MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten aerobag als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Tame Impala - The Slow Rush (2020)

poster
2,0
Tame Impala is een band die ik een zeer warm hart toe draag. Een band die perfect een neo-psychedelica sound kon omvatten en er een populaire en moderne spin aan kon geven zonder inhoud te verliezen. Lonerism zal voor mij altijd een van dé albums van de 10’s blijven, maar het meer poppy ‘Currents’ kan ik ook zeker waarderen. Dat de Impala’s besloten om de wegen ingeslagen op Currents te blijven volgen, vind ik op papier dus helemaal geen slechte keuze.

Het is een bekwaam geproduceerd en opgepoetst totaalplaatje, maar voor de hoeveelheid grooves die de Australiërs op de luisteraar afvuurt, zit er wel verdraaid weinig soul in. Kevin Parker en co lijken gedurende bijna het gehele album op standje cruise control te staan. De psychedelische sound hebben ze uiteraard wel onder de knie, maar van een paar geniale uitstapjes gedurende de speellengte van een track is geen sprake meer. Het gaat van punt A naar punt B in een rechte lijn, klein hobbeltje in de vorm van een repeterende synthesizer en wat onnodig bombast hier en daar… daarmee mogen we het doen. Met Posthumous Forgiveness durven ze nog meer buiten het voorgeschreven boekje te treden, maar dan kent het nummer ineens een onsubtiele overgang naar een tweede fase die qua compositie dusdanig weinig overeenkomt met het eerste deel dat het net zo goed een nieuw nummer kan zijn. Om over het structurele rotzooitje wat One More Hour heet maar te zwijgen. Terugluisterend naar nummers zoals ‘Keep on Lying’ en ‘Mind Misschief’, met meerdere lagen en vloeiende overgangen, kan ik niet anders dan concluderen dat de mannen het zich er wel erg gemakkelijk vanaf hebben gebracht.

Bordeline, It Might Be Time, Lost in Yesterday zijn singles die zo in hun live assortiment passen en de zaal absoluut in beweging gaan krijgen. Maar Tame Impala is voor mij ook altijd een band van de deepcuts geweest, de niet-single tracks die stiekem zeer kwalitatief zijn. Helaas behoort het gros van de niet-singles van het album naar mijn mening tot de mindere garde. Tomorrow’s Dust, Instant Destiny, On Track, Is it True, soortgelijke nummers die maar wat voortkabbelen met ongeïnspireerde ritmes en niet uitdagende zang. Ondertussen vormen deze tracks wel een groot deel van de body van het album.

Het is natuurlijk niet per definitie een kwade zaak als een band ervoor kiest om wat minder grensverleggend bezig te zijn en meer te focussen op een exploratie van een bestaande sound. De funderingen van synthesizers en disco-ritmes zijn zeer gepolijst, maar te vaak gaan nummers nergens heen of worden juist geteisterd door onlogische overgangen. Helaas kon ik daardoor uit dit nieuwe album van Tame Impala niet veel halen.

Tangerine Dream - Alpha Centauri (1971)

poster
3,0
The Wire wijdde afgelopen maand maar liefst 10 pagina's aan Tangerine Dream en alhoewel ik hun meest bejubelde werk ken, werd ik door de special genoeg geprikkeld om meer albums te gaan bezoeken.

Apha Centauri is, zoals door users hier boven ook beschreven, het tweede album van de groep maar de eerste van zijn soort. De pionier van het majestueuze Space Ambient. Tangerine Dream stapt in een onontdekt territorium en alhoewel nog duidelijk zoekende, weten ze toch al een grootse ambiance op te werpen. De titeltrack is een mooi exploratie van de sound, waarbij er halsreikend gezocht wordt naar de focus.

Het nummer Fly and Collision of Coma Sola is een mooie introductie in alles wat nog ging komen. Het nummer symboliseert voor mij de nieuwe richting van Tangerine Dream. De spacey ruimtelijke effecten van het intro zijn de kosmos die Edgar Froese roepen, de escalerende drums tegen het einde de raket 'TD' die gelanceerd wordt voor de komende jaren aan ruimtevaart. Het is een van mijn favoriete nummers in hun oeuvre.

Het fluitwerk van Udo Dennebourg verdient nog wel een speciale benoeming. Ik wil niet beweren dat het op gelijk niveau is met shitty flute is, maar het is ook verre van de beste fluit-solo allertijden. Wat Gerards Dream ook beschrijft, het krijgt mijn lachspieren ook wat in beweging.

Al met al een heerlijke, doch wat ongefocuste start van het space ambient genre

Tangerine Dream - Atem (1973)

poster
3,5
Atem opent met een element wat op het vorige album totaal afwezig was: Een ritme. Een behoorlijk nadrukkelijk ritme zelfs, tribale klankmaten op militaire drums worden verstrengeld met de repeterende motieven van de Mellotron. Inderdaad dames en heren, dezelfde Mellotron die in de nabije toekomst de sound van Tangerine Dream gaat bepalen. Na 6 minuten bereiken de drums hun climax en staan we er weer alleen voor. Het nummer ontaardt zich in de ruimtelijke muzieklandschappen die we kennen van Zeit. Het is een teder, langzaam evoluerend geluid

Ik zeg bewust evolueert, want dat zijn de beelden die dit album bij mij oproepen. Een big bang, gevolgd door een expansie van materie. Daarna volgt een langzame celdelingen die zich op Fauni Geni schichtig doch gestaag doorontwikkeld tot levendige complexen van flora en fauna. De composities krijgen steeds meer vorm, zoals ook dit nieuw ontwikkelde klimaat meer vorm krijgt. De dauw is nog maar net weggetrokken terwijl de tropische planten zich ontvouwen en kleurrijke vogels neerdalen op hun nesten.

Circulation of Events kent een prikkelende spanningsboog en is daarmee indringender. Wordt menselijke dreiging geïntroduceerd in ons paradijselijke utopia? Wahn is bij vlagen een muzikale terugkoppeling naar het eerst nummer, maar de multi-vocale schreeuwerige stemmen verzorgen een manisch luisterspel. De nieuwe bewoners lijken in strijd met elkaar verwikkeld, totdat in de laatste minuten het paradijs weer in balans lijkt te raken. Blijkbaar hebben de stemmen de verschillen geaccepteerd, of hebben ze elkaar uitgeroeid.

Atem is uit een ander hout gesneden dan Zeit, maar is nog steeds intrigerend en cinematisch. De (relatief) korte uitbarstingen van experimentatie sieren dit album en maken een luisterbeurt zeer de moeite waard.

Tangerine Dream - Zeit (1972)

poster
4,5
Het derde album van TD is misschien wel hun meest gewaagde. De voorganger Alpha Centauri was vooruitstrevend, maar nog zoekende. Waar de spacey sound effecten van Alpha Centauri nog wat gimmicky waren, is Zeit een uitgesponnen kosmisch avontuur die beelden oproept van sterrenregens, passerende satellieten en misschien zelfs ontmoetingen met het buitenaardse. Het is niet te omvatten, het zweeft daar rond in de ruimte en als luisteraar kun je alleen maar mee laten voeren door de gravitational pull van Froese en consorten.

Zeit heeft zich volledig ontdaan van elke vorm van ritme. Bedwelmende, dronende tonen veranderen steeds van vorm en bieden weinig houvast. In de diepte vormt zich af toe een opwellend synthesizer-melodie die de luisteraar nog enige herkenning geeft. Deze melodieën lossen weer op zodra ze voorbijkomen. Het proces van tot stand komen en desintegreren gaat het hele album door. Alhoewel het een gevoel van stuurloosheid oproept, wordt het nooit duister of sinister, het zorgt juist voor magistrale verwondering.

Tijdens mijn eerste luisterbeurten ben ik mij er niet eens bewust van dat het, naast synthesizers, vooral cello’s en orgels zijn, die op een eigenzinnige wijze toegepast worden zodat ze deze bovenaardse ambiance kunnen schetsen. De release van dit album in ’72 maakt het geheel voor mij nog imposanter.

Uit de geweldige verhalen van users hier, lees ik in geuren en kleuren soortgelijke ervaringen met het album. Ook ik kan mijzelf even compleet onderdompelen in dit album. De 4 verschillende passages zijn in evenwicht en bieden zo een grandioos en ademend geheel. Voor dit album kan ik enkel een diepe buiging maken.

The Avalanches - We Will Always Love You (2020)

poster
3,0
The Avalanches verschijnen weer ten tonele en dit maal hebben we geen 16 jaar hoeven te wachten. Een overbrugbare 4 jaar na de goedgemutste en kleurrijke gekte van Wildflower mogen we een nieuwe creatie in de armen sluiten. Op We Will Always Love You slaan de Australische sample-keizers een andere weg in dan we van ze gewend zijn. Een stevige nadruk wordt gelegd op dromerige en spacey ambiences, waarbij de gekozen art work van de singles een goede afspiegeling is van de gekozen stijl; nachtelijke taferelen gevuld met wazige neonlichten. Op hun nieuwste album maken ze ook weer gebruik van een sterrencast waar je u tegen mag zeggen. Leest u even mee? Zo zijn er o.a. te vinden:

Gelauwerde namen uit de indie scene (Kurt Vile, Karen O, MGMT, Rivers Cuomo)
Opkomende en gevestigde hiphop sterren (Pink Siifu, Denzel Curry, Sampa The Great, Neneh Cherry)
Een touch of soul (Leon Bridges, Blood Orange, Sananda Maitreya)
Oude rotten met rock roots (Perry Farrell - Jane's Addiction, Johnny Marr -The Smiths, Mick Jones - The Clash)
Een paar verrassingen ('70 folk-mama Vashti Bunya, Japanse psychedelische pop artiest Cornelius)
en triphop-veteraan Tricky en innovatieve DJ/Producer Jamie xx mogen ook niet ongenoemd gaan.

En dat zijn nog maar de artiesten die daadwerkelijk genoemd worden in de features, zo heeft Wayne Coyne van Flaming Lips fame ook een ongenoemde bijdrage geleverd. Het sample-werk put ook weer uit de nodige grootheden. Wat dacht je van een Steve Reich sample op Born To Lose? Of Alan Parsons Project op interstellar love? Of het korte, maar krachtige eerbetoon aan Purple Mountains?

Wie echter een project a la Gorillaz verwacht, waarbij de nummers om de features heen gebouwd zijn en de artiesten de kans krijgen om hun eigen stempel op het album te drukken, komt bedrogen uit. De bijdrage van de features, vaak bestaande vaak uit korte vocale melodieën die worden verweven met de ambiance van het album, zijn ondergeschikt aan het totaalplaatje beoogd door de Australiërs. Het album kent daarmee ook een zeer consistente vibe, de vibe van een nachtelijk relaxed strandfeest onder een sterrenhemel.

Toch kijk ik ook wat bedenkelijk naar de aanwezigheid van sommige gastartiesten die, ondanks hun eigen status binnen de muziekcultuur, een vrij onkarakteristieke en daarmee ook anonieme bijdrage leveren. Het grootste deel van de features zou vervangen kunnen worden door onbekende namen en het effect was waarschijnlijk hetzelfde geweest. De vraag rest dan bij mij hoe het album had kunnen klinken als de sterrencast wat meer artistieke vrijheid had gekregen.

De kwaliteit druipt er op sommige momenten weer van af. Het nummer We Will Always Love You is een treffend voorbeeld van de ruimtelijke nieuwe stijl en de rode draad van het album, terwijl Divine Chord, Music Makes Me High en Born To Lose een samensmelting zijn van de nieuwe vibes en de karakteristieke, wonderlijke plunderphonics sound waarmee ze bekend geworden zijn. Niet geheel toevallig zijn dit ook gelijk mijn persoonlijke hoogtepunten op het album. Een andere favoriet is Take Care in Your Dreaming, een van de nummers waar de features van Sampa The Great en Denzel Curry wél een memorabele indruk achter laten.

ik heb niets anders dan bewondering voor een groep die een nieuwe richting inslaat, toch spreekt de productie van dit album mij een stuk minder aan. Ze hadden van mij geen kopie hoeven te maken van hun eerdere werk, maar het gecoördineerde blik aan sample-chaos wat ze eerder voor ons opentrokken, was juist wat de groep voor mij onderscheidend en superb maakte. In de breedte voelt dit album een stuk veiliger en minder uitdagend dan hun voorgaande werk. Absoluut geen slecht album, maar in combinatie met onaangeroerde potentieel wat schuil gaat in dit album, weet het mijn honger niet volledig te stillen.

Ik sluit overigens niet uit dat dit album een groeier kan blijken te zijn.

Tim Buckley - Goodbye and Hello (1967)

poster
4,0
Ik kende de muziek van de beste man nog niet, maar het album prikkelde mij meteen. Ik ben gelijk in de rest van de discografie gedoken en heb achtereenvolgend Happy Sad tot en met Starsailor beluisterd. Buckley heeft behoorlijk wat in zijn mars en verwierp ons aan een gevarieerd smakenpalet van folk met elementen van psychedelica, rock en jazz. Daarnaast deed hij iets waardoor je mij direct enthousiast krijgt: Hij was niet bang om te experimenteren. Nog belangrijker, vaker dan niet zijn de experimentele composities nog geslaagd ook.

Op zijn sophomore, Goodbye and Hello, houdt de zanger zich nog relatief in. Maar net zoals de beste abstracte schilders ook de traditionele, waarheidsgetrouwe landschappen vaak uitermate goed in de vingers hebben zitten, laat Buckley hier zien dat hij ook over uitmuntende conventionele folk rock-songwriting skills beschikt. Meeslepende anthems zoals Pleasant Street en I Never Asked To Be Your Mountain zitten piekfijn in elkaar, waarschijnlijk ook dankzij de goedgevulde productie en arrangementen van Jan Holzman en een ander die ik maar niet zal noemen vanwege zijn recente veroordeling voor zedenmisdrijven. Als de voet even van het gaspedaal af gaat, zoals op Once I Was en Morning Glory, toont Buckley zijn voortreffelijke sensibiliteit voor de gevoelige snaren.

De drang tot een onconventionele aanpak breekt soms al door op dit album, wat zich vooral uit als een psychedelische randje dat regelmatig zijn kop opsteekt op dit album. Bijvoorbeeld de desoriënterende kermis sound op de achtergrond van Carnival Song of de wazige maar gelaagde sound van hallucinations. Buckley was ongelofelijk getalenteerd en ik kan me niet voorstellen dat ik dit briljantje zolang onaangeroerd heb gelaten, maar ik geniet er nu dubbel en dwars van.

Tom Zé - Estudando o Samba (1976)

poster
4,0
Zolang COVID-19 in de lucht hangt, zullen de vliegtuigen aan de grond blijven en gaat daarmee enig reisplan wat ik had in de koelkast. Om toch een spreekwoordelijk doekje voor het bloeden te hebben, heb ik als tegenantwoord besloten om op een muzikale missie te gaan. Deze missie bestaat uit verdieping in de muziek van Zuid-Amerika. Dit continent blijkt namelijk een symfonische schatkist te zijn, die ik nog nauwelijks beroerd had.

Deel 1: Tom Zé - Estudando O Samba
De Braziliaanse Zé was in de vroege jaren ’60 een dragend figuur in de Tropicália beweging, een artistieke stroming die zich kenmerkte door innovatieve en uitheemse composities gefuseerd met traditionele Braziliaanse genres. Tropicália bekritiseerde ook zo’n beetje alle aspecten van het Brazliaanse regime en schopte zowel tegen rechts als links, wat uiteraard van alle kanten tot controverses leidde. Toen eind jaren 60 het Brazliaanse militaire regime er klaar mee was en de artiesten geassocieerd met Tropicália ging censureren en vervolgen, koos Zé eieren voor zijn geld en leefde een teruggetrokken bestaan. Alhoewel hij nog altijd muziek bleef maken, genoot hij nooit zo van de bekendheid die zijn Tropicália collega’s (bijv. Gal Costa, Gilberto Gil en Os Mutantes) wel toebedeeld werd. Voor het grote publiek werd Zé slechts een vage herinnering.

Totdat in de jaren ’90 David Byrne van Talking Heads in een platenzaak in Rio op zoek was naar een Samba-plaatje en toevalligerwijs de LP van Estudando O Samba uit de bakken trok. Al snel werd Byrne duidelijk dat hij iets bijzonders had ontdekt en hij stak direct de loftrompet. Hij benaderde Zé en via het zelf-opgerichte platenlabel van Byrne werd de muziek van deze vergeten Braziliaan niet alleen geherintroduceerd in eigen land, maar leerde ook de rest van de wereld de muziek van Zé kennen.

Estudando O Samba is het vijfde album van Zé en zoals de titel al enigszins verklapt, richt hij zich op dit album op de traditionele ritmes en melodieën van de Samba. Maar Zé zou zichzelf niet zijn als dit niet gepaard zou gaan met eigenzinnige structuren en een dikke knipoog. Het album ‘bestudeert’ verschillende aspecten van de samba en eindigt zelfs met een opsomming van de nummers op het album. Ik ben niet thuis in de samba, maar wat speurneuzen op het internet toont dat Zé wel op zijn eigen speelse manier de Samba benaderde. Zo is A Felicade een bekende Samba-carnaval cover, maar speelt Zé het ritme expres uit de gebruikelijke maat. Houdt in gedachten: Zé is een provocateur.

Het album kent namelijk twee gezichten, enerzijds een ode aan de samba, en anderzijds een verbastering van de karakteristieke stijl door nummers met een sterk experimenteel karakter. In aanloop naar dit album toe was Zé al duidelijk aan het experimenteren met zijn composities, Luister bijvoorbeeld maar eens naar het nummer Gloria van zijn debuut in ‘68. Waar zijn tweede en vooral derde album nog vol staat met prachtige melodieuze liedjes, krijgen Zé’s hunkering naar experimentatie steeds meer de overhand, hoorbaar op zijn vierde album ‘Todos os Olhos’. Het duale aspect, experimentatie vs traditie, van Estudando O Samba kondigde zich dus al enigszins aan in het voorgaande werk van Zé.

Opener Mã tonen direct de ongebruikelijke composities waar Zé zo graag mee speelt, terwijl opvolger A Felicidade een veel toegankelijker nummer is die de luisteraar laat wegdromen. Vooral op het derde nummer Toc blijkt dat Zé zijn tijd ver vooruit was, zo gebruikt hij radiofragmenten en het geluid van typemachines en blenders als samples, iets wat toen nog zeer ongebruikelijk was. Tô hanteert vervolgens weer een zeer speels ritme gepaard met net zo speels gitaargetokkel, waarbij Zé met de zin ‘Ik leg het uit om je te verwarren’ zelfs zijn intenties aan de luisteraar duidelijk maakt. De manier waarop Zé en zijn achtergrondkoor met de klanken des taal spelen, zoals op Ui en Doi, daar hoef je geen Portugees voor te begrijpen om daarvan te kunnen genieten. De zwevende samba klanken gecomplementeerd door de melodische zang van Mae en So vind ik ook een hoogtepunt van het album.

De boodschap van de liedjes gaat door de taalbarrière wat verloren, maar tappen uit een verdrietiger vaatje dan de melodieën doen vermoeden. Op theatrale wijze zingt hij over eenzaamheid en verdriet. Zo zingt Zé op het refrein van A Felicade letterlijk ‘Aan geluk komt een einde, aan verdriet nooit’ en alhoewel het herhaalde Doi Doi Doi Doi Doi van het nummer Doi vrolijk aandoet, betekent het letterlijk ‘Het (=de liefde) doet pijn’. En dat dus veelvuldig herhaald. Op Hein? Laat Zé zich weer van zijn humoristische kant zien, hij vertelt hier het verhaal een jongen en een meisje en telkens als het meisje bevestiging van haar liefde vraagt, antwoord de jongen Hein? (=Hé?), alsof hij het niet verstaat.

Een heerlijk gevarieerde plaat van een artiest die bijna in de vergetelheid verdwenen was.

Tortoise - Millions Now Living Will Never Die (1996)

poster
4,0
De heren van Tortoise zagen al vroeg de kracht in van een delicate fusie van elektronica en de uitgestrekte post-rock structuren. Twee genres die prachtig samen kunnen komen, als de uitvoering goed doordacht is. De heren van Tortoise weten heel goed hoe ze dit voor elkaar kunnen boksen. Een sterk hypnotiserend, maar rustgevend karakter onderscheidt dit album van andere grote post-rock namen. Een minimalistische, zelfs iets terughoudende sound, maar met genoeg momentum en gelaagde geluidstexturen om te blijven boeien. Opener Djed is een heerlijke luisterervaring en gaat zelfs na 20 minuten nog niet vervelen. Een perfect album om in de trein te luisteren en het landschap voorbij te zien schieten.

Tropical Fuck Storm - Braindrops (2019)

poster
4,0
Wie denkt dat rock langzamerhand van zijn laatste ademteugen aan het genieten is, komt de laatste tijd bedrogen uit. Met het einde van de 10's in zicht, steekt het genre weer ondeugend zijn kop op en klimt het uit zijn eigen gegraven graf. Het klopt de stof uit de kleren en schudt daarmee ook het stoffige karakter waar rock de laatste jaren onder leidt van zich af. Voorzichtig en buiten het oog van het grote publiek richt zich een vernieuwende generatie rock-bandjes op, die ook niet bang zijn om andere genre-overschrijdende elementen toe te passen. Ik noem een Black Midi, Daughters, Fontaines D.C., Squid, Girl Band... Maar ook Australië doet doodleuk een duit in het zakje met de uit Melbourne afkomstige Tropical Fuck Storm.

Tropical Fuck Storm is dan ook echt een groep van het hier en nu; Een band met meer vrouwen dan mannen, een frisse fusie van Punk, Noise en Blues en teksten die de politieke chaos en verwildering van de samenleving aan de kaak stellen. In 2018 verschenen ze daar uit het niets met hun debuutalbum A Laughing Death in Meatspace, waar meteen duidelijk werd that they aren’t here to (tropical) fuck around.
De band is gecentreerd rond Gareth Liddiard, die eerder met The Drones al bewezen heeft over eigenzinnige muzikale inzichten te beschikken. In een duik in zijn discografie is al duidelijk de invloeden te horen wat uiteindelijk zal leiden tot de sound van Tropical Fuck Storm. Liddiard werd tijdens The Drones bijgestaan door Fiona Kitschin, wat zo goed beviel dat ze niet alleen de samenwerking met TFS voortgezet hebben, maar zich ook aan elkaar gekoppeld hebben voor het leven.

A Laughing Death maakte vooral furore met een desoriënterende barrage aan gitaarriffs samengevoegd met pakkende refreinen. Braindrops kent ook zeker nog het nodige kwalitatieve gitaargeweld en kabbelt voort op de vertrouwde sound, maar de tracks hanteren een veel duidelijkere songstructuur. In mijn ogen hebben ze met deze extra focus en een grotere nadruk op art punk esthetiek een duidelijke stap vooruit gemaakt.

Opener “Paradise” is gelijk een van de beste nummers van 2019. De stem van Liddiard is rauw en compromisloos met de back-up vocalen van Kitschin om de sfeer van de track nog eens stevig te onderstrepen. De opbouw is ijzersterk en terwijl Garreth in het laatste couplet vol frustratie zijn ongenoegen over zijn onbeantwoorde en voor lief genomen gevoelens uit (I wonder if you remember/But I ain’t some kinda bird shit mayor/bolted to the town Square) stevent het liedje af op een absolute chaotische maar krachtige climax, een tornado van distorsie en schreeuwende gitaren.
De veelzijdigheid van de band wordt echter al gauw duidelijk door tracks als “Planet of Straw men” en “Braindrops”, waar de insteek veel meer op een speelse punk variant gericht wordt. Hier straalt door hoeveel ritme en melodieën stiekem verstopt zitten, want dat is waardoor TFS bij mij zo opvalt: het zijn de innovatieve, soms haast funky, ritmes en de swingende aflevering van de vocalen tussen de rock basis wat TFS zo speciaal maakt. Ik zal gelijk dan “The Happiest Guy Around” onder de aandacht brengen, wat dat psychedelische funkloopje als rode draad is toch betoverend?

Braindrops is in mijn ogen een verbetering ten opzichte van het debuut, maar het is absoluut geen foutloos album. Zeker richting het einde wordt het iets teveel een herhaling van zetten. “Maria 62” is wel erg ongefocused en voelt als filler en “Aspirin” start belovend, maar kabbelt vervolgens maar wat voort. Hetzelfde geldt enigszins ook voor “Deserts Sands of Venus”. Beide voelen als ideeën die niet volledig uitgediept zijn. Ik mis net die extra laag of een bevredigend slotakkoord om het album naar dat hogere niveau te tillen. “Maria 63” is wel weer een waardige afsluiter van het album.

Braindrops is geen perfect album, maar de uitschieters op het album zijn ijzersterk. Een zeer frisse sound en een unieke invalshoek in het rockgenre waar ik al een tijd lang naar snakte.