Hier kun je zien welke berichten Mindscapes als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Edison's Children - The Final Breath Before November (2013)

3,5
0
geplaatst: 17 juli 2014, 06:19 uur
Niet onverdeeld tevreden met dit plaatje. Ik vind ze te lang voor de weinige variatie die er maar inzit. Als je een volledige schijf wil vullen, moet je echt sterker uit de hoek komen. Dat andere lied van 78 minuten waarbij Pete betrokken is, doet het wat mij betreft, een pak beter (Transatlantic - The Whirlwind)
Met enige vertraging (wegens geschreven in maart) mijn recensie voor iO Pages:
Edison’s Children zijn in deze incarnatie Pete Trewavas, bassist/zanger bij Marillion en Transatlantic en de minder bekende Eric Blackwood. Eindigheid lijkt hun mantra: de eersteling heette In The Last Waking Moments en op de opvolger vind je nummers als The Fading, Final Breath en Music For The End Credits Of An Existence (prachtige titel, mooiste song van de plaat). The Final Breath Before November laat zich kenmerken door elegante dromerigheid. Als het al mogelijk is om dit te labelen, dan doen Trewavas (hier ook als zanger en op gitaar, synthesizers en programming) en Blackwood hun best om het hokjesdenken op te heffen, al is het etiket “neoprog” nooit ver weg. Men krijgt drie (!) helder geproduceerde songs voorgeschoteld, waarvan Silhouette maar liefst 67 minuten duurt (onderverdeeld in 13 stukken) en wordt gedragen door ettelijke lagen keyboards. De trip kabbelt voort als één lang lied in een trage 6/8 maat en is compositorisch zeer ambitieus (de overgang tussen de nummers gaat meestal onopgemerkt aan je voorbij).
Na drie kwartier wordt met The Second Coming Of The Morphlux een meer down-to-earth sfeer in een ander ritme neergezet, die sterk afsteekt tegenover wat daarvoor kwam. Die ommekeer kwam geen seconde te vroeg, want ik vroeg me al een aantal keren af waar men soms naartoe wil. Het volgende deel herneemt dan weer de initiële melodieën, een verrassend aangenaam reisje terug naar af, waarna sluitstuk The Clock Strikes November dat aparte deuntje nog eens herneemt – een ietwat vreemd einde. De drumpatronen van Henry Rogers (Touchstone, DeeExpus) mogen ook wel wat dynamischer.
Men tracht een orkestrale “luisterfilm” te creëren over onderwerpen als verlies, machteloosheid, dromen, bedrog en het hiernamaals, maar het gevaar om zichzelf te herhalen schuilt om de hoek. Blackwood heeft een specifiek stemtimbre (Nick Barrett meets Nad Sylvan meets Peter Hammill) en hij komt soms over the top tot huilerig over – dat kan soms een beetje té zijn. Maar er zijn evenzeer oprecht mooie, emotionele zangmomenten.
Invloeden die over de hele lijn voorbijflitsen zijn Pink Floyd, Pendragon in de jaren ’90, de gemiddelde IQ-plaat, Porcupine Tree (The Sky Moves Sideways) en het enigszins te verwachten Marillion, maar leg het korte What Did You Want op en je krijgt een hardrockende pletwals over je heen. Straf werkje heren, maar 79 minuten is echt te lang en dat gaat ten koste van het terechte enthousiasme waarmee je aan de schijf begint.
Met enige vertraging (wegens geschreven in maart) mijn recensie voor iO Pages:Edison’s Children zijn in deze incarnatie Pete Trewavas, bassist/zanger bij Marillion en Transatlantic en de minder bekende Eric Blackwood. Eindigheid lijkt hun mantra: de eersteling heette In The Last Waking Moments en op de opvolger vind je nummers als The Fading, Final Breath en Music For The End Credits Of An Existence (prachtige titel, mooiste song van de plaat). The Final Breath Before November laat zich kenmerken door elegante dromerigheid. Als het al mogelijk is om dit te labelen, dan doen Trewavas (hier ook als zanger en op gitaar, synthesizers en programming) en Blackwood hun best om het hokjesdenken op te heffen, al is het etiket “neoprog” nooit ver weg. Men krijgt drie (!) helder geproduceerde songs voorgeschoteld, waarvan Silhouette maar liefst 67 minuten duurt (onderverdeeld in 13 stukken) en wordt gedragen door ettelijke lagen keyboards. De trip kabbelt voort als één lang lied in een trage 6/8 maat en is compositorisch zeer ambitieus (de overgang tussen de nummers gaat meestal onopgemerkt aan je voorbij).
Na drie kwartier wordt met The Second Coming Of The Morphlux een meer down-to-earth sfeer in een ander ritme neergezet, die sterk afsteekt tegenover wat daarvoor kwam. Die ommekeer kwam geen seconde te vroeg, want ik vroeg me al een aantal keren af waar men soms naartoe wil. Het volgende deel herneemt dan weer de initiële melodieën, een verrassend aangenaam reisje terug naar af, waarna sluitstuk The Clock Strikes November dat aparte deuntje nog eens herneemt – een ietwat vreemd einde. De drumpatronen van Henry Rogers (Touchstone, DeeExpus) mogen ook wel wat dynamischer.
Men tracht een orkestrale “luisterfilm” te creëren over onderwerpen als verlies, machteloosheid, dromen, bedrog en het hiernamaals, maar het gevaar om zichzelf te herhalen schuilt om de hoek. Blackwood heeft een specifiek stemtimbre (Nick Barrett meets Nad Sylvan meets Peter Hammill) en hij komt soms over the top tot huilerig over – dat kan soms een beetje té zijn. Maar er zijn evenzeer oprecht mooie, emotionele zangmomenten.
Invloeden die over de hele lijn voorbijflitsen zijn Pink Floyd, Pendragon in de jaren ’90, de gemiddelde IQ-plaat, Porcupine Tree (The Sky Moves Sideways) en het enigszins te verwachten Marillion, maar leg het korte What Did You Want op en je krijgt een hardrockende pletwals over je heen. Straf werkje heren, maar 79 minuten is echt te lang en dat gaat ten koste van het terechte enthousiasme waarmee je aan de schijf begint.
Elora - Crash (2013)

3,0
0
geplaatst: 3 september 2013, 18:37 uur
Mijn recensie voor iO Pages
Progressieve rock associeert men gewoonlijk met Groot-Brittannië of de Verenigde Staten, maar zo nu en dan komt een onbekend groepje uit een ongewoon land indruk op je maken. Het Franse Elora (genoemd naar de dochter van de bassist) is daar een klinkklaar voorbeeld van. Het voelt tegelijk onwennig en spannend aan om naar Franstalige prog te luisteren. Op instrumentaal vlak hoef je niet lang naar invloeden te zoeken. Riverside, Porcupine Tree, Pink Floyd, Opeth (ten tijde van Damnation), Pendragon en neoprog, space- en artrock in het algemeen zijn namen en stijlen die voor de hand liggen; hier en daar gespijsd met wat steviger werk dat aan Tool doet denken.
Vocaal is een referentie al moeilijker te vinden, maar dat speelt in hun voordeel, het Frans blijft uiteindelijk de taal van de liefde. Bovendien bevat de groep zowel een zanger als een zangeres, die nu eens apart, dan weer in harmonie zingen en dat zorgt voor een verheven dromerige sfeer, vaak ondersteund door clean gitaargetokkel, een atmosferische keyboardlaag of zelfs een streepje vleugelpiano.
Crash is een plaat die emoties losweekt en het Frans helpt daar enorm bij. Voor zij die het verstaan, valt er heel wat poëtisch te ontdekken. Wanneer zangeres Anastasia Moussali in Ici Encore de melancholie in een treurzang van zich afzingt, komt de krop in de keel akelig dichtbij. De tweede helft gaat over in een tokkelduel tussen gitaar en bas en krijgt een serieuze laag distortie over zich heen. De titeltrack is de strategisch gekozen afsluiter en brengt nog eens alle elementen naar voren die het album goed maken. Een ambient laagje keyboard brengt rond de helft het geheel naar een stuk dat aan Pink Floyd’s Wish You Were Here (de plaat) of de coda van Indigo van Pendragon doet denken. Spacerock en psychedelia à la Airbag voldoen ook aan de vergelijking.
Crash (de track) is het emotionele afscheid van een uur bijzonder diverse muziek, waarin de sterktes vooral bestaan uit de emotionele Franstalige samenzang en de titeltrack, maar waarin als puntje van kritiek de groep zichzelf niet steeds presenteert als een toonbeeld van originaliteit met een eigen gezicht. Het is inderdaad allemaal al eens eerder gedaan en de invloeden liggen er soms dik op, maar laat hen dat niet tegenhouden om te groeien en een eigen geluid te ontwikkelen.
Progressieve rock associeert men gewoonlijk met Groot-Brittannië of de Verenigde Staten, maar zo nu en dan komt een onbekend groepje uit een ongewoon land indruk op je maken. Het Franse Elora (genoemd naar de dochter van de bassist) is daar een klinkklaar voorbeeld van. Het voelt tegelijk onwennig en spannend aan om naar Franstalige prog te luisteren. Op instrumentaal vlak hoef je niet lang naar invloeden te zoeken. Riverside, Porcupine Tree, Pink Floyd, Opeth (ten tijde van Damnation), Pendragon en neoprog, space- en artrock in het algemeen zijn namen en stijlen die voor de hand liggen; hier en daar gespijsd met wat steviger werk dat aan Tool doet denken.
Vocaal is een referentie al moeilijker te vinden, maar dat speelt in hun voordeel, het Frans blijft uiteindelijk de taal van de liefde. Bovendien bevat de groep zowel een zanger als een zangeres, die nu eens apart, dan weer in harmonie zingen en dat zorgt voor een verheven dromerige sfeer, vaak ondersteund door clean gitaargetokkel, een atmosferische keyboardlaag of zelfs een streepje vleugelpiano.
Crash is een plaat die emoties losweekt en het Frans helpt daar enorm bij. Voor zij die het verstaan, valt er heel wat poëtisch te ontdekken. Wanneer zangeres Anastasia Moussali in Ici Encore de melancholie in een treurzang van zich afzingt, komt de krop in de keel akelig dichtbij. De tweede helft gaat over in een tokkelduel tussen gitaar en bas en krijgt een serieuze laag distortie over zich heen. De titeltrack is de strategisch gekozen afsluiter en brengt nog eens alle elementen naar voren die het album goed maken. Een ambient laagje keyboard brengt rond de helft het geheel naar een stuk dat aan Pink Floyd’s Wish You Were Here (de plaat) of de coda van Indigo van Pendragon doet denken. Spacerock en psychedelia à la Airbag voldoen ook aan de vergelijking.
Crash (de track) is het emotionele afscheid van een uur bijzonder diverse muziek, waarin de sterktes vooral bestaan uit de emotionele Franstalige samenzang en de titeltrack, maar waarin als puntje van kritiek de groep zichzelf niet steeds presenteert als een toonbeeld van originaliteit met een eigen gezicht. Het is inderdaad allemaal al eens eerder gedaan en de invloeden liggen er soms dik op, maar laat hen dat niet tegenhouden om te groeien en een eigen geluid te ontwikkelen.
Empress AD - Still Life Moving Fast (2014)

3,5
0
geplaatst: 2 november 2014, 17:38 uur
Mijn recensie voor iO Pages
Een nieuwe keizerin van de 21e-eeuwse metal is opgestaan! Ik zeg er ook even bij dat lang niet iedereen dit plaatje zal smaken. Als je houdt van Mastodon en vergelijkbare sludgy rock- en metalgrootheden, maar ook van pakweg Karnivool en Oceansize en zelfs subtiele post-rock, dan zou je dit een kans moeten geven. Het jonge Britse kwartet noemt zelf ook nog Pink Floyd, King Crimson en Opeth als voornaamste invloeden.
Empress AD is niet overmatig agressief, maar rockt bij momenten lekker hard. De tragere stukken zijn ongelofelijk meeslepend, met de laatste twee minuten van de plaat als vocaal-harmonisch hoogtepunt van het album (‘take our dreams, they won’t reach us’). De plaat vat aan met het metalcore-getinte Invisible Conductor; niet zo representatief. Wat hier echter op volgt, herbergt het beste lied van de plaat (titel en lied): Delve Into The Retrospect, een absolute klasbak. Hierin hoor je Cult of Luna, Steak Number Eight en die typisch akelige Mastodonriffs sterk. Post-metal grootheden als Isis, Cult of Luna en het Finse Ghost Brigade of stoner-rock pioniers als Sleep en Electric Wizard zijn nooit ver weg.
De beste riff hoor je in On My Return, hypnotiserend zeg! Empress AD blinkt uit in het neerzetten van een geheimzinnige, creepy sfeer; dit zowel via brute stukken als met zweverige passages die de spanning in een horrorfilm doen opdrijven, nog het best weergegeven in slotnummer Consumed (een dynamische afwisseling van hard en zacht).
Persoonlijk vind ik Still Life Moving Fast een bijzonder sterk debuut, maar voor wie het niet zo voor slepende metal heeft, wordt dit een wat lastiger kennismaking. Het meer toegankelijke From Where I Cannot Reach is dan misschien een goede start, net als het melodische Did We See. Wat mij betreft? Top 10 materiaal voor dit jaar, maar het compleet verschillende Transatlantic bijvoorbeeld ook!
Een nieuwe keizerin van de 21e-eeuwse metal is opgestaan! Ik zeg er ook even bij dat lang niet iedereen dit plaatje zal smaken. Als je houdt van Mastodon en vergelijkbare sludgy rock- en metalgrootheden, maar ook van pakweg Karnivool en Oceansize en zelfs subtiele post-rock, dan zou je dit een kans moeten geven. Het jonge Britse kwartet noemt zelf ook nog Pink Floyd, King Crimson en Opeth als voornaamste invloeden.
Empress AD is niet overmatig agressief, maar rockt bij momenten lekker hard. De tragere stukken zijn ongelofelijk meeslepend, met de laatste twee minuten van de plaat als vocaal-harmonisch hoogtepunt van het album (‘take our dreams, they won’t reach us’). De plaat vat aan met het metalcore-getinte Invisible Conductor; niet zo representatief. Wat hier echter op volgt, herbergt het beste lied van de plaat (titel en lied): Delve Into The Retrospect, een absolute klasbak. Hierin hoor je Cult of Luna, Steak Number Eight en die typisch akelige Mastodonriffs sterk. Post-metal grootheden als Isis, Cult of Luna en het Finse Ghost Brigade of stoner-rock pioniers als Sleep en Electric Wizard zijn nooit ver weg.
De beste riff hoor je in On My Return, hypnotiserend zeg! Empress AD blinkt uit in het neerzetten van een geheimzinnige, creepy sfeer; dit zowel via brute stukken als met zweverige passages die de spanning in een horrorfilm doen opdrijven, nog het best weergegeven in slotnummer Consumed (een dynamische afwisseling van hard en zacht).
Persoonlijk vind ik Still Life Moving Fast een bijzonder sterk debuut, maar voor wie het niet zo voor slepende metal heeft, wordt dit een wat lastiger kennismaking. Het meer toegankelijke From Where I Cannot Reach is dan misschien een goede start, net als het melodische Did We See. Wat mij betreft? Top 10 materiaal voor dit jaar, maar het compleet verschillende Transatlantic bijvoorbeeld ook!
