menu

Hier kun je zien welke berichten Omsk als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Bill Callahan - Sometimes I Wish We Were an Eagle (2009)

4,5
Gelukkig heeft deze plaat me wel uitgenodigd tot een (her)ontdekking van Callahan's oeuvre - ik draai al de hele lente zowat niks anders . En deze CD is zijn derde grote pijler, na Red Apple Falls en A River.

Jim Cain is een beetje een vreemde opener, zeker een interessant liedje, maar het klinkt wat amorf, het gaat nooit in je hoofd zitten, en als je hem per ongeluk overslaat mis je hem niet, maar toch steekt hij niet bleek af bij de rest van het album.

Eid Ma is een beetje gebouwd rondom Psycho Killer, ik ben toch niet de eerste die dat opmerkt? Pakkend nummertje, waarmee Callahan de antenne uitsteekt voor een breder publiek, mooi dat dat in ieder geval op deze site geslaagd is.

Het volgende nummer flirt wat met Arabische invloeden, wat in mijn oren geen best idee is - dat 'oohohohoo' met Arabische strijkers is wel erg strandaardesk-Aladdin-op-een-dinsdag. Daartussendoor valt niettemin een ruim voldoende nummer te horen.

Rococo Zephyr is toch wel mijn favoriet. Heerlijk meedeinnummer, betoverende minimale achtergrondvocalen, subtiele arrangementen, en zoals je van op aankan bij Callahan: een lome beschouwende tekst. Het zet de krijtlijnen uit van een paradijselijke lentetuin. Kijk, de grote pest aan gelukkige momenten is altijd dat je ze niet kan opslaan, ALT+S of zo, maar zosoms worden ze wél gevangen in een liedje.

En zeer tekenend voor Callahan, wordt die zomerse perfectie in de laatste zin van het nummer dan weer vakkundig weggerelativeerd: Well I used to be sort of blind - but now I caaaan ...sort of see. .

Too Many Birds, de titel doet me denken aan een refreintje dat ik op mijn tiende verzon, als knipoog naar de enorme hoeveelheid nummers over bloemen in de Nederlandstalige muziek die ik tot dan toe had moet horen (bedankt Oom), getiteld: Rozen Kunnen De Pot Op, en steevast voorgedragen met een over het paard getild smartlappen-accent. Met deze titel lijkt Bill te knipogen naar de enorme hoeveelheid nummers die hij zelf over vogels, rivieren, appels en andere schijnbare onnozelheden schreef. Mooi stukje zelfreflectie (of dicht ik hem teveel eer toe nu?). Ook compositietechnisch weer een erg onderscheidend nummer trouwens (If - If I - If I Could, enz.).

My Friends is een single-waardig nummer, het nummer dat daarna komt ook, maar ze weten me iets minder te verrassen dan het voorgaande.

Het instrumentaaltje vind ik eigenlijk best gaaf, en de afsluiter is erg inspirerend - God wegschuiven, van je eigen kracht uitgaan, beseffen dat het ondermaanse toch echt het toneel is waar je het op moet maken. Krachtig.

Slotsom: een mooi abum. Tekstueel is het frivoler dan ik van zijn vorig pseudoniem gewend was (Ik dacht aan Forever Changes), maar ook dat past prachtig bij zijn nonchalante baritonstem.

Bonnie 'Prince' Billy - Bonnie 'Prince' Billy (2013)

4,0
Oldham, stiekemerd, door onder ieders radar zo'n lichtelijk geweldige plaat te maken . Alleen een - onzuivere - stem en een gitaar (rudimentairder dan de meeste van zijn Palace-platen) lijkt een recept voor navelstaarderige neuzelliedjes, maar daar ontsnapt hij wonderwel aan. Luister maar naar een nr als Bad Man. En in de laatste minuut van het laatste nummer meen ik zelf een onderdrukt trompetje te horen, ergens in de verte. This is the last song of its kind, zingt hij daar. Laten we het niet hopen.

Built to Spill - Ancient Melodies of the Future (2001)

4,0
Deze vind ik inderdaad ook hun de minste. Niet uit hoofde van 'waar is het misgegaan?', maar ik duik even de BTS-geschiedenis is.

In 1994 maakte Built To Spill het geweldige album There's Nothing Wrong With Love, met korte uitgekleedde catchy songs erop; in de stijl van Pavement en Archers Of Loaf. Hun vervolgalbum daarop is het fantastische Perfect From Now On, wat ik één van de beste albums aller tijden vind. Dit album is niet zozeer catchy - het kortste nummer duurt zes minuten -, maar het is wel hun meest boeiende plaat. Gooi de vocale eloquentie van Modest Mouse samen met de muzikale vernuftigeheid van dEUS en de uitgesponnen composities van Neill Young in een blender, en pas dan krijg je iets wat de magie van dat album zal benaderen. Het album dat volgde, Keep It Like A Secret, was dan weer een fijne blendermix van de twee besproken eerdere albums van Built To Spill. En toen kwam dit album, en viel er niet veel meer te blenderen, de soep leek op.

In mijn ogen is Ancient Melodies Of The Future niet meer dan gewoon een BTS-album, dat een gewone drie sterren verdient. In Your Mind en het slotnummer verhoeden minder.

Built to Spill - There Is No Enemy (2009)

4,0
Waar You In Reverse nog dorst te openen met een strak bezwerend drumritme, opent dit album met een melodieloze sliert gitaargeluid. Built To Spill neemt een enkeljte terug naar hun lofi-roots, en dit nummer klinkt gelijk vertrouwd in de oren 3,5*

Hindsight is een leuke single (doen ze nog aan singles?). Er had wel wat meer aandacht besteed mogen worden aan het intro, maar 3,5 sterren voor een melodie als deze is een prima ruil.

Op dit punt komt de vrees dat we blijven hangen in aardige liedjes, en dat de magie, meeslependheid en dromerigheid die Built To Spill zo bijzonder maakt definitief uit de formule is geschrapt. Nowhere Lullaby weet als dromerig liedje deze angst voor een deel te temperen, maar om te zeggen dat ik kraaiend van plezier de lyrics meebler is overdreven. 3,5 once again

Dan doet Good Ol' Boredom het alweer beter. Heerlijk nummer, doch een half puntje aftrek voor de Magazine-ripoff. 4*

Life is A Dream is een verradelijk koebeest dat je niet meteen in de smiezen hebt. Maar als hij valt, valt hij mee 3,5*

Oh Yeah grijpt me nog niet. 3*

Worden we dan nergens wakker geschud? Toch wel. Pat is een enorm fel punknummer met mooie tegendraadse gitaarlijnen een een snijdende tekst. Allersmakelijkst 4*

Dan Done. Ik hoor niemand over Done? Ik vind het een schitterend dromerig nummer dat als het op zijn tenen staat de PFNO-nummers kan aantikken. Mooi slepend outro ook. Opnieuw laat Doug Martsch zijn talent zien het meest nietszeggende woord in een tekst als songtitel uit te kiezen. 4,5*

Planting The Seeds is weer heel erg 1994 en lofi, niet een nummer dat me lang beklijft. 3*

Nee, de echte genialiteit volgt pas in de laatste twee nummers. Things Fall Apart is een zwaar emotioneel nummer; de brug die start op 1:51 met aansluitend het - ik ga het woord weer gebruiken - kekke trompetsolotje is zonder meer PFNO-waardig. 5*

Tomorrow trekt deze lijn gelukkig door, en verschiet een paar keer schitterend van muzikale kleur, voor mij het tweede vijfsterrennummer op deze CD. En daarmee eindigt deze CD, die - in tegenstelling tot You In Reverse - beurtelings teruggrijpt naar Perfect From Now On en hun lofi-periode, compleet zonder nare nasmaak. De eerste helft is een heel stuk zwakker dan de tweede (vanaf Pat), maar als je na de laatste twee nummers de CD hoort afslaan kun je niet anders dan besluiten dat je weer een prima album hebt gehoord.

Built to Spill - There's Nothing Wrong with Love (1994)

4,5
Hoe kan een band nou het nummer "Car" op een album zetten, en niet een enkele reactie krijgen op deze site? Godsgruwelijk mooi en verslavend nummer vind ik dat, terwijl het eigenlijk een heel simpele en sobere compositie is.

Big Dipper en The Source zijn ook al van die prachtige nummers. De sound van Built To Spill werd hier op de kaart gezet, met hun zo typische uitgeklede-maar-toch-intense rocknummers. Een van de beste Lo-Fi albums, offe, eigenlijk een van de beste albums ooit gemaakt.