Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van Rainmachine.
Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen:
januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026
Something Happens - Stuck Together with God's Glue (1990)
Met Stuck Together with God’s Glue bouwt Something Happens verder op de melodieuze kracht van hun debuut. Het album combineert pakkende popstructuren met iets rijkere arrangementen en een zelfverzekerder bandgeluid. De single Hello, Hello, Hello, Hello, Hello (Petrol) blijft een van hun bekendste nummers, maar ook tracks als Parachute, Kill the Roses en Room 29 laten de groei van de band horen.
De nummers zijn scherp en melodieus, met een mix van speelse energie en subtiele melancholie. Dunne’s expressieve zang en Harmans gitaar zorgen voor karakter, terwijl de ritmesectie een solide basis vormt. Het album bevestigt de reputatie van de band als makers van slimme, toegankelijke en melodieuze pop. Nog steeds een uitermate charmant album en ik en blij dat ik de band destijds nog live heb gezien in Amsterdam.
»
details
» naar bericht » reageer
Something Happens - Alan, Elvis & God (1997)
Het laatste album van de sympathieke Ieren. Met Alan, Elvis & God keert Something Happens terug naar een helderder en melodieuzer geluid. Het album laat een band horen die hun popinstinct volledig onder controle heeft en sterke songs centraal stelt. Tracks als Are You My Girl, 70’s Wedding en Momentary Thing combineren toegankelijke melodieën met slimme teksten en een dynamisch bandgeluid.
De productie is weer wat directer en overzichtelijk, waardoor de nummers meteen weer volledig tot hun recht komen. Dunne’s zang en Harmans gitaar zorgen voor herkenbaar karakter, terwijl Byrne en Ryan de ritmische basis strak houden. Het resultaat is een consistent album vol melodieuze popsongs die zowel speels als doordacht zijn. Jammer dat de heren het hierbij hebben gelaten, ik had toch wel een groot zwak voor deze band.
»
details
» naar bericht » reageer
Something Happens - Bedlam a Go Go! (1992)
Met Bedlam a Go Go! slaat Something Happens een duidelijk andere richting in. Waar eerdere albums vooral helder melodische pop brachten, klinkt dit album ruwer en voller, duidelijk beïnvloed door de grungegolf die begin jaren negentig uit de Verenigde Staten kwam overwaaien. Distortion en reverb spelen een grotere rol, waardoor nummers als Diane on the Cross, Daisyhead en Hit the Parade een zwaardere sound krijgen.
De nummers blijven echter sterk, met melodieën en structuren die herkenbaar blijven voor de band. Soms verdrinken die melodieën een beetje in de effecten, maar de energie en ambitie zijn duidelijk hoorbaar. Het album laat een band horen die durft te experimenteren en hun geluid wil vernieuwen. Het is alleen wat erg in your-face, ook nu nog anno 2026.
»
details
» naar bericht » reageer
Something Happens - Been There, Seen That, Done That (1988)
Weer even in/op de speler. Dit debuutalbum van Somehing Happens laat meteen horen waarom Something Happens een bijzondere plek kreeg in de Ierse popscene van de late jaren tachtig. De band — Tom Dunne, Ray Harman, Alan Byrne en Eamonn Ryan — combineert energieke melodieën met scherpe, soms ironische teksten. Nummers als Incoming, Take This with You en Forget Georgia tonen een talent voor pakkende hooks en solide songwriting.
Tegelijk laten tracks zoals Both Men Crying en The Way I Feel een meer introspectieve kant horen. De ritmesectie houdt alles strak en melodieus, terwijl Harmans gitaarwerk kleur en dynamiek toevoegt. Het resultaat is een charmant en tijdloos debuut waarin sterke songs en spontane energie centraal staan.
»
details
» naar bericht » reageer
Morrissey - Make-up Is a Lie (2026)
Na ruim vijf jaar stilte verscheen dit jaar eindelijk Make-Up Is a Lie, het veertiende soloalbum van Morrissey. De plaat markeert niet alleen een nieuwe fase in zijn lange carrière, maar ook een symbolische terugkeer naar Sire Records, het label waar zijn vroege solowerk verscheen en dat in sommige gebieden ook de thuisbasis was van The Smiths. Morrissey klinkt hier opnieuw verrassend scherp, betrokken en melodisch sterk, ondersteund door een band die zowel kracht als subtiliteit in het geluid weet te brengen.
De opening met “You’re Right, It’s Time” zet meteen een zelfverzekerde toon. Het titelnummer “Make-Up Is a Lie” volgt met een compacte, ironische scherpte die meteen herkenbaar Morrissey is. “Notre-Dame” brengt vervolgens meer dramatiek, met strijkarrangementen die het nummer een bijna filmische sfeer geven. De verrassende cover “Amazona”, oorspronkelijk van Roxy Music, wordt met respect behandeld maar tegelijk duidelijk naar Morrissey’s eigen wereld getrokken. In het midden van het album komt de veelzijdigheid van de plaat goed naar voren. “Headache” en “Boulevard” bouwen rustig op en geven ruimte aan melodie en arrangement.
“Zoom Zoom the Little Boy”, over een jongetje dat alle dieren probeert te redden van de boze grote mensen, en “The Night Pop Dropped” brengen vervolgens weer meer ritmische energie, terwijl “Kerching Kerching” een compacte, bijna speelse song is die tegelijk een scherpe ondertoon heeft. Opnieuw blijkt hoe moeiteloos Morrissey ironie, observatie en melodie weet te combineren. Het afsluitende “The Monsters of Pig Alley” sluit het album af met een donkerder en licht theatrale toon, een stijl die Morrissey al decennia moeiteloos beheerst. Prima plaat!
»
details
» naar bericht » reageer
Sjako! - Senior Citizens (2026)
Met Senior Citizens laat Sjako! opnieuw horen waarom dit voor mij een van de meest bijzondere bands is die Nederland ooit heeft voortgebracht. De inmiddels vertrouwde drie-mans bezetting met Jaap Vrenegoor op drums, Thijs Vermeulen op bas en Wouter Planteijdt op gitaar en zang werkt hier opnieuw uitstekend. Vanaf Outside the Box is meteen duidelijk dat de band nog altijd volledig zijn eigen koers vaart. Tracks als Senior Citizens, Wise Men en Into the Night (Fightfightfight) laten horen hoe de band nog steeds sterke melodieën kan combineren met onverwachte ritmische wendingen.
Daar tegenover staan meer speelse of experimentele momenten zoals Improv Gabon Trousers en After Dinner Jam, waarin de band duidelijk ruimte neemt voor spontaniteit. Die afwisseling werkt goed: het album blijft daardoor voortdurend in beweging zonder dat het gefragmenteerd aanvoelt. Senior Citizens voelt daardoor als een logisch vervolg op het uitstekende Megaliths: dezelfde driehoek van bas, drums en gitaar, maar met nieuwe ideeën en kleine zijwegen in de composities. Voor wie deze band al langer volgt, is het simpelweg prettig om te horen dat die eigenzinnige mix van rock, jazz en eigenzinnige humor nog altijd springlevend is.
»
details
» naar bericht » reageer
Sjako! - Megaliths (2024)
Met het nieuwe Sjako! album voor de deur ook deze fraaie plaat weer even op de speler. Megaliths markeert een duidelijk moment van terugkeer voor Sjako!, met Jaap Vrenegoor weer op drums en de klassieke drie-mans bezetting intact. Vanaf het openingsnummer, Megaliths, is het geluid dat ik van Sjako! ken en waardeer direct aanwezig: speels, eigenzinnig en toch strak verbonden door de ritmesectie. De drums van Vrenegoor geven de nummers een levendige en gecontroleerde drive, terwijl de baslijnen van Thijs Vermeulen solide maar nooit voorspelbaar de fundamenten leggen. Wouter Planteijdt vult dit aan met zijn kenmerkende en fraaie gitaarwerk en zang, waarbij de shekere en subtiele percussie-invloeden zorgen voor een jazzy ondertoon die het geheel een specifieke, herkenbare Sjako!-kleur geeft.
De cover van I’m The Slime, een Inventions-nummer uit 1973, is een hoogtepunt qua invloeden: de King Crimson- en Zappa-referenties zijn hoorbaar, maar de uitvoering past volledig in het Sjako!-palet. Megaliths is een album dat (gelukkig) laat horen dat Sjako! de eigen stijl heeft behouden, zelfs na jaren van veranderingen. Het is ingetogen op momenten, experimenteel waar dat past, en met voldoende ruimte voor muzikale finesse zonder dat het overkomt als een showcase van techniek. Voor liefhebbers van eigenzinnige Nederlandse rock met een jazzy inslag is dit album een overtuigende luisterervaring.
»
details
» naar bericht » reageer
Heather Nova - Breath and Air (2025)
Prima album, maar niet opvallend anders dan haar laatste platen. Van mij had er wel wat meer pit in gemogen, want dit is wel erg mellow en daardoor wordt het af en toe wat kwelerig. Verder is Heather nog goed bij stem en ziet ze er nog steeds uit als om door een ringetje te halen. Dat alleen is echter niet genoeg voor een hogere score. Voor mij is dit gewoon een prima middenmoter in haar catalogus.
Ik draai haar eerste platen nog steeds regelmatig en met plezier; die blijven toch net wat bijzonderder. Misschien dat ik het later nog eens probeer, maar voor nu kom ik niet hoger dan een 3,5: een ruime voldoende voor deze bijzondere dame.
»
details
» naar bericht » reageer
Speed of the Stars - Speed of the Stars (2016)
Speed of the Stars is een album dat een nieuw deel van het creatieve universum van Steve Kilbey (The Church) tentoonstelt. Kilbey’s zang, bas en toetsen vormen de emotionele kern van elk nummer, terwijl Frank Kearns, bekend als gitarist van de jaren ’80-band Cactus World News, met dromerige, gelaagde gitaarlijnen de melodieën subtiel omlijst en de ruimte tussen de noten vult met textuur en sfeer.
De openingsnummers, Song Within the Shell en Heliotropic, zetten meteen de toon. Kilbey’s warme, introspectieve zang wordt subtiel ondersteund door Kearns’ sfeervolle gitaarpartijen, die de nummers een bijna tastbare gloed geven. In het hart van het album, met Black River, Autumn Daze en Back Wherever, wordt deze samenwerking nog duidelijker. De nummers voelen dynamisch en gelaagd, maar blijven coherent dankzij de subtiele symbiose tussen Kilbey en Kearns.
Speed of the Stars is een project waarin Steve Kilbey’s visie centraal staat, maar waarin Kearns’ atmosferische gitaarwerk onmisbaar is voor de gelaagde, etherische sfeer. Het album combineert tijdloze melodieën met intieme, emotionele details en bewijst dat de samenwerking tussen deze twee muzikanten het geheel verheft tot een meeslepende luisterervaring. Bijzonder fraai album!
»
details
» naar bericht » reageer
Morrissey - Years of Refusal (2009)
Vanavond in de speler en hij valt ook nu weer goed. Met Years of Refusal levert Morrissey een album af dat barst van de energie en overtuiging. De opener zet meteen de toon. “Something Is Squeezing My Skull” barst los met een haast opgejaagde energie, een compacte song die meteen duidelijk maakt dat Morrissey geen moment tijd wil verspillen. “When Last I Spoke to Carol” en “One Day Goodbye Will Be Farewell” tonen een meer contemplatieve kant, waarin Morrissey reflecteert op afscheid en vergankelijkheid. Het gitaarspel van Boorer en Tobias blijft daarbij opvallend elegant; hun partijen ondersteunen de zang zonder ooit te opdringerig te worden. De slotfase geeft het album een verrassend emotionele lading. “It’s Not Your Birthday Anymore” en “You Were Good in Your Time” behoren tot de meest ingetogen momenten van de plaat en laten horen hoe goed Morrissey nog altijd ballads kan dragen.
De kritiek dat het album te gespierd zou klinken en te ver van het Smiths-geluid zou staan, voelt wat mij betreft eigenlijk misplaatst. Wie goed luistert, hoort juist hoe Morrissey’s melodieën en dramatiek nog steeds uit dezelfde bron komen — alleen met de kracht van een artiest die twintig jaar verder is. In dat opzicht klinkt Years of Refusal bijna als een denkbeeldige blik op hoe The Smiths in de eenentwintigste eeuw hadden kunnen klinken. Het album bezit dezelfde koppige onafhankelijkheid die ook zijn werk met The Smiths altijd heeft gekenmerkt, en bewijst dat Morrissey ook in een latere fase van zijn carrière nog altijd albums kan maken die energie, karakter en melodisch vakmanschap combineren.
»
details
» naar bericht » reageer
Morrissey - Low in High School (2017)
Met Low in High School laat Morrissey horen dat hij ook decennia na zijn doorbraak nog altijd bereid is om te schuren en te provoceren. Het album opent zonder omwegen met “My Love, I’d Do Anything for You”, een nummer waarin hij meteen met gestrekt been het veld opkomt. De toon is fel, ironisch en onmiskenbaar Morrissey. De Midden-Oosten-referenties op dit album lijken niet toevallig, maar ze komen waarschijnlijk uit een combinatie van persoonlijke, artistieke en politieke invalshoeken. Ten eerste is er de artistieke fascinatie voor plaatsen die symbool staan voor conflict en identiteit.
Morrissey heeft altijd een sterke neiging gehad om geografische locaties te gebruiken als decor voor grotere thema’s. Dat deed hij eerder al met bijvoorbeeld Londen, Los Angeles of Camden. In “The Girl from Tel-Aviv Who Wouldn’t Kneel” lijkt Tel Aviv minder een concrete plaats dan een metafoor voor trots, verzet en individualiteit. Daarnaast speelt waarschijnlijk ook politieke provocatie een rol. Morrissey heeft in interviews vaker laten zien dat hij bewust onderwerpen kiest die discussie oproepen. Het afsluitende “Israel” is daar een goed voorbeeld van. Het nummer heeft een bijna hymne-achtige opbouw en lijkt eerder een beschouwend of empathisch perspectief te kiezen dan een expliciet politiek standpunt.
Er is ook nog een praktische achtergrond. Rond de periode van dit album had Morrissey een vrij sterke internationale touractiviteit, inclusief optredens in Israël. Hij heeft meerdere keren benadrukt dat hij graag in Tel Aviv speelt en dat hij zich daar als artiest welkom voelt. Dat kan hebben bijgedragen aan het feit dat die plaats in zijn teksten opdook. De slotfase van het album onderstreept opnieuw Morrissey’s eigenzinnigheid. “Who Will Protect Us from the Police?” en het afsluitende melancholieke “Israel” tonen een songwriter die zich niet laat temmen door verwachtingen of modegrillen. Morrissey blijft hier wat hij altijd geweest is: een eigenzinnige observator die liever tegen de stroom in zwemt dan zich aan te passen, en precies daardoor nog altijd relevant klinkt.
»
details
» naar bericht » reageer
Morrissey - Ringleader of the Tormentors (2006)
»
details
Morrissey - Live at Earls Court (2005)
Halleluja, wat een live plaat blijft dit! Opgenomen in het iconische Earls Court Exhibition Centre in december 2004, vangt dit album Morrissey die zich op dat moment op een absoluut creatief hoogtepunt bevindt. De terugkeer met You Are the Quarry had hem nieuw elan gegeven, en dat hoor je hier in elke noot. Dit is geen nostalgische terugblik, maar een zelfverzekerde bevestiging van zijn volledige oeuvre — van solowerk tot klassiekers uit het verleden, inclusief The Smiths-nummers die verbluffend goed klinken in deze livecontext.
De opening met “How Soon Is Now” zet meteen de toon: dreigend, intens en gedragen door een band die messcherp speelt. De combinatie van oud en nieuw materiaal werkt uitstekend. “First of the Gang to Die” en “I Have Forgiven Jesus” klinken energiek en urgent, terwijl “November Spawned a Monster” en “Don’t Make Fun of Daddy’s Voice” een meer emotionele lading krijgen in deze livecontext. Halverwege het concert wordt duidelijk hoe breed het repertoire inmiddels is. “Big Mouth Strikes Again”, “There Is a Light That Never Goes Out” en “Shoplifters of the World Unite” krijgen een frisse, robuuste uitvoering die laat horen dat deze nummers moeiteloos de tand des tijds hebben doorstaan. Ze klinken live zelfs beter dan menig studioversie.
De slotfase is ronduit indrukwekkend. “Irish Blood, English Heart” en het uitgesponnen “You Know It Couldn’t Last” onderstrepen de vitaliteit van dit tijdperk, terwijl “Last Night I Dreamt Somebody Loved Me” het geheel afsluit met ingetogen intensiteit. Dit is Morrissey in volle glorie en de Smiths-klassiekers klinken nog beter dan je zou durven hopen, en ja, ook zonder Marr op gitaar.
»
details
» naar bericht » reageer
Morrissey - My Early Burglary Years (1998)
Nog een Morrissey album wat hier regelmatig in de speler ligt. Waar veel artiesten hun restmateriaal bewaren voor de echte liefhebber, blijkt hier dat zijn B-kanten en losse nummers moeiteloos het niveau van regulier albumwerk halen. Dit is geen voetnoot in de discografie, maar een volwaardig hoofdstuk. Deze verzamelaar bestrijkt verschillende periodes uit zijn solocarrière en laat een songwriter horen die ook buiten de hoofdlijnen om scherp, melodieus en uitgesproken blijft.
De opening met “Sunny” en “At Amber” zet meteen de toon: melodisch sterk en gedragen door dat karakteristieke stemgeluid dat tegelijk afstandelijk en emotioneel kan klinken. Zijn versie van “Cosmic Dancer” toont respect voor het origineel zonder het klakkeloos te kopiëren; hij maakt het nummer volledig eigen. Met “Sister I’m a Poet” en “Black-Eyed Susan” horen we de jonge, hongerige Morrissey die zijn positie in de muziekwereld scherp observeert.
Het laatste deel van deze compilatie is ronduit indrukwekkend. “Jack the Ripper” is dreigend en meeslepend, “I’ve Changed My Plea to Guilty” melancholiek en zelfbewust. “The Boy Racer” bruist van energie en contrasteert fraai met het epische “Boxers”, dat de verzameling op monumentale wijze afsluit. My Early Burglary Years is verbijsterend goed, juist omdat het laat zien dat zelfs wat officieel buiten de albums viel, artistiek volledig overeind blijft.
»
details
» naar bericht » reageer
Morrissey - You Are the Quarry (2004)
Vanavond weer even in de speler, wat een fantastische plaat blijft dit toch. Morrissey klinkt hier scherper, strijdbaarder en melodieuzer dan in lange tijd. Tekstueel en muzikaal zit alles op zijn plaats. Het was alsof de jaren van relatieve stilte zijn pen alleen maar hadden aangescherpt. “America Is Not the World” opent met directe maatschappijkritiek, gevolgd door het compacte en vlijmscherpe “Irish Blood, English Heart”, een single die meteen zijn terugkeer bezegelde.
Halverwege het album volgt een indrukwekkende reeks nummers die stuk voor stuk blijven hangen. “The World Is Full of Crashing Bores” en “How Could Anybody Possibly Know How I Feel?” combineren zelfspot met melodische kracht. “First of the Gang to Die” heeft een bijna triomfantelijke energie, terwijl “Let Me Kiss You” een ingetogen klassieker is die direct ontroert. Het zijn stuk voor stuk nummers die moeiteloos laten horen waarom Morrissey ook ver na het tijdperk van The Smiths relevant bleef. Hij had dat verleden niet nodig om zijn identiteit te dragen; hij had het allang overstegen.
Met “All the Lazy Dykes”, “I Like You” en het afsluitende “You Know I Couldn’t Last” wordt het album krachtig afgerond. Vooral die laatste track voelt als een samenvatting van zijn volharding: koppig, zelfbewust en emotioneel geladen. You Are the Quarry is een ultiem hoogtepunt, een plaat waarop alles samenkomt — melodie, ironie, engagement en vakmanschap. De bonusnummers op de speciale editie zijn ook van hoog niveau en zeer de moeite waard!
»
details
» naar bericht » reageer
Morrissey - Maladjusted (1997)
Na het mindere Southpaw Grammar keerde Morrissey in 1997 terug met Maladjusted, een plaat die meteen weer een stuk overtuigender klinkt. Geproduceerd door Steve Lillywhite, toont het album een artiest die zijn eigen koers herbevestigt. Hoewel Lillywhite niet mijn favoriete producer is, krijgt het album hier een solide productie die de sterke punten van Morrissey’s zang en de band goed naar voren brengt. Gelukkig heeft Lillywhite de trebleknop dit keer niet volledig opengedraaid, iets waar hij in het verleden nog wel eens toe neigde.
Het titelnummer “Maladjusted” opent krachtig, met een ritmische drive die meteen pakt, gevolgd door “Alma Matters”, een van de meest memorabele songs van de plaat. Hier hoor je Morrissey in topvorm: scherp, melodieus en met die kenmerkende mix van melancholie en ironie. “Ambitious Outsiders” en het fraaie “Trouble Loves Me” laten zien dat hij zijn energie en gevoel voor melodie heeft hervonden, met gitaarriffs die de teksten extra kracht bijzetten.
Persoonlijk luister ik liever naar het originele album dan naar de latere heruitgave met bonustracks; het oorspronkelijke geheel voelt consistenter en sterker als afgerond statement.
»
details
» naar bericht » reageer
Morrissey - Vauxhall and I (1994)
Vauxhall and I markeert naar mijn mening een van de meest overtuigende momenten in de solocarrière van Morrissey. Boorer en Whyte weven een subtiele, maar trefzekere gitaarsound die ruimte laat voor Morrissey’s karakteristieke zanglijnen en zijn literair geladen teksten. Het is een elegante balans tussen melancholie en scherpte, iets waar dit album continu van profiteert. Singles als “The More You Ignore Me, the Closer I Get” en “Hold on to Your Friends” laten zien dat Morrissey nog altijd zijn talent voor pakkende melodieën bezit, zonder in oppervlakkigheid te vervallen.
Het album laat vooral een artiest horen die volledig op zijn gemak is met zijn eigen stem en stijl, en die niet schroomt persoonlijke gevoelens en sociale observaties te combineren. “Used to Be a Sweet Boy” en het fantastische “The Lazy Sunbathers” bieden korte, poëtische intermezzo’s, terwijl “Speedway” het album afsluit met een opgewekte, bijna theatrale flair. Voor mij is dit album nog steeds het bewijs dat Morrissey, na jaren van zoeken en experimenteren, zijn eigen sologeluid volledig had gevonden en daarmee zijn solocarrière definitief op het hoogste niveau bracht.
»
details
» naar bericht » reageer
Morrissey - Southpaw Grammar (1995)
»
details
And Also the Trees - The Devil's Door (2026)
Mooi, een nieuw album van And Also The Trees staat altijd weer garant voor een uurje navelstaren. Eerste indruk is prima en ik vind het ook wat een lichte return-to-form, beter dan de vorige twee albums in ieder geval. Niet dat die slecht waren maar wel een beetje veel van hetzelfde. Ik bespeur hier wel weer wat romantische nostalgie naar verloren Engelse tijden en sferen. Titels als The Silver Key, Return of the Reapers en The Rifleman’s Wedding werken daar ook aan mee. Geluidskwaliteit is ook uitstekend, wordt vervolgt...
»
details
» naar bericht » reageer