Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van henrie9. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026
Underworld - Strawberry Hotel (2024) 4,0
31 oktober 2024, 22:41 uur
Ineens stonden ze daar op het Studio Brussel-zijpodium, op de tweedaagse editie van Rock Torhout/Rock Werchter. 1996, het jaar dat ook die twee heilige rockweiden de ruimte vonden voor house, techno, dance, triphop, de nieuwe stromingen en de nieuwe voor de toekomst belovende acts als Moby, Chemical Brothers, Underworld, The Prodigy, Moloko, Faithless. Ze etaleerden tijdens dat grijze weekend zonder groeipijnen voorgoed hun nieuw geluid. Pas tijdens een van die loco séances, foei, leerde schrijver dezes een pionier als Underworld kennen en helemaal appreciëren. Op kostendrukkend bekertjesrapende wijze dan nog, van links naar rechts scharrelend en zo van de grote extase delend van het onophoudelijk in dichte drommen opverend dansgeweld.
Diezelfde opwinding die de sound van Underworld toen als ware het manna uit de hemel ontlokte en ook tijdens de verschillende edities erna, ja die wordt ook hier op dit 'Strawberry Hotel' nog steeds royaal gegenereerd. Hun elfde, weer eens een echt nieuw album.
Underworld is altijd iets speciaals geweest. Het iconische duo uit Essex dat het 'Born Slippy' op de wereld losliet, het danceduo dat waar het ook terechtkwam rollercoasters op gang bracht, collectieve raveparties, een in vervoering omgevormd jumpend blok dat telkens weer de schaal van Richter teisterde.
Je moet hen dus ook vandaag, na 38 jaar en 30 jaar na hun doorbraak, zeker niet leren waar de technoklepel hangt. Want deze reuzen genereren ook anno 2024 een energie die je niet voor mogelijk houdt. Zonder ook maar iets belegen te klinken leren ze je op 'Strawberry Hotel' hoezeer ze nog van de modernste elektronische marktjes en abstracte experimentjes thuis zijn.
Je krijgt hier dan ook zoals steeds heel wat voer voor de dansvloer, maar tegelijk vertrouwde diversiteit, emotie en aanleidig tot meditatie. In een aaneenrijging van vijftien nummers, alle op hun manier gepassioneerd en warm, in een uitstekende flow aan het album toevertrouwd. Met een advies van het duo zelf erbij om het als een "Please don't shuffle" te consumeren.
De prachtige single 'Black Poppies' heeft de eer met zijn minimalistische piano plechtig te openen en met zijn hoogdravende a capella-gezangen is het een spirituele sfeerzetter die kan tellen. Over het omarmen van verandering en liefde. "You are beautifull" is meteen ook de eerste van Underworld's nieuwste mantra's.
Dan volgt 'Denver Luna' dat verderop, na 'Ottavia', ook nog een even wonderschone a capella-versie zal meekrijgen. Maar in de singleversie verpakken ze 'Denver Luna' vintage Underworld als een tribale technokraker met een duizelingwekkende groove, klaar om de ravende massa's weer in trance en euforie te laten meedeinen. Een oneindige locomotief die zich na zijn laatste oproep fluitend in nevels optrekt en almaar hoger doorschakelt. Een repetitieve progressie die 'Denver Luna' minutenlang boeiend in beweging houdt, versterkt dan nog door die geweldige, stotterend meescanderende vocals die de melodie altijd dicht tot op het vel aanjagen.
Volgen daarop, even nog, wat eenzame pianotoetsen en hop, met 'Techno Shinkansen' moet het onverbiddelijk weer flitsend vooruit. Enorme sfeer, al die verslavende ritmes, het lijkt 'Born Slippy'-dampen opsnuiven wel.
De single 'And the Colour Red' is vervolgens opnieuw een en al sfeer, een schitterende floorfiller, als een lsd-trip op pulserende house van de beste soort. Kei van een nummer is evenzeer 'Sweet Lands Experience'. Je geraakt niet van de dansvloer, tot op het moment dat, met hun techno zo energiek en melodieus, de behaaglijke synths je van daar een onmetelijk progessieve ruimte intrekken.
Met psychedelisch bevende Syd Barrett-stem waait "I feel the wind on my skin and it feels good" aan. Een snel hartklopritme, maar wordt dit even chillen met 'Lewis in Pomona'? Eens de weidse elektronica goed en wel is ingezet lijken het The Beach Boys op het moeilijkste stuk van hun 'Smile' wel. Steeds dissonanter, jammerklagend meehuilende vocals overvallen haast storend de song tot een regen aan buitenaardse industrialsynths en -percussie orde op zaken stelt en de rust toch kan weerkeren.
Dan schiet Underworld als een raket de ruimte in, 'Hilo Sky' baant zich zijn weg hoog tussen de sterren. Pakkende kosmosmuziek, geschreven voor eenzaam ijlende stem, subliem hypnotizerende gitaar, repetitief ritmische drums en voor als sterrennevels meedrijvende elektronica.
Zweepslagen jagen 'Burst of Laughter' op. Hyde's gezangen grijpen je vast als E.L.P.'s lijzige Greg Lake in zijn beste dagen. Een sierlijk 'King of Haarlem' druppelt olijk de danszaal binnen en bovenop de groove weerklinkt het parlando waarmee ook Fontaines D.C. tegenwoordig zo succesvol opgeld maakt.
In het sinister trage 'Ottavia' brengt Smiths nu ook zijn dochter Esme Bronwen-Smith in stelling en laat haar als Ottavia, vrouw van Nero, bovenop de hypnotiserende hook in grimmig spoken word uit een opera van Monteverdi parafraseren.
'Gene Pool is een rustbrenger, song met zijn negen minuten het allerlangste nummer dat al die tijd, in zijn volume in eb en vloed af- en opgaand, zijn ontelbare arpeggionoten vrolijk laat rondstuiteren. Nog een van die perfecte composities die je ondergaat als een weldadige experience.
'Oh Thorn!' is dan een kort intermezzo dat, vreemd, gewoon de lyrics van 'King of Haarlem' herneemt. Dan komt nog 'Iron Bones', transcenderend duet bijna van Hyde samen met een hoog inzingende Nina Nastassia.
Definitief besluiten met de eenvoud van 'Stick Man Test'. Een Underworld dat sfeervol afrondt als tijdens een filmische aftiteling in een leeglopend theater. Een desolaat resonerende soundscape simpelweg aan de hand van intiem en ijl akoestisch gitaargetokkel.
Zeer interessant in zijn variatie is dus het minste wat je over Underworld's meesterlijke 'Strawberry Hotel' kan zeggen. In zijn geheel is het album zo psychedelisch veelkleurig als die 'Strawberry Hotel'-hoes van hen. Vooral de beginnummers beantwoorden aan het levendige motto dat ze in de opener 'Black Poppies' al vermelden: hun "dance floor is always full". Daarbij luistert alles hoogst melodieus, veel euforisch en vol feelgood, maar gaandeweg komen ook de meer experimentele songs aan bod en die houden evengoed stand.
Intussen blijkt het opnieuw, Underworld is meer dan nostalgie. Hyde is wel 67 en Smith 65, maar met een museumpas raak je er nog lang niet bij.
» details » naar bericht » reageer
Blood Incantation - Absolute Elsewhere (2024) 4,5
27 oktober 2024, 18:08 uur
In de seventies thuisgekomen na een avondje stappen wilde de ietwat diehard-muziekfan in de losse kleine uurtjes alles toch nog wel eens diep transcenderend afronden, idealiter dus vanaf zijn draaitafel. Pink Floyd's toen succesvolle 'Atom Heart Mother' kwam daar al eens uitstekend voor in aanmerking, hun 'Meddle' evengoed, bijvoorbeeld, maar ook dat pak conceptalbums als Yes' bijna verguisde mammoetproject 'Tales From Topographic Oceans'. Het waren dan de uitgelezen momenten om diep tot de ziel van die complexe, vaak ruimtelijke vinylstukken door te dringen. Bij dit kransje hoorde ergens in diezelfde tijd - 1976 - ook de band Absolute Elsewhere, dat in de schaduw van Yes en King Crimson met zijn 'In Search of Ancient Gods' eerder de verre kosmos en de mogelijkheden van paleocontact viseerde. Geholpen daarbij door heel veel nevelige keyboards en prominente dwarsfluit ...
Grote sprong voorwaarts nu naar de psychedelische deathmetallers van Blood Incantation uit het Amerikaanse Denver, een viertal dat al van bij aanvang al het bloederige van hun metalcollega's resoluut schuwt en dat zelfs anno 2024 nog veel liever met de muzikale en spirituele erfenis van dat Absolute Elsewhere uit 1976 aan de slag gaat. Op hun nieuwste album, dat ze toepasselijk en heel respectvol 'Absolute Elsewhere' doopten is zo de tijd gekomen voor een deathmetal van het allernieuwste soort waarin tegelijk ongekunsteld de gelukzaligheid van de meest extreme space-odessey wordt verweven. We zeggen het, op onnavolgbare wijze. Met schitterende klanktapijten inderdaad, maar enkel mits je bereid bent daarvoor dus eerst en bij herhaling doorheen hun flarden kolkende deathmetal-maalstroom te flaneren.
Ze presenteren hun 'Absolute Elsewhere' à l'ancienne, in twee driedelige composities, 'The Stargate' en ''The Message', elk goed voor een goeie twintig minuten en telkens verder opgedeeld in drie muzikale bewegingen vol verrassende details (zelfbenoemd als 'tablets'). Samen met producer Arthur Rizk en een pak extra synth-apparatuur zijn ze hiervoor naar de legendarische Hansa-studio's in Berlijn getrokken, waar naast vele andere muzikale grootheden ooit Tangerine Dream, Brian Eno, David Bowie ('Heroes') of U2 ('Achtung Baby') hen voorgingen en waar zoals we ook vaststellen alles nu nog steeds op akoestisch volmaakte wijze kan worden opgenomen.
Je houdt je klaar dus voor een gezelschap dat hier technisch zowel als electronisch gewapend, voorzien van gitaren, drums en synthesizers uit de kosmos en met frontman Paul Riedl's extreem plooibare stemgeluid voorop, zijn grenzen verlegt, dat je meeneemt op een onvergetelijke trektocht door onbekende universums. Dat hoe extreem ook erin slaagt de volstrekte harmonie te bereiken tussen de zich almaar opeenvolgende genres en stijlen.
Neem nu in 'The Stargate [Tablet I]'. Dat bijt af met pure opwinding met al dat diep gegrom, die dodelijke drums met hun onhoudbare versnellingen en loodzware technische riffs die doen duizelen. Hou toch maar vol. Want die avontuurlijke stortvloed van verpletterende wildness, blastbeats en riffs gaat op een bepaald moment ineens rimpelloos over in onverholen Pink Floyd-ambient met weidse Gilmour-verwante gitaren. Of in 'The Stargate [Tablet II] waar met zijn oldskool-elektronica zelfs het oude Tangerine Dream-lid Thorsten Quaesching lijfelijk mee aanschuift in de studio. Onverwacht volgt dan ook nog een verrukkelijke pastorale dwarsfluitpassage die kort erop zal ontaarden in krautrock van het meest helse soort. Herbeleef al die muzikale luister integraal in de uitstekende begeleidende video van 'The Stargate'.
Blood Incantation doet tijdens zijn sciencefiction-trip verder gewoon alles wat het wil. In 'The Message', wat een compositie! Op zoek naar bewustzijnsverruiming en nieuwe verbindingen voor het begrip van het aardse leven is het op de tablets I en III van 'The Message' tijd voor een heuse clash van de metal, waarbij de beste black- and thrashmetal elkaar heerlijk woest de loef afsteken. In het etherische middenstuk is het dan weer resoluut aan de onvermengde psychrock en aan Riedl's nostalgisch cleane gezangen waarin de pure ijlte van David Gilmour-verwante vocalen openlijk nagalmt.
Na een apocalyps vol galopperend metalgeweld in de afsluitende kolos 'Tablet III', met tussendoor weer zo'n passage met Ian Anderson's altmodische dwarsfluit of het getik van Pink Floyd's tijdmachine, kraakt er in de eindminuten van 'The Message' - helemaal niks getrukeerd - een levensecht warmteonweer los over de Berlijnse studio en besluit het album ongedwongen met het uitstervend geluid van de opgewekte Oekraïense oorlogskinderen buiten plenzend in het nat.
'Absolute Elsewhere', dit conceptalbum is het ontzaglijke magnum opus so far van een grandioos Blood Incantation. Zoals ze het zelf aangeven mag hier alles vrij stromen, als één grote, grenzeloze massa.
Gebaseerd als het is, enerzijds, op een o zo rijk apocalyptisch verhaal met een ongekende epiek is het anderzijds muzikaal vooral een allesbehalve conventionele creatie die als geheel in een verbluffend ongekunstelde symbiose landt. In het bijzonder de uitdaging om de spacey progrockers mee te krijgen in een bruut deathmetalframe als dit vergt zelfs vandaag ongetwijfeld nog de nodige muzikale flexibiliteit. Al zijn er in de progressieve rock, ondanks verschillen, al eerdere voorbeelden - neem de vroege werken van Opeth voorop - waar dit samengaan resultaten gaf die volop sprankelden. Eigenlijk is zelfs 'Absolute Elsewhere' een prog-album ten voeten uit waarbij de metal gebruikt wordt om de loop van het verhaal karaktervol en met kracht op en neer te stuwen en misschien spreken we daarom beter ook niet alleen over de regelrechte verheffing hier van de deathmetal. Want precies het omgekeerde bevat evengoed zijn waarheid. Met name het zelfverzekerde 'Absolute Elsewhere' dat hier de progrock tot een nieuw uiterste verheft met zijn impressionante injecties van de frisse dynamiek van de deathmetal. Het resultaat is hoe dan ook een sfeervolle, absoluut niet te mislopen jaarplaat vol oogverblindende Pink Floyd-blues op deathmetalniveau.
Line-up:
Paul Riedl - zang, gitaar
Morris Kolontyrsky - gitaar
Jeff Barrett - bas
Isaac Faulk - drums
» details » naar bericht » reageer
Tom McRae - Étrange Hiver (2024) 4,0
17 oktober 2024, 18:58 uur
Tom McRae op weg om zijn nieuwe album 'Étrange Hiver' voor te stellen ...
Een avondje Tom Mc Rae in de schouwburg in Roeselare. Waar wel eerst - met verve - een zekere Lowri Evans er de avond mag openbreken. De Welshe en haar compaan gitarist Lee Mason hebben een bijzondere band met Tom McRae. Zij schreef immers al nummers samen met hem voor hun gezamenlijk album 'Only Skin' uit 2021. Met veel finesse sprokkelen ze daar nu 'Eddie' uit en het titelnummer, dat hier ook een stevige elektrische gitaarsolo van Mason meekrijgt. Hoe uitmuntend Evans met haar krachtig stemgeluid wel is als zangeres horen we in het prachtige 'One More Ride On The Radio', over hoe zij haar moeder voor haar zangkunsten won. Van eenzelfde intensiteit is 'Merch y Myny', in het Welsh gezongen, en 'Leave You Alone', andermaal in mooie tweestemmigheid met Mason.
Zonder meer een hoogstaand voorgerecht dus.
Dan komt Tom McRae. Straks 25 jaar op de planken en in zijn thuisland Engeland ooit een Mercury Prize-nominatie gekregen, komt daar in Roeselare in een verlegen half gevulde zaal in zijn eentje het podium op, waar eenzaam enkel nog een akoestische en één elektrische gitaar en een keyboard op hem wachten. Tom McRae, folkman in het zwart, met zijn gitaar nu voortbewegend in het halfduister, troubadour met een gouden herfst in die geweldige wat klagende stem van hem, met die expressieve heesheid. Die evenwel heel hoog en bochtend kan opschieten en die tijdens het zingen van die vele muzikale parels op zijn palmares telkens een heel register aan emoties doorloopt.
Het publiek weet het bij voorbaat, van zodra hij zijn gitaar beroert zal vooral de somberte en de melancholie van zijn songbook heersen. Maar op het podium wordt McRae tegelijk ook een en al charme, een warmhartige performer met veel gevoel voor Britse humor en wrange zelfspot. Die bezorgd waarschuwt voor de intensiteit die je te wachten staat. Of, hintend op waarom hij hier dan toch alleen staat, wijst naar zijn hele goeie vrienden-bandleden die na 25 jaar 'nog steeds willen betaald worden'...
Hij levert in die te grote zaal niettemin een prestatie om u tegen te zeggen. Hij ontpopt zich als een intelligente bandensmeder die, hoe klein ook, zijn publiek betrekt, het in tweeën deelt en het in harmonie laat meezingen. Desnoods duikt hij daarvoor op gevaar voor lijf en leden de zaal in om de boel te enthousiasmeren. Een paar nummers brengt hij op verzoek, een paar doet hij zonder microfoon of juist met versterking van looperpedalen. Overwegend staat hij er, tegen het licht, met zijn akoestische Gibson, dan weer eens met de keyboard of een enkele keer op elektrische gitaar. In 'Mend Your Heart' verschijnt zelfs een paukenstok als slaginstrument tijdens zijn gitaarspel. Eén nummer, 'Etrange Hiver' van zijn recent verschenen duettenplaat met Franse musici, moet hier uiteraard solo en in een verengelst Franse tongval. McRae heeft Frankrijk, het land waar zijn succes het eerst echt van de grond kwam, hiermee goed in zijn hart gesloten.
Tom McRae blijkt een op en top energizer die de duisterste zalen kan doen oplichten, die met zijn perfecte liedjes de beloofde intensiteit ook brengt, gedrenkt als ze zijn in zijn authenticiteit, intimiteit en gevoeligheid.
Hij brengt ze daar vrijwel allemaal, zijn grootste kleppers, meedogenloos, verschroeiend, vaak dolksteken in het hart. Zeven daarvan, zoals het publiek verwacht, komen uit het succesvolle titelloze debuutalbum. Daarbij het tijdloze 'Bloodless' dat zijn tweede leven kreeg sedert het heerlijke Westvlaamse duet alternerend in twee talen, met streekgenoot Wannes Cappelle van Het Zesde Metaal.
Tom McRae, die zachte wijze bard van 55 die ooit meegolfde in de schaduw van tijdsgenoten als Damien Rice en David Gray, al die jaren bleef hij trouw aan zijn geluid. Daarbij was hij ook nog eens zo oncommerciëel dat de grote massa's aan zijn neus voorbijgingen en dat hij nu in moeilijker tijden zoveel mogelijk solo op pad moet. Maar solo of niet, gelukkig heeft deze zoon van twee dominees niemand nodig om zijn publiek met veel respect voor zijn genialiteit en zijn wijze kijk op het leven te overtuigen. Een gepassioneerde performer daar in Roeselare die een staaltje leverde van eenvoud en klasse.
» details » naar bericht » reageer
Vincent Corjanus - Een Melancholische Dans door de Nacht (2024) 3,5
15 oktober 2024, 16:01 uur
Al meer dan tien jaar al gaat in Nederland een jonge Zwolse woordkunstenaar Vincent Corjanus te lande met zijn pure gedichten de boer op. Om het bij die gelegenheden nog boeiender te maken begon hij er ooit tedere popliedjes bij te verzinnen. Na zijn 'Lichtbreuk' van verleden jaar zit hij zo alweer aan een nieuw album, 'Een Melancholische Dans Door De Nacht' en weer is het opgenomen in eigen beheer. Deze keer ging onze reiziger hiervoor meer dan ooit inspiratie zoeken in Parijs, in het Quartier Latin, broedplaats voor kunstenaars als hij.
Waar Boudewijn de Groot er zijn koffer indertijd achterliet, raakte Vincent Corjanus er evenwel zijn hele handel met opnameapparatuur kwijt. Enkel dankzij goedhartige Parijse vinders kon hij toch met zijn queeste verder en kon de plaat overwegend opgenomen worden in de stad zijner dromen.
Hoever moet je van huis zijn om de helden te kunnen zien en er een melancholische dans mee aan te gaan, vraagt hij zich onverdund romantisch af in opener 'Maison Blanche I', waarna hij de luisteraar bij de hand neemt en ze door middel van zijn kleine, fragiele, melodieuze pop- en rockliedjes intiem laat proeven van de weemoedige dagen in de Franse hoofdstad. Melancholisch lijkt het daar zeker, maar bij uitbreiding heeft hij het met zijn klare zangstem vooral over het leven, de liefde en hoe dit allemaal voorbijgaat.
Er staan best ook leuke songs op zijn album, die je wel met graagte een paar keer hun rondjes zult laten draaien vooraleer ze zich langzaam zullen nestelen.
Zelf zegt hij al jaren verslingerd te zijn op Frank Boeijen, die tijdens een optreden van hem ooit ook een van zijn pubergedichten voorlas. Maar, bedekt met een dekentje van elektronica, ademt dit album evengoed het geluid van Vreemde Kostgangers, Armand, Stef Bos, Raymond van het Groenewoud, Alex Roeka of zelfs Bram Vermeulen. Hoe dan ook, vaak een sound uit de mooie vervlogen 'kleinkunst'-tijden. Of om deze dromerige man met zijn gitaar zelf te parafraseren, in zijn song 'Eeuwig Leven' : een oude ziel in een jong lichaam. Maar daarmee is hij nu al charmant genoeg om alvast enkele nummers 'voor de eeuwigheid' aan te leveren. Voor m'n Lage Landen 4000 bijvoorbeeld ( https://open.spotify.com/playlist/5vMRiujzojCpI1uLhpEn2I?si=SKpLPlaCTAuEg4Rl-H2Cuw&pi=NR2fFmRqTvadI ).
Verkozen met stip: 'Eeuwig Leven', 'Een Melancholische Dans Door De Nacht', 'Mijn Dagen In Parijs' en 'Crisis Surprises'.
Al is het vaak even wennen met Vincent Corjanus, aan zijn gezongen 'Nederlands Frans' of aan het metrum van zijn poëzie op al die muzieklijnen, maar het gaat intussen toch helemaal crescendo met zijn liedkunst. Getuige daarvan dit 'Een Melancholische Dans Door De Nacht', hij gaat dapper zijn eigen weg en zal uiteindelijk uit de schaduw komen te treden. Goed omringd en gesteund bijvoorbeeld door andere ervaren muzikale woordenkunstenaars, à la Frank Boeijen of een Stef Bos zouden we zelfs het beste voor zijn toekomst durven verhopen.
» details » naar bericht » reageer
The Smile - Cutouts (2024) 4,5
10 oktober 2024, 17:15 uur
Covid-times 2020. Met de verrassende transformatie van Radiohead tot de supergroep The Smile, bleek onmiddellijk dat ook dit nieuwe trio - een bevrijde Thom Yorke en Jonny Greenwood, samen met de jonge jazzman Tom Skinner van Sons of Kemet - weer op een groeiende vulkaan van creativiteit was aanbeland. Op korte tijd spuwde hun krater al de twee meesterwerken 'A Light for Attracting Attention' en 'Wall of Eyes' de ether in. Het veelvuldig en met veel fun experimenteren van drie overgetalenteerden met uiteenlopende muzikale interesses, het smeedde stevige banden en evenwicht en het zette de discussie 'gelegenheidsband' versus Radiohead alvast probleemloos opzij als 'niet aan de orde'. Nu, pas enkele maanden na 'Walls of Eyes' komt ook 'Cutouts' eruitgestuwd, met songs waarvan de meeste weliswaar live al lang het levenslicht zagen tijdens het sessiën en touren voor de eerdere albums, maar die toen gewoon nog niet waren opgenomen. Onder het toeziend oog van producer Sam Petts Davies werden de tien ervan die instinctmatig bij elkaar pasten nu samengelegd en in Jonny Greenwood's studio en Abbey Road van hun finishing touch voorzien.
Naast input van jazz-improvisatie bevat 'Cutouts' opvallend meer dan voorheen synths en electronica. Dit laatste wordt in de briljante opener, met Skinner zelfs gewoon helemaal op de bank, bijna als een statement duidelijk. Die fantastische dromerige single 'Foreign Spies', waarin, helemaal wegzwevend in zijn etherische Vangelis-universum van synths, Yorke's hemelse falset werkelijk een schitterende entrée mag maken. Zingt hij daar nu werkelijk over een mooie wereld of is het eerder over de paranoia alsof al die schoonheid dreigt te worden ingepalmd? In alle geval, wat grijpt die Yorke je hier toch weer bij het nekvel met zijn stem. Maar het weze duidelijk, Greenwood heeft een even groot aandeel in de song, het is een klassieke compositie van hem, 'Horror Vacui' uit 2019, die er het uitgangspunt van vormde. Sowieso, wat een schitterend voorbeeld van artistieke samenwerking is het geworden en we zijn nog maar aan song één.
Want net zo'n prachtige klepper is 'Instant Psalm'. Die walmt met veel Radiohead-allures traag voorbij in een zalig bedwelmende psychedelische roes vol strijkers. "We overflow in a hurricane...", het begin van Yorke's bespiegelingen over steeds krachtiger orkanen, over leegte, eenzaamheid en authenticiteit. Een geheel goedaardige rocktrip volledig opgetrokken in Oosters aandoend instrumentarium, met Skinner feilloos meewandelend in zijn drumlijn. Het lijkt zowaar 'Sergeant Pepper' wel.
Die haastige improvisatie van adhd-gitaar en dito strakke percussie waarmee de ook al uitmuntende single 'Zero Sum' aftrapt, die staccatozang...! Is hier dan soms dEUS aan het jammen? Het wordt een op en top door Skinner geïnspireerde Son of Kemet-song, waarop Greenwood zijn allerbeste riffing loslaat. Hectisch, dynamisch en volspeed, compleet met diepe sax, trekt 'Zero Sum' helemaal de straat op. Met weer een volkritische boodschap over kapitalisme en de haves en de have-nots, over de almachtige superrijken die blind geloven dat geld en technologie ('Windows 95') de klimaatcrisis wel zullen oplossen.
Het aangrijpende 'Colours Fly' is met zijn geagiteerd flitsende marspercussie, zijn oriëntaalse gitaren en orkestraties daaropvolgend weer zo volritmisch en trippy als wat. Met een mooie hoofdrol ook voor de sierlijke basklarinet van Robert Stillman. De onstopbaar opstijgende chaos en de hoge declamaties van een zwalpende Yorke doen de 'Colours Fly'-jam culmineren in één gelukzalige harmonie van samenzang.
Hun eigen live-favoriet, sfeervol en transcenderend, is 'Eyes & Mouth'. Met zijn ongelooflijke, afro-getinte mathrockdrums, repetitief hoogoplopende gitaarnoten, zijn jazzy invallende piano en een Yorke die hier in koorsamenzang met zichzelf improviseert over transformatie. Nog een juweeltje.
Even de riem eraf leggen met 'Don't Get Me Started', die eerste single met zijn opzienbarende animatievideo. Opstarten met spaarzaam cirkelende keyboardpiano en Yorke eindeloos wegechoënd tussen de akkoorden. Dan verhaasten de gedempt inrollende drumroffels het nummer tot het wegdrijft in een wolk van sfeervolle ambient.
Donker pianogetokkel en ineens twee voldramatische vioolnoten die er als een donker overscherend wolkendek filmisch overheen gaan. Vintage Greenwood. Dit is het weirde 'Tiptoe' dat zich traag en loungy het nachtcafé insleept. Wijfelende jazzpiano daar, kwetterende stemmen in een verre duisternis en Yorke's zwevende falset er mooi overheen.
Grandioze single 'The Slip' die neemt heel precies, als het ware in één lange drumsolo, de percussie van Skinner als patroon. Waarna de mannen gedrieën gezwind en groovy op pad trekken. Yorke ontwikkelt iets als een pompende Jamaicaanse basdans op die lekkere jazzdrums en zijn vreemd croonen etaleert zich als een in alle toonaarden spiegelsamenzang. Aan bod zijn hier zijn gekende thema's rond klimaat, dreigende kernoorlog, nucleaire winter en het immer verantwoording ontvluchtend wereldleiderschap. Verderop komen dan, zelfs tot aan de finale noot, zowaar ook meer dan fraaie strepen Radiohead-rockgitaar de song insnijden. Weer een ferme compositie die herhaaldelijk de repeatknop vraagt.
'No Words'. Metalen keyboardaanslagen als ver doordrammende kerkklokken monden uit in een chaotische maalstroom van funky, nerveus achtervolgend bas- en drumwerk. Met zijn drieën katapulteren ze zich de eindeloze kosmos in, helemaal naar die weg van Yorke naar de hel die geplaveid is met goede intenties. De dolle rit van 'No Words' komt uiteindelijk als een afremmende locomotief toch veilig tot stilstand.
De afsluitende single 'Bodies Laughing' begint nog atmosferisch hoog in de sterren. Spaans krassende akoestische snaren rollen dan uit voor een vers deprimerend verhaal van een verheven helder zingende Yorke. Over een moderne wereld zonder empathie en vol inhoudsloos gelach. Een laag meevliegend koortje in treurige oh- oh-oh-modus onderstreept zachte neerslachtigheid. Een song pakkend in al zijn melodieuze rijkdom.
Greenwood had het er in Pitchfork ooit over dat hij met The Smile platen wilde maken die 90 procent zo goed zijn als die van het qua productiviteit supertrage Radiohead, maar die twee keer zo vaak uitkomen. Welnu, wat er ook met het al jaren sluimerende Radiohead gebeurt, met 'Cutouts' illustreren The Smile nu al voor de tweede keer die dubbele waarheid. 'Cutouts' is een volbloed op zich staand werk en allesbehalve het plak- en knipwerk zoals sommigen het uit de plaattitel lijken te moeten afleiden. Hier is een triumviraat van briljante musici aan het werk die elkaar heel ontspannen gevonden hebben in wat intussen zelfs het beste deel van de officieuze trilogie is geworden. Hier een bovenmatig boeiend album dat, boostend in het momentum van de creativiteit en ondanks alle beladen lyriek, ook constant luchtig en vrolijk klinkt. Of The Smile er nu mee balladeert, hyperkinetisch rondstuitert of wat dan ook 'Cutouts' piekt overal in al zijn gelaagde melodieuze schoonheid. In dit stadium kijkt het trio dus absoluut nog niet neer op het eind van zijn latijn. Naar verluidt verloor Yorke er zijn vale grimlach door en zag hij van achter de wolken zelfs al weer een echte 'Smile'. Je dus verder vooral nergens voor haasten, jongens!
» details » naar bericht » reageer
The Jesus Lizard - Rack (2024) 4,0
3 oktober 2024, 17:10 uur
Met ware doodsverachting gooit de nu 64-jarige David Yow zich nog altijd even graag laaiende menigtes in, ondanks zijn niet te tellen geheelde botten. Hij verloor intussen wel letterlijk veel van zijn wilde haren, zijn buikje glimt nu opvallend onder de schijnwerpers en de bizarre capriolen als die van toen in zijn blote pikkie, die blijven nu helemaal uit. Maar hij presteert zijn schuimbekkende act nog steeds met evenveel flair en regelmaat, nu drijvend op het zoveelste golfje van de 're-enactmentshows' die The Jesus Lizard sedert 2009 met zijn trouw publiek verbindt...
Laten zij die het geluk hebben hen al wat te kennen het deze keer evenwel maar gerust een gebeurtenis noemen. Jawel, het feit dat deze Amerikaanse noisemakers 26 jaar na datum plotseling als uit het niets uit hun underground weer op de podia opduiken met - groot verschil - nu dan toch een killer van een nieuw album voor hun setlists. Een legendarische adrenalinegroep die je daarmee zomaar ineens terugkatapulteert naar de tijd van hun rauwe, chaotische met Steve Albini zalig gemaakte platen, naar de tijd van hun onvoorspelbare dissonante rechtlijnigheid en de knettergekke zang, waarmee, na en met hen, collega-energievreters als Nirvana zelfs nog iets roder aanliepen.
Zo lijkt na een dracht van vijf jaar, met weer een vierletterwoord in de albumtitel, in elf tracks 'Rack' van The Jesus Lizard haast uit live-energie geboren. Beginnen doen ze onmiddellijk luidruchtig met een razend hoogtepunt propvol hooks, drums, weirde gitaren en manisch gestoord gejammer over een zich misdragende heks: dit explosieve 'Hide & Seek' wordt helemaal op hol gebracht in de kenmerkend stuwende repetitieve Lizard-dreunstijl. Prachtig zo'n opener.
De slepende doomblues van 'Armistice Day' lijken dan ineens zachter, een atypisch nummer, Denison's aangrijpend kronkelende gitaar gecombineerd met het desolaat wegzingend gelal van Yow. Terwijl die dan weer hevig scanderend tekeer gaat in 'Grind'. Het wordt - wat wil je? - pure opwinding, pure noise, vintage The Jesus Lizard. Wegscheurend op van die gloeiende gitaarsolo's van Denison en op bedjes van McNeilly's absoluut monsterlijk drumwerk.
Sinistere mistdampen stijgen op uit 'What If?', een ongemakkelijk parlando dat het zwartste van The Whispering Sons lijkt op te roepen. Het is vergezeld door de telkens in griezelig arpeggio gaande gitaren van Denison. Het refereert sterk aan zijn exploten in Mike Patton's Tomahawk.
In het uptempo 'Lord Godiva', een song over seriemoorden, is een bloeddorstige Yow weer helemaal maf aan zet. Met andermaal zo'n schitterend riffwerk en net zo soleert Sims op zijn bas.
De verslavend strakke baslijn zet dan het keiharde 'Alexis Feels Sick' in de steigers, een dreigend tikkende gitaar voegt sterk in en neemt over. Een gracieus ballet richting de nu over Amerikaans kapitalisme schreeuwende Yow, terwijl de opstijgende gitaren de spanning van de compositie almaar duizelingwekkender doen aanzwellen.
Ook in de brute hooks van rocker 'Falling Down' gaat weer alle eer en glorie naar het pak zich vrijelijk ontladend The Jesus Lizard-kabaal. Terwijl het hoogst energieke 'Dunning Kruger' op overdonderende wijze een staalkaart is van Denison's uitzonderlijk veelzijdige rockgitaarkunst. En nog zo'n met de vlam in de pijp hardrijdende rocker is Moto(R), een ongepolijst spuiende Yow mee in de regelrechte belegering van de chaos.
Verpletterend melodieus viermansgroepswerk serveren ze in 'Is That Your Hand?', waarin Yow tijdens zijn profetische crooning de nieuwste mantra "I'm forecasting stupid" mag ophangen.
In de zowel punk als jazzy aandoende zware explosie 'Swan the Dog' kruisen tenslotte voor het laatst de loodzware gitaren de degens, een song vol leven en afwisseling en met ook hier een onwelluidende Yow als uitdagendste janker van dienst.
'Rack' is kortom, hoe verbazend ook, toch maar de roemrijke terugkeer op plaat van een geniaal The Jesus Lizard. Technisch scheren de vrienden alle vier de top, nergens wordt het belegen, versleten, niks verrafeld, helemaal niets is er ingeboet aan intensiteit en rauwheid. Ze trakteren met dit onverkort sterk materiaal met een overweldigende herbeleving van de pure drive en chaos die ze in hun hoogdagen etaleerden met hun 'vijfde beatle' Steve Albini. Ook in 2024 blijven ze de compromisloze band die resoluut weigert om volwassen te worden. 'Rack' staat daarmee gelijk met van die frisse, zelfs met van de strakste, dampendste rock die er momenteel te krijgen is. Een fascinerend overwinningsalbum dat veel jonge honden hen nog niet rap zullen nadoen. In het jaar van Albini's overlijden, wat wil een mens dus nog meer als eerbetoon?
Line-up:
David Yow - zang
Duane Denison - gitaar
David Wm. Sims - bas
Mac McNeilly - drums
» details » naar bericht » reageer
