MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Muziek / Toplijsten en favorieten / 90 x 90's

zoeken in:
avatar van aERodynamIC
85. Madrugada - Industrial Silence (1999)

https://www.musicmeter.nl/images/cover/3000/3957.jpg




Donkere bands doen het altijd goed bij mij en Madrugada is daar geen uitzondering op. Tindersticks, Cave... noem maar op....
Deze band heb ik nooit missers horen maken en het is lastig kiezen welk album nu echt mijn favoriet is van ze.

west schreef:
Deze schitterende debuutplaat van de Noorse band Madrugada is een prachtige mengeling van rustige en wat steviger gitaarmuziek, mooie en soms (tegelijk) donkere muziek, de fraaie stem van Sivert Høyem en het geweldige gitaarwerk van Robert Burås. De productie is kraakhelder, waardoor er veel lagen en details te horen zijn in de muziek. Het songniveau is erg hoog, de plaat staat boordevol (ijzer-)sterke nummers, die ook onderling prettig afwisselend zijn.

De mooie opener Vocal wordt gevolgd door het steviger en erg sterke Beautyproof. Shine is simpelweg een heel mooi lied. Op het pittiger en donkerder Higher valt het uitstekende gitaarwerk op. De rest van de plaat is gevuld met eigenlijk alleen maar hele sterke songs. Buitengewoon zijn het oh zo mooie Strange Colour Blue en het fenomenale Norwegian Hammerworks Corp. Dit is kortom niet alleen een dijk van een debuutplaat, het is een meesterlijk muziekwerk.


Pietro schreef:
De eerste luisterbeurten van Industrial Silence waren voor mij niet minder dan een openbaring. Een jaar of tien geleden werd ik eens getipt door een vriend, die aangaf dat er een grote kans was dat ik deze muziek wel zou kunnen waarderen. Aangezien hij redelijk op de hoogte is van mijn muzikale voorkeuren, heb ik het album blind aangeschaft zonder eerder iets van Madrugada beluisterd te hebben . Ik heb er geen spijt van gekregen ?

Vocal is met zijn melancholische klanken al direct een enorme klapper. Hetzelfde geldt voor Strange Colour Blue, dat rustig start maar naar een enorm hoogtepunt toewerkt. Het bitterzoete This Old House is mijn persoonlijke favoriet, omdat de band hier ook wat strooit met andere invloeden zoals americana.

Industrial Silence staat vol met gevarieerd songmateriaal en bevat geen enkele minder nummer, vandaar dat ik niet anders kan dan de maximale score toe te kennen. Daarbij speelt ook mee dat ik vanaf het begin al erg gecharmeerd was van de zang van Sivert Hoyem. De algehele sfeer maakt dat ik het album het liefst opzet op een regenachtige herfstdag of een koude winterdag, om even helemaal te ontsnappen in de muziek. Daar is Madrugada, als een van de weinige artiesten, prima toe in staat: 5*.

avatar van aERodynamIC
86. Moby - Play (1999)

https://www.musicmeter.nl/images/cover/1000/1355.jpg?cb=1589830183




Een album waar ik nu niet echt meer naar luister, maar die in 1999 veel betekende. Het was echt de opmaat naar meer relaxte muziek. Of het nu electronic was of new acoustic movement. Onthaasten werd het toverwoord. Of was het gewoon ouder worden? Ik naderde de 30. Misschien ging dat ook een rol spelen.
Moby vormde een soundtrack van mijn toenmalige leven. Opvallend dat het nu nauwelijks nog impact heeft. Het hoort echt bij die tijd.

Sfeermaker schreef:
Dit is absoluut een van de beste albums in het Downtempo/Chillout genre. Ik kreeg deze destijds in 1999 van de Sint. Sindsdien vind ik Play alleen maar beter geworden. Er is veel afwisseling tussen de nummers, de volgorde van liedjes op het album is goed over nagedacht. Dat maakt Play een van de weinige albums die ik vrijwel altijd helemaal afluister van begin tot eind.

De stijl van Moby hier is lastig te omschrijven. Grotendeels is het Downtempo met het gebruik van samples en soms wordt een en ander aangedikt met piano en strijkers.

Soms komt er ineens een raar nummer binnenvallen zoals Machete, welke overigens wél erg goed gelukt is. Het ontpopt zich langzaam tot een gestrest en krankzinnig lied.

Honey is een van de meest vreemde nummers die ik ooit heb gehoord. Vooral vanwege de onlogische entrees in de maat van de instrumentatie, terwijl het gewoon vierkwartsmaat is. De samples in het nummer zijn ook uiterst lelijk. Oftewel: een interessant maar onaangenaam lied om naar te luisteren.

Ook Natural Blues is voorzien van een uiterst lelijke zang- sample, ware het niet dat dit nummer halverwege een prachtige climax heeft.

Waar Moby voor wat mij betreft het best in geslaagd is zijn de rustige nummers met piano, gitaar en strijkersondersteuning (met name nr. 3 & 4). Het contrast tussen de sfeer in deze twee nummers is toch heel groot. Porcelain straalt een soort warmte, tevredenheid en genot uit. Why Does My Heart Feel So Bad? is weer een uiterst droevig nummer. Bekijk de cartoon videoclip maar eens op het internet.

Highlights: Porcelain, Why Does My Heart Feel So Bad?, Rushing, Natural Blues & Machete.
Maar hier had ik er nog wel meer bij kunnen zetten.

Doet het altijd goed, een briljant album!


milesdavisjr schreef:
Destijds een aardig album met een aantal interessante songs. Van de week nog eens de revue laten passeren maar het zal iets met tijdsgeest te maken hebben. De plaat maakt maar weinig indruk meer. De zwakke zang van Hall op een aantal tracks viel mij toen niet eens zo op maar een genot is het niet. Dan de aankleding, die is nog steeds in orde, Hall had een aardig neusje voor het toevoegen van interessante arrangementen, of het nu blues betreft, oude gospel fragmenten of een soulvolle toevoeging, de beste man wist dat fraai te verweven met de elektronische omlijsting. Desalniettemin duurt het geheel te lang en is mijn interesse voor dergelijke muziek naar het nulpunt gezakt. Play was destijds 'hot', de plaat kwam op meerdere feestjes voorbij, zeker in de latere uurtjes maar het geheel trekt nu geruisloos aan mij voorbij zonder indruk te maken. Slecht is het allerminst, maar het album is niet meegegroeid met mij (of andersom), ergens onderweg tijdens de reis dat 'leven' heet ben ik het kwijtgeraakt en nooit gemist. Een vakantievriend waar je het moment mee deelt maar waarvan je ook weet dat het geen maat betreft in het dagelijkse leven en daar is niks mis mee. Beste nummer; Everloving zeker wanneer de song tegen het einde losbarst, een fraaie track.

avatar van MarkS73
[/quote]

Madrugada leerde ik destijds kennen door een concert uitgezonden door de VPRO. Toevallig viel ik er bij het eerste nummer in en direct de videorecorder ingeschakeld en het opgenomen. De dagen daarna telkens weer dat optreden afgespeeld, ik was zwaar onder de indruk, tot ik tijd had om de cd te kopen. Daarna eigenlijk altijd fan gebleven. Dit album vind ik nog steeds het hoogtepunt in hun oeuvre.

Play van Moby was zo'n album dat iedereen in die tijd scheen te bezitten. In het begin vond ik het best aardig, vooral Natural Blues vind ik nog steeds wel aardig maar op een gegeven moment was ik het spuugzat, je werd er overal mee doodgegooid. In cafés, clubs, winkels, bij vrienden, overal stond steeds die plaat op. Kan het nog steeds niet horen zonder een gevoel van een naderende depressie te krijgen:)

avatar van aERodynamIC
87. Sigur Rós - Ágætis Byrjun (1999)

https://www.musicmeter.nl/images/cover/1000/1920.jpg?cb=1562512992




Hoe leuk 1999 ook is.... in Nederland en de rest van de wereld kende bijna niemand dit album dat jaar. Pas een jaar later in 2000 kreeg het een wereldwijde release. Maar ach, laat ik dit album meenemen in deze jaren '90 lijst.
Prachtige videos vergezellen een aantal nummers en ik zeg soms wel eens dat dit misschien wel het mooiste album ooit gemaakt is.
Binnenkort ga ik ze weer live zien. Niet voor het eerst, maar nu wel met een orkest.... dat lijkt me hemels.

aERodynamIC schreef:
Het moet ergens eind 2000 geweest zijn dat ik dit album in mijn handen had. Sigur wie? Nooit van gehoord, maar ik vond het wel een bijzondere hoes. Een wat rare hoes ook: karton (toen nog niet zo heel erg veel voorkomend) en heel erg dun: het leek wel een cd-single (die weer wel veel op die manier werden uitgegeven ).
Toch maar eens luisteren in de winkel. Voordeel daarvan is natuurlijk dat dit per koptelefoon gebeurt en Intro was zo'n nummer waarvan ik dacht: hey, dit is bijzonder, dit mag verder gaan dan het intro alleen. Svefn-G-Englar was het eerste lange nummer waar ik dus echt op zou kunnen gaan beoordelen. En het was duidelijk: alleen het intro van dit nummer was al voldoende om dit album mee naar huis te nemen en thuis eens verder te gaan beluisteren.
En wat werkt dit nummer toch fantastisch als lokker voor dit album; ik werd compleet dit nummer binnen gezogen als het ware. Een sensatie die ik een paar jaar niet meer mee had gemaakt en daarbij was dit muziek zoals ik het helemaal niet kende. Dit was nieuw, werkte vervreemdend, maar wat was het sprookjesachtig mooi. Later zou ik hier de videoclip van gaan zien die het nummer alleen maar meerwaarde wist te geven en er voor zorgde dat ik voor de verandering wél eens enorm kon genieten van het fenomeen videoclip.
En toen gebeurde het: de impact van dit nummer was blijkbaar zo groot dat de rest van dit album net even te veel was op dat moment. Ik kon het even niet aan: het werd een grote brij en ik zag door de bomen het bos niet meer. Gevolg: het kwam hierna niet heel snel die kast meer uit. Miskoop? Nee, maar meer een geval van 'nu even niet'. Gelukkig duurde deze periode niet lang en ben ik eigenlijk nummer voor nummer gaan ontdekken en is het steeds meer één geheel gaan vormen.

Want eigenlijk is Starálfur zo'n enorm mooi vervolg op Svefn-G-Englar. Hoe prachtig de bombast van de strijkers en blazers tegenover het wat krakerige geluid van de gitaar. En dan die opbouw na ongeveer 4 minuten. Nog steeds komen er allerlei heerlijke gevoelens naar boven borrelen: kriebels in de maag. Zo moet verliefdheid in de vorm van muziek klinken. Prachtig.

Flugufrelsarinn klinkt hierna in eerste instantie als een soort koude douche. Het is allemaal ijselijker, het snijdt. Zo mooi is het leven niet altijd. Beheerst brengen de mannen dit nummer voor het voetlicht. Ný Batterí opent opmerkelijk met de blazers en is lang zo'n nummer geweest waar ik niet zo goed raad mee wist. Inmiddels is dat geen enkel probleem. Het zorgt in mijn oren juist voor wat spannende afwisseling.

Hjartað Hamast (Bamm Bamm Bamm) bewonder ik vanwege het gruizige geluid, zo kil zo ijselijk, zo afstandelijk en tegelijkertijd toch zo warm en hartverscheurend mooi.

Viðrar Vel Til Loftárása was vanaf het begin aan dan weer wel zo'n favoriet. Dit nummer sprong er gelijk uit. Ik heb ooit de vertaling van de tekst gelezen (voor zover dat kan natuurlijk) en dat sprak mij als niet-teksten-man ook aan. Ook hier zag ik later de bijbehorende clip. Het is denk ik nog nooit eerder voorgekomen dat een videoclip mij emotioneel wist te raken. Ik zat na afloop letterlijk met een brok in mijn keel. Alles aan deze clip klopt gewoon. Ik zal dit nooit onder woorden kunnen brengen, omdat woorden hier niet toereikend zijn, maar hier kan ik clip en nummer dus nooit meer los van elkaar zien en dat is geen nadeel. Het is juist een enorme versterking.
Het maakt niet uit of ik dit nummer voor de ik-weet-niet-hoeveelste-keer draai. Kippenvel is telkens weer het gevolg van beluistering naar één van de mooiste nummers ooit gemaakt en die ik heb kunnen beluisteren.

Olsen Olsen is ook een enorme favoriet geworden. Daar heeft dit nummer dan wel wat langer over gedaan dan het vorige, maar dat doet er niet toe. Het mooie basgeluid in combinatie met gitaar en later ook het symfonische werk, het zo op het eerste gehoor simpele deuntje dat na 4 en een halve minuut opgevoerd wordt, een climax krijgt en vervolgens vrij eenzaam eindigt.

Titeltrack Ágætis Byrjun heeft ook in een wat later stadium mijn erkenning gekregen. Maar ook hier zijn het weer de subtiele kleine toetertjes en belletjes die deze muziek zo sprookjesachtig maken, en dan heb ik het nog niet eens gehad over de zang van Jonsi. Mooi subtiel en lieflijk nummer...

Avalon zie ik nog steeds als een enorme boeman. Het rukt me als het ware wreed uit dit mooie sprookje dat voor mij eeuwig mag blijven duren. Het is de klap in je gezicht die je weer met beide benen terug op aarde brengt. Donker, duister: ieder sprookje kent zijn einde, zo ook deze of je nu wilt of niet.

Een en al lof voor dit album dus en terecht een hoge notering in mijn top 10. Een album dat best ook op 1 gezet zou kunnen worden, want misschien vind ik dit nog wel beter dan de nummer 1 die ik er nu op heb staan. Toch moet ik nog wat meer 'geschiedenis' opbouwen met deze cd zoals ik die net even wat langer heb met de nummers 1 en 2 uit die top 10. Voorlopig dus nog even een derde plaats.

En nog even voor alle duidelijkheid waarom ik dit album telkens in mijn lijstjes over het jaar 2000 zet: in juni 1999 kreeg dit album zijn release in IJsland en verder nergens. Europa volgde in augustus 2000 pas. In die tijd waren internetbestellingen (en beluisteringen) nog niet aan de orde van de dag en zijn er denk ik ook maar weinig mensen geweest die dit album al in 1999 ontdekt hebben. Op deze site hanteren we de allereerste releasedatum en zodoende blijft het dus mooi op 1999 staan, alleen niet in mijn persoonlijke lijstjes.

Zo, en hiermee heeft dit prachtalbum nu eens wat meer aandacht van mijn kant gekregen dan de tot nu toe eerder door mij geposte opmerkingen


arcade monkeys schreef:
Ik kan het u allen aanraden. Ga op een zonnige dag met aangename temperatuur naar een park in de buurt. Zoek daar een rustige plek op en leg je plat op de rug. Plaats dan vervolgens een koptelefoon op je oren waarvan beide oren perfect in werking zijn, zodat er geen geluiden van buitenaf meer kunnen binnensluipen. Laat dan Ágætis Byrjun afspelen. Dan gebeurt het. Magie. Vlagen van pure schoonheid. Je bevindt jezelf niet meer in dat park, nee, je zit in een andere wereld. Een wereld waarin enkel de adembenemde muziek telt, en de witte wolken die doorheen een blauwe zee golven.

Bij het beluisteren van dit album heb je twee opties. Ofwel is het een langgerekte geeuw en val je ervan in slaap, ofwel word je er volledig door meegezogen op weg naar hogere sferen. Ik bevind me gelukkig net als zovelen in die tweede categorie. Ik krijg onmiddellijk een krop in mijn keel als bij Staralfur alles even wegvalt en enkel een gitaar weerklinkt met de stem van Jonsi, gevolg door vuurwerk en machtige strijkers. Datzelfde gevoel komt vaker terug, als Jonsi met hoge engelenstem zingt in Ny Battery, als de intro wordt getokkeld in Olsen Olsen en als in datzelfde nummer vele stemmen meedeinen op een melodie die het ultieme zowat bereikt. Om kort te gaan, ik kan bijna niet anders dan 70 minuten lang met open mond naar dit werkstuk zitten luisteren. Enkel Flugufrelsarinn en Hjartað Hamast (Bamm Bamm Bamm) kunnen de magie niet bereiken, en zo kom ik bij 4,5* uit in plaats van bij 5*

Om af te sluiten zou ik Viðrar Vel Til Loftárása wat speciale aandacht willen geven. Het is mijn favoriet Sigur Ros nummer, en waarschijnlijk staat het in mijn top 30 qua favoriete nummers aller tijden. De piano begint koud, maar krijgt gaandeweg meer warmte mee. Dit is een nummer dat je alle ellende in de wereld doet vergeten. Viðrar Vel Til Loftárása is een nummer waar je volledig bij wegdroomt, ideaal voor koude fietstochten in het diepst van de nacht. Ik hou mijn ogen er zelden bij droog.

avatar van aERodynamIC
88. The White Stripes - The White Stripes (1999)

https://www.musicmeter.nl/images/cover/0/994.jpg?cb=1649461053




Behorend tot de betere White Stripes albums, voor zover je kunt spreken van mindere albums. Rauw en doeltreffend. Soms is er helemaal niet veel nodig om een album toch boeiend te laten zijn. Daar slaagde dit duo wel in.
Maar ook hier een beetje valsspelen, want dit album heb ik pas later ontdekt en niet in 1999.

aERodynamIC schreef:
Het debuut van The White Stripes ben ik ooit met terugwerkende kracht gaan beluisteren. White Blood Cells was mijn eerste kennismaking, vandaar.
Al bij opener Jimmy the Exploder kan ik niet stil blijven zitten. Lekker rauw, lekker Led Zep en gewoon onweerstaanbaar. Dat mijn boxen nog niet geexplodeerd zijn komt omdat ik toch wel rekening wil houden met mijn buren Het is mijn favoriete nummer van dit debuut.
Erg cool, rauw, rock en tegelijkertijd o zo funky vind ik Stop Breaking Down. Damn dit klinkt smerig maar tegelijkertijd swingt het alle kanten op en is het ongelooflijk goed aan te horen. Niks moeilijkdoenerij of elitair maar uiterst origineel (terwijl het dat in wezen ook niet echt is).

The Big Three Killed My Baby borduurt gewoon voort op de voorgangers en eigenlijk doen ze dat al heel wat albums lang. Dan is het toch knap te noemen dat het nooit gaat vervelen nietwaar. Althans: ik vind het nooit vervelen. Uitermate geschikt om lekker luchtgitaar op te spelen of je lijf in allerlei bochten te kronkelen om vooral maar mee te doen met de Stripes.

Suzy Lee krijgt een bluesy country tintje mee. Niet te veel waardoor het erg goed blijft passen bij de rest. Ondanks dat het qua instrumenten niet erg anders is dan de rest hoor je toch een compleet ander nummer en dat vind ik dus het knappe aan deze band en dat is ongetwijfeld ook de reden van hun grote succes.

Sugar Never Tasted So Good is wat akoestischer. Heel effectvol en uiterst meezingbaar.
Wasting My Time klinkt wat spannender en Jack White jankt er weer lekker op los. Het doet me heel erg denken aan de soundtracks behorende bij Tarantino-films. Hij zou het zo kunnen gebruiken.
Alle nummers op dit album zijn lekker kort en bondig en dat verleent ze hun kracht, zo ook Cannon. Geen tijd voor geleuter maar gewoon rocken. Heel puur allemaal.

Astro hakt en zaagt. Ruw en ongepolijst en toch een diamantje. Doe dat maar eens na!
En na al dat hakken en zagen kun je Broken Bricks als resultaat hebben. Maar dit nummer hakt zo mogelijk nog harder en is nog rauwer. Shake your ass and dance baby! Goudeerlijk en zonder opsmuk bewegen we nog geen 2 minuten in de rondte. En die bel? Tijd voor een rondje van de zaak misschien?
Neuh, want we gaan snel door met When I Hear My Name. Oh fuck: mijn naam? Moet ik dat rondje gaan betalen dan? Even zonder gekheid: ook dit nummer weet de juiste rauwe snaar te raken.

Op Do nemen ze wat gas terug. Ondanks dit feit blijft het allemaal zijn ruige karakter behouden. Een
ietwat onopvallend nummer in mijn oren, maar zeker niet verkeerd.
Een paar berichten hierboven hebben ze het al over het feit dat Screwdriver een geestige riff heeft. Of geestig de beste kwalificatie is weet ik niet, want geestig staat bij mij een beetje voor gek en ik vind dit niet gek. Ja TE gek misschien. Hoe dan ook wel een van de beste nummers op dit album.

One More Cup of Coffee (Valley Below) is weer wat rustiger en valt bij mij weer in die eerder genoemde Tarantino-categorie. Heerlijk bezwerend nummer wat erg sexy klinkt (in vreemd contrast met de titel uiteraard). Maar ik vind dit gewoon een heel geil nummer en ook dit beschouw ik als een persoonlijke favoriet. Yummmmmm.

Tsjak-boem-boem gaat ie weer voort op Little People maar dan net nog even spannender. Wat dat aan gaat is dit zeker geen plaat die aan het einde inkakt; het lijkt alleen maar beter te worden en dat terwijl we al bij nummer 14 zitten.

Slicker Drips is lekker jagend en weet je adrenaline-gehalte goed omhoog te krijgen. We zijn boos, heel boos, maar dan wel met een vette knipoog.

Het pianootje op St. James Infirmary maakt het nummer gelijk opvallend en o mijn God wat klinkt dit weer super. Ik blijf telkens versteld staan dat dit album zo op niveau weet te blijven en dat met zoveel nummers.
Aan het einde vechten we nog even met piranhas op I Fought Piranhas en ik kan daarna de conclusie trekken geen spijt te hebben van het teruggaan in de discografie van dit waanzinnige duo.


deric raven schreef:
Laat ik proberen om onbevooroordeeld naar het debuut van The White Stripes te luisteren, maar dat gaat mij gewoon niet lukken, daarvoor is de zang en het gitaarwerk van Jack White te typerend.
Zoals velen ben ik pas ingestapt nadat ik voor de eerste keer de geweldige single Seven Nation Army hoorde, maar heb vervolgens Jack White wel gevolgd.
Wat ik hoor is een jaren 60 klinkende opener; inclusief schreeuwerige zang; het drumwerk is simpel, maar de gitaar laat wel al de kwaliteiten van Jack White horen.
De sound is rauw, en het geheel komt bij mij over als een geslaagde demo, maar mij spreekt het meer gepolijste latere geluid net wat meer aan.
De meer Led Zeppelin getinte sound hoor ik jaren later terug in The Raconteurs, maar daar is het meer bewerkt.
Cannon heeft weer raakvlakken met Black Sabbath, net wat duisterder allemaal.
Het debuut is meer het maximaal benutten van de beschikbare middelen, en ik heb hierbij een beeld voor ogen waar Jack White in zijn handen klappend het ritme aangeeft welke Meg White moet volgen, want dat klinkt vooral hier nog heel amateuristisch.
Toch heeft het wel zijn charme, het verveeld geen minuut, en Jack White is natuurlijk een meesterlijke muzikant.

avatar van aERodynamIC
89. Tom Waits - Mule Variations (1999)

https://www.musicmeter.nl/images/cover/0/251.jpg




Tom Waits in de 70's, 80's, 90's of deze eeuw. Wat maakt het uit?! De man z'n muziek is tijdloos. Grandioos. Een genre op zichzelf dat elke decennium overstijgt.
Niet om op elk moment maar even op te zetten. Je moet het ondergaan en er diep induiken. Geweldig!

Slowgaze schreef:
Tom Waits – Mule Variations

Groot zijn in Japan, dat is voor zielige classic rockbands die maar niet weten te stoppen. Daar hoeft men niet te spelen op braderieën en zijn ze nog onverminderd populair. Opener “Big in Japan”, een onvervalste punkblues waarin net zoveel de geest van Captain Beefheart als die van de Ramones in doorklinkt, zet op dat gebied vraagtekens. Deed Tom Waits in 1999 er niet meer toe? Nee, onze brombeer is anno 2009, tien jaar later, nog steeds relevant. Zijn jarenlange ervaring zorgt er ook voor dat hij nu nóg doorleefder klinkt. Bluesmannen horen nu eenmaal oud te zijn.

Waits is zo’n artiest die op zichzelf staat, in de ogen van de criticus. Niet voor niets worden nieuwe artiesten met hem vergeleken en soms door hun rauwe stem voor imitator versleten worden. Dat is niet terecht. De oplettende luisteraar met enig historisch besef, ziet in dat Waits zelf ook de mosterd bij derden vandaan haalt. Het is namelijk zo dat het beroemde geluid van zijn platen op het Island-label, is ontstaan onder de invloed van de eerder al aangehaalde Captain Beefheart. Ook blueslegende Howlin’ Wolf en jazzgrootheid Louis Armstrong behoren tot de directe invloeden. Bebop, crooner-jazz, “backwoods blues”, gospel, hoempa, industriële noise en wat allemaal nog meer, het gaat er allemaal bij Tom in en komt er net zo buitenissig weer uit. Op dit album laat hij zich toch het meeste van zijn bluesy kant zien, terwijl hij soms ook behoorlijk rechttoe rechtaan rockt en af en toe nog best funky uitpakt ook.

Het is een kwestie van smaak, maar er zullen velen zijn die deze man het liefst op z’n excentriekste horen. Die komen maar deels aan hun trekken eigenlijk. “Cold Water” is echt een typisch drinklied, met prominente plek voor koebel. In het lang uitgesponnen “Get Behind the Mule” valt vooral op door de prominente rol van bluesharpist Charlie Musselwhite. De beatpoëet in Tom staat ook nog even op in “What’s He Building In There?”. Het is een subliem stuk gesproken woord, waarin de spanning bijna om te snijden is. De tekst intrigeert en de geluidseffecten ondersteunen het verhaal. Ook het zwaar percussieve “Eyeball Kid” behoort tot de meest aparte nummers op de plaat. Met dank aan meestergitarist Marc Ribot.

De gevoelige Waits is ook nadrukkelijk aanwezig. Hij is ouder en wijzer. Hij heeft nu de nodige extra levenservaring. De drank en drugs heeft hij inmiddels afgezworen, nu heeft hij de liefde ontdekt, zo lijkt het. “House Where Nobody Lives”, “Picture in a Frame” en “Take It With Me” durven zelfs schaamteloos sentimenteel te zijn, terwijl dat niet eens stoort. Je herkent het gelijk als Tom Waits en dat geeft wel aan hoeveel muzikale gebieden deze man in zijn carrière heeft verkend. In de twee laatst genoemde, jazzy nummers ontbreken de bebop-invloeden zelfs en laat Waits zien dat hij ooit als crooner is begonnen.

Ik stelde de vraag al: doet Waits er nog toe? Die vraag zou ik zelf willen beantwoorden met een retorische vraag: doet Bob Dylan er nog toe? Neil Young? Misschien slaat Waits geen nieuwe wegen in, maar wat hij doet, is van hoge kwaliteit. Held.


Zachary Glass schreef:
Toen m'n tante Simonne nog haar winkeltje had, kwam er iedere dinsdagmiddag een meneer Nys langs voor een borreltje.

Hij was een handelsreiziger, en stak altijd prachtige verhalen af: over losgeslagen huisvrouwen, dieven en allerhande tuig, ... Toen-ie hij alweer de weg koos met z'n Mercedes 190 zei m'n tante: "Niet geloven, hoor - hij verzint die verhalen waar je bijstaat".

Alsof me dat wat kon schelen! Zelfde laken en broek bij Tom Waits. Alle "waargebeurde" verhalen die hij opdist zijn pure bedriegerij. Maar daar hou ik best van - onbetrouwbare vertellers

Tom Waits: Zeg eens - wanneer je kijkt naar een saaie film, wordt die film beter wanneer iemand in je oor fluistert: "hey - dit is wél echt gebeurd"?

En Tom Waits kan prachtig verhaaltjes verzinnen. Ja - hij meet de mooiste verhalen verhaspelte muziek aan. Neem zo'n nummer als Big in Japan - wat is dat verdomme? Punkblues gespeeld door een oude blueszanger die een lading electroshocks achter de rug heeft?

Iedere keer luister ik met dezelfde spanning en verbazing naar What's He Building? Wàt een beklemmend paranoia-sfeertje

avatar van MarkS73
Mule Variations, met dit album begon mijn liefde voor de muziek van Tom Waits. Bone Machine kende ik wel maar door dit album kreeg ik pas echt een klik met zijn muziek. met terugwerkende kracht toen al zijn albums aangeschaft.

avatar van aERodynamIC
https://www.musicmeter.nl/album/1477]90. Travis - The Man Who (1999)

https://www.musicmeter.nl/images/cover/1000/1477.jpg?cb=1547995358




En dan de laatste van de 90x90: het album dat de new acoustic movement voor mij inluidde. Het werd rustiger, het mocht wat meer folk zijn. Daarnaast deed ook lounge z'n intrede. Hippe drankjes, lounge tentjes. Ik heb het allemaal wel meegemaakt. Maar dat was tijdelijk, muziek als die van Travis was van langere duur. Turin Brakes, Coldplay, Starsailor... het regende bandjes op dat vlak en ik hield ervan.

Toch zijn ook dat bands die me toen veel deden en nu eigenlijk niet echt meer.

Travis vormt de afsluiter van deze reeks. Of het aan het decennium ligt waardoor de sentimenten wat minder groot zijn?! Jullie wat minder met deze keuzes hadden? Geen idee. Minder intens dan de twee rijtjes in de jaren '80. Voor mij een hoop feest der herkenning in elk geval. Aan de andere decennia waag ik me even niet. De emoties daarbij zijn minder sterk. Hopelijk toch nog een beetje feest der herkenning voor sommigen en wie weet wagen andere users zich aan hun rij albums met welk uitgangspunt dan ook

Ronald5150 schreef:
Wat is "The Man Who" van Travis een prachtige gitaarpopplaat! Mooie gitaarlijnen, melancholische melodieën en dito zang. De muziek is sfeervol en over het algemeen dromerig. Je wordt er helemaal in meegezogen, het is bijna verslavend zo mooi. "Writing to Reach You" en "The Fear" zijn direct al prachtige liedjes aan het begin van "The Man Who". Ook de opbouw van "As You Are" is prachtig. Het nummer werkt langzaam toe aan die gave beheerste gitaareruptie aan het eind. Het echte hoogtepunt, en een van de mooiste nummers uit de jaren 90, is "Why Does It Always Rain on Me?". De akoestische gitaarlijn wordt mooi omlijnd door warme strijkers en dan de golvende zang eroverheen zorgt ervoor dat dit liedje zich tussen je oren nestelt en je niet meer los laat. Ik ben geen grote kenner van het Travis oeuvre, maar "The Man Who" vind ik een hele mooie meeslepende plaat. Heerlijk om naar te luisteren en op weg te dromen.


erwinz schreef:
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Travis - The Man Who, 20th Anniversary Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Travis - The Man Who, 20th Anniversary Edition
Travis maakte in 1999 een bescheiden klassieker, die twintig jaar na dato alleen maar aan kracht en schoonheid heeft gewonnen

Direct bij de eerste noten van The Man Who van Travis was ik verkocht. Dat is inmiddels alweer twintig jaar geleden en sindsdien heeft het album niets van zijn kracht verloren. Aan de hand van topproducer Nigel Godrich heeft de band het doorsnee geluid van haar debuut omgetoverd tot een geluid vol dynamiek en een geluid vol verschillende kleurschakeringen. The Man Who is bovendien een album waarop zonnestralen en donkere wolken hand in hand gaan, wat het album voorziet van een bijzondere sfeer. De reissue van het album is uiteraard voorzien van de nodige extra’s, maar alles draait natuurlijk om het nog steeds magische album van alweer twintig jaar geleden.

Dat de tijd vliegt is niet voor niets een gezegde. Afgelopen vrijdag verscheen een reissue van The Man Who van Travis en dit blijkt ter ere van alweer de twintigste verjaardag van het album.

Het tweede album van de Schotse band (het veel minder breed opgepikte debuut Good Feeling verscheen twee jaar eerder) was mijn eerste kennismaking met de muziek van de band uit Glasgow en sindsdien heb ik een enorm zwak voor de muziek van Travis.

De band maakte na The Man Who nog zes uitstekende albums, maar het inmiddels tot een klassieker uitgegroeide album dat deze maand al twintig jaar onder ons is, blijft voor mij met afstand het beste album van Travis.

The Man Who is een album waarop alles klopt en daar is twintig jaar na de oorspronkelijke releasedatum niets aan veranderd. Het album opent met de breed uitwaaiende gitaarlijnen die in de Britse gitaarmuziek al zo vaak wisten te verleiden, maar voegt direct melancholie toe. De combinatie van zonnestralen en melancholie bepaalt voor een belangrijk deel de kracht van The Man Who, maar natuurlijk is er meer dan een combinatie van pasteltinten en grijstinten.

The Man Who is een album dat aan de ene kracht strooit met perfecte gitaarsongs, maar het is ook een introspectief album waarop ingetogen en laid-back wordt gemusiceerd. Tegenover zonnig klinkende gitaarsongs als Driftwood en Why Does It Always Rain On Me? staan meer naar binnen gekeerde songs als The Fear en As You Are. Op The Man Who is overigens niets zoals het lijkt, want het buitengewoon zonnig klinkende Why Does It Always Rain On Me? is in tekstueel opzicht een stuk minder vrolijk.

De kracht van The Man Who schuilt voor een belangrijk deel in de fraaie combinatie van zon en wolken, maar ook de productie van het album heeft flink bijgedragen aan het uiteindelijke resultaat. Voor deze productie tekende de gelouterde producer Nigel Godrich, die een beetje Radiohead toevoegde aan de zorgeloze en stadionvriendelijke Britpop van het debuut van Travis.

Nigel Godrich heeft The Man Who voorzien van een wat bedwelmend geluid met hier en daar flink wat dynamiek. In As You Are hoor je tijdens de uitbarstingen bijna Radiohead, maar niet veel later breekt de zon door en maakt Travis het soort radiovriendelijke popliedjes dat Radiohead nooit zal maken. In het door Nigel Godrich gecreëerde geluid vloeien gitaren en synths steeds prachtig samen en vormen ze de perfecte basis voor de vrij ingetogen vocalen van zanger Fran Healy, die de songs op het album nog wat verder omhoog tilt.

Ik was in 1999 direct verliefd op The Man Who van Travis en die liefde is nooit meer verdwenen. Het album van 20 jaar geleden komt nog met enige regelmaat uit de kast en krijgt nu gezelschap van de luxe reissue die uiteraard flink wat extra tracks toevoegt (helaas alleen op de versie op cd). Ik geloof zelf nog steeds heilig in de magie van een compleet album, maar hoor absoluut tracks die niet hadden misstaan op The Man Who, dat nu bovendien op vinyl beschikbaar is (maar dan zonder de bonustracks). Oude liefde kan volgens mij wel degelijk roesten, maar de liefde voor het prachtalbum van Travis is bij mij de afgelopen twintig jaar alleen maar gegroeid. Erwin Zijleman


[url=https://postimages.org/[/url]

avatar van MarkS73
Dat was leuk om te volgen, vooral de overeenkomsten met mijn eigen smaak en favoriete albums van de jaren negentig zijn leuk om te zien. Zelfs nog een aantal dingen ontdekt die ik niet kende...

avatar van ArthurDZ
Was leuk om te volgen aERodynamIC, dank voor dit topic!

Toch wel nog even uit nieuwsgierigheid: welke loungeplaten luisterde je dan veel in die tijd (en komen nu de kast niet meer uit)?


avatar van Johnny Marr
Top gedaan man

avatar van aERodynamIC
ArthurDZ schreef:
Was leuk om te volgen aERodynamIC, dank voor dit topic!

Toch wel nog even uit nieuwsgierigheid: welke loungeplaten luisterde je dan veel in die tijd (en komen nu de kast niet meer uit)?

Diverse verzamelaars. Yonderboi luisterde ik ook echt veel. Kruder and Dorfmeister, Tosca, Dzhihan & Kamien. Dat werk.

Moet wel zeggen dat ik Yonderboi nog steeds graag hoor en die van Kruder & Dorfmeister ook, maar echt veel draaien doe ik ze niet meer (zelfs nu ik ze ook allemaal op vinyl heb niet echt).

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 05:47 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 05:47 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.