Hier kun je zien welke berichten aerobag als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Adult Jazz - Gist Is (2014)

2,5
1
geplaatst: 12 april 2020, 18:00 uur
Getipt in de supertiptopper. Deze tip heb ik met voorbedachten rade het langste uitgesteld. Tijdens de eerste luisterbeurt merkte ik dat hij niet zo bleef hangen, dus ik wilde hem nog wat meer tijd geven om te kijken of het kwartje zou vallen. Het kwartje is echter na meerdere luisterbeurten toch blijven steken.
Wat meteen opvalt is de een relaxte en organische sound die consistent aanwezig is gedurende het hele album. De leden van Adult Jazz zijn ook niet bang voor wat experimentatie, een ambitieuze fusie van gitaren en de elektronische tact van sport. In mijn hoofd komt de vergelijking met Animal Collective op, maar dan met meer traditionele instrumentatie en een rustiger tempo.
Er zijn echter een aantal elementen in het spel die essentieel zijn voor de manier waarop Adult Jazz dit album benadert, die voor mij niet werken. Om te beginnen ligt het algehele langzame tempo van het album mij niet zo. Er zijn meerdere langere stukken muziek waarbij elke gespeelde noot gepaard gaat met een halve seconde pauze, dat begint mij op den duur op de zenuwen te werken. Ten tweede vind ik de stem van leadzanger Harry Burgess niet zo interessant en iets te clean. Daarnaast mogen een groot deel van de liedjes van mij wat spannender zijn qua compositie. Het album neemt zijn tijd met de opbouw van de liedjes en sporadisch is er een creatieve uitspatting (vaak in de vorm van blazers), maar het blijft mij vaak wat te oppervlakkig. Afsluiter Bonedigger is bijvoorbeeld zo’n nummer wat meer voortkabbelt en niet echt ergens heen lijkt te gaan. Spook is overigens wel het grote voorbeeld dat ze wel degelijk sterke composities in de mars hebben. Aan de andere kant kent het album ook weer momenten waarop het juist heel rommelig overkomt, zoals de drum-escalatie en gitaargepingel van Donne Tongue.
Hoogtepunten: De catchy loopjes en instrumentatie van Am gone, De warme sound van Springfull, de ambient klanken en het einde van Pigeon Skulls, het verloop van Spook, het ritme en de zang op Idiot Mantra
Het is jammer dat de band mij niet weet te raken, ik bemerk wel dat ze namelijk durven te spelen met composities en iets uniek proberen neer te zetten. Normaal waardeer ik het, nu komt het helaas niet over, waarbij vooral het langzame tempo een struikelblok is voor mij. Ik kan me overigens wel heel goed voorstellen dat iemand hier erg van kan genieten. Als nog zeer bedankt voor de tip stoepkrijt!
Wat meteen opvalt is de een relaxte en organische sound die consistent aanwezig is gedurende het hele album. De leden van Adult Jazz zijn ook niet bang voor wat experimentatie, een ambitieuze fusie van gitaren en de elektronische tact van sport. In mijn hoofd komt de vergelijking met Animal Collective op, maar dan met meer traditionele instrumentatie en een rustiger tempo.
Er zijn echter een aantal elementen in het spel die essentieel zijn voor de manier waarop Adult Jazz dit album benadert, die voor mij niet werken. Om te beginnen ligt het algehele langzame tempo van het album mij niet zo. Er zijn meerdere langere stukken muziek waarbij elke gespeelde noot gepaard gaat met een halve seconde pauze, dat begint mij op den duur op de zenuwen te werken. Ten tweede vind ik de stem van leadzanger Harry Burgess niet zo interessant en iets te clean. Daarnaast mogen een groot deel van de liedjes van mij wat spannender zijn qua compositie. Het album neemt zijn tijd met de opbouw van de liedjes en sporadisch is er een creatieve uitspatting (vaak in de vorm van blazers), maar het blijft mij vaak wat te oppervlakkig. Afsluiter Bonedigger is bijvoorbeeld zo’n nummer wat meer voortkabbelt en niet echt ergens heen lijkt te gaan. Spook is overigens wel het grote voorbeeld dat ze wel degelijk sterke composities in de mars hebben. Aan de andere kant kent het album ook weer momenten waarop het juist heel rommelig overkomt, zoals de drum-escalatie en gitaargepingel van Donne Tongue.
Hoogtepunten: De catchy loopjes en instrumentatie van Am gone, De warme sound van Springfull, de ambient klanken en het einde van Pigeon Skulls, het verloop van Spook, het ritme en de zang op Idiot Mantra
Het is jammer dat de band mij niet weet te raken, ik bemerk wel dat ze namelijk durven te spelen met composities en iets uniek proberen neer te zetten. Normaal waardeer ik het, nu komt het helaas niet over, waarbij vooral het langzame tempo een struikelblok is voor mij. Ik kan me overigens wel heel goed voorstellen dat iemand hier erg van kan genieten. Als nog zeer bedankt voor de tip stoepkrijt!
Aksak Maboul - Figures (2020)

4,0
0
geplaatst: 15 november 2020, 00:08 uur
40 jaar heeft de Belgische Marc Hollander zijn project Aksak Maboul in de vriezer gelegd, voordat hij het in 2020 eindelijk weer tijd vond om het geheel te ontdooien. Tussentijd nog wel wat opgepoetst archiefwerk de wereld in geslingerd, maar nu dus echt origineel werk van deze man die in de late 70's in samenwerkingen met vooruitstrevende rock groep Henry Cow frontrunners van de Rock In Opposition beweging waren.
Kort samengevat voor de jonkies onder ons (zoals ikzelf) die niet direct klaar hebben liggen wat Rock in Opposition inhield: Een samenwerking/samenscholing van bands die niet onder één genre te vangen zijn, maar overeenstemming vonden in radicale, avant-garde invalshoeken als het op muziek aankomt. De beweging was zowel een opstand tegen clichématige rockstructuren als tegen de muziekindustrie die maar niet warm leken te draaien voor hun creatieve escapades
Hollander heeft in de tussentijd zijn eigen label opgericht en banden gelegd met Véronique Vincent, die de Franstalige zang op dit album grotendeels verzorgd. En naar goed resultaat mag ik wel zeggen, Veronique steelt hier af en toe de show. De muziek is echter ook een absolute blikvanger. 40 jaar later een stuk minder rock, maar een stuk meer focus op elektronische kunstjes. Progressieve Pop met tweemaal een hoofdletter P. Ik krijg sterke Stereolab vibes bij dit album (en niet alleen door door de Franse vocalen), maar alles is net wat chaotischer.
En dan de details op dit album, och de details. Het is een vrij lang album, maar het is zo'n rariteitenkabinet aan soms weer onnavolgbaar gepingel en dan weer wenkbrauw fronsende melodieën, dat het je steeds weer het album in weet te slepen als ze je kwijt dreigen te raken. Het is net een luchtkasteel waar je door heen struint, met verborgen gangetjes en geheimen kruipruimtes en waar achter elke deur weer een onverwachts luisterspel wacht.
Laat ik het zo zeggen, het is niet iets wat je dagelijks hoort, de opposition leeft voort
Kort samengevat voor de jonkies onder ons (zoals ikzelf) die niet direct klaar hebben liggen wat Rock in Opposition inhield: Een samenwerking/samenscholing van bands die niet onder één genre te vangen zijn, maar overeenstemming vonden in radicale, avant-garde invalshoeken als het op muziek aankomt. De beweging was zowel een opstand tegen clichématige rockstructuren als tegen de muziekindustrie die maar niet warm leken te draaien voor hun creatieve escapades
Hollander heeft in de tussentijd zijn eigen label opgericht en banden gelegd met Véronique Vincent, die de Franstalige zang op dit album grotendeels verzorgd. En naar goed resultaat mag ik wel zeggen, Veronique steelt hier af en toe de show. De muziek is echter ook een absolute blikvanger. 40 jaar later een stuk minder rock, maar een stuk meer focus op elektronische kunstjes. Progressieve Pop met tweemaal een hoofdletter P. Ik krijg sterke Stereolab vibes bij dit album (en niet alleen door door de Franse vocalen), maar alles is net wat chaotischer.
En dan de details op dit album, och de details. Het is een vrij lang album, maar het is zo'n rariteitenkabinet aan soms weer onnavolgbaar gepingel en dan weer wenkbrauw fronsende melodieën, dat het je steeds weer het album in weet te slepen als ze je kwijt dreigen te raken. Het is net een luchtkasteel waar je door heen struint, met verborgen gangetjes en geheimen kruipruimtes en waar achter elke deur weer een onverwachts luisterspel wacht.
Laat ik het zo zeggen, het is niet iets wat je dagelijks hoort, de opposition leeft voort
Albert Ayler Trio - Spiritual Unity (1965)

4,5
5
geplaatst: 7 mei 2020, 17:11 uur
Voordat Niels94 mij dit album tipte in de Super-Tiptopper, had ik hem zo’n 10 jaar geleden denk ik wel eens gehoord. Vermoedelijk had ik hem uit een toplijstje ergens opgedoken, het eerste nummer gedraaid en gedacht: ‘Wacht even, dit klinkt dit niet als A Love Supreme’. Om vervolgens mijn kop weer in het zand te steken wat Free Jazz betreft. Nu 10 jaar later ben ik nog absoluut geen jazz-connaisseur, maar wel een immer groeiend liefhebber. Een interessante tip dus en tevens een confrontatie met mijzelf, om te kijken hoe het album mij nu gaat bevallen.
Wat ik wel weet, is dat dit een mijlpaal is gebleken voor de vermeende vormen waar Jazz in gegoten kan worden. Zoals dit artikel mooi schrijft: Het was niet de eerste Free Jazz plaat, het was ook niet de meest radicale, maar het is wel de blauwdruk geworden.
Wat ook opvalt is dat het album nogal wat stof doet opwaaien bij voor- en tegenstanders. Kijk maar eens hier op MusicMeter, bij de comments van Spiritual Unity. Van ‘Ayler lijkt hier zijn zoektocht naar spirituele eenheid met zijn spelers te hebben voltooid’ tot ‘Muziek voor Pseudo-intellectuelen die ernstige hersenbeschadiging opgelopen hebben’.
Albert Ayler, Bassist Gary Peacock en percussionist Sunny Murray lijken zich op dit album in een grenzeloze creatieve vrijheid voort te bewegen. De rauwe saxofoon van Ayler blijft de drijfveer. Daar staat tegenover dat Peacock en Murray niet alleen de gezette sfeer van Ayler volgen, maar gelijktijdig creëren zij op hun beurt een persoonlijke diepgang die groeit en weer krimpt, zonder de samenhang van de driehoeksverhouding teniet te doen. Deze dynamiek is vooral goed te horen op ‘The Wizard’, waarin Ayler de vibrato van zijn sax tot de uiterste max blaast, maar beide metgezellen natuurlijk en krachtig in de flow meebewegen.
Al de eerste tonen van Ghosts: First Variation zijn eigenlijk zowel fascinerend als humoristisch. Ayler zet zijn Tenorsaxofoon eens goed aan de lippen en tovert allereerst een eenvoudig -haast kinderlijke- melodie tevoorschijn. Na 30 seconden verschijnen de eerst ongeregeldheden al ten tonele, in de vorm van opzettelijk schelle sax tonen. Vervolgens breekt de dam helemaal en worden we overspoeld door een kakofonie van onorthodoxe percussies en melodieën. Als een overambitieuze automonteur sleutelt Ayler de elementen van jazz uit elkaar en bouwt ze naar eigen visie weer op. Als toeschouwer van dit intense schouwspel krab je je toch wel even achter de oren, maar het is te intrigerend om niet te blijven luisteren. Een geniale touch is dat, tegen het einde van dit nummer, Ayler de cleane sax melodie van het begin weer laat opwellen, alsof tijdens de tussenliggende 5 minuten niets abnormaals plaats gevonden heeft.
Spiritual Unity is een intense luisterbeurt, want het album kent weinig houvast van enig traditioneel ritme. De saxofoon van Ayler is tijdens sommige passages de enige reddingsboei om wat orde te scheppen, maar is tevens een onbetrouwbare verteller. Hoogtepunt, naast het daverende samenspel, is ook de bovenmatig gelaagde bass-performance van Peacock. Het album flowt in een vorm van absolute vrijheid, wat maakt dat dit een absolute stand-out is onder zijn tijdgenoten.
Wat ik wel weet, is dat dit een mijlpaal is gebleken voor de vermeende vormen waar Jazz in gegoten kan worden. Zoals dit artikel mooi schrijft: Het was niet de eerste Free Jazz plaat, het was ook niet de meest radicale, maar het is wel de blauwdruk geworden.
Wat ook opvalt is dat het album nogal wat stof doet opwaaien bij voor- en tegenstanders. Kijk maar eens hier op MusicMeter, bij de comments van Spiritual Unity. Van ‘Ayler lijkt hier zijn zoektocht naar spirituele eenheid met zijn spelers te hebben voltooid’ tot ‘Muziek voor Pseudo-intellectuelen die ernstige hersenbeschadiging opgelopen hebben’.
Albert Ayler, Bassist Gary Peacock en percussionist Sunny Murray lijken zich op dit album in een grenzeloze creatieve vrijheid voort te bewegen. De rauwe saxofoon van Ayler blijft de drijfveer. Daar staat tegenover dat Peacock en Murray niet alleen de gezette sfeer van Ayler volgen, maar gelijktijdig creëren zij op hun beurt een persoonlijke diepgang die groeit en weer krimpt, zonder de samenhang van de driehoeksverhouding teniet te doen. Deze dynamiek is vooral goed te horen op ‘The Wizard’, waarin Ayler de vibrato van zijn sax tot de uiterste max blaast, maar beide metgezellen natuurlijk en krachtig in de flow meebewegen.
Al de eerste tonen van Ghosts: First Variation zijn eigenlijk zowel fascinerend als humoristisch. Ayler zet zijn Tenorsaxofoon eens goed aan de lippen en tovert allereerst een eenvoudig -haast kinderlijke- melodie tevoorschijn. Na 30 seconden verschijnen de eerst ongeregeldheden al ten tonele, in de vorm van opzettelijk schelle sax tonen. Vervolgens breekt de dam helemaal en worden we overspoeld door een kakofonie van onorthodoxe percussies en melodieën. Als een overambitieuze automonteur sleutelt Ayler de elementen van jazz uit elkaar en bouwt ze naar eigen visie weer op. Als toeschouwer van dit intense schouwspel krab je je toch wel even achter de oren, maar het is te intrigerend om niet te blijven luisteren. Een geniale touch is dat, tegen het einde van dit nummer, Ayler de cleane sax melodie van het begin weer laat opwellen, alsof tijdens de tussenliggende 5 minuten niets abnormaals plaats gevonden heeft.
Spiritual Unity is een intense luisterbeurt, want het album kent weinig houvast van enig traditioneel ritme. De saxofoon van Ayler is tijdens sommige passages de enige reddingsboei om wat orde te scheppen, maar is tevens een onbetrouwbare verteller. Hoogtepunt, naast het daverende samenspel, is ook de bovenmatig gelaagde bass-performance van Peacock. Het album flowt in een vorm van absolute vrijheid, wat maakt dat dit een absolute stand-out is onder zijn tijdgenoten.
Ann Peebles - I Can't Stand the Rain (1974)

3,0
0
geplaatst: 17 mei 2020, 16:03 uur
Ik heb een moeizame relatie met de Soul uit de zuidelijke Amerikaanse regionen. Ik heb altijd meer kunnen genieten van de meer up-tempo, jazzy/funky tijdsgenoten. Southern Soul grootheden Aretha Franklin, Al Green, Etta James… zij hebben zichzelf nooit op diezelfde manier een weg naar mijn muzikale hart weten te banen als een Nina Simone, Stevie Wonder of Gil Scott-Heron.
Daarom was ik zeer benieuwd naar dit album van Ann Peebles. Ik heb deze artiest op dit forum veelvuldig aangeprezen zien worden door users die er naar mijns inziens verstand van hebben. Helaas gaat Ann voor mij de Southern Soul ban ook niet breken. De zang is sterk en absoluut soulful, daar wil ik geen afbreuk aan doen. Het is vooral het instrumentale aspect van dit album dat mij niet weet te overtuigen. De muziek weet me niet te doen opveren, maar weet mij ook niet een emotionele leverstoot te bezorgen.
The title track en opener pakt wel gelijk, maar op het moment dat ik in de groove kom, is het nummer alweer afgelopen. Overigens hadden de meeste nummers op dit album van meer bewegingsruimte mogen genieten, ipv de formalistische structuren die de nummers nu beperken. Het album kent naar mijn smaak ook net iets teveel ballads waar geen vaart in zit en die ook niet de juiste emotionele snaren weten te raken bij mij (o.a. A Love Vibration, Hangin’ On).
Wat ik wel hoor is een consistent verzameling nummers met een heerlijke warme, omvangrijke stem. De kenmerkende vertraagde sound van Southern Soul zal voor mij echter altijd een struikelblok blijven. De context van het album, Een 24 jarige Ann met een gospel achtergrond die zingt met de ervaring van een 60-jarige, kan ik wel erg waarderen. Maarja, ik kan ook met mijn eigen luisterervaring niet twisten. Ik mis toch de Funk of een hartverscheurende uithaal. Voor nu een stevige 6.
Favoriete nummers: I'm Gonna Tear Your Playhouse Down, If We Can't Trust Each Other, I Can't Stand the Rain
Daarom was ik zeer benieuwd naar dit album van Ann Peebles. Ik heb deze artiest op dit forum veelvuldig aangeprezen zien worden door users die er naar mijns inziens verstand van hebben. Helaas gaat Ann voor mij de Southern Soul ban ook niet breken. De zang is sterk en absoluut soulful, daar wil ik geen afbreuk aan doen. Het is vooral het instrumentale aspect van dit album dat mij niet weet te overtuigen. De muziek weet me niet te doen opveren, maar weet mij ook niet een emotionele leverstoot te bezorgen.
The title track en opener pakt wel gelijk, maar op het moment dat ik in de groove kom, is het nummer alweer afgelopen. Overigens hadden de meeste nummers op dit album van meer bewegingsruimte mogen genieten, ipv de formalistische structuren die de nummers nu beperken. Het album kent naar mijn smaak ook net iets teveel ballads waar geen vaart in zit en die ook niet de juiste emotionele snaren weten te raken bij mij (o.a. A Love Vibration, Hangin’ On).
Wat ik wel hoor is een consistent verzameling nummers met een heerlijke warme, omvangrijke stem. De kenmerkende vertraagde sound van Southern Soul zal voor mij echter altijd een struikelblok blijven. De context van het album, Een 24 jarige Ann met een gospel achtergrond die zingt met de ervaring van een 60-jarige, kan ik wel erg waarderen. Maarja, ik kan ook met mijn eigen luisterervaring niet twisten. Ik mis toch de Funk of een hartverscheurende uithaal. Voor nu een stevige 6.
Favoriete nummers: I'm Gonna Tear Your Playhouse Down, If We Can't Trust Each Other, I Can't Stand the Rain
