Hier kun je zien welke berichten Mindscapes als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Malpractice - Turning Tides (2014)

3,0
0
geplaatst: 27 december 2014, 03:36 uur
Mijn recensie voor iO Pages
Wat hebben progbands toch met die vreemde namen? Vorige editie nog The Sixxis, nu Malpractice! Oké, in tegenstelling tot wat uit hun naam blijkt, repeteren deze Finse metaalhoofden waarschijnlijk vaak, want hun samenspel klinkt zo strak als een bos uien. Malpractice heeft een hobbelig parcours achter de rug. Ze brachten vier studio-albums uit op drie verschillende labels en dat in 1998, 2005, 2008 en 2014, maar deze Turning Tides is de eerste wereldwijde release.
Wat betreft de muziekstijl kan ik niet anders dan de persfiche volgen, die het album aanraadt voor adepten van Fates Warning, Queensrÿche, Dream Theater en Megadeth. En ook wel Metallica, Iron Maiden, Threshold en Evergrey. Persoonlijk valt dit genre wat buiten mijn interessegebied, maar ik kan niet om het feit heen dat het lekker groovy klinkt en de composities goed gebalanceerd zijn. De zanger heeft niet zo'n overdreven patserige metalstem en de instrumentaliteit is zowel technisch als melodisch boeiend. Al klinkt het soms nogal machinaal. Vernieuwend is het ook allemaal niet. Songgewijs is het enige echte minpunt het (gelukkig) slechts drie minuten durende Symphony of Urban Discomfort, dat een blastbeat/shredfestijn voorstelt van ongeveer drie miljoen noten. Ietwat overbodige krachtpatserij.
Echte hoogtepunten zijn er niet zozeer, maar de kwartier durende titeltrack raast wel als een trein voorbij – harmonische vocalen en zachte en hardere passages worden knap afgewisseld zonder het overzicht te verliezen. Weight of the World en State Within A State zijn de betere korte tracks en kunnen doorgaan als anthems van het album. Het overige borduurt hier wat rond. Turning Tides is nieuw, maar geen vernieuwend materiaal. Dat is niet zo erg, want hoe vaak vind je nog iets echt vernieuwend? Een leuke aanvulling op de reeds betreden paden, maar niets wereldschokkends.
Wat hebben progbands toch met die vreemde namen? Vorige editie nog The Sixxis, nu Malpractice! Oké, in tegenstelling tot wat uit hun naam blijkt, repeteren deze Finse metaalhoofden waarschijnlijk vaak, want hun samenspel klinkt zo strak als een bos uien. Malpractice heeft een hobbelig parcours achter de rug. Ze brachten vier studio-albums uit op drie verschillende labels en dat in 1998, 2005, 2008 en 2014, maar deze Turning Tides is de eerste wereldwijde release.
Wat betreft de muziekstijl kan ik niet anders dan de persfiche volgen, die het album aanraadt voor adepten van Fates Warning, Queensrÿche, Dream Theater en Megadeth. En ook wel Metallica, Iron Maiden, Threshold en Evergrey. Persoonlijk valt dit genre wat buiten mijn interessegebied, maar ik kan niet om het feit heen dat het lekker groovy klinkt en de composities goed gebalanceerd zijn. De zanger heeft niet zo'n overdreven patserige metalstem en de instrumentaliteit is zowel technisch als melodisch boeiend. Al klinkt het soms nogal machinaal. Vernieuwend is het ook allemaal niet. Songgewijs is het enige echte minpunt het (gelukkig) slechts drie minuten durende Symphony of Urban Discomfort, dat een blastbeat/shredfestijn voorstelt van ongeveer drie miljoen noten. Ietwat overbodige krachtpatserij.
Echte hoogtepunten zijn er niet zozeer, maar de kwartier durende titeltrack raast wel als een trein voorbij – harmonische vocalen en zachte en hardere passages worden knap afgewisseld zonder het overzicht te verliezen. Weight of the World en State Within A State zijn de betere korte tracks en kunnen doorgaan als anthems van het album. Het overige borduurt hier wat rond. Turning Tides is nieuw, maar geen vernieuwend materiaal. Dat is niet zo erg, want hoe vaak vind je nog iets echt vernieuwend? Een leuke aanvulling op de reeds betreden paden, maar niets wereldschokkends.
Mastodon - Once More 'Round the Sun (2014)

4,5
0
geplaatst: 12 september 2014, 03:30 uur
Mijn recensie voor iO Pages
VETTE KRENT
Mastodon is een beest in meerdere gedaanten en dat uit zich in de veelzijdigheid van hun discografie. Begonnen als een stormram van riffs en lastig te vatten, snelle en complexe structuren op Remission en Leviathan, kwam met Crack The Skye een psychedelische uitstap met een rijkelijke scheut progrock, om het vervolgens op The Hunter wat zachter aan te pakken en meer pop- en songgericht te werk te gaan. Dit hoefde allerminst slecht uit te pakken, want op Once More Round The Sun zet de ontwikkeling van de groep zich voort, met opnieuw meer aandacht voor wat harder geweld.
De schijf opent met een furieuze akoestische 12-snarige gitaar die uitbarst in een pletwals van arpeggio’s en Troy Sanders’ zang die je als een bezetene achterna zit: Tread Lightly. Iedereen is goed bij stem (vooral drummer Brann Dailor, die steeds meer zanglijnen schrijft en zingt), de composities zijn strak, compact, uitbundig, enorm melodisch en bijzonder toegankelijk, zonder ook maar iets in te boeten aan “echtheid” of te plooien voor gepolijste commercie. Geen enkel album is bijgevolg representatief voor het volledige oeuvre en Mastodon kan met gemak een uitzondering in en verademing voor de progmetal van de 21e eeuw genoemd worden (maar nauwelijks vergelijkbaar met mijn andere vette metalkrent uit 2013: Haken). Geen mechanische shredders of patserige zang hier. De groep klinkt alsof je met hen in de studio zit. Bassist en medezanger Troy Sanders kom je liever niet slechtgezind tegen, want je hoort de woede in zijn stem van ver aankomen. Gitarist, zanger (en viking) Brent Hinds tovert de ene na de andere ijzersterke riff en solo uit z’n vingers en gaat tekeer als een vlam in de pan.
Mastodon heeft geleerd om complexe hardrockriffs in te bedden in een meer voor de hand liggende songstructuur met kop en staart en zo hun ambacht naar een hoger niveau getild. De refreinen blijven hangen, de diversiteit is enorm en tegelijk luistert de plaat perfect weg als één geheel. Tread Lightly blaast je na enkele seconden uit je sokken, The Motherload is waarschijnlijk het meest catchy lied dat ze ooit geschreven hebben, Chimes At Midnight is rollercoaster die je door elkaar schudt, Asleep In The Deep is harmonieuze progrock die meerdere emotionele snaren raakt en geef toe, Diamond In The Witch House wil je toch enkel omwille van die titel al horen?
Verfijnde chaos van de bovenste plank, dames en heren.
VETTE KRENT
Mastodon is een beest in meerdere gedaanten en dat uit zich in de veelzijdigheid van hun discografie. Begonnen als een stormram van riffs en lastig te vatten, snelle en complexe structuren op Remission en Leviathan, kwam met Crack The Skye een psychedelische uitstap met een rijkelijke scheut progrock, om het vervolgens op The Hunter wat zachter aan te pakken en meer pop- en songgericht te werk te gaan. Dit hoefde allerminst slecht uit te pakken, want op Once More Round The Sun zet de ontwikkeling van de groep zich voort, met opnieuw meer aandacht voor wat harder geweld.
De schijf opent met een furieuze akoestische 12-snarige gitaar die uitbarst in een pletwals van arpeggio’s en Troy Sanders’ zang die je als een bezetene achterna zit: Tread Lightly. Iedereen is goed bij stem (vooral drummer Brann Dailor, die steeds meer zanglijnen schrijft en zingt), de composities zijn strak, compact, uitbundig, enorm melodisch en bijzonder toegankelijk, zonder ook maar iets in te boeten aan “echtheid” of te plooien voor gepolijste commercie. Geen enkel album is bijgevolg representatief voor het volledige oeuvre en Mastodon kan met gemak een uitzondering in en verademing voor de progmetal van de 21e eeuw genoemd worden (maar nauwelijks vergelijkbaar met mijn andere vette metalkrent uit 2013: Haken). Geen mechanische shredders of patserige zang hier. De groep klinkt alsof je met hen in de studio zit. Bassist en medezanger Troy Sanders kom je liever niet slechtgezind tegen, want je hoort de woede in zijn stem van ver aankomen. Gitarist, zanger (en viking) Brent Hinds tovert de ene na de andere ijzersterke riff en solo uit z’n vingers en gaat tekeer als een vlam in de pan.
Mastodon heeft geleerd om complexe hardrockriffs in te bedden in een meer voor de hand liggende songstructuur met kop en staart en zo hun ambacht naar een hoger niveau getild. De refreinen blijven hangen, de diversiteit is enorm en tegelijk luistert de plaat perfect weg als één geheel. Tread Lightly blaast je na enkele seconden uit je sokken, The Motherload is waarschijnlijk het meest catchy lied dat ze ooit geschreven hebben, Chimes At Midnight is rollercoaster die je door elkaar schudt, Asleep In The Deep is harmonieuze progrock die meerdere emotionele snaren raakt en geef toe, Diamond In The Witch House wil je toch enkel omwille van die titel al horen?
Verfijnde chaos van de bovenste plank, dames en heren.
Motek - Sonder (2013)

3,5
0
geplaatst: 27 februari 2014, 18:29 uur
Mijn recensie voor iO Pages
Motek levert met Sonder een zonderlinge trip af door het alledaagse leven van de mens in de stad. Dat is althans het gevoel dat me bekruipt en wat de achterkant van de hoes ons duidelijk tracht te maken: een kort tekstje waarin subtiel de vijf songtitels verwerkt zitten. Ingebed in de post-rock fundamenten zoals we ze kennen van gevestigde waarden Mogwai, Explosions in the Sky en Russian Circles (maar toch dat tikkeltje anders), behoort Motek tot de grotere (en betere) Belgische namen en musiceert het navenant. Dat kan u bekoren of niet: zuinig met hoogtepunten, maar nooit dieptepunten. Sonder telt zes nummers, maar had evengoed één lied in zes hoofdstukken kunnen zijn. En de luisteraar zal er niet meteen een duidelijke structuur in terugvinden.
Algemeen een pak duisterder dan debuut Port Sunshine, begint openingstrack met een regel spoken word, gedragen door een rustige gitaartokkel zoals Isis of Neurosis ze vaak te berde brengen, ten slotte opbouwend naar een krachtig hoogtepunt – nog niet eens de beste 7 minuten die de plaat te bieden heeft! Sonder neemt je mee in een hels instrumentaal verhaal, waarin beelden van steden en mensen zonder gezicht, geregeld op het netvlies terechtkomen. Keyboards komen er nauwelijks aan te pas en ze worden ook niet gemist. Enerzijds doen dik gelaagde gitaarerupties en aritmische drumpatronen het meeste werk, waarin men gelukkig niet te kwistig is met die clichématige opbouw die uitmondt in het walhalla der climaxen, zo eigen aan het genre.
Anderzijds barst dit album ook niet meteen van vernieuwing. Sommigen kan het gebrek aan keyboards parten spelen, anderen slechts het handvol stukjes zang. Zes nummers van 7 à 10 minuten lang, die meestal naadloos in elkaar overgaan. Probeer minstens de openingstrack uit: een combinatie van zachte atmosferische stukken en een gestaag steviger wordend drum- en gitaargeluid. Waarschijnlijk merk je niet eens dat je intussen bijna aan het einde van de plaat zit. Verrassing! De afsluiter, die gerust langer had mogen duren (die prachtige zangstem!), heeft wat van Storm Corrosion’s Ljudet Innan.
Motek levert met Sonder een zonderlinge trip af door het alledaagse leven van de mens in de stad. Dat is althans het gevoel dat me bekruipt en wat de achterkant van de hoes ons duidelijk tracht te maken: een kort tekstje waarin subtiel de vijf songtitels verwerkt zitten. Ingebed in de post-rock fundamenten zoals we ze kennen van gevestigde waarden Mogwai, Explosions in the Sky en Russian Circles (maar toch dat tikkeltje anders), behoort Motek tot de grotere (en betere) Belgische namen en musiceert het navenant. Dat kan u bekoren of niet: zuinig met hoogtepunten, maar nooit dieptepunten. Sonder telt zes nummers, maar had evengoed één lied in zes hoofdstukken kunnen zijn. En de luisteraar zal er niet meteen een duidelijke structuur in terugvinden.
Algemeen een pak duisterder dan debuut Port Sunshine, begint openingstrack met een regel spoken word, gedragen door een rustige gitaartokkel zoals Isis of Neurosis ze vaak te berde brengen, ten slotte opbouwend naar een krachtig hoogtepunt – nog niet eens de beste 7 minuten die de plaat te bieden heeft! Sonder neemt je mee in een hels instrumentaal verhaal, waarin beelden van steden en mensen zonder gezicht, geregeld op het netvlies terechtkomen. Keyboards komen er nauwelijks aan te pas en ze worden ook niet gemist. Enerzijds doen dik gelaagde gitaarerupties en aritmische drumpatronen het meeste werk, waarin men gelukkig niet te kwistig is met die clichématige opbouw die uitmondt in het walhalla der climaxen, zo eigen aan het genre.
Anderzijds barst dit album ook niet meteen van vernieuwing. Sommigen kan het gebrek aan keyboards parten spelen, anderen slechts het handvol stukjes zang. Zes nummers van 7 à 10 minuten lang, die meestal naadloos in elkaar overgaan. Probeer minstens de openingstrack uit: een combinatie van zachte atmosferische stukken en een gestaag steviger wordend drum- en gitaargeluid. Waarschijnlijk merk je niet eens dat je intussen bijna aan het einde van de plaat zit. Verrassing! De afsluiter, die gerust langer had mogen duren (die prachtige zangstem!), heeft wat van Storm Corrosion’s Ljudet Innan.
Motorpsycho - Behind the Sun (2014)

4,5
2
geplaatst: 12 september 2014, 03:28 uur
Mijn recensie voor iO Pages
TIP
Als één groep het een recensent knap lastig kan maken, is het Motorpsycho wel. Geen twee platen zijn dezelfde – alsof je soms naar verschillende bands luistert. Het drietal is reeds een kwarteeuw bezig met grenzen te verleggen en release na release buiten de lijntjes te kleuren die ze zelf tekenen. Behind The Sun volgt nog geen jaar na Still Life With Eggplant (zie iO 116) en als zestiende studioalbum heb je er als luisteraar weer een vette eclectische kluif aan. Een goed uur lang word je meegenomen langs gekende paden, maar evenzeer langs steile kliffen en drassige moerassen van snerpend elektrische en tedere 12-snarige akoestische gitaren, ettelijke lagen mellotron (nog nooit zoveel mellotron in een Motorpsycho-album gehoord!), pompende bassen en wilde drumpartijen.
Het trio, waarvan de leden samen met meer dan een dozijn andere projecten bezig zijn, weet werkelijk van geen ophouden. Opener Cloudwalker (A Darker Blue) zet onmiddellijk de toon met een hardrockriff die meteen blijft hangen. Ghost is een trage bloeier en kan een soundtrack zijn met folk- en jazzy invloeden, maar is wat te lang en vormt samen met de doordeweekse rocker On A Plate misschien het zwakkere gedeelte van de schijf. Leg ze echter vooral niet weg, want hierna zijn de hoogtepunten uitbundig aanwezig in de vorm van nog meer hardrock- en stonerriffs, vocale uithalen tot in de hoogste octaven en vooral het kroonjuweel genaamd Hell Part 4-6 (het vervolg op Hell Part 1-3 van de vorige plaat). Het middelste gedeelte met haar akoestisch getokkel en uiterst subtiele mellotronmelodieën is waarlijk prachtig en past perfect tussen een harder begin en episch einde van het lied. Alsof dat nog niet volstaat, eindigt de schijf met Hell’s zevende en laatste deel.
Om elk lied in detail te beschrijven is één exemplaar van iO Pages net niet lang genoeg, maar over de gehele lijn kan je zeggen dat Motorpsycho doet waar ze zo ongelofelijk goed in zijn. Ideeën en jams uitwerken, er allerminst hapklare liedjes van maken, maar de luisteraar vooral doen wegdromen in enerzijds etherisch dromerige en pastorale stukken, om de trommelvliezen nadien aan flarden te scheuren met beukende stonerrock. Je hoort Yes en King Crimson over Mahavishnu Orchestra tot Wishbone Ash en Grateful Dead, maar al bij al moet je Motorpsycho gewoon beschouwen als een genre op zichzelf, er is steeds minder ontkomen aan. Misschien beginnen met een halfuurtje Hell Part 1-7?
TIP
Als één groep het een recensent knap lastig kan maken, is het Motorpsycho wel. Geen twee platen zijn dezelfde – alsof je soms naar verschillende bands luistert. Het drietal is reeds een kwarteeuw bezig met grenzen te verleggen en release na release buiten de lijntjes te kleuren die ze zelf tekenen. Behind The Sun volgt nog geen jaar na Still Life With Eggplant (zie iO 116) en als zestiende studioalbum heb je er als luisteraar weer een vette eclectische kluif aan. Een goed uur lang word je meegenomen langs gekende paden, maar evenzeer langs steile kliffen en drassige moerassen van snerpend elektrische en tedere 12-snarige akoestische gitaren, ettelijke lagen mellotron (nog nooit zoveel mellotron in een Motorpsycho-album gehoord!), pompende bassen en wilde drumpartijen.
Het trio, waarvan de leden samen met meer dan een dozijn andere projecten bezig zijn, weet werkelijk van geen ophouden. Opener Cloudwalker (A Darker Blue) zet onmiddellijk de toon met een hardrockriff die meteen blijft hangen. Ghost is een trage bloeier en kan een soundtrack zijn met folk- en jazzy invloeden, maar is wat te lang en vormt samen met de doordeweekse rocker On A Plate misschien het zwakkere gedeelte van de schijf. Leg ze echter vooral niet weg, want hierna zijn de hoogtepunten uitbundig aanwezig in de vorm van nog meer hardrock- en stonerriffs, vocale uithalen tot in de hoogste octaven en vooral het kroonjuweel genaamd Hell Part 4-6 (het vervolg op Hell Part 1-3 van de vorige plaat). Het middelste gedeelte met haar akoestisch getokkel en uiterst subtiele mellotronmelodieën is waarlijk prachtig en past perfect tussen een harder begin en episch einde van het lied. Alsof dat nog niet volstaat, eindigt de schijf met Hell’s zevende en laatste deel.
Om elk lied in detail te beschrijven is één exemplaar van iO Pages net niet lang genoeg, maar over de gehele lijn kan je zeggen dat Motorpsycho doet waar ze zo ongelofelijk goed in zijn. Ideeën en jams uitwerken, er allerminst hapklare liedjes van maken, maar de luisteraar vooral doen wegdromen in enerzijds etherisch dromerige en pastorale stukken, om de trommelvliezen nadien aan flarden te scheuren met beukende stonerrock. Je hoort Yes en King Crimson over Mahavishnu Orchestra tot Wishbone Ash en Grateful Dead, maar al bij al moet je Motorpsycho gewoon beschouwen als een genre op zichzelf, er is steeds minder ontkomen aan. Misschien beginnen met een halfuurtje Hell Part 1-7?
Motorpsycho - Here Be Monsters (2016)

4,5
1
geplaatst: 13 april 2016, 13:28 uur
(quote)
Staat de recensie in dat fysieke blad ook zoals hier, één waterval van woorden en zinnen zonder zo hier en daar een witregel: voor de broodnodige rust voor het oog en de leesbaarheid?
Als hier een magische random generator van een lay-out knop of een professionele InDesign-optie aanwezig was, had ik er surrealistisch kunstwerk van gemaakt, met als enige Groots Doel de Absolute Leesbaarheid.
Nee sorry
Ik heb het geknipt en geplakt uit mijn Word document, want zo dienen we onze recensies aan. In het blad bestaat bij de rubriek 'Oordeel' een A4'tje uit vier kolommen, ook zonder witruimte.Maar speciaal voor jou en iedereen:
Bovenstaande tekening van twee vleermuisjes onder een zeshoek is geen alternatieve versie van David Bowie’s Blackstar, maar een nieuwe dosis cinematografische psychedelica van Motorpsycho. Tot zover de Bowie-gelijkenis. Motorpsycho is dat eclectische Noorse drietal, gekend om hun onverwachte stilistische uithalen in een twintigtal albums (in een kwarteeuw). Deze schijf rockt minder dan opgefokte voorgangers Behind The Sun en Still Life With Eggplant, maar is met vlagen hypnotiserender, zoals in de 18 minuten durende afsluiter, over de maandenlange Scandinavische winternacht, waar de titel een metafoor vormt voor depressie en futloosheid (‘Sunlight, please find me...).
Here Be Monsters kent zijn oorsprong in een unieke compositie die slechts eenmaal live werd opgevoerd in november 2014, maar waar later nog duchtig aan werd gesleuteld. De plaat start met het slaapdeuntje Sleepwalking op piano en gaat naadloos over in Lacuna/Sunrise, dat enigszins doet denken aan Pink Floyd’s Breathe. Bent Sæther’s basspel is lekker vol en kraakhelder (net als de gehele albumproductie zijner hand) en Snah’s atmosferische gitaarspel om duimen en vingers bij af te likken (maar niet van de stroperigheid). Running With Scissors is een instrumentale jam die lustig voortkabbelt op een dromerig fusionesque melodie, waarna I.M.S. na een Moon Safari-pianodeuntje als opening, al snel de zwaardere Hiwatt-versterkers opendraait om er een vlammende stoner-rocker uit te persen die niet had misstaan op Heavy Metal Fruit (2010). Hier herkennen we weer die motorpsychedelische vocale signatuur (een harmonie van zang/schreeuw tot in de hoogste spectra).
De B-kant begint met een cover van Spin, Spin, Spin, een zomers sixties-folkdeuntje met een sinistere twist waarin nog geen hipsters, maar hippies de plak zwaaiden. Na een kort intermezzo (Sleepwalking Again), wordt afgesloten met de bombastische hypnosesessie Big Black Dog. Een cleane gitaartokkel zal je in de eerste minuten vredig doen mijmeren over die eerste lentezon op je huid. Niets is echter wat het lijkt wanneer na enkele minuten een orkestraal amalgaam van gitaar, bas, mellotron, vele laagjes atonale toetsen en akelig sterke harmonische zang (en opvallend rustig drumwerk) als een kille wind zijn intrede doet en een eeuwige winter je in zijn inktzwarte greep houdt.
Motorpsycho slaagt erin na twintig albums nog even fris voor de dag te komen. Uniciteit in diversiteit. En zeggen dat we later dit jaar onze dorst nog mogen laven aan een gelimiteerde 12” editie van het halfuur durende ‘Monsters’, een lied dat wegens plaatsgebrek uiteindelijk niet op de hier beschreven plaat is terechtgekomen.
Motorpsycho - Still Life with Eggplant (2013)

4,5
0
geplaatst: 3 september 2013, 18:39 uur
Mijn recensie voor iO Pages
Motorpsycho staat als een monumentaal staaltje constructiewerk. Sinds 1989 heeft het Noorse drietal, met duo Bent Sæther (zanger/bassist) en Hans Magnus Ryan (zanger/gitarist) als drijvende kracht, een karrenvracht aan interessante releases voortgebracht, waarvoor enkel de benaming Motorpsycho zelf een passende genre-omschrijving is. Invloeden gaan van surfpop tot psychedelische rock, jazz fusion, hardrock, blues en vooral veel eclectische jams en improvisaties. Aan sommige tracktijden te zien – en dan heb je nog niks gehoord – past hier ook een fikse dosis progrock bij.
Still Life With Eggplant volgt nog geen jaar na het imposante The Death Defying Unicorn, een dubbelaar waarbij het Trondheim Jazz Orchestra het trio vergezelde en dit Wagneriaanse zeemansepos (en de luisteraar) naar hogere sferen tilde. De opvolger is meer rechttoe-rechtaan, gestript van het orkestrale, maar zeker niet minder gelaagd. De plaat kan gezien worden als een verlengstuk van het psychedelische Heavy Metal Fruit uit 2010. Hell Part I-III zet al meteen de stemming neer met een ruige bluesgeïnspireerde gitaarriff, gedragen door een bas die letterlijk in overdrive gaat en Kenneth Kapstad die zijn drumstel met volle kracht afranselt. Part II geeft het lied een extra versnelling en bevat ongetwijfeld de beste rock ‘n roll gitaarlijn die ik in 2013 al heb gehoord. Dit brengt je ongetwijfeld in beweging en is nog maar het begin van een helse rit.
Vijf tracks tellend en afklokkend op drie kwartier, is deze release ongebruikelijk kort voor Motorpsycho, dat qua releasetempo en -kwantiteit toch de concurrentie aankan met The Flower Kings, maar de kwaliteit van het materiaal maakt dit ruimschoots goed. De majestueuze jam genaamd Ratcatcher is met z’n 17 minuten de langste en pittigste, maar misschien niet steeds even spannende track. Er passeert veel woeste jazz – het lijkt alsof de band de plaat letterlijk naast je inspeelt.
Barleycorn is waarschijnlijk het beste dat de groep met deze release op de wereld loslaat. De interferentie elektrisch/akoestisch creëert een zeer aanstekelijke sfeer en de samenzang in de coupletten maakt het helemaal af. Rustige passages die naar een grootse climax toewerken, zowel vocaal als instrumentaal, vormen hier de ultieme aantrekkingskracht van de band. Poppareltjes August en Afterglow vervolledigen het overigens zeer diverse geheel.
Motorpsycho is uniek: het zijn meesters in heerlijk rockende riffs, ingebed in doordachte composities met schier eindeloze improvisaties, waarvan je zou wensen dat je ze zelf had uitgevonden. Dat bewijst ook dit alweer unieke werk in hun oeuvre. Prog ‘n roll van de bovenste plank.
Motorpsycho staat als een monumentaal staaltje constructiewerk. Sinds 1989 heeft het Noorse drietal, met duo Bent Sæther (zanger/bassist) en Hans Magnus Ryan (zanger/gitarist) als drijvende kracht, een karrenvracht aan interessante releases voortgebracht, waarvoor enkel de benaming Motorpsycho zelf een passende genre-omschrijving is. Invloeden gaan van surfpop tot psychedelische rock, jazz fusion, hardrock, blues en vooral veel eclectische jams en improvisaties. Aan sommige tracktijden te zien – en dan heb je nog niks gehoord – past hier ook een fikse dosis progrock bij.
Still Life With Eggplant volgt nog geen jaar na het imposante The Death Defying Unicorn, een dubbelaar waarbij het Trondheim Jazz Orchestra het trio vergezelde en dit Wagneriaanse zeemansepos (en de luisteraar) naar hogere sferen tilde. De opvolger is meer rechttoe-rechtaan, gestript van het orkestrale, maar zeker niet minder gelaagd. De plaat kan gezien worden als een verlengstuk van het psychedelische Heavy Metal Fruit uit 2010. Hell Part I-III zet al meteen de stemming neer met een ruige bluesgeïnspireerde gitaarriff, gedragen door een bas die letterlijk in overdrive gaat en Kenneth Kapstad die zijn drumstel met volle kracht afranselt. Part II geeft het lied een extra versnelling en bevat ongetwijfeld de beste rock ‘n roll gitaarlijn die ik in 2013 al heb gehoord. Dit brengt je ongetwijfeld in beweging en is nog maar het begin van een helse rit.
Vijf tracks tellend en afklokkend op drie kwartier, is deze release ongebruikelijk kort voor Motorpsycho, dat qua releasetempo en -kwantiteit toch de concurrentie aankan met The Flower Kings, maar de kwaliteit van het materiaal maakt dit ruimschoots goed. De majestueuze jam genaamd Ratcatcher is met z’n 17 minuten de langste en pittigste, maar misschien niet steeds even spannende track. Er passeert veel woeste jazz – het lijkt alsof de band de plaat letterlijk naast je inspeelt.
Barleycorn is waarschijnlijk het beste dat de groep met deze release op de wereld loslaat. De interferentie elektrisch/akoestisch creëert een zeer aanstekelijke sfeer en de samenzang in de coupletten maakt het helemaal af. Rustige passages die naar een grootse climax toewerken, zowel vocaal als instrumentaal, vormen hier de ultieme aantrekkingskracht van de band. Poppareltjes August en Afterglow vervolledigen het overigens zeer diverse geheel.
Motorpsycho is uniek: het zijn meesters in heerlijk rockende riffs, ingebed in doordachte composities met schier eindeloze improvisaties, waarvan je zou wensen dat je ze zelf had uitgevonden. Dat bewijst ook dit alweer unieke werk in hun oeuvre. Prog ‘n roll van de bovenste plank.
