Hier kun je zien welke berichten JoostBo als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Radiohead - In Rainbows (2007)

4,5
0
geplaatst: 10 oktober 2007, 22:17 uur
En daar is hij dan: een nieuw album van dé band van de afgelopen 10 jaar dat elke keer weer iedereen wist te verrassen bij een nieuwe plaat. Toen vorig jaar de mini ‘wij zijn er nog en dit is nieuw werk’ tour werd gedaan, kon er al heel voorzichtig gejuicht gaan worden bij sommigen. Maar lang bleef toch de vraag of al die lof niet te vroeg was. Maar toen als een donderslag bij heldere hemel het nieuwe album In Rainbows werd aangekondigd kunnen de liefhebbers en haters van Radiohead hun respectievelijke proza op het niveau van Homeros of de decoupeerzaag gebruiken om hun mening te ventileren.
15 Step opent het bal met geklap van basisschoolkinderen die als het eenmaal het echt leuk wordt nog een lekker ‘yeeeeh!’ laten horen. Daartussen wordt het nummer mooi opgebouwd met een mooi en rustig baslijntje en voorzichtig gitaarspel. Het maakt de cryptische gezang van Thom Yorke vrij luchtig.
Met een brakke doffe bas wordt Bodysnatchers ingezet wat zich ontpopt tot een lekkere rocksong met een vrij makkelijke melodie. Maar na 2:10 wordt het nummer interessant en krijgen we wellicht antwoord op de vraag waar Thom het eigenlijk over heeft.
Aan het begin van Nude is er gelijk een associatie met Sigur Rós, gezien de stemvervormingen en genieten we 10 tellen van een stukje elektronica. Daarna komt een geweldig nummer dat met behulp van een ondes martinot, een cello met een ruimer geluid en andere strijkers de tranen laat vloeien. Het beste nieuws van deze plaat is dat dit oude nummer uit 1996 toch nog op een plaat is verschenen en daarmee Pyramid Song weet te overtreffen.
Weird Fishes/Arpeggi heeft als fundament drums waarover heen diverse gitaarlijnen gaan lopen. De tekst moet iets ongrijpbaars oproepen en dat kwam live ook goed uit de verf. Op plaat valt hij een klein beetje tegen omdat het tempo lager ligt. De afstand naar de luisteraar wordt hierdoor te klein waardoor die mooie sfeer een klein beetje de mist ingaat.
Met All I Need wordt een mooi drieluik afgesloten wat begon met Nude. Leuke effecten en als je goed luistert hoor je gebrom van een vliegend insect als Thom het coupletje zingt met de tekst ‘I’m just an insect’ Het is de opbouw naar een prachtig slot wat het tweede grote kippenvelmoment oplevert.
Dan volgt deel twee van de plaat met Faust Arp wat een kruising is tussen A Wolf At The Door en The Beatles dat je met een gelukkig gevoel achterlaat.
Reckoner is gek genoeg een grote surprise. Oorspronkelijk was dit een oud nummer wat tot de grond toe is afgebroken en waar men helemaal mee overnieuw is begonnen. Het is van heel rauw naar eigenlijk iets heel aandoenlijks gegaan wat wel bij deze plaat past.
‘No matter how it ends No matter how it starts’, inderdaad House Of Cards kan ook wel een kwartier zo doorgaan dan de ruim 5 minuten die er nu voorstaan. Vooral in dit nummer komt het typische geluid van deze plaat goed naar voren. Het is eigenlijk allemaal vrij basic met ook hier weer de synthesizerachtige strijkers. Hierover later meer.
Dan krijgen we eindelijk nog een up-temponummer met Jigsaw Falling Into Place. De akoestische gitaar zijn we dan al een paar keer tegengekomen maar hier mag hij het ook inzetten. Samen met Bodysnatchers het nummer dat het makkelijkst blijft hangen en met het ‘gehùùùh’ op de achtergrond moet het raar lopen als dit live niet uitgroeit tot een favoriet.
Het album wordt voorlopig mooi en rustig afgesloten met Videotape. Een kille vleugel en wat getrommel met een verwijzing naar de legendes van Faust. Ik zeg voorlopig want het tweede deel volgt op 3 december.
Wat opvallend is aan deze plaat, ik noemde het al eerder, is dat het erop lijkt dat radiohead terug is gegaan naar de basis. En inderdaad, er zijn geen hoogstaande, voor de buitenstaanders onbegrijpelijke experimenten als Fitter Happier, Kid A of Pulk/Pull Revolving Doors te vinden.
Maar waar OK Computer, Kid A en Amnesiac elk afzonderlijk een eenheid vormen qua sfeer lijkt dat sinds Hail To The Thief een beetje weg. Waar je bij Hail To The Thief soms het idee krijgt dat je soms vooral naar schetsjes aan het luisteren bent, datzelfde gevoel heb ik bij In Rainbows ook in het begin.
Toch valt er qua thematiek in deze plaat een bepaalde eenheid te bespeuren. Een gevoel van wat alles wat jezelf doet, daar heb je geen invloed op en het maakt je machteloos. En in Videotape besluit je maar om er maar helemaal uit te stappen. Met dit idee in je achterhoofd kan het telkens beluisteren van CD1 van In Rainbows nog een zware psychologische confrontatie met jezelf worden.
15 Step opent het bal met geklap van basisschoolkinderen die als het eenmaal het echt leuk wordt nog een lekker ‘yeeeeh!’ laten horen. Daartussen wordt het nummer mooi opgebouwd met een mooi en rustig baslijntje en voorzichtig gitaarspel. Het maakt de cryptische gezang van Thom Yorke vrij luchtig.
Met een brakke doffe bas wordt Bodysnatchers ingezet wat zich ontpopt tot een lekkere rocksong met een vrij makkelijke melodie. Maar na 2:10 wordt het nummer interessant en krijgen we wellicht antwoord op de vraag waar Thom het eigenlijk over heeft.
Aan het begin van Nude is er gelijk een associatie met Sigur Rós, gezien de stemvervormingen en genieten we 10 tellen van een stukje elektronica. Daarna komt een geweldig nummer dat met behulp van een ondes martinot, een cello met een ruimer geluid en andere strijkers de tranen laat vloeien. Het beste nieuws van deze plaat is dat dit oude nummer uit 1996 toch nog op een plaat is verschenen en daarmee Pyramid Song weet te overtreffen.
Weird Fishes/Arpeggi heeft als fundament drums waarover heen diverse gitaarlijnen gaan lopen. De tekst moet iets ongrijpbaars oproepen en dat kwam live ook goed uit de verf. Op plaat valt hij een klein beetje tegen omdat het tempo lager ligt. De afstand naar de luisteraar wordt hierdoor te klein waardoor die mooie sfeer een klein beetje de mist ingaat.
Met All I Need wordt een mooi drieluik afgesloten wat begon met Nude. Leuke effecten en als je goed luistert hoor je gebrom van een vliegend insect als Thom het coupletje zingt met de tekst ‘I’m just an insect’ Het is de opbouw naar een prachtig slot wat het tweede grote kippenvelmoment oplevert.
Dan volgt deel twee van de plaat met Faust Arp wat een kruising is tussen A Wolf At The Door en The Beatles dat je met een gelukkig gevoel achterlaat.
Reckoner is gek genoeg een grote surprise. Oorspronkelijk was dit een oud nummer wat tot de grond toe is afgebroken en waar men helemaal mee overnieuw is begonnen. Het is van heel rauw naar eigenlijk iets heel aandoenlijks gegaan wat wel bij deze plaat past.
‘No matter how it ends No matter how it starts’, inderdaad House Of Cards kan ook wel een kwartier zo doorgaan dan de ruim 5 minuten die er nu voorstaan. Vooral in dit nummer komt het typische geluid van deze plaat goed naar voren. Het is eigenlijk allemaal vrij basic met ook hier weer de synthesizerachtige strijkers. Hierover later meer.
Dan krijgen we eindelijk nog een up-temponummer met Jigsaw Falling Into Place. De akoestische gitaar zijn we dan al een paar keer tegengekomen maar hier mag hij het ook inzetten. Samen met Bodysnatchers het nummer dat het makkelijkst blijft hangen en met het ‘gehùùùh’ op de achtergrond moet het raar lopen als dit live niet uitgroeit tot een favoriet.
Het album wordt voorlopig mooi en rustig afgesloten met Videotape. Een kille vleugel en wat getrommel met een verwijzing naar de legendes van Faust. Ik zeg voorlopig want het tweede deel volgt op 3 december.
Wat opvallend is aan deze plaat, ik noemde het al eerder, is dat het erop lijkt dat radiohead terug is gegaan naar de basis. En inderdaad, er zijn geen hoogstaande, voor de buitenstaanders onbegrijpelijke experimenten als Fitter Happier, Kid A of Pulk/Pull Revolving Doors te vinden.
Maar waar OK Computer, Kid A en Amnesiac elk afzonderlijk een eenheid vormen qua sfeer lijkt dat sinds Hail To The Thief een beetje weg. Waar je bij Hail To The Thief soms het idee krijgt dat je soms vooral naar schetsjes aan het luisteren bent, datzelfde gevoel heb ik bij In Rainbows ook in het begin.
Toch valt er qua thematiek in deze plaat een bepaalde eenheid te bespeuren. Een gevoel van wat alles wat jezelf doet, daar heb je geen invloed op en het maakt je machteloos. En in Videotape besluit je maar om er maar helemaal uit te stappen. Met dit idee in je achterhoofd kan het telkens beluisteren van CD1 van In Rainbows nog een zware psychologische confrontatie met jezelf worden.
Radiohead - TKOL RMX 1234567 (2011)

3,5
0
geplaatst: 23 september 2011, 18:45 uur
Nu het zevende en het laatste deel hier zijn rondjes draait, heb ik ook maar gestemd. Ik kom na wat omcirkelen en wegstrepen tot 3,5*. Waarom?
Het is moeilijk om een uitgave als dit te beoordelen; zeker als je verder niet zo heel erg in de elektronische muziek zit. Wat dat betreft is het idee van Herman wel een goede graadmeter: in hoeverre worden er goede accenten gelegd in de nummers en - aansluitend - wordt het nummer naar een andere dimensie gebracht? Een remix moet niet teveel een kopie zijn van het origineel, maar echt een eigen interpretatie. Uitkomst is wel dat het antwoord op deze vraag geheel subjectief is; iedereen komt tot andere conclusies vanwege smaak.
Persoonlijk vind ik dat hierdoor de remixen van Jacques Greene - Lotus Flower - en van Mark Pritchard - Bloom - het beste geslaagd zijn. Met die van Greene bestaat er een kans dat ik ooit nog eens met een mal hoedje ga lopen dansen en Pritchard weet Bloom veel duisterder en beklemder te maken dan het origineel.
De remixes van Morning Mr. Magpie vind ik niet zo geslaagd met die van Mark Pritchard als dieptepunt (*Bunk, bunk, bunk, bunk, poef, poef, poef, poef, ugh, ugh, ugh, ugh etc.*). De remixen kennen verschillende stijlen en niet elke stijl valt bij mij persoonlijk in de smaak.
Wat wel opvalt is dat de kwaliteit beter is dan heel veel remixen die als b-kantje op een cd-single staan. Maar als ik jullie allen moet geloven doen er bepaald geen koekenbakkers mee aan deze uitgave. Concluderend is dit vooral leuk voor mensen die of houden van elektronische muziek of het leuk vinden om te ontdekken wat voor andere accenten en interpretaties aan nummers gegeven kunnen worden. De rest kan dit met een gerust hart overslaan.
Het is moeilijk om een uitgave als dit te beoordelen; zeker als je verder niet zo heel erg in de elektronische muziek zit. Wat dat betreft is het idee van Herman wel een goede graadmeter: in hoeverre worden er goede accenten gelegd in de nummers en - aansluitend - wordt het nummer naar een andere dimensie gebracht? Een remix moet niet teveel een kopie zijn van het origineel, maar echt een eigen interpretatie. Uitkomst is wel dat het antwoord op deze vraag geheel subjectief is; iedereen komt tot andere conclusies vanwege smaak.
Persoonlijk vind ik dat hierdoor de remixen van Jacques Greene - Lotus Flower - en van Mark Pritchard - Bloom - het beste geslaagd zijn. Met die van Greene bestaat er een kans dat ik ooit nog eens met een mal hoedje ga lopen dansen en Pritchard weet Bloom veel duisterder en beklemder te maken dan het origineel.
De remixes van Morning Mr. Magpie vind ik niet zo geslaagd met die van Mark Pritchard als dieptepunt (*Bunk, bunk, bunk, bunk, poef, poef, poef, poef, ugh, ugh, ugh, ugh etc.*). De remixen kennen verschillende stijlen en niet elke stijl valt bij mij persoonlijk in de smaak.
Wat wel opvalt is dat de kwaliteit beter is dan heel veel remixen die als b-kantje op een cd-single staan. Maar als ik jullie allen moet geloven doen er bepaald geen koekenbakkers mee aan deze uitgave. Concluderend is dit vooral leuk voor mensen die of houden van elektronische muziek of het leuk vinden om te ontdekken wat voor andere accenten en interpretaties aan nummers gegeven kunnen worden. De rest kan dit met een gerust hart overslaan.
Royal Headache - Royal Headache (2011)

4,0
0
geplaatst: 15 januari 2012, 20:34 uur
Ik kende de plaat al een tijdje, maar vandaag heb ik het maar eens goed beluisterd.
Is het punk? Ja, maar wel meer 'poppunk', want Royal Headache is vooral in de eerste plaats een popband. De punksaus komt doordat de liedjes allemaal zeer kort zijn, de hoekige en rauwe gitaarrifs en de goedkoop klinkende opname van de plaat.
Maar dat is niet negatief bedoeld; ook al houd ik niet heel erg van punk, dit spreekt mij toch wel aan en dat komt door de zang: die klinkt namelijk als soul. Het is deze combinatie van punk, pop en soul waardoor ik dit debuut met plezier ben gaan luisteren en waardoor toch meer mensen dan alleen punkliefhebbers het zal moeten aanspreken.
Is het punk? Ja, maar wel meer 'poppunk', want Royal Headache is vooral in de eerste plaats een popband. De punksaus komt doordat de liedjes allemaal zeer kort zijn, de hoekige en rauwe gitaarrifs en de goedkoop klinkende opname van de plaat.
Maar dat is niet negatief bedoeld; ook al houd ik niet heel erg van punk, dit spreekt mij toch wel aan en dat komt door de zang: die klinkt namelijk als soul. Het is deze combinatie van punk, pop en soul waardoor ik dit debuut met plezier ben gaan luisteren en waardoor toch meer mensen dan alleen punkliefhebbers het zal moeten aanspreken.
