Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van Rainmachine.
Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen:
januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026, mei 2026, juni 2026, juli 2026, augustus 2026, september 2026
Do-Ré-Mi - The Happiest Place in Town (1988)
Drie jaar na het bijzondere "Domestic Harmony" kwam Do-Ré-Mi met "The Happiest Place in Town", een uitstekende opvolger die duidelijk anders klinkt dan het debuut. De band is volwassener geworden en de nummers zijn beter uitgewerkt, zonder dat de eigenzinnigheid helemaal is verdwenen. Deborah Conway blijft met haar karakteristieke stem het herkenningspunt, terwijl de bas van Helen Carter opnieuw een belangrijke rol speelt. "Haunt You" is meteen een uitstekende opener, gevolgd door het speelsere "King of Moomba" en het donkerdere "Adultery". "Valentines Day" en "Take Me Anywhere" laten een toegankelijkere kant horen, terwijl "Heads Will Roll" weer wat steviger uitpakt. Do-Ré-Mi probeert gelukkig nergens een tweede "Man Overboard" te maken.
Ook de tweede helft blijft sterk. "Disneyland", "Wild and Blue" en "Desert Song" laten verschillende kanten van de band horen en het korte titelnummer zorgt voor een passend einde. Als geheel klinkt deze plaat minder grillig dan "Domestic Harmony", maar zeker niet minder overtuigend. Jammer genoeg heeft "The Happiest Place in Town" in Nederland nauwelijks iets gedaan. Nog datzelfde jaar viel Do-Ré-Mi uiteen en bleef het bij twee albums. Het bijzondere debuut kreeg daardoor nooit een derde hoofdstuk, maar deze volwassen en opvallend sterke opvolger vormt voor mij een uitstekende afsluiting van een veel te kleine catalogus.
»
details
» naar bericht » reageer
Do-Ré-Mi - Domestic Harmony (1985)
"Domestic Harmony" uit 1985 is een van die Australische debuutalbums die ik nog altijd bijzonder vind. Do-Ré-Mi klinkt werkelijk anders dan vrijwel alles eromheen in die tijd. Deborah Conway trekt natuurlijk onmiddellijk de aandacht met haar herkenbare stem, maar de geweldige baspartijen van Helen Carter zijn minstens zo bepalend. Samen met het hoekige gitaarwerk van Stephen Philip en de ritmes van Dorland Bray ontstaat een merkwaardige maar bijzonder geslaagde combinatie van postpunk, funk en new wave. "The Theme from Jungle Jim" laat dat meteen horen. Ook "Idiot Grin" is uitstekend, terwijl het donkere "Warnings Moving Clockwise" voor mij tot de mooiste nummers van de eerste helft behoort.
En dan is er natuurlijk "Man Overboard". Een traag, broeierig nummer zonder traditioneel refrein en met teksten over onder meer "penis envy" en "pubic hair" werd in Australië gewoon een Top 5-hit. Ook muzikaal blijft het fantastisch, vooral door die dominante bas en de geweldige manier waarop Conway haar tekst brengt. Daarna houden "Big Accident", "Racing to Zero" en "New Taboos" het niveau hoog, voordat "1000 Mouths" de plaat afsluit. "Domestic Harmony" telt slechts tien nummers en dat is precies genoeg. Het album is eigenwijs, intelligent en muzikaal uitstekend. Vooral de prominente bas, Conways stem en de soms vreemde ritmes geven Do-Ré-Mi een geluid dat ik zelfs binnen de toch al avontuurlijke periode rond 1985 nog steeds heel bijzonder vind.
Als ik Do-Ré-Mi toch ergens mee zou moeten vergelijken, kom ik uit bij een merkwaardige kruising tussen Talking Heads en Martha & The Muffins. De hoekige ritmes, funky bas en soms nerveuze gitaarpartijen doen regelmatig aan Talking Heads denken, terwijl de melodieuze kant en de sfeer dichter bij Martha & The Muffins liggen. Toch klinkt Do-Ré-Mi nooit als een kopie van een van beide. Daarvoor zijn Deborah Conways stem en de prominente bas van Helen Carter veel te bepalend voor het eigen geluid van de band.
»
details
» naar bericht » reageer
Hoodoo Gurus - Magnum Cum Louder (1989)
Na het fantastische Blow Your Cool! kwam Hoodoo Gurus in 1989 met Magnum Cum Louder, een album waarmee ik altijd een wat vreemde verhouding heb gehouden. Het is absoluut geen slechte plaat. Daarvoor staan er te veel sterke nummers op en ligt het muzikale niveau veel te hoog. Toch klinkt de band duidelijk anders: harder, strakker en voor mij ook wat klinischer. Er was in twee jaar tijd dan ook het nodige veranderd. Clyde Bramley was op bas vervangen door Rick Grossman en na problemen met hun oude platencontract hadden Hoodoo Gurus het Big Time label verlaten en waren ze bij het grote RCA/BMG terechtgekomen. Bovendien produceerde de band het album zelf. Welke verandering de meeste invloed heeft gehad, weet ik niet, maar de koerswijziging is duidelijk hoorbaar.
“Come Anytime” is fantastisch en behoort voor mij tot het beste werk van Hoodoo Gurus. Ook “Another World” en het prachtige “Shadow Me” zijn erg sterk. Met “Axegrinder”, “Hallucination” en later “I Don’t Know Anything” komt het hardere gitaarwerk veel nadrukkelijker naar voren. Aan het muzikantschap ligt het nergens: de band speelt hier uitstekend. Achteraf zie ik Magnum Cum Louder vooral als een overgang naar de stevigere gitaarplaten van de jaren negentig. Een goede en technisch indrukwekkende plaat met verschillende uitstekende nummers, maar ook het album waarop Hoodoo Gurus voor mij begint weg te bewegen van het lossere en melodieuzere geluid van de eerste drie albums.
»
details
» naar bericht » reageer
Hoodoo Gurus - Kinky (1991)
Na het wat merkwaardige "Magnum Cum Louder" kreeg ik met "Kinky" in 1991 weer een Hoodoo Gurus-album waar ik veel meer plezier aan beleefde. Toch begint de plaat voor mij met zijn grootste zwakke plek. "Head in the Sand" is niet eens een slecht nummer, maar als opener een verkeerde keuze: Hoodoo Gurus komen meteen met gestrekt been naar binnen en suggereren daarmee een veel harder album dan "Kinky" uiteindelijk blijkt te zijn. Gelukkig volgen met "A Place in the Sun" en het prachtige "Castle in the Air" meteen betere nummers. En dan "Miss Freelove '69" bezorgt mij ook in 2026 nog altijd een grijns van oor tot oor. Meteen daarna volgt met "1000 Miles Away" nog een absoluut hoogtepunt.
Ook het prachtige "Brainscan" is voor mij belangrijk. Dit is klassieke Hoodoo Gurus en had zo op "Stoneage Romeos" kunnen staan. Het laat horen dat de eigenzinnigheid van de vroege Gurus hier nog volop aanwezig is. Voor mij is "Kinky" het laatste echt interessante Hoodoo Gurus-album. Het latere voortdurende gitaargerag en vooral dat steeds met gestrekt been naar binnen denderen gingen me uiteindelijk tegenstaan. Ironisch genoeg waarschuwt "Head in the Sand" daar al voor. Gelukkig is op de rest van "Kinky" de verhouding tussen stevige gitaren, melodie, humor en speelsheid nog uitstekend.
»
details
» naar bericht » reageer
The Smiths - Hatful of Hollow (1984)
Voor mij heeft Hatful of Hollow altijd gevoeld als het echte vervolg op het debuut, ongeacht het feit dat het formeel een verzamelaar is. In de jaren tachtig draaide ik deze plaat helemaal grijs en niet zonder reden. De John Peel-sessies en singleversies geven de nummers een rauwheid en directheid die perfect past bij de kern van deze muziek. Het album klinkt minder gepolijst dan het debuut, maar juist daardoor menselijker, urgenter. Alsof de nummers dichter op de huid zitten en minder afstand bewaren. Dit was geen plaat voor de achtergrond, maar een metgezel die meeging door slaapkamers, koptelefoons en lange avonden.
De afsluitende fase van het album is emotioneel misschien wel het sterkst. Back to the Old House klinkt breekbaar en intiem, Reel Around the Fountain behoudt zijn weemoedige schoonheid, en Please Please Please Let Me Get What I Want is een meesterlijke afsluiter in al zijn eenvoud. Voor mij is Hatful of Hollow geen bijeengeraapt geheel, maar een samenhangend album dat perfect vastlegt waar deze band in 1984 voor stond. Precies daarom blijft dit voor mij een onmisbaar hoofdstuk, vol herinneringen en melodieën die zich diep hebben vastgezet in mijn geheugen.
»
details
» naar bericht » reageer
Duran Duran - Seven and the Ragged Tiger (1983)
Mwah, na mijn paar heerlijke uurtjes met de eerste twee worpelingen van Duran Duran dacht ik: zal ik het nog eens proberen met de opvolger? Ook ik heb de 7" nog van The Reflex-flex-flex-flex, maar ik heb dit album nooit kunnen pruimen. Kwam ook doordat mijn jongere broer aan de andere kant van de hal later de hele tijd Wild Boys aan het draaien was en daar was ik op een gegeven moment helemaal klaar mee. Dat nummer staat hier niet op en ook niet op het latere album. Zal ook een reden voor zijn geweest.
Ik heb Seven and the Ragged Tiger (lijkt wel de titel van een aflevering van Sandokan) nog keurig in het schap staan, met hooguit twee draaiuren over de afgelopen veertig jaar. Dat zegt wel genoeg en mijn huidige draaibeurt gaat daar ook niets meer aan veranderen. Vreselijk flauw album dat echt niet aan mij besteed is. Het klinkt allemaal enorm gekunsteld: meer vorm dan inhoud. Ik hou het mooi bij de eerste twee albums, die zijn echt top.
»
details
» naar bericht » reageer
Hoodoo Gurus - Blow Your Cool! (1987)
Met Blow Your Cool! uit 1987 maakten Hoodoo Gurus wat mij betreft een waanzinnig goed derde album. De zomer van 1987 was sowieso een geweldige tijd en daar heeft deze plaat voor mij zeker aan bijgedragen. Ik weet nog precies dat ik het album kocht in de vinylkelder van Looper in Sneek en niet kon wachten om thuis te komen en het te draaien. Ik vond Stoneage Romeos al uitstekend en Mars Needs Guitars! een meer dan prima opvolger, maar hier ligt het niveau over de volle lengte bijzonder hoog. Dat begint meteen met “Out That Door”, gevolgd door het fantastische “What’s My Scene”. Veel beter wordt Hoodoo Gurus voor mij niet. Daarna komt ook nog “Good Times”, met achtergrondzang van The Bangles. “I Was the One” en het stevigere “Hell for Leather” zorgen ervoor dat de eerste helft nauwelijks een minder moment kent.
Ook daarna blijft het niveau hoog. “Middle of the Land” is geweldig, maar minstens zo mooi vind ik “My Caravan”. Het rustigere, melancholische karakter en de schitterende melodie maken dit voor mij tot een van de bijzondere momenten van het album. “Come On” en “On My Street” zorgen voor meer tempo, waarna “Party Machine” en het donkere “Heart of Darkness” de plaat afsluiten. Blow Your Cool! is veel meer dan een album met een paar uitstekende singles. Juist de combinatie van bekende nummers en persoonlijke favorieten als “My Caravan” maakt dit voor mij een van de absolute hoogtepunten uit de catalogus van Hoodoo Gurus — en onlosmakelijk verbonden met die prachtige zomer van 1987.
»
details
» naar bericht » reageer
Hoodoo Gurus - Mars Needs Guitars (1985)
Een jaar na Stoneage Romeos bewezen Hoodoo Gurus met Mars Needs Guitars! dat hun uitstekende debuut bepaald geen toevalstreffer was. De band klinkt in 1985 steviger en wat gecontroleerder, maar de humor, garagerock, sixtiesinvloeden en vooral Dave Faulkners sterke gevoel voor melodie zijn nog volop aanwezig. Nieuw achter de drums is Mark Kingsmill, die James Baker na het debuut had vervangen. “Bittersweet” is direct een van de hoogtepunten en behoort voor mij tot het beste dat Hoodoo Gurus heeft gemaakt. Ook “Death Defying” en het geweldige “Like Wow-Wipeout!” laten horen hoe gemakkelijk de band stevige gitaren met pakkende refreinen kon combineren. “Poison Pen” en “In the Wild” zorgen ervoor dat de eerste helft van het album bijzonder sterk is.
Ook daarna blijft er genoeg te genieten. “Hayride to Hell” is wat donkerder, “Show Some Emotion” lekker compact en “The Other Side of Paradise” opnieuw een sterk gitaarnummer. Het korte titelnummer laat de humoristische kant van de band horen, waarna “She” het album afsluit. Persoonlijk plaats ik Mars Needs Guitars! nét onder Stoneage Romeos. Het debuut heeft voor mij iets meer charme en eigenzinnigheid, terwijl deze opvolger wat strakker klinkt. Het verschil is echter klein. Met “Bittersweet”, “Death Defying” en “Like Wow-Wipeout!” staan hier voor mij enkele absolute Hoodoo Gurus-favorieten op.
»
details
» naar bericht » reageer
Hoodoo Gurus - Stoneage Romeos (1984)
Met Stoneage Romeos leverden Hoodoo Gurus in 1984 direct een bijzonder sterk debuut af. De Australiërs klinken hier rauw, enthousiast en soms heerlijk vreemd, maar bovenal staat het album vol uitstekende nummers. Dave Faulkner laat meteen horen hoe goed hij stevige gitaren kon combineren met sterke melodieën, pakkende refreinen en teksten over alles van popcultuur tot merkwaardige historische onderwerpen. “(Let’s All) Turn On” is een geweldige opener, waarna “I Want You Back” voor mij meteen tot de hoogtepunten behoort. Ook “Arthur” is sterk, terwijl het primitieve en aanstekelijke “Dig It Up” een heel andere kant van de band laat horen. Met “My Girl” bewijst Faulkner vervolgens dat hij ook een prachtig compact popnummer kon schrijven. Die afwisseling is een van de grote kwaliteiten van het album.
De tweede helft doet nauwelijks onder voor de eerste. “Leilani” heeft met zijn langere speelduur en bijzondere sfeer een heel eigen plaats op het album, terwijl “Tojo” voor mij opnieuw een van de beste nummers is. Afsluiter “I Was a Kamikaze Pilot” past met zijn bizarre onderwerp en sterke melodie perfect bij deze vroege Hoodoo Gurus. Stoneage Romeos klinkt minder gepolijst dan de albums die zouden volgen, maar juist dat rauwe karakter bevalt me uitstekend. Met nummers als “I Want You Back”, “My Girl”, “Dig It Up” en “Tojo” stond Hoodoo Gurus er wat mij betreft vanaf het debuut al volledig op de kaart.
»
details
» naar bericht » reageer
Duran Duran - Rio (1982)
"Rio" uit 1982 laat horen hoe snel Duran Duran zich na hun debuut ontwikkelde. De donkere en soms hoekige kanten van de eerste plaat zijn niet helemaal verdwenen, maar alles klinkt zelfverzekerder en beter uitgewerkt. Het titelnummer is meteen fantastisch, met John Taylors bas, Roger Taylors drums, Andy Taylors gitaar en Nick Rhodes' synthesizers die voortdurend om elkaar heen bewegen. Met "Hungry Like the Wolf" en "Save a Prayer" staan hier natuurlijk twee enorme klassiekers op, maar mijn waardering voor "Rio" gaat veel verder dan de hits. "Lonely in Your Nightmare" is prachtig, "Hold Back the Rain" heeft een geweldige vaart en "New Religion" behoort voor mij tot de interessantste nummers van het album.
Het donkere, elektronische "The Chauffeur" is vervolgens een fantastische afsluiter en herinnert nog het sterkst aan de mysterieuze kant van het debuut. Na "Rio" hield mijn liefde voor Duran Duran eigenlijk op. De latere albums heb ik niet meer gekocht, terwijl ik deze plaat en het debuut uit 1981 nog altijd koester. Voor mij horen ze bij elkaar: eerst een jonge band die zijn eigen geluid ontdekt en vervolgens dezelfde vijf muzikanten die amper een jaar later precies weten wat ze daarmee kunnen doen. Mijn Duran Duran-verzameling mag hier ophouden. Met de twee eerste albums kan ik ruim veertig jaar later nog steeds uitstekend uit de voeten.
»
details
» naar bericht » reageer
Duran Duran - Duran Duran (1981)
"Duran Duran" uit 1981 is een debuut waarvoor ik nog steeds een enorm zwak heb. Natuurlijk zijn "Girls on Film" en "Planet Earth" de bekendste nummers, maar voor mij zit de kracht van het album juist in het totaalbeeld. Deze vroege Duran Duran klinkt donkerder, nerveuzer en avontuurlijker dan de enorme popband die enkele jaren later de wereld zou veroveren. De ritmesectie is fantastisch. John Taylors bas is voortdurend aanwezig en Roger Taylor drumt strak en krachtig, terwijl Nick Rhodes met zijn synthesizers veel van de sfeer bepaalt. Andy Taylors gitaar zorgt ervoor dat het nooit uitsluitend elektronische pop wordt. Vooral "Careless Memories" laat horen hoe stevig de band kon klinken.
Mijn zwak zit ook bij de minder voor de hand liggende nummers. "Anyone Out There" is uitstekend, "Night Boat" donker en dreigend en "Friends of Mine" behoort voor mij tot de hoogtepunten. Het instrumentale "Tel Aviv" is vervolgens een opvallende maar passende afsluiting. Ruim veertig jaar later draai ik "Duran Duran" nog steeds met veel plezier. Nostalgie speelt ongetwijfeld een rol, maar daarvoor alleen blijft een album niet zo lang interessant. Een prachtig debuut van een jonge band dat zijn eigen geluid al had gevonden, maar nog alle vrijheid nam om ermee te experimenteren.
»
details
» naar bericht » reageer
Urban Dance Squad - Persona Non Grata (1994)
"Persona Non Grata" uit 1994 blijft mijn persoonlijke favoriet van Urban Dance Squad. Na het vertrek van DJ DNA veranderde het geluid ingrijpend. De draaitafels verdwenen uit de vaste bezetting en Tres Manos kreeg veel meer ruimte voor zijn gitaar. Het resultaat is harder, zwaarder en directer dan de eerste twee albums. "Demagogue" maakt dat vanaf de eerste minuten duidelijk. Tres Manos speelt messcherp, Rudeboy klinkt bijzonder fel en de combinatie van Silvano Matadin en Michel Schoots geeft het nummer een enorme ritmische kracht. Die lijn wordt voortgezet in "Good Grief" en "No Honestly!", terwijl langere nummers als "Alienated", "Selfsufficient Snake" en "(Some) Chitchat" laten horen dat de band binnen die hardere aanpak voldoende ruimte voor dynamiek heeft gehouden.
Ook de tweede helft blijft sterk met "Burnt Up Cigarette", "Selfstyled", "Mugshot" en "Hangout". Uiteindelijk volgt het ruim tien minuten durende "Downer", een opvallend lange en donkere afsluiter die juist door zijn lengte een ander soort spanning krijgt. "Life 'n Perspectives of a Genuine Crossover" was avontuurlijker, maar "Persona Non Grata" raakt mij harder. De gitaar, bas en drums klinken fantastisch en Rudeboy past met zijn agressieve voordracht perfect bij deze koers. "Demagogue" mag het bekendste nummer zijn, voor mij is vooral het niveau van de volledige plaat indrukwekkend. Een absolute prijspakker en mijn favoriete Urban Dance Squad-album.
»
details
» naar bericht » reageer
Urban Dance Squad - Life 'n Perspectives of a Genuine Crossover (1991)
"Life 'n Perspectives of a Genuine Crossover" uit 1991 gaat voor mij duidelijk verder dan het toch al uitstekende debuut van Urban Dance Squad. Waar "Mental Floss for the Globe" de verschillende invloeden introduceerde, gebruikt de band ze hier veel vrijer. Funk, hiphop, rock, soul en ska lopen voortdurend door elkaar en toch blijft het resultaat herkenbaar. "Comeback" en "(Thru) the Gates of the Big Fruit" zetten meteen de toon. Daarna laten onder meer "Mr. Ezway", "Routine", "Son of tha Culture Clash" en "Grand Black Citizen" horen hoeveel vrijheid de vijf muzikanten elkaar inmiddels kunnen geven. Vooral de combinatie van de ritmesectie van Silvano Matadin en Michel Schoots met de gitaar van Tres Manos, Rudeboys stem en de draaitafels van DJ DNA maakt deze bezetting bijzonder.
Ook de tweede helft blijft verrassen. Het bijna uitbundige "Duck Ska" staat zonder problemen naast "For the Plasters", "Wino the Medicineman" en "Bureaucrat of Flaccostreet". De vier korte "Life 'n Perspectives"-stukken zorgen ondertussen voor verbinding tussen al die verschillende richtingen. Het album is grilliger en vraagt meer aandacht dan zijn voorganger, maar juist dat waardeer ik eraan. Urban Dance Squad beperkt crossover hier niet tot rap met harde gitaren, maar gebruikt werkelijk alles wat muzikaal bruikbaar is. Voor mij is "Life 'n Perspectives of a Genuine Crossover" daarom een van hun beste platen en een bijzonder hoogtepunt binnen de Nederlandse muziek van begin jaren negentig.
»
details
» naar bericht » reageer
Urban Dance Squad - Mental Floss for the Globe (1989)
"Mental Floss for the Globe" klonk in 1989 behoorlijk ongewoon voor een Nederlandse plaat. Urban Dance Squad combineerde rap, funk, rock, hiphop, punk, blues en samples zonder dat het resultaat aanvoelde als een verzameling losse stijlen. Vanaf "Fast Lane" hoor je vijf muzikanten die ieder een duidelijke functie hebben. Rudeboy rapt en zingt, Tres Manos schakelt tussen stevige riffs en funky gitaarwerk, terwijl Silvano Matadin en Michel Schoots voor een ritmesectie zorgen die voortdurend in beweging blijft. DJ DNA maakt het geluid compleet met draaitafels en samples.
"Deeper Shade of Soul" werd terecht de grote internationale hit, maar het album heeft veel meer te bieden. "No Kid", "Prayer for Demo", "Big Apple" en "Piece of Rock" laten horen hoe gemakkelijk de band tussen verschillende stijlen beweegt. Ook "Brainstorm on the U.D.S.", het titelnummer en "God Blasts the Queen" hebben ieder een duidelijk eigen karakter.
Wat mij vooral bevalt, is de enorme gedrevenheid. Er gebeurt voortdurend iets, maar het muzikale samenspel voorkomt dat het een rommeltje wordt. Bovendien klinkt Urban Dance Squad nergens als een rockband die simpelweg wat hiphop heeft toegevoegd. Achteraf is gemakkelijk vast te stellen dat de band zijn tijd vooruit was. Belangrijker vind ik dat "Mental Floss for the Globe" nog steeds een bijzonder lekkere plaat is. Een uitstekend debuut dat ruim vijfendertig jaar later nog altijd uitnodigt om het volume flink open te draaien.
»
details
» naar bericht » reageer
ZZ Top - Rhythmeen (1996)
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren
»
details
ZZ Top - La Futura (2012)
Ik ben ook geen fan van het productiewerk van Rick Rubin maar hier pakt het best wel goed uit. Hij heeft alles gestript en dat maakt wat puurder ook al haalt het ook wat de vaart uit sommige nummers. In ieder beter dan voorganger Mescalero die wel heel erg dichtgesmeerd was qua productie. Hier krijgt alles wat meer zijn plaats en dat komt het geheel ten goede. Bijna een jaren 70 sound maar dan minder dik aangezet. Lekker album maar Rhythmeen blijft mijn favoriet van van de post Eliminator albums. Dit is wel het laatste album met de originele bezetting, dus ik ben benieuwd wat de toekomst brengt. De solo albums van Billy Gibbons zijn ook prima dus voor nu kunnen we nog gewoon blijven genieten van de Texas blues.
»
details
» naar bericht » reageer
Power of Dreams - Immigrants, Emigrants and Me (1990)
"Immigrants, Emigrants and Me" uit 1990 is een album waarvoor ik altijd een enorm zwak heb gehouden. Craig Walker schreef een groot deel van het materiaal toen hij pas zeventien was en die jeugdige gedrevenheid spat nog steeds uit de veertien compacte nummers. Vrijwel alles duurt rond de drie minuten: stevige gitaren, sterke melodieën en dan meteen door naar het volgende nummer.
Ik ontdekte Power of Dreams tijdens mijn reizen naar Ierland en zag de band daar ook in hun begintijd optreden. In Nederland kende vrijwel niemand ze. Die herinneringen blijven voor mij verbonden met dit debuut, maar ruim vijfendertig jaar later draai ik het album nog steeds graag. Dat is meer dan nostalgie.
"The Joke's on Me", "Stay", "Never Been to Texas" en "100 Ways to Kill a Love" behoren voor mij tot de hoogtepunten, maar eigenlijk luister ik de plaat het liefst helemaal. De nummers volgen elkaar zo snel op dat de energie nauwelijks wegvalt. Vooral Walkers gevoel voor melodie is opvallend voor iemand die op dat moment nog zo jong was.
"Immigrants, Emigrants and Me" is voor mij dan ook veel meer dan alleen een goed debuut uit 1990. Het is een gedreven gitaarplaat waaraan ik persoonlijk veel mooie herinneringen heb en die muzikaal nog steeds uitstekend overeind staat.
»
details
» naar bericht » reageer
Glen Hansard - Don+t Settle (Vol. 2 - Transmissions West) (2026)
"Don't Settle (Vol. 2 – Transmissions West)" laat Glen Hansard horen zoals ik hem het liefst hoor: live, dicht bij zijn publiek en met nauwelijks afstand tussen muzikant en luisteraar. De opnames zijn fantastisch. Hansards stem klinkt dichtbij, ieder instrument heeft ruimte en het kleine publiek is aanwezig zonder de muziek te overheersen. Met het prachtige “Revelate" en "What Happens When the Heart Just Stops" grijpt Hansard terug naar The Frames, terwijl "Her Mercy", "This Gift" en "When Your Mind's Made Up" laten horen hoeveel extra intensiteit zijn nummers live kunnen krijgen. Ook "Sure as the Rain", "McCormack's Wall" en het prachtige "Leave a Light" passen uitstekend tussen het oudere materiaal. Met "High Hope" wordt uiteindelijk teruggekeerd naar "Rhythm and Repose".
Door Hansards plotselinge overlijden krijgt deze opname nu onvermijdelijk een andere betekenis. Het wrange is dat je nergens een muzikant hoort die aan het afbouwen is. Integendeel: Hansard klinkt scherp, gedreven en vocaal fantastisch. Hij vertrok terwijl hij muzikaal nog volledig op zijn hoogtepunt stond. Dat maakt "Don't Settle" achteraf tegelijkertijd prachtig en moeilijk om zonder enige weemoed te beluisteren. Schenk een borrel in, luister naar "Leave A Light" en mijmer mee over al het moois dat Glen Hansard heeft achtergelaten. Redeem yourself, redeem yourself…
»
details
» naar bericht » reageer
Hothouse Flowers - Songs from the Rain (1993)
Met "Songs from the Rain" bereikt Hothouse Flowers voor mij het absolute hoogtepunt uit hun carrière. "Home" was al uitstekend, maar op deze plaat uit 1993 valt vooral op hoe uitzonderlijk goed de muzikanten op elkaar zijn ingespeeld. Het speelniveau is soms bijna absurd hoog. Toch wordt nergens gespeeld om te laten horen wat iedereen technisch kan; de bandleden reageren voortdurend op elkaar en geven Liam Ó Maonlaí alle ruimte.
"This Is It" en "One Tongue" openen sterk, waarna "An Emotional Time" voor mij tot de mooiste nummers van de band behoort. Met "Isn't It Amazing", "Thing of Beauty" en "Your Nature" komt de plaat vervolgens in een gedeelte waarin vrijwel alles klopt. De langere speelduur van verschillende nummers werkt hier uitstekend doordat de arrangementen voortdurend in beweging blijven.
Vooral de bijna spirituele sfeer maakt "Songs from the Rain" bijzonder. Die komt prachtig naar voren in "Spirit of the Land", maar loopt eigenlijk door het hele album. Met "Gypsy Fair" en de ruim zes minuten durende "Stand Beside Me" wordt de plaat vervolgens uitstekend afgesloten. Voor mij blijft dit de beste Hothouse Flowers-plaat. Ik neig naar 5 sterren maar dat haalt ie nipt niet. Prachtige plaat!
»
details
» naar bericht » reageer
Hothouse Flowers - Home (1990)
Met "Home" zette Hothouse Flowers in 1990 een duidelijke stap vooruit. Waar "People" soms wat uitbundig en wisselvallig kon zijn, vallen soul, gospel, blues, rock en Ierse invloeden hier veel natuurlijker samen. Liam Ó Maonlaí blijft met zijn piano en uitgesproken zang het middelpunt, maar de band klinkt als geheel hechter. "Give It Up", "Sweet Marie", "Movies", "Eyes Wide Open" en "Home" behoren voor mij tot de sterkste nummers. Ook de uitvoering van Johnny Nash' "I Can See Clearly Now" past verrassend goed tussen het eigen materiaal. De verschillende stijlen zorgen voor veel afwisseling zonder dat "Home" daardoor uit elkaar valt.
De CD uitgave voegt daar "Trying to Get Through" en vooral het fraaie " Dance to the Storm" aan toe. Die laatste is voor mij een absoluut hoogtepunt. Live, met Steve Wickham op viool, bereikt Hothouse Flowers hier een niveau dat zonder problemen naast The Waterboys uit dezelfde periode kan staan. De combinatie van viool, piano, zang en de enorme energie van de band werkt fantastisch. Het korte traditionele "Seoladh Na Ngamhna" benadrukt ten slotte nog eenmaal de Ierse achtergrond. Voor mij is "Home" duidelijk sterker dan het debuut: meer samenhang, meer afwisseling en verschillende nummers waar ik graag naar terugkeer.
»
details
» naar bericht » reageer
Hothouse Flowers - People (1988)
Met "People" presenteerde Hothouse Flowers zich in 1988 als een Ierse band die moeilijk in één muzikaal vakje paste. Soul, gospel, rock en traditionele Ierse invloeden lopen door elkaar, terwijl de piano en uitgesproken zang van Liam Ó Maonlaí meteen voor een herkenbaar geluid zorgen. Dat maakt het debuut interessant, al vind ik niet ieder nummer even overtuigend. Na "I'm Sorry" volgt met "Don't Go" direct het bekendste en voor mij ook beste nummer van de plaat. De combinatie van piano, melodie en Ó Maonlaís gedreven zang werkt hier uitstekend. Ook "It'll Be Easier in the Morning", "If You Go" en "The Older We Get" behoren tot mijn favorieten. Juist in de wat rustigere nummers hoor je dat Hothouse Flowers meer kon dan alleen uitbundig spelen.
Niet alles blijft even goed hangen. "Yes I Was" en "Love Don't Work This Way" vind ik bijvoorbeeld minder, waardoor het album als geheel niet helemaal hetzelfde niveau vasthoudt. De langere "Ballad of Katie" maakt daar weer veel van goed. De CD voegt met "Lonely Lane" en "Saved" nog twee bonustracks toe die prima bij het oorspronkelijke materiaal passen. "People" blijft voor mij vooral een goed en karakteristiek debuut: soms wat uitbundig en wisselvallig, maar met voldoende sterke nummers en een geluid dat in 1988 onmiddellijk herkenbaar was als Hothouse Flowers. De band was live overigens ook heel erg goed!
»
details
» naar bericht » reageer
Satellite - Into the Night (2007)
»
details
1000 Violins - Like One Thousand Violins (2000)
Like One Thousand Violins" verscheen in 2000, ruim tien jaar nadat de band was gestopt. Bij veel bands zou zo'n verzameling vooral een aardige terugblik zijn, maar bij 1000 Violins heeft een compilatie meer betekenis. Hun muziek verscheen verspreid over albums, singles en EP's, waardoor hier nummers bij elkaar komen die een uitstekend beeld geven van hun korte carrière. Met "Like 1000 Violins", "Halcyon Days", "Locked Out of the Love In", "Please Don't Sandblast My House" en "If I Were a Bullet (Then for Sure I'd Find a Way to Your Heart)" begint de cd bijzonder sterk. De combinatie van heldere gitaren, fraaie melodieën, melancholie en lichte psychedelische trekjes blijft herkenbaar.
Ook de zonderlinge en herkenbare humor van de Violins ontbreekt niet. Titels als "Almost Dead and Nigh on Forty Years to Go", "I Remember When Everybody Used to Ride Bikes, Now We All Drive Cars" en "The Only Time I Got to Rock Was in My Granny's Chair" zouden bij een andere band gemakkelijk flauw kunnen worden. Hier passen ze wonderwel bij de muziek. Voor mij is "Like One Thousand Violins" dan ook veel meer dan een verzameling aardige restanten. De dertien nummers laten vooral horen hoeveel goede muziek deze band in enkele jaren heeft gemaakt. Wie 1000 Violins nog niet kent, kan eigenlijk uitstekend hier beginnen.
»
details
» naar bericht » reageer
One Thousand Violins - Hey Man That's Beautiful (1988)
"Hey Man That's Beautiful" verscheen in 1988 op een bijzonder moment in het korte bestaan van One Thousand Violins. Zanger John Wood zou de band verlaten en worden vervangen door Vince Keenan, terwijl een deel van het materiaal al eerder was geschreven en gespeeld. Bovendien keren met "Halcyon Days", "Locked Out of the Love-In" en "No One Was Saving the World" oudere nummers terug. Daardoor voelt deze plaat anders dan een gewone tweede vervolg album. "All Aboard the Love-Mobile", "A Place to Surf" en "Hey Man That's Beautiful" openen sterk, maar vooral "Let Me Charm the Pants Off Your World" en "Start Digging My Grave Sugar" laten horen waarom ik deze band zo bijzonder vind. Alleen al de titels verraden een groep die weinig belangstelling had voor keurige popconventies.
Juist doordat oud en nieuw hier door elkaar lopen, heeft "Hey Man That's Beautiful" een apart karakter. Je hoort de oorspronkelijke One Thousand Violins, maar ook een band die duidelijk aan het veranderen was. Helaas kreeg die ontwikkeling nauwelijks tijd: in 1989 was het alweer voorbij. Voor mij blijft dit daarom een fascinerende en uitstekende plaat. Niet helemaal een nieuw begin en evenmin een terugblik, maar een momentopname van een eigenzinnige band midden in een veel te korte carrière. Voor liefhebbers van bands als The Pale Fountains en The Wild Swans is dit zeker een aanrader.
»
details
» naar bericht » reageer
One Thousand Violins - Locked Out of the Love-In (1987)
"Locked Out of the Love-In" is zo'n album waarbij ik me blijf afvragen waarom One Thousand Violins destijds nooit een groter publiek heeft bereikt. Het oorspronkelijke album telt slechts acht nummers, maar daarin heeft de band voldoende ruimte om een heel eigen geluid neer te zetten. Melodieuze gitaren, keyboards en de karakteristieke zang van John Wood worden gecombineerd met melancholie, droge humor en teksten die regelmatig een merkwaardige draai krijgen. "Days of Calm Weather in Winter", "Lost to the World" en het titelnummer behoren voor mij tot de sterkste nummers. Ook "Why Is It Always December?" en de langere afsluiter "No One Was Saving the World" passen uitstekend binnen de wat vreemde, soms licht vervreemdende sfeer van het album.
De cd-uitgave is extra interessant doordat ook de zes nummers van de "Please Don't Sandblast My House"-EP zijn toegevoegd. Het uitstekende titelnummer is daarvan het bekendst, maar ook "My Beautiful Shirt", "Ungrateful Bastard" en "Through It Poured the Next Day, I Never Noticed the Rain" zijn bijzonder de moeite waard. Voor mij vormen album en EP inmiddels bijna één geheel. Veertien nummers waarin melodie, melancholie en typisch Britse eigenzinnigheid voortdurend door elkaar lopen. One Thousand Violins werd nooit groot, maar aan de kwaliteit van deze muziek kan dat moeilijk hebben gelegen.
»
details
» naar bericht » reageer
White Rose Transmission - Spinning Webs at Night (2011)
Ik zit hier nu even naar te luisteren. Een live optreden van het latere White Rose Transmission project dus zonder Adrian Borland. En hier hoor je ook meteen wat het probleem is, er zijn wel ideeën en het klinkt wel aardig maar het neuzelt maar wat door. Carlo van Putten is een matige, zeurderige soms wat vals zingende zanger en zakt hier ook wel door het ijs met een akoestische setting. Is het erg slecht? Nee, Is het goed? Nee. Deze gaat voorlopig weer voor een tijd de kast in.
»
details
» naar bericht » reageer
The Frames - Another Love Song (1991)
»
details
» naar bericht » reageer
Glen Hansard - This Wild Willing (2019)
"This Wild Willing" is voor mij het meest bijzondere soloalbum van Glen Hansard. Na het uitstekende "Between Two Shores" kiest hij hier voor een veel experimentelere aanpak. Elektronica, strijkers, blazers en ongebruikelijke arrangementen geven de twaalf nummers een heel eigen karakter, terwijl Hansard zichzelf ook als zanger meer vrijheid lijkt te geven. "I'll Be You, Be Me" maakt direct duidelijk dat dit geen traditionele singer-songwriterplaat wordt. "Don't Settle", "Fool's Game" en "Race to the Bottom" passeren allemaal de zes minuten, maar blijven voor mij interessant doordat de muziek voortdurend verandert.
Dat geldt ook voor het indrukwekkende "Weight of the World" en "Good Life of Song". Tussen alle experimenten hoor ik soms subtiele verwijzingen naar artiesten als Van Morrison en Natalie Merchant, zonder dat Hansard zijn eigen geluid verliest. Een van de opvallendste nummers is "The Closing Door". Het roept sterk de sfeer en melodie van "Sometimes I Feel Like a Motherless Child" op, maar is geen rechtstreekse cover. Juist die herkenning gecombineerd met Hansards eigen compositie maakt het nummer fascinerend. "Between Two Shores" blijft misschien het album waarop Hansard het dichtst bij mijn vertrouwde Frames-gevoel komt, maar "This Wild Willing" is avontuurlijker en blijft me telkens opnieuw verrassen. Prachtig album!
»
details
» naar bericht » reageer
The Spent Poets - The Spent Poets (1992)
Het debuutalbum van The Spent Poets verscheen in 1992 op het grote Geffen Records en leek het begin van een veelbelovende carrière. De band werkte met producer Matt Wallace en bracht een debuut uit dat zich weinig aantrok van de muzikale mode van dat moment. Terwijl grunge de hitlijsten beheerste, kozen The Spent Poets voor melodieuze gitaarpop met psychedelische invloeden, onverwachte arrangementen en eigenzinnige teksten. Het succes bleef uit, de band viel uiteen en een volledig opgenomen tweede album, Steve, werd nooit officieel uitgebracht.
Voor mij is dit een album dat al meer dan dertig jaar meegaat. Het verdwijnt soms een tijdje uit beeld, maar zodra Mr. Einstein weer klinkt, weet ik meteen waarom ik het ben blijven bewaren. De afwisseling tussen compacte nummers als My Useless Heart en langere stukken als Grassheads houdt de plaat levendig zonder dat de samenhang verloren gaat. De melodieën zijn sterk en de arrangementen zitten vol kleine vondsten die de muziek een eigen karakter geven.
Ook de teksten dragen daaraan bij. Songtitels als You Can't Kill Michael Malloy en Walt Whitman's Beard laten zien dat de band een geheel eigen kijk had op popmuziek. Achter die soms merkwaardige titels schuilen verrassend sterke songs. Juist daarom blijft het debuut van The Spent Poets voor mij een album waar ik steeds weer naar terugkeer, niet alleen uit nostalgie, maar omdat de muziek ook nu nog altijd overtuigt. Ook fantastisch opgenomen, vooral met de koptelefoon een feestje... PLAY LOUD!
»
details
» naar bericht » reageer
Glen Hansard - Didn't He Ramble (2015)
"Didn't He Ramble" is het soloalbum van Glen Hansard waar ik altijd de meeste moeite mee heb gehad. Dat ligt niet aan de kwaliteit van de nummers, maar vooral aan de lichte country- en americana-invloeden die voor mijn gevoel minder goed bij zijn muziek passen. Inmiddels kan ik die stijl beter waarderen dan toen het album verscheen, maar mijn voorkeur blijft uitgaan naar het geluid van The Frames en zijn andere soloalbums.
Met "Her Mercy", "McCormack's Wall", "My Little Ruin" en "Stay the Road" staan er zonder twijfel sterke nummers op de plaat. Hansard bewijst opnieuw dat hij een uitzonderlijk songwriter is. Toch luister ik liever naar losse songs dan naar het album als geheel. De muzikale sfeer houdt mij net iets meer op afstand dan op "Rhythm and Repose" of "Between Two Shores". Nu Glen Hansard er onverwacht niet meer is, luister ik met andere gevoelens naar zijn muziek. Dat verandert mijn waardering voor "Didn't He Ramble" niet, maar onderstreept wel hoeveel bijzondere muziek hij heeft nagelaten. Voor mij blijft dit een goede plaat met mooie momenten, alleen niet een album waar ik vaak naar teruggrijp.
»
details
» naar bericht » reageer
Glen Hansard - Rhythm and Repose (2012)
Met "Rhythm and Repose" bewees Glen Hansard dat hij ook zonder The Frames uitstekend overeind kon blijven. Zijn eerste echte soloalbum sluit muzikaal aan bij het latere werk van de band, maar klinkt persoonlijker en intiemer. Vanaf "You Will Become" ligt het niveau opvallend hoog. "Maybe Not Tonight", "Talking with the Wolves" en vooral "Bird of Sorrow" behoren voor mij tot het mooiste werk dat Hansard ooit heeft geschreven. Ook "High Hope", "Love Don't Leave Me Waiting" en de afsluitende "Song of Good Hope" laten horen dat hij als songwriter niets aan kracht heeft verloren.
Wat "Rhythm and Repose" voor mij zo sterk maakt, is dat Hansard nergens probeert zijn verleden te overtreffen of te forceren. Hij vertrouwt volledig op zijn kwaliteit als songwriter en laat de muziek voor zichzelf spreken. Natuurlijk hoor je nog invloeden van The Frames, maar tegelijkertijd klinkt dit als een artiest die een nieuwe fase in zijn carrière is begonnen. Het resultaat is een warm, persoonlijk en bijzonder overtuigend soloalbum dat zonder moeite naast het latere werk van The Frames kan worden gezet.
»
details
» naar bericht » reageer