was een sublieme ontdekking.
De hele plaat is goed, met hemelse melodieën en de bovennatuurlijke zang van Lisa Gerrard, die mooi contrasteert met de aardse stem van Brendan Perry. Het album opent met Anywhere Out of the World, dat aanvoelt als een processie. In de eerste vier nummers neemt Perry de vocalen voor zijn rekening; daarna is het de beurt aan Gerrard. Gaandeweg wordt de muziek orchestraler en spiritueler, zeker bij Dawn of the Iconoclast, waar Gerrard voor het eerst opduikt. Vanaf dat moment is het haar terrein, met het ene nummer nog indrukwekkender dan het andere. Gerrard gebruikt haar stem hier als instrument — zingend in een fantasietaal en dat is ronduit magisch. Het ritmische, bijna ritualistische Cantara is onwaarschijnlijk goed in alle opzichten. Summoning of the Muse voelt vervolgens als een emotionele uppercut — met kerkklokken. En afsluiter Persephone (The Gathering of Flowers) klinkt loodzwaar, maar aan het eind lijkt er gelukkig toch weer wat licht door te breken.
De Griekse mythe van Persephone symboliseert overigens de afwisseling van de seizoenen, maar ook de cyclus van leven, dood en wedergeboorte. Met wat fantasie zou je kunnen zeggen dat de band op dit punt zijn definitieve vorm heeft gevonden — alsof de metamorfose compleet is.
Toch ben ik eerst terug in de tijd gegaan om de band verder uit te pluizen. Als je de eerste twee albums luistert is het opvallend dat de transitie van post-punkband naar een volstrekt unieke groep die wereldse en middeleeuwse invloeden integreert in hun geluid zich snel voltrokken heeft. Op het debuut doet de band nog duidelijk denken aan meer gitaargeoriënteerde post-punkbands als Joy Division en Siouxsie and the Banshees,, maar vanaf opvolger Spleen and Ideal worden gitaar en drums grotendeels ingeruild voor een klassiek geïnspireerd instrumentarium. Vanaf Within the Realm is het post-punkgeluid van weleer praktisch verdwenen en ingeruild voor een haast liturgische klank, met invloeden uit neoklassieke, middeleeuwse- en wereldmuziek uit alle windstreken.
Dead Can Dance is geen band die ik wekelijks opzet, eerder een band waar ik af en toe even flink induik. Als ik dan in zo’n Dead Can Dance-vlaag zit, dompel ik me er volledig in onder — alsof ik met hen meereis naar vervlogen tijden en verre oorden. Hun muziek voelt als een auditieve reis door oude beschavingen: oud-Grieks, Byzantijns, gregoriaans, Noord-Afrikaans… Geen schoolse geschiedenisles, maar een zintuiglijke onderdompeling in het verleden.
2
geplaatst: 29 juli 2025, 01:27 uur
Brunniepoo schreef:
Dat gezegd hebbende: ik vind het voor de zoveelste keer knap dat jij een artiest hoog kan waarderen en je dan niet meteen op het hele oeuvre stort. Voor mij voelt het om de een of andere reden als een soort van 'verplichting' om alles te beluisteren - waarna dan alsnog de albums die er bovenuit steken nog vaak gedraaid worden en de rest in de relatieve vergetelheid verdwijnt. Het zou me een hoop tijd besparen als ik jouw terughoudendheid zou hebben
Dat gezegd hebbende: ik vind het voor de zoveelste keer knap dat jij een artiest hoog kan waarderen en je dan niet meteen op het hele oeuvre stort. Voor mij voelt het om de een of andere reden als een soort van 'verplichting' om alles te beluisteren - waarna dan alsnog de albums die er bovenuit steken nog vaak gedraaid worden en de rest in de relatieve vergetelheid verdwijnt. Het zou me een hoop tijd besparen als ik jouw terughoudendheid zou hebben
Voor mij gaat dat eigenlijk vanzelf. Ik werk me vrij langzaam door sommige oeuvres heen, vaak wil ik een album helemaal doorgrond hebben voordat ik aan een volgende begin. En omdat ik nu eenmaal ook veel luister kan daar wel eens wat tijd overheen gaan. En soms heb ik ook genoeg aan de paar albums die ik ken.
Het gebeurt wel eens dat ik alle albums van een artiest beluister in korte tijd (dus ook wat ik nog niet ken), maar het is eerder uitzondering dan regel. Bij Joni ga ik zeker meer luisteren (Hejira, The Hissing of Summer Lawns - prachtige titel trouwens), maar dan heb ik ook eerst de neiging eerst de albums tussen Blue en die titels (nog) eens te draaien.
2
geplaatst: 29 juli 2025, 09:57 uur
Dead Can Dance moet zo'n beetje mijn favoriete band zijn. Toen ik ze ontdekte in mijn studietijd, heb ik volgens mij een jaar lang dagelijks wel een Dead Can Dance-album afgespeeld. En nog steeds luister ik er veel naar - niet kapot te krijgen.
Heb je ze live gezien een paar jaar geleden in Tivoli, herman? Toen ze veel oude nummers speelden?
Heb je ze live gezien een paar jaar geleden in Tivoli, herman? Toen ze veel oude nummers speelden?
1
geplaatst: 29 juli 2025, 10:39 uur
herman schreef:
Ik kocht de cd bij The Heart is a Lonely Hunter in Leiden, een winkel met tweedehandsmuziek die werkelijk tot aan de nok toe gevuld was, met stapels cd’s en platen in de gangpaden. Zo’n winkel waar eigenlijk geen bewegingsruimte is voor klanten, zo vol, maar waar het wél goed schatzoeken is.
Ik kocht de cd bij The Heart is a Lonely Hunter in Leiden, een winkel met tweedehandsmuziek die werkelijk tot aan de nok toe gevuld was, met stapels cd’s en platen in de gangpaden. Zo’n winkel waar eigenlijk geen bewegingsruimte is voor klanten, zo vol, maar waar het wél goed schatzoeken is.
Kwam ik vaak toen ik nog in Leiden woonde en heb er ook veel kunnen vinden, maar ik merkte altijd wel dat ik na enige tijd kriegel werd van het totale gebrek aan bewegingsruimte. Dan ging ik maar weg terwijl ik eigenlijk nog lang niet klaar was met zoeken. Na de verhuizing naar de overkant van de steeg is het eigenlijk steeds wat minder geworden - in ieder geval voor cd's - en tegenwoordig kom ik er niet meer.
0
geplaatst: 30 juli 2025, 19:44 uur
Slothrop schreef:
Heb je ze live gezien een paar jaar geleden in Tivoli, herman? Toen ze veel oude nummers speelden?
Heb je ze live gezien een paar jaar geleden in Tivoli, herman? Toen ze veel oude nummers speelden?
Ik heb ze gezien in Tivoli Leidsche Rijn, bedoel je dat concert? Ik denk rond 2012. Was een tijdelijke locatie. Dat was een prachtig concert in ieder geval.
3
geplaatst: 30 juli 2025, 19:44 uur
https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/0/07/Gusgus_daniel-august_birgir_DSC04890.jpg
52. GusGus
Favoriete album(s): Forever, Mexico
Favoriete nummers: Ladyshave, Polyesterday, David, Over, Obnoxiously Sexual, Crossfade, Airwaves, Higher (ft. Vök), Eða?
Deep cuts: Pizzicato Five - Porno 3003 [Gus Gus Mix 2.0]
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: -
Het IJslandse GusGus heb ik altijd een fascinerende artiest gevonden. In de jaren '90 leerde ik ze kennen via MTV’s Alternative Nation, dat twee keer per week ’s nachts werd uitgezonden van twaalf tot twee. Vaak keek ik het eerste uur en nam ik de rest op. Op een gegeven moment had ik een flinke VHS-collectie met toffe muziek, maar uiteindelijk heb ik die hele verzameling weggedaan bij een verhuizing – op een Motorpsycho-VHS na. Van GusGus draaide ik vooral Polyesterday en Ladyshave regelmatig, en via een OORGASM-verzamelaar ook Believe. Dat zijn denk ik mijn drie favoriete nummers van ze uit de jaren ’90, Dat zijn denk ik mijn drie favoriete nummers van ze uit de jaren ’90, toen ze nog een groot multimediaal collectief waren met een focus op film, performance en elektronische rivella-pop.
Een volgende kennismaking was via Stuart Price (Les Rythmes Digitales, The Thin White Duke, Jacques Lu Cont), die het geweldige David op zijn FabricLive-mix-cd zette. Die cd heb ik helemaal stuk geluisterd, en David werd een van mijn favoriete nummers. Een eerste album van GusGus hoorde ik pas in 2005. Forever kwam toen uit en ik was meteen verkocht: mooie house met een licht bandgevoel en vette diva-housevocalen. Af en toe zat er een wat ontregelend nummer tussen. Met dat album én David in gedachten moest ik GusGus zien toen ze in 2007 optraden op Sziget, Boedapest. Volgens mij kwam ik aan tijdens het eerste nummer, en ergens vooraan in de tent kwam ik een bekende uit Leiden tegen die altijd ging als de brandweer bij het uitgaan. Zo werd dit concert een groot feest, zeker toen er werd afgesloten met David, dat iedereen keihard meezong.
Vanaf 2014 kwam GusGus weer in beeld, dankzij de reeks fantastische singles Crossfade, Obnoxiously Sexual en Airwaves . Sindsdien heb ik ze een paar keer live gezien en ben ik ze actief blijven volgen. Tijdens de concerten die ik zag werd Over telkens gespeeld, en dat nummer groeide uit tot een absoluut hoogtepunt – een meeslepende, broeierige track die live nog beter tot zijn recht komt. Pas daarna ben ik echt in het album Arabian Horse uit 2011 gedoken. Achteraf bleek dat album al de blauwdruk te bevatten voor hun ‘nieuwe’ stijl: soulvolle, diepe house met een warme, sensuele intensiteit. Ik las ooit de term “soultechno” – en dat vond ik eigenlijk best raak.
Fun fact: zanger Daníel Ágúst Haraldsson deed in 1989 mee aan het Eurovisie Songfestival voor IJsland. Hij eindigde 22e met het nummer Það sem enginn sér.
NB. Voor mijn gevoel is dit heel andere muziek dan Dead Can Dance, maar beide bands zaten in de jaren ‘90 op 4AD.
52. GusGus
Favoriete album(s): Forever, Mexico
Favoriete nummers: Ladyshave, Polyesterday, David, Over, Obnoxiously Sexual, Crossfade, Airwaves, Higher (ft. Vök), Eða?
Deep cuts: Pizzicato Five - Porno 3003 [Gus Gus Mix 2.0]
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: -
Het IJslandse GusGus heb ik altijd een fascinerende artiest gevonden. In de jaren '90 leerde ik ze kennen via MTV’s Alternative Nation, dat twee keer per week ’s nachts werd uitgezonden van twaalf tot twee. Vaak keek ik het eerste uur en nam ik de rest op. Op een gegeven moment had ik een flinke VHS-collectie met toffe muziek, maar uiteindelijk heb ik die hele verzameling weggedaan bij een verhuizing – op een Motorpsycho-VHS na. Van GusGus draaide ik vooral Polyesterday en Ladyshave regelmatig, en via een OORGASM-verzamelaar ook Believe. Dat zijn denk ik mijn drie favoriete nummers van ze uit de jaren ’90, Dat zijn denk ik mijn drie favoriete nummers van ze uit de jaren ’90, toen ze nog een groot multimediaal collectief waren met een focus op film, performance en elektronische rivella-pop.
Een volgende kennismaking was via Stuart Price (Les Rythmes Digitales, The Thin White Duke, Jacques Lu Cont), die het geweldige David op zijn FabricLive-mix-cd zette. Die cd heb ik helemaal stuk geluisterd, en David werd een van mijn favoriete nummers. Een eerste album van GusGus hoorde ik pas in 2005. Forever kwam toen uit en ik was meteen verkocht: mooie house met een licht bandgevoel en vette diva-housevocalen. Af en toe zat er een wat ontregelend nummer tussen. Met dat album én David in gedachten moest ik GusGus zien toen ze in 2007 optraden op Sziget, Boedapest. Volgens mij kwam ik aan tijdens het eerste nummer, en ergens vooraan in de tent kwam ik een bekende uit Leiden tegen die altijd ging als de brandweer bij het uitgaan. Zo werd dit concert een groot feest, zeker toen er werd afgesloten met David, dat iedereen keihard meezong.
Vanaf 2014 kwam GusGus weer in beeld, dankzij de reeks fantastische singles Crossfade, Obnoxiously Sexual en Airwaves . Sindsdien heb ik ze een paar keer live gezien en ben ik ze actief blijven volgen. Tijdens de concerten die ik zag werd Over telkens gespeeld, en dat nummer groeide uit tot een absoluut hoogtepunt – een meeslepende, broeierige track die live nog beter tot zijn recht komt. Pas daarna ben ik echt in het album Arabian Horse uit 2011 gedoken. Achteraf bleek dat album al de blauwdruk te bevatten voor hun ‘nieuwe’ stijl: soulvolle, diepe house met een warme, sensuele intensiteit. Ik las ooit de term “soultechno” – en dat vond ik eigenlijk best raak.
Fun fact: zanger Daníel Ágúst Haraldsson deed in 1989 mee aan het Eurovisie Songfestival voor IJsland. Hij eindigde 22e met het nummer Það sem enginn sér.
NB. Voor mijn gevoel is dit heel andere muziek dan Dead Can Dance, maar beide bands zaten in de jaren ‘90 op 4AD.
1
geplaatst: 30 juli 2025, 23:39 uur
herman schreef:
Ik heb ze gezien in Tivoli Leidsche Rijn, bedoel je dat concert? Ik denk rond 2012. Was een tijdelijke locatie. Dat was een prachtig concert in ieder geval.
Ik heb ze gezien in Tivoli Leidsche Rijn, bedoel je dat concert? Ik denk rond 2012. Was een tijdelijke locatie. Dat was een prachtig concert in ieder geval.
Eigenlijk niet, maar dat was inderdaad ook een geweldig concert! Ik had destijds de hoop opgegeven ze ooit nog live te zien, dus het was sowieso heel bijzonder dat ze weer bij elkaar kwamen en gingen optreden.
Maar in 2019 kwamen ze terug voor een concert waarbij de focus sterk lag op de oude albums (waar ze volgens mij weinig of niks van speelden in 2012). Dat optreden staat in mijn top 3 favoriete concerten. Check die setlist!
1
geplaatst: 31 juli 2025, 10:47 uur
GusGus: ik had kaartjes voor een concert in Amsterdam maar kon helaas door ziekte niet gaan.
Blijft een heerlijke band.
Ik kwam er ook een paar jaar geleden achter dat hij meegedaan had aan het Songfestival. Wat een springplank naar succes is het soms toch ook
Blijft een heerlijke band.
Ik kwam er ook een paar jaar geleden achter dat hij meegedaan had aan het Songfestival. Wat een springplank naar succes is het soms toch ook

0
geplaatst: 31 juli 2025, 17:54 uur
aERodynamIC schreef:
GusGus: ik had kaartjes voor een concert in Amsterdam maar kon helaas door ziekte niet gaan.
Blijft een heerlijke band.
Ik kwam er ook een paar jaar geleden achter dat hij meegedaan had aan het Songfestival. Wat een springplank naar succes is het soms toch ook
GusGus: ik had kaartjes voor een concert in Amsterdam maar kon helaas door ziekte niet gaan.
Blijft een heerlijke band.
Ik kwam er ook een paar jaar geleden achter dat hij meegedaan had aan het Songfestival. Wat een springplank naar succes is het soms toch ook
Melkweg denk ik? Dat was erg tof toen.
Mocht IJsland ooit nog eens het ESC winnen dan kan dit feitje wat vaker boven water worden gehaald.

0
geplaatst: 31 juli 2025, 19:31 uur
Klopt. Melkweg. Gebeurt niet vaak dat ik een concert moet laten gaan....
18
geplaatst: 31 juli 2025, 20:12 uur
https://i0.wp.com/oildale.s3.amazonaws.com/wp-content/uploads/2015/06/22082041/Pink-Floyd-1967-resize-5.jpg?quality=89&ssl=1
51. Pink Floyd
Favoriete albums: The Piper at the Gates of Dawn, A Saucerful of Secrets, Wish You Were Here
Favoriete nummers: See Emily Play, Interstellar Overdrive, Set the Controls for the Heart of the Sun, A Saucerful of Secrets, Atom Heart Mother, Summer ‘68, Echoes, The Great Gig in the Sky, Shine on You Crazy Diamond (Parts VI-IX)
Deep cuts: See Emily Play, Point Me At Sky
Live gezien: nee
Ook in de lijst van: vigil (64), dazzler (59), Casartelli (34)
Pink Floyd is zo’n grote band dat vrijwel iedereen er wel een mening over heeft, positief of negatief. Het is een groep met een lange, bewogen geschiedenis – en meerdere kapiteins op het schip. Daardoor kun je moeiteloos een geliefd album verafschuwen dat anderen juist koesteren, en andersom. Voor mij begon het Pink Floyd-verhaal in 1994, toen The Division Bell uitkwam en ik Take It Back en High Hopes intrigerende nummers vond. Ik leende de cd bij de bibliotheek, zette hem op een cassettebandje en draaide die af en toe. Gaandeweg verdween het album wat uit mijn systeem, maar High Hopes bleef hangen. Toen mijn vader in 2008 overleed na een periode van ziekte, wilde ik iets voordragen op de uitvaartdienst, maar kon ik door de spanning niet de juiste woorden vinden. Tot ik High Hopes op repeat zette, brak, en de tranen kwamen. Dat nummer heeft me destijds veel steun gegeven in een van de moeilijkste dagen van mijn leven. Het markeert voor mij het einde van de onschuld: het verbindt mijn zorgeloze jeugd met een periode van verlies, twijfel en volwassenwording.
Eigenlijk staat bovenstaande een beetje los van mijn verdere ontdekkingstocht in het oeuvre van Pink Floyd. Eind jaren ’90 kocht ik nog wel The Wall – het was immers zo’n megaklassieker. Maar veel kon ik er eigenlijk niet mee, en dat is nooit echt veranderd. Het concept spreekt me aan, maar muzikaal raakt het me nauwelijks en stoot het me soms zelfs af. Gelukkig verliep mijn kennismaking met die andere megaklassieker van Pink Floyd een stuk soepeler. The Dark Side of the Moon maakte meteen indruk toen ik het voor het eerst hoorde, lang geleden op nieuwjaarsdag. Ik lag toen half slapend op de bank bij mijn toenmalige vriendin, nog met mijn kleren aan, terwijl de muziek op de achtergrond draaide. In die halfbewuste staat kwam het album binnen als een overweldigende trip – magisch en meeslepend. Sindsdien was het lang mijn vaste soundtrack voor brakmomenten, ideaal om op zaterdagavond bij te komen op de bank.
Mijn liefde voor Pink Floyd kreeg pas echt diepgang toen ik de vroege singles en albums met Syd Barrett ontdekte. De debuutsingle Arnold Layne is een speels staaltje psychedelica dat perfect past in zijn tijd, al verraadt het nog weinig van de monumentale band die ze zouden worden. Opvolger See Emily Play spreekt me nog meer aan – het is mijn favoriet onder de vroege singles, al is het jammer dat de langere studioversie verloren is gegaan. Het hoogtepunt blijft voor mij echter het debuutalbum The Piper at the Gates of Dawn – een van de mooiste luistertrips ooit gemaakt. Het ontroerende Flaming maakt diepe indruk, evenals de psychedelische trip Astronomy Domine en het experimentele Pow R. Toc H.. Hoewel de nummers los wat minder krachtig zijn, vormt het album als geheel mijn favoriete Pink Floyd-ervaring. Ook A Saucerful of Secrets waardeer ik zeer – het is na het debuut mijn favoriete Pink Floyd-album. Vooral het titelnummer ontwikkelt zich tot een psychedelische, bijna sacrale trip die langzaam onder je huid kruipt.
Daarna verdwijnt Barrett al snel uit de band, en dat is te merken aan de muziek: de intuïtieve, avontuurlijke klanken van de beginjaren maken langzaam plaats voor een meer gestroomlijnd geluid. Mijn voorkeur ligt duidelijk bij die eerste periode – hoe vaker ik de latere albums hoor, hoe meer ze hun glans verliezen. Tot en met Wish You Were Here kan ik van elk album nog wel genieten, daarna houdt het voor mij grotendeels op. Vandaag luisterde ik weer eens naar Animals; het album zit technisch goed in elkaar, maar voelt te macho, te zwaar en raakt me – op een klein deel van Sheep na – emotioneel nauwelijks. De speelsheid en creativiteit waren natuurlijk ook op Wish You Were Here al grotendeels verdwenen, maar thematisch raakt dat album me nog wel, mede door de terugverwijzingen naar Barrett. Het voelt alsof er een hoofdstuk wordt afgesloten. En hoewel de band daarna onmiskenbaar nog grote successen behaalde, waren ze voor mij pas echt legendarisch geweest als ze na Wish You Were Here gestopt waren.
51. Pink Floyd
Favoriete albums: The Piper at the Gates of Dawn, A Saucerful of Secrets, Wish You Were Here
Favoriete nummers: See Emily Play, Interstellar Overdrive, Set the Controls for the Heart of the Sun, A Saucerful of Secrets, Atom Heart Mother, Summer ‘68, Echoes, The Great Gig in the Sky, Shine on You Crazy Diamond (Parts VI-IX)
Deep cuts: See Emily Play, Point Me At Sky
Live gezien: nee
Ook in de lijst van: vigil (64), dazzler (59), Casartelli (34)
Pink Floyd is zo’n grote band dat vrijwel iedereen er wel een mening over heeft, positief of negatief. Het is een groep met een lange, bewogen geschiedenis – en meerdere kapiteins op het schip. Daardoor kun je moeiteloos een geliefd album verafschuwen dat anderen juist koesteren, en andersom. Voor mij begon het Pink Floyd-verhaal in 1994, toen The Division Bell uitkwam en ik Take It Back en High Hopes intrigerende nummers vond. Ik leende de cd bij de bibliotheek, zette hem op een cassettebandje en draaide die af en toe. Gaandeweg verdween het album wat uit mijn systeem, maar High Hopes bleef hangen. Toen mijn vader in 2008 overleed na een periode van ziekte, wilde ik iets voordragen op de uitvaartdienst, maar kon ik door de spanning niet de juiste woorden vinden. Tot ik High Hopes op repeat zette, brak, en de tranen kwamen. Dat nummer heeft me destijds veel steun gegeven in een van de moeilijkste dagen van mijn leven. Het markeert voor mij het einde van de onschuld: het verbindt mijn zorgeloze jeugd met een periode van verlies, twijfel en volwassenwording.
Eigenlijk staat bovenstaande een beetje los van mijn verdere ontdekkingstocht in het oeuvre van Pink Floyd. Eind jaren ’90 kocht ik nog wel The Wall – het was immers zo’n megaklassieker. Maar veel kon ik er eigenlijk niet mee, en dat is nooit echt veranderd. Het concept spreekt me aan, maar muzikaal raakt het me nauwelijks en stoot het me soms zelfs af. Gelukkig verliep mijn kennismaking met die andere megaklassieker van Pink Floyd een stuk soepeler. The Dark Side of the Moon maakte meteen indruk toen ik het voor het eerst hoorde, lang geleden op nieuwjaarsdag. Ik lag toen half slapend op de bank bij mijn toenmalige vriendin, nog met mijn kleren aan, terwijl de muziek op de achtergrond draaide. In die halfbewuste staat kwam het album binnen als een overweldigende trip – magisch en meeslepend. Sindsdien was het lang mijn vaste soundtrack voor brakmomenten, ideaal om op zaterdagavond bij te komen op de bank.
Mijn liefde voor Pink Floyd kreeg pas echt diepgang toen ik de vroege singles en albums met Syd Barrett ontdekte. De debuutsingle Arnold Layne is een speels staaltje psychedelica dat perfect past in zijn tijd, al verraadt het nog weinig van de monumentale band die ze zouden worden. Opvolger See Emily Play spreekt me nog meer aan – het is mijn favoriet onder de vroege singles, al is het jammer dat de langere studioversie verloren is gegaan. Het hoogtepunt blijft voor mij echter het debuutalbum The Piper at the Gates of Dawn – een van de mooiste luistertrips ooit gemaakt. Het ontroerende Flaming maakt diepe indruk, evenals de psychedelische trip Astronomy Domine en het experimentele Pow R. Toc H.. Hoewel de nummers los wat minder krachtig zijn, vormt het album als geheel mijn favoriete Pink Floyd-ervaring. Ook A Saucerful of Secrets waardeer ik zeer – het is na het debuut mijn favoriete Pink Floyd-album. Vooral het titelnummer ontwikkelt zich tot een psychedelische, bijna sacrale trip die langzaam onder je huid kruipt.
Daarna verdwijnt Barrett al snel uit de band, en dat is te merken aan de muziek: de intuïtieve, avontuurlijke klanken van de beginjaren maken langzaam plaats voor een meer gestroomlijnd geluid. Mijn voorkeur ligt duidelijk bij die eerste periode – hoe vaker ik de latere albums hoor, hoe meer ze hun glans verliezen. Tot en met Wish You Were Here kan ik van elk album nog wel genieten, daarna houdt het voor mij grotendeels op. Vandaag luisterde ik weer eens naar Animals; het album zit technisch goed in elkaar, maar voelt te macho, te zwaar en raakt me – op een klein deel van Sheep na – emotioneel nauwelijks. De speelsheid en creativiteit waren natuurlijk ook op Wish You Were Here al grotendeels verdwenen, maar thematisch raakt dat album me nog wel, mede door de terugverwijzingen naar Barrett. Het voelt alsof er een hoofdstuk wordt afgesloten. En hoewel de band daarna onmiskenbaar nog grote successen behaalde, waren ze voor mij pas echt legendarisch geweest als ze na Wish You Were Here gestopt waren.
0
geplaatst: 1 augustus 2025, 10:15 uur
See Emily Play is geen deep cut, lijkt me?
Zondagochtend, zul je bedoelen? Of ben jij al brak voor je uitgaat?
herman schreef:
Sindsdien was het lang mijn vaste soundtrack voor brakmomenten, ideaal om op zaterdagavond bij te komen op de bank.
Sindsdien was het lang mijn vaste soundtrack voor brakmomenten, ideaal om op zaterdagavond bij te komen op de bank.
Zondagochtend, zul je bedoelen? Of ben jij al brak voor je uitgaat?

1
geplaatst: 1 augustus 2025, 11:31 uur
Johnny Marr schreef:
See Emily Play is geen deep cut, lijkt me?
Zondagochtend, zul je bedoelen? Of ben jij al brak voor je uitgaat?
See Emily Play is geen deep cut, lijkt me?
(quote)
Zondagochtend, zul je bedoelen? Of ben jij al brak voor je uitgaat?
Op vrijdag uit en dan lang doorhalen?

0
geplaatst: 1 augustus 2025, 11:33 uur
herman schreef:
The Wall (...). Het concept spreekt me aan, maar muzikaal raakt het me nauwelijks en stoot het me soms zelfs af.
The Wall (...). Het concept spreekt me aan, maar muzikaal raakt het me nauwelijks en stoot het me soms zelfs af.
Indachtig het thema lijkt het me nu juist de bedoeling dat het muzikaal soms wat afstoot

* denotes required fields.

