MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Muziek / Toplijsten en favorieten / De artiesten top 100 van (herman)!

zoeken in:
avatar van herman
Kondoro0614 schreef:
Het zelfde had ik hij mijn nummer top 100. Het is ook wel deels een momentopname, want over een paar jaar zal het waarschijnlijk weer helemaal anders staan. Alleen hoe dichter bij de 1 hoe moelijker het werd, aangezien je alles wel bovenaan wil zetten

Ik weet nog niet wat mijn nummer 1 gaat worden, maar het aantal artiesten dat daarvoor in aanmerking komt is nog wel te overzien...

avatar van GrafGantz
herman schreef:
(quote)

Ben jij wel tot het einde gebleven?


Ja, we waren met de auto

avatar van herman
https://www.udiscovermusic.com/wp-content/uploads/2020/04/Jacques-Brel-GettyImages-74255270.jpg

70. Jacques Brel

Favoriete album(s): Jacques Brel 4 (1959), Jacques Brel 5 (1961), Les Marquises (1977)
Favoriete nummers: Vesoul, Voir Un Ami Pleurer, Ne Me Quitte Pas, Jef, La Ville s’Endormait
Deep cuts: Les F…, Viellir, Il Neige Sur Liège, Orly
Ook in de lijst van: aERodynamIC (80), dazzler (21), Kronos 28)

Jacques Brel’s Ne Me Quitte Pas had ik natuurlijk al vaker gehoord, maar echt binnenkomen deed het pas toen ik het clipje zag. Brel, bezweet, getergd zingend, de camera strak op zijn gezicht gericht, ergens in een rokerig café. Hoewel de opname ook toen dik 50 jaar oud was, voelde ik de emotie volledig. Vanaf dat moment ben ik in zijn albums gedoken, tot en met Les Bourgeois. Af en toe kreeg ik een Brel-vlaag, bijvoorbeeld door het spel Greatest Hits op deze site. Ik herinner me een editie waarin Dazzler diep in de teksten dook — en terecht, want daar is veel te halen.

Neem Jef, waarin Brel zijn vriend probeert op te beuren die kapot is van liefdesverdriet. Hij zingt het schitterend: teder als hij wil troosten, bits als hij zijn vriend aanspoort zich te herpakken. Het is typisch Brel — geen gewone zanger, maar een toneelspeler die zijn verhalen leeft. Persoonlijk, confronterend, universeel. En misschien zingt hij niet alleen over een vriend, maar ook over zichzelf. Is Jef wel iemand anders? Of is hij het zelf, in tweespraak?

Mijn Franse leesvaardigheid is redelijk, en Brel’s teksten zijn het waard zo af en toe te bestuderen. Vesoul is misschien wel mijn favoriete nummer, tout court. Ik ontdekte dat het in twee takes is opgenomen in een Parijse studio, aan het eind van een opnamesessie. Chet Baker stond al te wachten om naar binnen te mogen, terwijl Brel — tegen zijn gewoonte in — accordeonist Marcel Azzola nog maar eens liet improviseren. En hoe. Brel wilde het nummer zelfs Azzola-Vesoul noemen, maar dat vond Azzola wat te veel eer.

Vesoul is opzwepend, met een haast manische energie, waarin Brel een verhit gesprek voert met zijn geliefde. De tekst is een aaneenschakeling van frustraties over het voortdurend moeten reizen naar plekken waar zij heen wil — Vesoul, Vierzon, Hambourg — en nooit blijven waar hij zelf wil. De sfeer is soms kolderiek, maar onder de opgejaagde toon ligt een diepe vermoeidheid en machteloosheid verscholen.

In mijn laatste Brel-fase ben ik zijn album Les Marquises gaan luisteren — zijn eerste studioalbum in tien jaar - en ook zijn allerlaatste. In de tussentijd had hij een behoorlijk succesvolle filmcarrière opgebouwd als acteur en regisseur. Ook had hij een passie voor zeilen ontwikkeld. Hij begon aan een wereldreis, maar die brak hij halverwege af om te blijven wonen op de Marquesaseilanden in Frans-Polynesië. Hij kocht een klein vliegtuig, doopte het Jojo als eerbetoon aan zijn overleden beste vriend en werd een soort luchttaxi tussen thuisbasis Hiva Oa en Tahiti, een kleine 1500 kilometer verderop. Af en toe vloog hij terug naar Europa voor behandelingen aan zijn longkanker. En gelukkig ook om het meesterlijke slotakkoord van zijn muzikale carrière op te nemen.

Les Marquises klinkt alsof hij dieper gaat dan ooit. Hij wist waarschijnlijk dat hij niet lang meer te leven had, en had ook zijn beste vriend Jojo al verloren. Voir un ami pleurer is misschien wel Brel op zijn puurst — ontdaan van het theatrale, zonder bombast. Alleen de stem, de tekst, de pijn. Een reeks waarnemingen over de wereld, en dan steeds weer dat slot: "maar een vriend zien huilen…". Geen groot drama, alleen dat ene, simpele menselijke verdriet dat zwaarder weegt dan al het andere.

avatar van herman
https://www.rollingstone.com/wp-content/uploads/2018/06/rs-184684-107110185.jpg?w=1581&h=1054&crop=1

69. Fleetwood Mac

Favoriete album(s): Rumours (1977), Tusk (1979)
Favoriete nummers: Dreams (top 10 aller tijden), Everywhere, Rhiannon, The Chain, Sara, Landslide
Deep cuts: I Believe My Time Ain’t Long, Angel, Sisters of the Moon
Ook in de lijst van: dazzler (41)

Mijn 15-jarige ik verkettert me vast omdat ik Fleetwood Mac zo hoog in mijn lijst heb staan. Destijds was er regelmatig een aankondiging te horen van de TROS, die op 3FM een special hadden over Rumours. Vreselijk suf en oubollig vond ik het klinken. Mijn beeld werd enigszins bijgesteld door Courtney Love’s Hole, die voor de film The Crow: City of Angels een cover van Gold Dust Woman opnamen. En die vond (en vind) ik geweldig. Suffe band dus, maar wel met één heel goed nummer. Toen ik Rumours een keer tegenkwam op lp voor één gulden, nam ik 'm toch maar mee – en af en toe draaide ik 'm eens. Verder associeerde ik Fleetwood Mac vooral met een stammenstrijd binnen mijn muzikale netwerk: de oudere garde zweerde bij de vroege Fleetwood Mac van Peter Green, voor wat jongere liefhebbers begon het pas interessant te worden vanaf 1975.

Rumours vond ik beetje bij beetje steeds mooier worden. The Chain werd een volgende favoriet, al ervaarde ik het album nog lang als veilig. Muzikaal scheurt het dan ook nergens buiten de bocht: er zijn geen venijnige gitaren of anderszins dwarse geluiden te horen. Maar hoe ouder ik word, hoe bijzonderder ik het vind dat twee stellen hun ongetwijfeld pijnlijke break-ups zo in muziek hebben weten te gieten – en daarna nog jarenlang al die nummers samen hebben gezongen. Nog steeds vind ik niet elk nummer helemaal raak, maar inmiddels kan ik bijna elk nummer wel behoorlijk waarderen. Als laatste favoriet kwam Oh Daddy erbij, hartverscheurend mooi gezongen door de helaas overleden Christine McVie.

Dat Fleetwood Mac in deze lijst staat, komt echter vooral door:

a) Everywhere
Dat nummer had ik al jaren in mijn hoofd, maar ik wist nooit hoe het heette of van wie het was. Ik vind het echt een fantastisch nummer, en als ik vijf nummers zou moeten noemen die mijn muzikale dna herbergen, hoort deze er zeker bij. Halverwege de jaren ’00 kwam ik er dan eindelijk achter via The Field, die het samplede op zijn album From Here We Go Sublime. Een goede keuze van Alex “The Field” Willner, want er zit een sprankelende drive in Everywhere: het is dansbaar, maar niet opdringerig. Het heeft een zalige jaren ’80-productie, maar is toch tijdloos. Hij wist dat gevoel prachtig te reproduceren in een techno-context — warm, repetitief en dromerig, maar met diezelfde lichte euforie.

Sinds de jaren ’10 realiseer ik me steeds meer dat warmbloedige electropop met een flinke scheut jaren ’80-Fleetwood Mac een van mijn favoriete microgenres is. Luister maar eens naar Haerts – Wings, Time for Dreams – You’ve Got A Friend, Liv – Wings of Love, TOPS – The Hollow Sound of the Morning Chimes, St. Lucia – Elevate. Everywhere is nooit ver weg; ik ben dol op dat specifieke jaren ’80-geluid.

b) Stevie Nicks
Ergens halverwege de jaren ’10 liep ik op de een of andere manier ineens tegen allerlei Stevie Nicks-nummers aan. Rooms on Fire via een oude hitlijst, Stop Draggin’ My Heart Around (met Tom Petty) via een popquiz, en vooral Stand Back via een afterparty op Primavera Sound. Ik had dat nummer toen net ontdekt, maar daar sloeg het in als een bom – en was het voor een tijdje het beste nummer ooit gemaakt.

Misschien is Nicks wel mijn favoriete zangeres aller tijden (qua stem dan), al komen er nog een paar langs hier natuurlijk. Vallen voor de stem van Stevie was uiteraard ook een reden om meer naar Fleetwood Mac te luisteren. Rumours, maar ook andere albums. En daarbij merk ik hetzelfde: soms oubollig op het eerste gehoor, maar hoe vaker je het hoort, hoe beter het wordt…

Oh, en die oude Fleetwood Mac is ook prima natuurlijk. Bizar dat een band zo compleet van geluid kan veranderen.

avatar van Johnny Marr
herman schreef:
Het titelnummer—met een zeldzame Nederlandstalige bijdrage van Tom Barman

Ik Ben Aanwezig is echt om kapot te gaan zo mooi hé telkens helemaal gebroken na dat meesterwerk. Ik heb het over het nummer, voor alle duidelijkheid. En Tom Barman voegt wel heel veel toe hoor op dat nummer, zonder hem zou ik het niet half zo briljant vinden.

avatar van herman
Zeker! Dat nummer is hem op het lijf geschreven.

avatar van Choconas
Johnny Marr schreef:
(quote)

Ik Ben Aanwezig is echt om kapot te gaan zo mooi hé telkens helemaal gebroken na dat meesterwerk. Ik heb het over het nummer, voor alle duidelijkheid.

Tom Barman is anders ook een meesterwerk!

avatar van Choconas
herman schreef:
69. Fleetwood Mac

Favoriete nummers: Dreams (top 10 aller tijden), Everywhere, Rhiannon, The Chain, Sara, Landslide

Mooi stuk over Fleetwood Mac. Dreams is zo’n bloedmooi nummer, hè, die zou zeker ook mijn top 10 aller tijden halen!

avatar van herman
https://npr.brightspotcdn.com/dims4/default/fb5f603/2147483647/strip/true/crop/4555x2562+0+0/resize/1760x990!/format/webp/quality/90/?url=http%3A%2F%2Fnpr-brightspot.s3.amazonaws.com%2Flegacy%2Fsites%2Fkplu%2Ffiles%2F202102%2Fnina-simone__credit_-_courtesy_of_verve_.jpg

68. Nina Simone

Favoriete album(s): Pastel Blues (1965), Wild Is The Wind (1966)
Favoriete nummers: My Baby Just Cares For Me, See-Line Woman, Sinnerman, Four Women, Wild is the Wind, Ain’t Got No - I Got Life, To Be Young, Gifted & Black
Deep cuts: Plain Gold Ring, Children Go Where I Send You, Willow Weep For Me, Revolutions (Pts. 1 & 2)
Live gezien: nee
Ook in de lijst van: aERodynamIC (46), Shaky (34), Brunniepoo (66), Kronos (35), itchy (14)

Van Nina Simone luisterde ik lang zo af en toe haar debuut Little Girl Blue, nadat ik dat oppikte in een café waar het regelmatig ’s middags aanstond. Mooie muziek, sfeervol. Heel veel meer dan dat betekende het niet voor mij. Dat veranderde enigszins toen ik Ain’t Got No – I Got Life ontdekte. Ik had het hier en daar wel eens gehoord, maar in een mindere periode putte ik er ineens kracht uit. Na een lange opsomming van zaken die zij mist in het leven, draait ze het om: wat heb ik eigenlijk allemaal wél. En dat is eigenlijk altijd heel veel. Als het even wat minder gaat, kun je altijd teruggrijpen op dit nummer.

Maar later kwam ik erachter dat Nina’s muziek meer deed dan zorgen voor feeling good. Vrijwel alle emoties komen wel voorbij in Simone’s muziek. Soms was het ook feeling sad, feeling furious, of gewoon feeling impressed.

Dat laatste was zeker het geval toen ik voor het eerst Sinnerman hoorde. Destijds had ik nooit zo’n intense, naar muziek vertaalde zielenstrijd gehoord. Het nummer is een spirituele traditional die stamt uit het begin van de 20e eeuw, maar de manier waarop Nina het compleet naar haar hand zet is ronduit indrukwekkend. De herhaling, de dreiging, de manier waarop het steeds verder opstuwt — het grijpt je bij de keel. En haar pianospel is hier minstens zo belangrijk als haar stem: die drammende akkoorden, die onafgebroken cadans. Het is alsof ze de duivel op de hielen zit.

Eenmaal Sinnerman ontdekt, begon ik langzaam meer van haar albums te beluisteren, en op den duur raakte ik steeds meer gefascineerd door haar muziek en krachtige personae. Indrukwekkend vind ik het activisme en het engagement bij de burgerrechtenbeweging dat je vanaf Mississippi Goddam terug hoort in haar muziek. Dat nummer schreef ze naar aanleiding van de moord op burgerrechtenactivist Medgar Evers en de bomaanslag op een kerk in Birmingham waarbij vier zwarte meisjes omkwamen. Het begint als een soort showtune — ze kondigt het aan met: “This is a show tune, but the show hasn’t been written for it yet” — maar gaandeweg wordt de toon grimmiger en steeds directer. Een essentieel nummer in haar oeuvre, maar in de jaren erna legt ze de lat nog hoger en brengt ze haar beste werk uit.

Een topfavoriet is Four Women, van het album Wild is the Wind, waarin zij aan de hand van vier archetypen zwarte vrouwen 400 jaar geschiedenis doorneemt. Van de onderdrukte vrouw tijdens de slavernij tot de meer hedendaagse tegenhanger die niet gehoorzaam is, maar juist boos, fel en soms zelfs gewelddadig.

Misschien is dat wel waarom ik haar zo goed vind. Haar muziek is niet alleen mooi of krachtig, maar doordrenkt van ervaring, van onderdrukking, van strijd — en die strijd is niet altijd netjes of gemakkelijk. Toch weet ze altijd iets van schoonheid te vinden in haar muziek. En tegelijkertijd opent ze een venster op de Amerikaanse geschiedenis waar we ook nu nog lessen uit kunnen trekken.

avatar van herman
https://npr.brightspotcdn.com/dims4/default/d144ba2/2147483647/strip/true/crop/1920x1080+0+0/resize/1760x990!/format/webp/quality/90/?url=http%3A%2F%2Fnpr-brightspot.s3.amazonaws.com%2F5c%2F14%2Fd7bd8b12493096db2606a1ac2b81%2Fyo-la-tengo-credit-cheryl-dunn-2000x1500.jpg

67. Yo La Tengo

Favoriete album(s): Painful (1993), I Can Hear The Heart Beating As One (1997)
Favoriete nummers: From A Motel 6, Tom Courtenay, Sudden Organ, I Heard You Looking, Moby Octopad, Autumn Sweater, Stockholm Syndrome
Deep cuts: The Shaker, Blue-Green Arrow, My Little Corner of the World (een beetje als de Moe Tucker liedjes van de Velvet Underground)
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: itchy (19)

1997 was een topjaar voor muziek. Destijds luisterde ik vooral naar OK Computer en Homogenic. Maar als ik nu terugkijk naar al mijn stemmen op albums uit dat jaar, zijn er inmiddels andere platen die ik veel vaker draai. Veruit het meest gedraaide 1997-album van de afgelopen vijftien jaar is Yo La Tengo’s I Can Hear the Heart Beating as One. Destijds volgens mij eens opgepikt via deze website.

De eerste keer dat ik er echt voor ging zitten, overviel het me nogal. Ik had iets stevigers verwacht – een soort Sonic Youth-light misschien – maar het bleek een slaperige, dromerige plaat, met een onderhuidse spanning die zich langzaam opbouwt en af en toe aan de oppervlakte komt (Moby Octopad). De intensiteit zit meer in de sfeer dan in het volume, en deed me denken aan Galaxie 500 (waar ik toen veel naar luisterde), zij het dat het muzikaal veel gevarieerder is. Ik hoor naast Galaxie 500-achtige liedjes ook charmante twee-pop in de stijl van Belle & Sebastian, Dinosaur Jr.-achtige gitaarrock, maar zelfs ook bossa nova en een Beach Boys-cover (Little Honda, vooral bekend in de girl group-versie van The Hondells). Door de verschillende vocalisten klinkt het album afwisselend, maar het geheel blijft intiem, warm en
coherent.

Nu staat de plaat weer op, en eigenlijk denk ik er niet veel anders over. Het album gaat alle kanten op, maar op een manier die blijft boeien. Bij pak ’m beet de eerste vijf nummers heb ik bij ieder track het gevoel dat het evengoed de opener had kunnen zijn. De opbouw voelt wat ongrijpbaar, alsof de volgorde net niet klopt, maar dat geeft het juist z’n charme. Gaandeweg zakt het album in een rustiger ritme, met vooral mooie ingetogen liedjes en een uitgesponnen krautrockjam (Spec Bebop).

Ook Blue Green Arrow, dat als single werd gekozen, is bijzonder: volledig instrumentaal, zonder uitspattingen, maar met een langzaam verstuivende sfeer. Het is alsof je wakker wordt in het gras, ergens op een zomerochtend tussen de krekels. Het zou zo een outro van een Godspeed You! Black Emperor-nummer kunnen zijn. Het zo klein houden en tóch weten te boeien, dat is niet veel bands gegeven. Een ander hoogtepunt is Autumn Sweater – wat mij betreft een van hun mooiste liedjes. Wel typisch Yo La Tengo: een nummer dat vooral werkt binnen het grotere geheel, minder als losse track.

Vrij snel nadat ik ze had ontdekt zag ik de band een paar keer live. Voor het eerst in maart 2013 in Paradiso, waar ze een geweldig concert gaven – met onder andere een gierende versie van I Heard You Looking, van Painful – mijn andere favoriete album van de band. En later dat jaar op het Le Guess Who?-festival, een van de laatste optredens die ik zag in het oude Tivoli.

Hoe lang de band nog doorgaat vraag ik me af, nu ik zie dat Ira Kaplan en Georgia Hubley -de harde kern van de band- richting de zeventig gaan. Maar goed, ze hebben inmiddels een gigantisch oeuvre opgebouwd waar je een leven lang mee vooruit kunt. Op setlist.fm zie ik dat ze alleen al live zo’n 1250 verschillende nummers hebben gespeeld, waaronder bijna 1000 covers. Pfoe.

avatar van GrafGantz
herman schreef:
Op setlist.fm zie ik dat ze alleen al live zo’n 1250 verschillende nummers hebben gespeeld, waaronder bijna 1000 covers.


Eigenlijk gewoon een veredelde coverband dus

avatar van herman
GrafGantz schreef:
(quote)


Eigenlijk gewoon een veredelde coverband dus

Ja, een beetje als Led Zeppelin

avatar van Johnny Marr
Pffff, Nina Simone en Yo La Tengo Allebei zo goed hé, om kapot te gaan zo mooi

avatar van herman
https://miro.medium.com/v2/resize:fit:4800/format:webp/1*9JDH3HRGtl1Ahyr6L-0qpg.jpeg

66. Broadcast

Favoriete album(s): The Noise Made By People (2000)
Favoriete nummers: Papercuts, Come On Let’s Go, You Can Fall, City in Progress, Pendulum, Black Cat
Deep cuts: Unchanging Window / Chord Simple (EP-vesie), Test Area, The Book Lovers
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: -

Broadcast zag ik live in 2000 op het London Calling-festival, als een van de laatste bands, diep in de nacht, gezeten op het balkon. Mooi, maar het kwartje viel pas echt bij de schitterende soundtrack van Morvern Callar, een van mijn favoriete films uit die jaren. Een deprimerende film over een jongen die zelfmoord pleegt en zijn vriendin een cassettebandje met zijn favoriete muziek nalaat. Dat bandje is tegelijkertijd ook de soundtrack van de film, en misschien wel de mooiste soundtrack die ik ken. Zes artiesten ervan zijn sowieso al terug te vinden in mijn top 100. Eén van de nummers is Broadcasts “You Can Fall”, dat me ertoe aanzette het meesterlijke album The Noise Made By People aan te schaffen.

Dat is echt een schitterende plaat, waarin Bacharach-achtige sixtiespop wordt gecombineerd met psychedelische elektronica vol analoge instrumenten en een subtiele, maar soms venijnige productie. Ik herinner me dat ik destijds eens achter de bar stond op mijn studentenvereniging en deze cd draaide over het geluidssysteem. Iemand vroeg wie in godsnaam de sadistische producer hierachter was, om vervolgens te vragen of hij een kopietje mocht.

Later begreep ik dat deze stijl het muzikale equivalent is van hauntology — een term uit de jaren negentig, bedacht door een Franse filosoof om te beschrijven hoe de toekomst in de postmoderne cultuur lijkt te zijn vastgelopen. Kunst — en hier muziek — wordt als het ware achtervolgd of gegijzeld door de esthetiek van vroeger, omdat de toekomst die ooit werd beloofd nooit is uitgekomen. Bij Broadcast hoor je dat onder meer terug in hun gebruik van library music en duidelijke invloeden van de BBC Radiophonic Workshop. Ook een groep als Boards of Canada krijgt nog wel eens het hauntology-stempel, dat trouwens een woordspeling is op ontology — de leer van het zijn.

In 2005 zag ik de band nog eens live, ditmaal in Rotown — veel steviger en harder dan destijds in Paradiso. Ik hield er een mooie poster aan over die jarenlang op mijn kledingkast hing. Latere albums gingen er minder goed in dan The Noise Made By People, maar ik bleef ze draaien, en was geschokt toen ik in januari 2011 op Twitter las dat Trish Keenan, de zangeres, was overleden aan een longontsteking als gevolg van de Mexicaanse griep.

Twee jaar later verscheen alsnog het album waar Keenan en James Cargill, het enig overgebleven bandlid, destijds aan werkten. Wederom een soundtrack — dit keer van een ongemakkelijke film: Berberian Sound Studio, een psychologische thriller over een foley-artiest die langzaam gek wordt tijdens het werken aan een horrorfilm. Dat gegeven, en het feit dat de film zich afspeelt in het Italië van de jaren zeventig, is Broadcast op het lijf geschreven, gezien hun voorliefde voor analoge synthesizers, experiment en stockmuziek. Het leverde een fascinerende luistertrip op, waarop voor mij vooral de pastorale klanken blijven hangen. Er zijn heel wat stukken waarin een kerkorgel de boventoon voert, en ik me bij een soort afscheidsmis voor Keenan waan. Zeker omdat áls ze dan eens te horen is — zoals in “Collatina, Mark of Damnation” — dat dan ook uit de verte is, als een stem uit het hiernamaals.

Ergens is het wel wrang dat ik naar Broadcast begon te luisteren door het overlijden van een fictief persoon, en dat de groep nu niet meer bestaat door het overlijden van een levensecht mens. Zo blijft hun muziek herinneringen oproepen aan een toekomst die had kunnen zijn.

avatar van GrafGantz
herman schreef:
In 2005 zag ik de band nog eens live, ditmaal in Rotown


En ook hier was ik bij, blijft grappig hoe vaak onze paden elkaar in het verleden gekruist hebben nog ruim voor we elkaar überhaupt kenden. Ik heb zelfs nog een bandshirt gekocht daar.

avatar van Rudi S
Ok als ik het goed begrijp heeft het dus niets met stalken te maken

avatar van GrafGantz
Wellicht dan van de kant van Herman, die is ooit van Leiden verhuist naar het eind van mijn straat. Al woont ie ondertussen weer een paar minuten verder

avatar van Rudi S
Hij heeft Jou vast ook in de gebruikers update staan.

avatar van herman
Rudi S schreef:
Hij heeft Jou vast ook in de gebruikers update staan.

Die functie gebruik ik nooit, maar ik heb het even gecheckt en inderdaad.

Ik verwacht nog wel een paar concerten te noemen waar Graf is bij geweest...

avatar van herman
https://variety.com/wp-content/uploads/2019/02/rexfeatures_1683074c-e1550895652496.jpg?w=1000&h=513&crop=1

65. The Kinks

Favoriete album(s): Something Else (1967), Are the Village Green Preservation Society (1968)
Favoriete nummers: A Well Respected Man, Tired of Waiting for You, Rainy Day in June, Yes Sir - No Sir, Shangri-La, Everybody’s Gonna Be Happy, Dedicated Follower of Fashion, Days, David Watts
Deep cuts: (I Wish I Could Fly Like) Superman
Live gezien: nee
Ook in de lijst van: vigil (73), dazzler (61)

Lange tijd was The Kinks voor mij niet meer dan de band van Lola – een tweevoudige nummer 1-hit in de Nederlandse Top 40 die ik kende uit de Top 100 Aller Tijden. Als 13-jarige zat ik daar nog wel voor klaar, maar eerlijk gezegd deed Lola me nooit zoveel – en dus liet ik The Kinks jarenlang links liggen.

Totdat ik rond het jaar 2000, via Audiogalaxy of een ander duister downloadnetwerk, ineens mp3’tjes had van Yes Sir, No Sir, Victoria en Shangri-La. Dat was andere koek. Het bleken nummers van het album Arthur (Or the Decline and Fall of the British Empire) uit 1969. Arthur was oorspronkelijk bedoeld als soundtrack bij een tv-serie voor ITV, maar die werd uiteindelijk geschrapt wegens te hoge kosten. Het album kwam, zij het vertraagd, alsnog uit.

Arthur werd uiteindelijk mijn eerste echte Kinks-album, al vond ik het aanvankelijk wat bedompt klinken. Shangri-La, met zijn fraaie muzikale wendingen, bleef wel altijd een topfavoriet. Maar pas bij mijn tweede Kinks-plaat viel het kwartje echt: The Kinks Are the Village Green Preservation Society. Een heerlijke lenteplaat: vijftien sprankelende, melancholische liedjes die blijven hangen. Waar Arthur wat zwaar klonk, was Village Green fris en betoverend.

Daarna begon ik me stap voor stap te verdiepen in de rest van hun jaren ’60-werk, en kwamen er steeds nieuwe favorieten bij. Vooral Face to Face (1966) en Something Else (1967) maakten indruk. Face to Face voelde als de eerste échte Kinks-plaat. Anders dan hun eerdere albums, die vaak haastig in een paar sessies werden opgenomen, namen Ray en consorten hier echt de tijd. De eerste successen hadden hun tol geëist van Ray Davies – wat ook wel te horen is aan het wat matte Kinks Kontroversy. Tijdens het schrijven van Face to Face verkeerde Ray naar verluidt in een emotioneel deplorabele staat, maar zoals meestal levert dat de mooiste muziek op. Neem het majestueuze Rainy Day in June, waarin een enorme regenbui alle hoop wegspoelt: “The eagle spread its mighty wings / And pounced upon its prey / And all the skies, so brilliant blue / Turned suddenly to grey”. Of het bezwerende, bijna Oosters klinkende Fancy, met de regel: “My love is like a ruby that no one can see.” Arme Ray... en hij was toen nog maar een jaar of 21.

Something Else klonk voor mij net iets minder verfijnd dan Village Green, maar ook dit album won snel aan kracht. Het moest even indalen, zoals Arthur dat eerder ook had moeten doen.

In de jaren 2010 raakte ik nog dieper in de ban van muziek uit de jaren ’60, toen ik een wekelijkse hitparade maakte (te vinden in de topics ‘Wekelijks: de singles top 20 van 50 jaar terug’ en ‘1981 - Tipparade-, singles- en eigen lijsten/besprekingen’ – ooit begonnen in 1967, inmiddels al 15 jaar onderweg). Zo kwam ik ook de losse singles van The Kinks tegen, die in de jaren ’60 zelden op albums verschenen. En dus een flinke meerwaarde hadden.

Natuurlijk is You Really Got Me een logische favoriet – de oerklassieker van The Kinks. De rauwe gitaarriff zou invloedrijk blijken: denk aan I Can't Explain van The Who of Satisfaction van The Rolling Stones. Zelf zie ik het ook zeker als een schakel tussen Louie Louie van The Kingsmen – een grote inspiratiebron voor Davies – en de genoemde nummers. Halverwege jaren ‘60 scoorden The Kinks hit na hit: het opgewekte Everybody’s Gonna Be Happy (later nog gecoverd door Queens of the Stone Age) en A Well Respected Man, waarin Ray Davies voor het eerst zijn tanden zet in de Britse klassenmaatschappij.

Persoonlijk word ik ook erg blij van Dedicated Follower of Fashion, dat ik veel luisterde in de periode dat ik voor het eerst in Londen was. Met die tekst over Carnaby Street voelde ik me ineens zelf onderdeel van de Carnabetian army. Overigens is het kunstwinkeltje We Built This City aan Carnaby Street een leuke plek met veel muziekgerelateerde hebbedingen en kunstwerken.

Inmiddels ken ik het 60s-oeuvre van The Kinks vrijwel uit mijn hoofd, maar voelt het als hoog tijd om verder te kijken. Want ook na de jaren ’60 hebben ze nog een indrukwekkend oeuvre opgebouwd (in ieder geval in kwantiteit). Voorlopig blijf ik hangen bij hun eerste seventiesalbum: Lola Versus Powerman and the Moneygoround, Part One. Een prima plaat, al staat Lola er wéér op… misschien moet ik daar nu sneller voorbij luisteren.

avatar van herman
https://www.rockarchive.com/media/1070/beck-bk002mg.jpg?width=800&height=558&mode=stretch&overlay=watermark.png&overlay.size=230,20&overlay.position=0,538

64. Beck

Favoriete album(s): Mellow Gold (1994), Odelay (1996), Morning Phase (2014)
Favoriete nummers: Forcefield, Beercan, Deadweight, Tropicalia, Nicotine & Gravy, Hotwax, Where It’s At
Deep cuts: The Horrible Fanfare/Landslide/Exoskeleton, Cyanide Breathmint, Truckdriving Neighbours Downstairs, You've Got A Woman (met Natalie Bergman)
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: -

"Who are you?
I am the enchanting wizard of rhythm.
Why did you come here?
I came here to tell you about the rhythms of the universe."



Als je het hebt over Beck kun je met wat goede wil twee tijdlijnen onderscheiden.

1. HOMO ECLECTICUS
Enerzijds is daar het in de jaren '90 door het muziekjournaille berookte wonderkind, dat met Mellow Gold en vooral Odelay legendarische platen afleverde — albums die destijds zeer invloedrijk waren op artiesten als Eels, G. Love & Special Sauce en Bran Van 3000. Het was ook de Beck waar ik toen vooral fan van was. Zoals zovelen ontdekte ik hem via zijn ironische doorbraakhit Loser, waarin hij zijn voorliefdes voor folk en hiphop combineerde. Maar pas via Odelay, waarin genres als lo-fi, funk, rock en elektronica op speelse wijze worden vermengd, raakte ik echt verkocht. Destijds had die plaat een soort OK Computer-achtige status. Nu klinkt het vooral als een ‘90s ding’: goed geproduceerd, energiek, maar ook (prettig) gedateerd.
Toch blijft het knap hoe hij daar met brute collagetechniek en krankzinnige samples iets wist te maken dat fris én toegankelijk klonk. Ik luisterde het album destijds kapot en nu zet ik het af en toe nog eens op — om te horen hoe goed het eigenlijk was. Als ik eraan terugdenk, zie ik hem nog met een paardenhoofd over het Pinkpop-podium springen. Die waanzin hoor je terug in tracks als Novacane en Where It’s At — de slackerhit bij uitstek, al vond Beck zichzelf bepaald geen slacker, omdat hij zich lang kapot had gewerkt in waardeloze baantjes (zijn werk bij een videotheek omschreef hij eens als het op alfabet zetten van de pornocollectie aldaar). Odelay was knotsgek, positief en vrolijk chaotisch — en zal voor mij altijd zijn beste plaat blijven.

2. GESCHIFTE FOLKZANGER
Maar Beck had ook een andere kant: die van de licht geschifte folkzanger die cassettes en lo-fi platen vol rommelige liedjes met absurde teksten uitbracht. Eigenlijk begon het daar allemaal mee, toen hij als tiener naar New York trok met weinig meer dan een gitaar. Twee jaar lang zwierf hij rond, sliep op banken van vrienden en werd onderdeel van de lokale anti-folk scene. Tot hij nog een berooide winter daar niet meer zag zitten en terugkeerde naar Los Angeles.
Albums als Golden Feelings en Stereopathetic Soulmanure stammen van vlak na die tijd, met bizarre maar mooie tracks als Totally Confused, Lampshade, No Money No Honey, Satan Gave Me A Taco, Will I Be Ignored By The Lord? en Mutherfuker. Een ultiem eerbetoon aan zijn folkkant kwam eigenlijk toen Johnny Cash zijn nummer Rowboat coverde op een van de eerste American Recordings. Cash, die tussen allerlei oerklassiekers ook gewoon een song van Beck uitkoos — dat zegt genoeg.

De introspectieve kant van Beck leerde ik pas beter kennen rond 2000, toen ik een vriendin had die juist meer met zijn vroege werk had. En langzaam verschoof mijn blik. Het was ook de tijd dat Midnite Vultures uitkwam — een plaat die ik toen leuk vond, maar achteraf gezien ook het begin van het einde betekende voor de lollige kant van Beck. Al zitten er nog wel uitschieters op, zoals het fantastische Nicotine & Gravy, dat eindigt in een onverwacht feestje met een oosterse melodie.

Gevoelsmatig werd de Beck uit die eerste tijdlijn na Odelay steeds iets minder spannend. Elk album leverde nog wel goede nummers op (E-Pro op Guero, Cellphone’s Dead op The Information, Wow op Colors), maar het was juist zijn zachtere, meer melancholische kant waarin hij zich bleef ontwikkelen. Dat begon eigenlijk al in 1997, toen hij met de soundtracksingle Deadweight Braziliaanse invloeden toeliet. Een lijn die hij doortrok op Mutations, met het prachtige Tropicalia — een ode aan de gelijknamige stroming uit de late jaren ’60. Die single, samen met Deadweight, is wat mij betreft misschien wel zijn beste. De cuica’s, de percussie, het zonnige ritme: het klopt allemaal.

Wat Beck voor mij interessant maakt(e), is niet de ironie of het hitpotentieel, maar de manier waarop hij zich jarenlang ontwikkeld heeft. Die liefde voor folk, hiphop, Delta blues en Braziliaanse muziek, gecombineerd met een soort melancholische lichtheid, maakt dat ik nog steeds af en toe iets nieuws in zijn platen ontdek. En dat is zeldzaam — zeker voor albums die hier soms al 25 jaar of langer in de kast staan.

avatar van vivalamusica
Een aantal CD’s van Beck vanaf Odelay in de kast staan, zelden gedraaid, nauwelijks trek in. Voor Morning Phase maak ik een uitzondering (was ook hier op MM populair) ik meen dat zijn vader (David Cambell) hier bij betrokken was, dat hoor je af aan de verzorgde arrangementen. Moeder zat ook in de muziek en was betrokken bij Andy Warholls factory. Dit verklaart misschien wel de grillige kant van Beck.

avatar van herman
Klopt, zijn moeder acteerde ook, zat o.a. nog in een film met Edie Sedgwick, een van Warhols voornaamste muses. Las dat zij in de jaren '90 nog een heel inclusieve Black Flag tribute band had met de naam Black Fag. Dat van zijn vader weet ik niet, wel dat zijn opa kunstenaar was en onderdeel uitmaakte van de Fluxus beweging. Over Beck kun je zo 10 pagina's vol schrijven hier.

Enne, nauwelijks trek in... die fases heb ik ook gehad, maar de eerste helft van Midnite Vultures vind ik nog altijd aardig briljant. En Mutations heeft ook hele mooie momenten. Mooie plaat voor laat op de avond. Morning Phase was wel een opvallende piek na een lange periode zonder uitschieters.

avatar van herman
https://assets.soundgym.co/posts/O2P9PO.jpg

63. Marvin Gaye

Favoriete album(s): How Sweet It Is To Be Loved By You (1965), What’s Going On (1971), Let’s Get It On (1973)
Favoriete nummers: Can I Get A Witness, How Sweet It Is To Be Loved By You, I Heard It Through The Grapevine, Inner City Blues (Make Me Wanna Holler)
Deep cuts: A Funky Space Reincarnation
Live gezien: nee
Ook in de lijst van: aERodynamIC (29), Brunniepoo (54)

Marvin Gaye was ook zo’n artiest die ik lange tijd alleen kende van één hit die me er juist van weerhield om verder in zijn muziek te duiken. De boosdoener? Het ultraglijerige Sexual Healing. Brrr. Ik kan er nog steeds niet goed naar luisteren. Maar inmiddels is het genie van Gaye via andere wegen alsnog tot me gekomen.

Dat begon eigenlijk via de historische hitlijsten hier op MusicMeter. Een clubje mensen houdt daar al vijftien jaar met terugwerkende kracht een wekelijkse hitparade bij. Iedereen post zijn wekelijkse lijstje, en daarna verschijnt de gezamenlijke weeklijst. Het topic waar het allemaal mee begon startte in ‘1967’ en is inmiddels beland in ‘1981’. Gastheer musician leidt dit topic al vele jaren in goede banen, en dat is bepaald geen sinecure. Zelf startte ik in 2014 een soortgelijk topic dat begon in 1989, maar na het twee jaar gerund te hebben, was ik blij dat ik het stokje kon overdragen. Het is voor mij eigenlijk de ultieme vorm van muzieknerderij — zeker als je op zoek gaat naar de releasedatum van obscure singles. Als je écht ver gaat, kun je urenlang het internet afstruinen op zoek naar oude tijdschriften met hitlijsten of radio-playlists, hitparades uit vreemde landen, of een releasedatum proberen te beredeneren aan de hand van het catalogusnummer van een single. Ik kan me daar soms uren mee bezighouden; mijn lief noemt het weleens mijn parallelle universum in Excel.

Het mooie aan die topics is dat je als het ware heel dicht op de huid van de popmuziek kruipt, en de historische ontwikkelingen en allerlei microtrends van nabij meemaakt. Denk aan de eerste singles met een sitar erin rond 1964, liedjes over spionnen (midden jaren ’60), of de periode eind ’89/begin ’90 waarin Madchester-bands ineens de Stones gingen coveren of samplen. En als je lang meedoet in zo’n topic, volg je ook de opkomst, ontwikkeling en soms het einde van een artiestencarrière.

In de jaren ’60 was een van de artiesten die ik via deze lijsten beter leerde kennen Marvin Gaye — als twintiger jarenlang een van de hofleveranciers van de Motown-hitfabriek. Hoewel ik ook veel houd van soul van labels als Stax, Cadet en Atlantic/Atco, heb ik zeker een zwak voor de enorme hoeveelheid perfecte popliedjes die Motown ons in de jaren ’60 heeft gebracht. Mijn eerste favoriet van Marvin Gaye was Hitch Hike, op zichzelf al een ijzersterk nummer. De Velvet Underground hoorde dat ook: zij baseerden hun There She Goes Again erop. En ook het intro van The Smiths’ There Is a Light That Never Goes Out is schatplichtig aan Hitch Hike. Mooie referenties, maar eigenlijk moest Gaye toen nog op gang komen. Met het schitterende album How Sweet It Is to Be Loved by You (1965) zette hij een flinke stap voorwaarts ten opzichte van de relatief ongecompliceerde songs tot dan toe. Fijne, heldere productie, mooi gespeeld en fantastisch gezongen. Het titelnummer is zijn beste trage nummer tot dan toe — veruit.

In de jaren ’60 nam Marvin Gaye ook verschillende duetalbums op met zangeressen, waarvan die met Tammi Terrell mijn favoriet zijn. Samen brachten ze tijdloze Motown-klassiekers voort, zoals Ain’t No Mountain High Enough, een nummer dat Gaye moeiteloos uit zijn mouw lijkt te schudden. Tragisch genoeg overleed Tammi Terrell veel te jong, wat een extra lading geeft aan hun samenzang. Interessant detail: Dusty Springfield had het nummer ook graag opgenomen, maar de schrijvers hielden vast aan een Motown-vertolking. De prachtige ballad If I Could Build My Whole World Around You is een ander hoogtepunt van hun samenwerking.

Eind jaren ’60 lijkt de popmuziek stilaan wat minder spontaan te worden — een trend die in meerdere genres speelt. De singles worden gemiddeld langer en artiesten gaan steeds verder de diepte in. Ook Marvin Gaye. That’s the Way Love Is is op zichzelf al schitterend, maar voelt ergens ook als een vingeroefening voor I Heard It Through the Grapevine. (Leuke popquizvraag: van wie is het origineel? Leuke vervolgvraag: wat is eigenlijk een origineel?) De muziek van Gaye wordt in deze periode steeds introspectiever, mede door het ziekbed en het overlijden van Tammi Terrell. Ook begint hij te twijfelen aan zijn rol in de popmuziek; het strakke Motown-jasje gaat steeds minder goed passen. Eigenlijk is dit de periode waarin de Motown-popster transformeert tot een muzikaal auteur, iemand die zelf de regie neemt over zijn werk.

In 1971 komt het echte keerpunt met What’s Going On, een subliem album dat hij grotendeels zelf produceerde. Muzikaal is het briljant (Inner City Blues — wow), en thematisch zijn er geen beperkingen meer. De grote maatschappelijke thema’s van die tijd komen allemaal voorbij, en — helaas — zijn veel daarvan nog steeds actueel. Ik grijp ook weleens naar dit album als er weer ellendig politiek nieuws uit de VS komt en ik muzikale troost zoek. Daarnaast blijft het fascinerend hoe een artiest zo enorm kan groeien in een paar jaar tijd.

Na What’s Going On zette Marvin Gaye zijn transformatie voort met albums als Let’s Get It On en I Want You, al maakten de politieke thema’s langzaam plaats voor sensualiteit en kwetsbaarheid. Gaandeweg vind ik de albums ook minder interessant worden. Zijn laatste album bij leven — met Sexual Healing — zal vermoedelijk door mij altijd onbeluisterd blijven. Maar tegen die tijd had Gaye al een enorm rijke muzikale erfenis opgebouwd.

NB. Lang bericht geworden, maar ik wilde dat stuk over historische hitparades ergens kwijt en dit leek me wel de juiste plek.

avatar van aERodynamIC
Grappig: ik heb ook altijd een hekel gehad aan Sexual Healing, maar toen ik Marvin echt goed ben gaan ontdekken ben ik een stuk milder voor dat nummer geworden. Nog steeds geen grote favoriet, maar ik heb er geen hekel meer aan.

avatar van MarkS73
Ik associeer Marvin Gaye ook altijd met Sexual Healing maar gezien Herman's verhaal ga ik mij toch eens wat meer in zijn muziek verdiepen...

avatar van aERodynamIC
MarkS73 schreef:
Ik associeer Marvin Gaye ook altijd met Sexual Healing maar gezien Herman's verhaal ga ik mij toch eens wat meer in zijn muziek verdiepen...

Absoluut doen!

avatar van herman
MarkS73 schreef:
Ik associeer Marvin Gaye ook altijd met Sexual Healing maar gezien Herman's verhaal ga ik mij toch eens wat meer in zijn muziek verdiepen...

Zeker doen inderdaad, al was het maar What's Going On. Als ik zo naar je top 10 kijk denk ik dat het ook wel iets voor jou kan zijn.

avatar van herman
https://preview.redd.it/pixies-1987-v0-kxdivfon3pmd1.jpeg?width=1080&crop=smart&auto=webp&s=08d6305ecd042bf65c174f728e673116cd9ed19d

62. Pixies

Favoriete album(s): Doolittle (1989)
Favoriete nummers: Gigantic, Oh My Golly!, Vamos (Surfer Rosa versie), Here Comes Your Man, Silver, Gouge Away, Trompe Le Monde, Alec Eiffel
Deep cuts: In Heaven (Lady in the Radiator Song), Winterlong, Manta Ray en vooruit, nog eentje van na 2004: Talent.
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: aERodynamIC (58), dazzler (32), itchy (100)

De carrière van de Pixies kent inmiddels wel een wonderlijk verloop. De band was zes jaar actief en bracht in die tijd één briljante EP en vier albums uit. Daarna volgde een lange stilte, en inmiddels zijn ze alweer ruim twintig jaar actief. Van een comeback kun je dan eigenlijk ook niet meer spreken, maar het gaat mij toch echt om de Pixies die eind jaren ’80 de jaren ’90 aankondigden met Come On Pilgrim, Surfer Rosa en Doolittle.

Toen ik de band pas veel later in de jaren ’90 leerde kennen via Surfer Rosa en Come On Pilgrim (samen op één cd), was ik gelijk om. Een klein uur overdonderende muziek met veel vaart, waanzin en uitstekende liedjes. Recording engineer Steve Albini wist op Surfer Rosa de band uitstekend in geluid te vangen. De liedjes zijn nog puurder en meer in your face dan op Come On Pilgrim. Ik vind dit zelf wel een fijne plaat – vooral omdat het tempo zo lekker hoog ligt en het ene juweeltje na het andere voorbij komt. Ik draai het niet vaak, maar het levert altijd een adrenalinekick op.

Alle liedjes tot nu toe waren van de hand van Frank Black, op één uitzondering na. Bassiste Kim Deal schreef Gigantic, gelijk een van Pixies’ meest iconische nummers. Frank Black heeft later eens gezegd dat de titel sloeg op de akkoordprogressie ("I'd had the word 'gigantic' in my mind just because the chord progression seemed very big to me."), maar volgens mij had Kim Deal een heel ander zaakje in gedachten.

Mijn favoriete album is waarschijnlijk opvolger Doolittle. Wellicht iets gepolijster geproduceerd, maar qua songmateriaal wat mij betreft nog wat beter dan de voorganger. Elk liedje is weer anders, maar op hun eigen manier zijn ze allemaal briljant. Favoriet momentje: de break in I Bleed, met die ongelooflijk valse en overslaande stem van Black. En ik weet niet of het een bewussie is, maar dat de songs Wave of Mutilation en I Bleed na elkaar komen op het album kan bijna geen toeval zijn. Nog een favoriet moment: de "ahoeee’s" van Frank Black in Here Comes Your Man – lange tijd überhaupt mijn favoriete song van de Pixies. No. 13 Baby en ook Silver zijn misschien de groeibriljantjes van het album. Toen ik dit album net leerde kennen vond ik dat mindere nummers, maar nu behoren ze tot mijn favorieten van de band. Dit keer overigens geen Kim Deal-songs op het album, al wordt de werkrelatie tussen Black en Deal uitstekend samengevat in het intro van Where Is My Mind?. Luister maar eens naar dit ieniemieniefragment uit ‘60 Songs That Explain the ’90s’: Black Francis over Kim Deal in Where Is My Mind?

Mijn Pixies-liefde kreeg begin deze eeuw wel een knak toen ik begon aan Bossanova, dat ik altijd wat saai heb gevonden. Slecht is-ie niet, maar de krankzinnigheid van de eerdere albums is ver te zoeken – en dat is juist wat Pixies zo leuk maakt. Na Dig for Fire is het beste er ook wel vanaf, en dan heb je bijna het halve album nog te gaan. Ook Trompe le Monde is nooit helemaal geland. Het begint fantastisch met o.a. Alec Eiffel (die laatste minuut: geweldig) en Head On, een verrassende cover van The Jesus & Mary Chain (niet zo goed als het origineel, maar die is dan ook wel héél goed). Maar al met al is het net iets te gewoontjes voor de heer Black c.s. Jammer, maar het kan niet elke keer feest zijn. Het zijn de albums waarin Deal nauwelijks nog een rol speelde. Gelukkig voor haar had zij ook haar Breeders, die op dat punt al een stuk interessanter waren dan de Pixies.

avatar van Rudi S
Pixies

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 19:10 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 19:10 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.