Muziek / Muziekgames / Super Tip-Topper
zoeken in:
3
geplaatst: 26 juni 2020, 23:21 uur
Daughters - You Won't Get What You Want (2018)
Ik heb geen oren, maar ik moet luisteren
Daughters is een gewaagde tip van hoi123. Vervreemdende, schreeuwerige, agressieve muziek die van meet af aanvoelt alsof een losgeslagen TBS’er in je oor staat te fulmineren. Kort gezegd, ben ik wel eens vriendelijker behandeld. De rode loper hoeft echter niet altijd voor de luisteraar te worden uitgerold.
De ruis waarmee City Song begint, creëert al gelijk een soort vervreemding en anticipatie. Dit wordt versterkt door het maniakale geklop. Nog even stilte. Dan barst de industriële hel los! De muziek heeft desondanks een soort leegte die voor een ongemakkelijk gevoel zorgt. De klanken zijn chaotisch, dreigend, mechanisch en indringend. De zang mag dan schreeuwerig zijn; ook de vocalen worden verdrukt door een allesomvattend manie. Best een intrigerende stijl. Het doet wat denken aan een combinatie van Blanck Mass en de jaren 80 muziek van Swans .
Dat levert een aantal sterke nummers op. Less Sex heeft een mooie droge, industrialsound. Aanvankelijk alleen stem en een beat, maar dan komt die apocalyptische gitaarnoise langs die het nummers apart genoeg fluweel doet aanvoelen. De conclusie is zelfs welhaast dansbaar. Wtf! Ocean song kent een onvast, hoekig gitaarritme als rode lijn, waarover dreinende noise wordt gegoten. Het creëert een dynamisch, neurotisch arrangement. De zang die zich tussen het lawaai probeert te proppen, komt over als een bezeten declamatie. Deze compositie vormt hierdoor een soort ruige rondedans die de klanken in de kop van de luisteraar ramt.
Hoewel de stijl voor gouden momenten zorgt, heb ik hier dezelfde kritiek bij als bij de eerste platen van Gira en collega’s: het is een behoorlijk vermoeiende zit. Dit soort hectiek is het plezierig in korte, agressieve stoten, maar heeft niet dezelfde schreeuwerige climax als de plaat bijna vijftig minuten duurt. Het industrialfilmpje blijft draaien, maar het welhaast voyeuristische genoegen dat mij deelgenoot maakte op de eerste composities verwatert ietwat. Desalniettemin kan ik zeker een goede voldoende geven aan deze muziek.
3.6*
4,20* - 08,4 / 02 / 04 - Koenr
4,20* - 12,3 / 03 / 03 - Niels94
3,74* - 18,7 / 05 / 01 - hoi123
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - aerobag
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Barney Rubble
3.37* - 10,1 / 03 / 03 - Cervantes
3,03* - 12,1 / 04 / 02 - Johnny Marr
De gebruikerbeoordeling:
3,94* - 19,7 / 05 / 01 - aerobag
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Johnny Marr
3,70* - 14,8 / 04 / 02 - Barney Rubble
3,65* - 14,6 / 04 / 02 - Koenr
3,65* - 07,3 / 02 / 04 - Niels94
3,57* - 10,7 / 03 / 03 - Cervantes
3,13* - 09,4 / 03 / 03 - hoi123
Ik heb geen oren, maar ik moet luisteren
Daughters is een gewaagde tip van hoi123. Vervreemdende, schreeuwerige, agressieve muziek die van meet af aanvoelt alsof een losgeslagen TBS’er in je oor staat te fulmineren. Kort gezegd, ben ik wel eens vriendelijker behandeld. De rode loper hoeft echter niet altijd voor de luisteraar te worden uitgerold.
De ruis waarmee City Song begint, creëert al gelijk een soort vervreemding en anticipatie. Dit wordt versterkt door het maniakale geklop. Nog even stilte. Dan barst de industriële hel los! De muziek heeft desondanks een soort leegte die voor een ongemakkelijk gevoel zorgt. De klanken zijn chaotisch, dreigend, mechanisch en indringend. De zang mag dan schreeuwerig zijn; ook de vocalen worden verdrukt door een allesomvattend manie. Best een intrigerende stijl. Het doet wat denken aan een combinatie van Blanck Mass en de jaren 80 muziek van Swans .
Dat levert een aantal sterke nummers op. Less Sex heeft een mooie droge, industrialsound. Aanvankelijk alleen stem en een beat, maar dan komt die apocalyptische gitaarnoise langs die het nummers apart genoeg fluweel doet aanvoelen. De conclusie is zelfs welhaast dansbaar. Wtf! Ocean song kent een onvast, hoekig gitaarritme als rode lijn, waarover dreinende noise wordt gegoten. Het creëert een dynamisch, neurotisch arrangement. De zang die zich tussen het lawaai probeert te proppen, komt over als een bezeten declamatie. Deze compositie vormt hierdoor een soort ruige rondedans die de klanken in de kop van de luisteraar ramt.
Hoewel de stijl voor gouden momenten zorgt, heb ik hier dezelfde kritiek bij als bij de eerste platen van Gira en collega’s: het is een behoorlijk vermoeiende zit. Dit soort hectiek is het plezierig in korte, agressieve stoten, maar heeft niet dezelfde schreeuwerige climax als de plaat bijna vijftig minuten duurt. Het industrialfilmpje blijft draaien, maar het welhaast voyeuristische genoegen dat mij deelgenoot maakte op de eerste composities verwatert ietwat. Desalniettemin kan ik zeker een goede voldoende geven aan deze muziek.
3.6*
4,20* - 08,4 / 02 / 04 - Koenr
4,20* - 12,3 / 03 / 03 - Niels94
3,74* - 18,7 / 05 / 01 - hoi123
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - aerobag
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Barney Rubble
3.37* - 10,1 / 03 / 03 - Cervantes
3,03* - 12,1 / 04 / 02 - Johnny Marr
De gebruikerbeoordeling:
3,94* - 19,7 / 05 / 01 - aerobag
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Johnny Marr
3,70* - 14,8 / 04 / 02 - Barney Rubble
3,65* - 14,6 / 04 / 02 - Koenr
3,65* - 07,3 / 02 / 04 - Niels94
3,57* - 10,7 / 03 / 03 - Cervantes
3,13* - 09,4 / 03 / 03 - hoi123
0
geplaatst: 27 juni 2020, 09:51 uur
Fijne verhalen!
En het is volledig van de zotte, maar zelfs aan Music For 18 Musicians heb ik mij nooit gewaagd... Komt vandaag verandering in.
En het is volledig van de zotte, maar zelfs aan Music For 18 Musicians heb ik mij nooit gewaagd... Komt vandaag verandering in.
4
geplaatst: 27 juni 2020, 18:45 uur
Scorch Trio - Luggumt (2004)
Hoekige jazzritmes verklappen dat dit een onstuimige rit gaat worden. De goede interactie tussen de heren verhoogt in ieder geval gelijk de spanning. De composities op Luggumt zijn echter relatief toegankelijk, aangezien het uitstekende drumwerk van Paal Nilssen-Love steeds een inzichtelijke structuur creëert. Elk nummer heeft zo een aangename spanningsboog. Dat is opvallend omdat de klanken over elkaar lijken te vallen en de gitarist compleet uit zijn dak gaat. Een explosieve, dynamische stijl die mij doet denken aan een uitgeklede versie van Fire! Orchestra . Al brengt het bluesy gitaarspel op Furskunjt zelfs Captain Beefheart in gedachten.
Deze speelstijl wordt gelijk goed geïntroduceerd in Kjøle Høle . Explosief drumwerk en gruizige gitaren lijken met elkaar in gevecht. De tonen worden exponentieel onstuimiger, waardoor adrenaline verhogende chaos de luisteraar al snel tegemoet komt. Het daaropvolgende nummer is daarentegen bedrukkender door de zware tonen en snerpende geluiden die zowel rust als een onderliggende, geniepig spanning creëren. De heren kunnen even een adempauze inlassen. De luisteraar wordt toch wel weer met een drumkanonnade wakker geschut.
Deze Noorse jazzers creëren kortom muziek met een aangenaam push & pull-effect tussen energieke dissonantiecascades en bedrukkende soundscapes. Intense muziek! Ook vind ik het tof dat deze jazz lekker ongedwongen klinkt. Het album schijnt zonder dubs of edits te zijn opgenomen en dat geeft de muziek een aansprekende, organische klankkleur die mij steeds terug laat komen. Dit valt precies binnen mijn smaak. Ik dank Koenr voor de tip.
Terzijde. Dit is weer de zoveelste aansporing om eens meer hedendaagse Noorse noise/free-jazz te beluisteren. De discografie van The Thing moet ik bijvoorbeeld nodig eens onder handen nemen. Mijn impulsieve luistergedrag is hierbij de hoofdschuldige. Het is helaas niet anders. XD
4.1*
4,20* - 12,3 / 03 / 03 - Niels94
4,16* - 12,5 / 03 / 03 - Koenr
3,74* - 18,7 / 05 / 01 - hoi123
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - aerobag
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Barney Rubble
3.37* - 10,1 / 03 / 03 - Cervanters
3,03* - 12,1 / 04 / 02 - Johnny Marr
De gebruikerbeoordeling:
3,94* - 19,7 / 05 / 01 - aerobag
3,78* - 18,9 / 05 / 01 - Barney Rubble
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Johnny Marr
3,65* - 14,6 / 04 / 02 - Koenr
3,65* - 07,3 / 02 / 04 - Niels94
3,57* - 10,7 / 03 / 03 - Cervantes
3,13* - 09,4 / 03 / 03 - hoi123
Hoekige jazzritmes verklappen dat dit een onstuimige rit gaat worden. De goede interactie tussen de heren verhoogt in ieder geval gelijk de spanning. De composities op Luggumt zijn echter relatief toegankelijk, aangezien het uitstekende drumwerk van Paal Nilssen-Love steeds een inzichtelijke structuur creëert. Elk nummer heeft zo een aangename spanningsboog. Dat is opvallend omdat de klanken over elkaar lijken te vallen en de gitarist compleet uit zijn dak gaat. Een explosieve, dynamische stijl die mij doet denken aan een uitgeklede versie van Fire! Orchestra . Al brengt het bluesy gitaarspel op Furskunjt zelfs Captain Beefheart in gedachten.
Deze speelstijl wordt gelijk goed geïntroduceerd in Kjøle Høle . Explosief drumwerk en gruizige gitaren lijken met elkaar in gevecht. De tonen worden exponentieel onstuimiger, waardoor adrenaline verhogende chaos de luisteraar al snel tegemoet komt. Het daaropvolgende nummer is daarentegen bedrukkender door de zware tonen en snerpende geluiden die zowel rust als een onderliggende, geniepig spanning creëren. De heren kunnen even een adempauze inlassen. De luisteraar wordt toch wel weer met een drumkanonnade wakker geschut.
Deze Noorse jazzers creëren kortom muziek met een aangenaam push & pull-effect tussen energieke dissonantiecascades en bedrukkende soundscapes. Intense muziek! Ook vind ik het tof dat deze jazz lekker ongedwongen klinkt. Het album schijnt zonder dubs of edits te zijn opgenomen en dat geeft de muziek een aansprekende, organische klankkleur die mij steeds terug laat komen. Dit valt precies binnen mijn smaak. Ik dank Koenr voor de tip.
Terzijde. Dit is weer de zoveelste aansporing om eens meer hedendaagse Noorse noise/free-jazz te beluisteren. De discografie van The Thing moet ik bijvoorbeeld nodig eens onder handen nemen. Mijn impulsieve luistergedrag is hierbij de hoofdschuldige. Het is helaas niet anders. XD
4.1*
4,20* - 12,3 / 03 / 03 - Niels94
4,16* - 12,5 / 03 / 03 - Koenr
3,74* - 18,7 / 05 / 01 - hoi123
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - aerobag
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Barney Rubble
3.37* - 10,1 / 03 / 03 - Cervanters
3,03* - 12,1 / 04 / 02 - Johnny Marr
De gebruikerbeoordeling:
3,94* - 19,7 / 05 / 01 - aerobag
3,78* - 18,9 / 05 / 01 - Barney Rubble
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Johnny Marr
3,65* - 14,6 / 04 / 02 - Koenr
3,65* - 07,3 / 02 / 04 - Niels94
3,57* - 10,7 / 03 / 03 - Cervantes
3,13* - 09,4 / 03 / 03 - hoi123
5
geplaatst: 27 juni 2020, 23:04 uur
Ichiko Aoba - 0 (2013), getipt door hoi123
Na de eerste paar luisterbeurten dacht ik: soms voel je een lastig verklaarbare klik met muziek, en kennelijk had Roeland dat hier met de kalme gitaarklanken van Ichiko Aoba en haar engelachtige stem, en ik een heel stuk minder.
Inmiddels kan ik me wat meer voorstellen bij de obsessie die je volgens mij voor dit album hebt
Te horen is de Japanse dame Ichiko Aoba, die zichzelf begeleidt met slechts een akoestische gitaar. Dat doet ze op een volstrekt eigenzinnige manier. Eigenlijk ken ik weinig muziek waarbij de beschrijving 'meanderend' zo goed past - en dan niet in negatieve zin. Geen moment schrik je op door een onverwachte versnelling of vreemde wending, maar haar kalme, vaak vrij minimalistische gitaarspel maakt continu bochten, staat bijna geen moment stil.
Achter elkaar volgen de akkoorden elkaar op, melodieën herhalen zich een paar keer om voorgoed te verdwijnen, het tempo golft op en neer. De ene keer plukt Ichiko weifelend aan de snaren, bijna alsof de noten per ongeluk goed op hun plek vallen, vervolgens speelt ze vol overtuiging de schitterendste melodieën. Op papier zouden delen collegeachtig moeten aanvoelen, knip-en-plakwerk, maar Ichiko zet alles verrassend soepel achter elkaar.
Dit laatste uit zich vooral in het hoogtepunt: 機械仕掛乃宇宙, een 12 minuten durend huzarenstukje dat geen duidelijke kop, staart, lijn of wat dan ook lijkt te hebben, maar wel een sterke sfeer en emotie, en dat bol staat van de schitterende gitaar- en zangmomenten.
De opener is dan weer een traditioneler nummer met een bijna vrolijk gitaarriffje, dat af en toe aan de kant wordt geschoven voor een juist traag, wat melancholisch refrein. Nummer 5, dat slechts iets meer dan 2 minuten duurt, is zelfs een pakkend popliedje, geweldig uitgevoerd, met enkele ontroerende gitaarmelodieën.
Mars 2027 wilde ik ook nog even noemen: dit hoogtepunt is een beduidend onrustigere track dan de rest en met 8 minuten opnieuw relatief lang, maar in dit geval is de broeierige compositie een duidelijk geheel, met meer herhalende elementen. Kortom: niet alleen binnen de nummers, ook tussen de nummers weet Ichiko Aoba met relatief weinig middelen een hoop variatie aan te brengen.
Alleen de vierde track, いりぐちでぐち, die bijna 12 minuten duurt, vind ik af en toe te langdradig. Dit is denk ik het meest minimalistische nummer op het album, waarin field recordings van onder meer kwetterende vogels zijn verwerkt.
Maar misschien denk ik ook daar over een paar weken weer anders over, want 'af en toe te langdradig' was niet al te lang geleden mijn oordeel over het hele album.
4,2*
4,20* - 12,3 / 03 / 03 - Niels94
4,16* - 12,5 / 03 / 03 - Koenr
3,82* - 22,9 / 06 / 00 - hoi123
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - aerobag
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Barney Rubble
3.37* - 10,1 / 03 / 03 - Cervanters
3,03* - 12,1 / 04 / 02 - Johnny Marr
De gebruikerbeoordeling:
3,94* - 19,7 / 05 / 01 - aerobag
3,83* - 11,5 / 03 / 03 - Niels94
3,78* - 18,9 / 05 / 01 - Barney Rubble
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Johnny Marr
3,65* - 14,6 / 04 / 02 - Koenr
3,57* - 10,7 / 03 / 03 - Cervantes
3,13* - 09,4 / 03 / 03 - hoi123
Na de eerste paar luisterbeurten dacht ik: soms voel je een lastig verklaarbare klik met muziek, en kennelijk had Roeland dat hier met de kalme gitaarklanken van Ichiko Aoba en haar engelachtige stem, en ik een heel stuk minder.
Inmiddels kan ik me wat meer voorstellen bij de obsessie die je volgens mij voor dit album hebt

Te horen is de Japanse dame Ichiko Aoba, die zichzelf begeleidt met slechts een akoestische gitaar. Dat doet ze op een volstrekt eigenzinnige manier. Eigenlijk ken ik weinig muziek waarbij de beschrijving 'meanderend' zo goed past - en dan niet in negatieve zin. Geen moment schrik je op door een onverwachte versnelling of vreemde wending, maar haar kalme, vaak vrij minimalistische gitaarspel maakt continu bochten, staat bijna geen moment stil.
Achter elkaar volgen de akkoorden elkaar op, melodieën herhalen zich een paar keer om voorgoed te verdwijnen, het tempo golft op en neer. De ene keer plukt Ichiko weifelend aan de snaren, bijna alsof de noten per ongeluk goed op hun plek vallen, vervolgens speelt ze vol overtuiging de schitterendste melodieën. Op papier zouden delen collegeachtig moeten aanvoelen, knip-en-plakwerk, maar Ichiko zet alles verrassend soepel achter elkaar.
Dit laatste uit zich vooral in het hoogtepunt: 機械仕掛乃宇宙, een 12 minuten durend huzarenstukje dat geen duidelijke kop, staart, lijn of wat dan ook lijkt te hebben, maar wel een sterke sfeer en emotie, en dat bol staat van de schitterende gitaar- en zangmomenten.
De opener is dan weer een traditioneler nummer met een bijna vrolijk gitaarriffje, dat af en toe aan de kant wordt geschoven voor een juist traag, wat melancholisch refrein. Nummer 5, dat slechts iets meer dan 2 minuten duurt, is zelfs een pakkend popliedje, geweldig uitgevoerd, met enkele ontroerende gitaarmelodieën.
Mars 2027 wilde ik ook nog even noemen: dit hoogtepunt is een beduidend onrustigere track dan de rest en met 8 minuten opnieuw relatief lang, maar in dit geval is de broeierige compositie een duidelijk geheel, met meer herhalende elementen. Kortom: niet alleen binnen de nummers, ook tussen de nummers weet Ichiko Aoba met relatief weinig middelen een hoop variatie aan te brengen.
Alleen de vierde track, いりぐちでぐち, die bijna 12 minuten duurt, vind ik af en toe te langdradig. Dit is denk ik het meest minimalistische nummer op het album, waarin field recordings van onder meer kwetterende vogels zijn verwerkt.
Maar misschien denk ik ook daar over een paar weken weer anders over, want 'af en toe te langdradig' was niet al te lang geleden mijn oordeel over het hele album.
4,2*
4,20* - 12,3 / 03 / 03 - Niels94
4,16* - 12,5 / 03 / 03 - Koenr
3,82* - 22,9 / 06 / 00 - hoi123
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - aerobag
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Barney Rubble
3.37* - 10,1 / 03 / 03 - Cervanters
3,03* - 12,1 / 04 / 02 - Johnny Marr
De gebruikerbeoordeling:
3,94* - 19,7 / 05 / 01 - aerobag
3,83* - 11,5 / 03 / 03 - Niels94
3,78* - 18,9 / 05 / 01 - Barney Rubble
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Johnny Marr
3,65* - 14,6 / 04 / 02 - Koenr
3,57* - 10,7 / 03 / 03 - Cervantes
3,13* - 09,4 / 03 / 03 - hoi123
2
geplaatst: 29 juni 2020, 14:45 uur
Thy Catafalque - Rengeteg (2011), getipt door Barney Rubble
Ik vrees dat Thy Catafalque een paar muzikale keuzes heeft gemaakt die mij nét in het verkeerde keelgat schieten.
Opener Fekete Mezők vliegt nog veelbelovend uit de startblokken, met een lekker venijnige gitaarriff en een goeie drive. Het is een relatief rechttoe-rechtaan metalnummer, waarbij het venijn van begin tot eind voelbaar blijft, met onder meer een fijn spookorgeltje en ‘cleane’ vocalen die er prima bijpassen. Al had ik het hier al beter gevonden als het bij grunts was gebleven.
Het korte, pakkende Kel keleti szél roept al veel gemengdere gevoelens bij me op. Het is melodisch weliswaar sterk, maar bij momenten klinkt het welhaast als een metalpopnummer van het type dat me bijna aan powermetal doet denken. Enne... Daar houd ik niet zo van.
Het erop volgende Trilobita doet me gewoon aan het Songfestival denken. Ik krijg er eerlijk gezegd de kriebels van.
Kő Koppan leunt op een soort gepolijstere versie van de ambienttracks van blackmetalact Burzum (die mijn waardering voor zijn albums altijd omlaag halen) gecombineerd strijkers. En klinkt in mijn beleving nogal kitsch.
Door naar Vashegyek dan, dat begint als een soort ballad met zangeres waarin alles wat ze zingt heel erg irritant wordt nageëchoed. De zanger, die wordt bijgestaan door enkele anderen, begint vervolgens aan een gedragen, bijna kerkelijk stuk muziek op een soort powerrockbasis. De enige vette momenten zijn als de blastbeats inzetten, de gitaren losgaan en er weer lekker wordt geschreeuwd. Helaas gebeurt dit slechts af en toe.
Nu ja, ik denk dat het beeld wel helder is. Dit zijn vakmensen, met oor voor melodie en compositie, dat hoor je overduidelijk. En als je niet lichtelijk overgevoelig bent voor bepaalde soorten gladde productie en epiek (de reden dat ik ook weinig met Muse kan, om wat te noemen) kan dit wellicht geweldig zijn voor je.
Mijn smaak botst gewoon met enkele van de prominentste muzikale ideeën hier. Ik vind deze band goed te doen als ze wat meer rechttoe-rechtaan spelen. Maar zodra ze beginnen te priegelen met electonica, er aanzwellende strijkers bij gaan halen en, vooral, lekker pakkende liedjes gaan zingen, gaat de muziek mij simpelweg tegenstaan. Niet omdat ik tegen electronica, strijkers en pakkende liedjes ben, het is de manier waarop. Het, ik heb er echt geen betere beschrijving voor, Songfestivalgevoel.
Oftewel: helaas zijn Thy Catafalque ende mezelve gewoon niet zo'n goede match, heb je soms bij een spel als dit
2,2*
4,20* - 12,3 / 03 / 03 - Niels94
4,16* - 12,5 / 03 / 03 - Koenr
3,82* - 22,9 / 06 / 00 - hoi123
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - aerobag
3,42* - 17,1 / 05 / 01 - Barney Rubble
3.37* - 10,1 / 03 / 03 - Cervanters
3,03* - 12,1 / 04 / 02 - Johnny Marr
De gebruikerbeoordeling:
3,94* - 19,7 / 05 / 01 - aerobag
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Johnny Marr
3,65* - 14,6 / 04 / 02 - Koenr
3,57* - 10,7 / 03 / 03 - Cervantes
3,42* - 13,7 / 04 / 02 - Niels94
3,38* - 18,9 / 05 / 01 - Barney Rubble
3,13* - 09,4 / 03 / 03 - hoi123
Ik vrees dat Thy Catafalque een paar muzikale keuzes heeft gemaakt die mij nét in het verkeerde keelgat schieten.
Opener Fekete Mezők vliegt nog veelbelovend uit de startblokken, met een lekker venijnige gitaarriff en een goeie drive. Het is een relatief rechttoe-rechtaan metalnummer, waarbij het venijn van begin tot eind voelbaar blijft, met onder meer een fijn spookorgeltje en ‘cleane’ vocalen die er prima bijpassen. Al had ik het hier al beter gevonden als het bij grunts was gebleven.
Het korte, pakkende Kel keleti szél roept al veel gemengdere gevoelens bij me op. Het is melodisch weliswaar sterk, maar bij momenten klinkt het welhaast als een metalpopnummer van het type dat me bijna aan powermetal doet denken. Enne... Daar houd ik niet zo van.
Het erop volgende Trilobita doet me gewoon aan het Songfestival denken. Ik krijg er eerlijk gezegd de kriebels van.
Kő Koppan leunt op een soort gepolijstere versie van de ambienttracks van blackmetalact Burzum (die mijn waardering voor zijn albums altijd omlaag halen) gecombineerd strijkers. En klinkt in mijn beleving nogal kitsch.
Door naar Vashegyek dan, dat begint als een soort ballad met zangeres waarin alles wat ze zingt heel erg irritant wordt nageëchoed. De zanger, die wordt bijgestaan door enkele anderen, begint vervolgens aan een gedragen, bijna kerkelijk stuk muziek op een soort powerrockbasis. De enige vette momenten zijn als de blastbeats inzetten, de gitaren losgaan en er weer lekker wordt geschreeuwd. Helaas gebeurt dit slechts af en toe.
Nu ja, ik denk dat het beeld wel helder is. Dit zijn vakmensen, met oor voor melodie en compositie, dat hoor je overduidelijk. En als je niet lichtelijk overgevoelig bent voor bepaalde soorten gladde productie en epiek (de reden dat ik ook weinig met Muse kan, om wat te noemen) kan dit wellicht geweldig zijn voor je.
Mijn smaak botst gewoon met enkele van de prominentste muzikale ideeën hier. Ik vind deze band goed te doen als ze wat meer rechttoe-rechtaan spelen. Maar zodra ze beginnen te priegelen met electonica, er aanzwellende strijkers bij gaan halen en, vooral, lekker pakkende liedjes gaan zingen, gaat de muziek mij simpelweg tegenstaan. Niet omdat ik tegen electronica, strijkers en pakkende liedjes ben, het is de manier waarop. Het, ik heb er echt geen betere beschrijving voor, Songfestivalgevoel.
Oftewel: helaas zijn Thy Catafalque ende mezelve gewoon niet zo'n goede match, heb je soms bij een spel als dit

2,2*
4,20* - 12,3 / 03 / 03 - Niels94
4,16* - 12,5 / 03 / 03 - Koenr
3,82* - 22,9 / 06 / 00 - hoi123
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - aerobag
3,42* - 17,1 / 05 / 01 - Barney Rubble
3.37* - 10,1 / 03 / 03 - Cervanters
3,03* - 12,1 / 04 / 02 - Johnny Marr
De gebruikerbeoordeling:
3,94* - 19,7 / 05 / 01 - aerobag
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Johnny Marr
3,65* - 14,6 / 04 / 02 - Koenr
3,57* - 10,7 / 03 / 03 - Cervantes
3,42* - 13,7 / 04 / 02 - Niels94
3,38* - 18,9 / 05 / 01 - Barney Rubble
3,13* - 09,4 / 03 / 03 - hoi123
0
geplaatst: 29 juni 2020, 15:01 uur
4
geplaatst: 2 juli 2020, 20:07 uur
The Future Eve featuring Robert Wyatt - KiTsuNe / Brian the Fox (2019)
Getipt door: Cervantes
Genre: Ambient / Drone / Correspondentiecore
Er zijn van die platen die alleen al de moeite waard zijn voor het verhaal dat er achter schuil gaat. KiTsuNe / Brian the Fox kwam vorig jaar uit, maar er gaat ruim 20 jaar correspondentie aan vooraf.
The Future Eve is de samenwerking tussen multi-instrumentalist Tomoyasu Hayakawa en sound-engineer Takaaki Hanya. De heren ontmoeten elkaar in de jaren '80 en richten samen de band Beata Beatrix op. Tomoyasu Hayakawa heeft dan al enkele singles en een album losgelaten op de wereld onder zijn alias Tomo Akikawabaya. Hij heeft zijn eigen labeltje: Castle Records, waarop hij in 1983 debuteert met Mars. Het is enigszins vreemde, minimale, duistere, matig gezongen, lo-fi synth-pop. Een beetje de John Maus van de 80s. Al zijn releases werden gesierd door een foto van Anju - een Japans model, op dat moment bekend van haar eerdere samenwerking met Yellow Magic Orchestra - op de cover. Maar vrouwelijk schoon is niet altijd een garantie tot succes. De muziek staat te ver verwijderd van de geluiden die wel populair zijn in Japan rond die tijd: City Pop. Van Hayakawa zelf zijn er dan 0 foto's te vinden. Niemand weet hoe hij eruit ziet, en dat is niet veranderd in de afgelopen 37 jaar.
Maar we kunnen ook rustig nog een paar jaar verder terug in de tijd. In de jaren ‘70 is Hayakawa uitwisselingsstudent in Engeland en speelt hij een periode als gitarist bij de punk-band The Desperate Bicycles. "[...] so suddenly I was in the band. And I made some waves by introducing improvisation… in a new wave / punk band! Other members played only basic chords, and there I was. They were quite surprised having a guitar player like me." zegt hij daarover. Improv-punk dus. De samenwerking beviel wel; ze traden veel op en zouden een plaat opnemen met hem in de line-up. Visa-problemen zorgde er echter voor dat Hayakawa niet langer in London kon blijven, en de band ging helaas zonder hem de geschiedenisboeken in. Eenmaal terug in Tokyo probeert hij nog kort een solo-carrière als improvisatie-gitarist uit, maar hij merkt al snel dat hij daar niet gelukkig van wordt. De synth-hype en de studio liggen hem echter wel en zullen al snel zijn nieuwe habitat worden. In 1 van die studio's (Bea Pot Studio), ontmoet hij vervolgens Hanya. Er is een klik, en vanaf dat moment werken de heren samen.
Fast-fordward naar de '90s: Hayakawa & Hanya zijn beiden fan van Robert Wyatt en ze besluiten hem wat van hun nummers toe te sturen. Waarom ook niet. Niet veel later stuurt Robert Wyatt 4 alternatieve takes terug, gezamenlijk genaamd "Brian the Fox". H&H voegen vervolgens wat viool en gitaar toe en creëren nog meer versies. Er ontstaat een back-and-forth met Wyatt waarin eindeloze verschillende versies ontstaan. 1 van deze variaties belandde in 2003 op Wyatt's album Cuckooland. Wyatt vernoemt die versie van het nummer naar Hayakawa: Tom Hay's Fox. Hij vertelt de mannen in eerste instantie helemaal niks, maar stuurt gewoon een exemplaar van het album naar ze op. Ruim 20 jaar lang loopt dit contact inmiddels, allemaal via handgeschreven brieven en fysieke media. Wyatt stuurt bovendien elke keer tekeningen mee met zijn brieven. Kleine kunstwerkjes, zegt Hayakawa.
Weer een sprong in de tijd, naar de jaren '10. Hayakawa is zijn 80's-werk onder zijn Tomo Akikawabaya-alias dan eigenlijk al lang weer vergeten. Niemand gaf immers iets om die singletjes destijds. Tot er op een dag een kort mailtje uit Zweden komt: "Your music is great." Hayakawa is eerst verrast, maar een korte online zoektocht later komt hij erachter dat zijn oude singles inmiddels een kleine cult-status hebben vergaard op diverse plekken op het internet. Niet veel later volgen er ook mailtjes van labels, of het niet tijd wordt voor een re-issue? In 2016 verschijnt vervolgens deze verzamelaar van zijn jaren '80 werk, opnieuw met een foto van Anju als cover, uitgebracht op het Minimal Wave label.
"We had attempted to reach him for many years without any luck. Finally at some point in 2014, a conversation was struck and one thing lead to the next." valt er op hun website te lezen. En "The songs that span this double LP are personal and unique; they are dark synthpop gems. The artist still remains a mystery, as does his relationship to the model Rena Anju featured on this and all but one of his album covers". Dankzij de hernieuwde interesse in zijn muziek kreeg Hayakawa zelf ook een hernieuwde interesse in moderne electronica. Zo is hij onder meer liefhebber van Andy Stott.
Tot zover dit verhaal. We zijn hier immers niet voor zijn oude solo-werk, maar voor deze plaat met Wyatt. Uit de eindeloze correspondentie ontstond uiteindelijk een soort organische, in theorie eeuwig-durende, duistere ambient die zich in verschillende bochten om Wyatt's stem heen morpht. Het idee achter deze plaat was een zoektocht naar muziek als soort zelfstandige levensvorm, een onafhankelijk organisme. Je kan elk moment van de plaat pakken en er naar luisteren, en dan inbeelden hoe dit verder zou groeien, veranderen, evolueren door de tijd. Helaas is er nog geen manier om muziek echt een eigen 'leven' te laten leiden, zonder dat we weten wanneer het eindigt. Bovendien was het sowieso te duur om diepere research serieus te overwegen. We zullen de beperkingen van het medium (voorlopig) dus voor lief moeten nemen.
Het resultaat is wel fraai. Eigenlijk luister je naar één lange trip, zonder hoogte- of dieptepunten. Het merendeel van deze luistertrip ervaar ik alsof ik me onder water bevind. Terwijl ik langzaam dieper wegzink, probeer ik de verschillende geluiden en lichtvormen die mij langzaam vanaf het wateroppervlak bereiken te onderscheiden. Om me heen hoor ik de stemmen van communicerende walvissen en andere zee-creaturen. Om de zo veel tijd rijst Wyatt’s stem onverwacht uit de diepte op, om me vervolgens langzaam te passeren en uit het water te verdwijnen, mij als luisteraar enigszins verdwaasd achterlatend. Het heeft iets ongrijpbaars, maar het is van een bijzondere schoonheid.
Toch ben ik niet extreem enthousiast. Een uur is lang. Als achtergrond bij het lezen of schrijven werkt het erg goed, maar als actieve luistermuziek ben ik wat minder overtuigd. Ik merk dat ik soms na een minuut of 40 zin krijg in iets anders. Eigenlijk denk ik dat dit project beter zou werken als installatie, met mysterieuze visuals, ergens in een donkere kamer. Ik zie mezelf zo een uur zitten, verwonderd om me heen kijken, af en toe mijn ogen dichtdoen, wegdromen, zweven. Thuis achter mijn laptop gaat dat iets moeilijker.
Maar het is wel heel mooi. En bijzonder.
3,5*
Getipt door: Cervantes
Genre: Ambient / Drone / Correspondentiecore
Er zijn van die platen die alleen al de moeite waard zijn voor het verhaal dat er achter schuil gaat. KiTsuNe / Brian the Fox kwam vorig jaar uit, maar er gaat ruim 20 jaar correspondentie aan vooraf.
The Future Eve is de samenwerking tussen multi-instrumentalist Tomoyasu Hayakawa en sound-engineer Takaaki Hanya. De heren ontmoeten elkaar in de jaren '80 en richten samen de band Beata Beatrix op. Tomoyasu Hayakawa heeft dan al enkele singles en een album losgelaten op de wereld onder zijn alias Tomo Akikawabaya. Hij heeft zijn eigen labeltje: Castle Records, waarop hij in 1983 debuteert met Mars. Het is enigszins vreemde, minimale, duistere, matig gezongen, lo-fi synth-pop. Een beetje de John Maus van de 80s. Al zijn releases werden gesierd door een foto van Anju - een Japans model, op dat moment bekend van haar eerdere samenwerking met Yellow Magic Orchestra - op de cover. Maar vrouwelijk schoon is niet altijd een garantie tot succes. De muziek staat te ver verwijderd van de geluiden die wel populair zijn in Japan rond die tijd: City Pop. Van Hayakawa zelf zijn er dan 0 foto's te vinden. Niemand weet hoe hij eruit ziet, en dat is niet veranderd in de afgelopen 37 jaar.
Maar we kunnen ook rustig nog een paar jaar verder terug in de tijd. In de jaren ‘70 is Hayakawa uitwisselingsstudent in Engeland en speelt hij een periode als gitarist bij de punk-band The Desperate Bicycles. "[...] so suddenly I was in the band. And I made some waves by introducing improvisation… in a new wave / punk band! Other members played only basic chords, and there I was. They were quite surprised having a guitar player like me." zegt hij daarover. Improv-punk dus. De samenwerking beviel wel; ze traden veel op en zouden een plaat opnemen met hem in de line-up. Visa-problemen zorgde er echter voor dat Hayakawa niet langer in London kon blijven, en de band ging helaas zonder hem de geschiedenisboeken in. Eenmaal terug in Tokyo probeert hij nog kort een solo-carrière als improvisatie-gitarist uit, maar hij merkt al snel dat hij daar niet gelukkig van wordt. De synth-hype en de studio liggen hem echter wel en zullen al snel zijn nieuwe habitat worden. In 1 van die studio's (Bea Pot Studio), ontmoet hij vervolgens Hanya. Er is een klik, en vanaf dat moment werken de heren samen.
Fast-fordward naar de '90s: Hayakawa & Hanya zijn beiden fan van Robert Wyatt en ze besluiten hem wat van hun nummers toe te sturen. Waarom ook niet. Niet veel later stuurt Robert Wyatt 4 alternatieve takes terug, gezamenlijk genaamd "Brian the Fox". H&H voegen vervolgens wat viool en gitaar toe en creëren nog meer versies. Er ontstaat een back-and-forth met Wyatt waarin eindeloze verschillende versies ontstaan. 1 van deze variaties belandde in 2003 op Wyatt's album Cuckooland. Wyatt vernoemt die versie van het nummer naar Hayakawa: Tom Hay's Fox. Hij vertelt de mannen in eerste instantie helemaal niks, maar stuurt gewoon een exemplaar van het album naar ze op. Ruim 20 jaar lang loopt dit contact inmiddels, allemaal via handgeschreven brieven en fysieke media. Wyatt stuurt bovendien elke keer tekeningen mee met zijn brieven. Kleine kunstwerkjes, zegt Hayakawa.
Weer een sprong in de tijd, naar de jaren '10. Hayakawa is zijn 80's-werk onder zijn Tomo Akikawabaya-alias dan eigenlijk al lang weer vergeten. Niemand gaf immers iets om die singletjes destijds. Tot er op een dag een kort mailtje uit Zweden komt: "Your music is great." Hayakawa is eerst verrast, maar een korte online zoektocht later komt hij erachter dat zijn oude singles inmiddels een kleine cult-status hebben vergaard op diverse plekken op het internet. Niet veel later volgen er ook mailtjes van labels, of het niet tijd wordt voor een re-issue? In 2016 verschijnt vervolgens deze verzamelaar van zijn jaren '80 werk, opnieuw met een foto van Anju als cover, uitgebracht op het Minimal Wave label.
"We had attempted to reach him for many years without any luck. Finally at some point in 2014, a conversation was struck and one thing lead to the next." valt er op hun website te lezen. En "The songs that span this double LP are personal and unique; they are dark synthpop gems. The artist still remains a mystery, as does his relationship to the model Rena Anju featured on this and all but one of his album covers". Dankzij de hernieuwde interesse in zijn muziek kreeg Hayakawa zelf ook een hernieuwde interesse in moderne electronica. Zo is hij onder meer liefhebber van Andy Stott.
Tot zover dit verhaal. We zijn hier immers niet voor zijn oude solo-werk, maar voor deze plaat met Wyatt. Uit de eindeloze correspondentie ontstond uiteindelijk een soort organische, in theorie eeuwig-durende, duistere ambient die zich in verschillende bochten om Wyatt's stem heen morpht. Het idee achter deze plaat was een zoektocht naar muziek als soort zelfstandige levensvorm, een onafhankelijk organisme. Je kan elk moment van de plaat pakken en er naar luisteren, en dan inbeelden hoe dit verder zou groeien, veranderen, evolueren door de tijd. Helaas is er nog geen manier om muziek echt een eigen 'leven' te laten leiden, zonder dat we weten wanneer het eindigt. Bovendien was het sowieso te duur om diepere research serieus te overwegen. We zullen de beperkingen van het medium (voorlopig) dus voor lief moeten nemen.
Het resultaat is wel fraai. Eigenlijk luister je naar één lange trip, zonder hoogte- of dieptepunten. Het merendeel van deze luistertrip ervaar ik alsof ik me onder water bevind. Terwijl ik langzaam dieper wegzink, probeer ik de verschillende geluiden en lichtvormen die mij langzaam vanaf het wateroppervlak bereiken te onderscheiden. Om me heen hoor ik de stemmen van communicerende walvissen en andere zee-creaturen. Om de zo veel tijd rijst Wyatt’s stem onverwacht uit de diepte op, om me vervolgens langzaam te passeren en uit het water te verdwijnen, mij als luisteraar enigszins verdwaasd achterlatend. Het heeft iets ongrijpbaars, maar het is van een bijzondere schoonheid.
Toch ben ik niet extreem enthousiast. Een uur is lang. Als achtergrond bij het lezen of schrijven werkt het erg goed, maar als actieve luistermuziek ben ik wat minder overtuigd. Ik merk dat ik soms na een minuut of 40 zin krijg in iets anders. Eigenlijk denk ik dat dit project beter zou werken als installatie, met mysterieuze visuals, ergens in een donkere kamer. Ik zie mezelf zo een uur zitten, verwonderd om me heen kijken, af en toe mijn ogen dichtdoen, wegdromen, zweven. Thuis achter mijn laptop gaat dat iets moeilijker.
Maar het is wel heel mooi. En bijzonder.
3,5*
0
geplaatst: 2 juli 2020, 20:16 uur
De tipperbeoordeling:
4,20* - 12,3 / 03 / 03 - Niels94
4,16* - 12,5 / 03 / 03 - Koenr
3,82* - 22,9 / 06 / 00 - hoi123
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - aerobag
3,42* - 17,1 / 05 / 01 - Barney Rubble
3.40* - 13,6 / 04 / 02 - Cervantes
3,03* - 12,1 / 04 / 02 - Johnny Marr
De gebruikerbeoordeling:
3,94* - 19,7 / 05 / 01 - aerobag
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Johnny Marr
3,62* - 18,1 / 05 / 01 - Koenr
3,57* - 10,7 / 03 / 03 - Cervantes
3,42* - 13,7 / 04 / 02 - Niels94
3,38* - 18,9 / 05 / 01 - Barney Rubble
3,13* - 09,4 / 03 / 03 - hoi123
4,20* - 12,3 / 03 / 03 - Niels94
4,16* - 12,5 / 03 / 03 - Koenr
3,82* - 22,9 / 06 / 00 - hoi123
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - aerobag
3,42* - 17,1 / 05 / 01 - Barney Rubble
3.40* - 13,6 / 04 / 02 - Cervantes
3,03* - 12,1 / 04 / 02 - Johnny Marr
De gebruikerbeoordeling:
3,94* - 19,7 / 05 / 01 - aerobag
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Johnny Marr
3,62* - 18,1 / 05 / 01 - Koenr
3,57* - 10,7 / 03 / 03 - Cervantes
3,42* - 13,7 / 04 / 02 - Niels94
3,38* - 18,9 / 05 / 01 - Barney Rubble
3,13* - 09,4 / 03 / 03 - hoi123
4
geplaatst: 2 juli 2020, 21:19 uur
Tetê Espíndola - Passaranos na Garganta, tip van Koenr, krijgt een 3,1*.
Op papier had Koen me denk ik geen betere tip kunnen geven: mevrouw Espíndola komt uit een land waarvan ik de afgelopen tijd ontdekking na ontdekking uit op doe, maakt feeërieke folkmuziek en heeft een hoge, kinderlijke stem die meteen doet denken aan zangeressen zoals Joanna Newsom, Kate Bush en Björk, zij het nog een paar treetjes uitbundiger. Haar muziek is in technisch opzicht bovendien vaak minstens even gecompliceerd als bovengenoemde artiesten, met bewonderenswaardige hoeveelheden variatie binnen de nummers. Cunhataioporã is een goed voorbeeld van deze stelling: hier dartelt Espíndola met compleet onvoorspelbare getokkelde gitaarakkoorden constant speels rondom de luisteraar heen, en slaat ze kirrend een nieuwe melodieuze richting in nadat ze juist bezwerend fluisterend het nummer is begonnen, om vervolgens met een snerpende krijs het nummer uitgeleide te doen.
Zoals uit deze laatste zin af te leiden valt is ook het scala van haar stemgebruik vrij enorm. Espíndola is een zangeres wiens schrille en technisch imperfecte stem en onconventionele gebruik hiervan waarschijnlijk menig zangleraar tot wanhoop zou drijven. Dat is op zich een compliment, want de expressieve manieren waarop ze zichzelf uit geven haar muziek een sprankelend en persoonlijk element mee dat zeldzaam is in het genre. De (mag ik het zeggen?) hysterische krijsen die de laatste minuut van Longos Prazeres de Amor vullen maken een memorabel feit van een technisch bewonderenswaardig, maar verder misschien net niet pakkend liedje. Het is echter ook een valkuil, op twee manieren. Allereerst lijkt Espíndola haar ongebruikelijke stem ten volste te omarmen. Dit juich ik op zich natuurlijk alleen maar toe, maar het wordt wat minder genietbaar wanneer ze haar stem op bijna ieder nummer naar het uiterste lijkt te strekken, ook als de muziek er wat minder om vraagt. Zo is Cuiabá een fijn melodieus liedje, dat muzikaal simpelweg niet intens genoeg is om te eindigen in meerdere over elkaar heen geloopte lagen van haar hoge uithalen. Het maakt het geheel soms nogal ongebalanceerd, in andere woorden. Mijn probleem met haar stemgebruik ligt echter niet alleen in de dosering van haar krijsen, maar ook in de andere manieren waarop ze haar stem gebruikt. Ik dacht dat ik na de drie in de eerste alinea genoemde vrouwen wel wat gewend was qua stemgebruik van eigenzinnige artiestes, maar Espíndola's ratelende lachje (denk: Janet van Friends in de achttiende macht) dat het refrein van Ibiporã vormt is zo zeldzaam irritant dat het eigenlijk hilarisch wordt. Absoluut eigenzinnig, maar ook absoluut verschrikkelijk.
Passaranos na Garganta struikelt dus soms over zijn eigenzinnigheid. Dit geldt helaas niet alleen voor de vocale begeleiding, maar ook voor de melodieuze inrichting. Liedjes als Canção dos Vagalumes en Jaguadarte lijken wel uit een willekeurige notengenerator te zijn gekomen, en hierdoor missen ze compleet het magische sfeertje dat andere nummers op dit album zo aantrekkelijk maakt. Want, ik heb het nog niet genoeg benadrukt, dat sfeertje is er vaak absoluut. Opener en hoogtepunt Amor e Guavira is niet alleen een verrukkelijke mix van Espíndola's uitbundige gilletjes en haar hunkerende meer ingetogen zang, maar ook op melodieus vlak ongelooflijk spannend en tegelijkertijd aandoenlijk; in Fio de Cabelo, eigenlijk het enige echte rustpunt op het album, benadrukken de natuurgeluiden en de minimale compositie precies het hekserige in Espíndola's stem, waardoor je als luisteraar niet eens je best hoeft te doen om je tussen de eenhoorns, tongende elfjes en glitterende bergbeekjes te wanen; en afsluiter Sertão is precies het type gecompliceerde en subtiel melancholische Braziliaanse folkliedje dat me verliefd heeft laten worden op de muziek uit het land. Het is soms frustrerend dus, dat Espíndola voor mij te vaak alles uit de kast trekt in termen van eigenzinnige intensiteit en dat ongeveer de helft van het album daardoor niet echt werkt voor me, maar ik kan niets anders dan respect hebben voor het plezier waarmee ze deze uniekheid koestert.
Ik ben blij met dat ik deze muziek heb leren kennen, thanks Koen!
De tipperbeoordeling:
4,20* - 12,3 / 03 / 03 - Niels94
3,90* - 15,6 / 04 / 02 - Koenr
3,82* - 22,9 / 06 / 00 - hoi123
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - aerobag
3,42* - 17,1 / 05 / 01 - Barney Rubble
3.40* - 13,6 / 04 / 02 - Cervantes
3,03* - 12,1 / 04 / 02 - Johnny Marr
De gebruikerbeoordeling:
3,94* - 19,7 / 05 / 01 - aerobag
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Johnny Marr
3,62* - 18,1 / 05 / 01 - Koenr
3,57* - 10,7 / 03 / 03 - Cervantes
3,42* - 13,7 / 04 / 02 - Niels94
3,38* - 18,9 / 05 / 01 - Barney Rubble
3,13* - 12,5 / 04 / 02 - hoi123
Op papier had Koen me denk ik geen betere tip kunnen geven: mevrouw Espíndola komt uit een land waarvan ik de afgelopen tijd ontdekking na ontdekking uit op doe, maakt feeërieke folkmuziek en heeft een hoge, kinderlijke stem die meteen doet denken aan zangeressen zoals Joanna Newsom, Kate Bush en Björk, zij het nog een paar treetjes uitbundiger. Haar muziek is in technisch opzicht bovendien vaak minstens even gecompliceerd als bovengenoemde artiesten, met bewonderenswaardige hoeveelheden variatie binnen de nummers. Cunhataioporã is een goed voorbeeld van deze stelling: hier dartelt Espíndola met compleet onvoorspelbare getokkelde gitaarakkoorden constant speels rondom de luisteraar heen, en slaat ze kirrend een nieuwe melodieuze richting in nadat ze juist bezwerend fluisterend het nummer is begonnen, om vervolgens met een snerpende krijs het nummer uitgeleide te doen.
Zoals uit deze laatste zin af te leiden valt is ook het scala van haar stemgebruik vrij enorm. Espíndola is een zangeres wiens schrille en technisch imperfecte stem en onconventionele gebruik hiervan waarschijnlijk menig zangleraar tot wanhoop zou drijven. Dat is op zich een compliment, want de expressieve manieren waarop ze zichzelf uit geven haar muziek een sprankelend en persoonlijk element mee dat zeldzaam is in het genre. De (mag ik het zeggen?) hysterische krijsen die de laatste minuut van Longos Prazeres de Amor vullen maken een memorabel feit van een technisch bewonderenswaardig, maar verder misschien net niet pakkend liedje. Het is echter ook een valkuil, op twee manieren. Allereerst lijkt Espíndola haar ongebruikelijke stem ten volste te omarmen. Dit juich ik op zich natuurlijk alleen maar toe, maar het wordt wat minder genietbaar wanneer ze haar stem op bijna ieder nummer naar het uiterste lijkt te strekken, ook als de muziek er wat minder om vraagt. Zo is Cuiabá een fijn melodieus liedje, dat muzikaal simpelweg niet intens genoeg is om te eindigen in meerdere over elkaar heen geloopte lagen van haar hoge uithalen. Het maakt het geheel soms nogal ongebalanceerd, in andere woorden. Mijn probleem met haar stemgebruik ligt echter niet alleen in de dosering van haar krijsen, maar ook in de andere manieren waarop ze haar stem gebruikt. Ik dacht dat ik na de drie in de eerste alinea genoemde vrouwen wel wat gewend was qua stemgebruik van eigenzinnige artiestes, maar Espíndola's ratelende lachje (denk: Janet van Friends in de achttiende macht) dat het refrein van Ibiporã vormt is zo zeldzaam irritant dat het eigenlijk hilarisch wordt. Absoluut eigenzinnig, maar ook absoluut verschrikkelijk.
Passaranos na Garganta struikelt dus soms over zijn eigenzinnigheid. Dit geldt helaas niet alleen voor de vocale begeleiding, maar ook voor de melodieuze inrichting. Liedjes als Canção dos Vagalumes en Jaguadarte lijken wel uit een willekeurige notengenerator te zijn gekomen, en hierdoor missen ze compleet het magische sfeertje dat andere nummers op dit album zo aantrekkelijk maakt. Want, ik heb het nog niet genoeg benadrukt, dat sfeertje is er vaak absoluut. Opener en hoogtepunt Amor e Guavira is niet alleen een verrukkelijke mix van Espíndola's uitbundige gilletjes en haar hunkerende meer ingetogen zang, maar ook op melodieus vlak ongelooflijk spannend en tegelijkertijd aandoenlijk; in Fio de Cabelo, eigenlijk het enige echte rustpunt op het album, benadrukken de natuurgeluiden en de minimale compositie precies het hekserige in Espíndola's stem, waardoor je als luisteraar niet eens je best hoeft te doen om je tussen de eenhoorns, tongende elfjes en glitterende bergbeekjes te wanen; en afsluiter Sertão is precies het type gecompliceerde en subtiel melancholische Braziliaanse folkliedje dat me verliefd heeft laten worden op de muziek uit het land. Het is soms frustrerend dus, dat Espíndola voor mij te vaak alles uit de kast trekt in termen van eigenzinnige intensiteit en dat ongeveer de helft van het album daardoor niet echt werkt voor me, maar ik kan niets anders dan respect hebben voor het plezier waarmee ze deze uniekheid koestert.
Ik ben blij met dat ik deze muziek heb leren kennen, thanks Koen!
De tipperbeoordeling:
4,20* - 12,3 / 03 / 03 - Niels94
3,90* - 15,6 / 04 / 02 - Koenr
3,82* - 22,9 / 06 / 00 - hoi123
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - aerobag
3,42* - 17,1 / 05 / 01 - Barney Rubble
3.40* - 13,6 / 04 / 02 - Cervantes
3,03* - 12,1 / 04 / 02 - Johnny Marr
De gebruikerbeoordeling:
3,94* - 19,7 / 05 / 01 - aerobag
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Johnny Marr
3,62* - 18,1 / 05 / 01 - Koenr
3,57* - 10,7 / 03 / 03 - Cervantes
3,42* - 13,7 / 04 / 02 - Niels94
3,38* - 18,9 / 05 / 01 - Barney Rubble
3,13* - 12,5 / 04 / 02 - hoi123
1
geplaatst: 3 juli 2020, 00:07 uur
Ah, leuk stuk om te lezen, hoi123. Ik kan me zeker in een gedeelte van je kritiek vinden, maar het weegt voor mij een stuk minder zwaar door dan positieve kanten. Die aantal momenten waar haar zang me even tegenstaat, ben ik enkele momenten later alweer zo goed als vergeten. In dit clipje - haar enige hit in Brazilië - is overigens goed te zien hoe erg ze haar stem en eigenheid inderdaad heeft omarmd. Ze is compleet aan het genieten op het podium.
Haar zang, en ook dat wat jij een "zeldzaam irritant" lachje noemt, is overigens deels geïnspireerd door de geluiden van verschillende zangvogels die in Zuid-Amerika voorkomen en waar ze mee is opgegroeid. Ze heeft er later ook nog research naar gedaan en een heel concept album rondom vogel-zang uitgebracht.
Haar zang, en ook dat wat jij een "zeldzaam irritant" lachje noemt, is overigens deels geïnspireerd door de geluiden van verschillende zangvogels die in Zuid-Amerika voorkomen en waar ze mee is opgegroeid. Ze heeft er later ook nog research naar gedaan en een heel concept album rondom vogel-zang uitgebracht.
1
geplaatst: 3 juli 2020, 08:42 uur
Koenr schreef:
Genre: Correspondentiecore
Genre: Correspondentiecore

(en ik ga eens kijken of die Tomo Akikawabaya verzamelaar ergens te beluisteren valt)
0
geplaatst: 4 juli 2020, 14:40 uur
Ik heb zo'n donkerbruin vermoeden dat we niet nog 12 recensies in 2 dagen tijd gaan krijgen.
3
geplaatst: 4 juli 2020, 17:32 uur
Maar in elk geval nog wel twee.
Akiko Yano - Japanese Girl (1976), getipt door Koenr
Kate Bush-pop met Japanse invloeden, zo klinkt dit voor mij. En dan kwam dit nog wel twee jaar uit voordat Bush debuteerde.
Dat geeft al iets weg: Akiko Yano maakt op Japanese Girl over het algemeen vrij Westers klinkende popmuziek, Japanstalig. Knap in elkaar stekende popmuziek ook, met smaakvolle arrangementen waarin piano een grote rol speelt, en naast onder meer gitaar en strijkers instrumenten klinken waarvan ik aanneem dat ze Japans zijn; onder meer fluitjes, een snaarinstrument en percussie. In Hekoriputa klinken kreten op de achtergrond (denk Oosterse vechtkunsttraining, zoiets), die onderdeel zijn van de muziek, waardoor het een van de meest exotische nummers op de plaat is.
Verder worden we getrakteerd op veel mooie zangmelodieën en fijne refreinen van Yano. Goede stem ook, beetje Bush-achtig dus in mijn oren, maar dan zonder dat ze even hoog gaat. Ze komt zowel tijdens het meer ballad-achtige werk (Ooinaru Shi Ko Ni, een soort pianotearjerker, maar erg mooi) als een meer upbeat track als Tsagaru Tour uitstekend voor de dag.
Het album is dus herkenbaar voor Westerse oortjes, met een flinke Oosterse twist die het een uniek geluid geeft. Er is een afwisseling tussen verschillende tempo’s, tussen compacte liedjes en wat meer uitwaaierende stukken, tussen een Yano die zacht en beheerst zingt en die haar stem juist laat gaan (wat bijvoorbeeld op Funamachi Uta delen I en II op geslaagde wijze gebeurt).
Kortom, ik kan er eigenlijk niets kwaads over kwijt. Het is dan ook een erg fijn album. Tegelijkertijd heb je misschien ook gemerkt dat ik weinig lyrische woorden gebruik om het te beschrijven. Dat verklaart dan weer waarom er ook weer geen echte topscore onder staat.
3,7*
4,20* - 12,3 / 03 / 03 - Niels94
3,86* - 19,3 / 05 / 01 - Koenr
3,82* - 22,9 / 06 / 00 - hoi123
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - aerobag
3,42* - 17,1 / 05 / 01 - Barney Rubble
3.40* - 13,6 / 04 / 02 - Cervantes
3,03* - 12,1 / 04 / 02 - Johnny Marr
De gebruikerbeoordeling:
3,94* - 19,7 / 05 / 01 - aerobag
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Johnny Marr
3,62* - 18,1 / 05 / 01 - Koenr
3,57* - 10,7 / 03 / 03 - Cervantes
3,48* - 17,4 / 05 / 01 - Niels94
3,38* - 18,9 / 05 / 01 - Barney Rubble
3,13* - 12,5 / 04 / 02 - hoi123
Akiko Yano - Japanese Girl (1976), getipt door Koenr
Kate Bush-pop met Japanse invloeden, zo klinkt dit voor mij. En dan kwam dit nog wel twee jaar uit voordat Bush debuteerde.
Dat geeft al iets weg: Akiko Yano maakt op Japanese Girl over het algemeen vrij Westers klinkende popmuziek, Japanstalig. Knap in elkaar stekende popmuziek ook, met smaakvolle arrangementen waarin piano een grote rol speelt, en naast onder meer gitaar en strijkers instrumenten klinken waarvan ik aanneem dat ze Japans zijn; onder meer fluitjes, een snaarinstrument en percussie. In Hekoriputa klinken kreten op de achtergrond (denk Oosterse vechtkunsttraining, zoiets), die onderdeel zijn van de muziek, waardoor het een van de meest exotische nummers op de plaat is.
Verder worden we getrakteerd op veel mooie zangmelodieën en fijne refreinen van Yano. Goede stem ook, beetje Bush-achtig dus in mijn oren, maar dan zonder dat ze even hoog gaat. Ze komt zowel tijdens het meer ballad-achtige werk (Ooinaru Shi Ko Ni, een soort pianotearjerker, maar erg mooi) als een meer upbeat track als Tsagaru Tour uitstekend voor de dag.
Het album is dus herkenbaar voor Westerse oortjes, met een flinke Oosterse twist die het een uniek geluid geeft. Er is een afwisseling tussen verschillende tempo’s, tussen compacte liedjes en wat meer uitwaaierende stukken, tussen een Yano die zacht en beheerst zingt en die haar stem juist laat gaan (wat bijvoorbeeld op Funamachi Uta delen I en II op geslaagde wijze gebeurt).
Kortom, ik kan er eigenlijk niets kwaads over kwijt. Het is dan ook een erg fijn album. Tegelijkertijd heb je misschien ook gemerkt dat ik weinig lyrische woorden gebruik om het te beschrijven. Dat verklaart dan weer waarom er ook weer geen echte topscore onder staat.
3,7*
4,20* - 12,3 / 03 / 03 - Niels94
3,86* - 19,3 / 05 / 01 - Koenr
3,82* - 22,9 / 06 / 00 - hoi123
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - aerobag
3,42* - 17,1 / 05 / 01 - Barney Rubble
3.40* - 13,6 / 04 / 02 - Cervantes
3,03* - 12,1 / 04 / 02 - Johnny Marr
De gebruikerbeoordeling:
3,94* - 19,7 / 05 / 01 - aerobag
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Johnny Marr
3,62* - 18,1 / 05 / 01 - Koenr
3,57* - 10,7 / 03 / 03 - Cervantes
3,48* - 17,4 / 05 / 01 - Niels94
3,38* - 18,9 / 05 / 01 - Barney Rubble
3,13* - 12,5 / 04 / 02 - hoi123
3
geplaatst: 4 juli 2020, 18:18 uur
Josh T. Pearson - Last of the Country Gentlemen (2011)
Getipt door: niels94
Genre: Folk / Singer/Songwriter
En zo bleek dat ik de lastigste plaat voor het laatst heb bewaard. Uiteraard.
Last of the Country Gentlemen is namelijk behoorlijk intens. Het is Groots. Dramatisch. Emotioneel. 'Te' kan je misschien voor al die woorden zetten, daar ben ik nog helemaal niet uit. Zelfs binnen 1 nummer twijfel ik soms wat ik er van vind. Bij momenten vind ik het prachtig, dan weer aanstellerig of prekerig. De grens kan erg dun zijn, blijkt maar weer. Deadline is echter deadline, en ik wil morgen geen boze aero in mijn inbox.
De plaat bestaat voornamelijk uit akoestisch gitaarspel (à la John Fahey), aangekleed met strings (à la Warren Ellis), en intense zang (à la... ja à la wie eigenlijk? Pearson doet me niet direct aan een andere zanger denken). Tijdens de laatste minuut van Country Dumb verandert Pearson zijn stem en manier van zingen ineens en klinkt hij een beetje als Matthew McConaughey. Een vreemde associatie wel. Slotnummer Drive Her Out klinkt door de echo/reverb dan weer heel erg als Matt Elliott, maar verder klinkt hij op dit album toch vooral als dhr. Pearson.
Bij veel van mijn favoriete folk-artiesten is er ruimte voor rust, interpretatie en reflectie. Hier heb ik als luisteraar niet echt het gevoel dat mij die ruimte om te ademen wordt gegund. Niet dat de nummers muzikaal dicht geplamuurd zitten, maar emotioneel toch wel behoorlijk. De zang en onderwerpen zijn behoorlijk zwaar en de muziek wordt dan vooral een monoloog. Nou is dat op zich niet erg - een deel van het werk van Kozelek en Songs: Ohia behoort immers ook tot mijn favorieten - maar als de nummers dan ook nog eens lang duren (4 nummers klokken hier boven de 10 min), ontstaat er wel een grotere kans dat het allemaal wat veel wordt. En dat is hier voor mij deels het geval.
Zo heb ik bij Honeymoon's Great! Wish You Were Her - wat op zich een mooi nummer is - het idee dat hij het nummer gedurende die 13 minuten twee keer opnieuw start. Ergens na 4 min, en vervolgens na 7 minuten weer, zonder daarmee iets wezenlijks toe te voegen - muzikaal, emotioneel of tekstueel - aan de eerdere minuten. Daardoor gaat het me bij herhaaldelijke luisterbeurten een beetje tegenstaan. Afsluiter Drive Her Out is dan weer afgelopen voor ik goed en wel in het nummer zit, wat een contrast na drie nummers boven de 10 minuten op rij.
Lastige plaat dus. Het zou zomaar kunnen dat Last of the Country Gentlemen alsnog in mijn waardering groeit, maar het zou net zo goed kunnen dat de minpunten elke luisterbeurt iets zwaarder gaan wegen. Ondanks mijn bedenkingen en reserves blijft er echter wel een fraaie plaat over. Bedankt voor de tip, Niels!
3,2*
De tipperbeoordeling:
3,88* - 15,5 / 04 / 02 - Niels94
3,86* - 19,3 / 05 / 01 - Koenr
3,82* - 22,9 / 06 / 00 - hoi123
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - aerobag
3,42* - 17,1 / 05 / 01 - Barney Rubble
3.40* - 13,6 / 04 / 02 - Cervantes
3,03* - 12,1 / 04 / 02 - Johnny Marr
De gebruikerbeoordeling:
3,94* - 19,7 / 05 / 01 - aerobag
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Johnny Marr
3,57* - 10,7 / 03 / 03 - Cervantes
3,55* - 21,3 / 06 / 00 - Koenr
3,48* - 17,4 / 05 / 01 - Niels94
3,38* - 18,9 / 05 / 01 - Barney Rubble
3,13* - 12,5 / 04 / 02 - hoi123
Getipt door: niels94
Genre: Folk / Singer/Songwriter
En zo bleek dat ik de lastigste plaat voor het laatst heb bewaard. Uiteraard.
Last of the Country Gentlemen is namelijk behoorlijk intens. Het is Groots. Dramatisch. Emotioneel. 'Te' kan je misschien voor al die woorden zetten, daar ben ik nog helemaal niet uit. Zelfs binnen 1 nummer twijfel ik soms wat ik er van vind. Bij momenten vind ik het prachtig, dan weer aanstellerig of prekerig. De grens kan erg dun zijn, blijkt maar weer. Deadline is echter deadline, en ik wil morgen geen boze aero in mijn inbox.
De plaat bestaat voornamelijk uit akoestisch gitaarspel (à la John Fahey), aangekleed met strings (à la Warren Ellis), en intense zang (à la... ja à la wie eigenlijk? Pearson doet me niet direct aan een andere zanger denken). Tijdens de laatste minuut van Country Dumb verandert Pearson zijn stem en manier van zingen ineens en klinkt hij een beetje als Matthew McConaughey. Een vreemde associatie wel. Slotnummer Drive Her Out klinkt door de echo/reverb dan weer heel erg als Matt Elliott, maar verder klinkt hij op dit album toch vooral als dhr. Pearson.
Bij veel van mijn favoriete folk-artiesten is er ruimte voor rust, interpretatie en reflectie. Hier heb ik als luisteraar niet echt het gevoel dat mij die ruimte om te ademen wordt gegund. Niet dat de nummers muzikaal dicht geplamuurd zitten, maar emotioneel toch wel behoorlijk. De zang en onderwerpen zijn behoorlijk zwaar en de muziek wordt dan vooral een monoloog. Nou is dat op zich niet erg - een deel van het werk van Kozelek en Songs: Ohia behoort immers ook tot mijn favorieten - maar als de nummers dan ook nog eens lang duren (4 nummers klokken hier boven de 10 min), ontstaat er wel een grotere kans dat het allemaal wat veel wordt. En dat is hier voor mij deels het geval.
Zo heb ik bij Honeymoon's Great! Wish You Were Her - wat op zich een mooi nummer is - het idee dat hij het nummer gedurende die 13 minuten twee keer opnieuw start. Ergens na 4 min, en vervolgens na 7 minuten weer, zonder daarmee iets wezenlijks toe te voegen - muzikaal, emotioneel of tekstueel - aan de eerdere minuten. Daardoor gaat het me bij herhaaldelijke luisterbeurten een beetje tegenstaan. Afsluiter Drive Her Out is dan weer afgelopen voor ik goed en wel in het nummer zit, wat een contrast na drie nummers boven de 10 minuten op rij.
Lastige plaat dus. Het zou zomaar kunnen dat Last of the Country Gentlemen alsnog in mijn waardering groeit, maar het zou net zo goed kunnen dat de minpunten elke luisterbeurt iets zwaarder gaan wegen. Ondanks mijn bedenkingen en reserves blijft er echter wel een fraaie plaat over. Bedankt voor de tip, Niels!
3,2*
De tipperbeoordeling:
3,88* - 15,5 / 04 / 02 - Niels94
3,86* - 19,3 / 05 / 01 - Koenr
3,82* - 22,9 / 06 / 00 - hoi123
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - aerobag
3,42* - 17,1 / 05 / 01 - Barney Rubble
3.40* - 13,6 / 04 / 02 - Cervantes
3,03* - 12,1 / 04 / 02 - Johnny Marr
De gebruikerbeoordeling:
3,94* - 19,7 / 05 / 01 - aerobag
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Johnny Marr
3,57* - 10,7 / 03 / 03 - Cervantes
3,55* - 21,3 / 06 / 00 - Koenr
3,48* - 17,4 / 05 / 01 - Niels94
3,38* - 18,9 / 05 / 01 - Barney Rubble
3,13* - 12,5 / 04 / 02 - hoi123
1
geplaatst: 4 juli 2020, 19:43 uur
aerobag schreef:
Ik heb zo'n donkerbruin vermoeden dat we niet nog 12 recensies in 2 dagen tijd gaan krijgen.
Ik heb zo'n donkerbruin vermoeden dat we niet nog 12 recensies in 2 dagen tijd gaan krijgen.
Idem. Ik moet er nog twee. Hoeveel extra tijd krijgen we?

2
geplaatst: 4 juli 2020, 22:56 uur
Isildurs Bane & Peter Hammill – In Amazonia (2019)
Getipt door: Cervantes
Om meerdere redenen is dit een leuke tip geweest. Ten eerste heb ik mij eindelijk gemotiveerd gevonden om eens een duik te nemen in de muzikale wereld van Van Der Graaf Generator en wat blijkt, het zijn dus helemaal geen Nederlanders. Peter Hammill en consorten zijn gewoonweg Britse rotten met een voorliefde voor elektrotechnische snufjes en vooral ook sublieme Prog Rock. Prog is niet zozeer mijn voorkeursgenre, maar na de eerste luisterbeurt van Pawn Hearts was ik direct overtuigd van de kwaliteiten van de Britse graven. Isildurs Bane is een iets recentere Prog band uit Zweden, alhoewel hun debuutalbum ook alweer uit 1981 stamt. Bijna 4 decennium later hebben beide acts elkaar gevonden en bundelen ze in 2019 hun krachten tot een moderne Prog Rock poging.
Peter Hammill heeft samen met Mats Johansson, de keyboard-speler van Ilsidurs Bane, de composities op In Amazonia geschreven. Hammill neemt zelf de vocalen voor zijn rekening en Isildurs Bane verzorgt op hun beurt de instrumentele begeleiding. De Prog achtergronden zijn duidelijk merkbaar, maar het album huist veel meer stijlen. Sommige passages zijn pure onvervalste prog, maar andere nummers fuseren rock met elektronische elementen, zelfs tegen het ambient-esque aan. Het gehele album kent een cinematische feel, de verhalende teksten dragen daar ook positief aan bij.
Opener ‘Before You Know It’ gebruikt knisperende synthesizers en bombastische maar vertraagde drums voor een enigmatisch resultaat. Under The Current en Aquire zijn meer uitgesproken dan zijn voorganger en kennen een sterkere focus op melodieën, alhoewel de kleine subtiele instrumentele spelingen het album nog steeds een geheimzinnig feeling geven. Op This Is Where? tovert Hammill/Johansson een jazz-rock compositie tevoorschijn zoals we van Hammill gewend zijn uit zijn werk met Van Der Graaf. Een levendig geheel en een ode aan de glorie dagen lijkt het (ik kijk even naar Barney Rubble, met VDGG in de top 10), maar valt daardoor ook weer op binnen het album. The Day Is Done is dan weer een 10 minuten lang minimalistisch symfonisch stuk.
Je hoort het al, het is een ambitieus project, maar daardoor ook een project die lijkt te lijden aan een identiteitscrisis. Soms dus onvervalste prog, dan streeft het een dark ambient sound, dan juist weer minimalistisch. Ik waardeer de exploratie van de sound, maar ik mis de samenhang. De start van het album is gehuld in mysterie, zelfs wat sinister. Je mag stellen dat de album-hoes goed uitgekozen is bij deze nummers. Deze ambiance verdwijnt echter naar mate het album vordert, de kleine eigenzinnige maar subtiele instrumentele wendingen die het voor mij juist interessanter maken, worden spaarzamer. Op het einde krijgen we nog een kleine callback naar deze donkere sound, maar ik had dit liever doorgevoerd zien worden over de speelduur van het gehele album.
Hammill legt een bewonderingswaardig enthousiasme in zijn zang, soms helaas net tegen het geforceerde aan. Verder bemerk ik op sommige momenten een mismatch tussen de stem van Hammill en de instrumentatie van Isildurs Bane, waarbij mij het idee bekruipt dat Isildurs Bane het extravagante van Hammill niet kan matchen of dat een zanger met een diepere, rustigere stem bij deze instrumentatie beter op zijn plek was geweest.
Ik heb zeker genoten van dit album, maar mis ik wat coherentie en van mij mag de sound van het album nog wat duisterder zijn. De ambiance van de start had volledig doorgetrokken gemogen wat mij betreft. Ik vermoed dat prog-liefhebbers hier behoorlijk hun hart kunnen ophalen, al is het maar voor This Is Where?
3,2*
De tipperbeoordeling:
3,88* - 15,5 / 04 / 02 - Niels94
3,86* - 19,3 / 05 / 01 - Koenr
3,82* - 22,9 / 06 / 00 - hoi123
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - aerobag
3,42* - 17,1 / 05 / 01 - Barney Rubble
3.36* - 16,8 / 05 / 01 - Cervantes
3,03* - 12,1 / 04 / 02 - Johnny Marr
De gebruikerbeoordeling:
3,82* - 22,9 / 06 / 00 - aerobag
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Johnny Marr
3,57* - 10,7 / 03 / 03 - Cervantes
3,55* - 21,3 / 06 / 00 - Koenr
3,48* - 17,4 / 05 / 01 - Niels94
3,38* - 18,9 / 05 / 01 - Barney Rubble
3,13* - 12,5 / 04 / 02 - hoi123
Getipt door: Cervantes
Om meerdere redenen is dit een leuke tip geweest. Ten eerste heb ik mij eindelijk gemotiveerd gevonden om eens een duik te nemen in de muzikale wereld van Van Der Graaf Generator en wat blijkt, het zijn dus helemaal geen Nederlanders. Peter Hammill en consorten zijn gewoonweg Britse rotten met een voorliefde voor elektrotechnische snufjes en vooral ook sublieme Prog Rock. Prog is niet zozeer mijn voorkeursgenre, maar na de eerste luisterbeurt van Pawn Hearts was ik direct overtuigd van de kwaliteiten van de Britse graven. Isildurs Bane is een iets recentere Prog band uit Zweden, alhoewel hun debuutalbum ook alweer uit 1981 stamt. Bijna 4 decennium later hebben beide acts elkaar gevonden en bundelen ze in 2019 hun krachten tot een moderne Prog Rock poging.
Peter Hammill heeft samen met Mats Johansson, de keyboard-speler van Ilsidurs Bane, de composities op In Amazonia geschreven. Hammill neemt zelf de vocalen voor zijn rekening en Isildurs Bane verzorgt op hun beurt de instrumentele begeleiding. De Prog achtergronden zijn duidelijk merkbaar, maar het album huist veel meer stijlen. Sommige passages zijn pure onvervalste prog, maar andere nummers fuseren rock met elektronische elementen, zelfs tegen het ambient-esque aan. Het gehele album kent een cinematische feel, de verhalende teksten dragen daar ook positief aan bij.
Opener ‘Before You Know It’ gebruikt knisperende synthesizers en bombastische maar vertraagde drums voor een enigmatisch resultaat. Under The Current en Aquire zijn meer uitgesproken dan zijn voorganger en kennen een sterkere focus op melodieën, alhoewel de kleine subtiele instrumentele spelingen het album nog steeds een geheimzinnig feeling geven. Op This Is Where? tovert Hammill/Johansson een jazz-rock compositie tevoorschijn zoals we van Hammill gewend zijn uit zijn werk met Van Der Graaf. Een levendig geheel en een ode aan de glorie dagen lijkt het (ik kijk even naar Barney Rubble, met VDGG in de top 10), maar valt daardoor ook weer op binnen het album. The Day Is Done is dan weer een 10 minuten lang minimalistisch symfonisch stuk.
Je hoort het al, het is een ambitieus project, maar daardoor ook een project die lijkt te lijden aan een identiteitscrisis. Soms dus onvervalste prog, dan streeft het een dark ambient sound, dan juist weer minimalistisch. Ik waardeer de exploratie van de sound, maar ik mis de samenhang. De start van het album is gehuld in mysterie, zelfs wat sinister. Je mag stellen dat de album-hoes goed uitgekozen is bij deze nummers. Deze ambiance verdwijnt echter naar mate het album vordert, de kleine eigenzinnige maar subtiele instrumentele wendingen die het voor mij juist interessanter maken, worden spaarzamer. Op het einde krijgen we nog een kleine callback naar deze donkere sound, maar ik had dit liever doorgevoerd zien worden over de speelduur van het gehele album.
Hammill legt een bewonderingswaardig enthousiasme in zijn zang, soms helaas net tegen het geforceerde aan. Verder bemerk ik op sommige momenten een mismatch tussen de stem van Hammill en de instrumentatie van Isildurs Bane, waarbij mij het idee bekruipt dat Isildurs Bane het extravagante van Hammill niet kan matchen of dat een zanger met een diepere, rustigere stem bij deze instrumentatie beter op zijn plek was geweest.
Ik heb zeker genoten van dit album, maar mis ik wat coherentie en van mij mag de sound van het album nog wat duisterder zijn. De ambiance van de start had volledig doorgetrokken gemogen wat mij betreft. Ik vermoed dat prog-liefhebbers hier behoorlijk hun hart kunnen ophalen, al is het maar voor This Is Where?
3,2*
De tipperbeoordeling:
3,88* - 15,5 / 04 / 02 - Niels94
3,86* - 19,3 / 05 / 01 - Koenr
3,82* - 22,9 / 06 / 00 - hoi123
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - aerobag
3,42* - 17,1 / 05 / 01 - Barney Rubble
3.36* - 16,8 / 05 / 01 - Cervantes
3,03* - 12,1 / 04 / 02 - Johnny Marr
De gebruikerbeoordeling:
3,82* - 22,9 / 06 / 00 - aerobag
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Johnny Marr
3,57* - 10,7 / 03 / 03 - Cervantes
3,55* - 21,3 / 06 / 00 - Koenr
3,48* - 17,4 / 05 / 01 - Niels94
3,38* - 18,9 / 05 / 01 - Barney Rubble
3,13* - 12,5 / 04 / 02 - hoi123
2
geplaatst: 4 juli 2020, 23:31 uur
Steve Reich, Kronos Quartet & Pat Metheny - Different Trains / Electric Counterpoint (1989) [barney rubble] 4,5
Albert Ayler Trio - Spiritual Unity (1964) [niels94] 4
Urban Sax - Urban Sax (1977) [koenr] 3,8
Amenra - Mass IIII (2008) [johnny marr] 3,7
Diane Cluck - Oh Vanille (2003) [hoi123] 3,7
Isildurs Bane & Peter Hammill - In Amazonia (2019) [cervantes] 3,2
Het was een vruchtbare editie voor mij, echt veel goede tips, ik heb van ze allemaal genoten!
Enorm bedankt tippers!
Albert Ayler Trio - Spiritual Unity (1964) [niels94] 4
Urban Sax - Urban Sax (1977) [koenr] 3,8
Amenra - Mass IIII (2008) [johnny marr] 3,7
Diane Cluck - Oh Vanille (2003) [hoi123] 3,7
Isildurs Bane & Peter Hammill - In Amazonia (2019) [cervantes] 3,2
Het was een vruchtbare editie voor mij, echt veel goede tips, ik heb van ze allemaal genoten!
Enorm bedankt tippers!
1
geplaatst: 5 juli 2020, 15:34 uur
Open Mike Eagle - Brick Body Kids Still Daydream (2017)
Hip-hop en ik hebben een moeizame relatie. Ik heb niets met de cultuur rond het genre en over het geheel genomen vind ik rap geen aangename vocale stijl. In tegenstelling tot grunts is die onwennigheid nooit helemaal weggegaan. De tip van aerobag is daarom bepaald geen thuiswedstrijd. Is het helemaal hopeloos? Nee, hier en daar zijn er zeker hip-hopplaten die ik kan waarderen. Ik heb het dan over acts als Guru, The Roots en Atmosphere. Bands/artiesten die veel tijd en aandacht besteden aan de arrangementen en die qua toon wat bedachtzamer en minder geforceerd zijn.
(How could anybody) Feel at Home werd gedropt in een CSL-sessie en dat nummer waardeer ik wel. De fluit’achtige synthesizers zijn hier heerlijk weelderig. Tevens kent de compositie een fijn refrein en een mooie melancholieke sfeer. Brick Body Complex is op zich ook wel vermakelijk met die Kid Cudi’achtige synthesizers. Tot slot vind ik het jengelende gitaargeluid op Happy Wasteland Days best tof. Het zijn dit soort soulvolle instrumentale keuzes die ik wel kan waarderen.
Niettemin merk ik wel dat binnen de 39 minuten van deze plaat mijn aandacht snel naar andere muziek uitgaat. Nou was dit ook het geval bij een andere tip van Aerobag (I Trawl the Megahertz) en die muziek is toch iets meer gaan leven in de afgelopen maanden. Wellicht was dat hier ook het geval? Na een aantal luisterbeurten vind ik dit echter nog steeds een saaie plaat die onvoldoende beklijvend is. Hier en daar bemerk ik weliswaar wat aangename instrumentale vondsten en één nummer is memorabel, maar daar blijft het wel bij. De natuur van de plaat is namelijk wel erg mellow en gericht op het etaleren van de wordplay in plaats van vestigen van een aangename spanningsboog. Nee, dit plaatje gaat niet behoren bij de kleine hoeveelheid Hip-Hop die ik wel kan waarderen. Desalniettemin is het altijd goed om de grenzen van een muzieksmaak af te tasten. Ik ben deswege wel dankbaar voor de tip.
2.3*
De tipperbeoordeling:
3,88* - 15,5 / 04 / 02 - Niels94
3,86* - 19,3 / 05 / 01 - Koenr
3,82* - 22,9 / 06 / 00 - hoi123
3,44* - 17,2 / 05 / 01 - aerobag
3,42* - 17,1 / 05 / 01 - Barney Rubble
3.36* - 16,8 / 05 / 01 - Cervantes
3,03* - 12,1 / 04 / 02 - Johnny Marr
De gebruikerbeoordeling:
3,82* - 22,9 / 06 / 00 - aerobag
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Johnny Marr
3,57* - 10,7 / 03 / 03 - Cervantes
3,55* - 21,3 / 06 / 00 - Koenr
3,53* - 21,2 / 06 / 00 - Barney Rubble
3,48* - 17,4 / 05 / 01 - Niels94
3,13* - 12,5 / 04 / 02 - hoi123
Hip-hop en ik hebben een moeizame relatie. Ik heb niets met de cultuur rond het genre en over het geheel genomen vind ik rap geen aangename vocale stijl. In tegenstelling tot grunts is die onwennigheid nooit helemaal weggegaan. De tip van aerobag is daarom bepaald geen thuiswedstrijd. Is het helemaal hopeloos? Nee, hier en daar zijn er zeker hip-hopplaten die ik kan waarderen. Ik heb het dan over acts als Guru, The Roots en Atmosphere. Bands/artiesten die veel tijd en aandacht besteden aan de arrangementen en die qua toon wat bedachtzamer en minder geforceerd zijn.
(How could anybody) Feel at Home werd gedropt in een CSL-sessie en dat nummer waardeer ik wel. De fluit’achtige synthesizers zijn hier heerlijk weelderig. Tevens kent de compositie een fijn refrein en een mooie melancholieke sfeer. Brick Body Complex is op zich ook wel vermakelijk met die Kid Cudi’achtige synthesizers. Tot slot vind ik het jengelende gitaargeluid op Happy Wasteland Days best tof. Het zijn dit soort soulvolle instrumentale keuzes die ik wel kan waarderen.
Niettemin merk ik wel dat binnen de 39 minuten van deze plaat mijn aandacht snel naar andere muziek uitgaat. Nou was dit ook het geval bij een andere tip van Aerobag (I Trawl the Megahertz) en die muziek is toch iets meer gaan leven in de afgelopen maanden. Wellicht was dat hier ook het geval? Na een aantal luisterbeurten vind ik dit echter nog steeds een saaie plaat die onvoldoende beklijvend is. Hier en daar bemerk ik weliswaar wat aangename instrumentale vondsten en één nummer is memorabel, maar daar blijft het wel bij. De natuur van de plaat is namelijk wel erg mellow en gericht op het etaleren van de wordplay in plaats van vestigen van een aangename spanningsboog. Nee, dit plaatje gaat niet behoren bij de kleine hoeveelheid Hip-Hop die ik wel kan waarderen. Desalniettemin is het altijd goed om de grenzen van een muzieksmaak af te tasten. Ik ben deswege wel dankbaar voor de tip.
2.3*
De tipperbeoordeling:
3,88* - 15,5 / 04 / 02 - Niels94
3,86* - 19,3 / 05 / 01 - Koenr
3,82* - 22,9 / 06 / 00 - hoi123
3,44* - 17,2 / 05 / 01 - aerobag
3,42* - 17,1 / 05 / 01 - Barney Rubble
3.36* - 16,8 / 05 / 01 - Cervantes
3,03* - 12,1 / 04 / 02 - Johnny Marr
De gebruikerbeoordeling:
3,82* - 22,9 / 06 / 00 - aerobag
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Johnny Marr
3,57* - 10,7 / 03 / 03 - Cervantes
3,55* - 21,3 / 06 / 00 - Koenr
3,53* - 21,2 / 06 / 00 - Barney Rubble
3,48* - 17,4 / 05 / 01 - Niels94
3,13* - 12,5 / 04 / 02 - hoi123
1
geplaatst: 5 juli 2020, 18:13 uur
Oh no Luke, deze hipster-hopper is dus niet aan jou besteed, maar het was het proberen zeker waard!
4
geplaatst: 5 juli 2020, 18:49 uur
Adrian Younge & Ghostface Killah - Twelve Reasons to Die II (2015), getipt door Johnny Marr
Ghostface Killah – de enige Wu-rapper die nog werkelijk relevante muziek maakt – en producent Adrian Young zetten het verhaal voort over de vermoorde gangster wiens geest op een stel vinylplaten is geperst en die, wanneer je die draait, tevoorschijn komt om wraak te nemen op de vijandige familie.
Een hiphopfilm dus in feite, net als het eerste deel. Inclusief rapper/producer/Wu-peetvader RZA als verteller tussendoor. Dat filmgevoel is voor een belangrijk deel te danken aan de sfeervolle productie van Young. Met veel onheilspellende piano- en gitaarloopjes, een koortje op de achtergrond als de dramatiek moet worden aangezet, en een grote rol voor een lekker vintage orgeltje. Opvallend is hoe ruimtelijk hij alles heeft gemixt: alle componenten – de levendige percussie, het opvallend fijne baswerk, de instrumenten en uiteraard de vocalen – klinken kraak- en kraakhelder.
Naar elke productie kun je met aandacht luisteren en vaststellen dat het allemaal verdomd goed in elkaar is gezet. En toch blijft niet elke productie hangen. Sterker, de melodieën zijn als je op ze let eigenlijk zonder uitzondering goed gekozen, maar maken zelden even grote indruk als de loops van veel van de door mij gewaardeerde hiphopproducers, wat betreft hoe pakkend ze zijn, of emotioneel of spannend of wat dan ook. Op het eerste deel vind ik de beats ook een stuk memorabeler, ze hebben daar meer een eigen smoel, hier zijn ze een beetje té dienstbaar aan de filmische sfeer.
Vakmanschap krijgen we ook van Ghostface, de man die nog vet klinkt als hij wartaal zou uitslaan (waar hij op zijn album Supreme Clientele soms daadwerkelijk in de buurt van komt, volgens mij).
Hier slaat hij echter zeker geen wartaal uit, want er moet een verhaal worden verteld. Over een twee criminele families die elkaar naar het leven staan, heel wat beschietingen en een eerdergenoemde, wraakzuchtige geest uit een stel lp’s die uiteindelijk weer écht terugkeert door het lichaam van zijn zoon over te nemen (jawel).
Ghostface en gastartiesten (o.a. Vince Staples, altijd goed) zetten de wereld goed neer, met veel grafische, concrete beschrijvingen om de wereld te kleuren. Al kan ik, als ik heel eerlijk ben, niet zeggen dat het verhaal, het gedoe met DeLuca’s en gemoord over en weer, me op het puntje van mijn stoel zet. Als plots blijkt dat een jonge gozer de zoon van Ghostface zelf is, wordt dat gebracht als een haast ‘No, I am your father’-achtig moment, maar de impact ontbreekt bij mij totaal. Zaken als plottwists komen misschien toch minder hard binnen op een hiphopplaat dan op het witte doek (of in een boek).
Ook valt me trouwens op dat Deltron 3030 en I Phantom, beide hiphopconceptalbums die ik zeer hoog aansla, allebei een concept gebruiken om een grote hoeveelheid thema’s mee aan te snijden, terwijl hier wat strakker één film speelt. Misschien is het dan toch net iets te veel gevraagd om elk nummer tekstueel memorabel te maken.
Ik heb ook een beetje het gevoel dat het feit dat de rappers hier een script af moet werken, wat beknottend werkt: het ontbreekt aan verses die er werkelijk uitspringen, niemand lijkt helemaal los te kunnen.
Strak uitgevoerde plaat dus, die wat stof tot nadenken geeft over storytelling in hiphop (dus wat dat betreft zéker dank voor de tip), maar waar ik niet zoveel uithaal als uit andere hiphopconceptalbums.
3,2*
De tipperbeoordeling:
3,88* - 15,5 / 04 / 02 - Niels94
3,86* - 19,3 / 05 / 01 - Koenr
3,82* - 22,9 / 06 / 00 - hoi123
3,44* - 17,2 / 05 / 01 - aerobag
3,42* - 17,1 / 05 / 01 - Barney Rubble
3.36* - 16,8 / 05 / 01 - Cervantes
3,06* - 15,3 / 05 / 01 - Johnny Marr
De gebruikerbeoordeling:
3,82* - 22,9 / 06 / 00 - aerobag
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Johnny Marr
3,57* - 10,7 / 03 / 03 - Cervantes
3,55* - 21,3 / 06 / 00 - Koenr
3,53* - 21,2 / 06 / 00 - Barney Rubble
3,43* - 20,6 / 06 / 00 - Niels94
3,13* - 12,5 / 04 / 02 - hoi123
Ghostface Killah – de enige Wu-rapper die nog werkelijk relevante muziek maakt – en producent Adrian Young zetten het verhaal voort over de vermoorde gangster wiens geest op een stel vinylplaten is geperst en die, wanneer je die draait, tevoorschijn komt om wraak te nemen op de vijandige familie.
Een hiphopfilm dus in feite, net als het eerste deel. Inclusief rapper/producer/Wu-peetvader RZA als verteller tussendoor. Dat filmgevoel is voor een belangrijk deel te danken aan de sfeervolle productie van Young. Met veel onheilspellende piano- en gitaarloopjes, een koortje op de achtergrond als de dramatiek moet worden aangezet, en een grote rol voor een lekker vintage orgeltje. Opvallend is hoe ruimtelijk hij alles heeft gemixt: alle componenten – de levendige percussie, het opvallend fijne baswerk, de instrumenten en uiteraard de vocalen – klinken kraak- en kraakhelder.
Naar elke productie kun je met aandacht luisteren en vaststellen dat het allemaal verdomd goed in elkaar is gezet. En toch blijft niet elke productie hangen. Sterker, de melodieën zijn als je op ze let eigenlijk zonder uitzondering goed gekozen, maar maken zelden even grote indruk als de loops van veel van de door mij gewaardeerde hiphopproducers, wat betreft hoe pakkend ze zijn, of emotioneel of spannend of wat dan ook. Op het eerste deel vind ik de beats ook een stuk memorabeler, ze hebben daar meer een eigen smoel, hier zijn ze een beetje té dienstbaar aan de filmische sfeer.
Vakmanschap krijgen we ook van Ghostface, de man die nog vet klinkt als hij wartaal zou uitslaan (waar hij op zijn album Supreme Clientele soms daadwerkelijk in de buurt van komt, volgens mij).
Hier slaat hij echter zeker geen wartaal uit, want er moet een verhaal worden verteld. Over een twee criminele families die elkaar naar het leven staan, heel wat beschietingen en een eerdergenoemde, wraakzuchtige geest uit een stel lp’s die uiteindelijk weer écht terugkeert door het lichaam van zijn zoon over te nemen (jawel).
Ghostface en gastartiesten (o.a. Vince Staples, altijd goed) zetten de wereld goed neer, met veel grafische, concrete beschrijvingen om de wereld te kleuren. Al kan ik, als ik heel eerlijk ben, niet zeggen dat het verhaal, het gedoe met DeLuca’s en gemoord over en weer, me op het puntje van mijn stoel zet. Als plots blijkt dat een jonge gozer de zoon van Ghostface zelf is, wordt dat gebracht als een haast ‘No, I am your father’-achtig moment, maar de impact ontbreekt bij mij totaal. Zaken als plottwists komen misschien toch minder hard binnen op een hiphopplaat dan op het witte doek (of in een boek).
Ook valt me trouwens op dat Deltron 3030 en I Phantom, beide hiphopconceptalbums die ik zeer hoog aansla, allebei een concept gebruiken om een grote hoeveelheid thema’s mee aan te snijden, terwijl hier wat strakker één film speelt. Misschien is het dan toch net iets te veel gevraagd om elk nummer tekstueel memorabel te maken.
Ik heb ook een beetje het gevoel dat het feit dat de rappers hier een script af moet werken, wat beknottend werkt: het ontbreekt aan verses die er werkelijk uitspringen, niemand lijkt helemaal los te kunnen.
Strak uitgevoerde plaat dus, die wat stof tot nadenken geeft over storytelling in hiphop (dus wat dat betreft zéker dank voor de tip), maar waar ik niet zoveel uithaal als uit andere hiphopconceptalbums.
3,2*
De tipperbeoordeling:
3,88* - 15,5 / 04 / 02 - Niels94
3,86* - 19,3 / 05 / 01 - Koenr
3,82* - 22,9 / 06 / 00 - hoi123
3,44* - 17,2 / 05 / 01 - aerobag
3,42* - 17,1 / 05 / 01 - Barney Rubble
3.36* - 16,8 / 05 / 01 - Cervantes
3,06* - 15,3 / 05 / 01 - Johnny Marr
De gebruikerbeoordeling:
3,82* - 22,9 / 06 / 00 - aerobag
3,73* - 14,9 / 04 / 02 - Johnny Marr
3,57* - 10,7 / 03 / 03 - Cervantes
3,55* - 21,3 / 06 / 00 - Koenr
3,53* - 21,2 / 06 / 00 - Barney Rubble
3,43* - 20,6 / 06 / 00 - Niels94
3,13* - 12,5 / 04 / 02 - hoi123
0
geplaatst: 5 juli 2020, 18:56 uur
Fijne bespreking. Dit is typisch zo'n plaat waarbij wat de zanger doet toevallig moet resoneren, als dat niet gebeurt is er meteen niet zo gek veel aan. Of is het, in dit geval, soms een beetje té, want nee, het is niet een heel subtiel album. Die pijnlijke, bijna ongemakkelijke eerlijkheid komt in dit geval enorm bij mij binnen. Zelfs al zijn de vrij prominente religieuze elementen niet herkenbaar voor me.
0
geplaatst: 5 juli 2020, 19:07 uur
Fijne bespreking niels, met wat achtergrondfeiten die ik zelf nog niet wist! Thanks!
1
geplaatst: 5 juli 2020, 19:10 uur
Dank. Zie nu trouwens dat ik vooral heel erg kritisch inzoom op het storytellgebeuren. Dat vind ik ook het interessants om te bespreken, maar over het algemeen is het totaalplaatje dus: fijne beats en fijne flows, ruime voldoende dus 

0
geplaatst: 6 juli 2020, 14:43 uur
Duuuuuus. Cervantes, hoi123 en Johnny Marr. Deadline met 2 weekjes verleggen nog? Redden jullie dat?
Niks tegen Graf zeggen hoor
Niks tegen Graf zeggen hoor
0
geplaatst: 6 juli 2020, 14:44 uur
Yes, red ik! Het is bij één plaat alleen nog een kwestie van de recensie schrijven, en de andere moet ik nog even één of twee keer draaien om tot m’n definitieve oordeel te komen. Excuus voor de vertraging.
0
geplaatst: 6 juli 2020, 15:24 uur
aerobag schreef:
Duuuuuus. Cervantes, hoi123 en Johnny Marr. Deadline met 2 weekjes verleggen nog? Redden jullie dat?
Niks tegen Graf zeggen hoor
Duuuuuus. Cervantes, hoi123 en Johnny Marr. Deadline met 2 weekjes verleggen nog? Redden jullie dat?
Niks tegen Graf zeggen hoor
Nope, doe maar een maand. Dat album van Barney Rubble die ik moet recenseren duurt ook gewoon bijna een maand though. Wel heel mooie muziek hoor, maar moeilijk om te verwoorden.
1
geplaatst: 6 juli 2020, 15:28 uur
Johnny Marr schreef:
Dat album van Barney Rubble die ik moet recenseren duurt ook gewoon bijna een maand though.
https://media.giphy.com/media/xcNDsrQfWxluM/giphy.gifDat album van Barney Rubble die ik moet recenseren duurt ook gewoon bijna een maand though.
Wel heel mooie muziek hoor, maar moeilijk om te verwoorden.
Herkenbaar probleem. Het beschrijven van bepaalde muziek kan soms verdomd lastig zijn. 
1
geplaatst: 12 juli 2020, 17:20 uur
* denotes required fields.
