Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van Rainmachine.
Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen:
januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026
This Mortal Coil - It'll End in Tears (1984)
Begin jaren tachtig zat ik midden in alles wat er op 4AD uitkwam: bijzondere bands, een herkenbare esthetiek en hoezen die net zo intrigerend waren als de muziek zelf. It’ll End in Tears van This Mortal Coil is zo’n plaat die vanaf de eerste luisterbeurt een eigen, bijna gewichtloze wereld opent. De prachtige hoes zet meteen de toon: ingetogen, mysterieus en meer suggestief dan expliciet. Daarmee past dit album perfect binnen het universum van 4AD, waar sfeer, beeld en muziek vaak als één geheel functioneren. Geen traditioneel bandalbum, maar een zorgvuldig geconstrueerde verzameling interpretaties waarin stemmen en invalshoeken samenkomen tot iets dat groter voelt dan de som der delen.
Wat It’ll End in Tears mede bijzonder maakt, is dat het nog steeds niet gedateerd klinkt. Het album vertrouwt volledig op emotie, textuur en interpretatie in plaats van op trends of productietrucs uit zijn tijd. Binnen het 4AD-landschap blijft het een uniek sleutelpunt: een project dat laat zien hoe krachtig eenvoud en herinterpretatie kunnen zijn wanneer ze zorgvuldig worden vormgegeven. Het is een bijzonder, gelaagd werk dat zijn kracht juist haalt uit terughoudendheid en sfeer, mede door de keur aan 4AD-artiesten die elk vanuit hun eigen wereld bijdragen aan één gezamenlijk, tijdloos geheel.
»
details
» naar bericht » reageer
Electric Light Orchestra - Out of the Blue (1977)
Sommige albums slaan in als een blikseminslag op het moment dat je ze voor het eerst hoort, en Out of the Blue van Electric Light Orchestra was er voor mij zo één. Eind jaren zeventig klonk dit als iets wat niet van deze planeet kwam. Vanaf de eerste seconden van “Turn to Stone” werd je een wereld ingetrokken waarin pop, rock en orkestrale grandeur moeiteloos samenkwamen. En dan die hoes, dat iconische ruimteschip: het voelde alsof je een andere dimensie instapte nog vóór de naald de plaat raakte. “Mr. Blue Sky” bevestigde dat gevoel alleen maar verder, met een energie en melodische rijkdom die je niet snel meer loslaten.
Daarnaast was er het geluid. Electric Light Orchestra combineerde rock met strijkers, koorpartijen en studiotechniek op een manier die toen zelden zo verfijnd klonk. Orkesten in popmuziek bestonden al, maar hier voelde het niet als een toevoeging — het was de muziek. Dat gaf het album een groots, bijna filmisch karakter dat destijds echt indruk maakte. Technisch gezien was het album ook vooruitstrevend, vooral in productie en studiogebruik. En dan is er nog het totaalplaatje: de dubbel-LP, de opvallende ruimteschiphoes, de reeks hits — het voelde als een evenement. Je kocht als luisteraar niet alleen een plaat, maar een complete ervaring. Out of the Blue hoort simpelweg thuis tussen mijn persoonlijke klassiekers.
»
details
» naar bericht » reageer
The Devlins - Consent (2002)
Consent is het derde album van The Devlins en voelt als een plaat waarin de band zich minder vastzet in een strak gedefinieerd geluid dan op Waiting. De basis blijft herkenbaar: Colin Devlin’s stem, de sobere maar doeltreffende ritmesectie en die typisch dun uitgesponnen gitaarlijnen die niet zozeer domineren, maar de ruimte invullen. De titeltrack “Consent” zet meteen de toon: ingetogen, met een onderhuidse spanning die niet echt ontploft maar wel blijft hangen. “Static in the Flow” bouwt daarop verder met subtiele texturen en een bijna zwevende structuur, waarin de song meer draait om beweging dan om richting. “There Is a Light” is juist eenvoudiger en directer, maar wordt gedragen door een warme melodie. Opvallend is ook hoe kortere en langere stukken elkaar afwisselen, zoals het korte “Metro” dat als een soort adempauze fungeert voordat “Wide Open” en “Vertical” het album richting het einde trekken.
Alles blijft relatief ingehouden, maar binnen die beperking zit juist veel detail. Gitaarlijnen schuiven net iets verschuivend door de mix, ritmes blijven subtiel in beweging en de zang houdt alles dicht bij elkaar zonder te domineren. Waar voorganger Waiting vaak draaide om helder afgebakende nummers, kiest Consent vaker voor openheid en tussenvormen. Niet alles is even scherp of memorabel op het eerste gehoor, maar het album wint aan samenhang door de manier waarop het in één lijn wordt doorgevoerd.
En de tekst van Five Miles to Midnight is ook top:
Five miles to midnight
When you comin' home
I miss the urgency
I get when we're alone
You come out of nowhere
You go back on your own
I've wasted too much time
I'm not wastin' any more
»
details
» naar bericht » reageer
The Devlins - Waves (2005)
Het album Waves voelt voor mij als het meest toegankelijke en melodische werk van The Devlins. Waar eerdere platen vaak draaiden om spanning en ingetogen opbouw, kiest dit album duidelijk voor warmte, flow en directe emotie. De kern blijft de samenwerking tussen de broers Colin Devlin en Peter Devlin, met Guy Rickarby op drums, die het geheel een lichte en gelijkmatige groove geeft. Colin Devlin’s gitaarspel en stem blijven centraal staan, maar klinken opener en minder ingehouden dan op eerdere releases. “Everything Comes Around” komt ook meteen met de deur in huis vallen en daarmee is ook meteen de toon gezet voor de rest van het album.
Wat ook opvalt is hoe sterk melodie hier de richting bepaalt. Nummers als “Sunrise”, “Careless Love” en “Someday” ontwikkelen zich rustig en natuurlijk, zonder grote spanningsbogen of nadrukkelijke uitbarstingen. Vergeleken met Consent en Waiting voelt Waves minder gespannen en meer ontspannen in zijn benadering. De bijzondere melancholie blijft aanwezig, maar wordt zachter en lichter geïnterpreteerd. Ik draai dit album nog steeds regelmatig en graag.
»
details
» naar bericht » reageer
The Devlins - Waiting (1997)
»
details
The Devlins - Drift (1993)
Bizar dat ik de eerste ben die iets schrijft over dit top album. Het uitstekende debuut Drift van The Devlins is opgenomen tussen Dublin, Londen en New Orleans. Die spreiding subtiel terug te horen in een geluid dat ruimtelijk aanvoelt, maar tegelijk bewust klein en gecontroleerd blijft. Geen nadruk op grote gebaren of uitgesproken refreinen, maar op textuur, sfeer en een gelijkmatige dynamiek. De broers Colin Devlin en Peter Devlin houden de basis sober en functioneel, terwijl producer Malcolm Burn de nummers dicht bij hun kern laat. In “I Knew That” en “Everytime You Go” klinkt dat als een bewuste keuze om niets te forceren; alles blijft dicht op de opname zelf, zonder overbodige lagen of nadruk op hooks.
Over de gehele lengte van het album werkt die terughoudendheid goed. Nummers als “Drift” en “Almost Made You Smile” liggen dicht bij elkaar in sfeer en tempo, maar onderscheiden zich via kleine verschuivingen in gitaartextuur en ruimte in de mix. U2 invloeden zijn hoorbaar maar blijven op de achtergrond. De ruimtelijkheid van Talk Talk, de ingetogen melancholie van The Blue Nile en de organische productieaanpak van Daniel Lanois zijn aanwezig, maar Drift behoudt vooral een eigen, sobere identiteit die sterk verbonden blijft met Dublin. Ik blijf dit een fantastisch album vinden!
»
details
» naar bericht » reageer
Calexico - Spoke (1997)
»
details
Calexico - Garden Ruin (2006)
Ik heb dit album sinds jaren weer eens opstaan en ben wel plezierig verrast. Klinkt echt prima en ik ga de andere albums ook weer eens uit de kast trekken. Met Garden Ruin laat Calexico een opvallend andere kant van zichzelf horen. Waar de band eerder vaak werd geassocieerd met warmbloedige woestijnsferen en grensland-ornamenten, klinkt dit album directer, aardser en songgerichter. Het is een plaat die minder leunt op sfeer als decor en juist sterker inzet op compacte liedjes, met een duidelijke melodische kern die je bij de eerste luisterbeurt al weet te pakken.
Wat mij na jaren opvalt, is hoe goed deze songs overeind blijven. Er zit een zekere melancholische glans in die me soms doet denken aan The Church, terwijl de melodische aanpak en het gevoel voor Americana raakvlakken hebben met The Jayhawks. Juist die balans maakt het album sterker dan de wat lauwe reacties destijds deden vermoeden. De opmerkingen over de hoes deel ik ook niet. De hoes past juist bij de verschuiving die de band hier maakt: minder mystiek, meer realiteit. Leuk dat het album zo valt, ik heb dit echt al jaren niet meer gedraaid.
»
details
» naar bericht » reageer
The Sundays - Static & Silence (1997)
Vanavond weer even lekker laten knallen. Met terugwerkende kracht blijft Static & Silence toch mijn favoriete Sundays album. De plaat heeft een prettige combinatie van rust, energie en dynamiek die ik bij hun andere albums wat minder/anders voel.
Ondanks dat alle drie de albums hun eigen charme hebben, is het juist deze aanstekelijke dynamiek die Static & Silence voor mij het plezierigst en het meest energieke Sundays album maakt. Prijspakkers hier zijn voor mij: She, Another Flavour, Your Eyes en Cry. Ik gooi 'm ook een halve punt omhoog...
»
details
» naar bericht » reageer
The Sundays - Blind (1992)
Het tweede album van The Sundays, Blind, laat de band meer volwassen en zelfverzekerd klinken. Harriet Wheelers zang is opnieuw het centrale instrument, helder en intiem, maar nu met een iets meer introspectieve toon. David Gavurins gitaarwerk is verfijnder en gelaagder, met een subtielere, atmosferische aanpak die de songs een extra emotionele diepte geeft. De ritmesectie voelt nooit dominant maar bepaalt mede het karakter van elk nummer; Brindleys baslijnen geven melodische richting, terwijl Hannans drums met zachte accenten en fills de emotionele lagen versterken.
Ruim dertig jaar later blijft Blind een indringend en consistent werk van The Sundays. Het album combineert introspectieve teksten, melodische gitaarlijnen en een ritmische basis die het geheel draagt zonder ooit opdringerig te worden. Het is een plaat die langzaam maar zeker zijn kracht toont, met nummers die blijven hangen door hun subtiele melancholie en doordachte arrangementen.
»
details
» naar bericht » reageer
The Sundays - Reading, Writing and Arithmetic (1990)
Reading, Writing and Arithmetic is het uitstekende ingetogen debuut van The Sundays dat meteen de sfeer van Britse indiepop van begin jaren negentig neerzet. Harriet Wheelers stem is helder en kwetsbaar, maar weet genoeg emotie over te brengen om te raken, terwijl David Gavurins gitaarlijnen subtiel rond de zang bewegen. Wat het album voor mij ook bijzonder maakt, is hoe de ritmesectie bijdraagt aan de sfeer: Paul Brindleys baslijnen en Patrick Hannans inventieve drums geven elk nummer ritmische stevigheid en melodische ruimte.
Tracks zoals “Can’t Be Sure” en “Skin & Bones” zijn eenvoudig maar bijzonder effectief in hun melancholische charme. Voor liefhebbers van intelligente, emotioneel gelaagde indiepop is dit een debuut dat overtuigt door zijn tijdloze schoonheid, een subtiel maar krachtig statement over hoe een band met weinig middelen een onuitwisbare indruk kan maken.
»
details
» naar bericht » reageer
Shack - ... The Corner of Miles and Gil (2006)
Het tweede puntje-puntje-puntje album en ook het laatste onder de noemer Shack. Hierna ging John Head verder onder eigen naam
... The Corner of Miles and Gil laat Shack horen in een rustige en volwassen fase. Michael Head’s songwriting staat volledig centraal: warme melodieën, zachte melancholie en een intieme sfeer die door het hele album voelbaar blijft. Zijn akoestische gitaar en karakteristieke stem vormen het fundament, terwijl John Head subtiele elektrische gitaarlijnen toevoegt die de songs extra kleur geven.
De rijke arrangementen – met strijkers, blazers en zelfs een brassband – geven het album een bijna filmische warmte zonder dat het ooit zwaar wordt. Nummers als Tie Me Down, Butterfly en New Day laten horen hoe sterk Michael Head als songwriter is. Het resultaat is een ingetogen en bijzonder mooi album dat langzaam groeit bij elke luisterbeurt. Voor mij blijft dit een warme, melodische afsluiting van een indrukwekkende reeks Shack-albums.
»
details
» naar bericht » reageer
Shack - ... Here's Tom with the Weather (2003)
Dit album destijds vlak na het uitbrengen in Liverpool verkocht waar we voor een Bunnymen concert waren. Dat zal altijd mijn associatie bij dit album blijven.
...Here's Tom with the Weather laat Shack horen op een bijzonder volwassen moment. Michael en John Head bouwen hier verder op hun kenmerkende stijl: warme, melancholische melodieën en subtiele arrangementen die volledig in dienst staan van de songs. Nummers als Soldier Man, Miles Apart en Kilburn High Rd. laten zien hoe sterk Michael Head als songwriter is geworden, terwijl John Head met elegante gitaarlijnen de muziek extra diepte geeft.
De sfeer van het album is ontspannen en persoonlijk, alsof de band volledig vertrouwt op de kracht van hun composities. In de Britse muziekpers werd het album destijds terecht zeer hoog gewaardeerd, terwijl het in Nederland grotendeels onder de radar bleef. Juist daardoor voelt het voor mij als een verborgen parel: een warm, melodisch en oprecht album dat de rijke Liverpool-songtraditie prachtig voortzet.
»
details
» naar bericht » reageer
Shack - H.M.S. Fable (1999)
Het album waar ik elke keer kippenvel van krijg en wat bomvol staat met prachtige nummers. Na het al fantastische Waterpistol doet Shack er nog een schep bovenop met deze opvolger. H.M.S. Fable voelt als het moment waarop Shack volledig hun vorm vindt. Michael en John Head laten hier horen hoe sterk hun samenwerking is: Michael’s warme, melancholische melodieën en breekbare zang worden perfect aangevuld door John’s scherpe, ritmische gitaarlijnen.
De invloed van hun eerdere werk bij The Pale Fountains klinkt nog steeds door in de dromerige sfeer en de aandacht voor harmonieën, maar het geluid is hier rijper en zelfverzekerder. Nummers als Natalie’s Party, Comedy en Beautiful laten een band horen die moeiteloos sterke melodieën schrijft, terwijl de subtiele strijkarrangementen het album extra warmte geven. Het resultaat is een plaat die zowel intiem als rijk klinkt. Voor mij blijft H.M.S. Fable een van de mooiste voorbeelden van Britse gitaarpop: melodisch, melancholisch en vol oprechte emotie. Prachtig Britpop album met een Liverpoolse signatuur.
»
details
» naar bericht » reageer
Shack - Waterpistol (1995)
Waterpistol is een verloren meesterwerk dat de kwetsbaarheid en genialiteit van Michael en John Head volledig laat horen. De ervaring die ze meebrachten uit hun tijd bij The Pale Fountains is duidelijk merkbaar in de dromerige, melancholische melodieën en subtiele harmonieën die door het hele album lopen. Openers zoals Sgt Major en Neighbours trekken je meteen mee, terwijl Dragonfly en Time Machine de band durven laten experimenteren met ritme en arrangement.
De zang van Michael Head is breekbaar maar krachtig, en John Head’s gitaarlijnen geven de songs structuur en energie. Ondanks de turbulente opnamegeschiedenis waarbij de mastertapes in brand verloren gingen voelt het album coherent, emotioneel en direct. Voor wie Britse gitaarpop met hart en melancholie waardeert, is Waterpistol een onmisbaar, tijdloos album vol finesse, emotie en persoonlijke intensiteit.
»
details
» naar bericht » reageer
Shack - Zilch (1988)
Zilch is het debuut dat meteen de creatieve kracht van Michael en John Head laat horen. Hun ervaring bij The Pale Fountains is duidelijk herkenbaar in de dromerige melodieën, subtiele melancholie en harmonieën die door het hele album lopen. Openers zoals Emergency trekken je direct mee met breekbare zang en verfijnde gitaarlijnen, terwijl tracks als Someone’s Knocking en I Need You de emotionele diepgang van de broers laten zien.
De extra instrumentatie – van toetsen tot saxofoon en percussie – voegt kleur toe, maar de nummers blijven gedreven door de Head-broers’ visie. Zilch voelt eerlijk, direct en authentiek; een debuut dat de melancholische charme van Britse gitaarpop combineert met persoonlijke intensiteit. Voor liefhebbers van melodische subtiliteit is dit album een must. Ik was destijds in ieder geval ontzettend blij dat er een vervolg kwam op de fantastische platen van de Pale Fountains.
»
details
» naar bericht » reageer
Siouxsie & The Banshees - Superstition (1991)
Superstition laat zien hoe Siouxsie & The Banshees hun geluid volledig vernieuwden. Het scherpe post-punkkarakter van vroeger is volledig verdwenen en vervangen door een volwassen, melodieuze mix van pop, rock en oosterse sfeervolle texturen. Het album bevat enkele dromerige, bijna filmische nummers waarin de exotische invloeden subtiel voelbaar zijn: lichte percussie, glijdende gitaarlijnen van Jon Klein en de rijke toetsen- en strijkersarrangementen van Martin McCarrick geven een zachte Oosterse flair aan het geheel.
Nummers zoals het fraaie Kiss Them for Me, Drifter en Softly tonen hoe de band ritme, melodie en sfeer combineert, terwijl Siouxsie’s expressieve zang de nummers samenbindt. Hoewel het album veel minder uitdagend klinkt dan het oude post-punkmateriaal, blijven de sfeervolle, melodieuze en subtiel exotische momenten zeer overtuigend ook al blijft wel wel een beetje hit and miss. Toch zit er wel een bijzonder fraaie sfeer in dit album en is Siouxsie ook goed bij stem. Ook is in de clip van Kiss Them For Me dat Siouxsie ontdaan van de post-punk make-up een bijzonder fraaie dame is. Maar daar zullen de smaken over verschillen
»
details
» naar bericht » reageer
Siouxsie and the Banshees - Hyæna (1984)
Dit was destijds een album wat ik veel draaide maar waar ik nu meer moeite mee heb. Hyæna voelt voor mij als een van de vreemdste en meest psychedelische albums van Siouxsie & The Banshees. Het heeft een beklemmende, bijna droomachtige sfeer waarin melodieën en ritmes voortdurend verschuiven. De invloed van gitarist Robert Smith is duidelijk hoorbaar, vooral in de textuurrijke gitaren die doen denken aan het experimentele karakter van The Top van The Cure.
Nummers als Dazzle en Swimming Horses behoren tot de hoogtepunten, met hun mysterieuze melodieën en gelaagde arrangementen. Tegelijk blijft het album soms moeilijk te doorgronden, wat het een licht claustrofobische en onwerkelijke sfeer geeft. Dat maakt Hyæna geen gemakkelijke luisterervaring, maar wel een fascinerende. Het is wel een album wat voor mij de tand des tiijds minder goed heeft doorstaan en wat ik het minst uit de kast trek als ik een Siouxsie album wil draaien.
»
details
» naar bericht » reageer
Siouxsie and the Banshees - A Kiss in the Dreamhouse (1982)
Een album wat ik destijds lang in de schappen heb laten liggen. Nog steeds geen idee waarom maar elke keer als ik het album in mijn handen had vond ik weer iets anders wat prioriteit had. Ik ben dus later ingestapt ook al kende ik een aantal nummers wel van het Nocturne live album.
A Kiss in the Dreamhouse laat een band horen die haar creatieve grenzen verder oprekt. Waar eerdere albums vaak donker en ritmisch scherp waren, klinkt deze plaat dromeriger en rijker van textuur. John McGeochs gitaarwerk is hier werkelijk schitterend: gelaagd, inventief en vol subtiele melodieën die de nummers een bijna etherische sfeer geven. Budgie’s percussie en Severins bas vormen een solide maar speelse basis waarop Siouxsie’s zang vrij kan zweven.
Hoogtepunten zoals Cascade, Melt! en Slowdive laten horen hoe de band mystiek en melodie samenbrengt tot een hypnotiserend geheel. Het album voelt als een muzikale droomwereld waarin elk nummer een eigen sfeer heeft. Misschien minder direct dan Juju, maar wel een van de meest atmosferische en intrigerende platen uit hun vroege periode. Ik zit nu wel weer even lekker te genieten van de chorus bas in Painted Bird, zeer fraai...
»
details
» naar bericht » reageer
Siouxsie and the Banshees - Join Hands (1979)
Vanmiddag even in een Siouxsie mood, daar hoort dit album ook bij. Niet mijn favoriet maar Join Hands is wel een uitdagend tweede album dat laat zien dat Siouxsie & The Banshees durfden te experimenteren, maar nog zoekende waren naar samenhang. Korte tracks zoals Poppy Day en Playground Twist worden afgewisseld met onnodig lange stukken zoals The Lords Prayer, waardoor het album fragmentarisch aanvoelt.
John McKays scherpe gitaar- en saxofoonlijnen, Severins pulserende bas en Kenny Morris’ inventieve percussie creëren een intens, soms chaotisch geluidslandschap. Siouxsie’s zang blijft een constante kracht, dramatisch en meeslepend, en tilt de hoogtepunten zoals Placebo Effect en Icon naar een briljant niveau.
Ondanks de onsamenhangendheid bevat Join Hands een aantal onvergetelijke nummers en laat het zien dat de band artistiek durfde te spelen, texturen en emoties uitprobeerde en de grenzen van post-punk verkende. Het is geen gemakkelijke luisterervaring, maar toch een onrustig fascinerend document van een band in transitie.
»
details
» naar bericht » reageer
Siouxsie and the Banshees - The Scream (1978)
The Scream is een debuut dat meteen laat zien waarom Siouxsie & The Banshees essentieel waren voor post-punk. Het album is rauw, experimenteel en soms moeilijk te doorgronden, maar juist die confrontatie met het onbekende geeft het kracht. John McKay’s scherpe, dissonante gitaarlijnen en saxofoon dragen bij aan een intense, soms desoriënterende sfeer, terwijl Severins bas en Morris’ ritmes alles stevig verankeren. Siouxsie’s zang is dramatisch, hypnotiserend en vol karakter, een constante in het soms grillige geluid van de band.
Hoogtepunten zoals Jigsaw Feeling, Overground en Metal Postcard tonen hun talent voor het creëren van donkere, meeslepende sferen, terwijl enkele tracks minder overtuigen. Voor mij is The Scream een uitdagende maar fascinerende ervaring: een debuut vol lef en karakter dat de weg effende voor alles wat later zou volgen. Dit is echt post-punk en niet alleen een naamkaartje voor een stroming – alles zit hierin wat de term post-punk verdient: angst, beklemming, claustrofobie, chaos, anarchie en weerstand tegen de heersende orde. Not for the faint of heart...
»
details
» naar bericht » reageer
Siouxsie and The Banshees - Juju (1981)
Vandaag weer in de speler, dit blijft toch een zeer bijzonder album. Juju voelt als de ultieme vertaling van de donkere, hypnotiserende kracht van Siouxsie & The Banshees. Vanaf Spellbound word je gegrepen door de scherpe, melodieuze riffs van John McGeoch, die perfect samengaan met Budgie’s ritmische complexiteit en Severins pulserende baslijnen. Siouxsie’s zang is intens, dramatisch en onweerstaanbaar, en vormt het hart van elk nummer.
Tracks als Arabian Knights en Night Shift laten zien hoe de band exotische texturen en trance-achtige ritmes integreert, terwijl Head Cut en Voodoo Dolly hun meest avontuurlijke kanten tonen. Voor mij is Juju een tijdloze balans tussen post-punkenergie en mysterieuze, sfeervolle melodieën, een album dat nog steeds fris en meeslepend klinkt. Het is een meesterwerk waarin durf, precisie en emotie samenvloeien tot een onvergetelijke luisterervaring. Monitor schalt nu al voor de 4e keer achter elkaar door de huiskamer, wat een klasse nummer...
»
details
» naar bericht » reageer
Siouxsie and the Banshees - Kaleidoscope (1980)
Kaleidoscope uit 1980 voelt voor mij als een band op het punt van doorbraak: het geluid is donker, inventief en onweerstaanbaar ritmisch. Vanaf Happy House word je meteen meegesleurd door de ironische zang van Siouxsie en de scherpe, melodieuze riffs van McGeoch, die het geheel een bijna hypnotiserende spanning geven. Het album durft te experimenteren met elektronica, sitar en ongebruikelijke effecten, maar verliest nooit zijn kern dankzij Budgie’s dynamische drumpatronen en Severins pulserende baslijnen.
Nummers als Christine en Desert Kisses laten zien hoe dramatiek en mystiek samenkomen, terwijl Red Light en Skin het rockelement op subtiele wijze laten doorklinken. Voor mij is Kaleidoscope nog steeds een perfect voorbeeld van een band die durft te experimenteren, maar altijd haar karakter behoudt. Het is meeslepend, uitdagend en nog steeds fris, een van de post-punkparels uit die begin jaren 80 periode.
»
details
» naar bericht » reageer
David Sylvian and Robert Fripp - The First Day (1993)
Ik sluit mij aan bij Zagato, dit is een fantastisch album en de live plaat gaat daar nog een keer overheen.
The First Day is een fascinerende samenwerking tussen David Sylvian en Robert Fripp, die hun contrasterende werelden samenbrengt in een album dat zowel krachtig als meditatief klinkt. Sylvians introspectieve, emotionele zang wordt perfect aangevuld door Fripps experimentele gitaarlijnen en Frippertronics, terwijl de ritmesectie van Trey Gunn op Chapman Stick en Pat Mastelotto op drums, en de ruimtelijke texturen van Michael Brook een extra dimensie toevoegen.
Nummers als God’s Monkey en Jean the Birdman zijn direct en intens, terwijl Firepower en 20th Century Dreaming langere, hypnotiserende composities bieden waarin spanning en sfeer langzaam opbouwen. Het hoogtepunt is Darshan, een episch stuk van zeventien minuten dat ritme, gitaar en zang combineert tot een bijna tranceachtige ervaring. Het album balanceert tussen agressie en contemplatie, en laat zien hoe twee muzikale universa elkaar kunnen versterken. Voor mij blijft het een intrigerende en meeslepende samenwerking die tot de hoogtepunten van beide carrières behoort.
»
details
» naar bericht » reageer
Sylvian / Fripp - Damage (1994)
Vandaag weer even in de speler. Damage vangt de live-intensiteit van de Sylvian/Fripp samenwerking en geeft een rauwe, dynamische kijk op het materiaal van The First Day. De band – bestaande uit David Sylvian (zang, gitaar, keyboards), Robert Fripp (gitaar, Frippertronics), Trey Gunn (Chapman Stick, zang), Pat Mastelotto (drums) en Michael Brook (Infinite Guitar) – geeft nummers als God’s Monkey, Brightness Falls en Firepower een nieuwe energie.
De lange stukken, zoals 20th Century Dreaming, worden live uitgediept met improvisatie en spanning, terwijl Riverman een ingetogen, bijna plechtige uitvoering krijgt. Het contrast tussen Sylvians beheerste zang en Fripps scherpe, gelaagde gitaar creëert een hypnotiserende dynamiek. Voor mij is Damage geen gewone liveplaat, maar een herinterpretatie van de studio-opnames die intensiteit, emotie en improvisatie samenbrengt tot een meeslepende ervaring. Zeer bijzonder live album!
»
details
» naar bericht » reageer
Pixies - Trompe le Monde (1991)
Trompe le Monde voelt als een laatste krachtige uitbarsting van de oorspronkelijke Pixies. Het album klinkt scherper en harder dan zijn voorgangers, met een bijna futuristische energie. Vanaf de titeltrack en Planet of Sound word je meteen meegesleurd door stuwende gitaren en de onvoorspelbare zang van Black Francis. Joey Santiago’s gitaarwerk klinkt fel en hoekig, terwijl David Loverings strakke drums de nummers voortstuwen. Tracks als Alec Eiffel en U-Mass combineren hun kenmerkende dynamiek met pakkende hooks, terwijl Head On een rauwe, bijna punkachtige directheid heeft.
Opvallend is de fascinatie voor ruimte en wetenschap, hoorbaar in nummers als Bird Dream of the Olympus Mons en Space (I Believe In). Die thema’s geven het album een vreemde, bijna kosmische sfeer. Met het meeslepende Motorway to Roswell bereikt het album een sterke climax. Voor mij voelt Trompe le Monde als een energiek en eigenzinnig slotstuk van de klassieke periode van de band.
»
details
» naar bericht » reageer
Pixies - Bossanova (1990)
Bossanova laat een zonnigere, speelsere kant van de Pixies horen, maar behoudt de scherpe energie van eerdere albums. Tracks als Velouria en Dig for Fire hebben een surf- en space-rocksfeer die ruimtelijk en hypnotiserend aanvoelt, terwijl Cecilia Ann en Ana korte, speelse explosies bieden van dynamiek en karakter. De band experimenteert met melodie en ruimte, waarbij Kim Deals zang subtiele warmte toevoegt en Loverings ritmes het geheel stuwen.
Nummers zoals The Happening en Havalina combineren duistere, vreemde teksten met pakkende hooks, waardoor het album een constante afwisseling biedt tussen lichtvoetigheid en intensiteit. Persoonlijk voelt Bossanova als een avontuurlijke reis door hun universum: speels, eigenzinnig en vol verrassingen, een album dat minder compact maar rijker en luchtiger is, en laat zien dat de Pixies voortdurend hun geluid durfden uit te breiden.
»
details
» naar bericht » reageer
Pixies - Doolittle (1989)
Met Doolittle bereikten de Pixies hun creatieve piek. Het album balanceert chaos en melodie op bijna perfecte wijze. Debaser opent explosief, een statement van rauwe energie en absurde teksten, terwijl Here Comes Your Man laat zien dat de band ook toegankelijke melodieën kan schrijven zonder hun eigenzinnige karakter te verliezen. Monkey Gone to Heaven combineert ecologische thema’s met hypnotiserende ritmes, en toont hun vermogen om serieuze onderwerpen met kunstzinnige flair te verpakken.
De kortere tracks, zoals Tame en Crackity Jones, zijn compact, explosief en onvergetelijk. Persoonlijk voelt Doolittle voor mij als een album dat telkens nieuwe details onthult: de gelaagde gitaarlijnen, de dynamiek tussen Francis en Deal, de speelsheid in absurdistische teksten. Het is een tijdloos werk dat hun invloed op grunge en alternatieve rock decennialang heeft bepaald, een meesterwerk dat zowel opwindend als meeslepend blijft.
»
details
» naar bericht » reageer
Pixies - Surfer Rosa (1988)
Surfer Rosa is rauw, intens en volledig eigenzinnig. De productie van Steve Albini laat elk instrument ademen, van Santiago’s scherpe gitaarlijnen tot Loverings stuwende drumpatronen, terwijl Black Francis’ vocale extremen spanning en drama toevoegen. Openingstracks als Bone Machine en Break My Body grijpen je bij de keel en laten zien dat de Pixies niet in conventies denken: korte, explosieve nummers met onverwachte dynamische wendingen.
Gigantic en Where Is My Mind? tonen het contrast tussen melodie en chaos, waarbij Kim Deals warme achtergrondzang en pakkende hooks de rauwheid breken. Persoonlijk voelt het album bij elke luisterbeurt anders: de intensiteit, de vreemde teksten, de plotselinge wendingen – het is een album dat je voortdurend verrast en intrigeert. Surfer Rosa is een rauw meesterwerk dat de Pixies als pioniers van de alternatieve rock vestigt en nog steeds een onmisbaar tijdsdocument is.
»
details
» naar bericht » reageer
Dead Neighbours - Harmony in Hell (1984)
Harmony in Hell is het energieke debuut van Dead Neighbours, een Schotse groep die al vroeg een eigen geluid ontwikkelde. Met Craig Lorentson op zang, Ronnie Buchanan op gitaar, David Steele op bas en Grant McDowall op drums, percussie en piano, mengt het album hoekige post-punk met een speelse rockabilly-invloed. Het resultaat is rauw, direct en vol ritmische drive, maar ook melodieus en meeslepend. Openers zoals Crazy Wolfman en Burning Up zetten meteen de toon, terwijl Island of the Living Dead en Crawlin’ Viper de duistere en hypnotiserende kant van de band laten horen.
Elk nummer is strak en compact, met verrassende wendingen in ritme en melodie die het geheel boeiend houden. Het afsluitende Sold Your Soul vat de energie van het album perfect samen. Harmony in Hell laat zien hoe Dead Neighbours hun eigen pad vonden tussen hoekige punkenergie en donkere melodie, en vormt een waardevol document van de vroege Schotse post-punkscene. De latere komst van bassist Will Heggie zal het geluid verder richting het Lowlife geluid brengen. Meer atmosfeer dus maar het is wel bijzonder om te horen waar de band vandaan gekomen is.
»
details
» naar bericht » reageer
Dead Neighbours - Strangedays : Strangeways (1985)
Strangedays : Strangeways (1985) van Dead Neighbours is een opvallend album uit de Schotse post-punkscene, tegenwoordig vooral bekend bij liefhebbers van obscure gitaarmuziek. De band, bestaande uit Craig Lorentson (zang), Ronnie Buchanan (gitaar), Will Heggie (bas) en Grant McDowall (drums), zou kort daarna verdergaan onder de naam Lowlife, waarmee hun geluid een nieuwe fase inging. Het album combineert hoekige, ritmische gitaren, stuwende baslijnen en donkere melodieën, met een rauwe, directe productie die de urgentie van de nummers goed vastlegt.
Tracks zoals Wreckage of Your Mind, Turmoil en Beauty and the Beast laten zien hoe de band spanning en melodie weet te combineren, terwijl korte nummers zoals Tell Me Why telkens indruk maken. The Cowards Way sluit het album af en keerde later in een aangepaste versie terug op Lowlife’s Permanent Sleep. Strangedays : Strangeways is daarmee zowel een belangrijk document van de Schotse underground als een essentieel voorspel op het latere werk van Lowlife.
»
details
» naar bericht » reageer
AC Acoustics - O (2002)
Met O uit 2002 sluit A.C. Acoustics hun carrière af met een ingetogen en atmosferisch album. In vergelijking met eerdere platen klinkt de muziek hier rustiger en meer introspectief, met veel ruimte voor subtiele gitaartexturen en open arrangementen. Na de korte Intro zet Hold meteen de toon met een dromerige sfeer en gelaagde gitaren.
Songs als A Bell (Of Love Rings Out of You) en Clone of Al Capone tonen de melodische kracht van de band, terwijl 16 4 2010 en Bright Anchor een meer contemplatieve kant laten horen. De plaat eindigt met het minimalistische Poem, dat voelt als een rustige epiloog. O is geen luid afscheid, maar een bedachtzaam en sfeervol slotstuk. Zeer bijzonder album!
»
details
» naar bericht » reageer
AC Acoustics - Victory Parts (1997)
Met Victory Parts uit 1997 zet A.C. Acoustics een grote stap vooruit. Het album klinkt zelfverzekerder en samenhangender dan het debuut, terwijl de experimentele gitaarstijl van de band volledig tot bloei komt. Tracks als Hand Passes Empty, Stunt Girl en Ex Quartermaster combineren melodie met onverwachte wendingen en dynamische gitaarpartijen. Tegelijkertijd blijft de muziek onvoorspelbaar, met nummers die zich langzaam opbouwen en plotseling van richting kunnen veranderen.
In composities als High Divers en I Messiah, Am Jailer laat de band horen hoe sterk ze zijn in het creëren van gelaagde klankstructuren. Victory Parts is een avontuurlijk album dat alternatieve rock combineert met experiment en sfeer, en daarmee een belangrijk hoogtepunt vormt in hun discografie. Voor mij blijft AC Acoustics de Rivella van de popmuziek, een beetje raar maar wel lekker.
»
details
» naar bericht » reageer
A.C. Acoustics - Able Treasury (1995)
Het debuut Able Treasury uit 1995 laat horen dat A.C. Acoustics geen doorsnee indieband is. Vanuit Glasgow ontwikkelt de groep een eigen geluid waarin hoekige gitaren, onverwachte ritmes en atmosferische passages samenkomen. Nummers als Mother Head Sander, King Dick en Three tonen een band die speelt met dynamiek en contrast, waarbij rustige stukken plotseling kunnen omslaan in stevige gitaaruitbarstingen.
In langere tracks als Sister Grab Operator en M.V. krijgt de experimentele kant van de band meer ruimte en ontstaan bijna hypnotische klanklandschappen. De productie is wat rauw en schreeuwerig, maar dat doet weinig af aan de kracht van de songs. Als debuut toont Able Treasury vooral hoeveel potentie en originaliteit er in de band schuilt.
»
details
» naar bericht » reageer
Something Happens - Stuck Together with God's Glue (1990)
Met Stuck Together with God’s Glue bouwt Something Happens verder op de melodieuze kracht van hun debuut. Het album combineert pakkende popstructuren met iets rijkere arrangementen en een zelfverzekerder bandgeluid. De single Hello, Hello, Hello, Hello, Hello (Petrol) blijft een van hun bekendste nummers, maar ook tracks als Parachute, Kill the Roses en Room 29 laten de groei van de band horen.
De nummers zijn scherp en melodieus, met een mix van speelse energie en subtiele melancholie. Dunne’s expressieve zang en Harmans gitaar zorgen voor karakter, terwijl de ritmesectie een solide basis vormt. Het album bevestigt de reputatie van de band als makers van slimme, toegankelijke en melodieuze pop. Nog steeds een uitermate charmant album en ik en blij dat ik de band destijds nog live heb gezien in Amsterdam.
»
details
» naar bericht » reageer
Something Happens - Alan, Elvis & God (1997)
Het laatste album van de sympathieke Ieren. Met Alan, Elvis & God keert Something Happens terug naar een helderder en melodieuzer geluid. Het album laat een band horen die hun popinstinct volledig onder controle heeft en sterke songs centraal stelt. Tracks als Are You My Girl, 70’s Wedding en Momentary Thing combineren toegankelijke melodieën met slimme teksten en een dynamisch bandgeluid.
De productie is weer wat directer en overzichtelijk, waardoor de nummers meteen weer volledig tot hun recht komen. Dunne’s zang en Harmans gitaar zorgen voor herkenbaar karakter, terwijl Byrne en Ryan de ritmische basis strak houden. Het resultaat is een consistent album vol melodieuze popsongs die zowel speels als doordacht zijn. Jammer dat de heren het hierbij hebben gelaten, ik had toch wel een groot zwak voor deze band.
»
details
» naar bericht » reageer
Something Happens - Bedlam a Go Go! (1992)
Met Bedlam a Go Go! slaat Something Happens een duidelijk andere richting in. Waar eerdere albums vooral helder melodische pop brachten, klinkt dit album ruwer en voller, duidelijk beïnvloed door de grungegolf die begin jaren negentig uit de Verenigde Staten kwam overwaaien. Distortion en reverb spelen een grotere rol, waardoor nummers als Diane on the Cross, Daisyhead en Hit the Parade een zwaardere sound krijgen.
De nummers blijven echter sterk, met melodieën en structuren die herkenbaar blijven voor de band. Soms verdrinken die melodieën een beetje in de effecten, maar de energie en ambitie zijn duidelijk hoorbaar. Het album laat een band horen die durft te experimenteren en hun geluid wil vernieuwen. Het is alleen wat erg in your-face, ook nu nog anno 2026.
»
details
» naar bericht » reageer
Something Happens - Been There, Seen That, Done That (1988)
Weer even in/op de speler. Dit debuutalbum van Somehing Happens laat meteen horen waarom Something Happens een bijzondere plek kreeg in de Ierse popscene van de late jaren tachtig. De band — Tom Dunne, Ray Harman, Alan Byrne en Eamonn Ryan — combineert energieke melodieën met scherpe, soms ironische teksten. Nummers als Incoming, Take This with You en Forget Georgia tonen een talent voor pakkende hooks en solide songwriting.
Tegelijk laten tracks zoals Both Men Crying en The Way I Feel een meer introspectieve kant horen. De ritmesectie houdt alles strak en melodieus, terwijl Harmans gitaarwerk kleur en dynamiek toevoegt. Het resultaat is een charmant en tijdloos debuut waarin sterke songs en spontane energie centraal staan.
»
details
» naar bericht » reageer
Morrissey - Make-up Is a Lie (2026)
Na ruim vijf jaar stilte verscheen dit jaar eindelijk Make-Up Is a Lie, het veertiende soloalbum van Morrissey. De plaat markeert niet alleen een nieuwe fase in zijn lange carrière, maar ook een symbolische terugkeer naar Sire Records, het label waar zijn vroege solowerk verscheen en dat in sommige gebieden ook de thuisbasis was van The Smiths. Morrissey klinkt hier opnieuw verrassend scherp, betrokken en melodisch sterk, ondersteund door een band die zowel kracht als subtiliteit in het geluid weet te brengen.
De opening met “You’re Right, It’s Time” zet meteen een zelfverzekerde toon. Het titelnummer “Make-Up Is a Lie” volgt met een compacte, ironische scherpte die meteen herkenbaar Morrissey is. “Notre-Dame” brengt vervolgens meer dramatiek, met strijkarrangementen die het nummer een bijna filmische sfeer geven. De verrassende cover “Amazona”, oorspronkelijk van Roxy Music, wordt met respect behandeld maar tegelijk duidelijk naar Morrissey’s eigen wereld getrokken. In het midden van het album komt de veelzijdigheid van de plaat goed naar voren. “Headache” en “Boulevard” bouwen rustig op en geven ruimte aan melodie en arrangement.
“Zoom Zoom the Little Boy”, over een jongetje dat alle dieren probeert te redden van de boze grote mensen, en “The Night Pop Dropped” brengen vervolgens weer meer ritmische energie, terwijl “Kerching Kerching” een compacte, bijna speelse song is die tegelijk een scherpe ondertoon heeft. Opnieuw blijkt hoe moeiteloos Morrissey ironie, observatie en melodie weet te combineren. Het afsluitende “The Monsters of Pig Alley” sluit het album af met een donkerder en licht theatrale toon, een stijl die Morrissey al decennia moeiteloos beheerst. Prima plaat!
»
details
» naar bericht » reageer
Sjako! - Senior Citizens (2026)
Met Senior Citizens laat Sjako! opnieuw horen waarom dit voor mij een van de meest bijzondere bands is die Nederland ooit heeft voortgebracht. De inmiddels vertrouwde drie-mans bezetting met Jaap Vrenegoor op drums, Thijs Vermeulen op bas en Wouter Planteijdt op gitaar en zang werkt hier opnieuw uitstekend. Vanaf Outside the Box is meteen duidelijk dat de band nog altijd volledig zijn eigen koers vaart. Tracks als Senior Citizens, Wise Men en Into the Night (Fightfightfight) laten horen hoe de band nog steeds sterke melodieën kan combineren met onverwachte ritmische wendingen.
Daar tegenover staan meer speelse of experimentele momenten zoals Improv Gabon Trousers en After Dinner Jam, waarin de band duidelijk ruimte neemt voor spontaniteit. Die afwisseling werkt goed: het album blijft daardoor voortdurend in beweging zonder dat het gefragmenteerd aanvoelt. Senior Citizens voelt daardoor als een logisch vervolg op het uitstekende Megaliths: dezelfde driehoek van bas, drums en gitaar, maar met nieuwe ideeën en kleine zijwegen in de composities. Voor wie deze band al langer volgt, is het simpelweg prettig om te horen dat die eigenzinnige mix van rock, jazz en eigenzinnige humor nog altijd springlevend is.
»
details
» naar bericht » reageer
Sjako! - Megaliths (2024)
Met het nieuwe Sjako! album voor de deur ook deze fraaie plaat weer even op de speler. Megaliths markeert een duidelijk moment van terugkeer voor Sjako!, met Jaap Vrenegoor weer op drums en de klassieke drie-mans bezetting intact. Vanaf het openingsnummer, Megaliths, is het geluid dat ik van Sjako! ken en waardeer direct aanwezig: speels, eigenzinnig en toch strak verbonden door de ritmesectie. De drums van Vrenegoor geven de nummers een levendige en gecontroleerde drive, terwijl de baslijnen van Thijs Vermeulen solide maar nooit voorspelbaar de fundamenten leggen. Wouter Planteijdt vult dit aan met zijn kenmerkende en fraaie gitaarwerk en zang, waarbij de shekere en subtiele percussie-invloeden zorgen voor een jazzy ondertoon die het geheel een specifieke, herkenbare Sjako!-kleur geeft.
De cover van I’m The Slime, een Inventions-nummer uit 1973, is een hoogtepunt qua invloeden: de King Crimson- en Zappa-referenties zijn hoorbaar, maar de uitvoering past volledig in het Sjako!-palet. Megaliths is een album dat (gelukkig) laat horen dat Sjako! de eigen stijl heeft behouden, zelfs na jaren van veranderingen. Het is ingetogen op momenten, experimenteel waar dat past, en met voldoende ruimte voor muzikale finesse zonder dat het overkomt als een showcase van techniek. Voor liefhebbers van eigenzinnige Nederlandse rock met een jazzy inslag is dit album een overtuigende luisterervaring.
»
details
» naar bericht » reageer
Heather Nova - Breath and Air (2025)
Prima album, maar niet opvallend anders dan haar laatste platen. Van mij had er wel wat meer pit in gemogen, want dit is wel erg mellow en daardoor wordt het af en toe wat kwelerig. Verder is Heather nog goed bij stem en ziet ze er nog steeds uit als om door een ringetje te halen. Dat alleen is echter niet genoeg voor een hogere score. Voor mij is dit gewoon een prima middenmoter in haar catalogus.
Ik draai haar eerste platen nog steeds regelmatig en met plezier; die blijven toch net wat bijzonderder. Misschien dat ik het later nog eens probeer, maar voor nu kom ik niet hoger dan een 3,5: een ruime voldoende voor deze bijzondere dame.
»
details
» naar bericht » reageer
Speed of the Stars - Speed of the Stars (2016)
Speed of the Stars is een album dat een nieuw deel van het creatieve universum van Steve Kilbey (The Church) tentoonstelt. Kilbey’s zang, bas en toetsen vormen de emotionele kern van elk nummer, terwijl Frank Kearns, bekend als gitarist van de jaren ’80-band Cactus World News, met dromerige, gelaagde gitaarlijnen de melodieën subtiel omlijst en de ruimte tussen de noten vult met textuur en sfeer.
De openingsnummers, Song Within the Shell en Heliotropic, zetten meteen de toon. Kilbey’s warme, introspectieve zang wordt subtiel ondersteund door Kearns’ sfeervolle gitaarpartijen, die de nummers een bijna tastbare gloed geven. In het hart van het album, met Black River, Autumn Daze en Back Wherever, wordt deze samenwerking nog duidelijker. De nummers voelen dynamisch en gelaagd, maar blijven coherent dankzij de subtiele symbiose tussen Kilbey en Kearns.
Speed of the Stars is een project waarin Steve Kilbey’s visie centraal staat, maar waarin Kearns’ atmosferische gitaarwerk onmisbaar is voor de gelaagde, etherische sfeer. Het album combineert tijdloze melodieën met intieme, emotionele details en bewijst dat de samenwerking tussen deze twee muzikanten het geheel verheft tot een meeslepende luisterervaring. Bijzonder fraai album!
»
details
» naar bericht » reageer
Morrissey - Years of Refusal (2009)
Vanavond in de speler en hij valt ook nu weer goed. Met Years of Refusal levert Morrissey een album af dat barst van de energie en overtuiging. De opener zet meteen de toon. “Something Is Squeezing My Skull” barst los met een haast opgejaagde energie, een compacte song die meteen duidelijk maakt dat Morrissey geen moment tijd wil verspillen. “When Last I Spoke to Carol” en “One Day Goodbye Will Be Farewell” tonen een meer contemplatieve kant, waarin Morrissey reflecteert op afscheid en vergankelijkheid. Het gitaarspel van Boorer en Tobias blijft daarbij opvallend elegant; hun partijen ondersteunen de zang zonder ooit te opdringerig te worden. De slotfase geeft het album een verrassend emotionele lading. “It’s Not Your Birthday Anymore” en “You Were Good in Your Time” behoren tot de meest ingetogen momenten van de plaat en laten horen hoe goed Morrissey nog altijd ballads kan dragen.
De kritiek dat het album te gespierd zou klinken en te ver van het Smiths-geluid zou staan, voelt wat mij betreft eigenlijk misplaatst. Wie goed luistert, hoort juist hoe Morrissey’s melodieën en dramatiek nog steeds uit dezelfde bron komen — alleen met de kracht van een artiest die twintig jaar verder is. In dat opzicht klinkt Years of Refusal bijna als een denkbeeldige blik op hoe The Smiths in de eenentwintigste eeuw hadden kunnen klinken. Het album bezit dezelfde koppige onafhankelijkheid die ook zijn werk met The Smiths altijd heeft gekenmerkt, en bewijst dat Morrissey ook in een latere fase van zijn carrière nog altijd albums kan maken die energie, karakter en melodisch vakmanschap combineren.
»
details
» naar bericht » reageer
Morrissey - Low in High School (2017)
Met Low in High School laat Morrissey horen dat hij ook decennia na zijn doorbraak nog altijd bereid is om te schuren en te provoceren. Het album opent zonder omwegen met “My Love, I’d Do Anything for You”, een nummer waarin hij meteen met gestrekt been het veld opkomt. De toon is fel, ironisch en onmiskenbaar Morrissey. De Midden-Oosten-referenties op dit album lijken niet toevallig, maar ze komen waarschijnlijk uit een combinatie van persoonlijke, artistieke en politieke invalshoeken. Ten eerste is er de artistieke fascinatie voor plaatsen die symbool staan voor conflict en identiteit.
Morrissey heeft altijd een sterke neiging gehad om geografische locaties te gebruiken als decor voor grotere thema’s. Dat deed hij eerder al met bijvoorbeeld Londen, Los Angeles of Camden. In “The Girl from Tel-Aviv Who Wouldn’t Kneel” lijkt Tel Aviv minder een concrete plaats dan een metafoor voor trots, verzet en individualiteit. Daarnaast speelt waarschijnlijk ook politieke provocatie een rol. Morrissey heeft in interviews vaker laten zien dat hij bewust onderwerpen kiest die discussie oproepen. Het afsluitende “Israel” is daar een goed voorbeeld van. Het nummer heeft een bijna hymne-achtige opbouw en lijkt eerder een beschouwend of empathisch perspectief te kiezen dan een expliciet politiek standpunt.
Er is ook nog een praktische achtergrond. Rond de periode van dit album had Morrissey een vrij sterke internationale touractiviteit, inclusief optredens in Israël. Hij heeft meerdere keren benadrukt dat hij graag in Tel Aviv speelt en dat hij zich daar als artiest welkom voelt. Dat kan hebben bijgedragen aan het feit dat die plaats in zijn teksten opdook. De slotfase van het album onderstreept opnieuw Morrissey’s eigenzinnigheid. “Who Will Protect Us from the Police?” en het afsluitende melancholieke “Israel” tonen een songwriter die zich niet laat temmen door verwachtingen of modegrillen. Morrissey blijft hier wat hij altijd geweest is: een eigenzinnige observator die liever tegen de stroom in zwemt dan zich aan te passen, en precies daardoor nog altijd relevant klinkt.
»
details
» naar bericht » reageer
Morrissey - Ringleader of the Tormentors (2006)
»
details
Morrissey - Live at Earls Court (2005)
Halleluja, wat een live plaat blijft dit! Opgenomen in het iconische Earls Court Exhibition Centre in december 2004, vangt dit album Morrissey die zich op dat moment op een absoluut creatief hoogtepunt bevindt. De terugkeer met You Are the Quarry had hem nieuw elan gegeven, en dat hoor je hier in elke noot. Dit is geen nostalgische terugblik, maar een zelfverzekerde bevestiging van zijn volledige oeuvre — van solowerk tot klassiekers uit het verleden, inclusief The Smiths-nummers die verbluffend goed klinken in deze livecontext.
De opening met “How Soon Is Now” zet meteen de toon: dreigend, intens en gedragen door een band die messcherp speelt. De combinatie van oud en nieuw materiaal werkt uitstekend. “First of the Gang to Die” en “I Have Forgiven Jesus” klinken energiek en urgent, terwijl “November Spawned a Monster” en “Don’t Make Fun of Daddy’s Voice” een meer emotionele lading krijgen in deze livecontext. Halverwege het concert wordt duidelijk hoe breed het repertoire inmiddels is. “Big Mouth Strikes Again”, “There Is a Light That Never Goes Out” en “Shoplifters of the World Unite” krijgen een frisse, robuuste uitvoering die laat horen dat deze nummers moeiteloos de tand des tijds hebben doorstaan. Ze klinken live zelfs beter dan menig studioversie.
De slotfase is ronduit indrukwekkend. “Irish Blood, English Heart” en het uitgesponnen “You Know It Couldn’t Last” onderstrepen de vitaliteit van dit tijdperk, terwijl “Last Night I Dreamt Somebody Loved Me” het geheel afsluit met ingetogen intensiteit. Dit is Morrissey in volle glorie en de Smiths-klassiekers klinken nog beter dan je zou durven hopen, en ja, ook zonder Marr op gitaar.
»
details
» naar bericht » reageer
Morrissey - My Early Burglary Years (1998)
Nog een Morrissey album wat hier regelmatig in de speler ligt. Waar veel artiesten hun restmateriaal bewaren voor de echte liefhebber, blijkt hier dat zijn B-kanten en losse nummers moeiteloos het niveau van regulier albumwerk halen. Dit is geen voetnoot in de discografie, maar een volwaardig hoofdstuk. Deze verzamelaar bestrijkt verschillende periodes uit zijn solocarrière en laat een songwriter horen die ook buiten de hoofdlijnen om scherp, melodieus en uitgesproken blijft.
De opening met “Sunny” en “At Amber” zet meteen de toon: melodisch sterk en gedragen door dat karakteristieke stemgeluid dat tegelijk afstandelijk en emotioneel kan klinken. Zijn versie van “Cosmic Dancer” toont respect voor het origineel zonder het klakkeloos te kopiëren; hij maakt het nummer volledig eigen. Met “Sister I’m a Poet” en “Black-Eyed Susan” horen we de jonge, hongerige Morrissey die zijn positie in de muziekwereld scherp observeert.
Het laatste deel van deze compilatie is ronduit indrukwekkend. “Jack the Ripper” is dreigend en meeslepend, “I’ve Changed My Plea to Guilty” melancholiek en zelfbewust. “The Boy Racer” bruist van energie en contrasteert fraai met het epische “Boxers”, dat de verzameling op monumentale wijze afsluit. My Early Burglary Years is verbijsterend goed, juist omdat het laat zien dat zelfs wat officieel buiten de albums viel, artistiek volledig overeind blijft.
»
details
» naar bericht » reageer
Morrissey - You Are the Quarry (2004)
Vanavond weer even in de speler, wat een fantastische plaat blijft dit toch. Morrissey klinkt hier scherper, strijdbaarder en melodieuzer dan in lange tijd. Tekstueel en muzikaal zit alles op zijn plaats. Het was alsof de jaren van relatieve stilte zijn pen alleen maar hadden aangescherpt. “America Is Not the World” opent met directe maatschappijkritiek, gevolgd door het compacte en vlijmscherpe “Irish Blood, English Heart”, een single die meteen zijn terugkeer bezegelde.
Halverwege het album volgt een indrukwekkende reeks nummers die stuk voor stuk blijven hangen. “The World Is Full of Crashing Bores” en “How Could Anybody Possibly Know How I Feel?” combineren zelfspot met melodische kracht. “First of the Gang to Die” heeft een bijna triomfantelijke energie, terwijl “Let Me Kiss You” een ingetogen klassieker is die direct ontroert. Het zijn stuk voor stuk nummers die moeiteloos laten horen waarom Morrissey ook ver na het tijdperk van The Smiths relevant bleef. Hij had dat verleden niet nodig om zijn identiteit te dragen; hij had het allang overstegen.
Met “All the Lazy Dykes”, “I Like You” en het afsluitende “You Know I Couldn’t Last” wordt het album krachtig afgerond. Vooral die laatste track voelt als een samenvatting van zijn volharding: koppig, zelfbewust en emotioneel geladen. You Are the Quarry is een ultiem hoogtepunt, een plaat waarop alles samenkomt — melodie, ironie, engagement en vakmanschap. De bonusnummers op de speciale editie zijn ook van hoog niveau en zeer de moeite waard!
»
details
» naar bericht » reageer
Morrissey - Maladjusted (1997)
Na het mindere Southpaw Grammar keerde Morrissey in 1997 terug met Maladjusted, een plaat die meteen weer een stuk overtuigender klinkt. Geproduceerd door Steve Lillywhite, toont het album een artiest die zijn eigen koers herbevestigt. Hoewel Lillywhite niet mijn favoriete producer is, krijgt het album hier een solide productie die de sterke punten van Morrissey’s zang en de band goed naar voren brengt. Gelukkig heeft Lillywhite de trebleknop dit keer niet volledig opengedraaid, iets waar hij in het verleden nog wel eens toe neigde.
Het titelnummer “Maladjusted” opent krachtig, met een ritmische drive die meteen pakt, gevolgd door “Alma Matters”, een van de meest memorabele songs van de plaat. Hier hoor je Morrissey in topvorm: scherp, melodieus en met die kenmerkende mix van melancholie en ironie. “Ambitious Outsiders” en het fraaie “Trouble Loves Me” laten zien dat hij zijn energie en gevoel voor melodie heeft hervonden, met gitaarriffs die de teksten extra kracht bijzetten.
Persoonlijk luister ik liever naar het originele album dan naar de latere heruitgave met bonustracks; het oorspronkelijke geheel voelt consistenter en sterker als afgerond statement.
»
details
» naar bericht » reageer
Morrissey - Vauxhall and I (1994)
Vauxhall and I markeert naar mijn mening een van de meest overtuigende momenten in de solocarrière van Morrissey. Boorer en Whyte weven een subtiele, maar trefzekere gitaarsound die ruimte laat voor Morrissey’s karakteristieke zanglijnen en zijn literair geladen teksten. Het is een elegante balans tussen melancholie en scherpte, iets waar dit album continu van profiteert. Singles als “The More You Ignore Me, the Closer I Get” en “Hold on to Your Friends” laten zien dat Morrissey nog altijd zijn talent voor pakkende melodieën bezit, zonder in oppervlakkigheid te vervallen.
Het album laat vooral een artiest horen die volledig op zijn gemak is met zijn eigen stem en stijl, en die niet schroomt persoonlijke gevoelens en sociale observaties te combineren. “Used to Be a Sweet Boy” en het fantastische “The Lazy Sunbathers” bieden korte, poëtische intermezzo’s, terwijl “Speedway” het album afsluit met een opgewekte, bijna theatrale flair. Voor mij is dit album nog steeds het bewijs dat Morrissey, na jaren van zoeken en experimenteren, zijn eigen sologeluid volledig had gevonden en daarmee zijn solocarrière definitief op het hoogste niveau bracht.
»
details
» naar bericht » reageer
Morrissey - Southpaw Grammar (1995)
»
details
And Also the Trees - The Devil's Door (2026)
Mooi, een nieuw album van And Also The Trees staat altijd weer garant voor een uurje navelstaren. Eerste indruk is prima en ik vind het ook wat een lichte return-to-form, beter dan de vorige twee albums in ieder geval. Niet dat die slecht waren maar wel een beetje veel van hetzelfde. Ik bespeur hier wel weer wat romantische nostalgie naar verloren Engelse tijden en sferen. Titels als The Silver Key, Return of the Reapers en The Rifleman’s Wedding werken daar ook aan mee. Geluidskwaliteit is ook uitstekend, wordt vervolgt...
»
details
» naar bericht » reageer