Max Richter's naam las ik voor het eerst in een recensie over Jóhann Jóhannsson's Fordlandia. De eerste moderne klassieke plaat die ik leerde kennen. Deze naam zal vast ook een reden zijn geweest waarom Micha mij deze plaat tipte, hier stond hij dan ook al heel lang in mijn "To Listen"-lijstje.
Net als Jóhannsson varieert Richter van ambient naar typische modern klassiek, je zou het wellicht neoklassiek kunnen noemen. Max Richter noemt de fusie van klassiek, electronica en "found-sounds" zelf post-klassiek. Een andere vergelijking met Jóhannsson is het concept. The Blue Notebooks is voornamelijk gebaseerd op Kafka's The Blue Octavo Notebooks. Passages uit dit boek en Czesław Miłosz's Hymn of the Pearl en Unattainable Earth komen langs. Jóhannsson bracht twee jaar later een album uit gebaseerd op een boek uit een iets ander genre, de handleidingen van een computer uit 1959, IBM 1401.
Verder hoor ik in Richter's Iconography en Organum veel overeenkomsten met Jóhansson's Chimaerica. Maar genoeg over Jóhannsson, nu de aandacht voor Max Richter.
Zoals gezegd varieert het geluid van Richter en is het op de delen in drie categorieën. De eerste categorie die we tegenkomen op deze plaat is ambient. Met behulp van enkele field-recordings, een kalme piano en, zoals op het eerste nummer te horen, citaten uit een van de drie eerder genoemde boeken. Zoals ambient behoort te doen schept dit mooi de sfeer van de plaat, een eenzame schrijver in een donker hoekje, terwijl het buiten koud en donker is. Het tweede nummer is typerend voor de tweede categorie. Ik ben niet heel bekend met klassieke muziek, maar als ik het goed begrijp is dit te beschrijven als neoklassiek. Een bescheiden geluid, bestaande uit traditionele instrumenten uit de klassieke muziek. Zo gaat in het tweede nummer alle aandacht naar prachtige strijkersklanken en volgen er later ook prachtige intieme pianonummers van de man zelf.
In Shadow Journal volgt er een moderner geluid en komen de invloeden van de post-modernisten wat meer tevoorschijn, wat resulteert in de derde categorie. Die diepe electronische baslijn die na drie minuten in komt vallen is een van de hoogtepunten van de plaat. "An electronic bassline so low that it's almost felt more than it is heard" citeer ik Heather Phares van Allmusic maar voor het gemak. De combinatie met traditionele strijkers en een harp, gemengd in een minimalisme zorgt voor een heerlijke sfeer.
En zo blijft Max Richter maar golven door drie stijlen, zonder hierbij het geheel uit het oog te verliezen. Toch zijn er enkele aanmerking. De pianostukken zijn zeker niet slecht, maar kan zich niet meten met de grote klassieke pianisten. Soms doen ze me iets te veel denken aan Yann Tiersen. Hartstikke aangenaam, maar het overdonderd me niet. Ook andere stukken blijven af en toe net steken bij mooi en willen niet het niveau wauw! bereiken. Dit resulteert dan in een plaat waar je de aandacht af en toe verliest.
Maar voor een nummer als Shadow Journal alleen al verdien je al een groot applaus.
Jazper schreef: Van de Minutemen had ik tot voor kort nog nooit gehoord. Tot Tortoise samen met Bonnie 'Prince' Billy een coveralbum opnam. En daar stond dus ook een nummer van Minutemen op.
Ik ben dit nu voor het eerst aan het luisteren en ik herkende meteen een Tortoise-achtig basloopje in Theatre Is the Life of You. Zeer verrassend om die gelijkenis te horen.
Naar aanleiding van de geweldige classic Can You Feel It? heb ik deze plaat een tijd geleden geluisterd en het blies me destijd meteen omver. Nu heeft het nog niks aan kracht ingeleverd. Dit is wat mij betreft de beste dance-plaat van de jaren '80. De heerlijke diepe, warme grooves laten me helemaal in deze plaat verliezen. Opvallend genoeg klinkt het voor mij niet gedateerd, terwijl dit het eigenlijk wel zou moeten zijn. Uiteraard klinkt dit anders dan de moderne house - voornamelijk een stuk kaler - maar dit doet niks af aan de kwaliteit van Amnesia. Can You Feel It? blijft het hoogtepunt, maar dat neemt niet weg dat er nog genoeg andere pareltjes op staan, waaronder Beyond the Clouds en Amnesia. Heerlijk old-school zonder gedateerd te klinken; 4,5*