MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Mindscapes als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Silent Voices - Reveal the Change (2013)

poster
2,5
Mijn recensie voor iO Pages (2013)

Silent Voices is een Fins vijftal met een aanzienlijk aantal leden van power- en progmetalgroep Sonata Arctica. Dat laat zich horen in melodische uptempo gitaarriffs die een mix lijken van het hardrockgeluid van Rush en Iron Maiden en de pompeusheid van Dream Theater. Elke intro (en al zeker die van No Turning Back en epische afsluiter Through My Prison Walls) op Reveal The Change had van John Petrucci of Jordan Rudess kunnen zijn. Liefhebbers van symfometal à la Kamelot, Rhapsody (of Fire), Stratovarius of het eerder vermelde Sonata Arctica zullen aan hun trekken komen. Voor Rush- en Dream Theater-adepten is succes niet verzekerd.

De productie klinkt ook eerder vlak, alsof de zang op de (achtergrond)instrumentatie geplakt is, zonder al te veel synergie. Het doet een conceptplaat (wat deze bij mijn weten niet is) goed om nummers te bevatten met een gelijkaardige sfeer, maar de nummers op deze plaat zijn iets te inwisselbaar om spannend te blijven. Een totaal van vier gastzangers (met connecties naar Yngwie Malmsteen en Therion) die elk één of twee songs voor hun rekening nemen, draagt ook bij tot een eerder fragmentarische verzameling powermetalsongs, ook al klinken ze allen als een brutalere versie van James Labrie.

Na een radiostilte van zo’n zeven jaar kan dit vierde album de verwachtingen maar moeilijk inlossen. Daarvoor zijn de composities te licht en eenzijdig bevonden, de clichés te groot en de change vooralsnog niet onthuld. En die hoes jongens, wie durft daarmee naar buiten komen!

Sólstafir - Ótta (2014)

poster
En nog een laattijdig oordeel mijner hand...

Sólstafir is een merkwaardige groep van Ijslandse komaf, waarbij sfeer het codewoord bij uitstek vormt. Behalve Björk en Sigur Rós, zullen weinigen waarschijnlijk nog een derde Ijslandse band kunnen noemen… Wat ik wel kan zeggen, is dat Sólstafir ongetwijfeld het hoogste vikinggehalte belichaamt. Met een zanger die met een rotsvaste hardheid in de stem de woeste baren van het Scandinavische atmosferische hardrocklied temt en een instrumentaal collectief dat de regionen van post-rock tot post-metal verkent, kan je deze conceptplaat vele karakteristieken van ‘die typische Scandinavische stijl’ toekennen. Vergeet even de Noorse black-metal satanisten van Mayhem of de 70s progrock van Opeth van tegenwoordig, want hier ervaar je de kille winden en desolate vlaktes die de hoes van Ótta al doet aanvoelen. Dit is niet zozeer metal, maar laat ons zeggen, Kscope zou er pakweg het etiket ‘Heavy Atmospheric Post-Prog’ voor bedenken. Gevestigde waarden als Isis of Cult of Luna zijn voor de hand liggende vergelijkingen, maar dit is toch best anders. Agalloch, Enslaved en Alcest passen al beter. Ótta verkent een etmaal: het concept is gebaseerd op een oud Ijslands systeem om de tijd bij te houden. Het geheel begint en eindigt om middernacht en de acht nummers verkennen periodes van een drietal uur. ’s Nachts voel je de duisternis en bij het ochtendgloren voel je middels de neergezette sfeer de zon opkomen. Het schemerdonker op het einde van namiddag en bij aanvang van de nacht luidt dan weer een killere, akelige passage in. Moeilijk om er aparte nummers uit te halen, want je weet vaak niet wanneer ze beginnen of eindigen. Het album is een trip, waarbij je, zoals wel vaker bij een eerste luisterbeurt, weinig kan differentiëren en het concept beschouwt als een doorlopende reis door dag en nacht, door licht en donker. Hoewel bloedmooie zachte passages worden afgewisseld door best wel indrukwekkende stukken die minutenlang opbouwen en het haar op je vel doen tintelen, kan ik het soms niet laten om te grinniken bij dat grappige taaltje. In zekere zin wil je echt begrijpen wat de man zingt, want anders lijkt het op een absurd klankbord van kreten. Dit is misschien niet Sólstafir’s sterkste plaat, maar wordt in andere persschrijfsels wel beschouwd als een toegankelijke en dat kan ik bijtreden.

Steak Number Eight - The Hutch (2013)

poster
4,5
Mijn recensie voor iO Pages

Steak Number Eight is een Belgische sludge/postmetalband, bestaande uit jongelingen die ten tijde van de release van Radiohead’s Ok Computer nog maar net in de kleuterschool zaten. In schril contrast daarmee, wonnen ze elf jaar later op gemiddeld vijftienjarige leeftijd Humo’s Rock Rally, de meest prestigieuze muziekwedstrijd van het Belgenland. En dat met mokerslagen en scheurende riffs, die niet meteen weggelegd zijn voor de doorsnee muziekliefhebber. Maar niets is doorsnee aan Steak Number Eight.

The Hutch, hun derde langspeler, is zowel een ode aan grote helden Isis, Neurosis, Amenra en Mastodon als een boud statement dat je als een donderslag om, in en door de oren vliegt. Deze 72 minuten tellende stormram kruipt gestaag diep onder je vel. Hij bloeit langzaam open als een ongepolijste diamant die zich in je nestelt en je in een wurggreep houdt tot het finale postrock-geïnspireerde Tearwalker je versuft achterlaat. Uitschieters bij uitstek zijn ongetwijfeld Pilgrimage of a Black Heart, Exile of Our Marrow (voor de poëtische titels alleen al), The Shrine (waarin de nieuwe Isis echt tot uiting komt) en Rust. Het ongelofelijke catchy Ashore is een welgekomen adempauze en ultiem singlepotentieel. Ondergetekende hoort er zelfs vlagen Wishbone Ash in (bewust of niet).

Het is echter zeker niet al geweld wat de klok slaat. De schijf is een lange trip die je als een geheel moet beleven. Zanger-gitarist en voornaamste componist Brent Vanneste slaagt er met glans in om de luisteraar mee te voeren op een melancholisch avontuur, waarin hij zich met getormenteerde en diep gelaagde stem ontbindt van al zijn kwelduivels en demonen. Zeker in het rustige, door een prachtige pianomelodie gedragen slot van Pilgrimage of a Black Heart is de verschrikkelijke pijn bijna fysiek voelbaar. In dat opzicht tillen de vocalen The Hutch nog een niveau hoger dan voorganger All Is Chaos. Oerdegelijke alfakreten en meeslepende cleane zang, rustige sfeerschetsen en bombastische riffs, vaak gecombineerd in dezelfde songs, zorgen voor een totaalplaatje dat nooit gaat vervelen, ondanks de eerder lange duur van het album.

Het hoeft niet gezegd dat er voor Steak Number Eight een zeer uitdagende toekomst lonkt. Dit pareltje is weggelegd voor geharde sludge- en postmetalfans, maar evenzeer toegankelijk voor de onbevooroordeelde prog- en postrockliefhebber die nieuwsgierig is naar de veelzijdigheid die deze jonge wolven in petto hebben. Deze typisch moeilijke derde is een schot in de roos, in je lijf, brein, beenderen en ziel.

Steven Wilson - Hand. Cannot. Erase. (2015)

poster
5,0
Tiens, ik heb begin januari een recensie en artikel voor iO Pages geschreven, toen ik het album al een paar keer gehoord had, maar nog niet zooo heel vaak (deadline was 10 januari en ik had 'm rond Kerst, ook niet bepaald veel vrije luistertijd gehad toen). Benieuwd wat ik toentertijd neergepend heb...

Bij deze, musician

En dan nu de recensie waar jullie allen naar uitkeken, geef het maar toe! Hopelijk volgt hieronder een beargumenteerd betoog over het verdict 'vette krent' dat hierboven prijkt. We hebben nog maar net voorganger The Raven That Refused To Sing verteerd of de volgende conceptplaat is er twee jaar later al. Achter de muziek zit een somber (waargebeurd) verhaal over een jonge vrouw die plots verdwijnt en drie jaar lang mist niemand haar. Ze ligt die hele tijd thuis in bed. Dood. Wilson vertaalt dit muzikaal op zijn geheel eigen manier. Vele woorden worden gezongen vanuit een vrouwelijk perspectief; je voelt bijna de pijn die "ze" zelf ervaart. Zoals zo vaak, ontdek je pas na verloop van tijd de wonderschone details, de fragiele passages, de angstaanjagende, helse en o zo emotioneel getinte zang en melodieën van de gekende groep beresterke muzikanten. Dit evenaart je favoriete Wilson-soloalbum, maar dan met een andere invalshoek. Meer, maar ook minder duister. Meer poppy, maar vaak ook minder, daar die pop zoals steeds erg nostalgisch, melancholisch, complex en vooral heerlijk gelaagd is. Af en toe wordt Wilson bijgestaan door de vrouwelijke nachtegaal Ninet. Een absolute aanwinst. De productie is om van te smullen, de meezing- en hoofdknikmomenten laten niet lang op zich wachten en de schoonheid komt gestaag lonken als de zon achter een wolkje na een regenbui. Zelfs een traan (of regenbui) blijft niet achterwege en dan met name in Perfect Life (prachtig vrouwelijk gesproken woord) en de tot tranen toe bewegende ballade Happy Returns die je uitgeblust achterlaat. 3 Years Older is een wat minder overtuigende track, maar haalt het hoge niveau nauwelijks naar beneden. Persoonlijk vormen Routine (die opbouw en die laatste anderhalve minuut!), Ancestral (halverwege een drastische muzikale ommekeer) en de genoemde ballade bij uitstek de drievoudige pracht en praal. Guthrie en Adam soleren er op los, maar houden zich koest als het lied daarom vraagt. Marco drumt aanstekelijk en weer lekker misleidend. Iedereen beheerst die perfecte balancering. Naarmate het album vordert, verandert de sfeer snel en vaak. Kippenvel, rust, angst, geweld, hopeloosheid. Dit is weer een oerdegelijk staaltje prog. Geen "vintage oldschool 70s prog", zoals Wilson The Raven zelf beschreef, maar eigentijdser en misschien wel toegankelijker. Dit kan tippen aan eerder werk. Als je favoriete Wilsonplaat een berg is, dan is Hand. Cannot. Erase. een minstens even hoge berg; maar dan op een ander continent dat je nog niet hebt verkend.

Toch vreemd om zulke zaken opnieuw te lezen...