Hier kun je zien welke berichten aerobag als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Bark Psychosis - Hex (1994)

4,0
5
geplaatst: 16 februari 2020, 10:00 uur
Sinds een aantal jaar houd ik een ‘Nog te luisteren’ lijst bij. Een eeuwig expanderende verzameling van oudere albums die mij het beluisteren waard lijken. Er komt echter geen einde aan, want ik blijf maar meer ontdekken en toevoegen. Onder de allereerste lading van albums die ik aan deze lijst toegevoegd had, bevond zich deze van Bark Psychosis. Onder de zee van andere releases die vervolgens mijn lijst in stroomde, zonk Hex naar de bodem en ontsnapte alsnog aan mijn aandacht. Maar dankzij het Super Tip-Topper topic komt Hex toch weer bovendrijven en deze keer vis ik hem direct uit het water, met beide handen en de volle aandacht. Maar goed ook, want dit album is niet alleen een jaren 90 mijlpaal gebleken, maar 25 jaar later weet het mij ook te overtuigen.
Op het internet zijn de vergelijkingen met Talk Talk in overvloed aanwezig, maar Hex bewandeld toch echt zijn eigen pad. De ambiance vertrouwt op jazz en ambient element, met een prominente bass en gebruik van blazers enerzijds -voor de jazz sound- en synthesizers anderzijds -voor een flinke snuf ambient-. Dit album is opgenomen in de galmende hallen van de St. John’s Church in Statford. Luisterende naar de dromerige en ambitieuze sfeer van het album, kan ik mij de keuze voor deze locatie en de bijhorende akoestiek zowel inbeelden als rechtvaardigen.
Bark Psychosis vertrouwd op traditionele instrumentatie, maar ondertussen wordt er op de achtergrond zeer zeker wel het een en ander gesampled. Het sample werk is subtiel, maar geeft een absolute meerwaarde. Het schakelen tussen tempo’s en het gedoseerde intensiveren, waar A Street Scene natuurlijk een schoolvoorbeeld van is, is ook zeer vakkundig gedaan.
Alle nummers van het album weten mij wel te raken, maar mijn twee persoonlijke favorieten op het album zijn voor mij toch wel het sublieme Absent Friend en het Eyes and Smiles. Absent Friend is zo’n heerlijk opgebouwde, hypnotiserende ambient track. Terecht geliefd en ongeëvenaard door collega’s uit het genre. Ook perfect geplaatst op het album als tegenhanger van meer rock-georiënteerde Street Scene. Eyes and Smiles huist het sterkste optreden van Sutton als frontman en de opbouw van het nummer kent een effectief crescendo karakter, inclusief de chaotische trompet climax. Genieten.
Er moet natuurlijk ook altijd wat te zeiken zijn. De vocalen van Graham Sutton neigen voor mij de immersie te verstoren. Als ik de sfeer op het album een naam moet geven, zou ik het ‘ingetogen en intiem’ noemen. De stem van Sutton mist voor mij net even de dynamische range en een bepaalde mate van breekbaarheid om de instrumentatie te complementeren. Nu vind ik vergelijkingen altijd wat flauw, maar daarom wijs ik niet met uitgestrekte vinger naar Mark Hollis, maar maak ik een gematigd hoofdknikje in zijn richting. Waar Hollis de oogstrelende en bruisende schuimkraag was op een Belgisch donker, is Sutton soms een net iets te snel doodgeslagen schuimrandje op een verder net zo heerlijk biertje. Anderzijds onderstreept de relaxte zang van Sutton wel de laid-back jazzy muzieklandschappen die gecreëerd worden. Toch zou ik meer dynamiek kunnen waarderen, zoals de uithalen op het einde van Eyes & Smiles.
Verder had er naar mijn beleving nog íets meer geëxperimenteerd kunnen worden met de composities, vooral om tracks als Big Shot en Fingerspit net even dat extraatje te geven. Ik begreep dat het perfectionisme van Sutton de hoofden van de overige bandleden behoorlijk op hol dreef tijdens de opnames van Hex, dus nóg meer geopperde verbetering en Hex had misschien nooit het daglicht gezien.
Hoogtepunten: Het intro van Loom, De bass op Street Scene, De gehele sfeer van Absent Friend, De opbouw van Eyes and Smiles, de uitdovende synthesizers van Pendulum Man
Deze zal absoluut nog eens in de late avonduren gedraaid gaan worden.
Op het internet zijn de vergelijkingen met Talk Talk in overvloed aanwezig, maar Hex bewandeld toch echt zijn eigen pad. De ambiance vertrouwt op jazz en ambient element, met een prominente bass en gebruik van blazers enerzijds -voor de jazz sound- en synthesizers anderzijds -voor een flinke snuf ambient-. Dit album is opgenomen in de galmende hallen van de St. John’s Church in Statford. Luisterende naar de dromerige en ambitieuze sfeer van het album, kan ik mij de keuze voor deze locatie en de bijhorende akoestiek zowel inbeelden als rechtvaardigen.
Bark Psychosis vertrouwd op traditionele instrumentatie, maar ondertussen wordt er op de achtergrond zeer zeker wel het een en ander gesampled. Het sample werk is subtiel, maar geeft een absolute meerwaarde. Het schakelen tussen tempo’s en het gedoseerde intensiveren, waar A Street Scene natuurlijk een schoolvoorbeeld van is, is ook zeer vakkundig gedaan.
Alle nummers van het album weten mij wel te raken, maar mijn twee persoonlijke favorieten op het album zijn voor mij toch wel het sublieme Absent Friend en het Eyes and Smiles. Absent Friend is zo’n heerlijk opgebouwde, hypnotiserende ambient track. Terecht geliefd en ongeëvenaard door collega’s uit het genre. Ook perfect geplaatst op het album als tegenhanger van meer rock-georiënteerde Street Scene. Eyes and Smiles huist het sterkste optreden van Sutton als frontman en de opbouw van het nummer kent een effectief crescendo karakter, inclusief de chaotische trompet climax. Genieten.
Er moet natuurlijk ook altijd wat te zeiken zijn. De vocalen van Graham Sutton neigen voor mij de immersie te verstoren. Als ik de sfeer op het album een naam moet geven, zou ik het ‘ingetogen en intiem’ noemen. De stem van Sutton mist voor mij net even de dynamische range en een bepaalde mate van breekbaarheid om de instrumentatie te complementeren. Nu vind ik vergelijkingen altijd wat flauw, maar daarom wijs ik niet met uitgestrekte vinger naar Mark Hollis, maar maak ik een gematigd hoofdknikje in zijn richting. Waar Hollis de oogstrelende en bruisende schuimkraag was op een Belgisch donker, is Sutton soms een net iets te snel doodgeslagen schuimrandje op een verder net zo heerlijk biertje. Anderzijds onderstreept de relaxte zang van Sutton wel de laid-back jazzy muzieklandschappen die gecreëerd worden. Toch zou ik meer dynamiek kunnen waarderen, zoals de uithalen op het einde van Eyes & Smiles.
Verder had er naar mijn beleving nog íets meer geëxperimenteerd kunnen worden met de composities, vooral om tracks als Big Shot en Fingerspit net even dat extraatje te geven. Ik begreep dat het perfectionisme van Sutton de hoofden van de overige bandleden behoorlijk op hol dreef tijdens de opnames van Hex, dus nóg meer geopperde verbetering en Hex had misschien nooit het daglicht gezien.
Hoogtepunten: Het intro van Loom, De bass op Street Scene, De gehele sfeer van Absent Friend, De opbouw van Eyes and Smiles, de uitdovende synthesizers van Pendulum Man
Deze zal absoluut nog eens in de late avonduren gedraaid gaan worden.
Billy Woods & Kenny Segal - Hiding Places (2019)

4,5
6
geplaatst: 23 december 2019, 10:46 uur
Ik wil heel even stil staan bij de ruimschootse ontwikkeling die de abstracte/experimentele hiphop scene dit decennium heeft doorgemaakt. Abstracte hiphop is ooit ontstaan als tegengeluid vanuit de underground richting conventionele hiphop, waar opscheppen over macht en geld de norm was. Deze vorm van hiphop richt zich meer op sociale constructies en existentiële vraagstukken. Daarnaast wordt er meer geëxperimenteerd met flows en metaforen. Een stroming waar artiesten zoals Madvillain en cLOUDDEAD lang de frontrunner van waren en in retrospect hun tijd al ver vooruit mee bleken te zijn.
In dit genre is “Hiding Places” van Billy Woods en Kenny Segal het nieuwste aanwinst. Even voorstellen: Kenny Segal is een Amerikaanse hiphop producer met een klassieke muziekopvoeding. Hij heeft veel samengewerkt met een aantal grootheden binnen de hipsterhop scene, zoals Milo, Open Mike Eagle en hiphop duo Armand Hammer. De Amerikaanse rapper Billy Woods is onderdeel van Armand Hammer en wie enigszins bekend is met deze samenwerking van Billy en Elucid, weet dat ze houden van piekfijne productie, keiharde beats en snijdende teksten.
Laat ik maar gelijk met de deur in huis vallen: “Hiding Places” is een waanzinnig sterk en meeslepend album. De sfeer die Segal in zijn producties weet op te wekken zijn van ongekend hoog niveau. Het is duister en bombastisch, met subtiele tempowisselingen en interessante twists en turns in de achtergrond instrumentatie. Schreeuwende gitaarsamples worden afgewisseld met luie, maar uit elkaar barstende beats. De flows van Billy zijn onorthodox, enigszins monotoon, maar speelt perfect in op de sfeer van het album. De dwingende manier waarop Billy zijn bars dropt, klappen er keihard bovenop, met een flinke dosis beleving. De thematiek van het album is ook zeer interessant. Op een tot de verbeelding sprekende wijze rapt Billy over het leed en geweld in de wereld, terwijl hij alles observeert vanuit zijn verscheidene schuilplaatsen.
“Checkpoints” is een groots voorbeeld van de lofzang in de vorige alinea. Synths en de distorsie in de bass die een onheilspellende atmosfeer onderstrepen, de ambitieuze en knallende beat en dan vervolgens Billy die er met veel bravoure overheen dondert. “Steak Knives” is ook een nummer die compromisloos zijn verhaal naar voren brengt.
Nummers zoals “A Day in a Week in a Year” en “Bigfakelaugh” tonen het bereik van Woods/Segal en bewijzen dat ze gedurende de loop van het album niet steeds hetzelfde truukje herhalen. Een ingetogen sound, lyrics vol humor, het past allemaal in het met veel kunde en creativiteit gecreëerde muzieklandschap.
Op persoonlijke favoriet en perfecte afsluiter “Red Dust” rapt Billy over een enorme haat die hij voor iemand voelt en de wereld vol geweld waar hij in leeft. Het refrein is een van de meest verslavende van 2019. De slowjam-achtige instrumentals van Kenny op Red Dust zijn ook weer subliem.
Hiding Places wat mij betreft dé hiphop release van 2019, elke luisterbeurt is weer genieten en ik vermoed dat ik dit album in de toekomst nog vaak een draaibeurt zal geven.
In dit genre is “Hiding Places” van Billy Woods en Kenny Segal het nieuwste aanwinst. Even voorstellen: Kenny Segal is een Amerikaanse hiphop producer met een klassieke muziekopvoeding. Hij heeft veel samengewerkt met een aantal grootheden binnen de hipsterhop scene, zoals Milo, Open Mike Eagle en hiphop duo Armand Hammer. De Amerikaanse rapper Billy Woods is onderdeel van Armand Hammer en wie enigszins bekend is met deze samenwerking van Billy en Elucid, weet dat ze houden van piekfijne productie, keiharde beats en snijdende teksten.
Laat ik maar gelijk met de deur in huis vallen: “Hiding Places” is een waanzinnig sterk en meeslepend album. De sfeer die Segal in zijn producties weet op te wekken zijn van ongekend hoog niveau. Het is duister en bombastisch, met subtiele tempowisselingen en interessante twists en turns in de achtergrond instrumentatie. Schreeuwende gitaarsamples worden afgewisseld met luie, maar uit elkaar barstende beats. De flows van Billy zijn onorthodox, enigszins monotoon, maar speelt perfect in op de sfeer van het album. De dwingende manier waarop Billy zijn bars dropt, klappen er keihard bovenop, met een flinke dosis beleving. De thematiek van het album is ook zeer interessant. Op een tot de verbeelding sprekende wijze rapt Billy over het leed en geweld in de wereld, terwijl hij alles observeert vanuit zijn verscheidene schuilplaatsen.
“Checkpoints” is een groots voorbeeld van de lofzang in de vorige alinea. Synths en de distorsie in de bass die een onheilspellende atmosfeer onderstrepen, de ambitieuze en knallende beat en dan vervolgens Billy die er met veel bravoure overheen dondert. “Steak Knives” is ook een nummer die compromisloos zijn verhaal naar voren brengt.
Nummers zoals “A Day in a Week in a Year” en “Bigfakelaugh” tonen het bereik van Woods/Segal en bewijzen dat ze gedurende de loop van het album niet steeds hetzelfde truukje herhalen. Een ingetogen sound, lyrics vol humor, het past allemaal in het met veel kunde en creativiteit gecreëerde muzieklandschap.
Op persoonlijke favoriet en perfecte afsluiter “Red Dust” rapt Billy over een enorme haat die hij voor iemand voelt en de wereld vol geweld waar hij in leeft. Het refrein is een van de meest verslavende van 2019. De slowjam-achtige instrumentals van Kenny op Red Dust zijn ook weer subliem.
Hiding Places wat mij betreft dé hiphop release van 2019, elke luisterbeurt is weer genieten en ik vermoed dat ik dit album in de toekomst nog vaak een draaibeurt zal geven.
Björk - Fossora (2022)

3,5
7
geplaatst: 1 oktober 2022, 23:15 uur
Een bos ingelokt worden door een hypnotiserend multi-zanglijn koortje, bedwelmd raken door een nevelige sporenwolk opgewaaid door zwevende houtblazers, om vervolgens een goed partijtje te hakken met de lokale bosnimf. Tja, dat kan uiteraard enkel en alleen een project uit de koker van Björk betreffen.
Gerekend vanaf de self titled-debuut van een toen nog 11-jarige Björk, is deze Ijslandse toch alweer 45 jaar actief in de bizz. En hate her or love her, maar werk van Björk is nooit saai. Met Fossora bewijst ze ook maar weer eens dat ze nog lang geen zin heeft om de stembanden aan de wilgen te hangen, laat staan dat ze zich zal conformeren.
Ik zit wel iets op de wip wat betreft deze worp. Björk knutselde wel vaker met het stemgeluid, het mag wat mij betreft haar handelsmerk genoemd worden, maar sommige rollende R'en, luchthappende lettergrepen, en andere overarticulaties strijken me soms nét even iets teveel tegen de haren in. Wat me daarbij vooral wat tegen staat is dat de zang niet altijd even mooi verweven is met de muzikale begeleiding, wat imo juist een van de krachten was van haar voorgaande werken. En de gabberbeats die zo nu en dan de kop opsteken... enerzijds fris en gedurfd, anderzijds ook wel ietsiepietsie gimmicky. De beukende beats vallen voor mij ook niet altijd allemaal lekker op hun plek in het geheel. Voor mij is dat denk ik het grootste kritiekpunt na de eerste luisterbeurten: De zang, beats, en instrumentale begeleiding willen nog wel eens met elkaar clashen, in plaats van samenwerken.
Maar, na zojuist mijn hart gelucht te hebben, wat zijn er toch weer veel hoogtepunten te vinden. Fungal City vind ik bijvoorbeeld een nummer waar de verschillende ingrediënten wel tot een Michelin-ster-waardige gang samenkomen. Een track die ook helemaal klopt, en het hoogtepunt van het album: Ancestress. Volgens Björk zelf dient het nummer, in een tweelijk met voorloper Sorrowful Soil, als zowel lofrede en grafschrift voor haar overleden moeder. Krachtig nummer met sterke vocale melodieën, die mij zeker weet te raken. Zo'n opbouwend, iets abstractere soundscape zoals Victimhood vind ik ook genieten. Maar de algehele sfeerzetting van het album is weer piekfijn. Björk trekt ons weer heerlijk mee in haar toverachtige, muzikale universum. De geluidsgolven mogen zo nu en dan clashen, het concept/de thematiek doet dat niet.
Het is sowieso bewonderenswaardig hoe de sound van Björk zich blijft evolueren. Haar genre- en grensverleggende oeuvre mag al exceptioneel genoemd worden, maar haar experimentele driften zorgen voor een immer uitbreidende geluidspalet. Op Fossora omarmt ze zowel een benadering met minimalistische composities als flarden van hyperpop-achtige ingevingen. Ik kan dan ook niets dan lof hebben voor de creatieve geest van Björk, en de eerste luisterbeurt is dan ook een feestje om te ontdekken wat er achter elke bladerdek de luisteraar weer te wachten staat.
Steek hem eerst in op 3.5*, vanwege de mitsen en maren, maar ik verwacht eigenlijk stiekem wel dat hij bij mij zal groeien naar een 4
Gerekend vanaf de self titled-debuut van een toen nog 11-jarige Björk, is deze Ijslandse toch alweer 45 jaar actief in de bizz. En hate her or love her, maar werk van Björk is nooit saai. Met Fossora bewijst ze ook maar weer eens dat ze nog lang geen zin heeft om de stembanden aan de wilgen te hangen, laat staan dat ze zich zal conformeren.
Ik zit wel iets op de wip wat betreft deze worp. Björk knutselde wel vaker met het stemgeluid, het mag wat mij betreft haar handelsmerk genoemd worden, maar sommige rollende R'en, luchthappende lettergrepen, en andere overarticulaties strijken me soms nét even iets teveel tegen de haren in. Wat me daarbij vooral wat tegen staat is dat de zang niet altijd even mooi verweven is met de muzikale begeleiding, wat imo juist een van de krachten was van haar voorgaande werken. En de gabberbeats die zo nu en dan de kop opsteken... enerzijds fris en gedurfd, anderzijds ook wel ietsiepietsie gimmicky. De beukende beats vallen voor mij ook niet altijd allemaal lekker op hun plek in het geheel. Voor mij is dat denk ik het grootste kritiekpunt na de eerste luisterbeurten: De zang, beats, en instrumentale begeleiding willen nog wel eens met elkaar clashen, in plaats van samenwerken.
Maar, na zojuist mijn hart gelucht te hebben, wat zijn er toch weer veel hoogtepunten te vinden. Fungal City vind ik bijvoorbeeld een nummer waar de verschillende ingrediënten wel tot een Michelin-ster-waardige gang samenkomen. Een track die ook helemaal klopt, en het hoogtepunt van het album: Ancestress. Volgens Björk zelf dient het nummer, in een tweelijk met voorloper Sorrowful Soil, als zowel lofrede en grafschrift voor haar overleden moeder. Krachtig nummer met sterke vocale melodieën, die mij zeker weet te raken. Zo'n opbouwend, iets abstractere soundscape zoals Victimhood vind ik ook genieten. Maar de algehele sfeerzetting van het album is weer piekfijn. Björk trekt ons weer heerlijk mee in haar toverachtige, muzikale universum. De geluidsgolven mogen zo nu en dan clashen, het concept/de thematiek doet dat niet.
Het is sowieso bewonderenswaardig hoe de sound van Björk zich blijft evolueren. Haar genre- en grensverleggende oeuvre mag al exceptioneel genoemd worden, maar haar experimentele driften zorgen voor een immer uitbreidende geluidspalet. Op Fossora omarmt ze zowel een benadering met minimalistische composities als flarden van hyperpop-achtige ingevingen. Ik kan dan ook niets dan lof hebben voor de creatieve geest van Björk, en de eerste luisterbeurt is dan ook een feestje om te ontdekken wat er achter elke bladerdek de luisteraar weer te wachten staat.
Steek hem eerst in op 3.5*, vanwege de mitsen en maren, maar ik verwacht eigenlijk stiekem wel dat hij bij mij zal groeien naar een 4
Black Devil - Disco Club (1978)

4,0
3
geplaatst: 27 augustus 2020, 12:25 uur
Nadat Arrie een nummer van dit album in de spotlight zette tijdens zijn top 100 en vervolgens Koenr een tipje van de sluier oplichtte door een nummertje van deze plaat tijdens een Beatsense sessie te draaien, besloot jordidj1 dit 1-2-3tje volledig te maken door mij het gehele album te tippen voor de super-tiptopper. De naam intrigeert gelijk al: Black Devil - Disco Club, of Black Devil Disco Club - Black Devil Disco Club volgens spotify. Persoonlijk prefereer ik de MusicMeter spelwijze, de zoekfunctie van mijn Sonos besturingssysteem raakt altijd van streek bij het opspeuren van self-titled albums. Helaas is, ondanks onze inspanningen, MusicMeter nog steeds niet leidend in de muziekscene, dus we moeten het er maar mee doen en het kost mij 2-3 klikjes extra.
Volgens de RYM genre-goden is dit Space Disco. Black Devil prijkt zelfs op eenzame hoogte in de genre charts, maar de concurrentie bestaat dan uit ook uit albums met dit soort hoezen. Seventies Space Disco is een genre wat onbewust, of juist heel bewust, wat in de vergetelheid is geraakt. Toch heb je altijd weer van die snotneuzen (lees jeugdige fanatiekelingen) die door papa’s platenkast neuzen, tegenwoordig in zijn geheel gedigitaliseerd en vereeuwigd op het internet, en daardoor de pareltjes weer boven laten drijven.
Het eerste wat mij opvalt is dat de muziek op dit album een behoorlijke frisse indruk maakt. Deels zal dit komen doordat we anno 2020 een bescheiden disco revival doormaken, aan de hand van artiesten als Roísin Murphy, Jessie Ware en Dua Lipa. Als het album in het jaar van schrijven zijn entree had gemaakt, dan had hij prachtig in het rijtje gepast.
Er is echter wat meer gaande op dit album. De percussie is verspreid over het album het levendige middelpunt, terwijl schichtige synthesizers samen met de overvloedige toepassing van stemvervormers het album een gelaagde en iets duistere ambiance geven. De stemmen worden vervormd naar een lage toonhoogte en alhoewel dit wat gimmicky zou kunnen overkomen, past het goed in de setting van het album en levert het een levendig contrast met de high-pitched vocale melodieën die regelmatig hun entree maken. Ik hoor daar toch ook wel wat spacey geluidseffecten zoals Tangerine Dream ze ook wel toe wilde passen in hun muziek.
De galopperende percussie op opener H Friend is uitermate aanstekelijk en een welkome toonzetter voor het album. Op dit nummer is de interessante dynamiek tussen laag-tonige brabbelzang en vocale melodieën zeer goed hoorbaar. We Never Fly Away Again is ook een heerlijke sneltrein van een nummer, met spiraliserende beats die menig dansvloer in vuur en vlam zou zetten. I Feel Love van Donna Summer, maar dan nog een versnelling hoger. Afsluiter No Regrets is de terechte funky climax van het album met wederom een hoofdrol voor die meeslepende en verslavende percussie.
Een discoparty in een wolk van sterrenstof, terwijl vampiers in astronautenpakken je toezingen. Klinkt wel vermakelijk toch? Dat dacht ik.
Volgens de RYM genre-goden is dit Space Disco. Black Devil prijkt zelfs op eenzame hoogte in de genre charts, maar de concurrentie bestaat dan uit ook uit albums met dit soort hoezen. Seventies Space Disco is een genre wat onbewust, of juist heel bewust, wat in de vergetelheid is geraakt. Toch heb je altijd weer van die snotneuzen (lees jeugdige fanatiekelingen) die door papa’s platenkast neuzen, tegenwoordig in zijn geheel gedigitaliseerd en vereeuwigd op het internet, en daardoor de pareltjes weer boven laten drijven.
Het eerste wat mij opvalt is dat de muziek op dit album een behoorlijke frisse indruk maakt. Deels zal dit komen doordat we anno 2020 een bescheiden disco revival doormaken, aan de hand van artiesten als Roísin Murphy, Jessie Ware en Dua Lipa. Als het album in het jaar van schrijven zijn entree had gemaakt, dan had hij prachtig in het rijtje gepast.
Er is echter wat meer gaande op dit album. De percussie is verspreid over het album het levendige middelpunt, terwijl schichtige synthesizers samen met de overvloedige toepassing van stemvervormers het album een gelaagde en iets duistere ambiance geven. De stemmen worden vervormd naar een lage toonhoogte en alhoewel dit wat gimmicky zou kunnen overkomen, past het goed in de setting van het album en levert het een levendig contrast met de high-pitched vocale melodieën die regelmatig hun entree maken. Ik hoor daar toch ook wel wat spacey geluidseffecten zoals Tangerine Dream ze ook wel toe wilde passen in hun muziek.
De galopperende percussie op opener H Friend is uitermate aanstekelijk en een welkome toonzetter voor het album. Op dit nummer is de interessante dynamiek tussen laag-tonige brabbelzang en vocale melodieën zeer goed hoorbaar. We Never Fly Away Again is ook een heerlijke sneltrein van een nummer, met spiraliserende beats die menig dansvloer in vuur en vlam zou zetten. I Feel Love van Donna Summer, maar dan nog een versnelling hoger. Afsluiter No Regrets is de terechte funky climax van het album met wederom een hoofdrol voor die meeslepende en verslavende percussie.
Een discoparty in een wolk van sterrenstof, terwijl vampiers in astronautenpakken je toezingen. Klinkt wel vermakelijk toch? Dat dacht ik.
black midi - Schlagenheim (2019)

4,5
3
geplaatst: 30 december 2019, 14:29 uur
Als je door vele ‘kenners’ op basis van vroege liveshows bestempeld wordt als “The Next Big Thing” en vergeleken wordt met paar een legendarische namen, word je al vroeg geconfronteerd met de druk om de lof te rechtvaardigen. Met Schlagenheim hebben de jonge Londense herriemakers hun strepen cum laude verdiend.
De 4 bandleden zijn allen nog steeds onder de Amerikaanse leeftijdgrens om alcohol te mogen consumeren, maar genieten van een onderling balans alsof ze al jaren samenspelen. Dit valt meteen op als je hun live shows ziet, als een ware noise rock jam band lijken ze elkaar naadloos aan te voelen. De hoofdingrediënten zijn het duo Geordie Greep en Matt Kwasniewski-Kelvin (beide hebben zowel hun eigen gitaarspel als ook eigenzinnige vocalen), bassist Cameron Picton en de zeer vakkundig drummer Morgan Simpson. Een gecoördineerde steekvlam van energie is het resultaat.
Opener “953” start subliem, een barrage aan gitaarrifs, wat overgaat in een swingende gitaarjam. Een tempovertraging volgt, de uitgekiemde percussie van Simpson wordt evidenter en de uitzonderlijke zangstem van Geordie introduceert zich. Het nummer pakt vervolgens het tempo weer op, neemt voor een fractie de vorm aan van chaotische tokkelrock en gooit er nog even een bombastisch slotstuk tegen aan. Prettig kennis te maken, wij zijn Black Midi.
Black Midi beschikt over een aardig arsenaal aan muzikale invalshoeken. “Speedway” kabbelt wat voort in vergelijking met zijn voorganger, maar de gecreëerde atmosfeer is sterk aangedikt waarbij ook die verfijnde percussie in de spotlight komt. Waar “Near DT, MI” het explosieve karakter van de band aantoont, blijken ze op “Western” en “Of Schlagenheim” ook zeer capabel in het uitvoeren van uitgestrekte composities en zelfs dansbare ritmes.
Persoonlijke favoriet is “bmbmbm”, alleen al om die bezeten en excentrieke uitspraak van het woord Purpose. Één reperterende gitaarnoot biedt houvast in een nummer gevuld met onverstaanbaar achtergrond-gebrabbel, drumsalvo’s en gitaar-geïnduceerde chaos. I Love it.
Minpuntjes? “Reggea” is het meest rechtdoorzee en daarmee gelijk het minst interessante nummer op het album.
Een debuutalbum van jewelste, energiek én excentriek. Het bewijs dat de spotlight meer dan verdiend is. Deze gasten ga ik zeer nauwlettend volgen in de toekomst.
De 4 bandleden zijn allen nog steeds onder de Amerikaanse leeftijdgrens om alcohol te mogen consumeren, maar genieten van een onderling balans alsof ze al jaren samenspelen. Dit valt meteen op als je hun live shows ziet, als een ware noise rock jam band lijken ze elkaar naadloos aan te voelen. De hoofdingrediënten zijn het duo Geordie Greep en Matt Kwasniewski-Kelvin (beide hebben zowel hun eigen gitaarspel als ook eigenzinnige vocalen), bassist Cameron Picton en de zeer vakkundig drummer Morgan Simpson. Een gecoördineerde steekvlam van energie is het resultaat.
Opener “953” start subliem, een barrage aan gitaarrifs, wat overgaat in een swingende gitaarjam. Een tempovertraging volgt, de uitgekiemde percussie van Simpson wordt evidenter en de uitzonderlijke zangstem van Geordie introduceert zich. Het nummer pakt vervolgens het tempo weer op, neemt voor een fractie de vorm aan van chaotische tokkelrock en gooit er nog even een bombastisch slotstuk tegen aan. Prettig kennis te maken, wij zijn Black Midi.
Black Midi beschikt over een aardig arsenaal aan muzikale invalshoeken. “Speedway” kabbelt wat voort in vergelijking met zijn voorganger, maar de gecreëerde atmosfeer is sterk aangedikt waarbij ook die verfijnde percussie in de spotlight komt. Waar “Near DT, MI” het explosieve karakter van de band aantoont, blijken ze op “Western” en “Of Schlagenheim” ook zeer capabel in het uitvoeren van uitgestrekte composities en zelfs dansbare ritmes.
Persoonlijke favoriet is “bmbmbm”, alleen al om die bezeten en excentrieke uitspraak van het woord Purpose. Één reperterende gitaarnoot biedt houvast in een nummer gevuld met onverstaanbaar achtergrond-gebrabbel, drumsalvo’s en gitaar-geïnduceerde chaos. I Love it.
Minpuntjes? “Reggea” is het meest rechtdoorzee en daarmee gelijk het minst interessante nummer op het album.
Een debuutalbum van jewelste, energiek én excentriek. Het bewijs dat de spotlight meer dan verdiend is. Deze gasten ga ik zeer nauwlettend volgen in de toekomst.
Boredoms - Vision Creation Newsun (1999)

5,0
6
geplaatst: 23 januari 2021, 00:41 uur
Dit is een dierbare voor mij, een mijlpaaltje. Deze Japanse herriemakers associeer ik het sterkst met het moment dat ik buiten mijn veilige rockomfort-zone durfde te treden en ik heb daarna geen moment meer terug willen keren.
Voordat ze bij dit album aankwamen, hadden Boredoms al ruige en bizarre werken afgeleverd, vaak tegen het extreme aan. In de vroege dagen werd zo’n beetje elke traditionele songstructuur de deur gewezen, wat natuurlijk alleen maar bijdroeg aan de chaos. Op Super æ (ook geweldig!) werden voorzichtig wat meer structurele houvast aan de muziek toegevoegd en een jaar later, voor Vision Creation Newsun, leek het of de band besloot dat het tijd werd om hun excentrieke energie in één gefocuste bundel te vangen… en daar zijn ze absoluut in geslaagd.
Er hangt zo’n ongeëvenaarde elektrisch spanningsveld over dit album. Een omvangrijk force field die hoog aan de blauwe hemel zijn plaats opgeëist heeft en al vibrerend en knisperend om zich heen grijpt. De hoes vind ik ook zo treffend, het is muziek die met vlagen verblindend is.
De ritmes natuurlijk, oh die dynamische ritmes, de rode draad door dit album. Alsof de Duitse percussionisten uit de alom geprezen 70’s (kraut)rock bands door vlammende zwepen opgejaagd worden. Het samenspel van gitaren en synthesizers is ook fenomenaal, er zijn momenten op dit album waar de band een interdimensionaal gat lijkt open te trekken en daar de meest betoverende melodieën vandaan haalt. Melodieën die uit elkaar geplukt worden, om vervolgens weer heropgebouwd te worden. De uitgetrokken synths, de zachte vocalen, samples van vogel-geluiden, allemaal toevoegingen die zo goed het al bruisende karakter van dit album nóg meeslepender maken.
Het album is één lange build-up, waarbij de build-up ook gelijk de pay-off is. Veel lof voor dit album van mijn kant, maar deze haast spirituele tornado van Boredoms weet mij iedere luisterbeurt weer volledig van mijn sokken te blazen.
Voordat ze bij dit album aankwamen, hadden Boredoms al ruige en bizarre werken afgeleverd, vaak tegen het extreme aan. In de vroege dagen werd zo’n beetje elke traditionele songstructuur de deur gewezen, wat natuurlijk alleen maar bijdroeg aan de chaos. Op Super æ (ook geweldig!) werden voorzichtig wat meer structurele houvast aan de muziek toegevoegd en een jaar later, voor Vision Creation Newsun, leek het of de band besloot dat het tijd werd om hun excentrieke energie in één gefocuste bundel te vangen… en daar zijn ze absoluut in geslaagd.
Er hangt zo’n ongeëvenaarde elektrisch spanningsveld over dit album. Een omvangrijk force field die hoog aan de blauwe hemel zijn plaats opgeëist heeft en al vibrerend en knisperend om zich heen grijpt. De hoes vind ik ook zo treffend, het is muziek die met vlagen verblindend is.
De ritmes natuurlijk, oh die dynamische ritmes, de rode draad door dit album. Alsof de Duitse percussionisten uit de alom geprezen 70’s (kraut)rock bands door vlammende zwepen opgejaagd worden. Het samenspel van gitaren en synthesizers is ook fenomenaal, er zijn momenten op dit album waar de band een interdimensionaal gat lijkt open te trekken en daar de meest betoverende melodieën vandaan haalt. Melodieën die uit elkaar geplukt worden, om vervolgens weer heropgebouwd te worden. De uitgetrokken synths, de zachte vocalen, samples van vogel-geluiden, allemaal toevoegingen die zo goed het al bruisende karakter van dit album nóg meeslepender maken.
Het album is één lange build-up, waarbij de build-up ook gelijk de pay-off is. Veel lof voor dit album van mijn kant, maar deze haast spirituele tornado van Boredoms weet mij iedere luisterbeurt weer volledig van mijn sokken te blazen.
broeder Dieleman - Uut de Bron (2015)

4,5
4
geplaatst: 21 oktober 2020, 14:51 uur
Weer een artiest die ik en passant wel eens genamedropt heb zien worden, maar waar ik me verder nooit in verdiept heb. Broeder Dieleman uit Zeeland dus, ik wist niet goed wat ik er van moest verwachten, maar ik verwachtte niet dit, als ik heel eerlijk ben. Misschien omdat mijn bevoorrechte brein bij Zeeland en muziek automatisch een link maakt naar Racoon. Dit is geen Racoon. Wat het wel is, en daar kan ik heel kort over zijn, is een zeer indrukwekkend en oorverblindend album.
Vanaf de eerste luisterbeurt weet het me al te grijpen. Het is altijd wel een iets hallucinerende werking; als je twee personen een taal hoort spreken die je deels wel en deels ook totaal weer niet begrijpt. De taal als zijn eigen werkelijkheid, die eigenlijk ook een deel jouw werkelijkheid hoort te zijn. Daarna volgt op Hoofdplaat een samensmelting van onze kaaskoppen cultuur met het zieleleven uit Oosterse landen, en het werkt verdraaid goed.
Afgelopen weekend heb ik dit album op mijn noise cancelling koptelefoon gezet terwijl ik een wandeling maakte door het bos, een prachtig samenspel waar de zowel de audio- als de visuele prikkels elkaar versterken, kan ik u verklappen. Een nummer als LovenPolder, Boerengat heeft iets rustgevends, maar kent ook een ongrijpbare spanningsboog dankzij het dronende geluid op de achtergrond. Omer Gielliet past dezelfde technieken toe, maar kent ook nog de zanglijnen die steeds vager gaan klinken. Ik moest haast oppassen dat ik niet begon op te stijgen tijdens mijn wandeling.
De minder-maar-nog-steeds-behoorlijk abstracte folk-achtige nummers (Meilied, Nehallenia) zijn wat mij betreft ook een succes en vormen een fijne afwisseling voor de meer uitgesponnen passages.
Nu de grenzen toch weer COVID-dicht zitten (behalve als je van koninklijk bloed bent), moet ik vanuit het hoge noorden (Waorum dattán?) toch maar eens het lage Zeeuwse zuiden bezoeken, op vakantie in eigen land. Broeder D heeft mij namelijk het beeld gegeven dat Zeeland bestaat uit magistrale en wijdgestrekte weilanden gehuld in een spirituele mist.
Vanaf de eerste luisterbeurt weet het me al te grijpen. Het is altijd wel een iets hallucinerende werking; als je twee personen een taal hoort spreken die je deels wel en deels ook totaal weer niet begrijpt. De taal als zijn eigen werkelijkheid, die eigenlijk ook een deel jouw werkelijkheid hoort te zijn. Daarna volgt op Hoofdplaat een samensmelting van onze kaaskoppen cultuur met het zieleleven uit Oosterse landen, en het werkt verdraaid goed.
Afgelopen weekend heb ik dit album op mijn noise cancelling koptelefoon gezet terwijl ik een wandeling maakte door het bos, een prachtig samenspel waar de zowel de audio- als de visuele prikkels elkaar versterken, kan ik u verklappen. Een nummer als LovenPolder, Boerengat heeft iets rustgevends, maar kent ook een ongrijpbare spanningsboog dankzij het dronende geluid op de achtergrond. Omer Gielliet past dezelfde technieken toe, maar kent ook nog de zanglijnen die steeds vager gaan klinken. Ik moest haast oppassen dat ik niet begon op te stijgen tijdens mijn wandeling.
De minder-maar-nog-steeds-behoorlijk abstracte folk-achtige nummers (Meilied, Nehallenia) zijn wat mij betreft ook een succes en vormen een fijne afwisseling voor de meer uitgesponnen passages.
Nu de grenzen toch weer COVID-dicht zitten (behalve als je van koninklijk bloed bent), moet ik vanuit het hoge noorden (Waorum dattán?) toch maar eens het lage Zeeuwse zuiden bezoeken, op vakantie in eigen land. Broeder D heeft mij namelijk het beeld gegeven dat Zeeland bestaat uit magistrale en wijdgestrekte weilanden gehuld in een spirituele mist.
Built to Spill - Perfect from Now On (1997)

4,5
4
geplaatst: 16 september 2020, 22:36 uur
Dit album heeft iets speciaals, iets ongeëvenaards, waardoor ik steeds weer terugkom bij dit album. Een band gecentreerd rondom onstuimige gitaren was natuurlijk niets nieuws in de jaren ’90, maar deze mannen laten de snaarinstrumenten op zo’n uitgedokterde wijze samensmelten dat het een uitzonderlijk kleurrijk én meeslepend geheel wordt. Ik ben niet muziek technisch genoeg onderlegd om de verschillende stijlen van het gitaarspel te onderscheiden, maar ik heb het vermoeden dat de leden van Built to Spill een diverse trukendoos aan speelwijzen en effecten uit hun gitaren toveren. Het samenspel is echter wat het zo bijzonder maakt.
En de composities, man oh man die composities. Want geen één nummer op dit album gaat van punt A naar punt B, zonder een markant uitstapje in de vorm een tempoversnelling of een onverwachte riff. Blikvangers zijn nagelbijter I Would Hurt A Fly en geweldenaar Randy Describes Eternity. Tornado van lawaai Velvet Waltz en het speelse Kicked It in the Sun zijn ook twee persoonlijke favorieten, maar het gehele album is zeer consistent en ijzersterk.
Doug Martsch heeft absoluut niet een zangstem die ik onder mijn favorieten schaar, maar ondanks zijn beperkte range weet hij op sommige nummers verdraaid veel emoties in zijn zang te leggen. Het past ook wel goed bij het album.
Als ik mijn stoute schoenen aantrek en ik mijn fantasie even de vrije loop laat, dan beeld ik mij in dat, als ik ooit een band zou starten, Ik dan absoluut dit type muziek zou maken. Behalve dat ik bij het horen van dit album direct de gitaren weer in de wilgen zou hangen. Hier kom je toch nooit meer overheen.
En de composities, man oh man die composities. Want geen één nummer op dit album gaat van punt A naar punt B, zonder een markant uitstapje in de vorm een tempoversnelling of een onverwachte riff. Blikvangers zijn nagelbijter I Would Hurt A Fly en geweldenaar Randy Describes Eternity. Tornado van lawaai Velvet Waltz en het speelse Kicked It in the Sun zijn ook twee persoonlijke favorieten, maar het gehele album is zeer consistent en ijzersterk.
Doug Martsch heeft absoluut niet een zangstem die ik onder mijn favorieten schaar, maar ondanks zijn beperkte range weet hij op sommige nummers verdraaid veel emoties in zijn zang te leggen. Het past ook wel goed bij het album.
Als ik mijn stoute schoenen aantrek en ik mijn fantasie even de vrije loop laat, dan beeld ik mij in dat, als ik ooit een band zou starten, Ik dan absoluut dit type muziek zou maken. Behalve dat ik bij het horen van dit album direct de gitaren weer in de wilgen zou hangen. Hier kom je toch nooit meer overheen.
